(navigation image)
Home American Libraries | Canadian Libraries | Universal Library | Community Texts | Project Gutenberg | Children's Library | Biodiversity Heritage Library | Additional Collections
Search: Advanced Search
Anonymous User (login or join us)
Upload
See other formats

Full text of "Tijdschrift voor Nederlandsch Indië"

This is a digital copy of a book that was preserved for generations on library shelves bef ore it was carefully scanned by Google as part of a project 
to make the world's books discoverable online. 

It has survived long enough for the copyright to expire and the book to enter the public domain. A public domain book is one that was never subject 
to copyright or whose legal copyright term has expired. Whether a book is in the public domain may vary country to country. Public domain books 
are our gateways to the past, representing a wealth of history, culture and knowledge that 's often difficult to discover. 

Marks, notations and other marginalia present in the original volume will appear in this file - a reminder of this book's long journey from the 
publisher to a library and finally to you. 

Usage guidelines 

Google is proud to partner with libraries to digitize public domain materials and make them widely accessible. Public domain books belong to the 
public and we are merely their custodians. Nevertheless, this work is expensive, so in order to keep providing this resource, we have taken steps to 
prevent abuse by commercial parties, including placing technical restrictions on automated querying. 

We also ask that you: 

+ Make non-commercial use of the files We designed Google Book Search for use by individuals, and we request that you use these files for 
personal, non-commercial purposes. 

+ Refrainfrom automated querying Do not send automated queries of any sort to Google's system: If you are conducting research on machine 
translation, optical character recognition or other areas where access to a large amount of text is helpful, please contact us. We encourage the 
use of public domain materials for these purposes and may be able to help. 

+ Maintain attribution The Google "watermark" you see on each file is essential for informing people about this project and helping them find 
additional materials through Google Book Search. Please do not remove it. 

+ Keep it legal Whatever your use, remember that you are responsible for ensuring that what you are doing is legal. Do not assume that just 
because we believe a book is in the public domain for users in the United States, that the work is also in the public domain for users in other 
countries. Whether a book is still in copyright varies from country to country, and we can't offer guidance on whether any specific use of 
any specific book is allowed. Please do not assume that a book's appearance in Google Book Search means it can be used in any manner 
any where in the world. Copyright infringement liability can be quite severe. 

About Google Book Search 

Google's mission is to organize the world's Information and to make it universally accessible and useful. Google Book Search helps readers 
discover the world's books while helping authors and publishers reach new audiences. You can search through the full text of this book on the web 



at |http : //books . google . com/ 



,::-^^>#fr+r 33/. 3^ [/i— 



KC \oo{ 



J^arbarö (College iLiftrarg 




FROM THE BEQUEST OF 

HENRY WARE WALES, M.D. 

Class of X838 



FOR BOOKS OF INTEREST TO THE 
SANSKRIT DEPARTMENT 




rUDSCHRIFT 



Toom 



NEÊRLAND'S INDIE. 



tijr'"tt*^ 3 



l'i -•'■:{■ 



" 1 ir» I 



VtJTIDSiOieiltfV 



toom 



NEÉRIiAJVD'8 INDIE. 



EEESTE JAARGANG. 



Twaaoa oaai.. 



mt^ 



BATAVIA,' 

TER LANDS- DRUKKERIJ. 

1838. 



'■ r I ' ^ u th 007 ^ 








INHOUD. 



Eêmige Reizen in de binnenlanden .van Bérnêo » 
door eenen Ambtenaar van het Gouvernew^êi^ , 
Im het Jamr éSU. {Vervolg wmm Mêdn. 4JS.) . 1 
Kmor in ^83dl. (Vervolg en êUt vmn Uadm. ¥iC.y 25 
Svietê van hei Eiland Noutakambavg^an* • • • 64 
Kieuw opgegraven Oudhedem in d# Mendêniio 

Kadoe , met een plaat • • . • • 70 

Een bezoek van Prima Uummik tav Obawj » in de 

Armenian Philantropie Academie te Calcu^a. 73 
De opvoeding van jongelingen in Indie* « . • 7f 
Eenige Reizen in de binnenlanden ^an B^mo » 
door eenen Ambtenaar van het Gouvetnement » 
in het jaar d8U. (Vervolg van Uadz. ^^.) • 81 

\ 



n INHOUD. 

Pagina 
De Oorzaken van d»n Oorlog op Java f van dSiS 

toÈ éSSO 102 

Javascko Taforoolen : 

!• HsxBVA. {Eeno oor$pronk$t^ke Vertelling uii 

de XrU eeuw.) 130 

Een liieuw Wereld Deel. 169 

De Middelen van hinnenlandeehe gomeeneohap in 

,de Vereenigdo' Staten 171 

Eenige Reizen in de Binnenlanden van Borneo , 

door eenen Ambtenaar van het Gouvernement ^ 

in het jaar 4Btk. (Vervolg en êlot van hladz. 

dO^.) 183 

WiLHXLMiirA » het echoone Meisje van Potsdam «, 200 
De jongste Mechaniesohe Uitvindingen in ver-* 

schillende takken der npverheid. ..... 237 

Kapitein Jaus Hobsbvbah 261 

Overleveringen hetrekkel^k de oude Javaansche 

Geschiedenis » en den val van het Modjopait- 

sche R^. . . . • . . . . . .... 363 

De KoehoêS 286 

De Heidenen of Badoewienen van Bantam. . . 206 

Z^n de Planeten bewoonde ; 905 

DoWaringie 349 

Korte aanstippingen nopens de Afdeeling Ben^ 

koelen . 343 

Bloei en Welvaart des Hollandsehen Handels in 

Indien 366 

Moord uit hebzucht • 387 

Djandi Mundut in d8S9 398 

Tempel Selo Grio 407 

Het Hof te Sourakarta . 410 



INHOUD. III 

• Pagina 
Aam dê Redactie 415 

Herinnering aan de Kaag. ........ 417 

De xware ia$i 42i 

TüEB-CülTIJVm II BbITIGK-IiDIX XV of JiTA : 

W^'ae 9an het hereiden dêr awarte Thee te Sud- 

de^a , t II Ofper^Aêeam 423 

Eene xamenepraak tueecken den heer C. A. Brmee, 
Superimtemdênt der Thee - Cultuur in Aêeam, • 

en de Chineeehe Thee-Makere 420 

Eenige aamnef*ingen omtrent de Thee^piant in 

Aeeam. . . . • . 433 

Beklimming van den Smiroe op den ;f8den Octoher 

d8S8 . . . . • , . . • . 446 

Korte aanteekeningen over het R^k van A{/in , 
voor Moo verre het zich uitetrekt van den hoek 
van Sinkel tot aan het zoogenaamd Groot-Affin, 
lange de Noordweetkuet van Sumatra, gelifk 
ook over de , tueecken dien hoek en de haai van 
Tappenolie gelegen , on^ankel^ke etaten Sin- 
kei, Tapoee en Baroee : epgemamkt op eene reie 
lange de kuet , tn het hegin van éSrt .... 454 

^ *••*• 476 

Qoenong Salak 43g 



I ■ * 

I . 




^i^bsichvitt 



TüOR 



NEERLAND'S INDIE. 



BOENEO. 

Üeni^e reizen in de Binnenlanden van dit Eiland^ 

door eenen Ambtenaar van het Gouvernement y 

in het jaar J824. 

(renrolg ran Usds. 413). 

Van Tahenio terug naar Banjermaêêing. 

Tan Tabëmo vertrokken wg in kleniê gewapende ruur* 
inigen , stevenden langt de koet naar Kwala Molueeo , ea 
begarren ons van daar naar Banjer» De riWer Molmeee 
ligt beoosten de groote rivier van Bu9j4rmüe9ing , der- 
xelrer monding is seer breed en nitttekend firaaL Na 
baar een kwartier uure te agn opgeyaren, kwainea w^ 
aan de plaat», waar vroeger een fortje gestaan hadt dat, 
in 1819, door de Da^akkére of see-roovers k afgeleopen» 
bfj welke gelegenkeid een Ënropeesdi onder -officier is 
vermoord geworden. In ket atgemeen wordt de moading 
dezer rivier door de Da^akkerê zeer onv^lig gemaakt. 
Be a^elegenheid dezer oorden » welke geheel onbewoond 
zgn y versebaift een goede gelegenbród aan dat woeste 
volk , om hunne znebt tot het zoogenaamde ioppen^ênelc^ 
ten te voldoen. Als zij een^ ongelnkkigen weerlozen aan- 
trefiEen , kan niets zijn hoofd redden , waarop die bar- 
baren belust z^n , ak op den grootsten schat welke kan 
ten deel kan vallen , dewgl z^ alleen da^-van onder 
Ie. j. 2e. s. 1. 



t 2 } 

knane tlainiiien, eer en aanzien kunnen yerkr^gea. Hei 
komt er daarbg in geenen deele op aan , of hei hoofil 
Tin vriend of vgand is, en of het door slnipmoord of 
door mm hildeadud wenl Terkro^Ba. Niawtar •okter 
aal de lafhartige Da^akter agn eigen leven veil itellen » 
maar altooi tracht hg » even als de tgger , aijn^ prooi te 
bespringen. De, geringste verzadiging brengt hem aaa 
het wankelen en doet hem niet aelden van den aantal 
afaien.— 'SSeker Engelschman heeft sich eens met een paar 
matrozen , uren lang tegen een overmagt van Dayakkers 
in deze rivier verdedigd , en eindeli|k nog gelukkig een 
terugtogt naar hei lort v^asi Tmhmia gedaan. — ^Zoo ge* 
beurde het ook eens » bij mgne aankonist van Java , dat 
wj tégen den avond met twee sloepen van boord gingen 
e»^ BaJi9 d* mMidinf van de Asu|/ereeA# rivier» ventekei^ 
è9aDmi^mif€héjptmuménTÊiUem liggen. De tweede dodf^ 
wiettLa ¥er achter waa» werd deor ces dezer praauwei^ 
aangarMd; maar een sm^haaosdM bnagt s# alle* 
♦ogenyjkkiigk aaa kei vijk^iy en.^ Dafakhêtm staken 
ia zee ^ nender den aaAval te durven herbalen*. De >bbuttr 
p$p^ en vergiftign ^jUjea die z« als vnpentei^ g^mir 
ken/ w^ veer £ttro|Mafien zwm' i^vaarl^ Jiiet ^ veeral 
np iên afstand wiMrep om. sehietgeweer d4o Oaffsikêr 
kewUsi kan- Men moet bii. hen slechte tegen verraai eti 
ovenraUei^ venkzaaHi a$n« want opeel^k dnrve» nü 
niete la ondernepen» vooral zoo het » dofor hen zoo zeer 
genraesd » > seUetgsweer èMrb^ in het spel keei^ , 

Da groote. rifier» wearvan wjj beven spr«A;eii«.i9 hm 
zeer die|^ en aelft voer gre^ete vaartuigen » tot «Aa Jftkpio 
Lampm^ hevaarbanr. Ifet d^nelve verlMden »c^,w9der 
nndene takkm wnlkn near de binionleidien tel Km^ 
nmm en TimraHgan iich nititr^Ufeii en derMsre . de 




l 3 J 

fprooMê gè^hfkihêU «i f#«akktl|kii0Ü taot dê» «frotr 
wmM froduüUm em vo^nd wma pepvr^ welke aUiMur in me- 
nigte «enie knnMO geteeld verden » Muibiedeo. De ni| 
g e g e y en Verjgftea » eütteni Aeve riTier en dervelTfr ge- 
meeneehep met het binnenlaad , waren eehter mat opper* 

Ven de Kmalm Mêiueeo bereikUii wy spoedig do Jnoo- 
éing der grooie Bm$^er§ch€ riyier. Dese «troom «• be^ 
Tssrlmer lei dkf in de IhM^enêühe boTOiiUadeii , wmt 
flfoseive beren oonq^eng neemt. Deselre is neer breed* 
▼•onl.ia de moading» weer men met^t ongewapend oog 
lüotgftlfk een kWa pree«w^ een de ereriijdo onder- 
nnfaeidttt knn« Dernelrer boer^Mi sfn * eren nle de gnn- 
•ebe k«it» woeet» eiib^o«w4 ^ leeg en moereM%: aan 
éam regtèr ee^er ImoA men ▼enebiUende kleine takken» 
w<élke meeatal naar de roying b eea cb e n loepen en neer 
^i nofaijl k B^m De toemaamete s$n lengte Jfoeenxig ; 
JSm^gié Aio^alo^ wmr liogi men -tot hèï hoi]ge land 
▼nm IWente Jcaa feoiÉen ; voorte S9sng£ê 0êr4^ PoêdoM, 
théjamg hmlê en eindere. Wanneer men rereebeiden 
dngretsén e^raari, irtnilt men de rivier nog oreral 
breed en dsèp» mnar «itgeneniÉind oenigo' weinige button » 
wdke ren t^d iet tfd 4oor de retting^tngderi aan- de_ 
teerden worden opgetlagen , niet men nieta dan strat- 
ken en beamèen» wiAe inot apen on waler^berten berolhi 
zTJn. Bij het binnenkomen der ririer treft men het ri- 
vier eilailkdje Poelo Kifget OMr. Oégété^ drie uren 
opTorende komt men aan fie monding Tan de kleine Bmn^ 
jêrêchê ririer» welke zich aldaar met de groote ririer 
vereenigt, en in eeno oostelijke rigting tot aan de hoofd- 
plaats Tan Banjêrma$9ing leidt. Dezelre wordt bier 
beschermd door eene kleine schans , vun Tu^il genooM » 

I». 



141 

die echter in eeiien >»lechteii slftai iïi. fiiaAeii drie ui^eakav 
men ran daar de Hoofdkampoiig Banjer l^eiken : on- 
derweg ziet men de Datjakêcke kampongi» Btsèsri-ey ^Ba^ 
gaauw en Bahauer , welke aan den. oeTrer der rivier 
gelegen zgn. 

In de nabigheid der hoofdplaats , vindt men y aan den 
regter oever , een opgehoogd stuk gronds , keiwdk ien-s^ 
ting lama, of de oude Versterking, genoemd wordt* Al>- 
daar was vroeger door den Sultan een ijzeren ketting over 
dé rivier gespannen , welke door gesehtft , <^ den boogen 
grond geplaatst > beschermd werd» Deze pkats en de 
schans van TuijU zijn de eenigste hoogé plekjes gronds > 
welke men van de moiiding der groote rivier toé hier 
aantreft^ zgnde de oevers» even als' een groot gedeelte der 
binnenlanden 9 laag en overütf o^ttid , zoo dat de huizen 
overal op palen gebouwd ziji^, en alleen de rivieren tot 
gemeenschap en overvoer van goederen moeten dienen , 
dewijl zulks over land onmogel^k is* B$ Tahenio en 
Martapoera begint het land eerst kooger en bergachtig 
te worden , en van daar kan men de oostkust over land 
bereiken 9 ofschoon deze reis , door woeste en onbevolkie 
streken, aan vele moeijel^kheden onderhevig is. 

Voortroe^ende troffen 'wij nog een rivier dlaadje aan , 
Foelo Rantauw KóliHng genoemd» waar eigenlek de 
Hoofdkampong Barder eerst een' aanvang neemt. 

( Be^hv^ving nan Bat^fermaaaing {*}. 

De Hoofd-negerij Banjermasszng , bij verkorting ook 
wel Banjer genoemd , bevat , voor zoo verre dezelve aan 



. (♦) Deze beschrijving \van Banjermassing is niet in 1824 maar 
later in 1828 vervaardigd. 



}M Gomv^rttémefti b^oort, de nar^lgande kwmfonftf «!•: 
4e Ciiiitteftche-kaiiip Kampong Lotyie, Amioêêan B^m 
MUOTf AmmroMg f .DêiBween f (lüdcer oever): 4e kaï»- 
p^ngs G^fmui^ Reiyiotr y Anta$$an EUfUl^ Rmwm 
Kween y Bindfei^ Djama. B^troe^ Soemgie B^ro^^ Pe^ 
kap03run , Klm^^em Beaaar ^ Ba^auWy BmhauêTf üe* 
êirié en «os Tu^l^ welken gexameB^ik eene bevolkuif 
▼au nagenoeg 3006 juekn bevaUen. • 

De karapoog Loéjd»^ op ket riTier eüan^e Tmim% go« 
l^pen 9 wordt aldufi ^èaoeaid aiaar kei GoaTtmemenit ela^ 
bÜMemeiit , keiwelk zieh ildaar bevindt. Het bestond 
vroeger uit een van igzor-boitten palen opgebonwde ver- 
etérking» binnen dewelke xiek de woningen der bninger* 
l^ke en militaire Mubtenaren , kaceme en 'alandt palümi^ 
sen bevonden: thana eidiUr vindt men daar all een, 
kei kantoor van don Resident, een offieiera woning, de 
kaïerne, benevena het kmidmagaijjn. De gaer-konten pa^ 
len zijn vroeger weggenomen > omdat- men veronderatelde,, 
dat dezelve veel tot de ongesondkeid van ket fort toe«* 
bragten. Later ii i^^ter eene paliaaaAering van nieum^ 
^ong (een boom die veel overeenkomst met een groote 
pinang - boom keeft) opgerigt , welke eokter zeer zwak 
ia en niet van langen dnur zal z%n daar dezelve in 1827 
aaet overkaaating opgeworpen is, toen de mnitelingen van de 
d»e$oen dit etablissement met eenen aanval bedreigden* 
De Aesident bewoont tkans een buis in Kampong' Ama'* 
Tengy niet verre van het oude reaidentio-bnia gelegen, 
waar naast de kommies mede zijn verbli|f heeft. De mili** 
taire kommandant woont . naast bet oude etablissement* 
De pakhuizen staan aan de andere zijde van hetzelve ei| 
iete verder op woont de ontvanger der in* en uitgaAnde 
regien , ter .plaatse,. waar zich. mede. ket tèlbmis bevflsdt. 



( « ] 

Ee» hêm^wofi Ungi éé ri?ier l<KKfè, Tkm dt^ RMtdesti 
wvuing %êt tmn hei ïqVMs ^ ie boon. Vaft étar kopl 
e«i And«re Wtfg aditer kei eiaèMMwineat aui^ homt men d« 
mNdiig Tl» de» ofllenr taa gesond&eiir^ hei afekaAhoi» ea 
•en paar anbtéiMAra weaiitgea aatttrèll» MWaar lan§» man 
weder tol ad^r ^ei hmè ran dm Eeafdêat en Kamft^ng 
j0Hër0ng konen kaa: vlak aek^ ket ètdbliiaement^ kopt 
een weg dwan door ket eikuid|6 Tutuê , w^e da mui-* 
takre w'eg geiiomiid wordt ^ en waarmede men in een en 
een kalf uur den oeir«r der gróote BiKt^ferêchê ririer be~ 
reikèa kan» op de koogte waar két rivier eUand|e JPea/o 
Kambén^ Hg t. Hier bevond siek troeger een klein for^ 
^a Pring Fniêrii genoeihd , kétw^ tkaai is iqgeirok^ 
kienl De mifitaire weg is tamebik breed en vooral in^ de 
drae^ monlHion leer bruikbaar^ en tbt kei verVoeraa 
vim geeakat gesókikt. Lange deaaelven loopt aea 
kl«in KaAaal » mede adiier ket ïott van Tttta9 keen 
■p^knde> en ziek in de rivier , ntidden in de koofdplaata» 
ontlastende. Het geVangenknis en ket kerkkof der Eui'o- 
ptanen sgn mede ^ aan deien weg gelegen. 

Op ket eilèndje Tataê bevinden siek nog de Kémp^ng 
Jmarong ^ toitfeken de kuiteh van den Resident en Mi* 
Müifen Koihmahdant gelegen^ Kampong AntaêBën Betar, 
JTteeeit^ Gi^'dm, Btt^fióer, Jmtmêêmn KtÜM, Rawa 
JTafeen Biné^ei en Kampoikg Ulfmwa. Dit eikndje wonit 
gevdrmd^ door de kleine Bmnjêrêehé ^ Murtmpóeraêokê 
rivier ^ wdka dêor de koeldplaats loopt en zkk op twae 
plaatse^ bi| lekAns wan Tmpll, en aan de Kmeèn met de 
^^rooto Ba^férê^ke ritiér Vereenigk De Ckuteeaeke Kaai^ 
pottg ligt vlak ovel* ket Gèmverdements «tabHssèment van 
Tmtm$ » aan de andere sfik der rivier » welke didaar niat 
neef bk^aad ie* Sckalns over ket rcddentia^knis is S^êngi 



1 ^ 1 

Loemhay Hwalk de MliiiAiiig tmi de Vontenkoden uil- 
maakt, en waar almede de Chitteeeche-kamp eindigt en 
dat. gedekte der booM-kampeng , hetwelk iua den Stiltan 
bekoort 9 een aanraag neemt. Aan dese agde tt^t dè 
Kwêen ef de riviertak , welke iMi met de greete Bmm^ 
Jêrêche ririer Tereenigt, de greneieMding tneedien Tataê 
•n dei Snltant grondgebied daar. Beneden de CMneeieke*- 
kaïnp lideen de Ge«Ternemeate k em pengi Bar& en SeeM- 
gió^haroy Pekapoerany Kla^an^Utmr^ Bëgnauw, en». 
Oroale seh^pen kunnen tot Tlak roor Tatmê of te midden 
ymn de koofiiplaate Bai^erwê^êêimg komen. Honderden 
lüleiii^ praanwtjee siet men daar de ririer op en neder en 
•Ter aa weder varen » daar er geen andere landwegen te 
Bmf{fér l)ettaan » dan die welke kierbet^n s|n opgenoemd* 
Zoodat alle gemeensekap, met de Ckineetdke ^ kanp es 
de a%elegen kaoqponge » lang» de riirier meet pkate keb* 
ken ; waarom dan ook de baadeU warev» b|| de beofdpUate, 
in de riTier ^p rlot-lraiaen , agn aUgekraamd , eo men 
deae nö0ral lAn de Ckineeeeke-JuHiy algemeen èaatreft. 
De opgeseteaen kebben kunne kaiaen op hooge palen 
aan da oerert der riyier gebouwd, waar de gronden meestal 
moerasefig en bQ hoog water geheel ^veritroomd a$n ; néê 
dat men dikwerf om ilfn' naaeten buurman ta bexoeken , 
aigtt toerlngt tot een praauwtfe nemen meat. De groiftd 
waarop bet etabliisemeni te Tata» gebouwd is , Is opga- 
. ko^gd en de weinige wegen , welke in de westmoasson 
gekeel onbruikbaar aijn, worden aldaar met Teel moeitei 
onderhouden. 

De k^aen tet^sGowremementa etablissement ia Tmtaê 
béhoorende , a^n allea id^n bèmbees ef pknken gebouwd, 
w^lke latftite soort aldaar Tféeg#r Tan Jap^ ia o^fst- 
gebragt. 



l » J 

' '. ' ' 1 . ,' 

De- Bétt{ferexpn «iammeji af van de Dajjahkert^ welke 
Ji9g,de binnenlanden van ^0it/6rma««»ii^ bewonen. Tot 
het Mahomedaansch geloof overgegaan , hebben, zij ^ich la- 
ter Tftn deze ^og woeste volkeren onderscheiden , en door 
Terbindtepissen en omgang met Jananen^ Maietfers, Boe-^ 
gj^n^xep^eik Chtneezen, veel van de. taalt zeden en gebruir 
ken dezer natiën overgenotpen. 

. D^ Inlan^sche verhalen schetsen den vroegeren en tegen- 
woordlgen staat van Ba^fermaffing Mm af. »De vr<oe* 
g^re Vorsten van Banjêrmaasing waren regtva^urdig ; Zje 
vfrli^tt^n de bezwaren hunner onderdanen zoowel geringe 
lieden als hovelingen. In alle zaken werd] goed. regt ger 
ipiroken^» naarvolgens Godsdienstige en aloude ^ebruiken^ 
In vroeigcire tijden bevonden zich ook geen Europeanen te 
Banjerma$$ing 9 en het gansche rijk behoorde aan : den 
Vor^ty.die. door niemand in zijn verlangen noch fi^ens^heix 
W^rd tegengegaan,, en het land naar zyn^ eigen vrijen wil 
iregeerde. Vroeger vonden de inwoners er ^emakkel^k 
een middel van bestaan en dreven eén^ onbelemmerden hanr, 
del. Tegenwoordig kennen Banjer* 9 Voraten , gedeelte-r 
}ijk geen regtvaArdigheid , noch medelyden jegensf hunne 
geringe onderdanen .meer , en beQogen alleen maai* voor-^ 
deelen voor zich zelve te behalen. In vele zaken wordt 
zander regt .beslist en worden geene 6odff4i^nstige gebrui- 
ken meer in acht genomen. Zoo er eenig geschil tusscheu 
een^ groeten en een' geringen man ontstaat , wordt het-i 
zelve voltijds ten voordeele van den eersten beslkty al 
heeft ook de geringe man het grootste regt voor zieh. 
Onder de tegenwoordige menschen heerschen veel bedrog 
en armoede tevens. Zij weten van geen eenstemmigheid. 




l « 1 

ii«eli. eéns^esiaiUiMd en leven in de grdotoèe Terw^dering» 
conder etiumder behnlfsaam te i$n. Vele VoriWn leve» 
ook ihamê aiel in geluk en terredenheid. Hnnnè voorr»* 
deren stonden in geen verbond met rreende Versten, en ' 
geen Europeanen bewoonden hunne landen. Thans blyft deH 
Vorst alleen of welligt nog niet eens de helft ran het rijk 
over: thans beeft hij welligt voor vreemde Vorsten en 
houdt daarom vriendschaps verbonden met anderen aan. 
De middelen van bestaan zijn voor de iqgeaetenen thans 
bezwaarlijk en hun handel is moeijelyk, hebbende de 
t^enwoordige menschen omalagtige en twist verwekkende 
gebruiken ingevoerd.'^ 

Het is eene waarheid dat de Banjerêxen , onder het 
bestuur van hunne Vorsten^ aan vele kwellingen onderhe- 
vig zijn; maar of hefe daarmede in vroeger tyden wel be- 
ter zal zijn gegaan, is niet te veronderstellen. On- 
dertusschen is het zeker , dat de bevolking in vroeger da- 
gen,^ minder belast was, of zoo veel aan hunne hoofden 
niet behoefde optebrengen, dewyl deze thans aaa meer- 
dere behoeften gewoon zijn geworden. De omgang en 
handel met Europeanen heeft daartoe zeker veel bijgedra- 
gen. 

. . De Banj tremen welke op 's Gouvernements grondgebied 
te Baf{ferma$$ing wonen, achten zich gelukkig en vin- 
den . eene reiligheid voor hunne personen en goederen , 
welke zij in de Vorstenlanden missen moeten : en indien ve-*, 
len niet voor de wraak hunner hoofden vreesden , zouden 
deze landen spoedig door yerhuizingen naar 's Gouverne- 
ments grondgebied ontvolkt raken. De landen welke te 
Banjerma$$ing onder het gebied van het Gouvernement 
staan zqq wel uitgestrekt , maar hebben, even als Borneo 
ia het algemeen, een zeer geringe bevolking: zelfs vermeen 



r 



lioj 

Ik d»i dt gwnHinl$ke GoaTernemaiitt prairlatm im Bmmt 
Jêrmaêsing geen 20^000 sielen hêvMen. De SoMaii daar* 
tntegeu bent in da fiinneiilaiidaii rrij Mhoana aa weSba*^ 
Talkta diitrictan, waarovar wg nag galegenhaid saUan 
babben in dan loop dezer aanteekeningea nader "^^i^Wif 
ie maken. 

Zeden en Gewoonten der Banjerezen. 

Ofseboon de seden en gebruiken der Bftnjerezen veel 
orereenkomst bebbeh met die der Javaiebe bereiking , en 
naar de Mahomedaanacbe wetten geaeboeid xgn » Termeen 
ik ecbter bier eene korte beacbriJTing van lommigen bnnr- 
ner gewoonten en plegtigbeden te kunnen laten Tolgen . 
welke welligt eenige bgdragen tot de kennis deser be- 
volking zullen opleveren. Wg maken alsoo met bunne 
huwel^keplegtigkeden een' aanvang. 

De priester moet het huweïyh met sijnen segen beves- 
tigen 9 waarb^ twee personen als getuigen vereisebt wor- 
den. Tot betzelve mag geen dwang plaats bebben , 
daar bet niet kan worden aangegaan dan met goedvin- 
den van bet meisje en baren vader of naaste bloedver- 
wanten. Men kan ook in geen wettig buwelgk treden mat 
de vrouw van een' ander , die niet vooraf bebooiiijk ge- 
scbeiden is. ^ de scheiding moeten vier maanden ver**' 
loepen^ voor de vrouw weder een ander buwel^ mag aan- 
gaan. Wijders wordt bij bet aangaan van een buwel^k 
vereisebt de verklaring van den man , dat bij deze z^ne 
bruid tot zijne wettige buisvrouw wil aannemen » zoomede 
bet schenken van bet huwelijks pand , door den man aan 
de vrouw y hetwelk nimmer minder dan twee realen of 
Vier ropQen bedragen kan» ën naar bet vermogen der 
jpersonen vermeerdert. Als deze vereischten tot bet huwe- 



["1 

l|k Tolbngt S9B , en hnóA mk hndèêg9m ii«h f «r« 
a«lleii^ inMréM tr rma WmU kiaUa faüUa (•g«T«iy 
WMTop rrieaén en MtBrarwtadlMi i#r ■m]t|dl gMo^dUfé 
woHUe es iieè Jonge puur niti wilar wordt Wtprotid; 
MM i^e^tlgMdL, velke 1^ de InlMdere wtunéi^mmmdi ^ 
èêrpuga maing genoemd werdi. De bmui werd! deor 
rrieoden en eioiTenrandleB uuur liei kdt tsb de ttoow 
begeleid , waar kg drie dagen en drie naditen TerUjiTeA 
■Met* Dee nMTgeni kernen de rronwen , welke den bmi- 
degom kegdiod kebkra , allerlei soeri i^ui g^bak ten ge- 
eekenke breagen» en '«avendi ferianwiltn niek oek de 
«annen ten kuise ran de jong getronwden , waar dan we» 
der een feett gegeren wordt. Nadai dese drie dagen wm» 
loepen «yn» gaan de Jong gek^oawden bf hunne Uoed?«r- 
waaten rond , om de grtnkwenaebingea deraehre te bennt- 
weerdeo. 

Eene tweede » niet minder belaagrgke plegtigbeid is b$ 
ken die bf ^e^rn/entetesi* Ak er ioBHuid tterll moet kot 
l|k worden gewaeaeken en omkleed. De gewone gdbeden 
Tan den oYerbdeoe worden daarna Torrigt , en kot l|k 
wordt TWTolgeoa ter aarde besteld. Voorts moeten 
er Godsduuiüge büeeokoamten , bq de Inlaadeni r#» 
Hhktm yenomnd ', roor de msi des OTOrledene gebonden 
worden^ Dit aliés is de dure pkgt der naastbestaanden y 
din door snlfcs te renraimen moeten boeten toot de aon- 
den 9 waarmede de orerledene beladen sonde knnnen we- 
sen. Wgders is bet Toegelfjk dat op den avond Tan den 
derden dag, waarop de orerledene begroTon is» de Pries- 
ters Ttrsameld worden » om gebeden toot den orerledene 
te do«n» noo ook op den Tden, 25stM, dOsten en lOOst» 
dag, waarna dese GodsdiensplegUgbeden een einde kunnen 



neme&é . Nof is kei Voegelijk dat» «en Jaar na het overMi^ 
de») dese .^^dsdienstige : bijeenkomst voor eenen dag hec^ 
haald worden^ Deie laatste plegtigheden worden echter jileè 
nitdrukk^ijk gevorderd , en zpuden, ingeval van verzuiin^ 
de uaoithiéstaanden niet bezwaren ^ zoodat een ieder naar. 
z4J«.vei'niogen en goedvinden hierin te werk kan gaan. 
.. Zoo de overledene goedenen 4>f bezittingen nalaat , is 
het gebruikelijk dat eene vrijwülige. gifte . daaruit naar 
billgkheiid gedaan wordt .aaa die gehen > w>eike de G^oda- 
dienstplegUgheden/ v«or hem hebbea lütgeoelend. Zoo 
dB afgestorvene geestelijke (§) of. wereldlijke schol*' 
den nalaat is. het noodzakelijk : dat dezeltre door de 
naastbestaanden uit. den boedel betaald wordam Als er 
daarna nog iets. overschiet» wordt tot 4e rer deeling daar*^ 
van onder de ordenamen overgegaan, daar de «rfenia 
niet aanvaard kan worden» alvorens de schulden van den 
overledene zijn afbetaald. 

. De spelen en vermaken der Banjerexen waren rrae*^ 
ger dezelfde» welke nu nog bg de Dm^akkers in ^ebmijc 
zijn» zoo als de spelen katombong en èalian, waarbij op 
eene langwerpige trom geslagen en tevens gezongen wordt» 
terwijl de mannen een' zoaderlingen dans daarbij uitoe*^ 
fenen ». door hunne armen telkens, in de hoogte uitteslaao 
en te gelijker tijd de kniêen eenigziiis te buigen. Zoo laten 
zij zich dan op en neder gaan » zonder met de voeten van 



(§) Ceesul^'k^ schulden zijn dezulke , welke betaald wbrdeii 
door de naastbestaanden, bij wijze van boetdoening , zoo dé over- 
ledene gedurende zjjn lev^n alle de pligten van dea Godsdienst 
niet naar behoren hoeft, waargenomen. ... 




[13 1 

den grond te koiacn. Het gaza^if dar Trouwa» èaUmm 
i^^tióeméf hMft 'ethe #oéita tre«rigkeid én iiitU*l»èkoiMr«» 
fjfkB roor het oor .yan fiartpemMo^ T^èn de- i^aW/aréxaéi 
l^t Hüiomedmasch ^dkvoi oiididad«B, IraakUft da tpaléA 
Tttditp 'ëti J>0f^it4aii^;'iii zwaaf', .mnrbg «pi aaoe tran 
gedageii wordt» 'en Tarsaheidan mannan udi iadar om \êA 
neailst bè^Terèn, alléhrlai Banra*- en p e ta arijaa ia iMkah 
en*liet volk doorga ganwp te yanükeiï, terwijl desé 
liedon^ paitdong9 gaaa a ui d , >riibaid btbben om aUali 
te «iten wat lij goadyinde» 9 waarbij dkn natnurl^ iii»r 
ii%ee4i Tiij wat ta lijdan Beeft. AHe kanna tütdrakkin^ 
gen of gezegden moéten eekter ap r^m gaacMèdan , kat» 
nrrik ieder banlrtelings doet. Velen manteii daark^ in 
geéstigktód uit, ofiMkoon ^oyer kei algeniaen da kiatek-* 
lieid bij derga^ke spakn g^e^ wordt uit kei oog yer« 
loren (f);-^D«ie |)«fC(foft^fpeIatt lijn nog tegenwoordig 
te Banjer zeer in zwang. De TOornaaBMite ipelors wo- 
nen te Amonta^f in de Vorstenlanden , van waar dbzalya 
inj plegtige gdegenkedeo naar Bat^sr ontbedr* wor- 
den. 

Een «pel , waaraan de Ba^ferêeke groote» zeer gekeebt 
fKkönen , is bet aldaar geiiaamd wordende orong^oróng 
êatangf ketweik b$ kawel^ken der Verstan gaapeeld 
wordt. Alle de Trouwen ran Voratel^ken bleiede zgn 
daarbij 9 in een priaebtig gewaad nüf^deit» rereeaigd» 
èit bewegen ziek ifa ket rond, in eehi cirkel, welke daar 



(t) Vergelijk hiermede de beschrijving van dergelijke spelen óp 
'jaya , m het stuk van den Heer J. I. van Sevenhovin , getiteld 
Java , ten dienste van hen die over dit eiland ^willen reizen ; In het 
Tydichrlft voor Ikériandsch Indig^ No. 4 bladz. lufi. 



^Miiè roode koord bepaald ïa , en waartegen de Trouwea 
nii iUb mg; iteuii9a. Vaa tijd tol tgd ^ werden W4« 
da kamden om dexe koord ^etlagen, welke beweg[ing 
4dtaoa in het rond en o{i de maat Tan een Ba^akêch^ 
muijk of Irem plaata beeft. Nu eena wordt de koord 
diior Inar losgelaten en klapf>en xe in de haaden , dan we^ 
der aliogeren ze met aenen «rm^ terwijl de andere hand 
de koord omvat. Üs er in de handen geklapt wordt, moei 
èa koord met den rag of de lendenen itrak gebouden 
wordea« Nadat de orong-'üv&ng hatang ia afgeloop^n , 
kenatt d« Vor«ten , am den hakêa dadap te ipelen. Zq 
al|iL davbg veorsian Tan een soort Tan p^I en boog , 
wselke dadap genaamd wordt. Zij iprijigaii daarbjj Teor 
«en* korten tijd in het rond , het eene been iteed» opiig^ 
tende es sdoh bnitengewoon en el bewegende, eren ale of 
sij Tan alle kanten verweren der w^ae moeiten te werk 
gaftti. Na de èmicMn dudup volgt da hahê^ tmmingr waarb^ 
een klein schild , lAming genaamd ^ en de ontbloate kri» 
gebfliiki worden. De aanvang van deze dane ïe langaaam 
en plegtstatig en daarna bij afwi&sellDg haastiger en wild « 
eT«n «la of nen een kampge vecht wilde voontellen. 

Toen de Bamjërezê» tot het MahomedaatiBCh overgingen 
•n door Sultans begonnen geregeerd te worden , werden 
de meer beschaafde Javaansche «pelen en danaen ingevoerde 
De Toomaamste da^er danien j die hier haïgal genoemd 
worden 9 eijn »er ander schei den, zoo ats degamóa^jcgslt 
gandot en andere n^ De gam6o bestaat alleen uït eene 
regelmatige beweging van handen en voeten , op de maat 
Tan aokere mus ijk , uUgeyoerd door een aantal mannen , 
welke mat pieken voor zien en alle eene, op dezelfde wijïo 
▼araerdo» kleeding drageov Ook wel oefenen kleine jongens 
dezelte uit, die ém met boog en p^ten gewapead z^n^ 



Maeii iteüf ia en Jwignigii tred ia ket reiHl ■pi'ifeai 
Dese ikuM leMriK ia t eymw aerdi^^beié ▼aa ém Saltèa». bg 
pligiiga k|^«>ilMMiea ^ mMÜgilea «tgaveeril» üi eek 
M 4e iMf-ileèie U jbekeortm De S^^ngmMiêt 
«Bata deer rreawen aiêgeréerd*. B9- de eende meeiea te 
Of de aMMi der maayk , hegieewi ea ele4%« hel ligihi— 
ea da armen hewegea ea dree^ea» seader deidaarb^ ga* 
seagea werdli Het k een reraWSk epel ea werdi bmI 
Teel piaehi deer de Yronwen der InleadeelM Priaeea» ia 
iegenwoerdiglMid ran dea Sattan » aitgeoefiiad. De |faa* 
lie^ if wai alftneea ep Jaaa onder dea aaaai vaa rea». 
^'a^e bekend ia» en vaarky eene Traav daaei en iereas 
zingt, terwijl de aMn.tegelgk tet den daas werdi iea<* 
gelaten. 

Da Termakea der inlaadaoke groeten keitaaa veorle 
ia d6,kertan:|agt.> die wf kdrea reedt keaekrerea kekr 
ben , en in: Jiet iehïMIietea aiet de baks. Het laaleta 
werdt ook dear, j fe ay t aeaaa # JCkimetnén en aadere kn* 
geaetanen aitgereerd. Da Veretea beüenaa aiek daarbg 
Tan bttksiB » welke geheel te J?ai(/erM0«efa^ ea ¥eeral 
te liagara ia de Vareteakadea» .venFaardigd arordeat 
en xeer goed wS^ De loaf vooral amet enTaAeterl(ik 
wesen, ofschoon het slot nog veel te wensckea orer- 
laat. De geareae afttand waarop naar de aehff geaekoten 
wordt ie raa vier tat r^f koaderd Toetea« Het aokff* 
eckieten gaat niet seldea met weddingedaippear vaer kleiae 
geldsommen , yergezeld. Sommige Vorsten sijn goede 
scherpscfaotters , en keUwn doer laagdnrige eeleaing een 
behendigkeid verkregeny welke waarlgk bewondering twt^ 
dieat ; aea anate de Paageraag Di Paiwik laa Aüadmt 
zeMea het mi ep eeneaafttaad^ aao sea kaaderd Toeten. 



[ 16] 

. De vroegere Jsiêsêing der Bèn^ePëaten WM'dieidtnftew 
gMcwoórdi^ Da^akkerêy en hiiiiKe «apemt ÜoiloiMléii ia''6Mi 
fwaard parang haigkndtr genaamd , hetweMc ia ibaaknel 
van 'de èeg€inwoordlge wi^enen ^ceer Teneëill. ftfet de iiH 
voering iraa hei MahomeilaaiiBcli geloof» veranderde ookimnae 
kleeding , welke echter tot. heden toe nog bij Bomnügiea in 
gelnniik is. De maatten dragen toegenaaide of loege kleedjes , 
een broak tot'«an de kniêen y een buisje en een hoofd- 
doek : de vrouwen toegenaaide of losse kleedjes , de ha'» 
èa^a en êêlindang 9 welke ov«r de liidLor schouder en 
in den regier arm geslingerd worden. Groot onderscheid , 
soo ak wgaetdoBr is er iusscfaen de hedandaagsche klee- 
éing en die van vroegere tijden. Toen droegen de man- 
nen korte buisjes zonder mouwen , en van voren x>pen , 
met knoopsgaten : daarbij kleedjes en krissen op de w^- 
«e der Javanen. De kleedjes waren van grof wit linnen 
vervaardigd , hetwelk in de rook gebloemd werd , door 
midd^ van papier , 200 dat de plaats, door bet papier be- 
dekt 9 wit bleef > terwijl het overige door den rook zwart 
werd gemaakt. De vrouwen droegen korte baaitjes met 
korte en wijde mouwen , alleen van eene opening aan den 
hals voorzien : voorts êêlindangê^ van rood, geel en groen 
gekleurde, Inlandsch geverfde stof, kmgambang tanon 
geheten. 

' Overigens dragen tegenwoordig de Banjertxen op ver- 
sdttUende wgze hunne^ kleeding , daar sommigen de Java<^ 
:neit, maar de meesten de Male^ér% en Botginexen navol- 
gen. 

. De kkeding der Vorsten is over het algemeen zeer op- 
gesmukt en verschillend. Bij de naaste bloedverwanten 
van den Sultan maken de diamanten den grootsten rijkdom 
der kleedlng ttü, terwigl- enkele Prinsen fraaie goudèiof- 



[in 

f#B tot kletiljat iMMbtB » mH §md «n silTwr gika ««- 
boor4» en buifiat Tfta ifiUtt «f llawadtfii tUf , vma ^vw* 
scUlkadé klMurea , Meatlal op èè JaTMUMok* w|m f«- 
MMki. Da SvlUn ia fawaaalgk aaiiTaiid% §aklaads I4 
pramkt by plagUga galafaahadLaii owi aan' niwaa 4kMMl, 
ran roiai 70 karaiaa , aaa if aaa hala , wdk kaaibaar |a« 
aUaata , aaa aaa aaaroadig kaardya gabaadaa , iat ap 4a 
borti aadarkaBgt.-4>a Traawaa aa daakiaraa étr Va ial a a 
B^a maaatal mai laiaak gaklaad , ro^nl waaaaar dto iaaa 
faaataa bjj daa Soliaa gagaraa wordaa. Da daabtar Taa 
diaa Varit, Rato Mohakbs gaaaamd, daaaia aaaa ap 
aan faaai, waarop wg gaaoodigd waraa, aa trok daar 
bara amaakroUa klaadiag, waika da bafalHga gaataMa 
dar danaaraa op aaaa aiarlfka wjjia daad ailka ia a a , aaaa 
aaadaaki. Da dia«anf>aa , waanaada af b) dia galagaa^ 
baid waa opgataoid , aag maa iai mtèh taaaabaa bara taa» 
dka aebiUaraa , aa soadan , rolgaaa opgara Taa ■aaiilfa 
Priasaa, op aan aulliaaa Rapfaa kaaaaa gaaahal wbr- 



Wat dé w^%€ van oorlogen der Bmi^erezon bèlréfl» 
Troagar waa bg ban gaan kmid , lood of aabiatgawaer ba* 
kandy an wiaiaa ig lieb ook gaana raratarkingan opta- 
warpan. Hunna wq>anan baatondan nift d^ blaaa-p9p» pjjl» 
piak» kria an paraag. 

nDa Tfoagara Hoofdan'' saggan da biatoria rarbalaa 
Taa Bmt^ermmoêing^ » waraa moadig aa oararaaagd. Va* 
Ua baddan aieh in haft gabargia garaaiigd 9 om kraahtaa 
ia Tarkrggan. Er waraa ar » dia bjjioadara Tanaogana aa 
bakwaambadan baiatan , an dia , onafbaakamk ala Vora« 
tan , boanaa rguid wai andar da oogan doratan ia sian. 
^ waraa oakwaiabaar aa baddaa baiiangawona Ug- 
le. j. 2e. f. 2. 



[18 1 

krschiea » kmnsMde onder «ttil«reii gver met hunne 
iMoiéen breken. Eenigen kenden allerlei soort Tan gedaan- 
ie - Terwisielinfen aannemen» en lich naar verklexing 
, grooter, kleiner en kalf onsi((ibaar maken. De tegen* 
treerdige lf«i^'#r#s#fi bezitten ecbter geen dezer heeda- 
nigfraden BMer, maar i^n toI ondeogden en gebreken, xoe* 
dat i^aii kinine wenaob^n en tei^langens niei y<4daan kan 
'w#rden, iérw^l de ouden siob door eer ^n braafheid de 
gmaaft rén h ee g er e weaens :Wiflten eigen te maken» en daar* 
door aUa gèede hoedanigheden wisten te rerkr jgen. Do 
^nitremên wa^xx, thans i^oo moedig en onverschrokken 
nisL 2g hebben eehter wapenen in geb|ruik zoo ak kris- 
eaa » piekeii » parangê » sabels en bezigen in den oorlog 
•ek eohielgewoer , zoo al|^ buksen » geweren 9 lillns en ka- 
nts^ Z9 werpen versehansingen op, doeh dezelye zijn niei 
ifgi9n hevigo aanyallen bettend en, strekken T;e^er em de 
sebande Tan een.regtséreeksche ringt, reor eenen korten 
igd t in dekken , alaoo x$ zieh niei lang in yfrsterimigen 
weten te verdedigen, en eindelijk genoodzaakt worden* <Mn 
wanhopig nitteyallen , te ylugten of zich oyertegeyen , als 
d^ Ttia^d geducht is,'' 

De ou4#^ yerhalen van fié^êrma$9img ayn, zoo als 
zl^l^ i|Mi dergeiyke besehrgyingen algemeen hei geyal 
ia^ o^erdreyen en fabelaciiiig. De 4mde iijden waren al-^ 
ioos de beste , zoo als ook hunne yooronders rerre he^ 
i^ganwoordig goeladii moeten overtroffen hebben. Wat 
hi^r iin ook yao. 9$» zoo kan men hei ^r Toor honden, dai 
de tegenwoordig^ Ain/e''^^M> <^r^ kei algemeen, ge*% 
Tiinsd en. lafhariig zijn. Z9 irftehien zich in den oor-> 
log doer h^i opwerpen yan yersterkiügen , in moeijelQk 
ierreiaA ia y^dedigen, «n 4^ yeelyuldigè moerassen en 
wateraehtig* bofaehen tm Rai^^rmaêêing geytn fa^n 



. 1 » 1 

datrtoe deêtkoeoÊU gelegenheid aao de hand. AaaVal- 
Iftttder wjjxe handeleii %% bij reitmsiijig of dMr rer*» 
iraad. 

£tn miliUire magt kas alleen in kleine praaawijea • 
waarin slechta twee mannlBn siiten kiümen » deie noerafe- 
grondéif bèseiten , terwyl het yaarwiler daarop dikwerf 
s«a latal 'is , dat de |Hraaiiwi|ot aehCer elkaaddr i^ée^Mi 
moeten. Op deie wgie heeft onder anderen dé «itmitin^ 
in de Bêcompa^ en Banjerêche boT'énlanden » in 1834 
•n 1825, dé Tersterkingen der mniteliogen 'aldaar noo- 
tèn naderen. De soldaten moesten nit de boomen in do* 
lelTe schieten , alsoo nergens ten plekje Testen gi'ond i# 
▼inden was. Uit de eene yersterking veijaagd » wieirpèa 
19» dieper landwaarts in, weder oéne andere op. Do 
wbostèy uitgestrekte en digte water-ïbosscheh bekttoA ton 
OMieiittal alle nbilüaire bewe(j;iiigea , terw^l er geaa niégl 
genoeg Toorhanden was , om de muitellngen ran allo ' kan* 
ion ie' kannen inslnilen. De laatste To^stehking welke* in 
èt \Béeompm^ genomen is , was uit ^a/sst-konteB booaea 
opgeworpen , welke aldaar in de bosschen in OTonrlood 
▼oor handen iQn. De omtrek was oen zwaar boaoh hot* 
welk geheel oteratroomd was. Het 'binnenste dor Torster* 
king wa^ geliotl «itgegraVen en stelde dns een water-kom 
diar. De paHssadoriOg was dnbbel en in de tussehenmim- 
Ie met kort en Térsèh bont opgevuld. De moitelingen 
waren gohnioTest in oenen gang , welke Tan bitanen tegen 
do palisftadèHng twaalf Toeten Tan den grond was aangelegd. 
Ben T^mwén dHe ponder en Toel klein geschat behoorden 
tot kanno TordecBgingsmlddolen. Hol gehikte den onsen 
ddio Vërsterkittg idtenemen, door eene Torsehansing fe« 
gon oTor deselTé optewerpon , waarop , met Toel moeite , 
éen swaar stuk geschat 'geplaatst werd. De Dm^kêek^ 



httlpbenden waren Tan weinig nut, en wiaten idleen maar 
te branden en te reoren. Kleine en goed gewapende 
praauwen komen , bij dergelijke expeditien » goed te pas , 
■00 om de toegangen der riyieren te beietten» ali om man- 
ièfaappen en leTenamiddelen oyerteroeren. 

Dat gededte der Banjerêche en Da^akêche berolking , 
keiwelk de nabgheid der aeestranden bewoont , heeft» boo 
door desselfs handelrerkeer met Europeanen , Javmnen 
en Boeginezen , als door geheimen omgang met de zee^ 
roorem , lich yan wapenen en geiehnt weten te yooriien » 
waaryan i$ sich op hunne yaartoigen bedienen. Het is ook 
dit gedeelte der beyolking y hetwelk yoor. minder Trees« 
aehtig en minder rustig kan gehouden worden » dan da 
Tolkeren » welke de Ommelanden yan Banjermaêêing be- 
wonen, en die, met uitsondering yan da Da^akêeke 
▼olkstammen , nog onder het gesag yan den Sultan yaa 
Banjermaêêing staan « 

Deie Daijaheche yolkeren , welke uit xoo yeel yer- 
schillende stammen bestaan , beoorlogen elkander bijna 
önophoudelgk en de zwakkere yerdedigt sich daarb^ im 
sQne yersterking, welke men in de nabgheid der kam- 
pongs aantreft, terwijl de aanyaller eene belegering be- 
gint , na alles , wat zich nog op het yeld of in de kam- 
pongs beyindt, geyangen genomen of afgemaakt te heb- 
ben. Zoo het terrein zulks toelaat beproeyen zij niet 
zelden de belegerde yersterking met een beweegbaar ge- 
yaarte, hetwelk op rollen yoortgefichoyen wordt , te nade- 
ren en intenemen. Benige Da ^'«JtJlrere hebben een wei- 
nig schietgeweer en kleine stukjes gesehut , waarmede zij 
eehter; moegelijk weten omtegaan. In het open yeld yech- 
tende , gebruiken zg het zwaard en schild , en de ge- 
heel binnenlands gdegen Da^akkere moeten in dit soort 



121 1 

Taa g#¥«eki ,. loo om luuiao meerdere ligelMaaMkrifUui » 
ak grooid belMiid%heid , bqioiider door bnano Bahuroa 
gotreood sgn. Op de riTiaroa voclitOBdo» gobndkon do 
Da^tJskf TÓór op buniio praaawon» oono rorsehaiitiag 
uit swaro IjzerkoatoD balkon bostaando, on bodionon 
aiob ran hnnno blaas^pqp mot rorgilttgo pyil|Of * 

Eon bolangrljk onderworp, waaroTor w^ ook nog eonl- 
go opmerkiogon wenfoken medetodeelen, is do volkêwljji 
én n^verhéid der Bmi^êre%9n. Do gronden te Bat^êr^ 
«laeof 1^ godoeltolök laag on watoraoktig, godeoltolgkkoog 
on bosdurgk ignde , aoo volgt biemit» dat ook do Tolkt- 
Tl^t aan ondonoboiden takken bettood wordt , en de oono 
landstreek daarin reel met de andere Torfobilt. De talr|ko 
booooben dor bovenlanden leveren bj voorbeeld vele voort- 
brengselen op, welke in de vllkke benedenlanden niet ge- 
vonden worden : alleen de rotting -bosscken seb^non op 
Bunjêrmmêêing vrg algemeen to sijn , en soo wel in do 
l^ven ab benedenlanden te liggen. Wg willen kier dut 
kortolfk de versehülendo takken van v<^ksvlijt en bodrijvon 
der ngverkeid trachten optegeven, welke in de onderseboi- 
don dirtriotoB » soo Gonternemonts- als Vorstenlanden , te 
JBmiÊfjêrmm9êing worden uitgeoefend. 
' Do ingesetenon van Banjer , hoofdplaats Dekween , 
Brmngme t on do ommestreken, draven bandol met do 
bovonkadsebo en overseeseho bevolking : sy sngdea rot- 
ting , at/»«-bladeron , kappen nieuwiong , planten padie, 
vru^ton en groenten ; xo sooken bars op do droogten 
aan de riviermoading , en kaffee garoe (iignamahe^} 
bij Oedjoeng Selat op de kost ; sg kappen hout voor 
ban gebruik > en bran^out ; a^ vimchen en draven een* 
kkinon kaadol op de rivier in do boofdpkats. Do ingoso- 



Unéikf welke Verder laiidwaai*«l« inwonen^ sod ak de Bm*> 
eompaijerir en dieiran Marahahan^ handekii met de Deei* 
êbêHMohê boyenlft&den; sij planten jvaifte, mijden r&iiiug^ 
maken roHing^mBLtten , nmndjei en ander ktthgereedsebap : 
Bij zoeken goud en kleine eteenijet (^uloe mana6akatt)f 
welke zeer gewild sjn en in vingen gezet worden. 

Die welke de volgende Vorstenlanden bewonen , als : 

NagurUr Leiioé ^ Soengi Bêmtr^ Amoentaj^ ^ Kalowa ^ 

Marampioeu j LeBontmaê » Tapetn , Balimoet» en om- 

nestreken ,' handelen met Banjer en de bovenlandea' tot 

Tthulöng f van welke laatste plaats ziï vogeiaeetjea » 

goad 9 matten (tikar kati) , en was bekomen. Men* viiulé 

vooral 'te Nagara htkwmBom goad« en ifzer^smeden, praan-r 

wén« en btïksen-makers. De Ingezetenen planten padU , 

vHi watèrmèloefien en andere vt*ueMen , êirie > pinang -, 

ilappa-'hiiotaeü , kapa9 , piper én koffij. Z9 maken olia 

en suiker, onderhouden kippen, en vooral ^een overvieed 

van eendvogels ; zi} weiden karbauioen ^ welke men in de 

be^edeiülanden te Bat^tr nergens aantreft f z^ maken 

vooi'ts kleederen van gjrof geweven stof, door vrouwen 

bereid. ' 

'Die van Tehalong en andere plaatsen , aan de grenzen 
van Banjermassing gelegen , planten ji^éicfoe, maken mat- 
ten (iikar katU' namban) 9 zamelen vogeli}e8|tes , hars, 
wlis en goUd: zo kappen ijker en ^ai^rn^er » houi vkhht 
huizen en vaartuigen : snijden rotHng en btm^ê^ en 
handelen met de oostwaarts gelegene plaatsen. 

De inwoners van Martapoera en dé bovenlanden Doe* 
kae^kirie en Doekoe'^kanan , mede aan den Vorst beheo-.* 
rende, graven en slypen diamanten: ze zoeken goud» 
filanten saikerriet, jMlitéy kapaê 9 koffij en pepei'^ dit 
laatste, préduet Wordt alleen ^ bevel vi^ de# iBiiUaa 






JMa m Tii^«ta «f de bui4«ii Lêmip mui* M Gd«?«^ 
jMMtti hAoQrmkéêf graTea gMcl, plMlM jmiA«» kUt^ 
•n peper , droogen berieTleeieli en kooraett , rieeefcea ^ 
mmép maken ir«e«te» BMtten (i<i«r |M«raii)» TemuM- 
lett êogfa^hmêU uuiiAn roUing^ pbmt^a TrqdtteB , 4pr#eA- 
tmï en bMilelen met Boê^fêr. 

Die yan de DoMoenêci^ landen* tliani aan M, GenTet- 
oaaient JMieerende » planten pmiiê > Tmehten^ graenlen , 
•aiden rotting y aoeken ^ler-erti» en pak^n. iier j aa 
snndieA regelnea<j^» wa«» witte Juure» sleenkart aa 
hexoar ; ze maken touwwerk, relltn^,- matten Imald- 
d e i fee la» draken -Uoed en ^ie; se kaf pen Urnngirt^n 
MMk jjaer-kout toot kniabouw» en aagan plank^ii raar 
^aanwen ; 19 Tenraar^en praauw • riemen en brengaii 
^oata balken af,, om rlot-lmiaen te .bouweiu 

Die ran Kurram , Sikoeng^ X>ajfaa en L^mmngmmg^ 
jBdde tpt het Gouvernement bekeoreiide » plakte» f^diê, 
angden rotting, samelen kari, maken matten (tikur tmtil, 
4f04kongê of kleine praauwtjea, kappen igier«en hlangi" 
#*4Pit-1^out en aoeken «as en hês^oofr^ 

Die van den . Dt^ak Bsqfou « me4e GouTernamenta 
landen» i^baten /^adiV, eng den rotting, maken rottimgr 
matten, zanielen was, draken-bloed, pto%oud, kfzp^fp 
witte bars en ate^a-bara; ze i^^n planken van i^ng" 
Uierirkoui, ei| maken gv^r-bouten |H*a^wen. Z^ bande- 
.lan met de borenland^n en bfengen }iunn^ . pradfioten , 
vooral r^t, naar^ni|/dr.af. 

Na bet bovemitaandé te. bobben iagezie/i kan fomMMMI- 
Ifk worden nagegaan^ w^lke df voornaamste bai|4!>k'|irM- 



ÏBèlm Toor den vdUNmr la Buf^ermmêêifÊg sga. Ik mM 
M éÏMéo onnooiig desdre aliiier te herliiléii , alle dtse 
Toortbrtngfelen warden naar Java , China , Poêh Pi's. 
nangy MaliMeat Riouwy Makai9€r 9 Balie en anderen 
|»laatsen uitgeroerd. Van daar wordt te BanjtrmoB^ 
êing daarentegen ingeroerd : rgst » sont » hetwelk thane 
iNor OenYememMitt rekening wordt aangebragt , taam- 
rinde» ttgen, olie; tabak, rood en swart garen, grof, 
wit en swart linnen, inlandsche geweefde kleedjes , hoofd- 
doeken ( batik ) , gestreept goed ( gingang ) , suiker , 
'ganbier, staal, tin, lood, koper, fijne witte, swarie 
en blaauwe katoenen ( moeie ) , fijn wit linnen , ehitaen 
en gererwde katoei\pn (kalomkaêiê) , nyden en katoenea 
gordels (ij inde) , ens. 

De meeste Toortbrengselen , welke in de Vorstenlanden 
Tallen , behooren tot den alleenhandel der Vorsten , soo 
als de kapaê, rogelnes^es, diamanten, rotting en pe- 
peer , welke dese producten tegen geringe prgsen Tan de 
opgesetenen opkoopen. De peper wordt thans minder 
geteeld dan Troeger , toen de Sultan belangrijke hoeToel* 
heden daarran aan de Oost • Indische Compagnie le- 
Torde. 

De. diamanten boTon de r^f of ses karaten mogen 
niet worden uitgoToerd , maar moeten bij Toorkeur aan 
den Sultan geleverd worden. Niettegenstaande dH tot- 
bod worden er echter rele groote diamanten ter sluik 
ttitgebregt. Voor den grooten diamant, die ruim «ercntig 
karaten weegt, en door den SulUn » gelijk wJj boren ge^ 
sien hebben, gedragen wordt, is aan den vloder 500 Spm. 
betaald geworden. Met de CbineeBclie jonk » welke ge- 
wooniyk alle jaren te Banj-ê-rmaêêing aankomt, ontvangt 
de Sultan rele goederen , welke aUe tot z^nen bijïonde- 



[25] 

ra» lymM Mênmt. M«t dit TmirtMg Ttri t»éi k^ «ok tmI 
rotting , wat » Togalnaa^at » liari#*-kaonMA an aadUra i« 
Cibtnn gewilda artikalan. Da B—ginêêMên^ walka ia lf««« 
y#r woonaektig 190» luuidelaA raal ap Mmkmêêer an &'ii- 
eap00ra, an brangan Taal rotting^ fsar aa slo%oad Baar 
darwaarta orar. 

Sailart éa Tr|jatalliiig raa dan Daaaaaanaailafi handal» af 
da arargang ran dia proyineia tot hat Nadarlandach Gau* 
▼amamani, ia de plaataaljjka kaadal ta Bmt^êrtMtêêing 9 
aaar taaganoman : an soo ook de Voraian aan nMar doalr 
BMÜg babaar in kat baaiiaran bannar landan wildon aan- 
nanMn, sanda ongaiw^fald da TolktTl|jt toanaman, d# 
Inndbaiur aanganoadigd an da kandal wordan oiigabrald» 

M. H. 

{Hei wervoig hierna). 



Timor in J8SJ. 

(rarrolg an alot yan blads. 400). 

Wy babban kianroran raada gaiagd , dat op kat ailand 
THmwr dria rolkataninian wardan gavondan, dia Tmn alkan« 
der in taal saer rarscMUan : kiarbfj %o\ide nog kunnaa 
gevoegd worden , dat de . bewonen der onderacbeidena 
eüanden, wdU&e in deze omatreken worden geronden» ieder 
eene taal op sieb aelre kebben» die weinig of geen 
orereenkomatBMtelkandar'daen biyken. Om randeseTer- 
aebaidenheid een beter denkbeeld %e garen , sal ik Uer 



r»] 



#tiiftir«k«ii wordfn gesproken* 



I 



tl 




dé falen w^elktf ntdasa 






52 

I 



I 



I 



I 



.ï.^ rt^ ^fS g 






Il 

si-i 
11^ 



k 



lis 



j E'S i^'3 ff§ §4* 03 = 



ioo 



s^ 






é .4 






i 



II-- 



Jj 8;32 



:S(Sz3 



3 ^=s>»>.S 






f-- 



B 



ÊaJ • .{ .5 »a.!i .o-d 



«'S--! ••:& -i .Si SS Saga'sgsis 



SgoSgJj.B.g' 




j IHIakMid^ri ie%êr gQira|t#a hebb#i^gf«a ^m gticihrif- 
i#A. Op het Poriiigt«fche gr^^Migebi^d koimeii ^i«r 
velen de taal dier natie lexen en sehrgren » en op he( 
Nederlandsek gebied van Timor en RêtHê » worden ook 
•emjgea gevonden» die koi.Malei^eh konden ^«en en aohrf^ 
Te» mei Laijnaehe lettern. 

: Tkant laten wj kieronder oTer deit oorêfirong , 4e g#-\ 
mmrdkêid en hvenêwifze der bevolking eenigf op»er 
koAgtfn roIg«n« 

.^ Pe TOlkeren deier landen hebben een seor flaaaw 
deakbeeld omtrent honnen oorsprongen gesokie^enie, waar-» 
yrmm de aporen tlechta kior en daar in de Tolkaliederei^ 
worden gevonden , ingewikkeld met donkere verdickUeleg 
TUI onwetendheid e« bijgeloof. Sommigen oatleenen kaane 
afkomst uit den Hemeii en eenigén zeggeivbS ▼frhuiaing 
i^n Ceram en andere eilanden kerwaarta te s§n goko-> 
vömm» JIdo dit ook sjj i» ket nogtana seker , dat alle deie 
liuiden door twee ond^noheiden raaaen van menackoA 
worden bewoond ; sjjode de eene taanakleurige met laag 
kVMur en rogelmatige weaenitrekken» en de andere iwart 
b^na den Papoe gelykende » met gekroesd haar als raq 
den mulat. 

De Rottineezen ontleenen hunne afkomst ran het eiland 
C^rK^n^ gelje^n in de groote Oost, en seggei\ bij kan* 
ae komut Rottie bewoond to hebben gevonden. Maar kun* 
ne bon^tneming tu^ dat eili^nd» heeft de oorspronkelijke .in"> 
^oorlingen van ket land naar Timor en andere eilanden doe^ 
T^rkoizen» en die welke achter zjjn gebleven» alhoewel zij 
^Ud regt van eerste bezitneming hebben verloren, genieten 
nog d^ onderscheiding van den naam van Toean T«n^ 
(Heor^it def lunde)^ en bloeden de priesterlijke waar- 



digh«id. Men lutn echter tmedieii dese heide gtdtuchlUn 
in taal, leden en gebruiken > tkani geen verschil uMer 
vinden. 

Vó6r de komst der Portogeesen» waren de velkeren 4e^ 
zer landen in eenen staat van wildheid » waarvan de «po-» 
ren nog seer kenbaar i^n in den tegenwoordigen slaat 
hunner maatschappelyke samenleving. De Rottineezen seg- 
gen dat sg te dien tyd in horden van de eene plaats 
klaar de andere zwierven y sich legerden onder boom«ti en 
in rotsholten » en bij gebrek aan gereedschappen de ribbel 
van dieren gebruikten om den grond omtespitten. De 
Portugeezen waren de eersten, die het gebruik van gsereii 
gereedschappen onder hen invoerden : zg begonnen toen 
huizen te bouwen en padie te planten. • 

Onder de inwoners van Koepang Vindt men mensohen 
uit de onderscheidene volkstammen dezer gewesten , wier 
woest voorkomen, bijzondere kleeding, en houding de 
duidelgkste kenmerken dragen van hunne nog onbeschaaf- 
de zeden en weinigen omgang met verlichte volkeren. Maar 
hunne maatschappelijke zamenleving meer vui nabg be- 
schouwende, ontwaart men des niet te min dat dit volk 
in zachtheid en goedaardigheid , en ook in beleefdheid en 
gastvrijheid met vele Inlandsche volkeren van den oos- 
terschen Archipel gelijkstaat. 

Als de . meest uitstekende kenmerken van het karakter 
dezer volkeren kan men opgeven , dat zg zeer onderwor- 
pen zijn jegens hunne meerderen: zij schuwen den vrée»- 
deling , en den Europeaan boven allen ; zg beminnen het 
vermaak buitengewoon , vooral het dansen en zingen. Mes 
beschuldigt hen echter van vadsigheid en domheid , dooh 
hieromtrent staan zg, mgns inziens, gelijk met de meeste 
tropische volkeren ; en de redenen , waai*om zij in besdü- 



[»1 

Ting nog soo rèt Urn aektareM sga , noeten kooMMkt^k 
wmrden gesocki ia InuindM g«brekkigeii rtgariag i foim» en 
de weinige sekerbeid dié men bg hunne wetten rinét» veer 
perwenen en eigcndonmieni IntoMehen liebben demeoMkea 
deser kndeneen geed begrip Van wat regt en enregt it* 
en xgn neer erkentel^k voer emM bill^ke bebindeling imm 
de Javanen en Sumatranen. 

tlei koppenêneiienf ^tirelk man deie yelkea» eren ali'aui 
da Da^akkerê en Al/orexen wordi ten ktte g^egd» ie b(( 
hen niet in dien ijsingwekkendea graad ale orer bet algemeen 
geaegd wordt. Deie grawddaad bepaalt aieb in dese om- 
afreken fleehte tot het onthoofden der Taanden in den atr^d, 
wier koppen als teekenen der behaalde lege of van aan den 
dag gelegden noed» worden yerteond» en rerrolgent Toer 
bei hnii raa den Vorst , op staken wonden geiet on to 
dienen tot atsdnrik iqner T^landen. 

OTorigens Tindt men onder dese mensehen. weinig mie* 
^deh Tan crinineelen aard: noord en plindering a^'n op 
Ttnor b^na onbekend » waanran tot bewgs kan strekken 
dat de Treemdelingen , Tooral dé Ckineeaen , skebts Taa 
een of twee Toigers Torgeaeld, met. Innme handelswaren, 
het geheele land in de grootste Teiügheid dóoHrekken. 

In het oog loopend is de eerbied , welken de eaderda* - 
nea , Tooral op TVner aaa hnnne Vorsten toedragen : a{ 
besehouwen de Vorsten als aenen 'der s<4n> en gdiefligd 
tot. den troon, en de sehending Tav dit regt, sonde ais 
de grootste heHigsehennis worden aaagenerkt* ' . 

Do leTenswöae Tan de boTolking op Timor en omlig- 
gende eilanden iê keer eeuTondlg. Zij wonen in geen ge- 
regelde karapongs, maar liggen TOrspreid door het geheele 
knd , welMgt omdat a$ dikw^ls Tan ^ond moeten Ter- 
wisselen , om htLume djagemgAmiA^etL aaftteleggen , en ook 



waartekf^^ ^^ '^^^ ^ oniirekfceti mü fl* Hebren dten- 
ften en andere willekeurige luimen der Hoefden* 

0e woningen ■§ n in dexe omtreken 1^$na oteral ^elgk , 
sf nde kleine faniten op konteit ■Iglen gebouwd ». atet eene 
Tloer koog ran den grond > en net een dak rlan óeit^h^ 
VJaderen » dat bijna tot aan den grond reikt en teyena toi 
wand rerstrekt ; eene kleiiw opening ' dient tot eene 
denr , waardoor men eerder kruipen dan gaan kan. De 
Hoofden bewonen echter betere buizen y die op som* 
mige eilanden met iedjoey of gemoette gedekl wórden; 
0e bnisen zgn gewoonl^k ran eene omheining Toonden 
Tün 'èamèoe of op elkander geetapelde koraal 8ieefl[en% 
waarin de heetten worden bèwaard.-^Zij hebben niet Teef 
httiaraad» een paar tiékar» om op te slapeny eenige man^ 
den yau de. /onfar-bladen gemaakt, om koorn te bëwa-^ 
ren , eene parang , een boalemmermes y een geweer , die 
het"beiitten , eénige aarde potten en pannen » een spinne- 
wiel én een weefgetouw» is bijna alles wat men in het huüi 
Tan eene gewoonen Inlander Tindt'. Omtrent het- eten , 
nfn sip ook .niet neer kiesch^ Tan smaak: paaréeTleetefa 
isr kun eene lekken^ , een goede Tette zwarte hond ie 
GodeÉ^kost dèr Smf^oneetseri 9 eu een stak gedroogde widrr 
Ti*ek sa eén lekkere hSeet Toor de Soloreeaen* Het wil- 
de dier wordt niet geVild ,. mhar in stnkjtes TèrdeeM met 
httid en haar. . 0et hobfdToedsel dezer eilanibVs is editer 
de Turksche tarwe ; de rijst wordt slechts hij feitlTitëiten 
gebruikt, en in de kost der voorname Hoofden. — Hunne 
kleedin^ bestaat meest in grof Hu n en ^ waarvan de klee- 
dingstukken door de Frouwen worden gemaakt. Het lin^ 
oen van elk land wordt door een bijzonder patroon on- 
deficheldent bg voorbeeld de Timoresêche Ueedjet bebbeo 
é$n^ witten grond, verBierd aan de randen mei bloem werk 



l w 1 

TMi reoda «a Mmmwi» ■chafcarinf^ fil|kilie vattiU ^'i^« 
y#«, dk «p /«va wordan gefaadta: éê RoiiimmMsm^ 
SmvjmMXéB'mk Sttmimnsmaêm hebben bysa deMltée eeeri 
TW Ueedjes» ib.de Timareêzen; mei d«i «lulertebeid 
aHe«i » dei hiui«e kleedjes «ver hel «Igemeeii «e»' blea»^ 
wen grond hebben , mei wii en rood bloemwerk tan de 
nuiden , ef griieel hn 4mk irerm ren een ekinéé of een 
smimaaicb Upfi zQn gemaeki:.bei Uanen ven de &/•<» 
reesen Is dearenie^n wii mei reode of bUMuve lireepeAr 
gelïjk. de gingen. 

, Pe Tim^reêMen beden sich böan aoe ü; en n|a eier kei 
algemeen niei xlndelgk in hnnne leTenewIJM»— ^Oe mnnnmi 
di^eii een kleedje heiwelk boren de henp TMlgemenki* 
ioi em de knieën hengi , en een tweede dergelfk .kleedde 
deck ipinder breed wordi eb eene band em de buik ge** 
wonden: het boreniie blgft ongedekt: aan de armen dragen 
aï ringen van qyoer en ajlTor, en over- den Unher teken- 
der ka^gi ^^ae rebxak die p^t okder dfn arm reikt. DeM 
sak ia gemaakt ren een lap Unneja Tan de groette van een 
afW4<^ » waiirTaQ de Tier pmten sgn Taatgewaakt aan 
Ap eindig Tan tve^ koerde^ behangen «ei allerlei rii^pan 
Tan si^Tfip.y.fTo^r en beom gemaakt, naar den imaakea 
da rerkiexing Tan den drager.. Deae aak ediget eep 
pronkainlc Tan den Timareêê ie x^jn» en bekebt in: aidi 
alles ^ wat. hjH gedurende den d^ noodig heeft: deaelTe ie 
tqI Tfui,doei^es en koker^^s,; de dooijea ign Tan de /ent 
/ar-bk|der€|n en de kolder Tan ^iimiee ef k^ilai^ê , allee 
met Teel sifia^ en netheid gemaakt en ^iet fraai in$werk 
Toorsieni defe. doosjes en kokerijea, beTratten in aiek 
luJk , e(nV, tabak en andere kleuMgheden. Ook Tindt 
m^^ in dezelfden aak een spiegelde , een lepel Tan kaorn 
gemaakt om er mede te eien^ en a)tgd h4>btn. 19 «an ^ 



[321 

■|Mr kdkerl|M mei raanwe r^t > tan einde 4»p pkaiem 
wêT S9 Termeeiieii sieklen of ongelukkeB , of andere oa- 
keilen nantetreffen, eeoige korrdi er teq te stroof^; en 
Eoo doende liel ongeluk ie ontkomen: ig • dragen ook 
eenige veMekende bladeren bg lich om den doivel afte- 
werenf 

De Timorêêê laai sgn haar seer renrüderd opsehieten 
en yai de geheele massa te zamen , mei een doek of lap- 
linnen boven de kruin ran hei hoofd, latende hei bo- 
yenste gedeelte goed door elkander yerwarren om een 
hoog opstaand bos yan zamengepaki gekruld haar op h^i 
Hoofd te yormen, waardoor. hij een zeer woest yoorkomen 
kr^gi. Dit bos haar dient hem ook yoor een hoofi* 
kussen 9 en moei bijzonder dienstig zijn tegen de stralen 
der brandende zon , die in October en November hier 
eene geweldige kraehi heeft. 

De Röttineezên en Savoneezen hebben b^na dezellie 
kïeeding als de Timoreezen , met uitzondering dat de 
Rottineesten lang haar dragen, 'iwelk zij behooii$k kammen 
en onderhouden en zich met eenen hoed dekken , genaakt 
ymn ^M/ar-bladeB of geitenyel » of ook wel van zeildoek. 
De Saponeexen onderscheiden zieh yan aUe de overige 
volkeren in Awe omstreken door hunne zindelgkheid : zfj 
zijn tevens de schoonste menschen onder deze eilanders : zj 
reinigen zich dikwijls mei baden, en ondeiiiouden het 
haar met welriekende olie: zij dekken het hoofd mei een 
doek.' De Soloreeê dekt het hoofd mei een doek en soms 
bindt h$ het haar te zamenmei een /on/nr-blad : zijne ge- 
wone kleeding is eene zeer wijde broek, veel naar een zak 
gelijkende, met eene korte verdeeling tnsschen de knieën, 
gel^k-de dragt van de turken. Omtrent de kleeding 
der hóofyien is hier voren reeds gesproken. 



[33 1 

. De TTomren sga an cUsa kadilrekêtt Mirytiiiff 
saam «i gediemtig: s$. i|jii oak niet sao geboadM 
4ie shafihBlke iqgeiogaiilieid , waartoe bare seze ia aadere 
deelen van Indiê» door wangimst of suelit naar roordeel word^ 
gedwongen: s^ danpen en singen kier in kei openbaar t ge^ 
samentlgk met de mannen » met in ael^neming raa aUe 
welroegel^kbeid. Zg beminnen de blemnen bnitengewoen » 
en Egn leer net op bet baar » betwelk sorgyoldig wordt 
onderbonden en opgeiet mei een ron^e knoop Tan aebterent 
gelgk de iondi der alaTen- meiden op Jawa. 

De kleeding yan eeae TimorettoAe vronw ima raag be- 
staat in een klee^e in de rondte geetreepi> een mibaaitje 
0iet lange mouwen , . terw^l een tweede klee^e meeiial 
met rood bloemwerk getekakeerd, soodanig kmiaUnga 
orer de borsten wordt gealagen , dat men soa Boenen dat 
kei een tweede baaitje, sonder mouwen was: twee, lange 
kraal -snoeren bangen kruislings over rug en berst» 
terwgl .Terscbeiden kleinere snoeren kralen den , kals 
Tersferen, en eene seer dun fatlsgen gouden plaaif 
Tan de grootte Tan een pannekoek» op den boesemba^gi. 
fioTon den elleboog aan de beide armen draagt %% dikke 
xilveren ringen» en aan de bandgewriebten Tersebei den 
ringen ; Tan. $Toor en sÜTor, en de ooren sQn Tonderd 
met lange snoeren kralen» met stukjes goud er aan; 
kei boofd is omwonden mei een' gOTouwen doek die kei 
Toorboofd dekt» en onder de kondig rtJï aeUer ge- 
knoopt wordt. Op dexen doek aan bet Toorste gedeelte 
wordt e^n gouden of sÜToren balTemaan-Tormig Ter- 
siersel Tasigebecbt ; bet baar wordt Torsierd mei Tole 
bloemen. 

De Rottinêêêehê Trouwen kleeden sicb b^na als de Tt- 
sioreeeeAe mei dit onderscbeid aUeen»dat sg onder de 
!•. j. 2e. s. 3. 



134] 

toféên lyQ wi|t0 tan koaselmiideB , ee&%e moeren kra- 
len dragen, «n boven de enkek twee ruigen «raa goud «f 
«ater hebben : bij léÉttviieilen dragen v^ een bauije zon- 
^ inonwen me* bande^ ran yoren , beiwelk gekedL Tan 
Veelkienrige kralen is fttmengeateld, en bijna xespond weegt$ 
'dan bebben %% ook een krans ran kralen om bet boofd, 
ifie bet baar te vamen hondt. 

De Sattntéetehe vronwen «^n reel eenToudiger in hare 
tieeding , on 4ragen het haar met eene scheiding Tan bot 
Toorhoofd tot aan de kmin door bet nddden loopende, ^ 
gebonden' Tan aebter^en met een' knoof di» op den nek 
Iwngt : het fii een groot sieraad bij de«e yrouwon om de 
Toorste tanden geheel weg te Tjlen , coodat men er tóeta 
meer Tan kan lien dan bet tandrleeeèb. De dogel^- 
iMAie kleenfing der Tronwen o?«r bet algemeen bestaat in 
*wn enldeil sdLTormig klee^e dat nmBr éé heupen m^ een 
iaroti of band aan bet ^( wordt Tastgónaekt , waarTan 
liet onderste gedeelte 'tot aan de onkeAs hangt , ea bet 
bÖTenste de borvten beiekl. - > 

'lyè'iKgéqktfdie werkMmiAeid der maimon btestwat éa 
bét ^dnwen Tan litdsen, fn bét nanleggen -en %oi«iden 
'tin. r^A^eéi ^«gem^'^Teldcna^ %et tappm Tan fo«^, 
Vn %tet aankweeikèn Tan paarden , ^ar^óth^em , edkapen en 
geften 9 en In aBe Terdere veld^oensten. 
- ^Aan de TTDirwen is opgedragen hieft ptanlten Wan dé ^n^ 
iBa en ^tfag&ng , Wt inzamelen en nOar hnis brengen ^nm 
Ifen loogsf, biet wêtenTnn dettooffigo kleedingstnbken Toer 
lè 'hafebotrfing , %tet maken Ttm de nóod%e matjes en 
uaiidèn Toorïnnsgebridk , het phniften Tan tébv^ , Istftoen 
en indigo, het lorgen Toor de varkens, het koken, ^en nISe 
Verdere Imbcfienrten, iroodaft over bet algemeen de vrou- 
'Wen meer 4d doen fadHben üan 'de mannen* 



1^5 11 

^ Wmi hiliiiie wa}miu. en w^%ê vdm oot^gek Wlfcfi, ib 
jhei o#sttlijk gefleoHe ' van Tim^r êaof'ét tÜMoién vita 
Sèlar, en ilte ovatiirAhn, gébtuM mèn flen'pgt •» bM^ 
jM ««è lAAgw«rpig soUld raa s^m' ligt hè^ gehafttk^ 
'De )M|1 .van dèn Sotorêeè wordi rén eea hard riiA 
•TarFaarJigd, ¥at>r«eiiiaa de [iiiat via «fpatttkëohnTp gé^ 
iBaakteitippeh-of geiien*!»^!!, o£ ook ^reljvam^ilnrf haAwèlk 
iia kat liet söodaaig iRoA-dt iageitoèena; datdiiet bq ieifvagia^ 
ligt iulD braken';' de Iniog is aiaes^l vaa' I^Aiftoa' gèr- 
dbAakt flói Het €ailar» on deAadiyan te ipanAen, (Wardi.Mrei^ 
ymrilgd taa de JibngaiMia wortdb yM 4^ mp^^^k^^ioatÊk 
•cMMi tMrt TM .waUiRgi.' ia hfit .iMateliïk ' § biatUe . 
.Haa Tdm^r ta /op .dtf ewlge aSdodea ;Sa'4^e ^anafarek^ 
4;4leg9n 119 di^ .wapen eehter^èb^keiid; op de meefte d«tar 
UnUn'h(^& è4% gebruik lestn jüai gemaakt > tinêi elk v]»fer- 
jb^^A m^ «an-.aebi^gesriartaeet'boaiUba; zo»der ihdUialk 
hw» wai«ig aanakOfi «La de .iMRtsabap|iï Jteèrdt'tpegri(eod» 
;ojr^mg#ai ibrt»bfia ]bij ^èlyMM^» aaae' leant tjié ,boaw^9 
gfttfk Aie jftOke jd<)ar liet t^tlk <viaa Mm§indaéamm af 
WitiW^lifr düor 4e Mernoam-ftfiriNrftt giëbnd)a» ^ jloeaffreea 
4iiar4t |fai»«lai»d/ ^de Jsiagas jeenè digte 'pie|£. 
: Pft'iiiOKa: iiHbi .aarle^OA 4>nder deaé rtJ^^ên $ 'mmff mü 
m^4^ ejBMflaatft wi^éU jmdet^aonigaiMAr^cyilany .laaar 
S0 ;4aadzak4a.'ianr|9e\;ei9ealjHr€^d|Murniede vérkeidUii É^ti!, 
jhoiifa pviar bsf^ldig^eaiata op èeézeUde neer: • , 

'oAaiwr dia ^bhupafiUe mi^t, dle.Oe Varsten afw kaane 'on*- 
jAerglMsktktpaa ia daai laiiditnek|ia uitoéfeAaa / hnii miaië 
«^^ètei trertakafCftn' .aal 4^ knnde >oobeacbaafde karbi- 
dijogtealden imunitea teagal teTierea» jdqo is li^ nategaaa» 
^t.anAa^ eeiie ^«^leviag, waar kétiiegtTandeiisterksten 
Mfjeat' geldig üs / .Tele' oorlogen ek oneeaigbédén noeieii 

plaats hebben. Als een Radja van Timor oorlogen Krtl', 

3». 



136J 

laat hg eerst zgne ondergeschikte hoofden en de er«iijr- 
brantêê yersamelen; hij maakt hen bekend met de redenea 
waarom hg den oorlog rerklaart » daarna worden de Gedett 
geraadpleegd en de ingewanden der offerdieren ondenooht, 
en als de waarnemingen geene kwade voorteekens aandniden 
dan trekt het leger naar het reld als een troep wilde meo- 
sdMn> maakt reel geraas en leren ^ en Ternielt alles wai 
het Tan den ygand tegen komt. Aan den Tijand genaderd 
zijnde» blijft het leger staan, en eenige der orang^hraniêM 
treden yeor en beginnen met een aantal scheldwoord^ 
hunne tegenpartg tot een kamp-gerecht nlt te dagen; 
dan hiertoe komen z% nooit» daar de menschen deser laa** 
den nimmer openl^k rechten. Na afloop ran deze woord- 
wisseling gaan de orang^èraniêê 9 en rerbergen zich 
achter hinderlagen, om eene gunstige gelegenheid af te 
wachten ten einde een* uitral te doen ; en dit duurt 
zoo lang » tot dat zij een of twee koppen ran den rgand 
z^n meester geworden» onrersohiltig of zij ran rrouwen, 
gnjsaards of minderjarigen z^n; daarop koeren zy naar huis 
terug» en brengen de Goden offers toe roor de behaalde 
zege. De rgandeiyke koppen worden bg de naburige Tor- 
sten rond gedragen als blijken ran hunnen heldenmoed» en 
oreral waar zg komen worden maaltgden aangerigt ais een 
blgk rab onderscheiding. Zg dansen en zingen om deze 
koppen» en heflfeneen soort ran treurlied aan»waarb9 
onder zoo reel barbaarschheid» ook reel geroel ran menseh- 
lierencUieid aan den dag wordt gelegd. Bij roorbeield .z$ 
beklagen het lot ran hunne rganden. Zg rerontschuldlgen 
zich over hét Vergoten bloed» en rragen aan de ontrompte 
koppen» waarom zg hunne rijenden zijn geworden en ef 
het niet beter ware indien zg goede rrienden waren ge<* 
bieren. 




(371 

•Na «fliH»p d«r CifttiTiMi«a> die soms toi aaoa Aiuid 
iiire», worden de koppen een eeae sleek gekengen die 
deerioe reor hel huis ren den Regent ilnnl. 

litemede eindigt de oorlog» eli de nldos orerwonnen 
T^ittd tot reden wil komen ; andere wordt b|j gelegenheid 
dexe beweging hervat. 

Het regt der volkeren of ttileiand van wapenen worden 
door hen weinig geëerbiedigd, ofsehoon het gebruik onder 
hen medebrengt, d^ oniehendbaarheid ran een^ afgeiant te 
erkennen* Het teeken ran toelating ran een^ geiant, ie 
het yerwiaeelen ran de t»erte-sak, tosiehen de weders^d- 
aehe a%evaardigden. 2^ doeeen aieh in hnnae beste 
kleederen uit» als sg ten oorlog trekken, en hnnne reor- 
Yoehters ondM*sdieiden aieh in het b|sender door hwine 
kleeding en wapenrusting. Den Toonrofhter neent Men 
ep Timer, orang^BrmnU of mee; aïne wapens bestaan 
«it een sehielgeweer of donderbus, eepe piek en eene 
eêpada; het gerest ran de ëêpadm is behangen net 
rood goTorwd bokkenhaar, op het nudden.Tan de s^we- 
de pronkt een lange pluim ran allerlei TogelTod/tren , 
doonrloohten met rood gererwd bokkenhaar en sllTeren 
takjes , die, als de eepaifa herisontal gdiouden wordt , 
regt op staat, en anders achteruit steekt, en als het 
ware tot eene rlag dient. De êêpadm hangt orer den 
littker sdbouder, en wordt met een^ linnen gordel aan de 
syde rast gemaakt, fieren de enkels drasgt hg ailToren 
ringen, en onder de luuieén worden snoeren ran kleine 
koperen heileges gebonden* Aan de beide armen, beven 
den elleboog , drajsgt 1^ Tole sware ringen ran ^yoor of 
aÜTor: eok de gewriditen worden rersierd met minder 
gpr«ote ringen. 
: Zfjne kleeding bestaat uit een kleeiye dat met een lede* 



f 38] 

irm bttiic949rdel asn het Itjf wo^Üt rMtgeviméki éii tot bin- 
der de kafe^ haiêf^. Au» dèn buUigordei h«^ h^ een piw 
iroontasch tot herffiaff run kmid en loóA » eii daar naMit 
iMiigt een' kmidkoorn met ftjii kruié toot de pÉH ; déze 
f iitrooQftaseti i« ook tetiderd mei k^^érëii crn füveren kiio^ 
pen. Soms draagt hrj een zilveren btikbaad. Heft Bg- 
dbaaiü wordt bedekt ftieé een rok feonder mdwea» ifteest 
Yhn rood laken öf fluweel gemaakt, én Tersierd mei pai^ 
éement en i^ilveren knoopen, trèaliroor UeM de ofieuwe 
NederlandbcÉe kalye gulden - êtnkj'es gebruikt worden; op 
hhi boofd drtragt b^ èène biroge ttftLtH die kégélformig op- 
looplf. DéEè miAè wotdt ran /oitiar-bladeren gemaakt^ ei» 
Tèrt<ngéü»'mét'Temo1ieidèn doeken Vao bi^n dik bedekt^ 
èénigé érk^es'göAd^én dlT^e^-pÏEissemèflt, fluweel, roéfd 
éil blattü#^ lakéft^ 'die in allerlei ftgttrèfl er lum jgenttuid' 
Wdi^deü , dièineb tot Ftrderéelen en eallig» zövtfreü ## 
geiden platen, die "aan dezelve w'erdeK gèbangeii, dIeneÉF 
t&% oiidériiétieiding van dëh nftoed dés dfdrgers^ 

-Dk ofeBtig^dr^nttê rsitk 'def RotiiHééaen én SaiJbH'eektH^ 
dorsen zich uit bfjbét-éVe^nt &ls de TsMt^rèe^, mei ttittoil-^ 
di^ing dat d& Saifahee'êche veldbeërefl , mtfrt^é^klè g&^ 
naiind , ringéa van goud^ %ï^et en kraléd ottder de kiAkék- 
l»tidea< aaa de aftiien^ kobbètf zij ook ringen mM; ddekeU' 
beliangèti , en </p het bi^ofd dragëri «ij yefscMelden êoékmit 
Wer elkander gebtfaden, in èèn t&fA Vétn éêa' tolbllBïli 
prèhkeiide niet eëtt^ ^bte fkïté méan Van goed goMl 
iTélke atfn détt tüllfaifd boten kirt ' v«^brhoêld> #«rdll g«- 
plftkt ! et^ bèt fldg^keèn gfiA dd' IfittfeilèeireiSe Mi)n»f it^A»* 
rl^ér tüt^edosoM d'to dë Ttirii^l^^éiicAisf bf*»ng4itanfiê\ 

'Jbt Sblotéeiehé VèldMU'lfr'è^ oadéi^beS^n ziek doo^ -ku^- 
tagoïe of nedoh , zijnde een hoofddragt , -dkt ais' e%ll$ 
bnYid "bA voèH^odfta ttift ti^* dë odflén^ d^tv èrt to^4é>ei^^ 



{9»| 

aehUr het hoofd Wordt vaitfMiMtkt, DcM hmA wordt 
TiA kc^n gemaakt» on is oiDwo«doa «loi lumoii of rood 
lakon: vdi in^elxe verheffeo .sidi drio, ook «oi. kkêtt 
kekloodo, uitstokeude takke» » ter koogio tiui kfnt oo» 
Toot« wwrrjuk da mld4eltte on moosi nikiekoiido* ¥kk. 
bovon hot voorhoofd komt to ttaao $ oa do twoo Mdoroit 
naast do oorea. Dp oindoa Taii doio uiUtokoAdo takkoA 
£^n -yooraieit ran Tligfoljes^ torwjl s« ops^do, laagt do 
ooren, met rood gererwdbokkenhaarwordoabohlMigoa; 070« 
rigoao Js doze booldkond roriiord mot kraloa oa rogol- 
▼oderoA vaa rorookOknide. klooron. U% draaft «on aino 
UnkorjHJde don pijloa koof, oon' laiui» oaooa lift b afiro r - 
pj^ sckUd, oa aaa do rogtot* ^$ de blooto ê$pad0 êt 
kbwung : kv dokA aubk mot /onlar-kladoroa > dia i» vor« 
sebiUoado ijf Ui^e» kaafon » on kooi o^n aoor wooot tomt* 
komen geven. 

Oader/ d^^eammk^n A0er ^ibm^n olfnkot daoao» «I 
aingon do .^Qr^oomto | bot/doMHilo« ia ho» aiiot «Aool 
oabok^»d« : daèr %% kiortoo fi^rioboidfli boaiad»foii yrm 
de. EuropwnêfK ^ Gh4n0000n lkebj}j»n o^argoiMiaion» dook 
kot wor4A wetnlg :godaaa# 

ia.de loonkanst afin «f nog. aoor ton artdoreai Yff of 
xoo.stttka kloine Jhnraooko^oiifo, k^a Mm folfko |p*ootto 
oOb toon^oon OM irom jaakaotffenoogaaoai allo die mo^^lïkido 
instrumenten ult^welko ia énê oMMdrokon9»ordOngobnUkk* 

Onder koi doMiml «iFonaon z^^iii^^ door oifconjor èf Jen 
awa to k^doM^ ia o«ioa« okAohtofiai#t»i küng ^ waaraaA 
aoo wmA Inaaaon, db v>ooalrei| dool nèaiep^ «War Mi i#l 
JÉBi tde^r alkitedor fftvmagêt^ '#ar do «Uaaoa Maat joIf» 
kaïiAer Irtaan » m de; irranMtt ook .aliooA Ugvo».. f^ 
aamataatda* iB.hfi ttOdon iraa dsuJcmnf» onteftM» 



140 1 

giMnu^^ aan» dai door de overigen ia ehoro wordt beant- 
woord : dit noemt de Timoreêê tona*tona. , Op dé BUtot 
fBXk dit gesang» 't welk eoma van ilagen op de gong rw^ 
geaeld gaat, dtfnst men in de rondte , met eene zackte 
beweging en regehnatige stappen » geërenredigd aan de 
miat Ti^n de maxijk. De gezangen zijn zeer eentoonigy 
dook niet ontbloot van melodie ; roorid dat gedeelte 't 
w^ door. de rronwen wordt gezongen ii zeer aangenaam 
Toor ket gekoor. 

' Oe Rottineexên zijn in knnne Termaken betekaafder 
dan de'Ttfltoreeiseit.* zij kebben, bekalren den boven be- 
•ekreren ronden dans , bet tonrnooi spel voor de mannen, 
en nog een dans de poekoigong genaamd» die zoowel door 
mannen als vroawen wordt nitgeroerd, en waarby veel be- 
weging Tan banden , roeten en ligekaam wordt vereisekt, 
om de maat van de mozgk by te bonden. 

De Soloreexen zgn eekter in knnne yermaken zeer woest 
2m dansen ook In eenen kring met 'mannen en Trouwen 
kand aan kand» op de maat Tan eene trom» waarop door 
twee personen » ieder met twee stokjes in de band , met 
geweld wordt geklopt; dit gaat ook Tan slagen op de 
gong en de maat der gezangen Torgezeld. De kring Tan 
den dans wèrdt niet gekeel gesloten » er blgft alt$d 
eene opening , welke door een' Toonreekter met zgne ka- 
tagole op ket ko4tfd» en eene bloote hïewanf^ in de 
kand , al dansend wordt bewaakt. 
' De meeste dansmrs zgn met J'oii^iir-bladen bekangen, en 
kebben aan de knieën bossen tui bokkenkaar geboaden: 
ket sek^nt dat z|j ziek er op toeleggen , om ziekzidTen 
een woest Toorkoaien te geren, en ten einde dit oogoMrk 
nog ii^^r ^ berorderea maken %^ , zonder ondersekeid 
Tan sekse, ruim gebruik ran sterken drank. Over ket 



[411 

a%eiii«en zfa de lolasdert ▼«& deie gewMien grooU li«f- 
ktbbert Tan.sftarken drank: m«t een enkel glaa^e armk 
kan men Tan een' Soiorêêê meer gedaan kragen t dan 
net een hand toI gdid yan een' Jm^man aonde knaaen 
worden Terwaeht : bq gebrek aan arak gebmiken ie Varee, 
sfttde hei met Juruiden gegiiievoeht ran de ioniër^ho^m, 
aaden i^emk genoemd. 

Alle deie Tormaken en leesten in dese omitreken gaan 
-rergexeld van eene vr^'heid en ongekoniielde blfdaehap , 
wdkè alleen aan kinderen eigen ie. 

. DeAwipe/^iteffgesehiedenhiery soo als op vele plaateen 
op Suwiutra, door de betaling van sekere som gelds 
aan de ouders van het meisje i hetgeen op Sumaira ^^'ee- 
4foer en hier ieiliêê wordt, genoemd. (*) 

Op Timor wordt de 6e//iet gesteld ep ƒ 30 tot /80 
naar den rang yan de ouders. Er worden ook hnwelqken 
ToUrokken • zonder dadelgke roldoening ran de je//tee» 
in welk geval de man de ouders van de vrouw volgt , en 
de kinders van een dusdanig huwel|jk by de ouders van de 
vronw blijven, tot dat het bedrag van de bêlliêê voldaan is. 

De gemeene man neemt in deae omstreken éene vrouw , 
maar oader de Hoofden, vooral Regenten, is de veelwjveqj 
neer algemeen. 

Bg geboorten 9 worden geene bgsondere pligtplegingen 
iBaditgenomen ; soms geeft men een klein fcest op den 
zevenden dag -na de geboorte, waarop het kind een 
bekomt. 



C} VergelQk hts ^er hu Jhlandsck Muttr in de hmnenimUkn 
¥sn PaUmèang ^ ytn den Heer j: C. Rstnst, in hec Ifdsckr* 
vmlkéH. ImüB No. 4. ptg. 363 eaz. 



|4S] 

£g lU öêgraiêtHêBên IninMr Igken déei de Vreet r^elr 
eese oasigibfire tenfeawooriUglieiA der geesten van •relr.-r: 
ledeneB, de volkeren deier landen réle plegiigfaedeti in 
a«litBeaiett. Op Timor zegk men did » M) kei overlgdeiir 
▼an eenen regerenden Voni» de ImiageiiooteB kiane drettf^r 
hM te kennen gemm doer laide te glUem, terw^ er tè« 
yens veel geschoten wordt uit hand geweren en klein '^0^ 
eehot. Van aller wisgen ketnen de aenseken em deel.* te 
nepen £9 het-drecrng reomral ^ die danopraime niaalÉivdav 
worden onthaald ; de hoornen en pooten der dieren» wett» 
bij dusdanige gelegendheid worden geslagt, worden aaa 
het otferhuis gehragt. t>aamu wordt het lifk met de bes- 
te kleéderen aangekleed en op eéne taM geplaatst ; Att 
oogeii^ , neus , mond , ooren en boi^t , trorden gedekt met 
's Rijks sieraden/ bestaande ttit eeïiige gouden en zilvefM 
pktèn ; ed de hals wordt behangen ttket slioeréü ran goud 
én kralen. 'Aldus bl^ft h^ 1^ twee dagen figgen oiEn aan 
hét publiek rerloond' te woi-den, wa&Vna het^^elVè in eene 
luchtige kist "Wordt gesloten en in eèh datirrool^ afgezon- 
derd huis bewaard 9 om na de behoéihing tan éenen op- 
tolger in t>l^ts ran deh «térledéne, te trerden 'begra-^ 
Tén. 

Gedurende déKé plechtigheid wórden ér ook ttüialtifdetr 
gegeven , en wordt er veel geschoten. De opvo%er t>e- 
neemd Isfmde, w<KrdeA de neodige veqrbereidi|i#en ge- 
mankt voor 4e fesMvj^teo "der begv«venis« mutir^emm 
den 9esUent^<} de AmWenairM «ft Bw|[ers) en ,a]ilQ 4e om^ 
liggende Radjas en Hoofden mede uitnoodig^ '£lk^^^ 
noodigde wordt bij aankomst gegroet met een salut.nit 
handgeweer ef klein ges^hnt. De genoodigdea veip^apMild 
n^nde werdt ieder hnttsier; 'naar n^enrang^» een geeehenk 
aangeboden 9 bestaande xd% ffuadfom ^ Hilvtoren.Jplatett, 



nmoéren Tan knAen «o kleêdye» » en tb ée gati«i U«nMl« 
1»ttTréd%4 *^f wordl kei i^k Mar Ust graf §aArag«as 



maar al» «ea der gastol tre%ar# hei heoi aangab«4Mf^a« 
•dbajik' aaateaoÉen 9 «tn wordt EttaalYa moü laag Tardak^ 
l^alii tot déi kif beiraétigd ia, waat Tvar dat aUa da gaa* 
feil ar geaoage»' meda nemaa nuig ket lijk uat waggaAra* 
gèn wordan. 

- Na: afloop Tan éeMê fiUgtpIagiag wordt éê kkit BMt kat 
l^k i^t kat kan godragaa : hiarop bagmt man amypkaada** 
lÊfii to' «ekietaa , da yroawaa kaffin aao knd gagil aaa ^ 
en met eene gaaiaakte garoaUghaid , traektaa sg da dra«» 
gérs , ket wegbrei^n THa dê kM ta beléitea. Daah ad 
a^a t^d fimg alt het wttra kterovar mat da dragara gawar-« 
atald ta kakken , neman si| kat roarkoman aan aÜ af sa 
Tan TOnaaéidfaaid keawakan : aa nli aa dna den etr^ bêh* 
ban opgegdvan, verral^en da dragera huttnan weg nalif 
het gvaf • NtUM hai lijk in ket graf ia aaergalaten, wardt 
ket mat aarde gedekt , an piaatat men ibwrop wat rijst 4 
kip))eii, klmppUi tirie^ piwawg^ ena», onTaraekillig af 
de ovededena aen Chrbtaa éi Haidan waa. Daaraa kaa* 
ren alle^ die ket lijk rergezelfl kébban naar het alarf ktiia 
tamg i em deel te nemen aan ^ rralijka maalt^dan 
die daarop volgen , an Torsekeiden dagen daran 9 an 
wam-bf^ vaal gedronken au gespeeld wardt. Oaderw^l 
schiet men nog onophoudelijk , en bi) het heengaan Tan 
ék»tk gast wordt aan salat gedaan; 

'Tan aanaien tan dan gèamaoen flmk wèrdan <^eeajia pl%^ 
lüsgtugett itt acht ganaman ; kf woiidt aanfakdlg andaria 
aan*^ be|p%Tak , «n mka geafl aaoü aén idaaitifd van aaa 

Wat d0n midhéuv> en A» Hf #ef4ia%*tf bktreft , ^ «ai^ 



[44] 

Big plMiMB in Nederlftndtch Indié 9 saI fl^n ónsai iniitm 
de bet^lküig in bet rmk van den landbouw » leo Terr« 
ten aebteren Tinden als in dese gewMten. De eerste sii^ 
tot eene geregelde «iUNreidinig Tan desen tak Tan arbeid , 
is sel& nog niet gedaan : ' w^ bedelen namel^k de gere« 
gelde Tordeeling Tan den grond en de onsebendbaariieid 
Tan besit. De mensehen bebooren er eobter niet tot de 
▼issebers ' of zwenrende herders , want sij leTen in gere-- 
gelde maatsehappijen , en de landbouw, hoe gebrekkig 
ook , is de Toorname zorg hunner werkzaamheden. De 
Torderingen die zij tot nog toe in de landboun^uinde heb«- 
ben genüiakt zgn zoo onTohnaakt, dat het bijna- niet de 
moeite waardig is » er ewiig gewag Tan te maken. De 
ploeg is onder hen nog niet bekend; At padie en dja^^ 
gong zijjn de Toornaamste Toorwerpen Tan landbouw* 7S^ 
fbflU«i At padie op natten en droegen grond, hetgeen 
door hen wordt genoemd padit-^air en 'padit-t^otdjang: 
de ifagong wordt geplant op hoogen , meest klipaehtlgen 
grond» en de Telden noemt men hthon élfagong. De op- 
brengst der natte Telden wordt geschat op acht-en-twintig- 
tot taehtig-TOudig , .on die der drooge Telden Tan tien tot 
Tptien. Deze geringe opbrengst is niet zoo zeer aan 
de hoedanigheid Tan den grond toetesehriJTen , alf wel 
hoofdzakelijk aan de gebrekkige wQze der bewerking Tan 
de Telden. 

De bereiding Tan een nat Told Toor de jiaifie- plant 
geschiedt als Tolgt. In de maand Februarg , wanneer de 
grond door den regen zacht is gemaakt, worden eenlge 
karlouaftn in het te bereiden Teld gejaagd , die eenlge 
dagen oTor hetzelTO heen en weder gaan , om de aarde 
los te maken. Nadat aldus de grond Tan het Teld zeer 
zacht is getrapt , wordt de padie , die tot zaad moet die* 



aen 9 oTer ketselTe rondgaiirooid : op tonunigo piMliett 
laten bij eeliter kei laad een i op oen afsonéarmk tt«k 
grond opseluetaii » om daarna to wordoii rorplaal. Na do 
planiii^ wordt het veld aan do lorg dor nalnnr oTorgo- 
laton on men bekommert lick niet meer 9 OTor kei wiodoft 
of nilrooigen van ket onkruid , dat te geljik met do |Ni« 
€fao opeck^t. De oogtt wordi ingesomold in do maan- 
den Jul^ en Augnttat, wanneer Trouwen en kinderea siek 
bij een rersamelen, om de.pad$€ Tan de kolmon te itroo- ' 
pen y en in manden te bewaren. 

De kooge landen » welke in deso omstreken worden bo« 
bouwd, ondergaan bjjna doselfde bewerking als do g^gmê 
op Jmva* Wanneer men nameljik oen' dnsdanigen grond 
wil bebouwen^ wordt de plok uitgesookt; de kooge boomon 
worden omgebakt » en na ze droog s^n » gosam^|k tot» 
brand : nadat Tenrolgens ket Told gesnlTerd is Tan do 
ona%ebrande stompen en takken » plaat men daarop orer 
bot algemeen ^f^fong, padi€, giorsty tabak, katoen en 
eenigo groenten door elkander. Hot beboawen Tan moor- 
dor grond dan noodig is Toor de bekooAon 9 besekoawt do 
IVotoreet ab een keiligsdiennis» terw^ de toelating Tan 
een** Troemdeling op i$n Told ook by kern als oen saeri- 
logio doorgaat : zeker een Tornnftigo nitTindbig ; daar do 
wetten Tan kot lAnd ontoereikend zfn, om kom to bo- 
^ se&«rmen tegen willekenrigo sekonding Tan s^n mgendom » 
zoo neemt kg ket b^geloof to baat » om do onTolmaakt- 
keid der wet te dekken. 

Met betrekking tot de TooHbron^Mlen; der n^werieid 
dezer eilanders Talt ook weinig b^zondors te zeggen , i^bar 
onder ken tot nog «toe geeno mannfsotttren Tan oonig oan- 
belang Toor don kaadel bekend Zfn. Do geringe i»» 
dnetrie wo&o bg do boTotting woUit aangetroien» moot 



r 40 1 

ma geen gebrek van natuurlijk vennoten der lueu- 
ifik^n worden toegetchrevéii , maar wel san «Ie weinige 
•knnioedïgin^ welke ze hiertoe vinden, onder «ene on- 
rcyaln&tige en willekeurige régorin^, waarbij eigendom- 
mén en rermogen de grootste vrjanden der bezitters 
mmrden. Immers in de kleinigheden , welke door ben 
^oor bun dagelijkseh gebruik worden gemaakt, bespeurt 
mèn eenen graad yan Tindingri|kbeid en smaak, dia niet al- 
le#ii Teel beloafl bij eene toeuemende beschanng, maar ook 
de duideiykste kenmerken draagt run een e hoogere vat- 
^Mkrheid , daa die welke door hen aau den da^ wordt ge- 
iefjd» Het kappeu van het Bandei-hont en inzamelen Tan 
ide iras der bgen , maken thans de Toornaamste lakketi 
idtr BiJFerheid van de Tim^^rsezen uit, die de^e aKikelen 
4egen de noodige voortbrengsels van vreemde manu ftttsttir en 
"i^errailen. 

Oe reateelt is ook een deel der bezigheden dezer eilaa- 
'éBrSf ea het maken van ;siroop uit bet voóbt van de lont mr- 
hewaï r ia , na den landbouw , een van de voornaamste 
'iNFerksaamheden der R&ttifteexen en Havoneezen, 

D0 Saiortexen ernereji zicb mei de vischvangst» en «r- 
•4o4>^en de traan en het gedroogd vleescb Tan den ivalviBOh, 
'Het is in het oog vallend dat behalven de Saiore^x^rty die 
ittóedlge zeelieden i?ji goede visadiers zijn , ge ene dar ove- 
4«^ «ilanderg in deze emstreken eenig werk van aaabe-, 
^i»^ van de vissscberij makoii , te meer daar de ïee al- 
hier 100 rijk bedeeld is aan goeden viscb. Op alle de in 
ideae iMUptreken gelegen eilaudeu , vooral iïö//t\ï , wordt 
iMi^s de kust een e genoegzame hoeve el beid «out voor 
•eigvn gebruik gemaakt, door uitdain|iing van zeewater 
iiiètii;iiur ,en vooi namenlijk in ds ton, waartoe de luüht- 
tl^Méeldheid «Ibier iü de oost-m ou«son bgrcmdar gefecUkl it, 



lil] 

dMT hii weder in dai jaargtiidé seer ilr««g fn be- 
stendig blijfl.. 

IM io«( nu Jav§ ^iwtlk ^eene seo «uimeetïke tek 
inMi ittBilel fstti deM eeiie^alMM AmI»^ miitaht». hefft 
s$]i weg herw^nréfl «eg «et ^gevond^a , /waereel^iillik «nr 
dat tet jumé^lietweik hkr geautakt ni^ nïe* allAm im 
«e«e leer f^ede hoedunghcid is^^.naer fek hMer koep 
wiirdt Terkoflü Jae bei wma /iwa ]t^ w(»dee Aengehiti^ ; 
^^d wit sent werdt ep Km^^pamg legee ƒ 4 4e fikel 
T«rke^t« De inkttdero güireikeM kier aokter .weiiug jhm4: 
4U yieek werdt eogesvttftett in de soa gedneagd , ee deer 
sij meer «m de «oftker geweon «vp» ie# ie èet 
seeit ender ktai ook esne oaindóne iiehsefta > dma b^ ide 
oeeterscèe ToliDerèii in bet elgiOMen. 

Ofierigeni aiaekt eUc lM&|geBi4 Foer eigen gebrnik, 
de aeodige «arden f etten en pannen , «meI^i en maaden 
^ven Teraddilende greette «n gndaatnite tan 4e ImUmtp-^fkm- 
^en ; ekmeie êitiê - doemn en. Uiïne inandjea, en Jbokein 
^mn $4»mi09 en h a h t^é ê ^ neer fimni üevnrkt en ivna 
bleeniPfrwrk ireercien. Be Xo/lAteenen niaktnn eok. mn 
de l^d<f^4Aaden » ef«p X«tM» i^mmg geimiÉii » 4p»»- 
decken ^ ^aaipi»«n #p • üCW/mi^ • aeil^ ^'enor.' idfceine oaanr* 
iüigen wei%tt '^t^raardigd. : . ( . 

* tfet benoèd^d'liönen ^iwt Uéedingtflelakei» 'wem^f dnor 
te '▼r^ntrai.geniattkt ^ ifier tadk'iwt eek tt; som de.itadmk 
tfe bereiieni CM^'WlMlk Ie Uérvan eeoe <góede béedeniy- 
biM >eki "wor A 'fif^ ifMneden eren ala «p /«iMiy doA «i 
^eTenwt»lWWt<|K>e'|[oeiv^an4niMMdc*nli db ieraalnwhe:, iirel- 
Hgt ^M 1^9' «de bereidkig n^et t^ennên: -endertnmeh e n k 
de tatbik een Yoornaam «i4ikel nan den èanddt 4er £»••<' 
neesr^n. 

Hk ephinen en weren «geertiieilt kier neg «eer 'gebrek- 



[48] 

kig: het gebruik ran het ipioiitwlel/is in dese iUBiirekcA 
nog weinig bekend: de katoen wordt ran de pit ge«ai- 
yerd door middel ymn een werktuig», dat bijna . betxeUde 
ii ala op JafM biertoe wordt gebeiigd , sjfnde eene bomtea 
irfieUagie met tweetegenorer dUumder. liggende, draai -ei- 
linders » waartnascben de katoen wordt, doorgehaald . ea 
Tan -de pitten gexnirerd. De draad wordt geyormd net 
de Tingen en Tenrolgena aaa atokjea in kleine klonen .ge* 
draaid; daarna wordt bet garen aan een bonten raam ge- 
spannen en in atrengeli Terdeeld om Toor bet Torwea be- 
reid te worden. Om. er de noodige Terecbeidenbeid , tm 
kleuren aan te gOTon , worden dia deden welke wit ^ of 
door eene tweede Terwing» een ander, kleur moeten ont- 
Tangeuy met /bnlar-bladten digt toegebonden tea einda 
Tan de * eerste kleuring ongeicbonden te bl^Ten ; daarna 
worden dese itrengels in de Torf- tobbe gedaan» en da 
Toreisebte Tattheid Tan kleur. Torkregen hebbende » . wor- 
den deselTO er uitgenomen en gedroogd ; Tonrolgens .wor- 
den de gekleurde doelen met /onlar-bladen toegebonden > 
en die doelen los gesuakt , welke do<Hr eene tweede Tor* 
wing moeten . worden gekleurd.. Na bei Torwen .wordt hei 
garen in water gedoopt en Tonrolgens gebledct: de sdiee- 
ring wordt tonder kant gespannen» daar bet. gebruik bier- 
Tan nog niet onder ben bekend lob^nt te sgn. ZS ken- 
nen .bier ileohU twee. soorten Tan Terwen , sgn4d bUaaf 
en rood: het blaauw wordt bg fermentstie Tan de indigo- 
plant getrokken» die bier oTorrloedig in bet wild groeit» 
en bet rood Tan de bênioêd^ê > OTon als op Jm^a* Om 
oen beter denkbeeld te gOTon Tan de Toortbrengselen der 
Induitrie deser Tolkeren» sal ik daairan eenige Toorbeet 
den doen Tolgen. 
Ambacbtelieden Tan beroep worden, onder dese eilfs-* 



l 49 1 

dm Biéi geronden : i^ kunnen MUer kat k<mt tcr^ g#*4 
bewerken : kier en daar wordt een gond'» of ytereuÉd on* 
der ken aangetroffen, doek de meeate gooden eiérad^'n 
wdke door ken worden gebruikt , a^n öp bét eiland 
Iktmum gèoMakl » waartan de bewonen meest allen goud* 
smeden a^n. Op Koepang riadt men onder de Ckinêê» 
xèn eemge tinMnerMeden , qaersmeden en metadaan » dia 
akk Toor kannen «rbeid aeer dmir laten betalen; de tte- 
merUeden werken niet minder dan roor ƒ 8 daagt: <mder 
de slaren *yan de burgert rindt men ook eenige am batlk le 
lieden. Het werken Toor dagloon is onder de g^^k^le be- 
volking onbekend , en ia nu yoor ket eerst op Koepang 
ingeiroerd. 

Eren i^ onse kennit omtrent den weienl^k^n toestand 
deaer landen , nog onder een' nerel ran oppêrrlakkigheid 
bedekt ligt , aoo aqn ook de werketifke voorwerpen 9nn 
den handel êltder nog eene aaak ran nadere narorseklng. 
Het is eekter bekend dat sandeUioat , was en paarden , de 
▼óornaamste arfókelen ayü welke roor den kandel op 7V« 
mor worden gerenden» kunnende kierbg nog geroeid worden 
oene geringe koeteelkeid tripang^ karet en rogelAesten. 

De meest gewilde yreemde waren in den kandel op TV* 
mor aijn sterke dranken » grove lijnwaden , gekleurde 
boafddoeken ran Eurc^eesek maaksel , kralen ran onder- 
sekdden soorten en grootte ,' Jaraanscb blik en' kopèr- 
wéiiSy kap- en boslemmermeraen , en andere kleinlgkeden» 
terwijl Tuurwapens en buskruid oreral op Ttmór 'en om- 
liggende eilanden eene goede markt rinden. 

De kandel op Timor wordt gedreren met Java 9 Ba^ 
lief Cèléheêf ée Moiukko^e 9 Mauritiue y Macao^ En^ 
géimnd^ Portjaekwon en Ae Zwan Rivier. Koepangmt^ 
It. j. 2e. s. 4. 



:§!§ de vooniaamgla haodelplMit op Timor worden h^ 
uhotfrA* De geheele Imndel vordi er gedrerea door een 
drie konderdlal ChiM^xen van Macao , en twintig ran 
Emoif die aich te Koepangf Tiaiarang, Baioê Gêd§ 
en D^lKe hebben gereitigd > en betrekkingen in de bin- 
nenlanden hebben aangeknoopt doer Imwelijken en and«r« 
mms. Ook eeniga Bnrgera Tan Kotpang nemen een kl^ 
9tmkii%A ia den handel , dooh hnn gering kapitaal en min- 
i»t^ indoftrie plaatsen hen Forre beneden hunne mededingen 
4Nider d# €kinM%ê.n. 

. De Heer ^noBi.na, een Framchman, £e sich sedert 
i821 te K^epmng befindt ^ heeft echter een' leer roor^ 
deeligen handel alhier gedreven , yooral in paarden en 
ree met Jfatfrtfttft, en dewijl hij daarbij een tijdlang met 
de belapgen der handelmaatsehappij is belast geweest, heeft 
hg een vr^ groot aaniien in den handel aUÜM* yerkregen» 
H$ denkt binnen kort te vertrekken , waardoor Koêpaag 
den eenigsten Europeesehen koopman alhier sal yerlieaen, 
tot veel nadeel yoor den handel pp Tiwior : want daar 
d^ .handel in deze gewesten nog in d^^zelfs kindsehheid U, 
zoo is het aanwezen Tan een' kundigeu koopman met een 
mim kapitaal , een groot Toreischte in zoodanige landeut 
om iMw de ontwikkelingen yan den handel eene goede 
leiding te geTen. 

De handel met de beyolking dezer lauden gesohiedi ueg 
geheel in ruiling» en daar de. waarde der goederen op geen 
maatstaf gesteld is » wordt dezelTO bepaald naar den t^de** 
Igken trek Tan den kooper tot het bezit Tan het gekochte» 
waardoor dan ook moeijeljk nategaan is» hoe groot de win- 
sten zgn» welke door de handelaren alhier getrokken wor- 
den. Ecu ef^nredigl^eid in geldwaarde» tusscben Inlandjidie 
«n Treemde producten » is bij de btey^lkiüg deier . i^ndea 



over hei algemeen bjna onbekoid , en hei geU lelf wordl 
deor hen yoornamdjk gebesigd, om het ali fieraden ie ge* 
bmikeo» of ioi het maken ran eieraad-tiakken ie yertmeU 
ten. Tot het dr^ren Tan desen handel begeren sich de 
Chin0ê»0n ran Ko^pamg naar de binnenlaa^n met hnnne 
waren op paarden geladen ; sg reisen ran de eene plaate 
naar de andere, en renamelen de ingermilde prodneten aan 
de seebayen, om se met raarinigen Tan Koêpmng ie doen 
afhalen. Hiertoe rertrekken dan in de maanden Maart en 
September » eenige kleine raarinigen ran Koepmng , naar 
de ottderaeheiden harene ran Timor en omliggende eilan* 
den» nemen de deor de landreiiigera aldaar reriamelde 
goederen in , en koeren iemg in den loop der maanden 
April, Mei 9 Oetober en Norember. 

De waarde ran den handel op de Pêriugêêêeké be« 
sittingen kan met sekerheid niet worden nagegaan. Jaar- 
l^ks komt echter ran Maeao een lehip te JXelliê aan , 
eü Towrsiet die plaats ran de noodige Ckiuêêêehê waren 
tegen miling ran ongereer 1000 pikob landelhont» en 
omtrent MO fukols wae. 

Ook de waarde ran den idoikhandel in deae omatreken 
ia geheel onbekend. Zeker ie het echter dat het reik ran 
Ciléèeê en de BoegineêXêu , die aich op BaUê en Fio^ 
riê hebben neergezet, jaarlijki met 200 grooie padiê^ 
Wahar^Ê Timor en omliggende «landen besoeken , en 
reel rerboden handel drijren , waarran de meeete roor- 
deelen door Singup09ra worden getrokken* 

Daar de gtmeenêchup met de hinnêmiandên ran Ti* 
mer y door geene ketena ran hooge bergen, nochgroote 
ririeren of ondoordringbare wildeminen belemmerd wordt 
en de bereiking 4oor het gebeele land rerepreid i», 

4*. 



152 1 

soo worden op dit oiland yelo TOetpaden geronden veor 
Toetgangers en paarden , die van plaats tot plaats gaan, 
ran Koepang af tot D^llie toe. De lage trap ranr be- 
ichavlng , waarop de bevolking van Timor nog staat , en 
de geringe onderlinge eensgerindheid en handels-betrek- 
kingen tnssctien de verschillende landschappen op dit <rï- 
land 9 zifn oorzaak dat de Inlanders voor als nog weinig 
gebruik maken van de gemakkelijkheid der gemeenschap 
op hun eiland , om hunne belangen te be voordeden en de 
genoegens der zamenleving te bevorderen. — De CAtneesen , 
die zich op Timor hebben gevestigd , trekken het meeste 
voordeel hiervan, daar zij , slechts met eene pas van het 
bestuur op Kotpang voorzien» het geheel land door relsen 
en overal de grootste veiligheid voor [hunne personen en 
goederen ontmoeten. 

Timor werd in vroeger jaren door vreemden naifver 
en eigenbelang vaak geteisterd met vijandelgkheden » die 
in bloedige oorlogen eindigden , waardoor meer dan eens 
de banieren der Nederlandsche Maatschappij en van het Por- 
fugeesche Gouvernement op het veld verschenen, met dertig 
én veertig duizend mannen, om de wederzijdsche vermeen- 
de regten te handhaven. ^Asmt langzamerhand naar mate 
de zndit tot hooge winsten verminderde, en bij hei te^ 
genwoordig weldadig bestuur in Nederlandsch Indië , sijn 
ook de voornaamste aanleidende oorzaken tot oneenighe- 
den uit den weg geruimd , waardoer de algemeene rust op 
Timor en onderhoorigheden thans mag gezegd worden on- 
gestoord te blijven. 

De Keizer van Sonohaif en de Radja van Amanoehang^ 
afschoon ze ook soms niet wel gezind jegens den persoon 
van het bestuur te Koepang mogten wezen ( want tegen 



het GouTêrfifmeiit seggari b$ sieh nimwer y^jMUbiyk ta 
kunneii gedragen , ali i^nda hetzelra hunne ouden de mat 
itgfa eompmgnia) , s$n eehter , deor é^ ftlVaUigheié hun- 
uer onderdanen , la hnm^ magt seodanig yerkl^d , dat 
«$ in hunnen tegenwoordigen toettènd geen nadeel ran 
aaohekag aan de algemeene nut kunnen toebrengen. 
Ook eenige landidutppen opTtmer, Jte#lte en Smvê le- 
ren met elkander in onmin , wegens inbreuken èp hel 
regt Tan ^^nè^M»A , en oyerechrgdingen Tan grenaiehei- 
dingen , doeh dese twisten Bi)n mede Tan geringe bednl- 
d«ni8 en hebben weinig inrloed op de algemeene nut. 
Oaar Ttmor en onderhoorigheden door Tersdieuringen en 
Terdedingen» uit meer dan eene moederttam in een groot 
getal enafhankelgke landschappen gesplitst is » loo s^n de 
meerte gesdullen, welke alhier onder de boTolking plaats 
Tinden , orer het regt Tan meerderheid en grondgebied. 
, Big de beslissing Tan zoodanige twisten wordt Ted Toor- 
sigtigheid, beleid en kennis Tan de Inlandsehe huishouding 
Tereiseht , om partyen te kunnen boTredigen sonder aan* 
leiding tot misnoegen te geren. Het is hoofdsakeiyk em 
hierin te roorsien» dat de thans opgerigte regtbank te 
Koepang uit de meest aanzienl^ke Inlandsehe Hoefden 
is zamengesteld., ten einde Ia diergelijke saken» steeds 
het geroelen der meerderheid rolgende, het bestuur ts 
dekken tegen alle rerwgtingen. 

Hiermede meenen wij een beknopt denkbeeld te hebben 
gegeren ran de gesteldheid ran land en rolk op liei 
eiknd Timor en onderhoorigheden. In een rolgend num* 
met* ran dit tijdschrift , hopen wij eene beschrigring ran 
de hoofdplai^ts der Nederkmdsdie besittingen op dat ei- 
land te plaatsen. 

Fniicis. 



[Ml 

Seketf van iet Eiland Noutakambang'-an. 

Het eiland Nouêakamèang^an ligt aan de^inidknat ran 
Jav0, en atr^t siek in de lengte nit ran. liet weiten naar 
het ooflten » langs het lage snidwestel^k gedeelte der Re- 
eidentle Banjoemaaê* Het ontleent, naar eiuee meeningf 
BQnen gchoonen naam ran Nousa (een rots ) , en kam* 
hang (een hloem )— en dit niet tonder reden, daar de 
west-, noord- en oostzyde bijna geheel met bloemrijke plan- 
ten » heeiter» en gewassen omzoomd zijn ^ welke dikwerf 
den af- en aanvarende n door het kanaal , inweerwil van 
de moeras- luchten die er gewoonlijk heerschende zijo , de 
aangenaamste geuren doen inademen. Misschien ook oat« 
leent het wel zijnen naam yan de Smi^o koesoemo ^ of Kei-^ 
Sêrê^èhem ^ welke, bij de inwijding derKeixeri Tan Soio, 
met gr 00 te statie , door Priesters , niet zonder lerena ge- 
vaar» van den zuidoostelijk hoek Tan Nousakambang^ant 
waar dezelre op eene rots groeit, wordt afgehaald. 
„ Over den oorsprong Tan dit eiland kunnen wel gisjüu^ 
gen gemaakt worden j doch er bestaan geene Taste bewij- 
san 9 om iets stelligs ten dezen te kunnen bepalen. Wel^ 
Ugt was het Troeger met de Taste kust Tan Java Teree^ 
nigdy waarvoor de lage moddei^rond teiu de baai Se* 
gara anak^an (kinder zee) , en die van hei kanaal, wel- 
ke beide het eiland Tan de kust van Baf^oemaaM afschei- 
den » sterk schijnen te pleiten. Deze modder grond ia zelfs 
•p sommige |>laatsen doorwaadbaar , zoodat men op deze 
wjjae zonder vaartuig van het eiland op de vajite kust van 
Bap^oemaaê kan komen, terwijl het inwendige gedeelte 
d^i eüands op vele plaatsen sporen van vroeger vnlkani-* 
•chen oorsprong aanwijst. 
Nog nimmer had men aanleiding genoeg, om dit, bij den 



iegenw^Mrdifeo toatUn^ ran /#««, watrif k btkngrlk 
eüand naaawkeorig te knnDen opneoieii of opmataa » daar 
de imrendige geateldfaeid dei laadt alt geheel woeti en U- 
d%, net, tei beden toe, ondoordringbare b et i c b en bedekt, 
aonder booge noodiakelgkbeid snikt laeett rerbledea. De 
ofMeting ran den oott- naar den wett-^oek » die de twee 
lengte-pnnten mitoMken, ii bewerkttelligd door bet kanaal 
aan de noordtf de , en aal ongeyeer aeyi-en^twintig palen 
inbonden. De breedte it op ondereebeiden plaatten leer 
TortebiUead , betwelk men b^ eene opperrlakkige beteboa- 
wing yan de toppen der gebergten alen kan ; terw^l de on- 
dèrtcbeiden bogten en krommingen , itie bet kanaal om bet* 
xelye maakt » en de yertcbiliende uitboeken , welke men 
uit den groeten Oceaan aien kan , bier yeer de bew$sen 
opleyeren. Gemiddeld mag bet drie palen breedte bobben, 
t«rwgl men ook wel plaatten aal aantreffen waar bet eiland 
tleobtt twee palen , en wederom anderen waar bet mi» 
Tff palen breedte beilaat. 

ht ifn gebeel genomen it bet eene aaneentebakeling 
ran laag gebergte en eyen soo yela yaüe^mi , welke met 
eene yertcbeidenbeid yan boomen en gewatteben , wier me» 
nigte men weinig eldert aal aantreffen , bedekt a|n ; op 
tommige ^aatéen yindt men ylakten yan drie palen in bet 
Tierkant, doeb daar kan men tegenwoordig niet sonder 
geraar, en aUeen als jager , komen. 

Dessdifii oott- en wett- boek, welke wf reedt gesegd beb« 
ben f dat, de lenerspanten nitoMken, beyattes de militair» 
etabKttementen B enting MattU en KmrangMlmng; aan 
de wettsfde grentt bet aan de Preangêr Regênfêekappen, 
namelfk een der mider Smmadangêeiê dittrietén, wékm 
den Siragallo of doiyelt-berg tot Hitertte ptinl boeit; 
luar tegen oyerit BêmHng MmtHe op bonderd roeden af* 



gland gelegen. Aan de ooftizgde ib het dbor den mideig- 
ken Oceaan yan het in hei g^gt liggende KarangboU 
laHg der Bagahen a^esdhelden. Dexuidkant des eüanda, 
eene aaneensehakeltng tab klippen en rokgrond , wordt 
bepaald deer de zoidsee, die er immer met een razend ge- 
weld op inbrulsty zeodat het eiland hier eenen heehten tom*- 
muur uitmaakt roor het zuidwesteijk gede^t^ der raste kust 
van Banjoémaa9f welke grootendeels uit lage moddergroad 
bestaat : terwijl de noordzijde door de Segara anak*an 
(kinder zee) » en zoo mede door een breed en bevaarbaar 
kanaal, dat in yoormelde baai uitloopt, en hetwelk om de 
oost- en westeljke punten mei de zee gemeenschap lieef!^ , 
van de Residentie Banjoemaa» (een gedeelte namelijk 
der districten JerookUgie-^panjarang en Daifolotkoer ) 
afgescheiden is. 

In zoo verre de bepaling en ligging van het eiland op* 
gegeven hebbende, zullen wij nu overgaan om datgene 
wat wij van de plaatselijke gesteldheid van hetzelve hebben 
kunnen opsporen , mede te deelen. Wij maken dan eenen 
aanvang met deszdl£i rivieren, die geligk de algemeene be- 
schrijving des èilands reeds te kenne& geeft, niet groot o£ 
breed knniien «ijn. Ëenigen bevatten tot eenen verren 
a£itand binnen H eiland zout water, en wederom anderen 
houden tot aan de zee of 't kanaal zuiver en zoet water. 
Men heeft in de onderscheiden valleden overvloed Tan 
wéllen en rots-bronnen , die veel water opleveren , dat 
buiten gewoon frisdii en aangenaam van smaak is , en die , 
ids zij zidi verzamelen , kleine riviertjes uitmaken , welke, 
na eerst dikwijls zes of acht verschillende bergen, van 
grotten of onderaardsche kanalen en holen voorzien , door- 
loopeii te hebben , hun zoet en aangenaam water tot aan 
zee voeren. ' Zoodanige riviertjes heelt men twee aan den 



l w 1 

wMlnëoekt een beaoordeii en een ten soidenTM Renting 
Mattiê. Vaorti heeft men aan den neorder kant, en vtéb 
bebosten de kleine detta Monoonéyaifa 9 en see verder 
tel aan Benting KarmugèoiloMgf nog Tier of Tigf riTier* 
tjee, die echter geene andere itrekkiag kannen hebben, 
dao dat mg het eiland» celfi b^ de grootste beyoiking, Tan 
genoegzaam aoet water aonden kunnen Toornen ; terwgl 
men ook sommigen met platgebodemde praanwen en kane'e- 
s<md« kunnen boTaren. 

De tegenwoordige hoofdplaats des eilands is Benting 
Matite, op den west-hoèk » hetwelk eene militaire sterkte 
heeÜ 9 bestaande uit een aarden heiwerk met gesehut be- 
set , Tan ongOToer Tijf honderd passen in het, Tierkant r 
doch hetwdk ab punt van Tordediging Toor de weste^ke 
zeegaten beschouwd , niet zeer sterk ia : tot afwering 
van zeerooTers sehqnt het echter Toldoende te wezen» 
Uet ligt op de helling Tan eenea berg» twee honderd Toe* 
ten boTon de opperTlakte der mee, op twee palen alsUnda 
der monding» welke gedeeltelgk met klippen en rotsen ia 
epgOTuld. I>e rollende zee drgft op deze rotsen en klip» 
pen haar schuim dikwerf huizen hoog » hetwelk Toor de 
bewoners Tan Benting Mmttiey tusschen groen bewassen 
gebergte door» een grootsch en treffend gezigt oplcTert* 

De bij Benting Mattie gelegen dessa Kaiiepoetjmng 
of Derweradja maakt eene groote Tallei uit en heeft Teel 
ge^ terrein » immers met betrekking tot hrt OTorige Tan 
het eiland beschouwd : daarom en in andere opsigten zoude 
dezelve wel geschiktheid hebben» om er» indien men op den 
west-hoek Tan Neueakumóang'^an een etablissement wilde 
oprigten » de magaz^nen» enz., te plaatsen. — Deze dessa 
heeft TeerUen huisgezinnen » uitgezonderd eenige soldaten 
barakken » die links en regts verspreid zgn. 



Voorts berat het eüand nog acht kleina kampongt, welk» 
uitgeionderd twee , allen aan de noordsijde aan den kant 
des kanaals geplaatst ign: zoo als Karangat^'êr ia 
bei gebergte, op Tier palen afstands beoosten Bênting 
Maitiê , met Tier boisgesinnen ; Monoondja^a insgelgk. 
Tier buisgesinnen ; Pa88ouroan drie boisgesinnen ; Gre-^ 
gtê twee boisgesinnen ; Banjar tien boisgednnen ; Bran-»^ 
ham Tijf boisgesinnen ; Karangtenga , bg de TOgelnest'- 
klippen , met drie eb KaranghoUang » bg de óênttng 
Tan dien naam» met Tier boisgesinnen. 

De gebeele boTolking Tan dit eiland , dat wel sesiig 
Tierkante palen groot kan sijn, sal booogstens 160 sielen 
inbonden. 

De grond is er oTer bet algemeen genomen seer Trockt- 
baar» waanran de bnitengewone groei Tan bosscben» 
en eene maaêa Tan slinger planten in de wildernis de be- 
wijsen opleToren. Meermalen Tindt men in eenen kleinen 
omTang Tier aard soorten of Terscbillend gekleorde aar- 
den 9 welke de eene de^ andere in Toorbrengings kracht 
niets toe geeft, daar deselTO de Tegetatie Tan alle plan- 
ten ten top Toeren. De meeste bergniggen hebben, slechts 
een balTC Toet diep, swarte- of blader «aarde: de daar- 
onder liggende grond is seer llgte klei met Teel sand 
Tormengd, terwijl deselTO op andere plaatsen oit eene 
eigenaardige grijsachtige steen-matsa bestaat , die aan dea 
inTloed der lacht blootgesteld wordende , oit elkanderen 
Tslt, en na Terloop Tan écn jaar eene seer Trucbtbare 
aarde oplevert. 

Andere kleine bergen schijnen geheel Tan TulkaEÜsebea 
oorsprong te xijn , op welke , iusschen de zeer porienie 
rotsen eu steenen , de aai'de In breede groeven verspreid 
IS^t, Het ifl op die pUatnen dat de vegetatie ten ioppomt 



[M] 

10 gMtegêo f M dil BMB boomtii Ttn hondorA yoet k^g 
regt opgMehoieii , enkd alleen ia rotf gaworteU MntrdRt 
tcrw^l BMi naar aarée seeken Moet. 

De tegenwoordige Toortibrengielen Tan het eUaad i|n 
T^ernaaelfk was , hetwelk soe yerre steller deses bekend 
is 9 geheel in de Residentie Bat^oemmmê Terbmikt wordt» 
waar men in sommige districten » Tooral tot de afdeeling 
A^ilarang bekoorende. Teel werk maakt Tan het hati'^ 
ken Tan kleedjes (*). Volgens ingewonnen berigten Tan 
oude Inlandse is de opbrengst Tan dit artikel^ het eene 
by het andere jaar Tergeleken, leer Tersohillend» en is af* 
bankelijkTanhet saisoen^enTan de ontwikkeling der onder* 
aeheiden bloemen waaraan het Tersclullend geboomte Tan 
het eiland seer rqk is. Ondertnssdien heelt men ons Ter* 
xek«rd dat big gelnkJuge jaren een man , die met het op* 
xoeken en nithalen der bqennesten in het boseh bekend is» 
gadorende één dag Toor twee en ook wel drie Spaansdie* 
matten waarde aan was kan op samelen* 

Daarop Tolgt de CuMa^ welke eehter tegenwoordig 
minder wordt gesoeht dan in Troegere tqden , daar de 
CAineesen dat artikel hier op te lagen pr^s gesteld heb'* 
ben. 

Voorts heeft men nog de vogêlneeUhlippen , waarran 
echter Toor xoo Terre ons bewast is, weinig werk gemaakt 
wordt. Dat dexelTO bestaan is door sommige Inlanders 
proef onderTindelök bewesen geworden » die de stoatmoe* 
d%heid gehad hebben tot aan de xuidknst door te drin«^ 
gen» en die jaarlgks eene sekere hoeTeelheid» heewd 



C*) Batiken is het verwen van katoenen en andere stoffbn ; de ^ 
plaatsen , weBce van dé verf vrfl moeten bleven , worden met ge- 
smolten wt» bestreken. 



[M] 

nog van treidig bedaidems > van èsk prodvet , te Bui^oê* 
maai opbrengen. 

Het bosch over het algemeen ie r^k aan Mheeae haat^ 
eoortea , hoezeer er geen werk vaa gemaakt wordt om de- 
aelve in den handel te brengen. De v^iornaamsie plaale 
bekleedt hier de wotngae of het zoogenaamde beenger^ 
hout, met Ab jattie gelijk gesteld , en. Yoer den scheep* 
bouw blikbaar , mede zeer belangr^k om zyjie schoone 
bloem , geheel met de nagel bloemen ran ons land oier^ 
eenkomende. — Dan heeft me» het êttren en tM^at-hoat, 
de tjontjung f de maran yoor houtskolen uitmuntend, 
en onderscheiden andere prachtige hout -^ soorten, reel al 
Yoor het maken van aampanga of kl^ne kanos gebruikt 
wordende. Zoomede is de Tjanipakka hier menigiruldi^. 
De kastanje - boom is door het geheele bosch Terspreid, 
4e Trachten zijn hoezeer klein echter zeer bruikbaar. 

Ten aanzien der overige planten en gewassen zoude er 
voor den kruidkundige nog veel belangr^s te vinden z^n , 
terwijl men er eenen rijkdom van narcotisch vergiftige 
planten en vrachten aantreft, die, voor zoo verre ons bew 
kend is, weinig elders bestaat. 

Of de onderscheiden bergen ook ertsen inhouden is ons 
onbekend; endertusschen wordt er niet zonder waarschijn- 
lijkheid verhaald , dat vroeger in eenige riviertjes goud 
gevonden wierd , en men er zelfs werk van gemaakt heeft 
dat optezoeken: maar de hoeveelheid welke men verkreeg 
zal zeker niet tegen de arbelds kosten hebben kunnen op 
wegen ; althans tegenwoordig wordt aan dat goud zoeken 
niets meer gedaan : men wijst enkel de rivieren aan waar 
in bet zou gevonden zijn. 

, De wateren om en bij Nausakamhang^an wemelen van 
heerlijke visschen , en de vangst daarvan maakt «ene dei^. 



r «1 ] 

]|o<^ldttkiflileléQ tan beiüuin uit tm d« hewMunff. HH 
18 hier waar dt onienehaidAi kakapê -^ Manahê em 
suurtng ie huii hdoreA. Het it meemialea gebeurd » 
dttt OBder het raren ia lift kanaal, da kulmnak9 in het 
▼aartnig sprongen. Hei ka^e reraehe yiaeh ran de fijaa 
of grerere seori , dit Is em het evea , wordt rerkoeht 
▼oor vier eents. — ^Niet aeo seer van het eiland , als wel 
▼an de nabi} liggende see-kanpongs werdi bij voert« 
daring eene greoie héereelhéid gedroogde viseh ia de Aaic« 
Joemaa^ rerkoehi , welke daar aeer gewild is. Dê viseh 
wordt er grooiendeels gevangen net baothoesen netten 
of wtdea ook wel mei de lijn. — De grtete vissefaery» of 
het vlssehen met grooie netten , is hier niet in gebmik , 
wi] vermeenen dat zulks vroeger beproefd is geworden, maar 
dat de zware stroomen en moddergronden die wQie van 
vissohen verbieden.^Dit aijn in b#o verre ons bekend is 
voortbrengselen van het eiland. 

Van wilde dieren hoort men tegenwoordig weinig : vroe* 
ger souden vele tijgers op het eiland geweest sijn , maar 
tot heden zijn er nog geene speren van dezelve ont^ 
dekt. — Rhinoeerossen schenen zioh op hetzelve geves- 
tigd te hebben, maar, mag men het verhaal van Inlanders 
die 70 jaren dit eiland bewoonden , gelooven, dan wandelt 
er slechts één enk^e van deze gevaarlijke dieren op het 
eiland om , welke door de bevolking als een heilige 
wordt aangezien , en den naam van kerto éwp0 heeft ont- 
vangen naar eenen zekeren Inlander, welke b^ het af- 
halen van vogelnestj^i verongelukt is , en wiens ziel in 
die van den Rhinoceros gevaren zoude a$n.— -Dat beest, 
en wel een van het grootste soort, zou, volgens hun 
verhaal, zoo tam zijn dat het* meermalen in de kleine 
Kumpongê ovMrnaeht , en het . t^ - stampen aanziet , 



terwgl é» htn loef|f#worp6ii d0dai of samdeA door kon 
genuttigd worden. — ^N#g nimmer heeft k|j menieheii let- 
sel gedaan, ofiwhoon liij ran tam ree» paarden, koe* 
jen , aehapen env. , bmi geraarljke ygand is , en de 
kleine aanplantlngen piêang-^Juegon ens. , dikiqjla tot- 
woest.-^Den wilden bosdi-hond {Adj^k) hoort men meer-* 
malen hullen : kidmngê en kmntiieh soomede wilde xwg-* 
Ben yindt men hier menigruWg. Ook prachtige yogd 
soorten yoor al onderde wilde duiyeik xgn hier teyinden; 
nog liimmer heb ik op Java zoo yele paauwen gezien, 
ab sieh regts en Hnlu in de nahgheid ran Bénting Mat'^ 
tie ophouden, waar hun gesehreenw dikwerf yeryeelt.— 

Laat ons het eüand thans meer uit een Historisch oogpunt 
beschouwen, en nagaan welke yeranderingen er in des** 
zelfii politieke gesteldheid sedert een tachtigtal jaren i^ 
hebben plaats gehad. 

Deszelfs geheele Hgging, in betrekking tot de yast kust yan 
JavUf die iaan de zuidzijde in de yorige Eeuw nog maar 
schaars door Europeanen bezocht wierd ; de rgke yoort-* 
brengsekn het eiland eigen; de bgzonder yruchtbare 
grond , de ruime yischyadgst , de gelegenheid tot het op' 
zoeken yan een zeker soort yan kleine paarlen , die bij 
de Chineexen zeer gezocht z$a ; dit alles kan men alz zoo 
yele bewgzen aanyoeren , dat, toen de zeeroyers hier nog 
niet bekend waren , en de Jatanen ter dezer plaatse ak 
het ware nog in den.natuur« staat leefden, er alhier welvaart 
•neenegroote beyolking moet geweest z$n. — Hierbg kan 
Dien dan zeer wel te pas brengen het yerhaal yan oude 
Inlanders ter dezer plaats , welke twee malen de geheele 
ontyolking des eilands bijwoonden. 

Vroeger zouden op het selye mem* dan vgfUg groote 



[«1 

dêêêan giire«si sfn t vri&t berrikisg Mar om« niMttiBg, 
grooiendtfeli ran den kandel nioei geleefd hebben, en 
baar betiaan meer in den yia^rangii dan wel in de land- 
benw gevonden beeft. Inmen bienreor voude men ten be-> 
WQf e kunnen aanroermn f dat , loo bet eiland met ygfbig 
groete deêêaê yooriien wai geweest , ook dan , naar de 
bOTolking gerekend , bet gebeele eiland diende bebouwd te 
x^n, en er geene plaati meer yoor wild gedierte konde 
oyerig blgren. Blaar jniet In den grootaten bloei dea ei* 
lands , aegt bet rerbaal , waren de tijgera aoo menigml- 
dig , dat dagel^ks ondersdieiden menseben yan de woede 
deser dieren bet slagtoflfer wierden , en er in den t%d yan 
een jaar aoo yeel aebrik onder de beroUung gebragt werd, 
dat allea xieb yan 't eiland temg trok , en op de yaste 
kust yan Java met er woon yeetigde ; waamit men bet be- 
sluit sonde kannen treken, dat sleebU de koeien be- 
woond waren , en de binnenlanden maar xeldsaam besoebt 
wierdoA. 
Daarop yerbaalt men, de tijd kan eobter niet naanw- 
• keurig bepaald worden , kwamen siob yan tijd tot tj)d we- 
derom ondersobeidene bui^g;esinnen op Nouêükaw^bang'a'an 
yestigen , naar alle waarseb^nlijkbeid moediger dan bunne 
yoorgangeri , welke ia ettelgke jaren soo toenamen, dat 
alle de yroeger ontyolkte dmêaê wederom tot bunnen yo- 
rigen bloei en w^yaart terug keerden. Waarsebgnlgk bob- 
ben de bewoners yan 't efland destyds sicb meer op de 
ontginning der gronden teegel^d, daar 't yerbaal yan 
diea tgd zegt, betgeen wel yoor geldig kan gebonden 
worden , dat ér wegen van den oost- naar den west-hoek 
beitonden , en dat ondersebeiden gebergten en yaleijen tot 
gag€» - yelden , aangelegd waren. 
Deityds behoorde dit eiland onder Ck^rièöH, doeh de 



[64] 

mehigfTttldige bemieegemnieii aan de libords^e liei' hti 
li(M>ge bestuur niéi^ toe 9 deze plaats onder hare besbber- 
ming té nemen. Het omliggróde gedekte der Bunjeemamê^ 
en wel aan de oostifde, behoorde ' aan den Keizer ran 
Solo. Geen wonder is het dni 9 dat de desü^ oai Ja* 
vuBch kusten zwervende zeeroorers, welke eerst hHone 
rdofzuoht aan de noordzijde beproefden en aldaar n^enig- 
maal de bewoners angst en vrees aanjoegen , maar door 
het Ëuropiseh bestuur in toom wierden gehouden , kond- 
schap kregen » dat de Europeanen nog geene etabUssemen- 
ten aan de zuidkust hadden opgerigt. Bijzonder schdon 
gelegen , was dan voor hen Nouêakam5ang*aH 9 welks 
zeegaten zij met hunne kleine schepen zonder eenig gevaar 
konden binnenloopen : waren ze deze eens binnen dkn 
kostte het hun weinig moeite om 9 beschermd voor het 
ruwe weder, en de bestendig rollende zee aan de' zuid* 
kust, eenen uit den aard vreesachtigen vijand te beveg- 
ten, overvloed van goederen weg te nemen, en, daar dé 
eiland bewoners verstoken waren van Enropeesche hulp, 
hunnen schepter ongehinderd te zwaaijen» en eene tweede *' 
ontvolkibg van H eiland te weeg te brengen. 

Het verhaal van oude Inlanders , welke de geheele be- 
heersehing der zeerooverÉ hij woonden, zegt kort ten deze: 
dat bij hunne eerste aankomst, hetwelk waanrchgnl^k 
onder H bestuur van H Engelsch Gouvernement zal geweest 
zijn , zich yoor H eerst ^n paar dezer róovers-vaartnigeii 
in de monding der haven vertooilden , en de op da 
uiterste hoeken van H eiland gelegen gehügten plondèrden; 
Het onvriendelgk bezoek dezer nog nimmer geziene 
gasten verwekte dadeiyk algistnéene bekommering en vrees 
bij de Inlanders, die daarom dan ook zonder verwijl 
van deze zaak aan hunUe Hoofden kennis gaven. 



[66] 

. De ToMMUMigwig of Kegeni Tan Tjmmi$, R«fld«lilM 
Ckmriè9M, tielde alUf in H w«rk om do eilaad - bowoonori 
gervttt ie sMtiiett v röorng lio^ tm oonig aelttolftwoor , 
en llei diio /i7/ii«ftiikkea', tweeMtn dea nitorsUii hook 
das ellandfly en een op > kei tegen .orerliggend eilandje 
JNo»#ai9rée.plaaisen, ierwölide bediening : deaer «lukken 
nna de kleine Hoofden (petimgieê) wierd oTorgelnien* 
Mmmr hoe prijuemk deie maatregelen van rerdediging ook 
waren en ickoon ze gelnkkiger nitkometen Yerdiend.had-* 
den, . noo wai eekter de nigtbare welvaart der Inlanders 
emm ie sterke prikkel yoor H o^ der seerooToest daa dal 
s$ geene^ivsedeondarneadng sottdeo beroeren... 

Eenigé maanden dan na bonnen eerstea inTal , ▼erioon-* 
den xiek op eenmaal een groeft aantal Taartnigen,. die 
buitengewoon yeel scheepsrolk aan boord kaddn; a| be« 
linnen dadelijk de punten waar de /t'l/tf -stokken fèplaatsl 
wareii te bMchieten ; de tegenstand was kort ; Sfioedig wttreU 
de aeerooT^rs in de gelegendheid om ielan4en> keueen jba 
iHUlne banden riel aflemaken* of g^yang^ te^liemen, ea 
alle de aan de westeljke seemonding gelegen de$êa» niet 
aUe^i » maar ook die der tegen oTerliggelnde raste kust 
dor 'Prjêanger Reg^ntêchttppen » te beroorea en te ver- 
nielen. 

De oostelgke seemonding bij KarmngMiang moet bea 
niet gesckikt voor gekomen Mia om binnen : te ^keaien ; 
daar«n voeren %^ , die kondsebap van d«se gelMole kasC 
moeten gehad hebben , en ook wisten dat Teimijtqf eaa 
de oostelijke monding , ofrchoon aan de vaste kust ge- 
legen , de hoofd- en stapelplaaki des handelt, was , deer 
de baai Segara anak^an^ en verder door H kanaal, regel 
regt op dese plaats aan , en draalden niet lang om ook 
hier Ie ontsehepen. Niet xoo gemakkelgk moeten xij hier 
ie. j. 2c. s. 6. 



1 66] 

•cM»i*''ta Wgt xijtk gekomen «D^ea wit Zê\I% dul^ koo het 
kiWfd'Yan l^êlatjap d%s i'^é» aanwezig irus 'gÊFüe«t, ini&- 
schitiii 49^ g^ be clö rot ren. r o4 ui t ^O0t4 soudfigewo r4e a 8 ij i|, 
l^Radten Mn^steij Keta Faai^jji via^ jimi op dal tijd-> 
•tipiii^aar Sol^.cta de /ti^J/a/j gtldfn te brengen; falj itioet 
0#tt>'b$zotid«r jxiaedig Jnlandér gew«0si ^ijn , en onder-t 
iolléid«ii plormeo heniamd behbep om deze onrei^lateit li*^ 
ibwai^eji* liitussahea .Térdcdigden ziek vela De^ang» mei 
hüii<^vbLk bddhafligr; Tael vütk kn^in t>[j dej»ï aanpalleti 
•My>ma&r hun laatste ioevlugt ^ eene Bemting ntei a^rda 
#dli» (ivaarvftn tol heden di sponen nog zigthaai' ^9»} 
wlerd döOF de 7eéi'0i<»rertt met weede in^edaitieii , en 4aiir 
by^wlnrdfeii de Ualitemiddelen vuntegehwieer geheel ver me- 
^i^.' <Nii #ierd de geheate. knst tbii N&u^aUftmöang^an 
al|j^si|po$pt; Taé lijd toi tijd kregen zij bog^ reinst arkïiig en 
én^iiiUlden lao veel vernetelbeid, eltiK^iftf op bek wst«r iq 
4# ikige moddergrondea kieüie Ktisip^jtg^ te lïouwen , xee 
iili 'in«i|jfo maii, Penikel en TJej^aiat hi&t Jkog v^orbeel- 
4#nt iran sijit. Twee jaren moeten zij alWr fawi» ^Lebben 
^bonden ^ eit rtiel billeen Nou^akamèang^^Ti, mi$üv de ^^ 
he«lë f&inligjenda vast^ wal tot ep ttriiili^ palen btftneii 
'«land& hebben ontvolkt ^ Tra^vran t^it, lieden ie ben^jxan 
nog zigtbaar zijn ; toen eindelijk het Engels eb Gouveme- 
»#At Jbedacbt wierd am hunne re o ver gen tegen te gaan. l^^r 
irftnAaa toen miUtali e elablïsBementen op den. oest** en ,west- 
hMk Aangelegd > di« A^a ook dien indruk ie weeg brag- 
Utüh én% éé ÉeereoT9ra aftr4^kkea, en dat sedert de <^p^ 
benwiing dar etabUfsementen tot op beden , geen Kee- 
ntMser, het heeft durven wagon ^m zich op deze punl^n 
i« vertaonea. - ."'*** 

Dei.eerfite naililaire Koininandant die bï^r geweest 'ht, 
deeeirtta Liu tenant vAi Bajüset, sielde aUps in het werk 



mmdtrwimniê d« lnklidflnl » di0'tne|i£ .«p l*iidhr« .mft^ 4r 
w#oii -F0itigKl«»9^ en gal hnn'de imilil«lett Saail d^hpnuliH» 
««l£i l^foaett/ 'i: Iftdd». te kunnta wdiUsiI. Mift' tfeo. AthK- 
g«ldiJ(«ttuig-gftQg«rè, 4#M* d«:l^«T«lkili9,«ii^1Aad«,klittA« 
é0*«ieii»d» oMlctrUAttiliÖ •«^^aVweg.niMM 4ojor ^kêSktd» 
ma ito HrwU naaf dé oMl-syde iioui W .le|9te^/«lt wiift 
BM* diC.^eieiil^k beüsdBiB Week Hinop. iirfae palen' 'vuik 
Randn^tiam^ gwadtrd , ' Mea sgii .pUgfc' Jiè» aaar U« 
d^r» Riep* '•» '. ■• • - ' s ' ; : ■ ; !•• .' ■ 

Sedert dien lijd valt er weinig meer yan 'i eilaaA .lé 

ne^t^^'daér, fiitgenonmi de;iv%e üuUtaire beaeMnglÉi, 

idt .op r heden, dé «v^eiiiige èèwtoneni |Ja H irkf in^ilaap 

M Itillitid ^vn^tmiUmn , !eto sinrk aan H attpkklen «chaitftf 

Titffhnidrsifirj;. ftcfwë^ naH iiiaar!>ire{|dge:luiiat[e«ii^tt!.de«y 

•»rf|ór«ttiMlijto(tbeiNUuA$ lelrerïg «ibi»^ 4iat geeaje/ gano«|p 

anmAi.njuiaid^diifingrdcli^eir ie faehbén^ .ofn' aafei: dMe, wt%%* 

ger^wifly^arelide plaalt»; kaar ytori^'aanstiien êenm ia» flfie(l<4 

ki^fiilwewél de.ntog aciianFftehe bearblkiiife dér:#ai1i^[—jlè 

iralte^kiM^ iuertee bek Wel Teel^valb^farei^tti. 'Hèt :iiö 

OMiI tkaos : '^tegèi^ ; ' melt eenige; ir«oré«n MnMUdndiit^i 

t^Ui# inkkemran 'knltmnr, bqaoAitéi' «)> dit eiltod/ Hcmihk 

kêmnen^ Jü^tAen aangewende Aeeds MerbeTèttinaaiBltni4i| 

gcfwag van 4a ^etr f mckibaaièi^ der. Óprbttd^ waiitmi 

de Weelderige gfdei yan bbsd en wildèrnIrderkefiHMcA 

drtm^* Bij éea nader ^ndérsoèk nd meii TtnAen» 4at hier 

eeküe.algekneen o)i Jb«A gewilde prbdiMén^'iiender.^dal 

ttttli'dfel*zelf(er bleei nog naanwkeiti^iy nagegaan ' h eetfH j^' 

knaneir wordeb aangekweekt en lUlKdndér iv«d nwkéed 

zullen geven. .f n- * f'-,- 1* 

Nerjfena is de k^ffijbohm Uoè^ëndéi^ ^ inet ini&èè wèbh- 
tea beladen dan hier. Het eiMSte^rtt/ktmt^yertcri'eene 

5». 



(6«] 

bijionderé tAikt«, en geef 1^, daar bet op 1ioög« dro<^ 
grondea geteeld wordl» meer suiker dan dat wat iifpsawaê 
Wordt geplant; De go^a-ïvelden f welke door' den> een' e* 
anderen Inlander tot op eene paal afatandi' ran B^nting 
Maiiië, xelfa op de hoogiste toppen der gebergten ontgon* 
nea worden» leveren eene :groote hoevèelbeid wigtige padie 
op. Borendien gelooren wg dat de kapuê'- of katoen- 
plaat) en' w^by «onder de Sea lêland-k^ioen ^ hier seer 
wel nm geteeld worden ; ieta hetwelk aan den Nederland* 
iohen handel In deze gewesten groote yoordeelen. kon ver- 
sdudfea. -■ • !*■"■,';•*'/., f /', . 

. fDe tbeer Gjlpkx» uit wiens opgayen w^ dese korte sdMitf 
Tav Nóuêaiamóamg 't' an bebben getrokken :, 'ontving in 
1632,' Tan hét Gouvernement advt -palen uitgestrektheid 
woeste- gronden op dit eiland, in leeu'^gebrmk i^oor don 
t)d van v$f«ea-twftntig jaren. In Janu^g' 1833 daaraanvi^- 
geade / maakte hy :een' aanvang met Ae gebergten / om en 
b| B^nting Maiii^ gelegen , van het zware hout te ont- 
doen ^n onmiddel^ die gronden voor den aanleg van ge- 
titelde koflijtuinen'in gereedheid te brengen; sedert dien 
i^d heeft hy zieh voortdurend bezig gehouden met bos- 
sobea to^ ve^en en koffij-tuinen aan te leggen, waarin hij 
jeorruuae ondersteuning met werkvolk van 't Gonverne-» 
UMul ^ werd geholpen. Ruim zès palen vierkant ont en bg 
Bemimg Mattze der nog in Januaqj 1833 woeste bos- 
sehén, 'i^ya door hem geveld en voor 't grootste gedeelte 
in geregelde kèfiïj-tuitieni Veranderd. Het aantal gefOante 
koffj-boomen in geregelde tuinen bedraagt ruim 180,000 
boèmen, ltt*wal 60,000 zijn aangeplant bij wijze van 
boseh-koffij, 

r V«i BeniingMuiiie tét ain de de»$a Monoon^m^ay 
aaa d# aooi*dslgdo des eilands, acht palen afstand, is door 




Mt .#iid«. boteli «eii ir«g aangekgd van latiilui T«tUtt 
breedie» W«lke aan weerisgéeii mei eeaig* reyan ^Mik- 
kaffij beplaol U ; ierwijl sich die •üUmÈ an gmakkeiyk 
'im sAiiAer garaar te paard laai aftegyeo. 

Drie. der vreeger oairolkle 4e$9A9,t welke kereida ia 
4Mi4.)>otieh herM^pea wareii> afin wederom opea yieifctt 
ett mei eenlge kuitgeaiBBen ran de vaiU iferal bévélkl fe- 
wofideii. Op. aadere plaateen » waar rreeger. KÊOK^mfê 
wwren , hebkea aiek oek reede rrge Jaaaae» Mdbrgeaei» 
die mUk aanvankdyjk met ket rdlen der kojiokta keslg 
koaden , en daarop gr^i^-Telden maken. 

Wilde dieren doen liek niet Toor. Het rerkaal der Ia- 
landen betrekkelijk den Rhinoeeroi, in de tehete ran ket ei- 
land kierboren opgegeven , heeft aieh bereitigd. In 1834 
ia die geyaarljken yijand van alle geregelde aanplantiageo 
door den Heer Gxi:.PKa afgemaakt geworden , na rooraf 
eeaen gemimen iigd reel verwoettiag in de liailtfji-boomen 
ie hebben aangerigt. Het was een r^n de grootste S04vrt , 
welks kop sich tegenwoordig in het Museum ran Natuur- 
l^ke Historie te Batavia bevindt. Sied^rt. dien t$d a^n 
er geen Rhinoceros meer gezien. 

Voor hen» die TÜoutakamhang-an neg nimmer beaeekt 
hebben , is het » als zg op die plaats aankomen » belaag- 
rgk om de onderscheiden sehoone grotten te zien, waar. de 
natuur, door de kristallisatie van het water, nog bg roort- 
during de treffendste schakeringen daarstelt. Een dezer 
grotten, aan de noordzgde des eUands gelegen^ bg den 
Inlander genaamd meêt^'it êeia, is bg uitstek sckoen en 
treffend, en stelt eene dier grootsehe natuurtooneelen roer, 
die ieder vreemdeling, met verwondering zal aanstaren, 
200 alsdaA ook t^ bewgze van a^n aand^kfvr ieder be- 
zoeker er. zï^en nai^ achter laat. . Big dea lalarder ataat 



[1^1 

déM/gvoi: is: grooi ' iau^M » «■ b||toiiilere liti%)iehl: 
dkconbaieo i^ati» Je^IU^iite» ^ daar* hemt in bèdeyaaH. 
' V<^erki ^e^ aMa-» sop «en fvaul «faiadèi vm Benting 
Mattie y den rroager. in- da JaTaielief Coaraaa bvaehreven 
{groeftéa booM^ die wel nnéanüg iff ||«ciei^.la woirdeny maar 
.ép<'Varr« Mi;'iiiefc dlea onmetelijkeii «ai^èk heeft, als de 
^ofaHj^dnfc hek afgeeft. l>e Mmméh9 Jiaê^ ie> Tmdmn 
tj^Adi^. Jieaideiilaa Xeaiii^ivs^^ 'y':b9^a iHreeiiMad zoa 'èa^ 
.é»>lrvsA(>Meer. Mo^Tiüdt iriaii' hiebr^^ié blj»Mideirë blaaati , 
}49^\^aim$h geéaaaid y «Eaonr Aeh 'Heer B&ük» bas^arati, 
die men nergens ^déra. ap'^ Jaw. aimiprefó/' * ..'..< .: 



i.:ï;i 



.^ JVietiw " opgegraven Oudheden in de ^ \ r 

/' . RfHd/entie Kad^el 

De schoone' iempelruïnen ie.,Borohodor , zonder tegen- 
iprafik ondier 4o fraaiste te rekenen^ V^lke uit den ou- 
^en ït%ndoè'i\}êL zijn overgebleven , hebben door de be- 
schrijvingen van Raïflss ei^ CnAwruan (.*) , eenen . al- 
gemeen verbreiden naam verkregen. , Dezelve zijn nogr 
tans in later jaren door de zorg van den ijverigen Re- 
. sidèïit van KaSo^ , rfeh Heer HAnxMAirVji n-og meer op^e- 
dolven^ zoodai daardoor nog vele hasretiefs aan het licht 
zijn gebragt ,' wier aanwezen men vroeger niet kende. 
Eené nadere n^auwlceuvige beschrijving dus dezer Oudhe- 
den door een bekwame pen ware wel te wenschen. 



" t*) *fe KMTLu msièt^ éfja¥è^\di. 'Üpag. ji^ «i 5Ó,' en 
)CakrwsilR»s ^ in^st^t^ AnMpil jdb deel ^ pig; st^ en aiS. 



Vï^^ l i 



\ é 




|7I| 

Het is wèarèclifnl^k , dal ièie TdMfel # ifl* TroffMr 
iiiaen, déor ^nettilbnratiBg tia iem Merspi ^ faitelMIk 
•▼•rdeki, ea ètMré^or yoormaaÈfdVik tn dat iagoawaoi^^ 
H^n ^kéovTaliigen 8l«at g«brligi is'; di* Y«raid«deii. wtNI 
geéliMifd door Mei' ontdekken' rah eene» iMfteen kleuM^ 
ren 4, «doch niet minder fraagen Tempel , dp eleohti ^§m «a 
eèn balf of twee palen «fittaokd TitB BToMlor geleg»ti « 
dir^' naast di«i van B^rm^^éor ^ aU eetider adiodttaie 
boéwtialleo uit • dèd HtHdeé^d ep Jaoa ief kteackbvwta 
ie^ ea wel rerdkai aader bekend te mtjm,. 

Deie Tempel Dfsndi Muhdul genaamd i§, vieer 

Iwne flif 4iie |iren>» door den ReaiJA^i HlnTiiii«v,..:BM 

wieni i^lrerigie pe^ngeo iol keA lütvieUaa eH onder h en dej t 

dier scbeène Olidkedeft niet geliOegi lof ka« word#«\4oe|[V^. 

swai#l4.io|«godoivèli> en beitoiir» levten ala dia fan Aatm 

^óifomyiiful eè kè i c k j^ako*^^ *^««<^^<^ '^<^>^ • ^^'<»^<^»'<'^^ 

law»<>.«Ue Yaiiilalrijkè kktne porlet doorlnakkea k» !Het 

la *o«n sj^ikbeUgv-mei eene soort- rrali 4a^iÉl.«al TJftr in* 

a(>ringandë koébsm • roérzi^ y -gMn^n^' ».t(|jiigiflnieii^ Tmnnf ene 

9iii«h» tiof iiittpediépt^ kie#«tiknte>^ iaigekjika nU enWMH 

lAvnAtéesni' opgeiwUild, Ennf éraplleifdtt kfl) dik ,¥#oi^ 

'pll^ » #i tot' d0d ingaiig iraa dUb Tntnpel ae^hai PM)^^ 

\ > 9m, 'fi^;ad|in ien 'koeken' dna geki4u#a si^i; : mei vtdoi k$m(ff 

hèw€téAe Inünen ^en uUsplifigëndOi kMoim^ié^ t kètldeo. ! eH 

ifoafiB#tfr/k>90t>r^iJni ,stAferedbMi;iHt de lltfi<f<le-Ai|llHla0if 

^onitolUble. r.ae ipiêii óf>ènl knef^elndiiig «9tbipd«'>ir|n 

üen 'Tenf^elfiooptljD^ainediflnf/ ïóBél > ' .. [.<(. , w 

> 'De '^nvndigê nkim^/Fsni'den !T«nipel^^ én >vndkeo,rnMa 

iMgvieitieniiraniimf et>kliiii^ M^ütfiftWaiftA f^'rvnaiMo¥<% 

401 W«l Boo ,ndai^e^.>koteHd*4iieon, Mjié kaitandeli' btmftr 

dengtan nukqWnigl ; .etlie kewondérenwaÉrdige konwordiV 

welk%-ro6tt'> root tiet «Férign aan. ¥éïe. der. .lfii*dk>^lTMir 



peti op Ja9i< 'iftvireft.' i>ésé rvdmU it donker en: oiii- 
Tftiigi alleen door *dea i^g^ng eenig liekl.' Aan d» «a^de» 
iegenoter dén ingang, én' de beide orerige kanten tiel men 
drie icoloaaale beelden» deibdde laatèigenielden ieU^kleiner 
dan bet niddelite; rergierd^ en nilgédost / metlbalske- 
tenen en hoóge boofdgierèden (tlaiiee). De gekatstrekkna 
s)|n TTonwelijk en' zacètr; de houding yan.beidenii» ui- 
tend > met'-eén been 'ondergealagen , en/ wel :bij:.ket: beeki 
a*n dé regter iijdê hef 'regter, en bij . dat a^.de. Bo* 
ken g|jde het linker ' bee«. Het maddelate sbeeiil aebjai 
•ene rooralelling van 'Bhudda letf . te ' ngn ; detxelfs 
naebte en peinsende gelaatstrekken en fajeti^lioofdtoeinel 
kenen ten ndnsten folkemen overeen net die der: voor 
,Blkudda$ók gebeuren beelden te Bêroh^dor. Dit beeld 
it T«n gebedi celoMalem onrangy veertien voet boeg, en 
^p de Eoröpesebe vüie met nederiiangénde béenen/kit^ 
tend daargetteld. Het is nit één stnk steen gehoiuivn, 
en geheel nadLt , óok de vormen van dit béeM iSn MtuM 
en^neer vr o nwe lgk » regelmatig» de oeg^ gesloten, de 
benden en vingers noo aan ^knnder gebragt » alsuby eene 
pemeott, die, In diep nadenken veraowken » orrer iets.te 
peinsen of iets uit te rekenen sch^nt. Op de bjjgeveegde 
|rinat hebben w$ , met de wemige en gebrekkige hitlpnid- 
delen, die wg daaromtrent bezitten, een sehets van dit 
praehtig beeld soeken te geven. De beide beeldfn aan de 
t|den' sdk$neet die van' eabbidders van . Bhudia- te 
weien , soodat de geheele groep sou kufinen beMkonwd 
wolfden als eene voorstelling der. negende incurnatte van 
If^iêbhmêe: — Bkudda name^k , de veloMakte, verhevene, 
swiid»iddel$ke, aangMwden deor twéé c|iier vereorders. 
Oê ingmng tot de ndmte, waar dese: beelden .staaii> is 
sieebbi èebt voeten boog , en leveri nlsee een bew^ , 



I 731 

dwA bei Tenpélgebottw earii na Iwt ykth— ia-batl- 
4ett ToMooid en gedekt is geworden. 
' Het beeldlMttwerk behoort onder bei bette, dat Taa dien 
Mund op /•««• gerondea èm, altbaae bet middelste beeld 
OMifp Toer bet icbttoiurie en eolonaakle in ign soeH ge* 
koHdea worden. De beide beelden aan de ifden lijn 
▼^c^komen ia den oortprenkid^ken ioeeiand gebleveo » 
ierwyl bei middelste waarsebynl^k bg de caiastropbe , die 
dao Temp^ oFerstolpte-, ran M^ne yroegere plaats iels 
tmw ffde naar beefden gesakt is ; overigens wpk alle drie 
.wolkomen, onbesehadigd* 

< / Dexe Tempel ligt aan den linker oever ran ipa EUq,, 
im overal bebouwd land » een of anderbaLve paal Qest 
Noord Oost van BBroboior , en verdient f iJs een der 
•ehoonste en best bewaard gebleven, stukken van dien aard» 
ym^ eene nadere opname .en besehröying. Dese weinige 
irèkken dienen alleen om dese ontdekking meer algemeen 
liekand ie maken , en reiaigers tot bet beaoeken en seo 
tMogel^k besobrijven daarvan ' uitMekken ; waai^toe de Re- 
daotie van dit Tijdsebrlfl ieder » die daartoe in de gele- 
genbeid is » ten sterksten uitnoodigt. . 



E^n iezoek van Print HsMDftiK van Orani£ ^ in d€, 
Armenian Philantropic Academie te Calcutla. 

Gedwrende bet verblgf van Z^ K. H. Prinê Uanaia 
te Cu^cuita ^ beeft de Prins de Arm^mian Phiianthropic 
Academie besoobt. Nadat een gedeelte der leerlingen ei|n 
bUidaïïde of twee uit Diogtneê Lairiiuê ., en e^n gedeel^ 



Te in hei Engelsch geleien kftd «' ïwte^d oienjtongri^ Vmtné 
eenie korte naar fiaaije> ainnpvaak §tii6iiieA^ 4>edi* ém Uber 
CA»ipisr A. AGXaèfry eieÈ^. vaa dt raeee^eBvavèn JeeÉliito 
gW tM ïiet Iniliiiittiy «««wel is dé Anéeaièeie ak iipde 
GtigelBehe iiden. W9 déeku den lexéiSs va» diiii}dsdirift 
deae laani^raak mede, m.^% «llem eMdat aq)>eeiüge bdat^f^ 
trj^ke geechtedkQndige bij^aderkedeiv^ bérii/ naar éok «mb* 
dtti «§ vele aftogeaAmeèerinueringett bij > den i^tdefiaiidMr 
toe^t opwekken. Q^]c lóeb eetunaal kie*' Vaéerkwf ••« 
wijkplaats wae voor 100 vele Franaeke viagtéliageuv ^Kws 
deer de^' llerro^phig >viüi kei eliol' van ' Naalal; «au i de 
Wfeèdi^ irefvelgiiqi«a ten pnooi waren , aoo wét sy» faal 
4>ók V0o^die engelakkigen , die de God8diéailha«ü.der 
^n^éit i' iü Arméntêy met 'de wreeMei nkrieKÉgen lea 
fblt^ritogeii drei^gde. Reeds « in de vierde Eauwi ' 'wmm 
k^ 'tot ket €kri$(i»tidoiB overgegaan», maar «tkeiddea ^étek 
$a het jaar §36 van' dé algee^eene-kerk ^ ea tzgh I^aadinfl 
diète tijd daarvaa a%^»éiideird gebleven. Hén Jand, di^ 
teh aoorden aan deh ^tf^ra^we greaat , werd^g^eüéigk 
sedert het jaar 650 , eb gedaeliel^ «èdert S50 door- iira» 
bieren f Perten en Turken overwonnen , en daardoor 
moesten ze dikwijls van hanne overweldigers den bitter- 
sten haat en de vreesselijkste vervolgingen lijden: soodat 
velen genoodzaakt waren elders hunne toevlogt te ne- 
men ^.ea in HrrftènMie laaden rondi^«viBnr«>. . Hinnep doelt 
de spreker. ia d^ volgende aanspraak aan den jN^edeiüland- 
sohen Vorst. 

»Bij c^ne gelegebbeid 1^ desre , düe «enen- dèorl«eki%en 
lelg uil keV4>ePoemde huis^ van Oranje in <otte mkiden voarl , 
zal ket^ vertrouw ik', nkt iroor vermetel wiorlen ^MHnt*- 
den , dat ik eenige weerdeti tot ÖnzM Kontnkütkaii l»ê^ 



J«1 

^t^iefwlfferi ld' hei «Ig^meen. Hel it ié^ omnogelllc hel 
ÏÈö'&ge^gêfii/^idBr trmigié ttiUediUkkett , d«i «M 1»#sfell 
bf^ 4«: eerdt»'' 01» te l»eiirt tuli , tmi snik een eiit^er- 
waoM; 4bes«ek , ' ea <m«0' opregie «Uald>Mrheld # dJe irfj 
•de fe!oeiMriik» TooTTaderen vaa Uwe Ketolnkl^ke 'H«o((lieM 
Ter«cliiiid%^ «ijn , roor de beteiieniilag en de rrgheid » 
W«lké énae^^' bniiea Ima Vaderland emdelende» UmdaUr» 
deti eens' in' MoUaad mogtet^ •ndertinden. Een werkda*- 
'di^-ineddfi^ea van dé ilelkndera nel de nrertende At* 
miÊniirWf is naanrerdlentten in dehladk^dea onaér gèielii^ 
Aenim «pgeteekend. Het tros t* AMêfttêam, nililekende 
'V^èPTstl dat de Arnienisohe geleerden ^eAmaid «enaclMdl^ 
]ilaat9 renden , legen dé verdinkkidgen en YènKolgingëli 
iMlnoer engeloovige ^vérlieergehers. ' Het wat dafar ^-datdè 
' ArnÉeniftehe drakkuaat y toen nèg^>erti ia bare gèWórfa^ 
dbéf de.oinvekkende aamnoedlgtng' der rioUaüdtehê IttÉtie 
tol meeriere volmaaküieid werd gebragt. ' Hel w«i«daari 
•daC de AmiéttisiAe bi|bel» in M 'midden der seVe«tic^dé 
'Bèawy he*'«erit gedmki werd', door 'dèü ijrer{^n'«i& rol^- 
Imrdèïkden BisireiitfpVbsci»/ ialigèr gedaehfenÜMe (^)/ Het 
*w^ daar^'dèit de lettèrknudte tnn AfHaHémë^ mi too al- 
gemeen en met' zidk- éenr gi^ed gètólg dooi* 'dé ' on^^briliOei* 
de geléeï'de» 'Tim FrAHkr^k cu DUiiithland b'd^fend; 
1^11 %oo iioóg geii^aardeerd door dé^dndertchc^den' ooster- 
lingen Tan Èng&fand ftn ' Jm/tV ,^ ket eefal' de aandaekl 



C*)' De éérste druk van den Arinemschen bijbel' werd 'te \^wi/ir- 
'dam, (de'twfeede té i^ne^e, de deiüe ït CorisiaHtinöpcl, de vierde we- 
der té l^nétie\ dö v^de' it'St: Petersburg éft dé 2e$de te 5^^;»- 
/>df5 bezorgd. « - ..*.., • .. 



ir44( van de wee^^rigen eo gctUierden «ttder uure. imUm. 
TifrwQl w$ hi^r de fEagening.en van vryhtfld.ep.^riTMU»» ^on- 
der dp b«gttiH|tigiii|^ der T^rl^e ri^i^ttg 'iwptti Ctr^Bt^ 
Brjiiianj^ genieten ^ w.elke wy metf.een ,da9lil>aAi^ giem^ed 
erkenaeq, i^jn wy j^reneensr, erke«t(dïk TAer ,4ie«6l|de 
weldaderi *v4ór tw^#: «enirefl »- gedurende km»; verU«f ia 
^Uw lai^y aan.onKe:Jbnd^neoien bewei^eii. Pankbaariiai4y 
.4e edc^lsi^. hoedanigheid dcHi mensfiheii, is ee^-?ai» de na- 
tionale car^ter(f ekken der 4rmenfêr9. Djt bewye rap 
.KoninUyk^ belangsteWiig , wafun^ede gg» Q doorlu^Uge 
JPrins! onS: naUonaal instituut hebt Ter^er4» «al door oof 
a)|en met onTermengd genoegen , herdacht worden, ia 
onze je^igd en mann^gken ouderdom, ja tot aan 4efl 
jtTOttd van 4>ni leven,- EnnifOge het ons vergund syn de 
jtille hoop te koesteren , dat > teruggekeerd in hei geie- 
gead land uwer gehof>rte, waar gij misschiea door de 
Vooralenigheid bestemd syt, om het. lot eener grooijB es 
magtige natie te besturen, • Uw^ Koninklijke Hoogheid met 
l^enoegen zich de aangenam oogenblikken herinnere , vaa 
Uw welwillend bezoek in .de .Armenische Philantropisehe 
Academie , waarin wy , iGode zy dank , eene goede opyoe- 
dlng erlangen >eene opvoeding die zulk eenen . schooaeji 
glans op de Vaderlandlievend^e stic)iters dezer inrigüng 
terugkaatst y en die derhalve een levend, bewys is vonr de 
dtttti*zame en onberekenbare zegeningen vaa he^ (oei|e- 
mend geslacht van Hi.ic in de OotHlMiëny , i 

Na het eindigen dezer aanspraak betuigde de Konink- 
lijke Prins zijne tevredenheid en erkenteiykheid voor deze 
schoone en gepaste woorden. Daarop bezocht Z. ICH. de 
Armenische kerk , waar de geestelijkheid hem met al de 
bewyzen van achting, die zijn hooge rimg verdiende, 
heeft ontvangen. Een exemplaar van den Arn^ischen 



l^$V«l, 4i« in M66 te Amsterdam ^eériÊki irtrd, mImii 
de Vortl nMt Tedl belangtlellkfg ie .beaigiigen. 

BehidTea te Cmltuttd kehbeu de ilrM#ittAv tliaiit ««k 
op endere plastieii inrigtiDgen t^t' oproeéing der jeugd:* 
4wder «nderen werden in het Jmt IS14 it M990OW9 en* 
der beguèeti^ng der Roituelie regering , de grendeligen 
gelegd têt eene pra»ktige Aeademie , die in I81# rellooid 
wu , en thans neg nldnar in bloei ii. Zoednt het lèt de» 
ser rnnif spoedige natie , ofiiehoon hnn Vaderland nog on- 
der den' drukkenden scepter ran wreede orerheertehem 
xodit 9 echter opder vreemde yolkeren meer dragel^ en 
gelnklug is. 



, D9 Opvoeding van jongelingen in Indiè\ 

Onder dé grootste onaangenaamheden en moeijelj|khedett, 
waarmede Europeanen in Indië te kampen hebben , mag 
men Toorxeker de noodzakelijkheid rekenen van kinde- 
ren , op hun achtste of tiende jaar » naar Europa te zen- 
den y ten einde èkkr eene behoorlijke opvoeding te erlan- 
gen. Wy willen hier thans geen iwart tafereel xoeken 
op te hangen 9 van dat hartverscheurende aftcheid » dat 
Ouders hier zoo dikwijb van hunne lievelingen moéten ne- 
men. Velen onzer lezers zullen die smart misschien by 
ondervinding kennen 9 en om anderen voor dat zlelsver- 
düei te bewaren , is de bedoeling van deze regelen , en 
van het plan , dat wij er in hopen voor te stellen. 

't Is waar , wanneer men bespiegelingen maakt over 
de voordeelen , die eene opvoeding in Europa aan jon- 
gelieden uit Indiè belooft, dan schijnen ze veel en uit- 
stekend te wezen. Behalven toch de meer ontwikkelde 



gedeelte der weHeld opipea, m hei 00^1 ^i b1» h^^ kM^ 
vmait ^üif\ 9tvm «üftltigen imvUêd'. nU«e<eiii,0^ dn mr- 
m^ fan ,bui|iieB ifeMi , >«0q wel '■ ab. op dia -tanhtt». U^ 
obnfum. . £en fijnere beichiurjfiig « een MiMfd^r fmMk»'#» 
meer gwr«rt lulor. hei.eebeone en gsoeddi sekyfüban ^daatv 
4igea'ia verdea; i^n'^ de' vetmogê^M knmien aiel. iMer 
iMten. aki ivéerlteraekti Terkri^n^ Wf erkennen btt » meer- 
aMieaJM Aa tvaliRlieid deaer beiq»ieg#liogeB <m^ daait ida 
endMTHtdlng geilaaCir, dtkwiyb sga jtMlgelieden van'. Imé^ 
^y ^ knadige en nikiekendj» mannen -liit bet Fad^riluid 
teruggekomen ; — docb boe dikwijls ook heefi^ aan/ «U» 
anderen kant , de uitkomst de verwacbiingen der Ouders 
te leurgesteld en bad de opyoeding In Europa, geenen 
of eenen niet gewenscbten invloed op bun bestaan te weeg 
gebragt. Mnar 'gesteld al eens dat de voorbeelden 4er 
eitrut^geT/allen die der laatste overtr<>ffen, boe, duuv moe- 
ten . zij , difn ^niet gekoobt worddn. Op eenen leeftyd » 
waairin ^^§;de teedere izorg0n d;er' Ott4eren .^eg, zoet ifper. 
bfiboeft y , iifaarif 4e; ^liefde ? dier Oaderen< alleen/ i^ ^ s^^t 
is^ iöm ^e..de peif;ingen en swakJbeden ii) M : ziob; If^s^gr 
^jifn^rhand yof|Di^ei^d earacier die^ Jeugf^ig^'knsiapB» i}^ 
df);^oor noodige, ppletiendbeid en aapiuwkeurigbeid ga4^ Jifi 
slaaa^ te besturen, en te regelen; waarin da :gerii|g{(ie 
yerwaarloozii^g de .scbi:f>^eiykste geyolgen v^ior gelpeel nuj^ 
TQJlgen^vleyen Jcan^ na, zifOjti slppen; op dien; ]^ef^.wqr4t 
b^ uit bet qu^ertjjk^ buis gescheurd ^ en aan da bem^^egjpr 
gen van vreemden toevertrofuwd. Qew^oniyk is 04; bet 
Vader]^n4 een insUtuui oif kositschool de plaats ^ wiiar^bg 
zyne opyoeding 9:14 erlangen.. Niet zeldei^is zelfs d^ keuze 
diei; plaats ook aan vreemden overgeUten , omdat de Quo 
ders 4oer bun lang verbluf in Indiéft niet juet deceiva be- 



k^m^ï 9i m^amde^ekefemküêwijiÊ ifm fmnomklyduÊtl néMr 

Httgen of«lenpés»B :«•« ksb kick «iMpriijkitiiidi.'iiB ImI 
bftfoiMler lèf iijlUéii^éieli^henii •%e¥t»f^«'4B*>14i' ÉM^'^ómM 
doelen w ^ knen: di« war idl«ft bttiMiè^ bIjdU Mét Um« 
iPMlpoitliv|i'#llltaMlwtipti|:wordlè'<tt,s$p »rtln<rfft>0|ifiii 
vuld; éle btni;iètk«l Vaitoi4aiid«sii>'fi«in»;Mimin«|lieo'^ari 
gvoot Aui ■•iidvii xijtt'y'^inMi^ iUe"m in /iMMlf|éiF)4eg«mk 
ksn lÉiMén i bMofliifiek' bdÉiBgr^ktt kkAfUgktdea iju tt—l<) t 
l^att kl$T«A kflMii«nbdR.ettd>,Mèiefih9i' e&m 9 ia keft Imif z^* 
B«r gakooria leniggekaérd » iséa lieM b«1 kekaévMkj «'Wf 
spraken tkani Iran da l^eite laBÉittitea wah* jangaliiidtM 
ia ont ViidakOandv waar^iuat «iU^ '4aaa fwo^ 
ziisl , die d^ Tavafands, awdiv «aliPfklMid't «laar '«mr^da 
gdbatle Jéa^ipa menaek wordt gatohik^t^i>a^|)eMli«éi 
•pgvroad.^iwaariivoaral aak aifna«»«dalgka^kékMi|fa» aAai 
wavdek acixkat aag Terlareff< Maaj^^iaaH^ki); iaaU-^Mèr 
dtea kaad 'kiadoe»s idiè Ua laden;' aimai'kategaaini'ii^-i 
eaa^t^f ea' kany waldiidig^ wei4c 'OpilMt.gpikeal w^afi 4adaa 
in'4ek b^aoadar? laari» 14 oak (dèlii^ «a iflai^aa. Wb MnaA 
arkteidiameii» \^r ^ vaaibeèa liafkeMianéa if«adè^'*#adr^ 
deren? in een woord mist bij niet die kmtaa lHie ^jpk<ê^ 
ding, die beni in het rervolg iijns levens niet alleen zulke 
aangename herinneringen zon verzekeren, maar die reeds 
op zich zelf zoo veel tot z^ne Torming toebrengt ? 

En keert hij dan eindelijk op zijn achttiende of twin<- 
tigate jaar terug , dan zijn zijne Ouders hem vreemd ge- 
worden , physiek en moreel Is hij hun ontwassen , de band 
die het kind bindt aan den Vader en de Moeder is bg 
v^len verbroken , en niet zelden blijft er eene zekere 
verwijdering, die nimmer weer wordt toegehaald! 



H Z«u dan «ene weldaad >wesen voor one «aatactiappij 
in deze itreken^ indien men hier eenige Inrigtuig bad, 
waar de Jengeling» na hei lager ondenqjf te hebben geno- 
ten, onder het ovg n^ner. Ouders lyneiTerdere o|^oedlng 
en' opleiding onlnrangen ken. Op dit. öogenblik hebben 
sieh te Batmvi» eenige ingesetenen rereenigd, ten 
einde , eoo mogelyk , eene dergelyke inrigting tot staaé 
te brengen, is er ooit een . gei ehikt t^dttip geweest on 
xalks te beproeven; dan i is het thanÉ, nu loo vele be- 
kwame en uitmuntende jongelieden in het Vaderland » na 
de Academische lessen, te hebben bögewoond » en hunnei 
Aèademisehen graad te hebben .verkregen y buiten betrek- 
king moeten bleven» dew^l alle plaatsen bezet zijn. Zoo 
s)j . dus maar eenige vooruitsigten hebben» sullen velen hun- 
ner .genegen zyn om mindiê hunne loopbaan te begianeo. 
Daarbg komt] dat het lager < onderwas in de laatste jaren 
Uer aanmerkeiyk is : vooruitgegaan » en nog dagelijks in 
verbetering toeneemt: zoodat ook. in dat.opzigt de op- 
rigttng eener inrigting van Jliddelbaar Onderwas mei 
«enen goeden uitslag sehgnt bekroond te sullen werden, 
In het volgend nummer hopen. wljj onze léselrs nader mei 
dit voornemen en den aanvankelijken uitslag daarvan be- 
kend U maken. " 



^i}b0chvtü 



TOOA 



NEERLAND'S INDIE. 



BORNEO. 

Eenige reizen in de Binnenlanden van dit Ei/and^ 

doof eenen Ambtenaar van het Oouvernement ^ 

in het jaar J824. 

( Vervolf^ yan bladi. 25. ) 
Diamantmijnen te Soengi^ Boent ie. 

Bg 0IUE6 aankoBist te Soengi^Roeniie , wartn tr AHo 
m^nen geopend » die uit lood-regt gegrarea kuilen , enge« 
Teer zes voeten in het . Yierkant en twaalf roeten diep, 
bestonden» en aan de kanten, met |MJea reoraien waren 
om het instorten te beletten. Deae palwi werden^ dieper 
ingeheid 9 naar mate de grarers ran onderen de aarde 
weg ruimen. Ieder dezer' palen 'heeft ' daarom ook eenen 
bïjzonderen naamy opdat de mQngravers gemakkelijk kun- 
nen te kennen geven, welke, paal door de daarvoor be- 
stemde werklieden , dieper moet worden ingeheid. 

Op eene diepte van vier voeten bevond zich eene stel- 
Kttg in den mgn , waarop twee mannen het water in kleine 
emmers 9 van de onder ben staande m^nwerkers aannamen» 
en in de nabijheid van den m^n uitwierpen. I>at gebeurde» 
omdat men, zoodra de aarde tot op eene diepte van zes 
of zeven voeten ui^egraven is , water in den mtjn krijgt » 
hetwelk dan , op de hierbov^in aangehaalde wijze , wordt 
opgehaald.. De pnderste werklieden staan, tot aan de 

Ie. J. 2e. s. ö. 



schouders in hei water , en graven , zoodra hetzelre ver- 
minderd f de aarde wederom uit , welke in kleine platte 
manden 9 aan de boTensi^ werklie4en wordt ftajgg^even. 
OpAiP ^^ r^rtwerkeodt fdkiki bei aemwjjkA de gra- 
Ters van » op eene diepte van veertien voeten of minder , 
het 9 met steenen gemengd zand te tinden , dat het door 
hen gezochte edel gesteejlle mbet inhouden. Het beste en 
zekerste kenmerk vfin het d^ra^n eeqier r$ke diAm^pt- 
ader is een soort vapi loodkleurige ste^p , dqor d^ liiM^n- 
ders^ batoe tima (lood-steen) genoemd. Zeker is het, 
dat zich bij dezen steen de diamant' bevindt. Dezelve 
wordt daarom ook tioor de Inlanders als de soedara in fan 
(broeder vai^ den diamant) beschouwd, Zpodra dan deze 
steen zich vertoont , voelt de reeds a%ematte werkman 
fgfte krudbten ]^<Mievetty en slaat met verdubbelilen nioed 
4^ Iv^xden aan het werk. Het opgegraven «and wérdé 
^B^gindd^ in hoepen afgezonderd en bewaakt. 

Yi^ltQdlt g#i»euift het ook , dat , na eenen Termoegendea 
%rbeid f dis «ijnverker eene teleorstellittg moet ondeiVio- 
dj)9, en de d?tinnt»aarde niet gevonden wordt: alsdiin 
ftf^JM^ mep het werk in den reeds geopenden m$n en gaat 
eeae oienwen» op eene andere pluats graven , waar mts 
echter seMyds niet geltddciger ia, 

In een' der mijinen , welke men gedurende m^ tegen- 
veer^beid j;eopend had , vond men , op eene diepte van 
tw^jT voeten, het zand met lood-steen gemengd. Het werd 
jVk kleine « wgd givvlechten mandjea gewiaschen , en van de 
gr^ote steeden fezniverd» Welke alle zorgvuldig werden 
migeffoeht , of er zich ook diamanten onder bevonden. Hel 
^jne zaï^d valt dan door deze mandjes in een grooter 
)nan4» welke onder dezelve, in de nabg zijnde water- 
plassen i« gepletst , en Wordt van daar , in kleine hoe- 



[8*J 



M^f eT«i» ab li$ ^ goud gravingaii' i» gebniik if», «|h. 
enooMB ev gewasidieiK Ifot Batte jnné w^rdt dbo 0Tir> 
eik geiieeleii bak iiitg^l4»ret4, en de* iUaauuit also* g»-' 
•cM , welke daor s^e gÜMieiaBg Bkh •poeiif aaiL kei 
»g TOArdoet. Meaige bak saadwenU edilar weg gevwrw. 
en 9 zonder* dat het den zoeker g^nkt: het voerwer^ b^. 
ar iMf^eavtje aaBtetreflbo » ea T^toan^ ziek hativlre. op 
m imn alk kattlea gedraaid en llagez•eki^ wnffAaBi|en> 
kk , ÓMtb ia ketï nog «laar kg klainct aéttl^ae , nmÊmifimi 
ht Tedl gyoolMr daa een gcaeéa. speUdfiep^ Tmtwafk wyi 
ftt aaniageiik werdaa afauMK yencheidffid kleine diaaianiwn 
sTMMèeB. Het zand » waaria dtt edrir geeteeate aldi beri 
Uidé , bezat oek goiub-ii«f » dat te gelQkertijdi i^eBaaoMldi 
erd. 

In den iweadea nqln.» welken aieni reeda.,tot.e#iie aaan, 
erkelïkfi diepte, gegrarea bad , vfu omd ouader gelnUug. 
ba r^ud ia denzelren » e|>. eene. diefde van iieei;tlea afl 
fCl^ea T^tea , eea^a. z^vsarea ijcecheubia k ee « > Za# ren^. 
^dif, mea mS ook daknaNi op.dezelfija djepie» eaeeMn 
pen. tot op twijMig vAeteii, aakerrtamwmi» eea zoar tb» 
Ma vaariaig ea dakem ran. haiaen had aaagetraSe n 9 heA^. 
«Ik oekter aU»s ». aa de geria^^ aaaraklag » ia 8io£ atfr 
fen TJeL AUes droeg bwteodicn ook ds kenmerken, dat de» 
e^^ndea hier warm «uigesqpMieU» dewïl se a»MPt»l nvit* 
AWoh^Dt biidekt en » tot of eene. dkpte Kim aeht ef tien. 
oeten,. uit eesna roodachi^ «Arde,, aiet zand geme«i(pdf 
ras zaamgesteld , waarop zairer zand met kei-steentjes 
evonden werd , zoo als men hetzelve wel aan zee-strand 
anfrelfc. 

De Pangerttfig MxrKo Bona vertiaalde ons ♦ dat dezo 
liamaiit-gronden te voren aan den Snltan , zgnen vader , 

6^. 



l 84 1 

bekoord hadden en dat hijj dezelve , om aan het rerlangeB 
zijni raderg te voldoen , in ruil had aangenomen , tegen 
den grond welken hij vroeger bezeten had en waar de 
diamant-graverij met het gelukkigst gevolg ondernomen 
werd f zoo zelfs 9 dat den Sultan , kort na het in . bent 
n^nen van dien grond , aldaar de diamant van 77 karaten 
in handen was gevallen. 

De w^ze, waarop de diamantmijnen alhier geopend en 
gegraven worden , zoude door middel van werktuigen zeer 
vereenvoudigd kunnen worden , maar de Inlandsché Vors- 
ten vinden het weUijgt minder kostbaar om werkvolk U 
gebruiken 9 dat' zonder of voor een' gering loon , in 
de mijnen moet komen werken» terwijl voor werktuigen, 
de kunst 9 de zamenstelling en het onderhoud zonden moe- 
ten betaald worden. Een der zonen van den Vorst k 
altoos by het werk aan de mijnen tegenwoordigl Moeije- 
lijk is het echter om op alles het vereischte toezigt te 
houden 9 en het gebeurt dikwerf, dat de mijn- werkers 
de gevonden steenen verdonkeren ; vooral de gravers , die 
beneden in den mijn werken, en gemakkelijk met hun ge- 
oefend oog in het zand den grootén diamant ontdekken 
kunnen, maken zich daaraan schuldig. Dan laten zij som- 
wijlen geene middelen onbeproefd, om denzelven voor 
het oog hunner opzigtêrs te verbergen. ' Daarom ' wordt 
het ook meestal niet toegestaan, dat de gravers 9/rte ge- 
bruiken , omdat zij daar bij wel eens de steenen in deo 
mond weten te houden , zonder ontdekt te worden. 

, Zonderling feeit te Martapoera. 

Een aloud gebruik te Banjermasging vordert eene 
zonderlinge plegtigheid, vóór dat de afstammelingen van 
den regerenden Vorst , die eenmaal den troon zullen kon- 



I 85 J 

len beklimmen, den grond betreden mogen. Hei kind 
rordt namelgk in het huis yan den Vont » over een trap 
ran suikerriel heen geleid , treedt daarna orer drie scho- 
tels 9 de eerste met geld , de tweede met padie , en de 
lerde met rruchten opgeyuld: roorts loopt het, over 
dierlei soort Tan gebak y langs eenen weg , die tot aan 
ie ririer geleidt. Uier wordt het door TroawelQke bloed- 
irerwanten van den .Vorst, met onderseheiden plegtigheden 
;ewasschen en daarna midden in de rivier geiet» waar 
Ie vader een werp-net over hetzelve uitspreidt , hetwelk 
üatuurl^k van alle kanten met omsigtigheid wordt opge- 
rangen. Na dexe plegtigheid worden er vmehten in de 
rivier gew<Nrpen , welke door het volk met gejoieh worden 
Dj^ehaald : ook het gebak ^ waarmede de weg als bedekt 
is » wordt dan aan het , volk ten beste . gegeven. Zoodra 
de Vorstelgke telg in den kraton is teruggekeerd / schaart 
zich daar alles weder in orde. Drie reijen vrouwen van 
onderscheiden ouderdom plaatsen zich , in een halve cir- 
kel » voor het kind en y onder . het branden van welrie- 
kende krulden wordt dan een spiegel , met een brandende 
toorts : voorzien , driemaal van hand tot hand door de 
re^en der vrouwen heen gedragen. 

Daarna brengt men het kind bij den Sultan , die het- 
zelve een stukje suiker in den mond steekt, aan een hard 
gekookt en geschild ei laat zuigen en met twee groote 
diamanten aan het tandvleesch strijkt. Nadat deze laat- 
ste .plegtigheid volbfagt is, wordt het kind bij alle de 
aanwezige Prinsen rondgedragen , om de gelukwenschen 
te ontvangen/ die door hei volk, buiten den kraton, luid- 
keels worden uitgeroepen. Wi} hebben alles aangewend , 
om de uitlegging te vernemen van deze plegtigheden, maar 
de Vorsten zelf schenen roet de ware bete^kenis daarvan 



^ «fitoMuiiili«g«n tÉtt ««rtr/er'l» V4Til«a 'is «MigemiMi. 

Men kan:» ^ene Mjte en inelPeieiieMdé fmmuW., iM «i 
fiovn "van Banjer nwur jlfirr/i^ötftni , de ïpiaalt ^wibïp Hit 
'fewi gevierd wfrd, dp#i^éijeo; om ran flawr. echter naer 
B^n^ér terug té Tsren ^ heeft inea sleettis Tier imea m 
'SMsder iteod%*9 aew§l inen dan 'met d^ stroom itfnkt. 
'Mai^Hpoétu Mióort tot de Voritenkmden , velkB, loi 
jLk wij vr4>ager heMien ^Ufj^M^ reeds in 4e h^ó f if i Ï È ti U 
JSatger ^ea begki n<me«. De Rewdent heefie daar ^m 
buit en totn , nnèke 'Goirr^nemente eigendem «ttnmkeB, 
}qp €ene uitgeftnéktheid gronds» die déor ^ed SatBAtm^ 
tot ^t emde, bij eotftraoi is aljgfdstaan. Dair do Snliao 
•jmeefttal ^ Mmrtmpttera ttfyn verblgf ^tetdi, fhèeCt mei 
het noadig geoordeeld den Remdeat daar eienè woning %e 
hiten bouweay dewyi zgne betrekking tot den ¥erft, 
dikwerf zline t^geivwoordighdd «aldaar ViHrdert: 

,Do rivier ymn Ba^^tr tot Martup^era^ is oTti^ toot 
.groote rpraauwen beiraarbaar 9 eai inden regentgd , wan* 
neer de rivieren gezwoUen z^}n , kuilnen greote ¥aariiB- 
^en tot bij Martapoera genaken. Bem rivier » 4iaii- 
tnerkel^k verkort » door sommige kasal^i of doorgraffn- 
^aa , die door de Inlanders Amtaèêan ^rnmmd wonie» 
an op bevel vifen Soltan Ba«o/ van Baa^'trmammmg , 
j^jn aangelegd : >ve ügn editer b$ laag water niet bevaar** 
.Jbiaar* 

'J>e kMEjipoing Martapo^r^ ïa groot '«en de bitijiea «90 
er ni^eital aan de oevers der rivier ^^ouwd, ^km- 
ton 9 of bet v^bl$f van den Snjtaa , ligt aa^eskoeg aas 
liet eiode van M kaoipong, «aede ^l»k wm de «'iWer; 



iv(«lk€» éêÊê^t , t^^ifhl «9 blÉJBr intiét df fai kbt A*dotfi 

r^i(^ ftii l^e AArtiê ti^ett. 19% ([i^md , trktt'dp (t^ 

féffwift rm t^rcM eo Mlifé^éii ltf6og ktti, a«il i» Ükïfttr- 
«f lÉitd«z$46 ^eett dhrp docftt niet <e«ir li-««d ttdéfA» , M- 
aM #è reg^r ê^ dé rif Ier wi»rAf gé«h»iideir. Totff ^ 
kTÉitoft ii ettff gt^i^ \lAUritf pAtteMhuttt.» tte Wtiu*^ mM 
'm tXÏ0 itlgMtt(pAÉ kiti^rawdtt b^g^ es tM^DiAi umkh^éfl. 

Bij Mariapoêra eindigt de moerauage grond ytMt Éên* 
jerwMMting, Van daar kan men , langs de sehoonata 
landwegen , de Gouvernemenii landen Laut tot aan lee* 
slrafti beieêifctft« Er %Mkuil geen mogrfljlüraid, ew eëfl^n 
kiidwi^'twi MttttÊpéérêi itawr Btti^tr aanftf éggeit ; db 
wftltettehlig«^boil^«ii«»ini<ierattle», irelk» üMé fa a!b rig^ 
Uftgon noacr BtLUj^êT 9ÉHé^M ^ iMfiMi MtfHegén tfffaattir 
belMigr^keF ^wlgfced en i» déé weg. 

V«ii Ma^Ufttm lun riieif^» lnngi' de liriéf en dolt 
orer iMd BÊmrêmtagm^ M0hn^g htiang en MMhimaUk , 
do^irroegor Tit^Wjffptoiieii têSÊt d«n flkdlMt bereikeiÉ. Do* 
tegenfiroor«igo SNdiM töodf; ii<«^ neg yw t^d tot if» 
to' MaH^mmêm éft Men ttoet ongieToer Me urwi' op«^ 
rooien oer ittoo^ to Ka^tmng ImtêWg aoiikdarir, eir ktar 
mot l«ig wmler idel dna met^ 1*0^ mdoitê dH reüffé* ^eiir, 
b0|#e]k-dMi ^elit»r o>rmr laiAl aMgtewimer lii 9et ho^go 
ooiMTB dor ri«<kfr ifft aMIuü; otefitl bewoosd, %6é dÉt 
me» eono aaneoMeMidbig ttm tn^boonMn eit fitrfieif 
aMtrolt y «otto deso twiet soer rerkvéufigeii. Do r!** 
tior hooft oeno aottdSgo beddtng' met kMiio olMiH}«i g^ 
nMngd, mlft do tiab$keid-yiifr jr#r«ff]r /i*I»m^ tfiofl Mli: 
in do droogo* MoiiisMUi Tiye tili i id e u 9Md-fMèw aon^ w^ 



LS8 i 

ke echter in den regen i^d gemakkelijk oyertokonien ztjo. 
Men kan van MartajtQera In zevea uren Matraman be- 
reiken , ofichoon de vaart naar derwaarts in den droogea 
igd onmegel^k ïfl j maar dan kan de reU zeer goed o f er 
land gedAan Wierden. De Sultan beefl eenige kuUsea op 
Matraman en begeeft zich alleen naar derwaoris om het 
jagirermaak te genieten. De rivier loopt van Maira-s^ 
910 ft V nog verder op naar Doekoe'^ktriB ea Daekoe-s-kamtn, 
lynde uitgestrekte en welbevolkte dUtrieten t weike aan 
dtn Sultan behooren « en alwuar eenïge diamantmijnen ge* 
legen zijn. 

De Banjerêche Vörntén, 

, De famiUe van de Sultan ^ welke xeer tali ijk 'ia , wooat 
te Martapoera , Karang Inlang en Mairaman , in on- 
aaniienl^ke huizen ^ meestal Fan bamboe gebouwd en gt^ 
no^zaam van geen Europeesch huis -raad voorxïen. Alleen 
de Pangerang Mxmqilo Bokmi , of Rijksbefitierder leeft 
eenigzing op de Europesche wgze ^ en ïm gulhartig en 
vrg in den omgang. Na den dood van Sultan SoxaxAV « 
velke in 1825 vaorriel » besteeg Sultan Ajiaü ^ den tr#oo 
van Baf^*ermaM»ing. Op dett tijdstip bevonden zich al* 
daar vijf-en-twintig Prinsen , allen PangerangB van ean* 
zien of naaste bloedverwanten van den Sultan. De Sul- 
tan iji een goedhartig mensch , die zich echter geheel 
door zijne vrouw regeren laat. Deze vrouw ia schraap* 
zuchtig en koopziek. Daar zij de moeder van alle *a Veri'- 
ten kinderen ia , oefent zij eenen groeten invloed op den 
myfukken Sultan uit ; van lage geboorte zijnde , heeft lij 
g^en anderen naam, dan NJetj Kauxla , terwijl h«re 
dochter den titel van Raia voert. De hovelingen vrezen 
dfuirom ook mindei den Sultan dan zijne vrouw , ea xor- 



géft oHMur aUatn «n kniineii VortI, in i^ne kltiBe en 
TadLlgds soa^erlinge sw«khedén , toetefl^ereii. Zoe boort hl 
oadfr Ulieren ongMrBe een woordl in sjjne tegenweor- 
diflMiil «iUpreken 9 wiarin ti of fe roorkomt : en daar* 
om sorgl ieder lijner rolgelingen dergel$ke klanken niet 
to doen horen 9 HHUur rei^wiiieU de woorden waar deiel* 
ren in roorkomen met anderen 9 welke deielfde beteeke* 
nia op eene andere wijie te kennen geven ; xoo leggen m% 
dan in plaatf van tiga , (drie) doewa Ubeh êatoe^ (twee 
en een) » in phate yan thee , daun ehina , (Cbineetebe 
bladeren) » ena. Komt iemand hem een geschenk of ieta 
anders brengen en legt hetzelre niet jnitt op die plaatf , 
welke hem eomtyds door den Vont in de verte wordt 
aaiigewesen , dan weigert hg hetselre aantenemen » of 
doet den brenger zijn ongenoegen geroelen. 

De oudste xoon van den Sultan of Pangerang Rato , 
opvolger van den troon , besit meer vastheid van ka- 
rakter dan sijn vader, maar zal een gestreng gebieder 
zgn. 

De verdere zonen van den Sultan zgn genoegzaam alle 
onbeschaafde jongelingen, trotseh en vooringenomen met 
hunne geboorte; onwetend en zonder ondervinding» be- 
sehonwen zg hun geboorteland , hetwelk zij nimmer verlam 
ten hebben , als het voornaamste rijk van Indien en hun* 
■en vader als den magtigsten monarch. De rgkbestierder 
of Pangerang Hi.zxo Boasi en zgne familie onderschei- 
den zich echter van de overige Primien » zoo door welle- 
veskdheid en bescheidenheid als gulheid en opregtheid. 

De voornaamste ri^dom der Groeten te Bat\/ermaê^ 
ëing bestaat in diamanten. Het is echter moegemk nate- 
gaan welke voordeden deze diamaat-gronden aan hunne 
bezitters opleveren. Zeker is het, dat de Banjertche 



(»1 

firoéi$u eeoea t^ii mh. ed«lgetleeiii# hêMten •« •■ 
«iiUpi iojB U BtéouMB , l^ft mw Mimikiê o^t^Éuarkfti , ]m« 
y«ejl 4iaiiMpiUa «r }»y fiM«t#ii «£ n a rf e rc ^ plegftig» yl ag è a » 
iMdffi piid«r heil if^^M t«n.to«É gMpmdL Er het iméHL 
ück 9Bder de r^kuierAd^ ^poU ^ li,e«iiliar« AiaÉmMK^eii) 
irelke, editer jummer mqgefi yerk<^t w«f den » <Un «IkeA 
ia geral Tan nood » ak dlt^ ^i wel^ya vaii hel Eyk ftiogi 
Ifevofderd ^ordea. . 

. De Ba^'erfche Varstea yindea»^ gelü^ .wj rr^eger hfti^ 
hen aangehaald , eei;ie y<MirnaBi^ ^itvpanaiag in de herlea* 
jagi en, eren ala ieder hunner aja diamani-i^^ndea h^£|, 
18 ook aan elk «yne jagt-tve}den. aangeweiea« Huttoe 
düamant-groeven te, beaoeken, en van t|d tot .isjid op de 
herten-jagt te gaan, , agn hunne Toornaapsl^ h6ligk^<U« ; 
en hehalven de zenen ran den r ijksbestierder , sijn er geen 
Prinsen die eenigen lust hebben om vreemde landen te 
bexoeken of, door reiden» nuttige knndighed^ ^e ver- 
krijgen. Met het inwendige yan hun eigen land^ agn lem- 
migen slechts ter naauwer nood bekend. 

Togt van Bat^er naar Becompa^ en de kieine Daj^ah, 

InJdeine praanwen retidea wg^den A2d^A :0ol«h#r 1894 
van Bat^fer de AnUi^u^m^w^wnr door, om In da ^P^eéa 
Banjersehe Hyiar to kénien. Deae Antmtmanr nf dber^ 
graving is op aommige plaatsen neer «ngy kronkail langu 
hei kleine eHani^ Tmiuê , en maakk ie aeheidiag mat 
de VorstMdanden «H* Aan 4en nitgang» of. daar, 
waar. 29 zieh nat de groeie liviar vereenigl, af ead 
vroeger eene kleine versterking, wswrvan mi niati Maer 
dan de opgehoogde grond everlg lg« Daan» e n * M e et4e i|,w| 
in ia groate rivier, kat lange smalle rivler^eilandle jtieela 
Aliaiai, het^ralk geheelmet iit>» begroeii ie* B» t^èêmè^ 



[ tl 1 

J^ te bev«r«M «. Be luiiBer-#«Ter der «froeie rMer mi 
poelo Allalah alzoo doonrarande, ItefI weft de 'km»im tf 
-iii»nillog T»ii de Tieier AtMmk mu-, welke ooeMijk af- 
«rlveit 'tfn -mafiiMde men iot hxA boege imod irtfi iMveiH^ 
deam ioemen, ^vm «mt meA tn één é^^ jlf««r«iii«ii kan è%- 
roikte: D» «fsUvi m de ^iMtii t«l aan de MmiJk fa 
•«Bgiïiietr eea "mr eprevfene* De immp^mg, wétke in éè 
VÊkmMÜug der AlMmlfok^ riwlet tigi , «n r^eda UI ^de 
VorèiM-iaaOen 4Hèe«rt, m taneiiik irfigeelrekt ett èerolkl. 
¥erAer tif» im dese rMer «ea ^ihA Un^M ef Ti^Hea «rèm 
lopviu'éni Ateefl de fMng^rmng M Fi.V¥ia detaelA rèrUJf, 
-ito eeïi *«^% 'M «jowawig oorl, kelfif^lk alleen aiet kkkie 
^mmÈwén. genaakbaar «. Ongeveer 4rie «ren van dÜ ver^ 
•bl^ , M ee i nC bet be o y p land Tsn Moening een«n a a n t mn g. 
De ■—■ dhig der Aiiaimk yeorkij rareade en de groele 
-riesrier -vurder epreeijende koüt Ma jmmi een riTier^-eilaad<- 
^ p^mió Strupofty terw%i men iele rerder |ioefe Anjtt 
«aiiiiieft. Deae kleine rhder eiland|«s maken eene firaa^ 
'im^o^miDg >en sgn dfigt |yeiNM»en met de lAnüft nings 
mvKmwÊL de ^raeM , èintjing genaamd , dé roeA» langA 
uemmiff» «pen (mij^e»») tei Toedeel ferdrekken. 
- ' IM groeie rbier kiftft oreral IWmh en breed. Hier en 
AatÊT mijfmdè oereni heeg en Terièenen ^nige/tae^ie^^reMen. 
Orer imt gebeel is ecbter het nttsig^ w^eelt kleine bbscb^ 
JM-in M fl w n a men bedeUcmi de kgere eevers^ én op enkele 
Fimttaan êtdêt der M^^f Tnn kkbe* e|Nru£IJ«s de Terblf|f* 
iriaatien der bmdbeireineri ami. De bafoen bHtven even-i 
Wil «nstg^bmir y soodat b^na nietfl de eenioeiiige en mèl 
«buttien beeramen 'oereredénei' iraart^ trobrcbe ririer 



afwisselt nocb vei aaDgeDaamtp Uier en daar ontmoetlnn 
wg vlotten met rotting , welke uit de Doeêoenêch^ bo* 
Tenlanden kwamen : ook zagen wij kleine handel- praauw- 
tjes , welke , uit vrees voor de rivier-r oo vers , in zeker 
getal met elkander afkwamen. 

Na de groote rivier ongeveer zes of zeven nren te x^n 
opgevaren treft men de monding of hwaia van de rivier 
Marahahan aan » welke uit de Vorstenlanden atroomt en 
xich alhier met de groote rivier vereenigt. Voor dat men 
aan de Marahahan komt ziet men de kampong van Pbh^ 
BAKSZL MAainjAEj door Becompa^'erg hewoond, welke 
aan den oever van de groote rivier wonen* De Pelokkan 
ia een tweede k&mpong van Becompa^ijerë , welke aan de 
regter oever van de rivier Marabahun gelegen is, en 
door Ksinat en zijne aanbangeliagen bewi^ond wordt. De 
liuisen zijn er alle op vlotten gebouwd. De Pei&kkan f 
ofschoon op 'sVorsten grondgebied gelegen , behoort ech* 
ter lot de BecampaiJ , maar ig aan het Gouvernement af-- 
gestaan. Van de kampong van Feïbaexil Makidjiï ver- 
der de greote rivier tot aan Soengte Karramoenting op- 
varende t treft men aan beide oevers een menigte kleine 
spruitjes aan, welke tot eene zekere hoogte landwaarts ia ^ 
loepen en welke, wegens der 56 el ver vi^chr^kheid en over- 
vloed van roliingt een rijk bestaan aan de Becompaiferê 
opleveren. Deze bevolking, die vroeger eene groote kam^ 
j9ongaande m<iading der Mar&bahanichê rirlev bewooadef 
ia, in eenen opstand tegen den Sultan van Banjermassing, 
met behulp van ^gCompagnie'a wapenen / geheel verslagen^ 
zoo dat de ingezetenen der Becompa{} zieb door het ge- 
heele rijk van Banjer verstrooid hebben , en hier en daar 
in kleine kampongè binnen de rivler-spruiijes zïeh hebben 
nedergezet, tot dat eindelyk door Peibaijul MAntHTAr 

I 



mm Vmmwammml Kbibbs wd^rwm de TareaBigiag kuAaer 
laadgenoteii i» feregdUe kti m p omg ^ k «ttdariMnaa (*). 
Da beiiU psrmem seli^iMm ImI adiltr ondarUiig 'niet mm 
te i$n en tmMchen de twee Pbvbaxsiis iMertebt eene ^ee- 
te yerdeeldheid » tenrql over ket «JgemeeA de Beomi^ 
puifer9 motTJé^k tot een gei*egeld beetier-i^n te bren- 
gen , Yoorel in wqél een mitgei^rekt land , weer mi , in 
het een of ander afg^egen spniii|e of riTierlfe, gelwel 
vergeten en onaf bankel^ kunnen blI^Ten ToorileTen , en 
alsoo in kleine famiMen Tereenigd , sieh aan ket kwellend 
gezag bvnner boofden weten te onttrekken. In dese eoi* 
«treken Tindt men alxoo de ber^king w^d en n^d tot in 
de kleinste riTier-sprvitJei en bet ontoegankrï^ binnen* 
land geyettigd. 

, Den nacbt van den Idden op den I5den Oeteber steric 
doorroerende» kwamen w$ 'b morgen TToegt^dSg aan de 
monding of kmaim Amdjmmiin. Van Murahahmn kan men 
in twaalf nren deie riTier-mondtng bereiken : 29 is eigen- 
lijk een tak van de groo^e Banjerêche rivier , die bier 
reedg de groote Doeêoen%ehe rivier genaamd w<Hrdt. De 
An^aman stort ti^ b$ den kleinen Dn^f^ ioi aee nit 
en wordt aldaar de kwai» Lopmk genaamd. 



* (*) In 182460 1825 is Penbakrel Kendet tegen hctGouvcrBC- 
ment opgettaaa, hetwelk dt verwoesting van z|}a kampong in 
POokkaa heeft ten gevolge gehad, eo waama zoo wel Psn^kkel 
Marjdjaic, als die atidere Bccpmpa^'ers 9 zich weder over de mon- 
ding ócT Ataraiafif in eenen zeer groeten kampong gevestigd heb- 
ben, welke zeer is toegenoftien en waar een levcndige-^andel met 
de Loesoen en Banjer gedreven wordt. Op deze plaats bevindt 
zich tegenwoordig ook eene versterking , welke als de sleutel van 
de Mara¥ahan\iLXi- woféoi aangemerkt, en teveiK in staat is om 
de vaart daar langs naar de Von^teitlanden te bedwingen. 



I wi 

•f « om. de^ nuidittg ¥I«l do- iir«^iltf» te Wv^iiMU ' BIé 
BW^ ap 4oor 4m Bmjtiiéett ^ v«lk0t zm^Ii aUtaur Tro«4 

OAktwoottd ji|9.» M>b<m A» Iiifo»4orfl tan 4ef r{^eir«bcg-t 
Itn ,(ü#«riteiim0«) mtïm. gt^vdtk, fit* «Me todi, if^^ 
iMMÜMiile fktaiterii «Ut pHi^ii. Ameiif^ ^ kwMUH Ojaa^Hir* 
4«». Wg kielden «^ b^ derO^Qg^ thmii»t§r* V4ari, «p 
•fi^pllMii» 'Bebtma^g' g#]i*le«» ifar^Hger #ei| y^Ber ^v;l>or- 
mm^Me§or^ der Bm^wkke9^9 §etiii»ii bed. D^ gi3<|ikde% 
scke&en lüer vroeger tot den riJBibouw gediend ie bebb^0«^ 
t^n: Am aüdd«9 IcwiMia wij <»p de hoogte der* «KHnttig 
i^üi di idvier M^mghtU^ > pedia een tnk ; T«a de %v^4M 
Mêe^Ci^nêck^ liyier,. velke iM^40lïk. «Iki^o^. Wij a^-» 
ir#» i^eedg Ei)id#^l^ de Am^am^n al. Oe i^lisopm wav b^ 
TOitrtdtrlpg vk o^§ voordeelt Mif^ énii ^ re^d» spoedig 
de matdiiig T4« de K4^^0Hfii$^ bepe^^ieüii. Hai irateir w^ ^ 
Tviy 4i«MitaJi«te0 , |Eo# M tril ^no^diü^t HM^^» o«4er 4e 
wal te blgyen JKm^ » ditor eUze kle£«e Szerbji>i|^eft praan^ 
wen tegen de zware golren niet bestand waren. Ma bei 
«pkomaa der maan, 'snaebte ten^i^ee ures werd bet, wa- 
ter afól em yevvolgden wy <mz« relt. Nu kwasMn w% m 
de* rivier Kapnumsy weÉkey mMnèweairte' afetinoetHen^» ^b 
met de Andjaman Teveenigt, en dt>ar de brorenlandiett van 
den kleinen Daijak loopt. De Kapouaê is mede een teei* 
fraaije en breede stroom ; geen spoor van bebouwing, nocb 
bewoning waf ergens te ontdekken. Hier én daar zag 
n^en echter a^ekapie himden ea heenen,» aan de boeman 
hangen : een bewi^ wan d# w^fsibeid en enbesebaaldbeid 



[Ml 



lig wMil if«t allM w»i w4 rQndêvi •■• lafM» m •#■# 
4Aodi0li0 stilt» hferi^te «p das* fiuMa waiUrtn , waüit 
b(j jAieF hogiy 4i« wf oproaiieiiy lieh !■ hei MftiooiiW 
Tf ndUei tnisdi^ . digt b^grodde oarert «aa iMi o«g 
T#Érdfl4«n ; Urwiil mt a taU^M t* vvrgeiiAi mat neMokéft» 
VMungAu niifliei» em ie TOigeefs de viarteigett denkt' te 
omtweetea » welke deee tdieeee tMer tet beedel en Tei»^ 
keer eehïet ii|ttflokkMi, Am de beerden d«r rMev Tevkel^ 
fm siok der koege ea aivene yi^«g'0-<aénük«n , weerYea 
i^ TTuoU gegeleo ,en oek iet iiefff gebraikt wordi: el» 
Betoger i^eigd , mo%é «ea eckitr emsigtftg deuviede ie 
we&tk flpieii» deer desfilre enden budsiektea yereepseakt.' 
Hi»r n deer «gn deie itreiken gemengd ai«t een toerk 
r^ booge jpJaat» b$ de lelenders raêêéum geeeemdi' 
v^ljlie veil gelijMitt» laet de |i»Mafi^«^beoBi keelt , «mmt 
l(.erier tn. dumier . ii i^n sitk ia iakkea ▼empeeidt. I>e 
stg^ ijl . hel eieen ah de iamioê. De ▼ra^hi gel$kt naar 
»eiie Ukine breedriruekt. ea bangt bo¥e» in dea kvai» 
9F»e l4a de klapper-^noe^ : ag. is eebier onbiraikbaar. 

De pe7^i:s. imm ^ K^pamms .warea oek ▼vciegei' door 
Di^ift^kkfr^ \k€m0omi, die aiek later aan TersoUlleBde 
kleine sf^rmljei binnen 'slands gevestigd hebben, e» 
zich aan de rerrolging Tan aadere De^tfi&eeAe stanuaen »• 
de Pareiê , te ontrekken. 

Wij kwamea d^s middags, aat^ de eerste D^^hêchê ne- 
gorig en versterking Tmmgi^ht^g . genaamd» ea ontvingen 
hier de tijding dat de Papêds » ten getale van 600 man , 
de vesting van Manko hadden verlaten » en temg ware» 
([etrokkeA » maar dat vele Dai^kherê daar bi| waren ge» 
94mri^ld.. C^kar de mtrnslilng, waarbij w9 oas bevonden , 
ten doftl bad em de iages\plen aesiing van Mmnkoy welke 



[981 

om 's GottTêrnenieiits hiüp Torzoekt had, ie ontsettpea, 
zagen wij door deza ijding hét doel der reis mislnkkea , 
ofiichoon men verzekerde dat de t^ding omer aattkomsi 
de Pareiê tot deze overhaaste terugtogt had doen ^beslui- 
ten. Deze Parett zijn ventfgele^en Da^aktéke'-volUe^ 
ren , waar van nog weinig bekend is , en waaromtrent o^k 
alle bekomen inlidituigen » even als die omtrent de moof 
genaamde staart-mensehen (orang oei) , in de binnen- 
landen zeer verward en uiteenloopend zijn; verseheiden 
Dapakêche Hoofden hebben ons verzekerd , dat er zidi 
menseken met staarten , of ten minsten een uitwas daïur- 
aan geljkende y in de binnenlanden van Borneo bevin- 
den f maar dat zg zoo schuw en wild zgn , dat z^ zelfs 
met de meest nabij gelegen stammen geen geméenzamen 
omgang houden. Op vaste plaatsen leggen ziq die voort- 
brengselen van hun land neder » welke bij hunne naburen 
gewild zi}n , slaan op bekkens of gongi en verwijderen 
zich , tot dat k^nne buren deze goederen tegen ' anderen 
hebben ingeruild » welke zij dan na het vertrek van de%t 
komen. afhalen. Deze opgaven zijn editer, even eoo min 
als die nopens de^Pareii, veel te vertrouwen , en dew^I, 
niettegenstaande de groote' belooningén welke steller de- 
zes uitloofde aan ieder die hem een staart-mensch kon 
aanwijzen » nooit iemand daarmede is opgekomen , twiffe- > 
len wij met grond aan de rx el ver beaUan. 

Wij begaven om vervolgens aan land, om de verster- 
king van Tangohang te gaan bczigftigen , welke verr* 
van de rivier landwaarts in geleden was, daar het volt 
de vorige veraterking , aan do groote rivier, uit vreei 
voor de Parei9 had verlaten. De negorij Tungohang 
telt, volgent opgave der Daijaktche hoofden / slechts 
honderd weerbare mannen. Zij is omringd van eene 



1911 

voniayMi ; Mar digi «p elka4»4^ g^füird^iW^ jMt^ 
d^ ^d«M}F«.§ti|i>«gs«a«i één geboav. i^imafctii., 4)« .T^^^r 
diJSiq^f-audd^lav^, welke de i^ftfjai^j^nt bipMn, JpiMI 
T«|r»ierkiBg hadden , waren zeer gesi|i|g» 0|^ eene hoofie 
TMi twij^ti^g roeien wu » binnen de< pallen f een so^ rai^ 
gang in de rondie gemaaki , welke doa ^ven de hoiaen 
heen liep. Dese ga^^ waa door. groeie balken aao.di» 
paljaandeiring gebonden, en tot eene borai-ireruig rereted^i. 
De bnlken waren roor £ar<(peanen en lelfsToor Inlander^ 
iqaefel$k ie betreden , daar zjj mei diuine eiohj^et ..<)|( 
ieeoijes beUgd waren» welke onregelmatig a#n elkander 
giebonden en soo ver ran een waren > dai men op eom- 
mifge plaateen niet dan mei moeite den roei kende zettoii^ 
W^j ronden op dien gang rertioheiden ran klei gemaakte 
ballen^ mei eeherpe bamboesen punten rooraien » aoOi^eok 
l^en menigte «oberp gemaakte lange aiokken^ welke 19 , 
b{i, belegering» op hunne aanrallers nederwerpen; mav 
W9 sagen er geen geechnt of wapenen. Zi hadden er 
■lecUa een bonten kanon op gepUaiii, om door schya 
hnnne rgandente mialeiden* Wr , . 

|n hei^gebouw beneden stonden twee lilla*$ en een klipn 
stuk geschut» buiten de rersierking» waaruit, ig bf onj^e 
aankomst een schot deden. Hei .binnenste gedeelte der 
hniaen was donker» en als opgepropt mei menschen. Om 
oi hei r^bl$f ran het Hoofd der plaats te komen» moes* 
^ien„^ wj een' smaUen donkeren gang doorgaan » welke op een 
rerirdL uitkwam » hetwelk de rooraaal ran hei huis scheen 
ie xgn. 

Men had aUes aangi^wend ons ons op d€| plegUgste WQ^e 
ie onirangtn* jDe gasten b$ het nedernitien een g'ong on^ 
der de roeten ie ;ieiteo , en tusschen twee biHan ( sang»* 
I«. 1. 2e. 8. T. 



1 



fimtti) U pkatien, èh htl ralk hXLit iiahap (*) %é 
hkéheSéüffiiA^l ioi de- eèrbtf^gien ta behdorea WéÊker dfl 
Ba^kkerê nMï mtttèettn hehoóhén. Hoe Mi%v«lMig s^ 
éezélte ook scbéiien Terborgen te heMveli» >dö iién^éB 
i(ti tékiër, bóireii orer één gang der réMerki^ gsMfde, 
door de daken der httizen, de menstheii^hoofdeii «leni> 
wdke f ftb beween buniiet* ktinst in ket^ koppett->inieBeii » 
attn toawen geregen » tegen de balken kingen; - 

^{NiiehU roerden tr^ weder op, kwameA tegen den 
morgen aan de negerie Scrèrti -^ Paitif , -waar rfch w^der 
eèné versterking bevindt) en vertrokken van daar onver»* 
wfjld naar de negerie Manko, waar ttr^ twee uren Ittter 
aahkwainen. De verateiking van Mankó fy op dezelföe 
wiJKO als de vorige zaiuen gesteld , behalven dat ib^ veel , 
g^oóter is én een zwaarder bevolking^ heeft* 

Dé omstreken w4ren overal onbeboawd. Verder knd- 
wiaarti in waren eenige gronden tot den rij«t«boiMir ontgoa- 
üèhf welke even als de tipaf-réièen bp Ji»oa toebereid 
werden. Itttffels of paarden ziet men hief niét; alMéa vindt 
men een' overvloed van varkens , waarVan de Dè^ii&n 
groote liefhebbers zjiiiy en die ons voor 0A<e tafel 
niet ten onpaq kwuni. Sterke drank was het voorwerp 
waarnaar zij het meest hun verlangen te kennen gaven ; 
sommigen wn^den daarop dan ook door de onzen onthaald. 

Als men de onbeschaa.fdheïd en ruwheid dezer Dapak-- 
kerM gadealant, in weerwil van hun verkeer en nabuttr- 
sch^p met meer beschaafde volkeren , dan zal men ücb 



(*} Tkhap is een kort gejuich , hetwelk gewoonlijk dcïor 4éü 
péftoon wordt aangevangen, ca , bg het einde» door aUen m«t een 
woest geschreeuw of liever gckmai , gedmügd wordt. 



i#aigBiftc §tm 4l«niilM«ld. i«tnti»v< ym # a utm tU bi tii ai r<A i 
leld der m^g ^Mitbr laodwMirU ia grttgfii» ^tUMnMi ▼•• 
Wmrl^ê; e« alsr Hiatt ém dé gro4*t «ü^MiftiiokiMdTAiidU 
i&tmd iiK — «f g kiagf iroenil» daa aondesMowvlkMfflIm»* 
MH ftboTMi «Mi tieh mUav nog gtaofyiaw fehi«l wiU« 

De lyeiaMftiHito Osjhi^fe^ lunfOBfi 4it^w^ bier mui*» 
rofltn» woréM Du^mk Mémiatipk^ ^mommA, Beulwê 
•staat wük timr imnUMa§enf ak die ren JfaiiJb> de 
f09twtmBÊ^, die Ttn: £foer« Fmfti, wtm Bafa^lamnn ia 
i«§ tfMerile PfÊrnnÜkf ea éie tm PméatUii. of Tangen 

W|| sitkteii die» seifib» dag de M»p^waê weder ef • ne 
ta v^eteftliill mm SoTm Pëêti beeo^ te hebben » en 
delden ^i naielili iar de rurier elil^, em hei ¥olk ie laten 
iHrtieteti/ Ben TolgettAea wÊÊ^tffm , 18 Oefcobev , roeiden 
r^iftriér» otnbeiet^èrige'gt A ea lt a ran den kleinen IMffAk 

Bêafèé) lol aan de tiYmriapakie hMJftife». Ann de 
ooaêÊbfi Yan de Kapmm ifekenen aiJAd^» nekten wü de 
iné^ffimén eee-wmerte if. See narfemidjfciqe liepen wil de 
'Mer £épak binnen » dalr hen kleine lak^ ie iPnn 4a g|reeU 
iTiei< Ait^amunf e» hMden aan de negorij en veraterw 
ting Soéngi ko0$êgo9n Mk, demySL de riNKier voor ense 
IprM^e praattwe» niel rerder beyaarbenr wee. Ven daar 
-oeiAen wij In kktoè peanèw^ee dé fivier' weder op^ en 
gin^ o^rer leed nnar de w&nlèrkka^ wen dea Tcmens" 
^ong Mail, waar de yéèraénnitle kebfdetf iMui dit gedeelte 
i^an den kleinen Bmij^k meriaari^kl wArea. Dom rertter- 
^ing wna mei eene driedubbdUe peUdandttring voorsien en 
bffratle Meer daitf 1^660 liirïen. Hèl.letfd ie, oToa ale Ia 
liet eyerige gedeelte Tan den Duijab^ ook kier meeetal 
onbebouwd. Men i^indt overvloed tan eware boeeeben, 

7». 



welke rotting op\erer€n , en de iumdel k er» «iiheofile rm 
de meerdere nabijkeid van BunJ^r^ rrg ley^Adigi. 

De Ba^akêohe Heofiten^ in zoö verre die onder kei 
NederhMideek gesag siaan, kernen, als zig .opontboden w^- 
den , naar Sanjér , en voldoen aan de barelen weljLe hun 
door den Resident aldaar , zoo nepent Tolka-lereringea 
ais beialing* vaA' h^öfdrgelden , gef^^ven worden. 
' De Baijakëefké lapidan zgn echter te weinig' bevolkt en 
de kampongs ook Ie verre van elkander ifèlegèn » om er 
een geregeld bestniir. óf stelsel van i>elailiq^ Ae JuuineB 
iüvoereb. De Hoofden behouden er derhalve ^ei^ r^klrekt 
gezag over hunne onderdanen , en trachten in |^de 
verstandhouding met/het Nederlandsch bestiinr te Banijer'^ 
maiêing te leveh, omdat zg des noods aldaar toMhermisg | 
tegen ^e vi}a»deli]ke aanvallen hnhner naburea .vinden 
kunnen » eó omdat verscheiden eneatbeerl^ke artikelen , 
zoo als srtout, tabak en anderen door hen, alleen Ia eeneü 
ongestoorden handel 'ihel Banjer, kunnen verkregen wer- 
den. Deze b^oeften tnaken hefi altoos van het hestmir U 
Banjer af hanfce^* Om deze af haukelykheid «ehter te 
iretm^én'y hebben- sommige verder :af gelegen Da^akêckê 
staramen den iitvoervan het zout. in hunue laa4en, op 
dóod-strafy verboden. Indien .men de verhalen daaromtrent 
géloov«n mag,' zouden «9 heiselve vervangen door ,zili- 
water 9 uii aldaar zich bevindende bronnen» dat zl| bij 
hiin voedsel gebruiken , door er telkeas een glad steentje 
iii te doopen en het daarna aflelikken. 

Toen deze Affjg^tcAelaaden. nog onder het geaag vs* 
dênSnlian van lKs9^'êrmasstiig stonden, schenen ,eenigl 
vertrouwde Bdnjereóhe Hoofden met den handel op dii 
landen belast te zijn% De%e Hoofden aldaar betrekkingei 
aangeknoopt hebbende, ZQn later. ook door het Neder 



IIOIJ 

htodsck beitaHr ali ZendeüAga» natr dl» tniiMi ^birtdki 
geworden , te meer daar andere lakiklera- xidi aieiriier^ 
geliike eeamuüieii ninmter - hebben dnnren belaatai, -«il 
vrees roerde rijandel^ke hAndelinytn: éer Dm§^kkêr9^ 
waarroor'geen Banjereeê sicb veilig rekent. De Da^ak* 
sche landen 'v<^den ook door geen' treemden kandelaar 
bezocht» en alleen die£a^/ere«jBea velke er, door het aan- 
gaan van hnwelgken » betrekkingen hebben aangeknoopt , 
durven zich in het midden der Daijakker9 ophouden. 

De Snltan van Banjermaê^ing moet in der tijd po- 
gingen hebhen gedaan , om de Daijakkeft tot hêt Haho- 
medaanschè geloof overtehalen , en enkele zifn ook wer- 
kelijk daartoe overgegaan • Ieder nieuw geloorfge ont- 
ving een hobfd-ddelc , en zekere geldel^ke fielooniny ; 
zoodat er zich vele BeAiebbers opdeden. 'Maar naanwet^ka 
w&fen ze in hutfïite landen teïhig gekeerd', of het v«r^ 
keng-vlecBch en de arak , zóo itreng door hnn üieAw ge- 
loof verboden , verschenen weder bij hunne 'flreit»maidt$- 
den en beweken alzoo het bedrog , dat 'S^', uit fouter 
hebzucht , gepïeégd 'hadden. Geeii Ihtff akker ; too lang 
hij onder zijne volksstammen blyft » zal 'zijne Godsdienst 
en gebruiken verloochenen noch zyne woeste zeden afleg- 
gen. Alleen i^ii; verkeer en omgang n^t meer/b eMw e f d e 
vólkereh én * z$óe verwS^derittg' uit' sgn ^gtbaorieland ^ 
kunnen lijnè geaarAieid verbeteren. l>e Daffttkkert , wel- 
ke £ich nabQ de hoofdplaats &a n/er meter woon ge- 
vestigd hebben, leveren daarvan eén sprekend bewgs op. 
itet voorbeeld doet in dergelijke gevallen meer af, dan 
de schoonste vertoogen en vleijendste beloften. Langsa- 
merhand eene verhuizing der 'Dé^akkers , naar de nabij*- 
hdd van Banjer aantemoedigen en te beproeven , komt 
ons derhalve voor, als het eenigste middel om deze vol- 





hiMtoe ntèM te titrbetara»; WMt in luiUM waai4# «n 



i)e oorzaken van den Oorlog op Java, 
van J8U tot J8S0. 

Bh^ph h(A ie Iwtreareo» dat dikuüb mèmdéUnffBn 
xttlke yerkeerile deokbeeldea avar Nederland en dessellk 
J^fklpniei^ i^^rsprexdeA» ea duardoor onze natie in de oejeo 
vaA , an^nea aoekea te Terkleinen en in mioaciiting te 
b^^ageii. Die gedachte kwam onlaogi b|j ëê}l^r.ie%ei 
VAder Of , teen m in ket v^k ypm eenen Fr^meicien iVf- 
sï§er j(f ^ lai # hoe deze de oorxaken ri^n den -o^urlitg op 



{*) La PLAca, Rsb rondome vwêid et^s»» ded $, ^blacte. ai 
enz.» vmx wq le^^n; ^I^ Et^schn bleven slechts een* kerteotiöd 
in het hezit van Java; doch lang genoeg om hunne ngenng 
wortelen te doen schieten, en de nieuwe denkbeelden, welke zq 
verspreiden', ingang te doen vinden bij de inboorlingen, wier ge- 
negenheid men ^ot aileiAei middelen d:tichtte tt winnen, ofischoon 
déze eVan onstaafkundig wassen f2s gevaadQk; de Engfbcèen 
rekenden zonder twjjM op des^elv^ , «ven^a^ zjj nog thai^s doen, 
dat ziij aanlddiog zouden kunnen geven tot geheimenissen» ^<^ 
vroeg of laat Java onder hunne magt moeten brengen. 

„De zaden van onlust en verwarring, die de opvolgers ótt Hol- 
landen gestrooid hadden , begonnen üa hun vertrek wéldra te 
T]totkie^en. De voormalfge gebieders traden wel Weder ip het bezit 
vtii JKt eiland, maar z^ Vonden bij de inbdodihgen èsst binnenlaiidai 
denzelfden eerbied'nkt meer ea he^elSte ontz«g voöt hunne over- 
heden. De Sultans bovendien, hadden van de Engehchcn^ die hier 




Jmo^i vw W M 1830 ««TMTé^ mui.AlMMr fedMrde 
ea , g >| ia»l TfRWftQiMii iMkuf^aa iMiiteetf. Dmp «•» 4»- 
Awrtuwnlww iHik in «mV^iUrlvMl» au xalfii ia 4«ae 911- 
winttn» ket «ntaimwi üAa *4m» MreiMNiMVa«rfUf«A knig 
qM ihMqii in 8irii#d T«rJi0ef4e .br#a|ita steki» j* ImI 
Ma d^ |te.8^pr4D§ 4«s#f ton dm 4m Jtei^ loft» ka« M lutt 
anders da|i hpogit ni|l^ s^a;, ^ wg 4<i wtre ##r«tk«a 
TW 4fit o<irl|»9 9r J^va ^699 opatttel^k aothm afUip^ 
rfi» M ttii iii% ie atfitea^ 



hunne bijzondere inzigten mede 'hadden , zulke tanzienlyke voor- 
regten ontvangen, en waren door ben zoo rljkel^ begiftigd ge- 
worden, dat zij xich niet meer wilden enderwerpen aan de strengen 
maatregelen van de regering der NiderlamUn 9 die echter zotkier 
tiHSM op étaoMm v^er alt \Riiecr, iKt^bcwM a ko tfaidt, 
Hfcr 1^ enoRottdes* -vowitareAda WiÉbgaa, dIfe'eiaMfk eoie 
. vei^iaaEiBg tiMM^flMkM», iMet «len 4ei tt miodir oMM^tihwIe, 
naar mate dp ntoio^gdm meor en mtst het ~pte liifomioa «e 
4oofzfeii9 betieeo de^ AWdMaSsr ^ èadden , omaamellk htc gdieelc 
etfand aan turn i^ed te «nd^werpöac lüi kmmta hen dut veer, 
tea^inde lAaae t^janden, die rgfds eene gedudite nagt lttdd«i 
Hjeeagobcagi, den ti^ t^ te laee», etf zidi veider tocttraatar, 
ea weldm nÜA de oerlog een «mvaag. 

,,fien ongelukkig vooHral,' hetwelk 200 als men vei^aali; pluts 
bad aaahet Hof manden Sulun van S(fh\ diende tot voonrendwl 
^roor de earste vijaaddijkhedÖL Be UbllandKhe Resideat , wilke 
z^n verblijf hield in de staten van dezen Worst, werd ^neorl^k 
vedield op de docter van den JMns HoNO QoitRo, eeo man van 
onvcrKhrelckcB aMed, en die een* doodellfken haat koesterde tegan 
de onderdrukken van dlfn Vaderfand; «en derga^jke ngtiq>ait9 
w» dea te meer te ^vvezan, daar ^hi§ niet alleen ab Regent in naam 
^^naa denSukan, zgV jot^i» neef, fiegearde, maar oek bnicendleo 
een* grooten Godsdienstigen invloed uüoeéeadt op^ z^ kndgenoo- 




[IMJJ 

'" W^ txü&én-AÉiia b€f||ioii«ii lA^ k«riefiHi dUó iMiUii<l évr 
¥9rtteiiUttdeA , koPt 'vo^r^kci' ttübarilêti Vmi 4dett «ovdo^ , 
ie, betetur^eó.-^De' «itibd Keker ^ '&oet<»ëA«i»iNift -tm 
iSioêraJbarta FMmMBü^m li e^erked. 'H^' tlre^ MAen 
l»$iiaam raii^ ito$#»t^ ^éa^ 'diit> 'Ter^tiende^ 4ij; s6^ we- 
Igféils slJiKeickettaé ifitfiaMii' Mi y(i)edè «tfciË6Pè&^ bIh xQm 
Wi^ 'tmu legeren. . • V^ jftréh ;had hij :, deii t^on niei 
üTiiRpd^eié l»ekl«^d,^^'«h ^ai dé ottdi^ en edekle ^n 
sgn gealachi » die ali zoodanig doek* aHéor We^d ffeëeithié- 
digdy en een onbepaalde magt en gezag nitoefende » gonr 
der daarin te worden belemmerd door oiidera PriAien of 
hofJLabalen» die te rore^ po dikwijls, in dat Rijk hadden 
,yla^ti g^Q^4«n, Ni^ ^E^n^n dpjQd. wer^ Wj -achter , opge- 

Itili DejOACddiMoeWke weli^frilKg /traniHoEfOJGeflOtiè^ onlzijne dotito* 
!iN^ hOTId|jkdceii^eoj»aa4<»ae0ifi(ttv 
^cd»«. Y«ebittQ(tnit:w$)k9 lie tmmac^ vw^taiifieiiKo J|viHm4.iRiieii 
•mQH jmt^Mliefik^ati jQeer. j»ad k>in»(». oQtfSi^, teb .toftjdecd et^ffin. 

; . «»0p 9dcef^'$tidj9qii;bie4t bii dfn mikml^. inz9n.Batei^:en toott 

.^M>hW9 welke gy tot e^tgenootbegqert;.gtt zult bfiarnietcb^^itten: 
want nooit i^al mijn bloed zi<;h vermengen mx (kt van^n £tti»|>eaaQ.*'** 

4> Na deze woorden gezegd te hebbent stoot b9 zQne kris in hechaic 
vae zgne dochter, en laat zijn vijand, die van schrik verpletterd 
was», lilt zQn Ptlei^, en kort daarna uit zijne provincie <mcvliigtea**' 

Van tl hetgeen hier id^ verhaald, :vo<xml van den gmwelljkeii 
.moord, is nimmer ixp'J^a iets vernomen; *t zOn ;0ok met oize 
verhouding tot de Javusche Vorsten o^)eataaidMfar wezett; hoe 
kan een Resident met een dochter van een Snltaat willen ir<mweaf 
terw^l de eersce Christen en de laatste Mah^medaan is: weUc een 
ongi^rymdheid! Dit gefaeele varhaal is dus venomien üi het hneia 
van den leugenachtige) schrgver, zonder du er zd€i te dadoeo 
valt, aan eene aanleiding daartoe. 




im] 

v^lgd>i^«r teilen, voar wjne hodgewaardljlieid geheel on-' 
foekWMB^y «Mn» Fjikob Bs«)ro Hl. 

€}6Kiidk% oTêiieed M| spoedifi; » ttuur reeds de gevolgen 
s^ner énversteiidige regering deden siefa' bier en Aatr 
g6Td^n ; ^|n «pTelger wm de tegenireerdlg- rer^Mtnen 
^onoekoénun Fmwom Biei^ IV, die Ttn •Hr/é«-'drft«> 
^er #f volgeling van den 9ijl»^estiei*der eemklapi de 
hoogvle Wnardiglieid;!» M Rigk bekleédïle (9). Nnanwe- 
^ij/kn-' wèM yj de jongi^ngs jaren oniwaaiien: davrb^ had 
1^ «eii':iieeklen inh«nt, mu wreed, frelaeh, en geheel 
mtgeuMki ▼•er tifne belrelikiAg, bedreef meto anders 
dan xotierngen en grilligheden en kon dm geen eerbied 
i^rwerven of eenigen invloed nüoel^nen. Belalveh' bij- 
h^ ht&tAern , wal*en alle Prinsen van hét Hof reel ouder 
éÊitk^f iet» traasHloer-fl^ tich van hem oniihankelijk aeht>> 
-t«n; tèrw^>kS^^bMir#nl»ov«n hen grovil^k beleedigdé: lm* 
etsers M} -tgae^ ^ei^eAng lot den troon was er bepaald, dsi 
«Ifiie ^d^oims en ooms, ito de'ki*aton, op stielen srftfing 
zoiideÉ nemen :^ owé nii '4Lèx0 WpaHng khiefateloos te maken 
'ptimtste hy zi{n gotiden dainpor 'of ketel op eene tafel, én 
tergde hen dns en bragt- hunnen nagver gaande. 

De Prinsen van alle banden ontslagen, hielden een spo« 
reloos gedrag , deden -ongehoorde vorderingen en heffingen 
▼an de bevolking , stapelden verkwistingen op verkwlstin- 
g«n én maakten groote schalden, die tot aanxienl$ke som- 
men^gestegen waren, en welke later door het Gouverne- 
-ment x^ii" betaald. geworden, toen een groot gedeelte ider 



(S) IMt wordt hier aangehaald , niet omdat j/W^doosdrager en 
volgeling hem onder de klasse van bedienden rangschikte, maar 
om aantetoonen hoe weinig hfl voorbereid was tot de hooge waar- 
digheid, waartoe hij werd verheven. 





1M6] 

Torstealattden, naml^k di pr^¥i«eifti JErai|/«4««#t» #0* 
glen , Madiöu en K94iri0, wdêr liH b#h#«r d»r £(«4er- 
IiuidaelMlUg6riBgiÏB0#br«gi. V«l#ii ImivMr ia««44m «di 
b$ To«rkdur in Earopü chc oiSaert jnottUrJng, «a v^nraar- 
lootdta 4ai 4e oiuU 0#é«rliie4iffde fayi^cke kkedfrAnyi, 
tot ergemis hoBner Uiii^booIm(I). 0# #▼•!%» lU%m^ 
ton, T^mi^^OM^rt «i» §Moder» 4er buiten de lioofli|p]a«U 
gokgen landen ea ppoTiaeiêa $ Tolgdea bet fie«rbtdd vaa hei 
Hof» onderdrnlUeii baaae #aderdaami, ea meiiklan ai^ aat 
de grootfte luieTelar|ea m wreedheden tAaldig : «m4«( 
er ifeldra geea teagel 4^ bp^del aieer irae ea dfe naer 
goedriiidaa baadelde. 

Te DjQtfi^artt^ wae bet eren eena.geiteld alete Soer^^ 
Jbar^a.Na de rerbanoiag vaadflsi oadeaSattaamKAjiamei 
Baoie Ilt aederband geiHMMBd Saltan Sewea» uMmi «9» aeea 
HiiiAJiems Bffoae III^ die in «yae plaats ifae . eaagerteM 
an eeaen opralger iialiet, die aog aaaMadjg waa. Het 
llottTeraeaieat benoemde dlwov den oadetea hroadar- ina 
Saltan Sv?Fox/4'aN^^eraa^4efi>«l/i PAiaa Ai^43atot v^^egd 
dos iaiB4eijwgen ea bostierder tan bet R^fc» 7o«i aefe- 
ter de jonge Saltan, fcort nadat I4{ nie6rd«;}arig wü gor 
vordea^ stierf, en oenen oprolgor van twoa of drie jaren 
4Midaaliet|,¥ep«oeht do famiKe^ dat p€mgg€HtngVl%e^hs^n 
niet weder als roogd aiogt worden beaoond. Het Geniner- 
nement wiUigdo dit ia, eo btonoemde das de Prinaeo^MAxa- 
aoB fioEKia en Oxepo Nsooao tot raogdea» terwöl de 
J^ksbostierder bet R^k aoado regeren , oader toaaigt tan 
den Resident, en aan de Prlnsen-Toogden was oyergelaien 
het bestunr orer do Kraton,.het toezigt orer de Rgksfiera- 
den , bet beheer over de 100,000 Spm. die bot Gouter- 



(i)Zie DE Stuers, t. a. p., bUdz, 18 enz. 



iW71 

twmm^ Atn SmUw y»w in afitfAad è» fMhtea, êm. 
jrtTr^i^^* «•attbeUlts» •& orir de |Nib|iek« inlijOMff vm 
iMl E$k. O^fdakkif rid d# kms, m tel T«rtr A tm 
d^m JRwdMt BK S^ftiAf dia kei boTen onedirfreAflaBTWi 
rffgwreA bad reerfedmieA » op eenen mn, die Toor deae 
iMdrekkiof , eader de ioem heetaende oawtandigbedfa, ge- 
bael emgesebiki wai. DxaFo NMeao aeide ratt heUf dat 
ÜQ een goed, maar ^wak meaicb wae» ea faf in deae kerte 
vttovdea ^eeae juiiie beeehröfiAS ^ao ago «araeter« Zeker 
Xraodalear» de lajaadiebe Koavoaodaal van den Kreiop^ 
0a .de Aijksbealterder wiaiea Taa de awakiieden dee Eeei^ 
deata gebruik te maken» xeUea hem iigea Diaro MaaM# 
«p, ea haddiMi aieb gebeel raa h^ g aae g meeaier gimaeirt» 
t«cw4J|l fiippo Mseeao ali yeofd verd rereaaektaaamd ea 
«slfii Jionand verd behaadeld. Zoo waa daa hier , erea ah 
te Soe^mkAria» eaa aL den iavloed ea al de aMtfl des Ia- 
Imdaekea beaiaan 4e bodem in ge e l af e a; ia beide IMIkea 
baadeldaa de ^naetie Piiaaen» Afjlugrooten aa Beetterdew 
yan preFiaclea naar goedrjndeaj ia eea weord, de top- 
etaalandea varjOa letlerlgk oager^geerd» lea. de ^{ebeele oa^ 
gelokMge beroUMagwiü orergelaiea aan de wiUekear ea 
kaavelar^ea raa elk» die aicb eenig geaag of eeai|gea ia* 
frioed wi^t ^ Terwenrea. .Hieri^ad^ speelde de eehraapr 
aad^tige Chiof^ po)( eea groote rol (1 j« 
D^arbü kraait, dat ovk de rMahpmcideaaache Godadienat jor 



* (r) De seUeele uitgestrektheid' dsr vomenlta^ mts tittsdM 
detaide 'Hevea van Soendtaru ea DJoejokmrtd^ op de aonderüogitit 
wQie irardedd: in cHoe firoviacie en eik dinrikt, ]a in de éieeste 
4k«ft»ted ieder 'iLijk i^n «eadeei, aoedat dat de gcheek bevolkiag, 
hetzy ze onderdsafn van Socsakéurta waiea, of vaa DMM^^$ 
tegen wil en dank , in den oerkig deel moest nemen. 



11681 

deéHijk was ontaard, verbasterd , en vervallen. 'De meeste 
Prinsen, zoowel te Soerakarta als te Djocjokarta, verguis- 
den alle Godsdienstige instellingen, en verloren aUen eer- 
bied voor de prieiiters uit het oog. Ze dronken wgn ' en 
andere geestrijke dfanken , en werden daarin gevöljgfd door 
leder die er de middelen toe had ; zoo dat jaarl^ks on^er 
anderen duizenden van kelderü genevei* aan gröote en ge- 
'tingè JaDanen verkocht werden. 

In dezen toestand vluchtte Dispo Nigoro uit zgh DlQm 
^e Djocjt>hartü. De Resident had hem foij zich ontboden en 
toen h^ dit weigerde en hij daarop eene militaire magt z$n 
verblijf zag naderen , om er hem toe te dwingen , verliet 
hij in aller ijl, zonder er vooraf op 'voorbereid geweest' te 
zijn , dè Dalm. Naauwel^ks was de vlngt van Dnrro 
Nsoofto bekend, of van alle kanten stroomde het rolk in 
groote getallen, naar Djocjokarta , met niets anders dan 
slingers otn steenen te werpen en stokken gewapend; het 
plunderde alle dé Dalms der Prinsen , Tofnènggongs en 
andere Inlandsché Hoofden , die buiten de hoofdplaats 
gelegen waren: daaronder waren ook die van Disfo Ne- 
GOBO eii MivGKOB BoiMis , die door deï*i;elver uitgestrek- 
te tuinen, véle gebouwen en ommuringen boven anderen 
uitmuntten; het woedende volk ging in zijnen euvelmoed 
zoo verre , dat het dé Kraton , het oud ve^rblijf der Sul- 
tans aanviel , en de Jonge Sultan , mét de rijksieraden en 
kostbaarheden, in het Nederlandfcke iwi^ mMBÏ war- 
den gebragt., ter beveiligjmg'. Gelukkig werd deze weeit« 
hoop in de eerste dageii, door het gewoon glu*nizeèn. 
en de Christen , Chineesche en Javaainsche ' ingezetenes 
in bedwang gehouden , anders was geheel Djoófohürta 
ten prooi van brand en verwoesting geworden , zoo als 
alle plaatsen die men niet kon beschermen. 



[J09J 

KiAu H»9J4f, een prieftar^dicydoorBÏaebekiQiifUieMflMt 
den inh^mA dts Koranê^ in «aatko tUnil b$ dat gededU 
der berolküig , hetwelk lich aaa de buiieiisporighedeii ^ 
wfuurren urg boren sfraken , iiiel lelmU^ maekte , itg df n 
jwMwurlitken Ijoeaiind det bmdt , en roegde licb » op de 
eMte maiee jd%i Pikfo Neooao geylngi w«i, bjj hem. Zoa- 
4«r «en bepaald doel <tf roorneinen gehad ie hebben » be- 
gon Diu*o NaooAo na, door de pogi|^|eii en den invloed 
vmn Kiug Mopjo pndeifsiennd » langsamerhand eenen aan- 
luiiig ie rerlMCijgea ; meer en meer begon aich die aanha^ 
tiit fio breide^: en ie Tergrooien» en lie daar dien op- 
stMMd reeda ojpietaan, die inlke beireoremwaardige gevol- 
Hen heeft na aiok gesleepi. jDoor de om$iandi^hedem en 
dmM ^liefvKgem toeêtand des r^kê werd de%elve van 
fi^p^r Me veqrèfreid en mogel^k , en de onverw^eku 
nlmgt van DiMPo JStaoMo deed dien a/e van %ehe ge- 
h^ren worden (1). 

Ueligeen wq Uer hebben medegedeeld, en ale een g«Tolg* 



Ci^ Zoo wel in het aangehaalde werk van den Majoor de STuaas 
sur la Gucrrc de VtU de Java^ als in het maandwerk de OosterHni^ 
2dc deel, no. 5, worde vertaald medegedeeld, de fcief dfen 
de tweede opstandeling Mahrob BoBMie, ten E^nen vader 
Snhan ^ppoe, nt zi|ne herstelling als Sntam, in antwooid echicof : 
hier in zegt hQ : », ^ waren niet fnn voonemea Ikc eeiH ie 
beginnen, mair wel aantehooien hetgeen men ons wilde vooolaao, 
en het wae ook nog aiet tot dat pnnt gekomen of men bedroog 
oni; wjij w^rdoi aangevallen en op ons werd met stukken geschut 
en geweren inschoten, door Europeanen, den imksbestierder Da- 
NoaHaojo en zjjne ondergeschikten.'* En lager: „Het Gouverne- 
ment beschuldigen wij in het geheel niet, maar wij beschuldigen 
den Residett en den Secretaris , die ons beide mishandeld hebben'.** 





f "01 

trekking Qtt onwed^rlegbare dBadsuken kebben ftiingéloo«d, 
irordt hextêtem en Bérestfgd Aoór belftiigrSke V6rklflHb||^ 
tan DiBPO NxeoRO tehren. Nxdat deze namdlk , M eenes 
eorïog, die in hïft hoM Tan dêr maattd Mg 1825 èdjgfmv^ 
nen' en in de iotaandf Haart 1990 geêhf^Hgd is , wéb gv^raiH 
gen genomen , werd hi$ onder geleide Tas den Mi^^éer 
M Stvias , en ran deü Kapitein Eoiw , van Ma^^ia^g 
naar tSamtrang en iran daar met een etoemlyoei naar j?tff«'« 
via oTergébrvgt; gedurende desen legt keéA de MÉ|eer »< 
BTVEas aanteekening gehouden, yan dé gesprekken die dt 
Prini roerde, en van eenige uithtingen, ^e k$ tiék Mei 
ontvallen : en daardoor vordt, al hetgeen wij ktei^be^en/lMü^ 
ben opgegeven, geheel bevestigd. Omdebelaitgrilkhcièdcttv 
aftnteekeningen in het algemeen, ahr waardoii^r over hei U^ 
rakter van Dixi>o Nècoko seo veel Hchl werdir verspreié, 
suben wQ die hier in haar gehed laten v^oigen , eb dssr, 
waar de door ons beweerde redenering wordt Wweifeeii , ék 
bijzondere aandacht onzer lezere zoeken te Vestigen. 

» Tegen ongeveer negen ure 's morgens ( 28 Maart I^ISO)^ 
van Magêiang vertrokken zijnde, onder eene escorte hus- 
eoren, wei'4 door Dibpo Nfeo&o tot Mêdono het stilzw^- 
ges na en da» afgebroken, door de uitroeping: «Hoe ben 
2c teek daari»e gekotten l '' Orerlgens betoonde h% geeoe 
vréee of kekonaieFing irooor zijn teekemstig lot. Te Msd^n9 
slapte fa$ vèn heiri^giiieeae/iifyof drÉngstedkeAliettet 
Jamiöó niet nieer vah zich heorën^ hij had eenw«tii% de 
koorts. Te ïamhoe Was eeh rfjtifig gereed, waürmède wq 
verder , onder een escorte hussaren , dat on» dp èlft%ei 
afstand volgde, naar Oeitaraif^ vertrokken. Te (htiurang 
een weinig gerust hebbende, vroeg Diepo Negoko verlof 
om ie gaan bidden, waartoe hij zich op de wallen van het 



1111] 

f0rl|e hêgt^f door oiui rma yorr» wwrioiids 
g«n. Daim» at ky iMt dM Koi—mlMif m nlii om «mi 
t«f0t » M «dMBA da. Earoptt wli e gtwooaioii ator wd U 
iTMiikMMi* Ik iHUi lot éu Tov» BMifliar e«i' Prua raa M 
H«f ¥mii Stfêcjifiarêm ma tefel «#• érdtmk skti aMiü 

»Na éiifeiretr wn «ar ma tafolia b^ben ga«tt— # tvr* 
smM hl ie ttogea gaan rwloB : kf tj^rak owi gtraal 
oir#r McJtto Ntf«om« » dook aoevdo f aaa ilaar kiadarwi « 
Maar iwaoekt biQ naar Mmgêimmg aaa doa Gonoraal m 
KécK la a^a^ton , op dat a|na Ezodloiiiia aatt sj|a reik 
gell^aa te déea ti^eiaa^ dat kat frar s|a aAraaaa juat 
ba^raefd oüogt a^jii, dat Gêd avar kam aldus kaarhibt kad« 
dat sga Tolk loo raal mogelgk yaraaaigd aiogt blgraa > 
dat 4a G^araal aa Koaic ovar balaalva gawia soa daan 
wakaa aa goed zorg doaa dragea ; raorta dat kam aanifa 
irroawaa» ▼olg^ngen aa goadaraa toagaxondaa nagtaa 
tmardaa* l^f oadarhield aaak rarra^aas aog aan ifdlaag 
mut Kia|>ltaia Aob^s ofar aaniga paalaii» Tfoagare oadar^ 
kaadaiingaa ketraffaadat as batnigda in kat denkbaald 4a 
x$a ga waaa t, dat zao kf ket dit aiaal mat daa flana-» 
raai as KacB aiat aaas kaada vordaa , men kaai ooga-» 
nwald aaar da bargfa sou kabbea lafaa tarugkaaraa« 

»Tagaa aayea ard 'a laorgaas rai'trakkaa wii aader da 
aaadige aaaorta . kteiaUar ia aaar Smmmram^ » altraar aaii 
Diaro Naa^u» faa .Tartrdi ia kat Baridaatia-Aaia vard 
an^appaaaa, tanr^ de. nao^iga anttitaanea au aadana raar** 
aaiden ter sgAar bawakiag^ dadelijk met daa Randattt aH 
daa KoBimaadapt dar afdaaliag wardaa gaaalaaa, JdoadaT 
dat die aeklat ' toot haai ▼traedar^ad kottdaa sija« 

aDnaa Naaaao yataaaiit aai dit maal pkato ia «<««« 
aMea aaa de tdal yaa daa Randeat , H gMi hen werd 



[1111 

têêf/ef^kÊKÊXk; iif WM zeer bdbtfd, hy Teriv^«rde %mk 
Mfliffeii i^é dMuriift , on te gaaablUea éa iruilea» t 
' »Hoe zeer bq den yolgenden da^^, getoet «UMle.Tyftci 
Teer ijjiie ieekonMUge Iwtfweg Ma deil.da^Iegd», soo 
ieonde b« «reMrel » 'door de onderveigeild^ Yf9§fmkt0m , 
waarop kg onze .gedachten wengchte te vernemen.*, dat hi 
%Mi daanaede besig. hield : h$ rroeg fBUBelgk , vat r^ar 
faam iMi wensehelylid^ aoada mlgm, o£ nm ie,SamiirPi40 
eenaaam en.afgezaaderd te gaan layea, of Am viK>k- rekt- 
amg yran het OouyerneaMat zfjn rerhiyf M B^U^vi» te 
hottdea,^ dan wel om maar naar Mekka te gaan wojiaa, 
waartoe h^. benekende #en niUlibea gulden» Tanaooden U 
hiahben ; latende hg daarop de vraag volgen : of Amhm 
een groot eiland U. . 

aVan ona vernemende dat de Hoofd*prieater di« beai vaa 
djeh aavvanj^ der onknten gevolgd was > en Kiav Uawo 
in aUa. deszelfii betrekkingen bg hem venrangea bad , mxk 
evenmin alt de Hmdjie fiiBJLaoaoiaz » geneg«i bid 
betoond om hem dadelïyk te volgen , ontHamda z^ 
nnsnoegdheid over. die tdeurateUing in bande retwi^ 
tingen tegen den Prietteratand |n het atgemeen» aU* 
roepend: aditagn au die mensoheh, die de èerate 
zgn moesten 9 om mij met troaw ta bleven aankleven, wisr 
raad , g^gk mede die der Oêfamaê , (onde ge]e.«rdett|f ik 
•Ueds heb ingenomen en gevolgd : wantnid; weet ik vaa 
de gesebriften anders dan hetgeen zg mg geleerd jen mr- 
baakl hdiben, en het agn aogttians die menscben «p wie 
ik altoos vertrouwd heb , die mg ymns verlaten. " Toen 
hem daarop geantwoord werd , dat b^e genoemde Pries- 
ters later zoudea volgen, zeednt zg zonden verne- 
men 4rat oÉitrent hem beslist . zonde worden > vervolgde 
bij: »wel zoo, zij wiUen dus eersi welen, wat er vma 



imi 

■^i:fp(«4ea kal/ éiC Mi« -hiè bii'iii^ heM ■pufisijs, 

b^.nfyikoMBiM?' 

i^Iig eMer «lidler# gAfegdBbeU Micb'b^s' MMi.' «U ;*»é«r9' 
li«|Diklliis#B , im fkmU lièbben galuMi, hA ik «19- «IMk 
iMJiug a^egev^n. ByAfrAndirhAndeltfigeii YMjSflMt^tiMftrv 
blyd ik ia nyya T0rAr««wé& in Kiat lio>9« ffi^iaU V «Hi 
4è-èo«|^ béirekkui|^n b^. mö 'verrttldtf ; kf |[rf;m^ri«Ait 
kt«r»is.v«li ktftgeéu er v^onrid en daariBéde; iïmi ik) gè4^ 
D#egeÉ (1). KiiT MoBJO' l«t«i* waijm Terlro«w«n vorUite 
h^bheméef omdat hif my aÜM beloofde' e» vioori^gdev ' te** 
w$lr ik dairi^an toeiéiag gebbariBb/'«^|k«ide toea êp èifJÊm 
gcfsag etsft nteéÉve okilcrkuNleUag 'U^ TÊelitngim, ^rmk 
w^e ik ri a gfa a n kenaia droeg ; d^ #ok debe tegen ge^ 
▼aUm siJAde» !«« ik bent-^kiv^ bei .inerwQi'gedaMi' beb* 
bMd^> dal iiei 'PSal^iUcAe , ala^aar bi) ibiUs bekoorde » 
fdnc|ft lanf^ ifd «amU wia^ xea beekiel Jnj ' eakwddeUk 
mei eenè «a^ via «5 of 600 èalkieê (Sj dervaards 4e 
irekkea;» die;ik:beiii 'öp s^ .Fersfoek vaa o¥ér,'^ 
Prog^ t o iaa aa d» mei' kajefaeeg iOa^^aldeB , *om welke ky 
mij mede verzoebi bad. V$ <le ^endfèandelhig van Jlft4«i»^ 
gée bad Ki jCt AIuEiio 'idecble ^eengie - keofiUn en prièaiers 
^nhvi Ptti^MgkvAe kfü Bkk^ '' 

. »!OAdei#raagd' lynde 9 wMm ffeWaanwéiréiBQ de Tal van 
•KiAT 'MeB^o iep kem geliiaakt fawd, aatmterde bg, niei teU- 
FerecfatU%keid V 4at laj' nM eene had wUiaa aankooi>ea êe 
YlAgtkUafen Hoefde Mirsrètai ' en'de Tow^nggong Mi ia- 
««£ YeÉM, die liiBaa'kei^^ei»eur4ft wtUear komen veidialJAi, 



Cty Ï(W) ttli' réeés MetbWren giïCgd w, -bl^kt hier ten dtiidè 
ü^te uit, dac: Kïat . MoDjö aHéén dcn'öorlc^ bcstfwde. 
, '<3) GcwapSéQdcMinansch»ppeii. 

te. 1. 2«. s. 8. 





1114] 

«r bgr^igtnda , dut li^ 4o«ii gMMgd had , dal dil KuL^ 
M0!»j<^« eigea acliBU wat* DiEvo li««0B0 rmrkimuéê «mi 
Toortf, dal h^' dikwgls naaaviyka kennis droaf /noi hMgew 
wt^êrdAf dalliet l>i| Iwmlwat, dal liQ In* Toordeel Tan 
SsÊfT Of de Me kokqne had vetmêmen , dd«r dka hj 
grd#l .geaohreemr na i^olk hèerendt , en daariAar mw- 
ftede, hem len antwoord werd ff$gmren, drt men tmi§ 
mroverd geicliBl en wapenep aiaToerde. H9 hereal^da 
1^ die gelegehheid» hetgeen Kapitein Rqem door Ter- 
aeheiden lavanen rroeger dikwf b had hoeren rerhajmi , | 
dal naaielik , toe» Kiix Monjo iii re^ en aanxieB Ter« | 
■uttderd wat, dé laken hg de q^uilelingen nüider mmmn* \ 
hang en eenbeul hadden , irattl dal hel dien Priester » die 1 
▼oor seer geleerd doorging, als de koran . g s h g |el yma Imi* | 
len kennende , geiuici was , om door . hel oaaawkeoiig | 
deén hetraehtea der daarbij ▼ a elg éaleMe viaoPsehrifteB» 
^QQ inriep, ea Éyn gezag onder de Menigte SQpdanig 4e 
wesligea» dat selfii Priesters die herhaalde malen naar 
Mekka geweest waren , si^ in fdles aan Kii^r Hoejo ge- 
reedelgk ondergesddkl betond jiaddéa 9 hoeaeer èjf nelfs 
ttiBmter naar MtUka was gew'eept/ 

>B$ een lalèr gesjurek liel ai<^ ÏHsèq ^Nxooae aUqi 
hoeren: » waarom zou ik oorlog JèToerd. , hehehen l^n de 
Enropeanen, ilidien ik daarloe geene redenen had i^fasd. 
De R^ksbestierder en de Seecelarjs Mren jÉnners d* 
ioos te zSsdien aan het wreven ; steld^ik ab roogdiels teer » 
m «tond dit ètm Agkiibestieffder niét aan , dan wpl MihA 
attooa anders , en naar i|n ntn te sèhfikken;*' MelyééleA- 
▼ersdiilligheid voegde hij er bg : »dle lendverhuringen , die 
betalingen met Sidtans gelden > daarmiedehebikraiinviiers 
niet bemoeid , ik had imoütfrs niets te ai^en ; rraèg nutar aan 
anderen (met levendigheid) waarom ik beil heen gegaan, 



llli] 



ut wMi imh inuüers SMr wel te Ddo^Joemrim.''^ Hf be« 
LBtweerÜ eeae Trai^ i»ei : »Ma triea som ik n^ ieiyei2;e 
[eepettlNHurl k^ken? toen ik seide ia ik n| eèn ket Oett« 
rernement wilde wenden , antwoordde mQ de Eeeidenl* 
let k| kei "GonTernemènt representeerde, (3) 
>lBjn erf te Têgml R$4)9 ,^' rènrelgde k$ alt sSekielTen » 
il ^ee« lansveriNif Tierkaoiy^ketsélYe net sgnén ringer 
B Met water op de tafel teekeneade,^ waarin ée graven 
t|ner Toeronden gelegen ayn ; niet lang Teer dat ik 
»n' gevliigt wiUe men een weg dware door mQn erf na- 
en » koeneer 'linke en regie ran keilidTe een weg liep » 
Ie voldoende im: sender dal ik geraad|^leegd werd» 
erdton er paattjee genet en deien ndenwen w^ ie traee- 
m ; toen ik daanran bnderrigi wert» liet ik die paaU|ee 
iÜMileftj doch 'tendi^en daage waren er wfeder anderen 
net, die ik nognêala Uet nittlKlen* Ik we^d toen in de 
MidentSe ontboden Aoor M^MxaBonntt^dtfA ik weigerde 
I gaan» remiUe kort te rdrMi bet gentgl Tenpreid wte» 
it ik rerbannen nea trordea. Ik werd nngannli geroepen 
»or If 4Kjrexo B^svie» die nelfi aangebonden en gerat moeti 
orden» indien hg nMi niet nndebragt» dan ik weigerde nn« 
imntl en gteig naar boibea, wfl men mi kwam rerhalen» 
it mgn 4alm Tan alle kanten door troepen wee oneingeUL 
»Ik «ntken dat Ik roede voor lang» net rijaiidige oogner* 
^n, Tolk bij mij rerzameld had, want mijne ringt ge-> 
thiedde 100 orerbaatt en zoo onrerwacbt» dat ik nage- 
oeg 30M gnlden aan baar geld» reél padie en rerseheiden 



(3> ^k 4eae gfbcele veikbrw bWkt bfit ik» lendntddW^ 
)t alken pervoooiyk^ grieven eenlciding tot bet gedrag ranDnfn 
EGOito hebben gqgeven: soo tls ook de vcdgende zinsnede» waarin 
ii verhtalc» hoe die bekedigiogen ten toppum zijn gedreren. 

8*. 





[116] 

amlere dlngeu moest aohterlateu (4). Ik begaf itiii na 
Seiérangf ik gaf aan hieiiaii4 beVêlen/ wat er ho^a ^ 
êelmd k, k door de koofdon gedaaii> die mij kiïgSMMrkai 
gevolgd' sijn.'^ 

»Eeii andermaal zeide hl}: »Ik ging nUen daii weleei 
utatr Bèdatjê^ De Reaident'is een goei menncli» mai 
Bwak ; als ik heen ging, liep my Meyf^óuw oit goedlMiil m 
«9 een fiesoh sereten wijn toereikende, vau welken wipi si 
wist, dat ik toen ter tyd hield.^^ %i*ekendeov«rhetTdl 
ia de vorstenlanden en over de wijie, waarep by óirer hei- 
zelré beschikte,' seide hij : »Het volk van de Madioêm it 
geed oni een! eersten éehok tegen ie hdtttfen ydan gedruagl 
kei slch goed^ maar Auirna deugt het niet méér. 

»Ue(t TolkvinheiPaéJangsc^é is' mede goed ^mtoaro^li 
roer korten tijd. Het ytólk-nA- Bagl^n is beter ^ rnnar ke( 
moetin'sigh eigen land veektett, wordt het duar buiten ge- 
bruiki danverlóopt het speedigt Maar hel volk van Matdrw 
is bet beele vAb allen, het vedit goed, is volhardend en weet 
de vermoeiienissen van den oorlog lang doér te staan/' 

»0p elke vraagt dié men hem later deed en ftétrekluag 
h«d 'tot de* ooriaéten deronlusten, antwoordde ij^ tenvMke 
l^k attoDs ongaarne : het eerste wftt hij dan seidè was, 
« eh ! (op eene ongeduldige w|jie daarop drukkende) wtóron 
vraagt gij mi} daarnaar, vraag daarnaar te DJécJo, daar welea 



(4) DiEPo fï^ooao ontkent bier stellij[, vroeger eenig pkn tot 
eenen opstand te hebben gehad Immers indien er .'een vooraf b^ 
raamd plan was geweest, zou het hollend gemeen niet doéüooilicb' 
ben voortgegaan; zóó zélfè dat hét ook de ci^nddmmen vanDiEPo 
Wecóko en UsNissio' Boem» verwoestte en verbnindde; vaai 
reeds: dadelijk zoïrdeh de opstafidèlrngen méér geregeld zgn ic 
werk geg«a». 



[II7J 

liet d« mtMcfaen allen, (0)^' ^^^ wpder Mn jo«gei|hUk 
lülsvijgende, venrolgde- li$ iiei leT«ti4ig]ieiil : » Ik luid 
Iminerf alt. roogdnitlA Ie. doen f ^at werd «H^d keoife 
Regeren van- het feUU dat ip . dea- 8«Uani Jiai, kwav^ 
»aid«l ik daartee.amo.iegel aoeiiffevMi', maar wij) helibfto 
skBUMÉ' ffJHBge kennis gedragen fan liet geld, dat ait de 
oaa giag,' dan rileen van dalgeen^ dattet>ke|aliAgea binaen 
tan j Imb^afi" aaa . Wimo Naaeao ^gegevenr '.werA^ Tma- Sk 
imited #aS'lieb ik daa aok gehofrd, dat er geen'geM 
Maai- lil ddkai was, heeaeerelk eea aieeadeydat er neg 
real moèsfi in geweeBl aQn. Die Rjikabettierder (met ree! 
ntnaehttng). had «inuaersy daa onder dit» dan onder een 
mder voorw^ndstU altoos geld van aaadiia» alteoa werd 
sr gakaaeid^ Bie Dirm&. (7) (met nunaohtiag) wat iaunert 
il^^Ma- nii^ ^énJ SeereiaHt en den R^kiHetlierder besigt 
4 wmtiiaaar «emgains van belang waa, werd ballien^oaa af«- 
jredbuin. Ik keb mijn legel ook weggeworpen. lift wat 
wél imet den Kolonel Nahüijv» aiaar ik waa hlJMotkêé/ti wel 
rnet^lehilUtideflé aa SjtKi» ^ metken ging allei góéd» toaMf* 
m>drali kivtaaii/^ia ÜÉdere^niet^ of alles wat- ia de waf.^' 
>»Voönts nmablf.eirer w%lèa aijnea broeder dén StillkA 
i|irekeiide,.Tervolgd« h$ : »toen hij dood was, awolhi) da* 



(6) Met regt en geheel i^sr wmheid, spreek^ Diaro Nsopi^ 
hier aldus : want ook wij waren naaaweiykiiJcorCfULdeappfftfi^ 
te Djocyokarta gekomen, of vernamen er de grbote beleedigingen 
dien Prins aangedaan, en hoe b|j zelf \^ zQne zQde bdeedigendè 
ai^^nikldn0Bn,fop-een püMye 9ML^ <;^ den Resident had "«e- 
haaden.'. ■■::■•■•,.:>•*•'': ': --•. .:n :^ •■ •' 

<?) . Dit wtride' Javaihschè' Tmnstetcttr,'eefl man vaa Wttinig 
aiÉlehing, maar dié^ dew^'.h« itlè zate* liitt den Residcrtt hc^ 
handelde, eenen te groeten invloed verkregen had. .' 'f. 



[118] 

aél^k Treeftdgk op/'^^dan is h^ leker rêrgevh ge- 
wcfest" seiAe Kapürin Rowi ; tmorop Dn»o Nbc^mo, «wi- 
der <Ee iiin«te datroenag en ep den aatagevkngeft t^n yworir 
ytAttde, sèide : skg hnd r^st en lokuHlsAe koit Tmnr ^d 
Rgksbetiierder bdbmiite m Mm émt dtania wm 1^ 
rtedt do6d. Iföii ^ro«der d^d niets vin eèmg tolangi 
mnromlrenilii Idèi TMref ««a IrMMLiuulÉi. Ik m» m- 
A»r dütf hg} alew$ ie samen a(en>mo^tikalWeBlieieeril 
»ien, en AmutuA nitm üi^n breedten ni|n iitencèo^ ik 
seide kent nm en dan : als ik net n in ib reüdentiè ten, 
apreek n^i dun uiet idé, wftnl ik non n aoms in iwé' Inag 
Jaraanicli kunnen aniw&ordea/ he%eMi wtiUgi «pgènaertl 
i»n «g kundgk genemen soli knnneil woeden (8)«'' 

»B^ eene aoidtfre jgelegeobeld : »ik wan ré Ü m wiMi ep 
mynen n^n Oiftre Konebnxe ; Jiiei emlat kg rti^ ? re <j ^ 
Terlalen h*d,i InaMr endat Jl$ : aieh bg eenen InUadtf , 
Wi»)a Nn«one (bm»! de gfeeMe. minëeytin^) endl^- 
werpen had. Had h|} dti bf den Kolèiial Cecniua of b| éei 
andlMT (edaan> sead«r ik ailjn' soea meU reÉrwélen kebfteé.^' 

»Hein fpwefi kebbtndtf (den 3den April) ^ri' w) 
Terder naar Batavia nond^ gaan» te<mde 14 >M 
daartoe dadelgk geüieed, alleen Y^i^foeU luj, dal Oav 
gekomen zijnde , met hem niet lang meer mogt gehandeld 
worden. :^Men weet wat ik wenich, of het strafregt te 
Mbben, dèM w^ nakr Mekka of eène ^ndérë plaats te 
worden gezöttdeij.'* 



(8) De meerdere spreekt tegen den mindece in bet Itfg >• 
vttnsch. DiEPo NEGono bedoelt hier dos : ^,sls men bQ den 'Ie* 
sident qunerkt, dat ik tot n i^ deoen lengval j^rtek, ad nes 
dumit sfleiden, dat.ik u niet s)s -n^a «Stidett of tk ëoÊi^ 
erken." 



^ plai^tWudif 4m 1m»^ jrtrtfrfgb Tolg^iiri den Konu» 

Yirteyi^ ^ iryr4^|ir iM«ur inj^ hg ^o>w«vr44fi»«i4f BÜ^^.M 

YiU#A . jkwwwep^ Toqni^fl d|MMSfW>T^.ir woreM9«l|B ke^vj. 

||o4«i%" .yerliABdm FV«« ; 4ai,|# rp^in \9J§Bmid$J^m^ 

X41I ]i^« 4lM> T«4 «l'iiiqi broeder , 4«a Siütoi^ Uel4, fA dat fl^ 

I^HHSOiiIioid lim.Ti^oapr tw MP' ▼«'^ ^«iW^ rerwl^d 

Imil,. »jUmU^ % t" K«i4f bï » l>tt:;oi)ii^,aii4ere n^ff^gfah o id , 

wMr^ilM|«i^.TeiArmF4«HfPralF.» tfv 4^ tM^onfi emolNMl 

Ipneil. UiiT« MAdruM^n » do» ii, «Uks goschied nil oTor^ 

tojfjuBg f d*t mP 919^ do lioT^, 4^ 9udo gfl^niiktB («4M) 

^^^•r ii«9^wlMliurM <^ ^ ^^^ «O^irolgA»» mi roor»! 

diA i^ea 4e Qodfi4i«iui^ Tfrwwlooidf* Ia ▼r«f8«ro tfidMi» 

iMg ▼Ppi; do. kompi d<>r Eiiropoaiifi^ <|} /orif , bf^ 91^ 

m^e^^ofi' 9i4t«p.i<M«« ( Gv9oi) gonfHundf 'ao g#eoitljj^ 

ifi^jt . OJi^ft tKOU ld» it; godaon btl|« OTontl . rondsmirf ; 

di^ tUol Tim SoUim .boll> 4|& in dor i$d MwgoiioMQ w 

at^MR^d^ yaii .fOB, j^^or j^ iiim« dion. JJ^ faiM^Off ^ 

ProgQ on do Bogpm<m^o «antrof , oa di« ml TorxoMrdf.^ 

daft ili Mdors^^en bi(U,n|^ ro^r§p^ soi|dfJiobboA.(j|l)* 

^^k^ bob «li(i|Oi TOjri f^smnfemtgé^p oofi oomni oo^ilOflOfi 

tondel te bositton; ik bob; rooi gdU bogtooAti^ 4ifa. 

wolk^i ik to Ti^ga/ J{o4/o IM» doiolTo waabljnoTottooid 

toon ik heon moest gaaa.'.' Daarop met onreraebilljg^oid 



(n) Hiee didèl|k ot z^iie vlüft heelt Oiwo MooMdentltel 
van Sultan aai^e&omen , nunr , geUik Uii hitr self vtihaidiy eent 
«enifen t^d daarat. 



itPro\gené& ,J^itidié& ik,.vait meiiiii^ H^t0«#«etfiém oorlog 
té Ydéren, sou'ik myh fftld immei's *1^eter' béwiiard heMèn. 
Een^ tempel ^fs toot ml} steeds 'fiAn^amnÉ^ewèeté*- Men 
behoeft er niet idtoes in ie bidden, maar deftelire sieurf^ 
bet gemoed iat' eene Cródadtenetige o|>geniimdheM« Ia 
narolging iran H geen de priesters doen» giag-ik dik- 
wljh' néar PmMiet-'Oeéé ^ laokv hiogirieiDJimaivmyy 
naar hét* sitiderüraad (Cr^woh- Langiie) én- -e^ naar 
Skiaréitg:lXixt Pas^r-^Otdé ea im&gtri^ ging ik meest 
al"ie voei'étt' aotttder gevolg , naar de iwee aiidere^ plaat- 
sen nfam* ik '«Kom reel paardevelk mede ; naar laati^^enaèlde 
plaatsen iging 'ik - ook tpel'heen ^ om padie ie^Mpen sti$deii en^ 
pooien , 't "gf^ die Mëofdeh h'4 H kieiofe rdtkiumgeéatt» 
riiaakt. Mijne irandelingeft strekten* aiak niei¥erderiuiidaa 

. Aète. M$il oudite aoon had ran jongs af aan teel .^e)^' 
geilheid r^or den ptdèsterstand l>eteend; hij ging reel aü^ 
slechts' door eenpltarnmn gevalgd» en aonderde xi<^ teel^ 
tifds* Van mij- af ;^ h|'gfng meestal 'naarxoodan^e pléafbea 
waar hij had vemomeh »' dat Térmatt^de priesters éfige»- 
leerden varen; eens bitite^pewoo» lang weggeblèTeif'aiJB<ie^ 
ma(akté f k aii$ daarorefoRfgerttst^» en ^tig ik-hén, ^è^Ma* 
mk een j)aar roairbl) »m§^j te^ roet' opaéeken.- Ik'^érriiéÉi' 
dat hfj naar den geleerde it 'Moêfa inras gegaanfv a^li^i' 
ik 'hem onder de - leèrHagen* van dien Cr(>eroe werkelffk' 
aantrof,' en maakte b$ dié gelegenheid de kennis- -ran 
KfjLt MóDjio, die mij laf^,* to^n IM reeds een tijd' fitn|p 
te Salarong vmn^ Yan arelfs lé- kómen opzefeken.'ïk begaf 
\ti^* orer 'Kétjamêfon, Poeioewatoe en langs andere Mn- 
nen wegen , van Djocjo naar MotUfo» Dit geschiedde ten 
^^e, va^ KcflAA^ Ni^irjjs; 8e46rt .4i^n.t^,l^b^ IK {PÏ ^^^ 

die plaajisriuet nieer>egeven.^^ 

^DiEPo NegorO; meer en meer in eene goede 'stemming 



I19 in de Rëakkfiye gMMt^ traMü^dtott wi) om die f«le^ 
genbeid Éen «iiU« .to ittakm » on hmm op ooii en «ader p«tti 
naiitr tt k»«r»ii tn ie 'Ottder^rraf^D. Httgoea hier. ouAm 
ia aèi^e le èfa tn d , is de sakel^ke iahead TenideM «!)«• 
geaprefclteft*. 

..»Eo.i$n Tete difpan teilen aa^ gebeardy ino welke 
ilb. lutawn^liHn keMila dreeg. Ble voegden ea andene me«<t 
selMM SfÉ iai.der i^ door Hgemeen reik afgimttki ; ik 
khedgi daanraa eerti keaniiy teen ik eenigeii i|d daarna^ 
tfl.JU'iioMi da lijken der a%e«iaaki«o-«igl%gea$ hee sen 
tk>#iii.lifii ateaA^nvan die^neaeelMn last Wbl^ kaaae» 
Qmrén^ daar. «9 awealal Tan m^a» faaailie «areir! 

»lk bea*4rieclila niei een paar jeagena ran TêgsiJtêi^m 
g<affMih> Men kwaai mg teggen dal «lla didm omelngeld- 
waa; IMa bmw raa iai|K» eigen rolk ran Te^e/ Mêijê 
waa. mg spesdig gevolgd , en toe» -km^ daarop om Difóojo- 
g^enesfi) en gebnuul' weni, teen Teraamelde siok al meer e» 
meer. «elk lig mij^, en teen eerst kreeg-ik ook eenige wa-^ 
pefeam;^ 'waf*: g$ 'Veèi ipmMra dat bei v^elk in bet begio* 
maéfd^yben eve^gêraaieeelaigewapeiidwas (19). Teen ik 
iW9ti^^^%Aire«ij^^beioady.idst ik niebti^at- vao' de sake» 
WMifdi^ meeai.ilk.^as %eï>woiidend alles in dianteestaad 
te. «Ie»>. betelen gaf ik njel»>KiA«' Menjo gelaaüe alles; 
AfuAa^fden.' werden eerst .lang . daarna op zfii voorstel 
door mi^ aangesteld. Hoe is bet mogelgk dat mgn ant- 
woord aan. den generaal Da Kock van Selatong niet 
goed is |[eweest : Ik bad by mg aelf reeds bepaald waar 



Cia) Dit bevestigt dus, betgeen daaromtrent in den text is op- 
gegeven, dat nameiyk eerst door Kiaij Modjo een geregelden 
gang aan den krijg gegeven is. 



[122] 

iklicm x(»u ODtmaeten, achter d^n Kraton bij Krapimk^ 
s^ii mea mgu attiwoard dIH goed orergebragt tiebbeii?^' Dil 
bttiiie Troeg Dufo Nx^ofto later oog «eni. Hij tcheen m 
liel denkbeeld te lijn , dat zya antwoerd goed waa geweeat; 
Maar toen ik betn diLarop de aaamerkuig maakte , dat kij 
later nog tweemaal ia oDderbao deling met den genoraal 
geveest was, en dat, zoo hij zulke Tredelierende gevoelens 
IumI, hv gelegenheid had gehad om die te bevredigen, daar 
de generaal steeds geen vuriger verlangen had betoond , 
daa een olndo te maken aan den ongelakkigen toestand in 
welken Java verkeerde, en dat hg hem (Dizro Nz^ao} m 
•teat had gesteld die gevoelens te bevorderen^ zoo hg daartoe 
wezenlijk genegen was geweest : hierop Jieide hij : > bij de 
eer» te onderhandeling van Ki^x Moof o > (te SamUroito) ; 
had ik nieti te zeggen : » blgf maar'*^ seide Kiaj Monjo, 
eik sol alles wel regelen^ (13)'^ en bij de laatste onderhan- 
deling l kapitein Roips aanziende), weefcgg immers wel dat 
dbe hoofden niet hebben willen ioeitaan, dat gij totmijxoudt 
kemen : ik vroeg hem nogtans hoe z$ er over daehten, 
of zij nog rechten wHden ^ waarop zg mij eenpang ant- 
woordden daartoe nog genegen te zijn ; deed zoo de generaal 
Dm Koca ook niet met z^ne soldaten ? Ik had nog al veel 
le«d , vroeger ook nog in do KÉtdoê , doch laatstelgk ten 
muiden van DJ^cJocarta In de Baghn en Banja^mmuÊ 
#a in H So^kewatUche t ie aamen nagenoeg 700 jonken 



■ (i%) Alle deze opgaven doen duidelijk zien , hoe Riay MODjo 
eigenlijk de drijfveer van den oorlog was. En deze had althans nieü 
te maken met üXe die zaken , die door aodei^ 2^n opgegeven als 
aanleiglng tot den oorlog te hebben gegeven, maar wel degdJjk 
moeit dezen de toestand zy'ns laads grieven, dien wij als de f»of > 
zaak van den kryg hebben aangetoond. 



IMS) 

«p^An^AiNki* Bén g««Mll« ¥m *|a vdUt Uet » üthrfb 
'▼ry Tan Iw hi i hig wié ik ben ürMUftld gewofld g gww ili , 
i» 'O^iP»/^, i>9k itroégtr èéttM èétfr mb baJoiiH ileek» Imii 
iit Mgéi M Biq^ls^ttii de tfvgtMl Tftii fnlneii Tiuler Udp 
bMtfÜdeii; 4a kogel, die n| la GaiM* roor da bargtlnf» 
dlilu d ^ üny, feél Uria ab #f ioa« Ma fo «f leida tm 
fiN* da Ewraipèttiiafl U spêran » omdal w^ taak nfat kvUmi 
fcM op Jtftfttr kaadan iln. Ht kad ia Oawaifc maar daH 
Mfk ad>009 «ün è$ aan-» au «au raal kabban k«tiiiaÉ as- 
^aroaittao» wwttl^ ngn t^ waa saar aangamoadlgd in dan 
mMjé, daor dian daBafapaaBa»BiMur aan karkkaf saakat» 
H* faaii kf on» aan yaortaakaB tmt galiik !•• Ta Sêito au 
fa Jfetf aadan ba^a ik ia g»r>a» ga ^ paa at , Tooral U Jfa^; aa*an ^'^ 
ik- akiitfd dair op miïe koogta» do T9aiidal9ke kiraHarfo^ 
Mm èk da ialiib tonk^^aoo iral niilalagdieii , toon ik m% 
•atvfkaada door 9èaè fcüdara troap knaMroB Tim aèklaran 
oMMiganllaii «ag» aa kei garMur nel aloéila onlALwan. In 
ÈmgBiMM leaSt 'WM ik atèèda bff Sitvov, taan nü too 
iraal kabban maatali loi^patf • Hal beeft Taal moetta gekoaf , 
om M kal gavi^Ail Tin "SlS^arala otar da Ptog9 ie ka» 
Bwn f den g d^dan nadil kabban vjj mei obora langa aan* 
koagal inaeViivkatt irag niMMab lèarcharen. Ik waal dil ée 
gonaaMd Dn K^av la ;Sa«»ofo wna, ^kmir ik êêM dal kf 
oak' bij- kai' ffWtéA mn TènkiUik fegamraordig waa , Ut 
dnrfda Ȥ daarom nial la rartoonen* Ik kad kal awanron 
yan de eene deaaa naar da andere nog lang kunnen ni^baa- 
den. Ik zonderde mfj allooa ran m^ina klaina Iroap af. 
Bikif IVO en Royro waren iloakU alleen bf a^i* 

»Ik kab «al aiüten Soxran , aadarl ngna lanigkomal op 
J««a niaU ganaena gakad. HU kaefi ma§ rm t^o^fêhmrUt 
wal aan paar nudMi giaabrancan t ommt lam waraa da sdtan 
te Ter weg. 



jlurwide de«eQ oo^l^gt ik: v^* lanifrs; vaU; A%i Solascke 
nifU(14)>\,. ,-:^..- /.; .,: ;• . ■: 

ycfj volk oïilwarerulc, (lal door iilouw^ffiengli^ld derwaaiU 
te zarucn gfïYLocid wü«, bedekte. >ij zijn ge^Jg^ *net eene 
slip van zijnen tuihand , H geen de nieuwsgierigheid der 
menig La nog meer «ipivekto > maar tevens een e groot e te- 
^ei^r^ lelil n g v or o o r^ aak te . One eni Eiar q 11 em a nt Uep gereg é\d ■* 
af. Hel Land verlat oude zag bij n^ar nlle kanten rondi maar 
ik bcspüurdc geene aandocningcu Ij ij Ueni, Aan boord bc- 
y'iq} hem alles zeer goed» » Uier ben ik" zeide hij » » geheel 
i^aar mijn zin , zao zou ik zepr gped kunnen Mij ven « ik 
b£^ met weinig vergenoegd , mits men mij beleefd en 
yr^udei^k behandelt { ons aanzieude ) ; maar de toestautl 
waarin Ik mij tbans bevind , is bet gevalg van de noisclie 
en fninacliLende behandeling welke ik vroeger Lieb moeteD 
ondervinden. (15/* 

^ ;» Gedurende den tyd van 12 eu L 3 dagen ^ welk e wij meL 
PxsFQ NvGoao hebben do er gebragt, is bij steeds van een 
regelmatig en goed humeur geweest eu zeer gelaten óf liever 



(14) .Deze verklaring van Dizfo Negoro is volkomen naar 
waarheid. Hij stond nret niemand van het hof van Socracana in 
cenige betrekking ; in tegendeel , bij heeft dat hof, toen zijne 
beilde tot op vïcr of vijf palen afstands daarvan kwam, in be- 
naanwdheid gebragt. 

(15) Belangrijke woorden die zoo volkï^meft de door xms be- 
weer tic waarheid bcvestifien, . * 



eiiveihekülig; ottiir«ffi 'dDbeaoliilekiiigen Vtfn . t'^n U>tkoMsl% 
lol ; ttoMr dat b^ kich «éUer ddirmMk 1>0aig MivM ; gaf b) 
niet <MitokM|k U kmme», by:g«lègeaheid'dai'^ea> k«rl 

ziek WM , ▼•rtocki iMd^Mai 4êteé mog» «oUeri^yeii » dwii» 
tan Uu siitirdM^cl' It «éïf^è : » dtlMMt gOwinit ih dtr 
ifd ook aftbdea StOUte 8|jfi»w y Mii Ifi^ Muii' .Hicaok sioH* 
▼«rbiuiitêa ie irorden/V 

>DiBtio!Ni«Mo^ fekam Tm*iMlAweain «at ie teUblm, k^ 
WW in lynen mufaog sear leilfMoliJk ^ kty wfttnoek lastig i 
noek Teel ver^ead, enr Mkeea M Tvrto^dèiiAl kelgeaa k^l be^ 
greef , clal e»ée waakskattkeid w»idfftbik9kondèrwmie%em^ 
^ »IiidieA ia ihfye Nwemo v dhn kopileiii Roei»» e» lo^ ^ 
één trek bijioader getroffen, keelt /dèd ie bH'2$tienoa« 
reranderl^ke onirefseyiiigliêld « ef imderkrerping , (ik weet 
dil gev^ eigen^ niet teoóHte dfnkkeh » 'aUr bëi? kkdi' ia 
Diaro M««emè deed waaraeaan) ever de bêndi&kiagea 
die eter zg'n lóekottMiig beeiêÉa talled ihrMrdett*«ligea|ire* 

ken ,' en f^ie. k$ renEoekl d«t kf i|»oed% ÉM^gi rerkénén/* 

t . ■ - ". • ; '.,*•„,.•-• 

Uit den met korib irekk^ dMige«tititën!'iéeetknd'1iw 
TereténlaMea » en Mi diee' verklarlBgenr VaÉ Diire Ni« 
edto bt|ki die Men duiM^kelen , dèi dé ongékdiklge 
staal, wawin de beTÓIking rerkeerde» den opsèaa^ hdttk 
Toerbereid , ja ettTermi^dbaar ge itaa a kt , ea dat de irhigi 
ran Difepo Nieoao de ronk isgeweeèt» die dë reeds 
lang f^éed liggende brandstoffen heelt aangesielien » im^ 
wgl de toenadering Tan' den lisügen Priester KiiuMoniOt 
aan den oorlog die yreesselijke woede en entwikkeiii^'gaf » 
waardooi^ dezelve zich heeft gekenmerkt , ea évd dé vdak 
in lichter laaien gleed dééd ontvlanuaèn. 

Wanneer wij nu deze eenvoudige én , om hét zoo eens 



«U W drakkdü » luiliiarlSke oomkén Tan dtottppttMdTêr* 
|d^«n mei soo Tal» aodare » dfcw|b g^hael gesodite Mi 
aagÉgronda redenen » dia mai ar raar aangagéreft liaafi , 
dan lal kei imaaehia|i maaig *eaft TarwaDdwan^ haè raika 
dandmgaii «jjn kamiao anMaan* Ali iAm aaMar hnhAl, 
baa de meiiiakan naeatal geneigd «ia, am katgean ab mar 
da Taaien ligt Taorbii ia niaa , Jaiil amdai kei mo^ atti« 
▼ottdig en natnuii^k is » en bee ig nii neer iagawikkdde m 
inaa9ai|ka aanaken , ndka g r a a èa én aaisaMende g<Hwl* 
gen wilien aflatden , dün jwl man kei a ni a ün n diar dwm^ 
lingen geredelfk kunnen kegrjjpan : iervfl nag baren- 
dian i0 snebi» ote eaaü afgl^aMa denkbaaUen nkt te In* 
ten raMn » of eigen geradens dam* Ie drStvÉi , daaliaabai 
bare nal hebben b|j|edragan. 

SlelliM* d0tmt tmdartaasAen. dia , TÓ6r dan nfËÜmA > JE(/oe« 
iéhmrta. benaahi had* ^ Bésidani iwas r4n S^êtmlmri^ 
an dia gedarenda dan aorlag it OifocJolmrimênMxrtmA 
Cammtttaris ratt bei Qamramemeiii aan de beide Haren k 
gepkaial geveeei» kkn gerfult rirldtaan, dal nadi de In- 
baring ran bei Cbnrernemeni van de DJamöarankaêekeen 
nadere landen, iai rerbale ria g ran de gl-eaien enaertiro- 
.▼ineièni naob de reibnring ^aa lander^eo aan fMtfrttkidia- 
ren, èadh de ii^rekking ran émB repfam*ing, naeh al kei 
IpBBtt Verder ia aangalroerd ^ aanleiding haèfb fl^egaren M 
ét oariëken xgn gelreasi ran ^n rampaaUgenoorlégy Waar- 
ma W9 biar'aprakmi. Troa#en8 ieder, die den ioëiiand 
4a* rorsiealandea, lEae als w^ dien hieirbaren bebben be- 
sebraren, kent, an bei karakter vmi Ittkndaslm VaraÜèn 
nÜ bat regie <»ogpnnt besdiofiirt, ml er van averlnigd ü^mm 
dat 9 in dien igd , ieder die in' pnbliekè zaken ieta ta neggen 
bad, te reel met agne ^éne belangen bad te doen, rf ie 
onreraebiHig was, dan dit bij aicb nog mei staatkmidige 



mAmrwipefmkB^uhêamSiêü. HeieM^t^fblBMAdMrtalrMil 
nog i» mU uêê^ mm ét hébl^kMi of litl JtMr«ii k% 
da afeoèmrê fitatiett» dl« Mluga malMi 'sjaart ofMil|k ww-. 
das i^BiioiideDt ordrigaai waa^aiaii ar vrg kaal an aarcr* 
aolaUJc aaclar« walke politidu mMfjragikin daar kat Oam» 
ya raa a iei it wardea gaaonea; m— MêUk iU alihatfaaadaar-* 
aailiraAi 4aar danBetUaal ir«rd ToargüMét na dit?aaraf 
door daa Bffcalwatïiirdy Urn hara ia liftbbaa lataa feahui* 
dataa» daar kaa wird aaa(aaaaMa# saaier aaaisakaitakia* 
gan» daa ower méi baifaudaada UaMi%kt4aa. EngtttaU al eaaa 
dat da oarsakaa vaa daa apalaadf dia aMB ia da rarlia* 
riof dw Uuid6r|«i« ona wil aaakaa# waren aaa 'f0 üMaaBt 
hoe kanaiaadan daftnaéda da daijieek aTeratalHrfagaa» 
dat kat Ubf raa Ste^oJkmttm, ketwalk kitrta M meeita 
kalrakkM wai«.aan.kei GanfameaNNit if getraaw gekjeraa 
aa ▼obirAi niat ia dea aj^taad gadf^ kaall» 

Emil al^ wï na kat aalaUaa aa da yartekrikkaljika ga^algia 
TM dtJiaa aari^ kaacfcoinraa* walka groata Maaanka^flkft 
gakanrda oaa daa aiat gifavaa. Oai kiarraa ilackte ^m 
paar ToarkaaUan aw ta atippaa» kl$kt k#t daarait Ut da 
aarata piaata^'iaat koe raal edberpaiaaigfcaijjlf daaraügt ^ 
rarataad, ia Traagar' aaJa^r' tyd da k^traftea «iii gpr 
waaat, dia daar d0 ,Qpmf9gm ea kat (BfvraraaipeAt aiat 
de Inlandicke reffVem a|a aangegaan*, iila a^ li kat ¥aar« 
int aagaa,.dat deaa Jaatatan 4^, kal# d*r Ragariag in kon 
battuur sondan bekoaren. 2iO0 laait »an onder an^en jn 
eane aa^a naif 9êri(iM4 ffii J7d!t« flaia.dai4al)jka TarlfJa- 

aAboo jbft Z^pe jVoeg^ Edelheid tdf Hcjog Edele Heer 
GauT^impr fS^eraal i^fi d^ Wel Plala Hoeren Baden 
Tan Ne4erl^Pl4io)b I|i4|e». ^as« .gaedgnaatig behaagd heeft» 
^ P^ngg^rang Mip^Uif Aipn Ifijiiai^pjiNaaoao iever- 



kiete)! en té benoéiben \si ó^vhl^er jMBJK^en J^^tkmA&um 
▼aier, den Sultan HAÉii'«ii:om Bêoxo lr<UAJufi Rp» ^veui 4t 
D<NiiittQ)iiig^ dmfagaief op, den ISdan T«bn»r$. 17^» 
ttr /«en onitrangeo he0Ü ; S9<>( merkUer ik tuit» dnm^ dbi 
nui ket '>oonekr«véii, R^k ni^t kbuA iöt ie VaUenv^ «üt 
kracktft ofts vtm«r«ge«eAifeTerlIlaki«g^eIféll«t^f^|0|^^ 
limarddi ik.ii«tMlve alleen ai»7 ^umit tngènêg^nhèddir^ 
dtmrtaè 9Ml«*n^1NHrkoekiraa^jllm4l^|èeQk«er v^ iesM 

pÉ0Aie koene te ontira«g«ii> op voorwaarden en e^aditk 
mitfigadei*», onder, soodanige rseifridi^a' en ▼erfaioilieiUMéB, 
ale fa^^ontraei » dol taeedien 4e Ot«si*lndiacjie €oMpa(ghut «n 
niij^<>p kedettiiangegiumen spemaakt ie v-diètaeii » eak^-MBV* 

» Voort» dai ik nUeiins mjn R^ bet^reM^ dé Ik^MitA- 
Mge Coi|ipa|j[iiie mi l^oml op^tedpa||eii,'sid#ef»m^éniNK 
sturen naar 46 weiten^di» «irekkeft ku»nén^tH4e(tiieesltf 
Éiit'endeDr bloei van landen* telk^ en ^HrtiPiiilkny d«t ik 
derzelfer Wel^atren in ^e opnigtnn kraehWèdig aakètlpM 
beVoi^dei*en> iliel observatie- levens der-ordéra^N^sekilddn'' 
gen» ' die er diM^riee^ beitiy door 4én Heer /Wf^ft^^fottVvm 
heur ef doer^Zifée H^ £4elk0iddea0oittVèV«iBnn€lenerMd 
enide Rad^ïi vati In^^ttttten gtmmAi worden/ gte^i MNy » » 
Pêrè^nds fèpEaiaeerd Ofl dék 2di0tt April ITtt^dtvsr Sètitei 
UAmAireKov Bxoao-Uy laJiM- 8«ltwSwr««i ' ^^ 

In ket ep dennetfiettf^tiMi fepaieeende*c(mtracl|-*'^koiit 
v<Nir ari„ afl*;"*""'. ''^''ï - - » - . .: . » . ...:,.? r.Mf» 

» D^aldien hei tégen kooppen verwaebüng kiVAmfe gebeu- 
ren, dat door den Sultan Hi.iiAir«KOE Bsoio II, of * mwée 
successives in ket vervolg van i|d, op 'dit contract eenige 
infraciie werd gemaftkt of daartegen aangegaan, zidtete d^sel- 
ve verstoken zyn en kleven, >aa^ kei' gekêdb bezil 'écr 
landen, provinciën cn'destiicten, tkans aan beiB-:kls * éw 



{1391 



hül m^Mmn wt fim iê, yffékê ia ralk «mi n% 
||«Tiü UI éê CJMHiMif itftf itKMi tjirn|tiwiii, «ai «rar <•• 
jMlft Iq 4Êêr T<^6ge ie WpoMTMt «lè im^ékf Mar W- 
i^iocl rtk wtkttk g ^a idbn o*f4ed«B nP' (*)• 

Mbift* ii0g êêB gr^otar «iiTèelMiTÉHaMle lés geeft om 4e 
géiiliiHilMfa irma ée* mgwrüMl geMtMie» eorlog. Iwwiii 
DtSM Nseemo werd/ tmt dal kiü^iieli tu kei l^f tm 
DJocJokartm had rerwf derd , é lga ÉMa n gihiadta l^eereea' 
priM die weüug of (eea^ inTloed liad , die don en k|f ge* 
leerig waf , ea em wien ma aleii dM niet bdu>efde ieW- 
koBHaeren. Van dit denkbeeld nilgaande werd k^ dan eek 
TerenneklBaamd» soo MÜk dal mm' OTor kei erf, dal kf 
beweende , een* wegUel aanleggen # sonder kMi er «rer Ie 
raad|plegen of Terlef toe Ie Tragen: en wal is ran deae grove 
behedigiagen kei gemolg geweeol I de gea^iedenis kteftkel 
gekard ; een bloedige oorlog ia er geroerd , die dniaenden 
en dttiienden ont^boldigo laTanen beeft in kol rerderf 
geoleepl » die kol blood «mwr brare kqlgiliedon keeft doen 
Tloo^en, die ken deer TanMoe^eniMen te onlbofingen ^in* 
HMTljk keeft doen eni k enw B , dinn ^ ti n e n ae kali keeft ga» 
koel 1 Dal dü dan dUp worie gereild en in kei gikw^in 
gipren^ door alle En ro pe an a n » d i é n io i inlM dat ik OTOi ^t en en 
groeien in aaiumiang ImMn* dnb n| aieli entfcindan enn de 
niMie beleedigingen en bowfnon ran ndnaehUngJegoM bnuio 
poeioMn. Dolafrann beeft oenwakfiarüg ongiwikBiiigtaH 
raUer : beleedigingen aUoen kannen ktm in drift deenoni» 



O Met genoegen hebben w9 dit afgeschreven: in i7pa wat de 
mtgt der compjignie reeds aanmerkelijk gedaald» en deaniettegen- 
staande uqkt uit dése acten, tnet w^ een cdfttaadigbeid en 
kto^tmoedigbdd net den teen reodi g evrt ei d eu Sidtan van PM^- 
oase ia gdiaadekL 

ft. 1. 2t. e. 9. 



sou ik mij m0i)itiMm9^ilRmpmJ^9B)AêmlÊ^h^mfr 

iwazen:» iNiör .atteB'>aïetfllei SaiMohe. dn lolwMhé -vHwtn 
düguatUÈ , ill39. * 

* JAVASCHB TAFEREBtÊN. 

■ Ml . . !. . ' /. ;; •,;, : ; t . - , , J . 

'jEene oorspronhcïijkp. verielBng uit de Xytï eeuw. 



^fi|H#n»3ÉMé9M^«ia«.gnM«è>biBmH^ ÜaliliiildU^»- 

c«a««taii Üdn^r*iiMÉl#M>|fii ^f ^CUiirfiiHèBri.fieaBraa- ^rii 

4lMi «kk UrfniéiÉBdB^:«iUiaBdlë^p po% ijmiate ibislitef 
plaats, die gedeeltelijk tot een Uofmperk KAa.iiis^erigt* 
Jn.di^^alleii:^ kwamen de hfM>ge> dubbelde , roo4 jprl^kU 
.^,»et, tüïf e/Je pQ9ten, en .(jotbjisjcb, sjj^jwierk rerM^cdf djwi- 
,i:e%^it>nw^ !ir,er[|^(i^[m^a94« ^a^ziai^Oriz^rte^k^^af^nder 

een groot» vierkant, luchtig vertrek» waarJB Hri ell ^ f Püe » wet 



.eMi J||^o9jU^M^ f tfffi i^MQRr4^Mf» VPPh ^9^^ Mlü* wmiÉifi 

wtrky bevond, (en dienste der veonnHde ii<iy0»dnrftige<, 
t9I;;^(ïl 4e «neeuwwitjlbe waaden fi^Mao mei .d^ ii^fl>eeUin- 
gUiLrTMi 4e Tpipriiiiilige Oppergemedffne in ,4««e ^ewHttn. 
Ia lUi ;reickir^ vwjU^ de /epAei0eiHHir,.ke(iMi «Ji 4aeaatr 
ïïimW^ » ^ WC)} ter beliariii^ JiMMT eige 
gen y^se)Mgaeii4e peire^nen , bg den CranrerMiir 
toegeli|i9ftf 1^ Mror^s Imnne degen» en eèokken aeti • 
mM/^ikü\ihit9^^^ M^fifiiffff^iw te liebban a%egeyen. 

Op d^ dfig p ;wjeikm^ w|f in 4ii verbaal bedoelen , 
ren. 4e tipree ^if^dedtfde Heltehiardiara eedert geeoiawi 
M)d 9p fa^^m^ f o^lfw:» lin imnp0 n|}ke en , veftr 4ian 4fid> 
snuMdcji^fU^.lkJetdMig, beateanAe m eefi ge^i daaaü wmh 
M»iÉr}«*tP^'*0 »* aiJiTfWn *m%4|>eo» i^|Ae modjiébar- 
lak.c^i^ )K<»eic , MP mjefkHrMMii w«fi»«f^ Aft»»- -mö 1^«» 
K^n .]9L|4#9,.ep langa d« Aedett jn«k <beMt J^fi ailver 
p^s^inept^ 4^ dagan .ifiet iHTaffen getaal» («ak en 
p^p.^ «ifijAïA^ ,^ilPI0ei4» «m idaiK patfomi-idraaghaéd van 
gij^muTitM^j «An M beefiUalüel .eelMn grvie» kaflaff^ 
I(ft64 ,Wl>lHII^ ; .tewll de jMal, -det** •«» ""^ *« ' ««^ 
firoon getal personen, zoo lim^ailtk» ab arfKiisir» 'beafal^ 
^;x ¥an.4enQHM^||l4MHi)M MaaV ^ H^ Pfi e»'g««aglial*ers 
rw s€ii^p^A'ff98i^|lgirt^4»;bel#eea,.geieagé^.^ 
te^rtM^ <m f4l» >T^iP^iU«9^ kanlereii'.dèr penniatén kaer^ 
&d^n4^.t sf^bfiep fM te iw$a^; f4«di «r* tets biaieiigeoiaefiB 

.][p ^ |dgi^ 9 .4# ^i»ge Jndisehe &egemag had den neri'- 
gfiï^f 4j^gi1#t,.ewi€iiijk»ïjgsto^ naar Jtamiam he$\ffUm , om 
4#» i<»W» J fe> #iagJil&iar. Aaaa u ^4SAa AanvirOiHAa, 
in f4^^w4!i^ng «Sidtoi» HxajiB geheien^l^ï te etaan, tege» 
^Vft^it't^W^^ A94» ia<FA,TVAAB»vK^AT:jiciiT, ook gemeon^ 



1132J 

i|k Sttlian A«ot« genaami» die vroeger liei bewind neder 
gelegd hebbende , nu gewapender band pogingen deed «o 
heiielTe weder te 'rerkr^gen. 

Het berel erer deie nitmiting waa den Majoor Isaju 
BB Shr. Mjlbtiv opgedragen; dtti zag men ook dexen heer 
met eenige andere krygsorenten In een levendig geaprek, 
de saai op en neder wandelen. 8t. Mibtii waa een auui 
ongeveer veilig jaren oud, vrg getet van gelaat en 1%" 
ekaam, wiena uiterlijk destijds meer de kenteekenen eple« 
ver de van het gemakkelijk 'burgerilke^ dan van hei meer 
werkaaam en voortvarende krygsmani - leven ; een net 
•maak opgeteomde vederhoed dekte agn reeda hier ei 
daar gr^ geworden hoofd ; een blaauw iuweri en' BMt 
acfaarlakén stof uitgemonsterd wambuis^ met sdiouder alrik 
en borduursden op de mouwen» kraag en xakpaadea, 
amakten dien dag si^ne kleeding uit, terwijl eenhoigrBpier 
met verguld gevest aan eenen broeden gr$a inweelen ger* 
del hing; naast hem en hem -Uu arm gevende ging di 
Heer KoBinis NtriTs , Kapitrtn van het Kaateel, die M 
gesag voerde ever de in deve vesting liggende rmtenr et 
solMieB ; aan dea Ma{eera andere sQde bevonden riek de 
lü^iteinen Rina en Habtsino. 

Onder eene groep van jongere en minder in rang i^niê 
Ofieieren^ bemerkte sMn voomamel^k den Grenadier Lui- 
tenant Thbobobb M(»iiy een* OiHeier» die efsdmon eek è^ 
veertig jaren genaderd sqnde, al den sehijn had rmn eeBij 
een bgsonder fraai en welgemaakt man te sgn geweest 
desBelfs uiterlijk voorkomen en Ueeding waren defUg doi 
eenvoudige men sag het hem aan, dat h^ sioh met eeati 
ber inkomen moest generen, doeh niets verauinade «I 
ne^es en zindel^k voor den dag te komen. Z^n swad 
kastoor met eenen roeden veder, waa van euderwetaeU 



(133) 

Torm nm eene ifde «pgeloomd» liel wambnit tm dfnfi* 
xa^ Uaamr laken oMi geel kai;tMi gevoerd en mei ge»- 
den yeriienelen lan|^ de knoopigaten» (montenng kleuren 
Tan bet aan de Retterdamache poort in bfietting limende 
raandel granadien) waa allee behalTen nieaw, doek b|j^on« 
der xindelfk gebonden ; de oranje aierp en de ringkraag» 
de eerieekenen sjner waardigbeid, waren ook niet naar 
den eeraten emaak» maar te meer lorg eebeen h) ateeda 
te bobben gedragen Toor aïn ajjdgeweer» een lang ra» 
pi^ met ailreren gereety waarren de kling met koetbare 
metalen ingelegd » voor kem de meeate waarde aebeen te 
bobben* 

OfiMboon» gd^k reeda gezegd ia » daae kr^gpman eeiiett 
r^poren leeftijd bad bereikt » soo garen bem » bet denker* 
lumin > in aierljf ka lekken nederbang^ » booMbaw , nln 
welgemaakte leeat» groete Tonkelende oogen« pdtagadera 
de geea^ge opelag dernelTe, en de bevallige leTendig<» 
beid n|ner beifegingea^^^^Mf aUesina eefi Jeugdig roer- 
komen» ierwil ettelike rimpda in bet mannek roorboofd 
^rmmtl bewenen» dat b« mim sfu aM^deel moeat ge- 
bad bebben in de sorg en en m oe ft el| ik bed f n van bet maat- 
sebappelfk leven. 

Hg aebeen in een dmk geeprdL te sfn met oenen Oeeter* 
Ung van namien ; deie waa de » ii| dn onlgnga geveerde 
dodi nn geëindigde oorkgen tegen Cwuom 6i4aaoa en 
TAnonii. DiAua» maar vooral bQ bet atormenderband ver- 
overen der veating Caen/yer» ziob aoo verdienatelfik ali 
be&amd geamakt bebbende kapitein Jannn , boefdman 
der Ami^imêMüu^ Z$ne kleeding wat ,. op dien dag » een 
swart eSsn afden baaiy^ i^^ genden knoopjea» lange 
nnanwe brodk. ra» groem aatlp» reode nmilen» bet bfofd 
bedekt door eenen. dnbMd daarom gewrongen greeaen 



y^en ddek , waantii iwé& ganiien kwasten aiati * dte * fin-; 
k^nE|d6 ÈeAèr Bfogen. In ifijiieii rl|l: met' gotfd' ^^aOvn 
béx^eten «ófd^r, ±afi mea i^^tt kodlbatreii IQf-^ kruis ifi 
^MieUk göüdyd #fét dl^mttiiietf éit tóhl^ïiëh^ VèfsièMeti poir- 
ddky hém in 1079 dóor I^Aitókki. - D/iï/A gétdtctnkén. 
2^6 tiiigei*!^ i^arèia lÓi Belsdeii nrêt llfiikéi^it^ juwelett 
Htt^iTy Herimtèrftigeii' uit dë Ttxmieldé vetdtogüen', wAke 
laatfitèa heiii orerigeiiB té BdtaHw ea! rócrmsAéi^k iiQ 
déé foettmü^eB OpiMn^Lanf^oogd^fn de hetgite' gutiiif etf 
AaÉtietr'dédëh j^^n. ^n fiet' gevolg iran 'Kapitdn Jbïrttft 
itf^i^n iièc( t#é« litüiiabcAë liay>fdètt, éi& mede' éëil%ën 
kr^ggroem hadden of ia latere tijden hebben v erwo rVèti ; 
lé wetM , èê AnBön^cké I^Afénant Sberr ToM^lÉlÉlKé hn 
dé tmi^iiftilt AM^ BKKéfti 'fi$Létit«; 

Ovei%ëii9 f^n^ü of -«i^fi ttbg Uk dexelMè «Aal tA^ 
üdlAMèM toe^Iidin, ^^ntffey^odpüettbn,' tffte üAifll i fy it' it , 
ftttfctetftën ëii iMée !>éd9«ndeA V)M dé (K f . MIMél^p?, 
Iraii be«rt Mfen^i^ténf o^ lot liei* ^ëkè^' f^* wolKIMr Aiie^ 
gfel^n; Edi ^bMi'^dit faét^^eirAl #aft j^o^dtn' irÜtr imi^im- 

der éetéi^hVakAói^ SiilÉél daartoe b^nM'^^t^Wëk; 
Hier bevond zich de destijds regerende C óï l/ v rfWW CA^ 
nèra«l't«Éiliftiik lk*itf. AfiilSiËl*,-^ ifc^ft 'Bdeftefd^étti tWn 
«éti Éitfti yall éW di^Tgftigf'ifatfM/ild^ r</tid'ètf fi^fiëh Hn 
é^ghÈig^i \^i^ 'meë'H^ni^'Udkéa, BM'^n Reiil ecfftm- 
nkrt ikiMbédftift , AM^ lië*^ liatt «tfffe Mitt^v/ lèié&fli^ Vi^ii 
êkie i]fi|küderè d^é/k^Urfrigenfieid^ W^hafte / dii^ hëtil Vit 
^aeü ^eeM ën bg dë Daitieè vHj bëmAïd ift^të'i ' «ér- 
#^ hij Tóor!^ labg geirüld grifsa^h% haaf ^ klM^ k^ 
tUlr Aroe^J^ZQne kléèdfitrg wairi^ijk en'dëftig, érerlMftSn4'é*fbf 
hè tieiHÉBJigt krijgtiitticii's Wirgt: èl^n ^öén j^éBAetitffh^ 
tttkst kleed, dfóoi* mèssref gottdétl WoJ^eü Wt^ aait fiet 



1.i»1j 



ókkkgmhiêiA M mi cUmt, •fiiêhiéii.MM m$ki§ 
ofpenslÉUKk, to* naiil} de knktën iiMknrdiltAla ; éMiEwnri* 
£ U to g a <d ffi fctfoaks onder de' kiüiiëii dMr dnuMataiigetpeB !!•«; 
f.iiriMnii;: mile »|den koiiMen en ie«f iM>4ge: .ovesdekiai 
0«iioenen nwi jwweeien ytapens ienii|l.aia> frartyr degfni 
mmt^ WÊaMmi sood gevest né èe iiü n^ in< eeiien mei igmè 

stuk bereeügd; koslbane) frnicl» ^ntiteir Hjkiett uoLèil»** 

D^'Qpper^LMdiMoc^oiitii^g^eifliinneBlreéendett Oftu 
ci^' mei een VvMndelik seii|*v tobmdeid» kpm ab<:eenh 
ovMen iMtnii emufnii Mem aldüe tee s cWeivoo-niyii-goeüit 
]|f#»x^V init ymuHoÊ^ mf kei gentief^w U* Mer' te^^e» ? 44> 
behoort immers nfeiitoédei^FirélMoiMe Ttiwleii 'eaiIlMmÉ 
dmi 0Btm ifcsiiridiivmh ons neéien?^» ;. 

is> Ik MMHbAedci m&s k«l»^ei^ irmre. Uw ll#og'BM« 
lii^*/^ «rtwoerte ée lAileiMiil»»^ ni|m Üoetf wwjvisi; 

tot^'de^^liinNiitïAe^ttifthuMiif 4l«steÉidey^ 

ingelgfd." ' i 

i-miSmiftmoméeL^^ JierosMii de OeiféMMl » Oiji* hxM kn- 

«Mém-ttit» de Voi4ge'vddtwg|en ep Ja^m en ooic rreégei^ dif 

op Makaêsar^ onder mgno^Myelete mede fsmapdLi'y IJf eievsi 

A^^eiffc«*oimBraelrokken siièiitr gedregepV lAetriye ^ïéend 

ef^iiset (ÉufveM épj^edanbi..*.^ imsnMiï nnook neü wal dbn 

Pwe^joiiyrelfcrijginwèitisys «irergekteufgij wseetlooh^jAetik 

de eerst4)penyeme«4e'<|^ttp «she | iit* yiPoo» D béb bmtUnJAPM 

i ^tt -ireet^el','''' was liei-aiiliroiiM )^tie> iMg kèii' ik 

Uir B40lke)iié»giHfo«e;jfée«wü}«« «mftenl weyB^ ^>^^ ^ 

Mttiert^Mleiseii dMii' liet mQ t«iwiolMtt)k iig», oi>k ^^w 

l9«g«lié^ l^|vi• *èw^e«i>imbek. t^u . . - ;'->4 

' *^ Ibi* i«? bb* jJk.lr^iriefclMiSKlè Uifdiwpi^fn^ 



U«0 gtêde Hbxssa wederom Iwt iéyè»t wml .«« urér ^im 
wMejÈp en gl wMi waanehfi^k heren öaden ihdag^mid, 
etetie tam neby etodar de oogeM geen sieÉ? «eer bedolK^ 
»|jn goede Mobs» dei tep de beel er eftreriieepi ia ib 
«ler liep en gij roer de iireede keer wend krifgigeirvQgett 
gen aie n ^ fpi eieUig greet genér loadA 'loepen eiii taniewl 
eek een beërfd kerier ie .vordta ^ emeeki i '' . 

» Ik geloof hei zelf. Uw Edelheid, doeh soo ali hel 
ihene hg ons geeleU ie» ken hel nfei bI$Ten; ehiipiiiMr'* 
deneen en gieheinie ni^deUnipn dwUen.eieede kt de.jidbf- 
hetd nmner waonbtg: en ik meei gedurig yireesen 4nl 
«ligne goede TTQttw nog eene kemi .i<i TiOlené <M»tor tef 
flMordpriMi of TercOerllken gifiybeker i '^ 

» En " dus renrelgde de Ofteier » ik. hèh setti iMi Ui^ 
side rernomen dal. ook de jonge flidtai vu ihMiif«ni hti 
TOol*Mni9n heeft o|n sieh de neek nnni«lreUMn en; de e^: 
levering Te^ Umm^^ iOp. vro^fer iel hei Mynmednlniiè 
gdoef bekoord hebbende» ven dp Heofl^ Regering lêe-verv 
deren " , , 

n Onder, ngn beetmtf' cel wei.iel^ Tett.4ien nnntnittwer 
pleatt hebben jen x$ïb nip^ beproefd werAm'^ henwn de 
iMdvoagd op een' berseben ieen^ 

»lk iwSfel deer giMin ooyinMik eenV. nnlimrde Mok» 
ndbch w$ cgn alkn eierCplik ea Uw Edelheid se«de #en«k 
eprolger kunnen hebben » die er nuttdbr kieieh oT«r 4e^l 
of die ter TermSdingvaaelei^ttndigeifesehiUeA • . • «" 

»Die den leeft , die den zorgt'' riel hen s^n Edelheid 
wederom in de rede nen toot hei iegenwo<u*d4g ooganMik 
wU &. gaarne de laak neer ttwenwene^htraehleiiiieecfcikii 
ken ; ik zal er heden mei de heeren Raden, van IndÜMif. 
epreken en weBigi neg raa i^ond, (gg koml t^ «aker^ 



9p de:f«rl« tmM^trwm TM SttMM)(») Malt ik « 
mmt ên mUkg békmd^'' 

, S« I»mi«aMrt maakte^ mm 4U[^ kvigisg n ▼trlM kH 
rarirek, Badat de ii#er Croiivariiaar Qaaaraal kaai iMgkat 
Wafaro^a: atai alrakj" aa kaat kaickanaandenr$aa oMl 
4a haai groaUnda» sidi lal aan aaidar kiniian galalaii 
paraaoQ kad gatraad^ . . ., , 

Da Luiienant MaBU ofiidioaii ladart aea^ Jaraji » laar 
a&U laa a^asaadard laraada» ao vaiiiig b^uigaa maar 
aahayjMpida iu da graaéa af rral^ pari|a&, waarraa k| 
'Vifaa^ar ^ vagana c^na kjisondara apgarulmdkaid an gaati- 
TaQa loioMfi , d9 lial wai , saodat gaan gasabahap %0 
Bmtmmim ab vaUallig ward kas^ioawd , iadlan kf ar 
mk niet keiroad,waiaaMe xiek nagtkana' garead a* 
d#^kadaelda .atiaiidNp«rt9 af 2Vi«aA&««g* kg la waaem. 
Zgii aagadald; wat lalfa wq groot*, dat kQ ien lea ara 
raada iitida graaia gallarg vaa daa Haar tAi RiaammK 
▼araelMafty alwaar da jaBgan* nog kesig waren . i#e( ket 
epatajkaa dar. ala^^laatarena air wadlaktaa; terwjl dé 
TTonw Tan den kuiae daar ialrgka daranBiaiaJea geralgd >' 
oaaral aagiag an ikk faraakerde of allat wel in de keaia 
oada rwaa ; of êm groele an kleinere leaniagitoelea naar 
kekooraa waren geflaatet an garaagaekikt ; of kff elk der 
aaratganaenda waleeagaaden aa kS de arerigen eea tilrerènt^ 
o£ k aye ea n kwiipadaor waa gepkatet , en dergel|ke meer. 
Eatt oafvop ê/^ graaia veaetiaanaefca ipiegfli alaande , aa^ 

slek ta oTerMgMi dai 4e Tde koalbare Jawelen Ia kaar 



O t^ Hèér VAN RiEBBEK, hter Goavernenr GeDenal oirer 
NMélkbilftèk ïoÜ^, WM det t^dt dechó Lid ia den Ratd és» 
SMgti^ aa dat wtfd'velgtt kei gèbndL van die ^den s^ne ge- 
aHü aog niet kkffoaw geiMid. 



f 1381? 

CoDdó of hoofdkapHel geplaatst, en ^o^rstrangeld mei 
kransen Tan de malattij-hloem , esne deftige vertooaijig 
niaakteït en dat de kttnstmatigd plcoijen io hare koBibare 
Makaflftaarselie saroDg of onderkleed niet in wanorde wa- 
rtn gebragt, door hare meer dan gpewone bew^gingfen van 
dien arond , i^erd Mejufrrouw tait Ribbebk eindelijk deti 
binnen getreden officier gewaar en zeer verwonderd , riep 
tij hem vriendelijk toe: 

»I^, d/ Monsieur Mono, wten welkom! Ik beb u in 
^en* Eeuw gexien ! Ik daofat wezenlijk dat gij niet nteer 
onder de levenden befaoorde ; zeg mij tocb, waarom is 
l&iJBiirjB niet medegekomen ?*^ 

» Mijne vrouw gaat bijna nooü tüt" ^mA bet antwoord 
:^liaro gezondheid is tbani ook niet van de beste ; wat m^ 
betreft Mejulvrouw , ik beken dat ik schuld heb , na vroe" 
gër zoo veld beleefdbeden ïn dit gastvrij huis te hebben 
genoten , en in lat^r tijden er zoo zeldzaam te^ zijn geko- 
men " 

■Deze xr^ne verontschuldiging werd afgeltroken door bvb 
binnenkomen van eenige gasten , die spoedig door de ove^ 
ilgen werden gevolgd , en ten half zeven ure zag men van 
viérre den trein van den Opper-Landvoogd aanki>men ; na 
spoedde ^Icb een ieder naar bet voorportaal , om Zij te Hoog 
Edelheid te gaan ontvangen en te verwelkomeni -'•' 
' Ih pragtige, rijk vergulde en mei bet wapen d*t Laad- 
f Oögdg besebilderde karos , was eerst onlangs uit het va- 
derland aangebragt , en dus in sierl^kheid ifonder weder- 
gade op Batavia ; deazelfB verbemelte nutte op vier ver- 
giftdea sti^leti en was behaikgen mei groene damaate met 
jritver galon omzoomde gord^nen* Vier kloeke AfMkaauaT'* 
selie sebirameli werdtin d«ar eeneü fraai iittgvdosühteii 
koetsier bestuurd ; voor de kmtê reden twéé trompettert 



1139} 

itt^ de titonteriir^ <ler Ikeltelftuurdiers , doéb met géél ttt%e« 
iftlómlèMa^ seftarlaken mantelii er ovbr heen; uMw \b% 
rSftüi^ tólgiên zen tteBéftaardieni te paard, WMTTtm ef 
ééh h^ de aahkomét spoedig tffttéeg, een klelfl fraiOtje v^oo^ 
If^ portier plaatste en het Möottfhoofds vaïibield , om 
d^%i Oonvemeur C^eaaal tiet uitstappen gemakkelgker 
t^ mttkett. 

Zl{ne Hoog Ede9ieid eén weinig uitgerust x^nde en een 

plïpje gerookt bebbende , werd een «anvang gemaakt met 

diET rermaked^kheden' waartoe het gezelschap was genoodigff. O 

Tiior de peerster* die plaat» «toett hebben , rerlieten dé |fas- 

tbh éé fraaie irértrekken ran het heerenhuis dm in' de 

gt*ddte hkot Yaxrhóógie eanAriéboóllien , die Toor hetietvtf 

M^k «dtutrekle^, e«ien door flambèuwto verHehten wedidop 

tHg' fe: itóïiëtf intm Jonge -siavübten op ezels gezeten ; eené 

niettWè «dtlHMifi^ Tan den gttsfheer (^ , die , aangezien 

éttelÊJlÈt 'iMser ' amazonen uit ket zadel weiden geligt en 

Itt- hei itr9d^k tiekn , niei^^img deed lagehen ; hier-s 

M IMegHf men zidi 1»<tderom in* de gToote aehtergaanderij , 

imn»' uÊt/ê %ét i^eti^fgóOtéett' itt gereeflieid Was gebragt. 

Ook'Uèr ^ef ' de-'gastlMer b^wfjlzen Tan zi)ne neiging 
tot bet beoefenen der sehoone kunsten , daar Z. Ed. zieh 
dr «e#4nêV"<el^hbolnén^m6l deh* Heer BrtTEmtdvt gezon- 
gM>; ' iJl^iwlM^^-Ifê^ I^ éeie uiitfiè op dé flutè 

«flMki^ f dWrtf^riMQ' tfn' iLëiV&ttOfU' éMiyiucttxrt eev nie- 
mn' mëV Tariit^ op* 'i(t* kand*HÜdl speelden ', terw||l de 
IWëi* 'éoitmikétÉt 'AttnéhAl «kh Inmldfdelr met een par- 

> '^*^Ut{tettittfl BftiDii' had «i|nerïi3ds weiiüg aandeel ge- 
MMftic W9M ^Mtfflgè tensMtkènr van dttfa aVond , inaar 



1140) 

hkè siek f abehoén #p eenea beMhtidmafrluii t tUMribi-s«» 
geplaatfti» dat hy door den landvoogd kondo wordao güdatt^ m 
Zfin Ed, xnlks verkioienda, kond» worden Uêgmfrokém. 
Het wai aekter niet dan na dat het uurwerk ne§ta wnaa 
kad geslagen en dat de Geurernenr jGeaeraal ign tafoaka 
pgp had uitgeklopt , hetgeea den gatten tot een teekeo 
diende om optestaan en te vertrekken , ( een gebruik d^ 
lang te Qatavia heeft bestaan en onder den Goaveraeor 
Generaal Suca« nog gevolg werd ) , toen Z^a Edelheid 
den iieer Monqr een wenk deed om te naderen en denselrea 
te keaaen gaf, dat alles naar sijjne woioscbea gesehike« «a 
de majoor de ST.-MAmTur was aangesckreren » om hapi ia 
den trein mede te nemen , an b|j een der vaandels iidfcemTaa. 
De Landvoogd waehtte da daakbetuigingea , d|e luaref 
aioasten volgen » niet af, en spioedde sidi naar da gereed 
staande karos » ^ tarstend gevolgd werd deer de rglai*- 
gender overige leden, vaa het ^xelsA^, soo .da^ Aa 
fraalja regUoopende x^w^g, van Taaaddaitf io* aap 
het fort R^êtff^k 9 een hatufa ona%ebroken dnW>eida v| 
brandnide toortsen vertooadet dia danaelven ap hei fivaiei 
en ab of het helder dag ware geweest , verlichitea* 



Eenige dagen na da aT«ttd.part$ hg dea heer. 
en wel daa 4dea Jlaart van eerstgenoemd Jaar, had «mm 
den geheelen dag veel drakla op do Balavmehe roeda W* 
merkt; ebalonpoA aa |r««««taMt]uc|gsKedenwaraa , raods 
by het aanbreken van den margeaatoad» de boom «il «aar 
de schq^ea gevaren. KadraSera en: andere l%ta vaar-^ 
toigea hadden drinkwatm*, vmehften, groeaten aa a adi r e 
levensmiddelen aangevoerd ; het was middag ttnnotitm aa 
drie der op de roede liggeade aehepont de AUxaniêr^ de 
Roêm^f^Wmmi en d# Geireoadb Fretfe ama^tea Uik- 



II41J 

Ihêêoc 4» T6r«b«litit en hmMê UtWrdditkii mi tesdrtr 
maSÊMn ie Kglen. 

'T0q>kfttaBiiw9 om etn oogenblik émb booré Tan hit 
•erttgeooemd Mliip, bagtemd om don botolbobbor tan 
do mtar Banium geioadon kr^gnragt oror lo brongoa. 
W; tindon bet half dok (on dai godooUo dor lobopoa 
^08 toen 9 nitbooldo der bouworde Tin dien tffd» niet lod 
ImMd en ndm ah ibani) tot bindering toe, gomld tmêi 
kofibrs , kisten en kraf^ang: De schipper en de piloot 
(stmdiBan) hadden moeite om neb ov oen weg door te ba* 
non. De eerste > fiminv Jajtsi. genaamd, gaf al vloekende 
de noodige bevelen om de aangebragto bagaa^ft ia bel 
ndm te doe(i bergen , doeh telkens was de hier door open- 
gekomen ruimte weder op nieuw beset en bedekt. 
- Dit téoned van drukte strekte als het ware tot oene 
aangename verpoosiag aan twee personen die In de tua- 
•ehenruimte vmi' twee der stukken gesehut , bodaard hunne 
p9pen saten te roeken onder ho#^rattfgen vali oen glaasfo 
brom ) hei waren twee tolj de expeditie beheorende niet* 
Toehtendo Hoeren » die sieb bë^verd hadden watvroegt$d% 
aan boord te s^n , om b$ do vordeeling van li^t logies , 
soo veel mogelqk te worden bevoordeeld , en daar bmu 
uaoi hunne kleedfing op dien dag waarsd^jnl$k hunne be« 
1»*ekkkq;en tot het leger niet aoude kunnen gissen » nul- 
len wf daaromtrent eenigsins moeten uitweiden. 

De oudste in jaren was een kort mager man» naar den 
sehjjn ruim v$ftig jaren oud , gekleed in een swart oa« 
èerwetsoh wambuis met schootjes > een grgse swarte broek 
met kousen van dexelfde kleur. Van onder n^*ne iwart le- 
deren kalot kwamen eenige versilverde haarlokken voor 
den dag: Uerb^ had h$ een paar ongemeen groote gr^ao 
knevels , die hg nu en dan met de hand streelde of ge^k 



voegde trein-predikant Ds. ZasI De andere.»^ de.iiv;qi4- 
hl^W G^^MI^ TO^: Vo89VA&,t e^Q Piut|scher van ge^AHBiiie^ 
|i(l^aiv:el$k|i yp* of i^es-ep-twiAtjig. jareik «ud , €(&c^aA^(^ 
iii9g«r, iMiget^^d.gciUat, a^j^e hoUe oogden, de jrMiifi|i|)s 
3^a^do.or sgn yoorboofd doorploegd was , m «fla i^^a^ 
i^l gOFprd^a jkirja^»^^qi2($^({r twiA(% jiMren ondier idcid^pi 
yp.9r^fQea. 1|Iaii «ig M di^en ^le^ aan » 4«^ H$ .een.fif^ 
van ^<^ede afkowl wa« ,en die iu de grx>ote wereld mm^ 
zj^n iQkend..g6we«8^ ; ^ïap Ue^diiig ü^lft , o&c^oait^e(i%- 
^ns verwa^rlopsd en YC^r^iletieii , ,dr/>eg oog.de .kea^ek^ilfia 
yaiU yrpegere rnïfe^UWmi evi sn^^. .^et wf^Uw Jll^iM- 
haar dat l^J>e}i9HdeQ jbad, was ri^ian^l^k ppg;ekjrul4 0a dtoor 
eenên witten ye^^rbppd be^ekt,^. a^}ii aud dopli yi^i i(C|^ 
jfjjnste la^ejn,, ï^^r^e P^rtyn^cl|e ;iiiofle,.g^nf^ea]^Bqif^» 
iras vol ;k9ordfm ea ,.!lvi8iifp^,; 4s^^y Tf>J^^^ b^.^J^ f^fPI^ 
ep dw^ h^v0 l^Ǥp.,ii^fit gi;9pte tf5pi9^ 

Ieder ^e^r..,,d^t d^, .$c|i}ppj^r n^at n^^t^ M^^fi^^eifi j^ 
ej^n ^ vloek Uet ^ontvpfie^, meeiv^ .de .geeBifdjik^ ,^Wie>- 
staanshalye. een^ ^qf >hifi9 » hnm'* .,te jnofAej^^ ^éo(^ ,hfiff^pi* 
De zc|eipap zulks ein^elük ]l>pm^P bpbb^de, ,;K^iv^ 
zich tot, den leeraar: ^.Gy b^bt ,gelij^k Pajt^y ^ijrjh^t^- 
lïjk , hejfc vl^Jken. jitw^t T^rd . . *^ ^c(lijjt , .fiMMur g^ 4^H)e1(J^ 
mij. aan boord niet ,te rkw^ij)c- ,peiXiM > lWJ^^^ jfl^-inf^i^ W^ 
staat mg nooit Ijf^ter jen,j^?boor^pj9a^,.|?ij. .|^o,oi|i |f||0<^ 
ger^ dau wanneer ik er ^^m^& n^d^Ki^li^l^k^i ,|fn^(ipeB 
Ojp %-" . / . , .. 

^»NuJa," aulwdorade de pr€di^^^t , ;>^k,,li;e9Jl> ^w^4at 
tie zeelieden het i;oo kwaad niet. meei^en f ^v^fi^ffFfl^f 
gelijk ik gedaau heb, een twintigtal ifirenjn.p<]|i^-^ll4i4|i 
heeft doorgobragt en rpndgevai en » f4^-4sjda kitf\B(;h)n^^ 
van bet gehoor opk ^o ligt nieiiu^p^ gerekt, inj^ljllfii 




fU81 

h^ hfüf^ UA dl«di66tt tikfU romhêéU voor 4ê i 
gukêa^ Mbar TM^oit ndiM gaipr^ken Kii|^iteiii.Bmtt^ 
hoemeel •ffieieren kr^gt g^ bfj a.aMi baorll?" 

;ftpp .«Sn mHHti IhMui^" (d0 titel Tan ICnpitain èftd 
jv)JD6 nitiviêrl^ng gtluid)» Iwanm cU^tdieaiw^eMglMbb^r; 
»^ kaït h»t u nicit ii«g||^» «Mr d» miiiftn Tan Ugaa^^ 
|i# o<ir49elea , aonde ik mMMB bMèenul te ««Ma » am kat 
n»iJMAe aea* Yéi^mmrmètSt^ aeaiga JwUialMn atTgüntüa 
ma|oor oter te roeren ; doek ik sie de iloepen aankóDMiU 
nu #iilleA ii4 /«r flaiiiee »eer jraa wetea teMggea ; Bbetg- 
laafiaiMit iilp de b •.*..,«• dJMjt.falk aear betea ea da 
aaaiiij#s .aaa de * valreep 'P' -*-« 

fittelSkeauaaten deima wartiifdan ook de «laepea êêêl 
at w nrb oK Mi diw q d», fnjkwaaien de Mi^r Aa St. BLtam, 
1«it«gêda«i lOeo timdftal «ffaiareay .irairoM^r de Kap»- 
i#wlt|i».eii U4J|Tiiiaaf de |iiiiteaitntaKat»auui# Mar 
JMJ ^en .Vair üiavki» > op ^t/^aUdak; do moafte «kaaaor 
iaat :a%tt»aar avfoaafgoa aan^baa»^ ^irMa of a o e n J oeri 
haBdoeho aa op ^oiierkeadat dat. .^z» ^mtA Tan te aalril 
mmt bat.pjkanidtf Wriimi de iooirweriMi fcadden keanif 



. ttst ..vMia tia.laat. gaa iord ^a ana: nof diea i^fUioa aTeüd 
ia fortijfULiia» #aoh difiivolgeadieaiaMrgea^ boi aanhner 
k^n.iaa4e aerete a a h aa ae dln word daartoe Miaeiü i 
jwi,. ea 4o^ffeadi yoaMMdo oobopaa» idoor oeao 
krpamaiM If^V^ .be^H>orro^, .wavaa v^^^ .traorèf Oiir 
4iaa/ <%ffialrt sa Mim 4 gaaigt.^ar roede. 

'Tegen den avond, nadat de groote warmte 'bad ofg*- 
J^i|Aen,^.«at«o de f redikai^t i«i da 'Woadhoelar /wedar op 
Am^dfi, pl^ts alp 4«a 'TOFi^a^; de ma|oor ST^^Aiatia 
awaildf 14» ..pai den afbjpper Jhot baifdok op on aederaaa 
a)#|iriipocdU..ig4o> .tei>v|l ^aa bakboord op de boender 



11^1 

kokken aUaar 6m barea dMi t|pi«gel'T«tt h»i mM|^ f^ 
plaskty de luiieiuuiieii KirmtAm en Yev HlPvsubi^Mtoa 
ef liever lagen ie prate».- 

» Ik wenschte dat die renrleekie^ zeereis reéém mik- 
ier onsen rng was» Kvtnuui^" riep eestskii^ 4e 
llper yoM UknMix als ontwakeaile uil» » kei is- yee»^ 
sins aangenaam op snik eene» heulen klomp te sfu, 
men k er gepakt als baringen en gevoed als treMbn» 
^{ers,** ^ 

» Ik .ben bet volkomen met n eens ^ Mavsits,'^ mat* 
voorde de andere laitenant geenwende, » en ik iras ved 
liever in mijn oud kwartier aan de Ulreehtsebe peorf ^e- 
lileven, dan soa ik op dit nor van den dag» voor smm 
uitspanning» ten minste de kens bèbben tnssdien -emi 
toerde te paard of in de Mmis naar NeerJitf^fA» ef 
oMi wandelingsken langs de Chroote Rivier of T^f$r9^ 
grutkt om de moo^e Nenna^t ^ bij bare inamnVi op 
4e stoepen xlttende» 4« jü«n en toetekgeben» let dat 
40 negenunr- bloemen ons bniswaards doen keeren#" 

n Of een oestertje te gaan eten in bet eesterboti «ns 
seestrand»'' viel bom Ver HAnpnub in de rede. n IVewiNtti 
Uer aan mag ik voor bet teg^BWoordige niet SMr dea- 
leen»'' dus vervolgde bjf : » want men wil er mf^ sedert 
eenen gerukaen tiid geen erediet SMer geven » ik^ ben^ er 
nogtansdese keer sl^bts een dertiglel annKiüge>T|klh 
4aaldfrs sebuldig gebleven ». en ben ibaüs verpHgl^^^ 
mii meer bg sonderl|k tot de dames gendsehappea 4s 
beperken." . . i.» 

»En men weet» HjLiraiTs» dat gfj daar eene voer- 
name rol speelt » als steeds een troetelkind van. de vrei- 
wen P' antwoorde KuaxLU. » Jammer sleebts dat éssi 
schoonste helft van bet mensdidom» bier wat «1 Ie vee^ 



"" '' dalkilMdb <Uswdkk«B|40TMi4êB«UTiMih» 
fMMül» xMiir MB WÊhdg kwsaibfrtkiÉdMi 
wr MAiBUMkia d«i dsgdfjbflliift oMfug s|b P» 

Kwsun 0f t^ bMH, ♦ik TmelMr, a «bl ik Uir 
«^•wMMi rflia aiaüêii dMMikta, di«, vuMtrsü «m^ 
•AnMigMi wdir Wtomitlinff nmêm, MhMo- «f MtkuM» 
mimm , «« to isltei M 40 it«kk«i tr bf Ingi kaagi».*» 

«Mmt'* kflriMi Vm lUmu m mm tiiiidh»npo«siag» 
»WMr ^ Uik OBM FnaMhe krfignikktr ntg bltTMif 
wi a ranM Ia tit HMifti «b in 4i«p0 nyMriagjii ktl am 
wewiA P^.. k«^«oA kad gm^ai U Bmtmmm b| ««iiTnmwq* 
kmmmmhViw^, 4«l tr «#9 la kei «tkail too onurdig 
.niai n i lri e t , «fMbpoa kir« e«rit« Jeagd r^rb) is , ta ia 
atiile raa 4iMi« gui hM akt^fso gaast Tirxoeken om dis« 
Mw^dimmêiêUmogmmÊlbBüt salkt wardi kM toi«#. 
4mii# aa aa it kjj aof arta 4roi%«Mlig aa orailig ; jk 
«•laaf aMTMMig dat kti aiat plala ia ia sfia' bol.*' 

aSiaraok gOMi kwaad Taa oaaoa goodoa Noau/' kir«. 
mmm da aadoro liaiteatttl, aik kab kito oroa aoo ojpgoi* 
voiiad aa Trolfk ab oaa oafer gokoad, oa daarhf waa b| 
al4MJa «ailiMund wiondkoadoad oa dioaalraardig ; logoar 
4|iaaè>:aA.T«rdiJ0i koMMnliM aoo aoor dooa roroadoria 
m T^raadimr do«b ^a fcv» ia goUtiroa wak kit rraigsr 
tM..,.gul oagoodl» 



J^2 ^ ^'^ ^^® indachtig te zyn, dat dit gesprek in i^te heeft 
*^iA«r^ bi'litere «den of thRAs zdide men aoo icti wiar- 
tHi«al||k aiec-hdten kmaiéa zeggea. 

!•. /. 2i. s. 10. 



uiiwoorUft Vov HAvrBU, »ik wiUU aledik 
1k«i>«|i« flMlrlitftt-l^ m 

lMiRi$ ilM4<^itil'«t>«Mlt'#|^ié»t««4iiklbpiWii^ 
WMMP'üi 4iatMm >4lW^tl>^^^Ni^ya^k l W^ i « i — rf i < w 

«if nMI «Ml >km t» 4 Bl l>ii »Ai <jyt<r»aii^wr^4ma éü^ «itl 
fMt'<ltm>iiNil<)lt<ir>Mi«éé^4^>i-« 

ik«l-v44'^«M»^fMMM 1ut-,»««4ISii(B»rw.<kMt 

iMi:>ftièt'Mf^-«WH-'ritp kMi>IW»'>WWaM»«MMUM^ 
^,^1^ ^ nm iNWeMi. ^ «k 'M» <M>s^<MkifttP< 
lMlM''Bl|iH«^* ^*iii|to 4MI» , «ft m, 
fMA «MtprdL«n «n dnu-bg ««b M1|» .««Mmvh» 
IdUura A«^« lajfje», mg do«r ÜKtr* ÜUX 



4lte^|»e<iilwlfrt<l^^^tom ^ < l W l a r, l^^^»^MB <li«Wi wp <Wi 
sJiiU TM bet iNdfddc wmm 




w4«?«« ' >FiW>* «W" J^OB ^f» fH«fHi^;,|ï» WWI'^.lMi^'- 
««»•' of ;fi>fifvg(f8 . m- ^miA:if9*^..ê%i "«lo^y* 
W*,>9^ WH »«*• IfMi »f« PN^^S :T^«8¥« ^«rt» •P»».?^'- 

. j ittïHsJNiJHte'ldM rili*»* J.Jw -i»\A ♦u«Wft*ïy»* 

▼«U uder* Jong* Ikdta gut, ia deehtaJdyy^f^fo* 

lo*. 



[1481 

daarom niet minder vlijtig en met TrucM studeerde ; om 
gedurig bg en met hem te zijn, volgde ik hem in cli- 
nische - school en snijkamer , in stede van de professoren 
te gaan hooren , die ons de pandecten en instituten zouden 
uitleggen , en hetgeen ik daar zag en leerde , is mij , in 
latere tijden en in mijn tegenifoordige loopbaan vooral, 
zeer te stade gekomen. Mijn vader stierf. Ik ging mij in 
het bezit zgner erfenis stellen , en beraamde de middelen 
om in den vervolge, door tusschenkomst van een' joodschen 
bankiery steeds het benoodigde geld overgemaakt te krg- 
gen; waarna ik mij weder bg lAijne vrienden te Jena be- 
gaf om aldaar ons vroeger leven , op eene ruimere scliatl 
voort te zetten. Eene duitsche stad was ons weldra niei 
meer voldoende. Ik vertrok derhalven naar Parifê, mei 
•enige jongelieden die ik op mijne kosten medenam. Hier 
gaven wij ons aan alle mogelijke buitensporigheden over, 
zoo dat in ettelijke maanden , niet slechts de harde Tha* 
ierê van mijn erfdeel waren gavlogen , maar bovendien 
zware schulden mij verpligtten , om met de noorder zon 
ongemerkt te verdwenen. Ik begaf mij naar Antêterdam, 
en werd er, om aan het dagelijksch brood te komen , medelid 
van het hoogduitsch tooneel. Maar ik was het spoedig 
moede om niet dan met Joden en Jodinnen (ofschoon er 
oiider de laatste al heel aardige schepseltjes zgn , ) omte- 
gaan» zoo dat ik gebruik maakte van het aanbod, dal mg | 
door een* van de Heeren Zeventienen , ook een dnitieher 
tan geboorte, werd gedaan, om als wondhedeïr-leerl&ig 
in dienst der Oost-Indische Maatschappij naar derwaarts te 
Tertrcdcken." 

» Uwe akademie vrienden die n naar Par§9 gevotgd 
waren , hadden u dan geheel verlaten , toen gij 'niets meer 
voor hen kondt doen ?'' vroeg de predikant , en op een 




11491 

b^yetiigend antwoord ran ignen yriend , verrolgde hjj : 
» Ja , zoo gaat het in de wereld overal , wanneer men om* 
ringd is yan rykdom» pracht en middelen om genot te 
T^achaffen y dan telt men talrijke vrienden om xich heen , 
even ala de tuin y door vele bloemen versierd , duizenden 
van vlinders aantrekt ; maar laat de armoede u eens be- 
zoeken y dan verdwijnen de vrienden , gelijk de vlinders 
de tuinen verlaten, wanneer de herfst er de bloemen 
doet verwelken ; doch ik heb uw verhaal reeds te lang 
afgebroken , ga , bid ik u , daarmede voort , gij waart op 
uwe reis naar Indië meen ik?'' 

» Hier komende /' hervatte de heer tovVosbüac» » werd. 
ik spoedig tot assistent- wondheeler en vervolgens tot wond- 
heeler bevorderd , want dans U payê deê aveugleêf /et, 
borgnes êoni roti; doch ikwenschen ik haak slechts naar., 
de gelegenheid om in der Compagnies administrativen dienst . 
overtegaan; eens den voet in den stijgbeugel, zal ik dan 
wel verder weten te komen, en b«l«r mijnen weg banen^ 
met de pen dan met het lancet in de hand ! doch tot nu 
toe is mij zulks niet mogen gelukken, ofschoon. ik reeds, 
eenen directeur generaal van eene likdoorn , een' opper- 
koopman van het kasteel, van eene overladene nmag en 
een oud opperhoofd van Japan van • • . eene herinnering 
9fijk Decimay heb mogen genezen. Tot mijn grootste ver* 
driet eindelijk , word ik thans aan de Bantamgche krijgs- 
togt toegevoegd, hetgeen voor mijne eerzuchtige plannen 
zeker eenige maanden zal doen vei^jLoren gaan.'^ 

» Wie weet ," antwoordde de predikant , » wie weet waar 
toe deze togt u integendeel niet brengen kan ? Gij heeren 
Duitschers hebt hier een schroefje voor uit , want onder 
tien öaaren rekent men zeker wel negen uwer landslie- 
den, dus vindt gij overal kennissen en bescherming. Met 



sgd'.'zon^e'het mg geenszins Wérwond'ériin'W'iiog'ie^lbÉÉtt' 
UAdiU^ vtin'Éata%)i!'a, ofTriéVieCbètVlUaaVaft'Ii^K 
té zien ; docfi'in' a^acdtuii^ uwer aaniitaal&llfó '^dUflftlf 

^t%%' ^o^i^züÈeh^AÖm «nf eeh'i'nkéf déiïliV^t'nÜUtia' 

ofi{z%géiijti*he^l en benaaüwd is'.'* 

De Wond^éeler" Tölgde' den" geesi'el^eV «i>' f!<^ At^ 
aA^eü's'VSliii^sènd^fwijzé gedabe' Totlh\>eOih^K -maUk' #' 
zenderen indruk op hem maakte ', zóè dkt deifif 'Uttf IcM* 
tik' <ifrtf^e'è'^''en léi^rkd Térslr^ekte/ hettg'K^tite^'die 

iiê^ft¥e^^t!^d,- z'eBi'r is liét dé^ iAêrik<fe'i/«iyüiaii<vu 

é2*-iAi' ikn'ïVooia vak' Ui' TÓótyitd' s'ëliféP-eU^» itt «i' 
biAtöJ^Ö^ö'o'n' i'iOiï Va&'NiiSèï^ïitdlicli'lkdtr 

m ijifiie'sSiiiiépMUi'kii^Wiiiiyaa^b'i^^iHii'vw- 

giftSHi 1(1% VÓ'orÜg' ■i^<^e'('^-'i*<<%'iiR^ ü 4 «f Itto^ 
^ J^a^Va'ffi/ ii 8%)iei>k' p'M^iin' ^tcH'lh «%«?«• iê 
dCT liïb^eilf , do^' bieten' de diibVeKlé' r)' Vi^ ^llU!i»«i« 
In'# bogt'' Va^ de' réeW e'é&éii', M keV tÜÊfbskél^^ 
bE^^tS Metten,- ë'A liei;<rtr d)&&' lïibijlë «ttün' ^flMM. 
If^ fópn'^As' eii* jonge^i! olir<M>e&' bkdili^ ^ JMNMidl» 

ikViiU'sm éié^oÉk biiiïi^'d; déf ^luttitdütf irdNr pè«i^' 
hm éuw i^w m vo6^iKgfi^ d^ imti mtéot- 

heen te z$n. 



fllll 



^V'^W^^^'^^H^ ^^«^^^^P* ^^W^^^^^V' "^^^W^^WJ '*^^^^^w • ^WB^W^WB 9.é ^^^ 

i mbA m i •» «ui MM sUk al. «ü NhMtftï ««MMrlik^iP 
lik mmÊÊ <i to Üiy farti p a a » ükaMfti tMiiktlii^a if mmp 
. Ai JiriiMMiiMl# KftpiMi JmM» «MBwlf üi aif 
irriptitt mêiê ittl, m <• TüW i li ti y iy ritt t» 4wr 
aMf §0êiÊ TMT dtii uildag tad d« gtlMtU 0AdUn«iMi( M 
filrwPir^Mir QiMMrib is Urn «MAi-» Btkmrffc to^ 

lÉkr MMT AMmm» te 4i«B.iwrtetUMaiiMèêiMft 
■Ml iNBiii jHtt 4Mi. Qnp«r*JbM4fMg« , mttte k|: «i^ter 
«fltopeU 4» hm§Ê ngtriiif IM watt»» ** «•• «r fMM 
Miir#.lHMnlttt.irMi ÜMMitEJittnifcii» rff>i>|iwi<it»teip 
hM|ii Immnj^ dit iia1( dUft iiMfltft SoBiMi osMiib lMfti|p^ 
MMl^gthMlftepild^ kMi4# iMNbn. tembMOKi. . 

r4t.iA«oi«ft4e»llÉ|i«r B9 fe. Mam» «li 
(dttf.teüéiB atel) i|aw^aif«MBl4m«biMêto' 
te «IrikkftB , a#di iiuU<Md o» hti ^mfA •wp 4# Imh 
«agitro^em te Toereik; hilKiita Atn teitoteMieiB^ei 



^0 



[152] 

Hoofd^Oftder niet waiaigf mkiHMgd «Mk4e» «t b^ des^ 
selran het Toornoiieii deed ontstaan» om tM^, 'WtM M 
<N»k koifen mojft, te ontdekken wie liem ieso trA liad 
gespeeld; i^ üê^ hem dün odc: later is t;4Kkt^,Mi9oldi 
tten 2tt de kmtken ran <Uen t^d kan ontwaren. (*> ' 

lUeds den Tdlgenden iiiorgen ; na de kottüt Y«r êm 
Heer Tix , waren de krifgsUeden gereed om in de- i^Êê^ 
fieii te Tallen en naar den wal orer te steken. Dese limdiag 
wird eekter niet, g^k Troeger ket roornemeii wia gi^ 
weett I in de nid>yiieid der stad beprorfd , noek tnsaekien de 
beide rlTiermondingen » maar veel westeligker ep eotte 
flaats> waar de rffand deselve geensins waéktende was » 
en Tanwaar mèn de belegeraars Tan ter i^de'tn tma m^ 
teren aantastte , Tersloeg , en den reeis in den hoogstea 
aeod ileh berindenden Snltan HAnjn; spoedig oaÉsMi^^^ 
•a verloste* 

• De verdere krSgsrerrigtittgen^e kierop inbet AmtMi» 
ee^o s|n gevolgil breodrooHg te besdsHSten > xettdo baüM 
kei bestek sgn deser korte en Thigtlge T«rtelllng. W^^n^n 
kier nog alleen aanstippen , dat , na de oerate oTeiW&mIjiy 
Of den SoKaas Aoovos bendes; eene^ aldeeilDg onaerle» 
gemmgi ; rader den dan^ereh Hoofdamn' HistsiMh, ikh 
oeetiigk wendde m liek- meester maakte vaif dé bhing 
vüÜBg TomgBrang^ tmrwi^l de andere atteeüog / omhir 
de Heerea as St, lUains ea Tak , den Tlagteadea tHjêt^ 
delgkea Koning tot Tirtm-Jaêêu ^ de Uelea TalfA», al^ 
waar dese versterking & a^ne èwntingêr^M; «adai^l^ 
dH gedeeUe vmn bet l^ger, de Lnitenaat Moanr graeta 
dieartm bewees , xoodat bg weldra tot Hooiiamn af Ka»^ 
^teia werd bevorderd; éM eindal$k> vêwr bèi 



(•) Zie Valsntijn IV dl blz. 31^ 



1163) 

aar tr^êfm, «tn kêw^UmL waa «Marigi gtwmrim ia kii 
fiMni^e Sfêimifks WMrbg deaikw||]tüiiUtTirliailb«4Mya 
Wimdkaelar en PradiJuuit werden aeUergekien , de een en 
e^w»^ ge ll nr ^ ^ ■ t 6 kr$0dieden te liel^en genesen , en de en- 
tee emdeeelTe opiebearen e£ dei noodi ie helpen •ienren. 
^RpieaweM. daar beide dese heeren niet beatendig daar- 
aede benig kenden weaen » Ueef bnn neg tgda geneeg ere^ 
lig , em nn en dan eene wandeling in ef nabf de liad 
te. doen, helgeen dan eek bnnne eenigite Terpeesing waa. 
De Wendbeeler adbeen ijne Traag, om de geaduedenia 
Tia deit Lnüenant Henij te megan Ternemen , nit de 
gedaahte^tahebbea rerloren, auuu: eens ep eeaen arend 
daiki^ net aga^.TEiend den geeatelg k e bg. den beUeralen 
maaeeith^ . deer de atad wandelde 9 kwam dese baer bet 
eerii. ep dit eaderwerp terng. 

Het fort Spttlwifk uitgegaan en de.groete riti«r oTer 
eena/wr| geede ateeaen opbaalbnig oTergetrokken agndet 
beaigügden ense Triendeny op. de bajuuus betelgfiuitenhaia 
Kan den Verit en kwamen «ee ep de p anee rbaan , waarZ«H« 
gewoon waa regt te apreken ; rerrolgena bereikten i|f den 
Kraten » waartoe eeae i^ote en eenigaina op de Enropeaebe 
wfaa ingerigte loflbef bekoerdoy die men bier en daar deer 
de ^Modngen Tan de gepaiiaaadeerde achatting kon te alen 
krfgea; Tiak aan dese keiniag of pêgg9r waa eea toreaQe 
aMt- getraliede Tongatera te siea » dat aan een diMurbö ge^ 
kgen wianiag waa belendende* 

Eenaklapa seide dePtredikant tetsSnenmedgaael: ^Leat 
oaabiar een wekug nederaitten en aitraaten » waarde 6u- 
xBa I en g e dar ende diea tgd wil ik mg ae aaa boord ge- 
gerene belefle gestand doen, waat njauaer wai daartoe.da 
gelflgenbeid see goed, dewql bet torende dat gjj daar 
Toer a siet en bet Inlaadaeb Hoofd dat daar aan komt 



|UA| 

fMdMéik dit igg. Ti a rl tM g fc !• vttM van «M«i Nigto^ 
WÊtlskm Halm.'' 

Wtiihtelirr »W«I JmumüntMkfiMt 

wnkb n^M akuiiigiirigliiA !•» hMfattfiMMbfc 



kmrMfr «• Ai#m««» mi mtlulMrt-lMM Humw K^a* 

MK «MMttfl; «tüllte piTMM 4foft ^ SM .m» hM 

irm^ Mkm gmm mk ▼•or mm» JïnraM WU filMriMl 
litt WM dMt^ds Mn man iA ds kniehi it|Mr Jétm» kf« 
Mftder lidkwMBi i» x$a luadjiaifc m Mlfr ia hmlt. m 
•aitorviaéUag bMi» ayoaa ttaad ▼• i h MM , Na la Mmimmm 
Mad» oadw a Uial ilea aanrianifka gaboiiaMi la h t H ii a «f** 
garigi en vaal «ilil U kabbM irardiaBdt HwMitilü awa 
aaadihpa Maa graata TMaiid«riag in tlfm giaMai; aaa 
ip^ii'rtiad, aia ttl- w ai g a r wm g a w tM t f-waaè l^i i a a tt 
ga6at% au BMaehaMdMnrl Hal s» dat geiUMM» wmAé 
af fcHlmHif. aagaaaigM hüm» da aaMaah Mma^ «Ika 
iMfé aM aMHi Miaadr dacb kal ging Mai^ 
If «al kil^agiiakUg b«MI ftwaai a» Trana ag I 
raa» hnb aa hava U rarlalM» VfL Mrgia a^» «ii^ 'fiN' 
ldad«raa aa« kü aM^ aidi aMda» aM alMitM aHi^e, 
ta a ul ma 4a alf af faaudf JaM» awl^ Haanu.,; af li da 
muièiliag LaB9iMg«aaaai& Dêtit baar rargaadd , hifHf 
KiMoa ikhfiaMftTiMihtrf praaaarffaiMa halaahMJg 
JÊmMmf mmA imhut ita bataarin» dan •wim^fhÊikn^ 
SMaa A^^w^» dia dM^fda m aag aial aaa kad 



[ilUlli 
soon, dên ihaat reger6itfi»tt'Y<ri^S'iot.iffoM k^ 

iitwMtftt nilgé' lilèeil> i##fi*ek«ii t«r g^knrikis^ m^iNM Ku»^ 
i^tmit^t WBl^ihMlketi MilMiift» >kMiiw««|MnikMl>» ibaürtièan 
«ot > «fok ^ kèMT gèkk«i eir Mu4<»é' keiMelIk kring^kt^li»^* 
lofUrn'étf a[iAibiJMyils«tt itti keMwti gèkorigèw. MIm» arfMt: 
M MT,' Üif KiLWiks> hai dk' pkNOMP #B' tMbrainsMi t»f 

lüJlttikl Timi' Nb0^dMli# snudL m^ kdmmrd»,. 0» Hl) d^f 
kMttdétt' Mtf dü iPéf4ii Ir kfktoi' gadqjcvr ii^r dt» aMPi^ 

géM, ëü wéü riieinr kr^ iMdtili de «ÜMidif» kik' ( 
VéiJS^m klUr ▼«rtfwdL^ «d IMie 
met ttne staatokadieiiiiig en d^Mm^ kdlooMuiait MM;; 
i^tf iè k| 84ri«rl; kdkMd gai^NMi^ imdiP diMP Tifl féf^m^ 

sAil dBM> dl<Mt b| nifffiMmémfr aiw dwuré H iffiihn 
kdl^MÉ ,' aklAMIk d«6i< Jür tfMiiié tM fl^ii^ 0eli«fiU> Hl»* 
xÉitM. HmSf Aft d« miAyiNÜtttfUjpi^Vinil teMbsdl mim 
■èf^ tN# ^or«rii d)p kut 
lülif If k lOlttfifii knA Triii fraldM 
M jMtkii «I», <rf di»k9^ vp 
MéW" m tt fiB« i« kü^kisitf nét êm ^ 
fmtéttwhéè; iM iAët im s9# I4 irdTkuifdd immiÏÊBr*^ 
sfie dMMT^ £tf dèn hMéM «mAh lM»id« ifftfMd w 
d{%«(M ft»|p ttJüMlrt»* «tliof; dü ty ii» km^ 
JlAotttf^r k«Ml'#<M^ ^MtflMfi, Ml dflt SU, 
tUmiM, « dtf #t ifKèi* Hk«« wu iriM tvéim 1 




IIMJ 

ptoata nMiien; Urw^jl haar bg die ^«leigenlieii de nutam 
Tan Eat«e 8ai*kat wiu-d gegeyeau 

»Le«iije» want wï suUen baar liever bg haar^lTerjgeo 
ta^4^€!k gelttkkig naderbaad^iirederom herkregen' iiaam bVi- 
rtaoL uéomea , wa« , .gdjik. ik reed« meen gfZjBgd te hebben^ 
lUefata «ag6ar«er iwaaH jarien oud, doek in Indie ^oren 
esi opgevoed: i&oade ;»$ w«t de trekken van het gelaat 
b«ti6i9^» reeds yolkemen vorden g^gk gesteld met, een 
BMMjeran. veertien of vfftien jarcp in de genpatigde Inebt- 
sireken qigewassen. Ook haar geest en haar verstaiid wa- 
ren op vare na niei xoo veronachtsaamd als men wel. zoude 
hebben kunjuen vermoeden; door eene brave HoUaiidsehe 
moeder eibdo«r eeqen vader» die wezentl^jk grootere kunde 
en; '«adervinding dan een gewoon ambachtsman had», tot dns 
veere ^^gevoed » was «üj niet alleen bedreven in .de vrou- 
wel^keihaaB^werken» maar onderseheidde men haar ook 
steeds- onder .de gezeUinaen van hare jaren,» wegens hare 
IjeflaHigJieid en fijn vocnuft.. 

» 6i) hebt haar » mijn vriend f misschien later ab vrouw 
en moeder gekend , dus zeer veranderd en verouderd» 
ipaartoe hei verdriet . niet weinig beeft toegebragt ; toen 
•obter was het . een ^bgc onder mooi kind ; blond krullend 
haiuR langs haar . <dbBrubyn's gezig^e. ni^erhai^end » don- 
ker blaaunre 4>ogen, en tw.^ ry en paarlen in haar bev%Uig 
mottdje deden, ^uwr g^yi^eA naar die E^ngels^j^e^ P^ten 
waarvan i^ea bezwaarlSk het oqg jkan , aftrekken ; daarbjj 
was hêite 8ttm».wanniBer i\i «png» welluidend en zel& geoe^ 
ted. HnijuiA was negtans ^ jong. om j^t ernstige en ge- 
vaaiifjke.van harejitands^verwisseling in te. zien of >e be- 
weeden^ eene kortstondige droefheid wfs J|iet gevolg bg 
haar gewen/ii: van het. gemie eener goede^moeder; doch de 
pvaeht. met. welke men haar tl^ns oi^ringde» de feesten 



(167] 

welke bij hare rerleoTing in den Kraton pteite ireftden » 
badden weldra hare onerraren oogen rerUM en indkleB 
- Iiamr liélet veel of ernstig aan de teekontt- ie defdten. 
»De oude Koning besehouirde haar al meer en neeruH 
verliefde of lierer met begeerige blikken , en aeheen met 
•ngediild te Verlangen naar het tgdttfp dat sQ» let r^pere 
Jaren gekomen, in naauwer betrekking tot hem loade knnnen 
staan. Om dat oogenblik met gema theid Ie kannen verbetdee» 
werd Toor de jonge Ratob Savokat eene afxonderlgke 
wooning in den tnin van 'den kratóu beelemd en op de 
ooatersehe wjjxe gesioflTeérd , en haar roorts tot bedietting , 
gezelschap en yooral tpt bewaking »' eene poringeesehe 
matrone» WJaif Bisa genaamd, toegeroegd/ Deie, eene 
bejaarde rroaw» was omtrent deHig jaren rroeger * door 
eene stroopedde bende nit de ommelanden ran Bmiavia 
weggëToerd en door den Koning onder het getal aifner 
bijzitten opgenonien ; sg was sedert Mahomedaansch ge- 
worden en had nu het opngt omer de jongere' Yronwen 
in den kraton gekregen ; tij'^ werd door den Vorst gelast 
om Ratob Sav^kat nimmer ' iiit het oog ie rerleaen , 
baar bestendig en onophondelgk gade te slaan , ieii Mlide 
Z. H. kennis te doen dragen ran al haar' doen of laien/* 

» Dé wooning door Helbva* betrokken ,* wai ^"johit Ifie 
welke gg daar voor u xiet^»' dus' Venrol^e de Fred&ant , 
» en waai*toé het torentje bdtoort » dat een 'Mf cigt liMft 
over de p&ggers' en ran waar men zonder zelf te a^n'lgè- 
zien 'een goed iiitzigt heeft over de paueer-baan. In dat 
torentje moet een vrij rnim vertrek zijn, dat'HErfeBA uit- 
gekozen had om er den dag doortebrengen met vrouwelfke 
handwerken en de inheemsche verlustiging » w^e 'haar 
onophoudel^k door Vja^ VisL / op 's Torsten last #ef- 
den versehati » ten ehide haar den iifd ie verkorten. 






4«r^lM]«4ia»tigerXenro]giiw(m Tan 4i^i84».^«BJrii>^ 




liM] 

f«i tol J rt i ri>! i fpraimii; ai» éttdmtnim 

im liiirtrUhii WkkiÊm Jhw» éj» ^ÊtU ■lÉiiHlr 

kêênin étim lM*-9rMr «|Mr 

; 'èmèH iMa^ rfk m Im» timk «tt. 

•i»^«b«Mf igiMlfAM i¥whMMÉitt tegfc wmi ^ t i ê iêm èa< # 
«Ml «éIm Mfaiitrnürirlitir fcffl^iié «•ÉnMiyBt' vi4***'^ 
lar|fi«iMfcin<iigf 4oA iMlgtM in Imbi htt eital ^Titfl^ 
Mraa ii#ii tmiiif nratffliilr irtfni. «Mkir «hmt terH 
latog* kMur ihr oogkitom dtellt •MdgtiiMi TarsMlA wmré'\ 

4MUt jihpiliiH «kb Cf M rytr ft TirtigAMi mmé -ni 
ditt MgtiUik -af «M vair Im» ««a aitiv Imbk 
«a «ia birt kai mm mImmiétèrB iroad 

i»Oak<4»4aafi JMtijcift CMgA ««rl wadgaafib ü«p 
ptmiiia iU«p Mt aa^rHjk vaa Am b«Ma aMa «Sm 
aMUBfai 4M1 aiMUwii1iai*aa<ia lirgfaaii 3 ataawricalito 
tedakta IvHur «elaal. Gtlnkkjg aiiüa f t i aidfca aaa itt 
jMWaiiilitlf «Hf fraa 4«b Aaiiim aii aaa Aa «Siitr ^Dwr- 
iranap^agtti , 4ie M allaa te druk haddea aiai liét «all^ 
bfarnrnTfW i tpl luriglratti 4iaa aidfitlM^ylaa-iavaMa ite<»|H 
ta§i a|^ te T^ands groadgaliiid. 

jaHaiiaA ia Jm^ mmknkkm éêrmg griamini^ waa aiai 
ttaer Iwi aai yél aa t > laaMiif «ria . va iwÉi oa i» aa Aoa imi a<i 

wr a uw ta» wnmt ^Jnkflm ^&mèfi^ *N|aa«la# oaftMaSartia 

niMr taafakteat %p^ u4i«teilMbaMBMdÉra»ML4aJ»w«^ 
<iP^>te .3»poMiiri^ma «aHiiliMHan larynBan > <an>tl«ai'- 
(maat ia da kraditsiatlaTeaftan der aMmneljjka s^ooiMUb 
««npB(di|iMa«iMnyt 49 ^IMT 4«iNiS «iMftdavea^aM^ 





[Md] 

•iü en droOs^tÊUg; laH wal|^ renéuf^wi 
rwBukmn wOke èj^eUkt toot kMr ibor 46 g|piiw0l%9 
2^'«9 BiftjL vtrdett ttitgeiMhi «f TattgeiMA^ 2ö# vnq[ 
d^e hmr , eêuge dagon m kei TO4Hrge«di0M im d^ P«»- 
df«j9po» of Bii des iiadits iiiei v«l liad gertil, Mng eMii i 
sg Teel bfoeker wm dui mmut géireeBté , en lum itmÊ^ 
blaanwe oogen renooeid «dieéèAte «^ eC Iraseft l^lMfr- 
bea geelMHTt. 

»lk heb vjHi vel gerntl/' was daarop hei antwaaré^Taa 
de RjLsoE* 

yZolka wg daa de Toean Rxvoa heden hal' sflTefw 
•loffea kleedde eens aaapatsen »" 4fais venrolgdade aiÉlr eaa i 
adat op 'eKonlags last roer haar is ▼ervaardlgd'?'' > 

»Ik heb reeds te veel kabajgen en klee^ios ! 
'. aKan het de Toean Rasob behag^ , dan bafr ik de Ah* 
inatrasi&e beer, in wiens koddige trekken en pelsen de 
Toèan Ratoe gewoonlgk aoo reel blagen seh^» Toer 
hare yengster komen?" 

aFoei !'' antwoordde Ha&BiJi , »}k haat dtt ongtfiUi 
dierH' . 

aEn de Borneosdie apen dan, wil ik dia Uér hÊÊÊ 
brengen?" . - .' 

» Nog ¥eel minder»" wm hcif nntarnfird , ihnnnè awsnisslrts 
gêl^kenis met den mensdi is ni| een gmwel»^' 

aMaar wat dan, beminnelgke Rav^V daa *h#valli 
VJa^ BisjL , asoo ik da Chiaeesdhe saügster Karfsx eeai 
deed komen om te xingen en^nlet here hiiy» wat snisp 
▼aor de Toenfi Ratob te maken?" 

alk Terwenedi.de omalki" Tiel 'Hbuia httr i»^ 
rede. 

»Dat sonde de RjLtA well%t ttietmeer B^KgOn;" Te^ 
▼olgde 32;«$' BisA, half Inid en metsenen listigenodgweidc, 



thké lij ewii ^mlf ik da tirliooM flwi f|[ehoird Tai iIm 
i^oipB lB%igMnttgeii offioiir » 41» Ottlftags op de -pÊmmer^ 
hmm' iê'HéhPÊtgtk .... Hnr > fV»##ii Auak f retgett hai 
iim, ^Nil «nwiiMit de ftAfoB? ^^ ie reed tei eebier de 
eiraivmt dMt u Mef Uiid^''* 

«»JNleli, Nietty" 'ii»r«em Htisii. , «vervolg sleelite «w 
witaiid , ge yoori lieve IfjN^' AtiA.«» ' 

»De matrone die meer doorsieade waa danlfittUA ket 
iMtüéeddo» liad aeer gee#%emefkt hetgeen er i»ide pas- 
■eerbaan tcnaelièii haar en den jongen vaandrig , oiNèeenr 
heiden elkander aleehts met de oogen hadden geaprokén, 
waa omgegaan, ^bkd dtie niét lenden oégilMfkdemreaaar 
aangeroerd, enfwdlfgt Mff eff harelsigene v^heidti» het 
veracUet, of '«ntlera* do'g et^efth eid ité , dool* eèn omataa<g|> 
heHgt* tregene de RavM , den «aden Koning behagemk te 
hamuMi ' sjtt On daarvobr te worden heloOèd ; dtm twee 
tneeren aaft' haren boog. 

«Welnn,*^ dos vervolgde de goede oude vreww , »na 
aw vertrek van de^ pataeerbAan , aijn de kr^gtgevihigéneflr 
httaehen dea Koninge hoogatettaatadien«renuitgedecïd(^); 
aHèen de jonge «^vaandrig en een lyner eolda^n werden 
aan Maaê Kossovo, den opsiener der toinenvanden kra«' 
t^tt /^ toegff^gid ; a^ nkeelen des naefais in de tlAneir' ar- 
beiden of' o)f die oren' vte den dag waarin'' dé vrtewen' 
bihhett hare vWtrekkeu n^ri. OÜr^en toog, «ag'lk dien' 
armen éoin werken dat hét aweet iangif s^ii voorboitfd 
4|>ooinde/ ei^ evenwel bleef hi} vrolijk en opgerahnd^ 'ja 



C*) Dat de kl^gsgevangénen cfesülds dóbr de' rhlaridschc Vorsten 
als slaven beschouwd, behandeld en onder de mindere hcifgrooten 
v«tdeeld wooden , leest men onder anderen in VALBinijFr IV 'dl.* 
bkda. ai8. 

!•. j. 2e. s. 11. 



14* »«É^ft^ ipttg ht baitai Alt ii»v«^( v^ft 4ia IM«» 

iiiii9>l4Mr siuMJMii AHb M^^di ■i iiyn afc w i tfl «kMi «ft 
ik immer heb gehoord , de kmr^mmi^^ JMWftp.» m 
Müe «Mac difr au nogtwi »it» k4iP*N'v<wtaMi> wi»fc W^- 
lAD^eh WM he* niet.»» JSa dtt.«l«ef4,llefcfc«i*^ «rt^glk 4# 

Uci4»lt iMMn «im #iii 4«» Ml der. (•n^ii'virüfv dM^ft 

:»BeMilr.«i| yoe#« A^mAllP' *i<*lfW4*i 4iiia, .»«• 
4ti, KMit« hel' ^^lim. )d«A a^ndf mi« h#*&l rt lM ^ f ^ J» 
M.<eMfep«ielM •»>*!!««« liner li$9t^Êi» w^lï4«*.«fri 

de^rMleie 4wfO!Pi4 w4er .^p ii^i flOaiA d#ï jt«i«i» 
Ratoe WW te lesen ^ »groot kwaftd «ift ik «E wliW* *•» 
491 iim««fc . is fawnert «eu ^ïui0MHi§ rmm^A. i)m^ M 
Mci ^ ]M^ «iet te »•» Mi««»yi^i(«^ M ^^«4% 

kwuken- lr«d#rAt#ft^'' li ,,u.o" Bv\\'i *:.•-: 

»»ii «•»!> i»ïae *!e»wi»" antiwwd^ de E^Wt» dP^Wb 
ei»; HfiHifdk v*ng gij^ hebt 7iif*# tf^v^iHW » ik ^ 4p*1«» 
taMeeHn? iNl fi«eii meiiff«h.,sal «»$ ^m 4f |Mi«9! HÜ 
i^Miimigsti^4 »5b 4v#cifljW?8 moo d%t .en S4^ T#«^ HWr. 
ep$k^4<„ dat het pmvm^ ^i^t .w^en oo^ TW|j,*Httf i, 
iett of wat ia het vertrek te knaaen onderscheiden ." 

»A^es icUkte^skh uuiar har# wenachexi: de 4>p«ift»fr.4tr 
Uweiiüit f** «w «paU^elekf 4oinP' den W^^w^e 
kèbMst wegslii|ieii>^ en timd^^^na Wf^flM fi Af^ n i4tg. *egpn »^t 
middaguur , toen de endrageliike hitte alles in den krid^H- 



kalf Inkl de li^eliktto mioBMangMi d«r l^trfiirfmtff ^iÉ 

» Of UsuvA de friBteke Mi te«i ««Md» ,immhmif' ktm 
'^ 11 R^ p0t a#k#rk«i4 «<is«Bf'' mcriüt»'d»>yiffedilr»* ia 
'i T09rlHH[M» op , » detli wie iHtet «|e( 4ii^ ^«widMlei 
^Uen iïde f^i^i^w eU riid e r «la pw di g ^¥wl»«p*em)4rt 
er. #e»» i^yn^iffl^ lmr*»p»lwd y»»r to >l l ü t . 

»Oece «eroMdee b« <omep#MM^ wiP^wi »Mo é^w él§èwi ê 

tjlfff^ikif nUm yw 'JHiwJif^ <>idt êUiwwm^ de^aé»» iche 
iMrlHaei9d^;:li#^ «ng Jmw 4« h hwm wiii pr ti k ^Uiiif*r 
Uffftkv^ ,«tt «M#^ #• ^iimidii^ er ir«ik^«»., 'Hh de'»9iiB|kliie 
bMe«p0. i^\mm^ ««14414 f 0f^ e» HMdtr gu n y ht Hi j 

r«!W^ 4« kmf^n, 0$HM iMtiet ^éa dii i^akie «lel. uw 
en dan wat meer dan\ nay. l yeif e^ i ite' w f d it i ftN^r^^Aerd. 
/ »Nfgtoaf w«v4 :é#<e ;jW tg rrt<Aa > mi a n aha n é n l eetaMape 
9Sgék^4km; hit awddng '^ w ur waa^ipaekeitefrd^diiar^'Ha^J 
iMWA i4i f i>lffM^« ¥#11 4f wHtan * hereM »{bli ai «èlènC ap 
kare 90R^; imay kl verf^flfiif alke ^letCifil^ |aen aiAiger 
dee4 1^^ h00fm l fb'f^v f^^^ wets^^rrei^eÉnifiga^MOii^ 
4afi4 fa fcwai9 n^i da treurig* «asatarig» dal <raajtfdiitviiit 
ï^% ;}iH«^ ▼«ar de krfigsgai«aagikMirf Itm bnlma|[e^/i èH 
dj«i^ iea g^ralga de kakotfrliïke raanA-ig nui ^ ertN-* 
r%fii p9|r d# a|paar Wi» tMtuggeWMl*d» '' 

. > iPa «a" ya#gd0 de laainene er aageYraagd nog -fni'^!^ 
9^ mo«t ud#:^<«^<5PV B^4^ laaap niai.maer «wi kè« 
denken , na is hij misschien reeds aan de voeten tan d^ 

11*. 



Il«4] 

•éne of msdere moolt Nonma te Batavia :• men raag , en 
ik weet nnllur b$ enderrindiiig , ep 4e mannen niet reel 
Tértrouwen » even «peedig «b zg . l^minnen , eren sp^edHg 
Telneten sq ! / 

»V«n Hem kan ik dat niet gelooveni'' antwoorMé He** 
n»i. «et eenen dkpen sacht. 

T^ Intutaohen waè haar opgernimdiieicl tan geeH wederoü 
gekeel Verdwenen ^ hare bloedende wangen Terbleekten op 
uêuweii hare Kè^oaa blaaowe o^en verloren derselrer 
hemehM^hen glane? ,tot groot leedwesen van ^'«y Bisi, 
die: «hekieilk gehoopt had.dai de Konlng^Mi hare sorgea 
en aaa haar Ib^kid, dé gnmüge verandering in het geatd 
en karakter aijner verloolde/ eenmaal sonde hebben toe- 
geschreven en haar daarvoor nondè hebben beloond, 

'Dooh^eeaige dagen daarna ^kwam^ 2$ onverwacht, oogen- 
HMinlifk rin vlannnenden toorn /het verlrefc bin^n afnlvenv 
ttitroapeade : » Wie- sonde het- ooit hebben gedaeht? hoe 
dnrfbfaneb siok zulk eene stontheid veroorloven P mQ te 
willen omkdopèn , het is vepsehrikk*^$k , het* is gmwciSk, 
heikoMot I hmièanoe ! kei paiagéë/ 

«Wat is er daa gebeurd?^' vroeg Hslbva > a wees toch 
bedaard goede vronw, iodieni gif xoo voortgaat » w<ordt er 
weUigt in het rgstblok geslagen! epreektoch, wat deert 6?'' 

» Wat mjl deert P^ antwoordde de oude, » wat m^ deert? 
verbeelde sieh de Toewan Ratok , dat Maaê Kessovo , 
de toia-opsiener , dle> verrader^ reeds is omgekocht, en 
dat hy de stoutheid heeft gehad mij te willen overhalen om 
Uat uwer kennis te brengen, dat de jonge hoUandsehe oli- 
cier , de zanger van laatst , alhier heimelgk en verkleed is 
teruggekomen , en wat nog meer is , dat' ik u zoude aan- 
raden om met hem te ontvlugten . . . heihanoe / kei pa- 
dagoe! « 9 




im\ 

» yféÏBU^^* setde Heuta mei eene bereiida doch rlegeiute 
■letn 9 » Is dat zulk een groot kwaad ? word ik kier niet 
als eene gevangene behandeld? en kan mén het den vogel 
kwalijk nemen dat hij sgne kooi wenteht ie verlaten ? maar 
lieve ffjaif ÈtêA , bgaldien ik nu al eens Inti had om den 
jongen Nederlander , mi^n^ landsman te volgen » slet gij 
disrtoe mogelijkheid ?'' 

»De mogelijkheid misschien . • .'^ antwoordde de plotseling 
bedaard geworden matrone , want de ware reden van haar 
geraas en gebaar was eigenlijk dat zij niet stellig wist hoe 
dit voorstel door HsxEii. so«de worde» opgenomen. » De 
mogeimklieid , o ja wel ! want Maaê Kossoio aal ons helpen 
•a aelfs mede gaan : na uw vertrek zoude het ons hier bitter 
sledit gaan! Maaê Koseeie weet hier overal den weg en 
kan zleh aUe de poorten en deuren doen ontsluiten» en 
eens buiten den k¥at^n zullen er kloeke paarden gereed 
staan die hg, verzeldvan een* zijner getrouwste krijgslieden, 
belden als Arabieren verkleed moet hebbenmedegebragt: »- 
dus de mogelijkheid is er wel . • • • maar .... onzen goe4en 
ouden Vorst te bedriegen ! o dat durf ik niet , steUlg zoude 
hij mij laten krissen , b^aldien hij er slechts het vermoeden 
van had !'' 

»Maar Zijne Hoogheid kain u niet doen krissen , indien 
gij eens te Batavia zijt, want gg komt toch met ons 
mede lieve Sjap ? en wie weet of g $ aldaar niet uwen 
jongen Djoeroeioeliet tei^g vindt , waarvan gij mg zoo 
dikwijls hebt gesproken en die u vroeger zoo tederlgk 
heeft bemind??' 

» Zeker, zeker: dat is heel wel mogelgk>" antwoordde 
de matrone, »oflK;heon wy* beiden er niet jonger op zga 
geworden , want sedert dertqr jaren bén ik reeds geschaakt 
en alhier in dezen vervloekten kraton opgesloten ; ik ^^ 



A 



(lesi 

in hei g^eel nlei rovLvng s^n om iBens wM«r retwéhè laeht 
té Bcbéj^pén, en hef geloof, dat oenen muiioeilaat «oaVMl 
Trouwen té Uebben M Mj maêt wit, tmtw»! te ze^gtn-f^ 

»Nii waren het de heide Trouwen spoedig eent, en Sfë0 llï^ 
•A be^f sl^h naar Méa» KosMnro, on met henr Venjler de iNr^ 
eifichte maatregelen tot ont vlugtihg te beraiMn eti aftespfdcM 

» Reeds den volgenden nacht werd hét tengster- mm 
bet toren tfe Vborsigtig öpengeaaagd 9 en een ladd«^ tan 
lange bambóexen tegeli de muren goplaalst, langs wéOtè 
HftLtevit ett de oude Nfs^ fiïsA« idi».iieh nu w^ek*^ A 
in hare jeugd , N^tins TftlniYjE wilde laten noemen , b«l-» 
ten liare gevangenis kwanran ; «aft den To«t ia» dsenlwi^ 
der stond Moitjr , 'die as^né beminde in lyne amiM»n«niTing 
en op een 'ving BimdneéÈ^h paard plaatste» hetgeen 4»or 
sijn' getrouwen oppasser^ oleehooh met minder (|onoege« 
én geestdrift ten opsikgte rkü '4e onié FórtugeêêehéèÊÊÊÊê 
wei^d Verrigt. Made Kossoko r^kelp betaald, iMTcnd 
zich ook aldaar wel bereden > en nu sloegen aBèa fe tionen éen 
weg in imar het Oosten , in aUen «poeid 4oi((rdr«T«nde lei 
akn ée rivier Tji^KuHdi^ en van daar toi aan de Tf^üm^ 
nie, dewijl zij «idfa 'niet vrilig kodden mMen, dsa nir^i 
zij de kleine vesting Tangerang achter den mg hasM^m^ 

i»UÊLBvyt 'werd te /?«r«m« door een gering geM'v«n 
MtfDÉj'a beste •« opregtde vrienden met eièdet«eheMi&g » 
belangbtdling en harlelijkheid «ntvangen.; Aé dosfels «nli 
de wiaardigheid van Raaid van NedeiianÜRfa Inüè !>ek i e ii é tt 
di^peSrt Zeevoogd SfEVLmkw , lam I«i4e fle ifëMeiPiiÉ «ki*> 
der zijne bijzondere bescherming , terwijl ^bor lüÈê éêm 
persoiien weird Wslotmi «b belbefd » 'dat irtNirzïglt|{hëIds- 
halve; de grootste geheimkoudBiig so«Ae worden in atèd ge- 
nomeb, noo ten opzi^te wtak d« «ntf kigiing van KsorSRA. 
Met den dealaj^ Luitenant geworden Momi , als vam het 



Mil Auuuktêu dMi^ U ▼•Igen hnwd^k; iatr men i« 
0i«i 4e wmftk en ia liiian Tan Sultan A«o]ift kende • • • ^ 
•H^ wai ttoütoi die niet in dit geml syn, waar sgne ndnneald 
ttt eifi«lirfdeep«Jk eene geroelige w$ie waren gelerfd? 

» Ik die n dit verhaal^ Heer Doktor» kéb Uii.bvji TfnFel« 
f «M ,]ietniel$k in hare rorige godedienit endenrigt gege^ 
¥ea 9 dat nvg seer ligt Tiel » dew^l haar door hare intoa^ 
a^eu eyerledeae moeder , de beste grondheginielen waren 
ij|gtt|>rMit^ ik heh haar daarna aangenomen én haar hawe» 
Vjk liet M0911 JUigeaeg^nd » en tel is stellig eene der ge<* 
lakkigste echtrerbindtenissen geweest , die men imaer te 
Butëi^ keeft gekend. 

»Ia latene tydea is er echter nu en dan iets vim de lotge^ 
Tallen ran Hslbii. en Tan hai'e ontTlngling en dasirep 
gerolgd terl>lSf te BmUinia , uitgelekt en te Bantam 
kefcead geworde».; .men moet snlks Toer onderstellen we«* 
gena de kerkaalde pegiagen die sed«rt , en Tooral mdens 
het Tertrek Taa haren amn ^ die de kr(jg8tegten ep /a9# 
heeft mede gedai^i , aya beproefd om kaar ongelukkig te 
p>ke« 9 en zelf# door Tergiftigiag te deed sterren. Dan 
4aar t% kare slayen steeds met sachtheid to mensehely khei il 
bekaubdeUes werden de aanbiedii^en » aai deize gedaan» 
altoos met veraehUng afgeweaen ; doch niet te min hfliMek 
;Beieda#ige pegiiig^ en kwellingen eenén nadeelige^inTloed 
tp .|]ai.at4.'# geaondheid» üoewel eb ep die ran hareÉ 
ateeda tetsderbeminneAden ech^enoot. Haar Tftder KjkB^Bia^ 
4ie M é&a treonsa&taad Tan den ondeik Kekiii^ , in Sultan 
Ha]>i;i£^s dienst geblsTen was» had 4>ok eindeèljk beroHW 
gekregen » ^ en meermalen den wenseh geuit om tot het 
Christendom en naar Batavia terug te mogen keeren^ 
hetgeen de. zucht 4pt rwr^^koefenin^ by bet Banf4*m$che 
Hof nog heeft aangeyuurd en Termeer der d. 



»Eii nu miïn vmend P' êmn eindde de PredicMt dit 
gesprek , »hefo ik u alles gezegd, wat ik yaa dexe saak 
n^ei ; thans is hei volstrekt duister en bijna middernacht 
gewerden , wij zullen dus geloof ik Toorzigtig doen , cm 
zoo spoedig mogelgk naar het fort terug te keeren , want 
er niogt hier eens ergens eepe tweede Heleia opgesloten 
zitten 9 en men ons voor verliefde ridders ging aan- 
zien ; het is genoeg bekend » dat even als in Italië , hier 
èravó^» of branies zijn te vinden , die voor eene klei- 
nigheid hunne kris y gel$k de Italianen den dolk , bezig- 
heid verschaffen/' 

De Wondheeler , na zijnen vriend voor de mededeellng 
dezer geschiedenis te hebben bedankt, volgde hem stil- 
zwijgend naar hunne woning. 

Maar , vraagt misschien nog de een of ander mijner 
lezers , (en het geslacht der lezers , even als dat der 
recensenten, is dikwijls wat vraagziek ,) wat is er later 
van den Luitenant Monij en van deszelfs vrouw gewor- 
den ? — Om aan dit billijk verlangen , naar mijn beste 
weten, te voldoen, voeg ik dan hier no^bij: Dat zekere 
Kapitein Mobij in 1705 of 1706 te Batavia is overleden , 
waarschynlijk dezelfde persoon die in dit verhaal is be- 
doeld geweest ; en dat in den jare 1704, volgens een oud 
én geacht geschiedschrgver (^), eene Bant amsche vrouw, 
die Christen geworden was , door den regerenden Sultan 
is opgeeischt geworden , en ten gevolge der wreedste mis- 
handelingen , te Bantam is bezweken. — De naam dezer 
ongelukkige was ... • . Hsleïa ! 

H. P. 



(♦) Valentijn IV dl. blz. 94 van de afdceling Javaamche Za- 
ken , betref endc de godsdienst, 

m 



thn Afietêm Wereld 'Deel. 

In een Engelsch Tijdschrift , de Globe , wordt de hoop 
en het vooruitzlgt op een zesde wereld - deel , als zeer 
waarsehijnlijk» ja bijna zeker, opgegeven. » In de Zuidzee^^ 
zoo leest men daar » begint zich «ene buitengewone ver- 
tooning voor ie doen, die NieuW'Zuid'Wales van nog 
grooier aanbelang schijnt ie zullen maken , dan het tot 
nu toe reeds was. Een zesde wereld-deel begint zich daar, 
als onder onze oogen, ie vormea. De Stille-zee is op eene 
belangr^'ke ruimte van bijna vijftig graden lengte en even 
zoo veel breedte , met tallooze , langzamerhand ontstaande 
eilanden als bezaaid. Ze vormen zich uit koraal-banken , 
die onophoudelijk , uit een onmetelijke diepte der zee , om- 
hoog stijgen. De vereeniging van zulke koraal - massa's 
verkrijgt weldra de gedaante van een eiland , dat het zaad 
van verscheiden planten, deels door vogels , deels door de 
zee zelve, in zich bevat. Zoodra het water het nieuwe el- 
land verlaat , vertoont zich de werkdadigste vegetatie op 
hetzelvej het maakt het middelpunt uit van eenen omtrek, 
die , op dezelfde wijze , dagelijks in omvang aanwint. De 
reusachtige kracht der natuur schijnt eene bijzondere werk- 
zaamheid in deze streken te ontwikkelen; en gaai bet haar 
ie langzaam , dan neemt zy tot vulkanische uitbarstingen 
van den bodem der zee hare ioevlugt. Van het zuiden van 
NieuW'Zeeiand ioi SLhii het noorden der Sandwicks eilan- 
den zyn de wateren buitengewoon rijk aan dergelijke 
nieuwe formaiien, die eens de zetel der beschaving kannen 
worden." 

Om dé natuur en den aard dezer wonderlijke verschy- 
ning optehelderen , dienen wij eenige woorden over de 
koralen in het midden ie brengen. Men noemt in het al- 
gemeen koralen , die plant-dieren , welke hoorn- en kalk- 



adilig optcluettni en klnme.^m^m tn *téXLe^w y<H*meii9 
zoodanig , dat zulk . een kalkaehilg gewa» alUos maime 
takken voortbrengt , die het jonge dier doen ontstaan. In 
hare uiterlijke gestalte gelijken zij naar bladerlooze baomen : 
ze heg ten zich pp alle raste voorwerpen , die z^ in da «ee 
aantr effen, doch zijn daarmede niet door wortelen verbonden f 
maar, als het ware, aan elkander gelijmd. De schors dezer 
koraal is mees f al roodachtig en bestaat uit een seer harde 
huid r waar i tl zich een aantal roode korreltjes bevinden, 
welice de dierlijke bestanddeelen van dit plant-dier iiit-« 
maken. Wat het , met opzigt tot het hlerbovea aangt- 
voerde , bijzonder merkwaardig maakt ^ is desselfs onbe- 
grijpelijk snel ontstaan , zoodra zich dasjtoe slechts een 
gesclükt voorwerp voordoet , en deszelfs reusachtig aan- 
groeijen. In de Weit^Indien zijn de wrakken van sche|)en 
daarmede dikwijls binnen weinige maanden geheel over- 
trokken ; spoedig} wassen de koralen dan tot geheele 
banken en hoog uit zee opschielende boomen aan. De 
natuur schijnt zich van deze sUlle scheppingfikragt te be- 
dienen f waar zïj geeue grootere hulpmiddelen wil bezigen: 
pwragit tranquilld pott^taM^ qu&d vioUnta nêqult (IJ. 
Ondertusschen schijnt, volgens de opmerking der Qhhtt 
de , alü Wij het zoo eens mogen uitdrukken , kor aal- werk- 
zaam h ei d in de Zuid- zee, teg e n w o ordig b ij z o nder kr ag- 
tig ( energiek ) te werken ; en men mag het er voor 
houden , dat de Voorzienigheid hare bijzondere redenen 
er voor heeft , om voor het bovenmate meer en meer aan- 
groeijend en zich vermenigvuldigend menschelijk geslagt 



Cl ) Een in stille werkende kracht brengt tQt stind , wat hevige 

middelen tiicr vermogen. • • 



nu rwÊÈ ep liMW» waeaf liat iBa tt cltiikeB« Mtn tiel t 



De Middelen van tinnenïandibhe gemeenschap {n de 
Vereenigde-Staten. 

w«r|Mtt è»i 4e Matfr^kito m B«(U(gie T6rb«l«riiifm 
sitdite kogwnarliaiiA t#l aluUl worde» gebragi» weaii 
k0è jaogd^ Jmericm , dat li$ jare» teli erea ala wg m 
mmiwetk' rekMMtt» alk tekooae uUnadingeft en oBtdekkiA- 
ffmm tei faaar Teer d eè l aanb Zeo ia fcet nut van kaaaWa en 
^»#re» apa 4» ' la egea o»wederkf baar beweaeo» waal af Terker« 
tem de aMaodeii deor deaoeUMidTaiihettraaaportteB aiel- 
kaï geaMeaaeiMp en Terkeeriaaaelieii landen daar, die de aa^ 
tuwr Toor alteea op siekielve adieen ie willen. ]ie«dea« 
Ook ift Eiunefa xiea wg die laeeeteritakkeii raATermift.en 
kaml bügaaoMThaad toi stand brengan: BMar mei mei 
4aeli ö^er en 4al jeugdige rmur » heiwetk w9 iobel nieawe 
wierakUeil eniwarea. Ha( aal 4m aiel oabeUagr^k weaea 
oeit^ vli^igen biik te werpen op 4ie groole oatwerpon > 
êié 9 gndnrende 4e laaAaU v^f^eti^twiAlig- jaren , in de 
Yereenigde SMalea «f n daargesMd , len einde een ttelael 
Tan bInnenktUeehe geweenaehap enbandela-verkeeriugtehen 
do Tecaebillimdn 4e^n t>att dal land tol eland te breiden* 
dmnHë bi4 groole> bekeeito aan anik een eleltel , en 
4ii kiHeft ongeévffeld reel leegebragl lel de epoedige ves* 
ligin|( van ketnelre. Immers hoar grondgebied beslaat de 
0ebeele miaile » begrepen tuseeben 70'' en 127^ wester* 
lengtod Wim V^° neorder-breedie ; 1,160 mylen sehei- 
den iiUMm*OrUun$ (de hoofdstad van Louiêiuma) van 



imi 

Wa9hington (de beftdaèail der Vtrevh^fke Skiteta). Hee 
toeh zouden «[foedT^reiselieade beFelen ea tieiftBf|^*i}ke Jbe* 
rigien , van het een dezer uiteinden naar het andere , mei 
die raardigheid , die de eenheid der dienzl rerdert , kun- 
nen worden oTergebragt , indien de kunst niet de n»lunr- 
lyke hulpmiddelen de hand bood. De kusten ran den At^ 
lantischen Oeeaau, ran de monding der St. John af, tot 
aan Nieuw-» S»hoél»nd toe, bieden nergens een Tolige 
tnart noch gemakkelgke haren. Dit engerief «iimkt de 
raart' langs die kusten zeer moegelijk. Eén middel was er 
dechis mogel^k om er~ in te roorzien , namelQk dat ran 
eene oamiddelQke raart daarteslellen tussofaen de vowr- 
naamste baaien, die de natuur aan het Amerikaansehe str«Ml 
heeft geformeerd ; en alzoo de sehepelingen Tan de rer* 
pligting te ontheffen » om de kapen die er den ingang Taa 
Termen^ ^n de klippen die de aanniidei*ing m^el^ nia<« 
ken <mi te zeHen* 

' Van eenen andei^en kant ontdekt men , indien men : zijne 
oogen op de kaart ran de Vereenigde Stalen «laat , dat 
een groote keten van hooge bergen / de AiSeghunft , heé 
geheele knd in deszelft gausehe i^estrek^eid doersn^ 
en het in twee groote doelen ilplitst: het eene ten oostea 
het andere ten westen. Het oostelijk Amerika nameiyk <bit 
gedeelte , hetwelk aan den Atlantis^iett Oeeaan l%t , bezit 
groote roordeelen , die het weeteliik Amerika nmi , en 
die zoowel roortrloeijen uit deszelfs meer belangrijke ko- 
lonisatie en nabuursehap met den oceaan , als Uit desiêifs 
roer den handel roordeelige ligging. Daarentegen k het 
#estelijk gedeelte in rele andere opaigten r$kelgk bedeeld. 
De grond is er bijzonder rruehtbaar ; en de sadi^eid t$m 
het klimaïity zoowel als de uitgestrektheid ran grondgebied 
maken het zeer geschikt toot den landb<mw. Deze beide 



grbole deelea ^s te Tereenig^eii 4oor kniitlmaitge middelao 
vmm f^emwmtétto}ff wat eeo oflderwerp van hbi hoogste W« 

Deiè atgemeefte eor»akeii hebben dan- ook twee roornaree 
stelsels vaa kunstmatige gemeenschaps-middelen doen geboren 
worden; het eeae heeft ten doel, om de transporten orer de 
gekeele nitgeslrektheid van hel strand gemakkellk temaken 
en t# Terkorten; hel andere om betrekkingen te scheppen 
tBsschen hei weetel^k en oestd{k gedeelte» en om ee» 
we<l«rkeerigen handel en mUiog ran derzelvee yoortbreng^. 
eelen daarlestellen. Om deze beide stelsels te enderseheiden, 
sullen wij hel eerste met den naam van êtrand^Hï hel 
nndere dien Tan Tranw^mUéghantêêeh^nynt^^m^ bestempe* 
len. fig dese klassifieatie sullen w^ een derde rerdeeüng 
▼oegen, die raa pia^tê^i^k^êyuUem^ welice alle 'de wer- 
ken' in sleh sal bevatten, die door elk der staten ran 
Amerika of door bg zondere maatschappjen en compagnie** 
•ofanppea mei een pl^tselgk doel zjfn tol stand gebragt. 
Wg zuUen hier slecMs de belangr^kste namen optellen : 
onze lifst léu zieh anders tot in het onmetel^ke uitstrekken ; 
want tegenwoordig tellen de V^reenigdé Staten meer dan 
1,6M uren - lengte aan kanalen» en b^na 300 uren aan 
ijzeren wegen. ' 

Wat dan de kanalen van het Tranê'^aUéghanieêck 
êyeteem betreft , vindt- men liier : 

I. Het kanaal van Erié af van Vieum-York. Het stelt 
eene enmiddelijke gemeenschap daar tuMohen de groote 
meeren ran Canada en van de Hudeon. Men verdeelt 
hei ia drie aldeelingen , die van het oosten , het midden 
en het westen. 

Het is een der oudste en tevens belangnjkste-middden 
van gemeenschap in de Veroenigde Staten. Het plan werd 



in 179S( , M««r jaren «« 4e vr81ieiAi-4n>rkg , «ntworpon ^ 
to«n,lifi w««t«|i «n n^erdeB' lykn Ni^Mw^York nog i^t eoe 
omnetelgk en ondoordringbaar bosch bestond ; eerst In 
1908 beraf^e men eebier de mddeUii 4wMU verwe- 
senliken. In 1817 werden de eeraie warken geopend» Ur-* 
w^l In . 1826 bet geheele kanaal wae a%ewerki e>i in^ a$ne 
ganacke nitgMtrekibeid Toor 4e ecbeepTaart werd geopmd# 

II. H§i kênaai Ck^mpMn^ Het4(rektaid!^ HitrairM 
groote kanaal ran Erii Ui %mWhiieh§tiif hf^fa Wèterd 
fardf S^méy^HiU en F^rmmm. PcMelfi» la^eetrektketd 
beslaat «3 m«len. Door miAA ran de £ore/> die ia de Smdnf 
iéamr0ni sieb onrast, stelt bet ee»e genni^nibap daar 
tnsseheo üiéuw^Yark eo QueUe, en dn» oc^ tiMcken^ de 

Hot yereenigt 4^ Oh4(9 mei den Al^aAtêB<Akeii OeeaiMil ». en 
i% in drie groote nfAeeEngen Ta-deeld; Ueti «osteiSk ge- 
dekte bogint in het dhtrikt van Co/op^Vsg» b9 d# etnd 
WoMhington , de boofdstad der Vereenigde lSI«^« Hel 
skekt nieb uit tot aan ^mmberMni^ V4 de niondiflg; d#r 
rivster 4$ Sup^g^, en beslaat IW miylen. U^ «ntddriiite 
gedeelte atrekt aiob uit r9>a^ CmmUrhnd tot ai^ de nMH 
ding der rivier de Ca9$elman , In bet lands(diap Yonghm^ 
gi$ngr ten westen van de^i^//eg*«iiyr. Het is 70 m|lea tog 
en doorsnijdt de bergketen, der Athgi^ang^ deior nnddel 
Tan eene ondemardacbe nitgmving « 257 meters <^4er 'de 
kiiHn dea bei^Sj van $ nSien lang« Deae lai^raving » 
geheel van steenaii f pgemetseld , en is vw « meters iot 
70 eenJtifneters broedt » e^ 7 maters tot 1$ eentinuftembcng 
▼an den bodem tot aan het gewelf. Het weste^gk gedeette 
begint een kwart myl beneden de vereoniging der rivier 
de Ca$8eJm0M met de Yaughag^ntf^ en eindigt bï PifiM^ 



Tolto<][id wesffi. . : . . 

1V« .|f«l 4«^|ia4i/ vêm. P^nêflv^iê. Onder cUmb immi 
rptwimf^ mmi e^iie iii%piirektf l«p, tm knAftnMig. Twr« 
iMtor^ «76 «Iftlftll liMig' Het begiiijb ie Mi^HéUiWMf ma 
lU &ü9iieA««ii# > 4rd|k( nl^ lut Ui «m 4m tmI Air 
AlUghany9 » steekt. Aie ber|(keieii 4e0r en veii^iugA 
sieh nel« de (Mt^ / 

. Oudere yMfen f/i«oni4^eii v^n Aef Trunê-^Ugkêt^ 

1» J>e. ^0^m^ f 4/1 d* Mi^hmmk n^^r d« fhd^fn. In 
d4|jb i^deeUe fftn hiiti gi^Mte knaüd tm JSn'i» Mtwelk ¥M; 
JUtmnp mmr Schenéctadg leopt, en i)^e)ite 94 nHJtiO iMg. 
k » sj^ 97 elllili^a Jl^eiiQ<idi0d, Deae üsereii epeorwef beeO 
ten doely.tuti d#ii handig veer^ liet ofHitiitlioiid irr^ te w»^ 
ren » dat door deze sluisen sou ontstaan. Deselve is sa- 
mengesteld uit nieren platen , die op palen van Noor- 
weegsche pi|nboomen msten. Tot neg toe keeft kg sleckts 
twee sporen , ofsekoon kg voor vier bestond is. Een loeo- 
motief werktuig loopt 9p dien spoorweg sMt een yraekt 
van nekt tonnen of 8» 115 kilogrammen: desnelfs gemid- 
delde snelkeid is 15 mglen in een uur. 

II. De epoorwêg vam^Bonton naar AUany. Dese is. 
gel^i^ langs Newton f WorcesUr , Lêieesterf Spring-»' 
fieldê » over den berg IFaêhington , waar denelfii verke« 
venste punt» 1,480 voet boog» ziek bevindt» voorts langs 
Dulton , in de vallei van Houêatonie en langs Castle* 
town en Greenbusch aan de Hudson , tot aan Albany. 
l>Q%e weg is 200 mijlen lang. 

III. De spoorweg van Philadelphia naar Colombia^ 
van de Sunquehana » waar hg ziek met bet kanaal aan 



|1T6| 

Pên^yhunie Tereenigd. Ui} gaati langs Bowningêtown » 
Lancaster en Mount'Pieasant. Hij is 80 mglea Imng. 

IV. De spoorweg van Baliimore naar dê Okto. Di% 
k hei langste van alle ie werken iran di^i aard f Hé nog 
op ens wereldrond zijn tot stand gebri^. Hg keelt eene 
dubbele spoorweg , en strekt sleh rerder dan 250 n^flen 
uit. Hij begint bij Baltmore • en rigt %it^ langs Pointe 
offróck naar Wkeeling aan de OAto. 

Dit zijn de Toornaamste kanalen en spoorwegen , welke 
tol Eet Trans^alUghanisck systeem vsüi Amerika bekoo- 
ren. Wij bekoeven roorzeker onze lezers niet opaterksaaBi 
te maken op è& reerkraekt en volbarding , die bet tot stand 
brengen ran zulk een' reuzenarbeid yereisekl^, welke nog 
duiddiifker in het oog zullen vallen , als wij in bet Tolgend 
Nuainier va&.dit-Tgdsekrilt, wede een 4ori overzigi van 
bet strand" en plaaisèl^k^sysMm mededeeleii. 




CifbfjwiiirUl 



TOOft 



RÉERIJiliD'S INDIB. 



BORNEO. 

Eenige reizen in de Binnenlanden van dit Eiland ^ 

door eenen jinbienaar van let Gouvernement j 

in het jaar J82i. 

( Vtnriilii en dol yan blads. IM ). 

Kotta-Ringin* 

DeB 8ms Ndvwiiir Têr«rokk«B «ü a»i Z. M. jflJNa— r 
4b Cïre^ BMur JTofta-JKtfi^*. Met eeiie gwitlige gihuM» 
katd ■«UAttt wig nii, mi Uaren •» dbwia e«i%e 4U|ta, 
TerlMiifeii. T#«i eciltr ««gfeiiirind» tn dMiiM stilte, ••• 
iMgooDen té idsièrMi , en tete laakte tegeaepoed Tooral 
eaa Vf Meèf , betlotea wf om de krniayraaiiw die oai 
Tergeaelde naar kad te seaden » ten einde.» aoo HMgdik , 
eeaiipe aekeribeid te belMMea, iio|>eas de heegte waare|i 
wj ans berendea. Tegea .den araad keerde deae knüa- 
praaiiar temg , oMt l^t berigt dat wjj nab^ de paat ma. 
Koiia^Ringin varen , op de kaart Tan Neaxs » the fM 
of Sieh Peint genaaaMi ; ook kad mea aaa kad een' in- 
kan gerenden» welke friiek neet water keratte, ketwelk 
dat TMTonderstdd werd Me Freech water River te s«n , 
welke nabf de pont op koTongeoMlde kaart ataai aange*- 
teekend. 

Met de kndipraaaw werd eene Inkndeebe rrouw » aaar 
l^wiag 40 jaren oad » aan koord gekragt , die gekeel Ter- 
ie. j. 2e. f. 13. 



markten sieh aUaar aan land bevond en eene lage Imi be- 
woonde. Men TorkaaUe m^ dat soodra hei praanw-Tolk , 
lietw^li iH ^ ^ a i f tigh rtd fMraf#nd wai aan Jand f ag a a» , 
kare woning had willen naderen » i) net een aeherp ge- 
punt bamboei xieh in staat van tegenweer luUl gesteld, 
roepende in gebreklug Maleiaeh , dat men haar toeh ni«t 
▼emoorden soude. Spoedig echter gerost gestdd, was m§ 
met het volk naar het yaartuig f agaao, en tot bedaardhead 
gekomen verliaaldo s$ sedert yier maiMideq wk op dese 
onbewoonde kost te bevinden,, en op het verste punt, het- 
welk sg aanwees, sehipbreuk te hebben geleden. Haar 
man en twee kinderea , welko aieh mede geried hadden , 
waren van gebrek aldaar omgekomen. Nergens een i^^eor 
van mensehen kunnende ontdekken, had ■$ die voor haar 
•ae trmirlge. pldéts verlaten en ket.-Anmd vsrpalgsflde, 
^as» ware üei laagd^» «rgemi ee» kattpang aanlelMffMi, 
had B9 besleten , mch aan de hre» van saet waler neder* 
ieeettan , wmh" en» volk haar ked sangghrefen , e^ niiaar 
IfodnMig haar )ol allowa<^len. E^ had al dien tf d van 
%eom«seheMi en wilde wneüea geleafii en bj hel iii^laden 
haver waiinv,.em inede naar het wMp ie ^yaan, hni ^ 
tag eerst een* veerraad^van. êHb e^oedsel wfliesi miiousasie» 
niettegS Mstiu nde men hanlr .werseMrfc dat hamr spoedig 
een betere maell^ eende worden veergeset. Hare ené er 
rigtingen ospens de plaats ivam waar en met vrdk eefp 
sserk sQ wiss ep nsiet gegaan, waae» nar dstster en eefw 
4Nivd^ doovdisn s^: neer w«inig me to l s e h speek, es ha»« 
iaal door alemaid onser venslaan koade werden*' W% 
m^ volgens hare «qigajre r ^ai een i^lein ysaiinlg 
van een der oostersehe eilanden gekomen sgn : s^ gnf ta 
Isesnen-f vieranlen vwirkrigen langs de kaai téhehbénaien 
sollen, en ep hel gasigè daarvan ali#d diep bedreeid ae 



ptA. Sii * kart twagfaoat #niral «^n bag ^m «Mïk- 
m dkuM «fürif^M MrgM« teeMg «p«fr 



De •flHOBNHif 4er rinar .MidanMh*UI si«k «mi iU «i# 

«i(|f èMgi flWMrfyi9«iboMMiii p mtVfm mm A«n 

«ilk» A nteés v»r ia «at ligflb— r sfiL. 

mmm-mmgim MiM* Ui dUt kn^n , wdke irwnfir 

•iniiéett S«lliii tm aüH'iimiaaiiiiy oa4«ripiaf|)eB MranMi » 

wi sièb Wtr ra» 4^1 \rfk kebbM luipimluiirii ; Aatnlw 

■tt Jnuy 0jfeaMMafeii|g^ > wil vaalaii liioar ida fmmt 
Jkélmij^ iatt sifttai -Aaar db ^aaa ea iaa ooaaiatt 4«ari 
rilt «Ml MmêimmikkAe Smifml^ökm kmmtkimim. Dtj 
vftn JTaMi-riMgAi betaakaoft' fiigaai Aaft atBrkaal Tan db^ 
iaadan, aeM niavilaiiiing «m «r«miigtf«baMa« » 4a«9l 

^war wliaLihua lAa^ar ibaamaa «aa digi A^ aUnaaAir #a^ 
gvaaad aniFan, dsi man ana éaaabra diaa «aam iMMi JSiattfa 
Wwnmgi «af, tofcawlk iatar 4iq mriiarUag M^üm^immm 
gawonhtt it. 

Öa ToomaaMaèe JTaifiaai^ aUaar , aiijiii «ad lea «ittw 
J&A««*J2ia8!Mi >af JSêtéa B^^vm. 0«d ,i:4irfa^%f«»|i ja 
♦i Bif BÉia liaijfi Idiiia #Aa^ aa fetml «eiMki^ ^m tattn 
liaaiMrïag iran oagéraar 30a*aiaiaa. Ua|i^# iar4a 
ifid nayh a t a «aa 4ffii yiaffal,aa 4a Boiaiaaaiïae UnadMTaia»- 
«M«jQb.iia9Diü &iai4s Aa^aH of «iaair M^ttm^im9im ü^ 
aan Ja aimr^ Amet , 4aairalbe ^ralgaaa 'baitigt hM.un^ rinit^ 

13*. 



IIII6J 

•prÓDg hHm% ia M fib«rgU Igau. Détêkwê v«^^eB%i 
sleli BMl éê fro«te riTi«r Lèw^mnéêm , dit iiiilMÜfelNHr(tt 
jRtf^'tf kftrtn ooraproog neMit «n lieh ia %m nÜtiMrl. b 
da maailiac dar Lmmmnêou , gavaaid|k da Hriar ybb 
Kêttm^rtmgiu gtfhÊomd , ÜMEan iwaa «ttao^, hai. ta rar a 
S^Moedra , an het ivaada Seirwwmm galwataa » tb i dat 
da .iiTiar twaa iagangaa Iw^ t waanraft da iraa4al|lc* ëa 
iagaag Is voor grooie Taartuigaa » dia «ilèoafda ómr omf 
diepte > aan da andere sjjde niet kanaen InnaaidcaaMn* 

Ongeveer drie vren de rivier Lmtmèni^u a|yfar^id«, 
vindt men een tpnuije » hetwelk de rivier K^éUt^rimgim 
ganaaaid wordt , en alwaar vroeger de negarf gevaaligd 
wae y dia thans eehter geheel verlaten ia. Man vindt Toaiis 
nog twaa klaina «|Hmit|es , &/ia ké^i^i en Sapa h^Mmmr 
gesaaaid* De geheele' regteroavar der livier.wardt aBder 
Meestal tot èb r^at-knltirar gahengd. EindeMik kaart «aa 
aan da rivier Arüét » de#elke naganaag in emt» o. s* o. 
j^akking sich aiat de groota rivier Ltummmd^u Toraeaig^; 
sao men dé laatate in eane n*. n. o. rigting varvalgt ea 
nog ongeveer 40 uren opvaart , vindt man de negarf ooA 
K^ttm^ringim. ï^ rivier Aft is <mgeveer 6 m*en van de 
mandisg der groota rivier af de lee gelegen* Aan den !■• 
gang deraelva siet men aana aardan versterking vanjMfan 
^miit ifseren kanonnen Tooriien » welka een aaasiapigkfe^ 
deelte van de groota rivier sonde kannen bestrijk«i. 

Pese versterking bevindt aieh in een' aaer sladilan staat 
en b op aan' lagen moerassigen grond aangelegd, saodat da 
stakken tegen den grond gerigt staan, B9 oma aankomst 
wilde men een seinsehot doen am den Vorst te niaaw 
Kêtta^ringin daarvan te Terwittigen , doch nadat man tet 
dat einde met real moeite een stuk geladen had, dnriie 
n i e m a n d van de besetünj; het wagen om hf taélve aftaste* 



[IB7J 

Utt , soo éÊLÏ •Ull«r dtaêÊ dMiiaa rêêiu s«lf i« looi ge<- 
(prepeii kad » toen etn ovda B»iiftrêê9 » 4ie digi bji tel 
ttak fW^d» ken durin Toorkwtto, ea ktisdra deed let* 
bnmdett. Ven dese Terilerkisg of de HMAding der ^roel , 
Wreiki men in ounder den een anr de neg <9rii nienw 
Kmm^rimgin , tkent Sê^hm Boêmi genaamd. 

Dese negorQ la meeaial door oTerleepera ran Pamtêê* 
ang berolkl , w^e wUk ten getale Tan ongeveer 1090 
sielen te Kotta^IUngin sfjn kooMn nedenetten. De kni* 
aen ifn aan den oerer der rhrler op eenen moerat« 
ttgen grond gebonwd. Tweekonderd aekreden Tan de ririer 
Terkeft tiek een kearel » waarop ket kuis ran den l^orel 
gebouwd is » ketwelk eene Incktige en aangename ligging 
keeft 9 en ranwaar men de ganieke neger) kan orenien , 
en een tekilderaektig gesigt op de riTier Arott keeft. De 
negorji is neer onregelmatig aangelegd » en de koisen 
staan als ket ware in eene wildernk, daar de bewoners 
siek niet eens de moeite geren » om den grond rondom 
kunne knisen te siÜTeren of met booaien te beplanten. 
De laek%e8teldkeid is er seer aangenaam > en de naekten 
syn er bjsonder koel. 

De boToUung kan men op mim 1500 sielen sekatten , 
waaronder » soo als kierboTen reeds gesegd is , sidi ineestal 
Pawiiofimngerê beyinden ; een aantal Tan mim 50 Dm^mh-^ 
kêrê kan mede onder deselre gerekend worden. De laat- 
sten Torrigten keerendiensten Toor den Vorst , en worden 
alle drie maanden door anderen TorTangen » en door den 
Vorst Tan Toedsel Toorsien. 

Het Tolk Tan Kottm^Ringtu is orer ket algemeen traag 
en lui f soo dat de Vorst nuj self Terklaard keeft , dat 
kg , om ketselTe tot den arbeid te noodsaken » de rqst 
niet meer tegen geld , maar tegen prodnkten Uet immüen > 



Ittt] 

U sngdêtt e* was té tfit» &iM*iwie« y t«» einto *i* ▼«» 
t^Mdi«l t^ kHAiiKti t^on^iH^ Hit ^iMAèeM ^n tek om^ 
i^^^ri^ea Pmimmgét ipwrt èWili»- ^mi Vekii^ «nu 
l<^ dea taiidboMW Mi^ «o#*é* tègdB#o#»dif te JC^i»^ 
IStM^tn reedé t^NèfesiiMi» VViieMéif U' briraMir Afw^ 

fik lielV «f «M mküte lüAiiga^ir ^ piMttigr» attnaaatf étt tffaSfi» 

l^]^|>ei<-ndé« irorét «crl liedeA toe nog; ttt* 9Mè9tt ytoitiMi 

iowde«fi||[ «é» *t*iii. 

«gil r t6fihÉf, if*'»*^, ti»i#* gair«e*lké*t^ «ftttek-ftist-r^^*** 

ImtfÉfé eéiïïet niel gfefioegziiw élit de* l>etélüi4| U '^fü^ 
iea, «dodtft d$t^ pi'oduki fan /at^ Hioéf we#d^ aiii^ 
l^fagl^. M«tt tlËdl 0p K0tia^ifigin oèÉ gfoéde htk^ëêt* 

f lÉen de lülafi^lerB &el jir^e hiUéng ^ tit bel la«i^ 
sie itayoe jirang » ar^o , ^enaa ett tandk idt liet V<hn^-' 
ninainflé ^ èBUgd^nMté^ Ife Terst lief een BirÉc béa- 
weir, trai^aai^ eefii^)»- l^tfiEfi^ere Wrktaitm* iritfM eM 
ttriutrVatt cfe rennp Ivymr t^teeld waitf. DKe gfiT^iMiir «éwte e^ 
leekere plaütiMir dok «rtertloed t'afi ge«df in tfkH «evïttléA » 
deeh tiif gebrek M» €&hiè«eif kan êè gfmêgmférïf er 
niét ottdertfomen irordén. Tolgens ller|g#éii «oude fiet' tff 
de goudgronden aan geen watei^ ontirfeken , Modü' ié g^- 
légéAkeM oü m^hien te gré^êA , ailék^nsfigét iiendcF we- 
téh. ' ' ' ' • ' . • • ' • ^ 

Bé^ tDeeikr ksndd ges^^iedt met Jêim , ióét miOél Tin 
VMf tuigen vaik de weetknet van Bömeó » #elkè de kÉndéi^ 



Tmwtaifemttli K^im^Eimgin saIt», wtlké Btgen ia fHal 
b|a ea iraanéa M fr*«tfU timaf ktfiayi fgt—i Is. 

D# lef«afvoiM*iti(P» Vonü Vèn iS'tfltfii^iSt nyui is Pmngmmt^ 
&A«o. Iha» Omib* ; l^i litifl im— aoaèii • mal nanM 
Pmmgmrang ImUmm èn Pmmgêrmmg Amêmt tixQÉÊMkw . <• 
Mmia «BB«Tetr 18 ta d« Itatoie 12 jarta éad. Da Vfnl 
tesit aaa y u a A oordfdi ea inaemtaAa maalaraa » iêt* 
aül alat tMAtfetaaigieid keai èg >9a ▼«It^ Wiftbd maaki. 
HU badli «TMi als a^M krof4sn^ meardtre ksanis aa 
lMaclM¥ia0 daa d# if4i|/ara«Aa Veiataa » ketwalk nta aaa 
kan -rarkfar nwl MmiejfmF9 aa kanaa reiÉaa naar /«aa aa 
aikdara piaafsta 4aa taasshiiJTaii. UkiA afkaer vaa kai 
Bm9^^'êrÊ^0 kaf is tesr graai » doordisn a| aldaèr in rr^ê* 
gera ilfdan als TasAattan sleads op aaae Tsraebit^ke sa 
alaaAAe w^ië B|a kakandeld ga^ordta , ktlg «aa dinada 
da redea is » dal sedert zee rele jarea alle ysniieaaekap 
fliat Bat^êtmé9éing keaft apgekaadea. 

Da lagiseleneB yaa KHta*Mmg$H, welke Bat^êr rak 
i$d i<4 tgd ketochtea « werdmi daar steeds deer de Var* 
alaii tat gediroogea arkeid gci>eaigd an tot kethetaUn vaa 
kaefdgeldea YerpUgt ^ tets dat weder reel heafl HM[edr»*> 
faa iat aftakrik der kandelaara vaa jETa^/a^jRii^N ap iVaaa 
Jérmë$ê4ngt aeedat diê kaadel daa eiad^^k e#k gekari 
is ie irfet geraakt. 

Eren soo ak Kottê^Rit^im^ kekoefdea oek Trager da 
fkataea JtU^^ Léma4f ea Siat^ng tot kei gekied Tan 
dm Saltaa raa Bë^Jétmëê9ing^ altaas sokoak die Yersl 
è» saareréinit^t dier laaden aaa 2. M. dèa Koniag der 
Nadeiriyuidea , te gel^ met alle da aan de eoatkasi Taa 
fomeo gelegene rijkjes Patttr, Kotty, Barou ^ eat. 
De Saltaa deed geeniit groote opoffering aket alle dèxe 



iMdAên 1911 ber^ ge^fe&e pkaltM aftastëan. Ze kjuUba 
sieii toch Mfbii laag aan s$ii fl^ag oultroldKiRi , Wtviüik 
eehUr mmmtr rolfcMBen waa erkaad gmt^rém. Alle daaa 
•p aMi aelf tiaMidle kMae jr|l^#B » valke Traafar U4 kal 
1^ raa Bat^ermm$$ing aoatan ti At ai i l haMmi» iq|a 
▼kn waiaig aanhdang , en laanOTga bavaüan ap Terre aa 
neg loe' rtA karolkiiig aiat ab aan klaia Ai t tri kfe rmm 
Java. Jelaiff Lewaif aa Stntang waren gaaaagsaaai aiai 
eens op Bat^0rwia$$ing bakaad : te Koêia^Bingin sfa 
Big deswagana de Tolgeade ialidiÉbigen gcftvea. Deselra 
seadan maar aigenaardig iot de wattknai ^ras B^m^o ke* 
kooren» ala sjfada aan aenen ana Tan de Kty^ammm ^ 
grèele Paniiamakêekê ririar i^Iegen. Jêim§ ii aeae ri- 
vier, welke raka eene dagraiae ran Kêitm^Rimgin gala- 
gen k en deer Dajfakkêrê beweend wordi. Ipwmjf k 
eèn landeokap , baalaande nit de aegerSen Pauk , Lmjfa, 
Kottm^hono en Smkar , allen wel beTottLt , en deer Jb* 
komedanen en Daifakkérê beweend ; kataelTe ligi aaa 
de riTier Pt ao of Pinoatêg , een tak ran de rivier üa- 
iawi f dewdftLe «it de Kap^nmê leepl. Vroeger wm0 lüe 
▼an Iswap egntbaar aan JToZ/e-Jttii^ta, ailkeoMp^VHa 
den b^atand aan deaelre in den oorlog fegaa dia vm 
Sintang gegeven 9 en waarveer sf liek verbonden Imdi tm 
aeae jaarl9ksehe sekaltiag aan den Vorai van Kotf^ingin 
optebrengen , welk verbond , volgeu verkaal , ia kei &•• 
per geMeden , neg te Lêwaff aanwealg ia. 

Sedert mim twintig jaren kebben a$ eekter op 
die eekatting te voldoen , en, beaeeaMn knnae eigen 
keefden , soader voorkennis noek beveatigiag vaa kei kaf 
van Kêtta-Ringim^ xeodat sy lick au gsfce^l oaafkaBkeijlr 
besckeawen* 

Siniang ligt aan de rivier Kapw^aM vkk tegeaovir da 



[Itll 

M#mdUBg Ttttt iê rifkr MmUwi » en beli««ri 4«t Ui Pmi* 
ItüMUr. MêD xMMk Ti lfaa t •HMre, biiiMA een* «MMd 
dMT de UaiMi-mierts Tan Koiim^Miftgimt Lêmmif •£ 4t 
mier Pt m kiuuiea bar«ik«a ; mta iwuri dUn iMMl|k 4» 
greoU rivier Lmmmtèiêu op iet een de riTier Bulmntikmmt 
een tok vmn deidre » wdke lieh weder hi»ef er ep , ia 
Ivee uwÊitp. Terdeeli, ek de TiM^Atflfy ea de Te«* 
pujfamg. Mea velgi den loop der Ta«grit«/V ^ 
aan bet rlnerlje Ng^egoêi, hetwelk tot aan de rivier 
Baifm leidt, van waar «en aan A^PmimUng (keef land) 
T«/#ai^ kowty en een' halren def orer land nMot reisen» 
tot aan de riner Ora , a^nde een tak Tan de Pine , en 
waarlangt non in korten t^d naar Lêwmff kanafaakken. 
De reii tot Pëttgkmlmmg'TéiUmléi altooe tegen etrooM 
gaande y is Tolgoae berigtan, aan rele moeyelvkheden en« 
derhoTig. Eens eekter. in de Orm s^nde , londe n^n tot 
selfa naar Pontimnak londer eenige Terdere awarigkeid 
kannen afaakken. 

Hoewel na , aoo alf hier voren gei^fd is , allo deio 
kleine rfkjee » Ier snid- en oostknet ran JVeraeo » van 
weinig aanbelang kunnen geaeht worden» soo blylt het 
eehter Toor het Nederlandseh GoaTorneaMnt ran belang 
«Mn» ter wering van de lee-rooverg» aoo veel mogemk 
eene toeaiende polilie over deae op lieh aelf staande 
hoofden te blgven nitoelenen. Het is beweaen dat da 
kosten van Bornto aan de aee-roovers» welke de kns- 
ten van Jmvm dikwerf soo onveilig BMken» veelal eene 
veUiga sehailplaals verleenen» en niet solden slaan do 
vera^ van deae kleine rjjkjea oMt deselvo in een geheini 
verband» en souden daarin wel openljik toeslenunen » aoo 
niet de vrees voor het Nederlandseh Oonverneaient hen 
temg hield* Gedurende mljin aansQn te Kotta^Ringin 



T«riuudé#ii «19 éè kéolAen , dat ftldfttr » inüm. 4 miaaita 
g^kNUniy Mi^e MaTrooYm^if ooder gtkiie tm sékarMi 
F^nglmmi Morffai, waréA «attgakMitii» wdUn é«tt Vmml 
éüdêfte ieMlpkfttg Twrtoelil liaddetty iMtwelk ta« oii 
TfMi lil oBrmiogMi mi Iwn. w^Mvtaai ie bladea wm 
loegéitaiui, edittr onder veerwiarde dal sjf Mck in d« 
be(^ vaa £bia#jF aoaden TeBÜffen» ahraar i^ xieh aMii 
eaget^er SO Taarinigeii , lOO trouwmi ea 5a Uaderftt saa- 
daa ^iplMudaa* 

Mei kaïme figie en snel roe^eiHb riea-praaawea , atkiê^ 
aea de re^rera de eorlofa^aarhugea niii seer te iraa^an. 
SS aeienen veeleer beda^ ie %^nt dat hei Oeinreraaa&eal 
ia everéeneietmaiai^ met de VonMJes op de ki^ieft vma 
Métnêó 9 exf edüien- laei kleiae .vaaridgen lange èStb kai» 
tM tonden doen 9 om kttnae rerbljf plaateen uiiteroa^M^ 
én hen ie noodzaken aee te kiezen 6n in hmiden der knd^ 
eere te tallmi of sich orer te ferei^. 

De zee-roóvers , welke zich met de Vorailee > aan de 
katten ran Bornêa Terttaan , tehenken aan detelra eea 
gedeelta ran den geroofden fonii of terkoopen han de 
engelakkigen 9 welke tg gerangen kdbbon genemea* Z% 
bebbea goed gewapende praaawen, doorgaant met aea 
zwaar ttuk roorop voortkn y en met kloek volk iMiandk 
AdMa een zwervend en raw leven gewoon» Tinden tf hnnne 
aitspanniag alleen bii het spel en den anifioen*p9p. 

De Boeginexën hebben eene b^tondere maalM* eai de 
aee^roovera te bevechten. Zij begeven tich nam^^ la 
kleine iloqyen » waarin behalve do roe$ere^ lÉeli een MU 
beviadt «tt een bakt gewapend, zy trai^ton da ro«ver«^ 
vaartttigM hiermede foo nab^ mogelfik te kernen, on zkl 
attoot baitea t^t vaa hei voorop liggendo geaehii il 
hoeden. Briiendige eeherpeehuttort tgnde, weten t$ Aédft^. 



dbttft t# lielbHB. S«ifen«|lMt klanj^ii êimB ét — • rO T Wi 
fbidel^k Mm » en daa wordt er woedend gOTo eh len » 900 
soMréiide p»i«es skh dikwerf «tdMmdlo kei s*ré«hi 

•r 



jToj'^ naar </e Vorstenlanden. van Banjermoiiing ^ 
in iet Jaar J825. 

Dm SI«m NoTOmber riirtrokken wf U «rondt Tan de jf«^ 
füèmhai^ fleer NagatOf en roeiden de rMer Mmrahmhan op* 
Des loorgene ten II uren kwemen w) Ie Nagara naa. Hel 
lé èea gteote kampeag , die nagenoeg 9M Irtdeen Betat. 
Ze «ifn niet 9 too eb te Banjer^ In de rtrier op tletten 
ge^éttwd, ttnar tftean lAetf ep kooge palen aan den moerae«' 
rigett oeter ren den ilroom. Gebrek aan sware kooineny 
om Tletlen Ie midden , is hier de oonaak ran. De omtrek 
ran 'Sègara ie rlak en terloont niefe dïan eene uitge- 
iftrekéhdd ot^ntroomd knd » hefweBt niet bebouwd wordt, 
«Bkoofde de gronden roer den landbouw ongescbikt sjn* 
De Mi^ftreirefi rerhalen» dat knnne Yoonradeni eene ge« 
lofle ge&an kebbén , van nimmer rf(tt ie nllen planten. 
tfe Ingeaetenen %%wt ook meeital kandwerkerg. Men tindi 
ónder ken teer bekwame tmeden, getreermakert , iimmer- 
Heden en gèkteltett-^nakere : twee dniaend mannen belalen 
ér koofdgcfdea aan den Torit. 

Den 27sleil rerlrokken wf dei morgens len 7 nre naar 
Aikènta^. De lage oerera der rirfer deden ons alom de 
overstroomde latidea ontdekken , welke ziek in die stri^en 
beilnden. Ten 9^ wré^ nt goed ddorgereisd te kebben» 
kwamen w|f aan een risiekeré-kampeng Kalampang ge- 
naamd. De rffier Verdeelt sieh aldaar fn twee takken. 



k^ êm oottd|k«n , wêU» ««kier S6«r tng en l^e^o«ii 
k, kms flMn in aeêr ktrlM iy4 Amênta^ ^tnSkim. H^ 
vtnr^dMi iM -wMidlHctii ftrn «m Pênimgir i» hSajomm 

1PMifiig«n. 

Ten ie ore kw—in w| wm éekmmf^ng Sêemgi^éifi^^n , 
meée UI Hmgmrm btkomrtnéèt inarsisli t^ Tteekwrtop^ 
kouden. De koorden der ririer wiren alkier met swnr#-^ 
mait^a*boonien begroeid , . welke ziek in ket reraekief ', 
eren alt eene digte laan, rertoonen, en ons een T«rTrol|- 
kead gesigt c^pleTorden. Een kalf mir later bweScteii W9 
de TÏMfilwrt^kaiBpong Danmu Pungang, alwaar betrt* 
riertje PmUngir liek met de groote ririw rereedigi. 

Ten één ure kwaaien wg aan een* amallea tak der riTier, 
Soengi Pankmmg genaamd 9 en sagen orer eene mtge- 
atrekte rlakte Tan oTOritrooBid land , in ket reneyet de 
kampottga Bmt^'osrung 9 L^embu^ en Anonung » die al- 
len nog tot Kagmra bekooreu. Wg roeden de S^engi 
Panhmng op » en sagen aldaar Teel roeüAta-^boomea» waar- 
Tan door de Inlanders atmp genmakt wordt , om kunne 
kuisen te dekken. Van desen boom, die ook ranouimh 
genoemd wordt » trd^ken ^ Inlanders mede de 9ugo*' 

Ten drie ure Toeren wg Toorby de kampong Soengi 
Btnmr , waar w$ Tole karbouwen zagen en uitgestrekle 
r^Tolden ontwaarden. W9 roeiden onopkonde^jk tm- 
seken bewoonde ooTors , welke digt met J(r/«j^r-boomen 
en bamboes beplant waren , en kwamen ten kalf Tier are 
in de kan^ong Amontaif aan. Amontm^, is een groote en 
fraaye kampong » en boTat » Tolgens de door mg goTraagde 
opgaTO , 1480 kuisen , aan de beide sfden der riTier ge- 
legen; onder deselTO merkt men enkel» ruime mi wdge- 
bouwde wonittgen op , Mn eekter alle Tan kamkoaa en 
ijser-kout sgn samengesteld. Amontm^ is de stapelplaats 



iêr prMlttkiaa » wêHu taa hoofMr gtkfMM a^goTfaa w«r* 
kgm a%9TMrd. !>• y^er ■■■mj* ■ luuidtel wrdi akUT ui fay0# 

[>lMii Tia irtf^MM is Mieri eMif^ii ifd in de rortiaiÜMitei 
PMT ietftaeaMi. De «net ea dto 90gêimê$^fêê Ten ,Te« 
(«/oi^, Kml0wm %m «Mkre efwearti. gekyene pleeleea» 
Kerëea eek mimr Amomim^ e%ee e ec4, dtoeh Teer dU# 
itÜkeleA etael 4e Verii êm Trlee huiM iee , site 4eer* 
ra» b9 dea niireer befaeerlyk iel beUeUl werée. 
.Da eoilrek i«e dmömtm^ mMleeai eeee fr%e|e «Ufe* 
ilreklheM Tin jMi4«e-TeUleB t es lee rerre kei aeg reikea 
uui , enivaeri aMa aiüe daa kaüpeage ea kla|^r-kee- 
lelMB » welke Ae greote ke^relkiaf itaer laadilrekM aaa- 
kaÜM. Vier ittMad waaaea k«U«i ie Amêuia^ keefi- 
^léen aaa iUa Veifai. Naki de aegerl ligi eeae plaato» 
1^mn4i^ geaiaaid , welke deer de Jhii|/«reaea reer^de 
rerMjjfjpiaaie kaaaer rreegere VenÉMi g e k t ad ea werdi. Er 
leTindeaaiek aldaar eekier feeae BMrkwaardige ererUi^ 
«lah. Hei gekeel ii eea taia , ia kei audden aiei eeaea 
ie«rel Teèraien , welke Telgem rerkaal » kei ariddeapaai 
ran de aldaar aiek bereadea kek bea de eawannrde weea- 
4aaie der onrie Veretea aeade k ek kea aiigfauieki. liea 
wü eek dai Tan i|d iei md aUaar neg eieeata epgegra- 
ren wêrdea • welke Teer de ffeada— aiaa der Treagere ge-* 
leawen gekewkn werdea« B% kawelfkipkigiigkeden der 
t^enwaerdige Veniea Tan Baf^0rmm9$ing ^ werdi kei 
aaicHT , aai de jengg^MnuUa ie beapreegea , uiikai epraiije 
Mi TJmniiê gekeeld , a e eai ed e moei eek de kaa i k e ei , iei 
iMi daaniellan Tan dea kawel«kaireon beneedigd» Taa die 
plaaU afkeneüg ifn. 

Den 2S|piien Terirekkea wy dee laeiyeas iea 8 are we- 
der Tan AmonUff, ien loade de keeger op gelegeae ae- 



httJUi êB fltoM«l iliribtr. 0«iipln«Jri|t <r#eifU» vf Jaagi 
bairooiiie ••rwrf , «n traffMi ^ IdeÉw dltfinidftii «au <è> 
InMUr y de oavolgeMé tawpiaji mm » ak: iRséui^ fa- 
#«r» i^ffiA«A«éi0«i 9 Bêénkmek im^m en ZWM dkwi, 
eliNMT men wmnAvttA mMaerwkd mi h— i l iee e g af U n^mèé^ 
Toerki i farrfgr ee . een indijk .fMete iwinp — g ^itt^db 
gvettiMhetdiiif tmi jARe«fvi^' emdwidt, <rie g ii « >ea!y , m^ 
waar sioh «itgaitfaiiéa j9«ili#*'V«ida& Toaadadan , Kmpmia 
fmreêngy Aimmgsmg -mi S99é§i^ roêéMPem^ mm gra«te 
kani|ienf » bIinmot wij iaft df «na aankwaoMUi 

Aa» 4a kaa^asf Aatfftf Pmêmmg f^kmÊm^ arerdaa 
n^ daar die van fTtflatan ki ff ri w iak U Ha^idarèMi iwtn^ «m- 
aMien ^ in klauia p^aaMdJaa giiaa la a » waeiiltett ana 
o|^, an lÉaaktan tnrt hMina ^araaldllendarlafljaa gaan' 
tangffk gai^ ef 4a i^ler dii. Ta Awëng Fmiemg m!^ 
IraaK man ' wad a r ^tiiiMapii^kft tfalraldan ; «a= da iriim|iB>g 
Amj^kmn iroai4^ garaeld ia h a Mbe n , inraman ^ iaa It 
ara 4a Mmi&ma aan. *- . 

n»ae negerf Obaamt 4*iim l>10a faaiaen, MMhre dia« 
wdke in de if^al^aldaii an onÜMPkaaif ga IsiehMi^ Icaaipensa 
gelegen i^n. Ba batMkkig ^van ea ihi den amlrek «vnn £»>* 
fatM wardl e]» <ritfan M^lMt aUien geariiat» i^aarran rttl* 
een 4ende gerciLeMd ka» ardrdan » gald aan dan 1%aat'^ 
keèalen. ftaran JËa/a«ii l|gi Pr9f9 gatim9, tan 
men orer lio<jig kmd tn feorlan («^ da A»at(MNiaefta 
r$en PWfy, Xurromw, i»«jroa, etta. karéiken ten. baa^ 
desen weg werden ^«fle ^ rodiMen «It ée Daetaèn mamr 
de reratenlattden iiMgeii»end , en da Péi^eraiig A^mmtt 
kad er vroeger de itapelplaats der prodnUen imn 4é dae- 
t|ds éan kem kAaorende negarifen Sêhomg, Dm§ée, 
JFurrent», ena. Het ve^riMMan kébkecide em Pr^o gm^ 



iwil 

4«liafMi knneii kraf «^t M ^«rigi» 4ti d» rfcrltr M 
êm ]tete, nUhd^Mi Têa hti Jhifa jralir , mM 
iraarliMr vtti » 4èrv«l.MiB «ver Umi , . W9 § u 
MhUgMi y«g 9 ^ plaato niti bir«UuBi kMi. DêarolfaMbs 
ihg li«4 ik aogaudb itt •■itrioek bwrerkitolHgun » êm 
toaa Mi «ok kitnut éÊt Mttiagd«kheM lilèik , «■ Ia iü 
ègdaéip rtm kié Jmt mét jP^o Qarêêi te 
gt» W9 onf (j^tdwoagtB tba oaatu TflnkreA i«fi 
•a Jffn tarsgiofi aMieaftiMii. 

. AlkMwtl w| AlUir au tkckt» een kJUin ge^eette Ier 
TAveienleAdeA, fewoealik éê imt$mÊ Uwèm geeeiiiid , imm 
d »e gy elrékkeA , aee kMÓtiêm w^ eviemrel Teie bevelkie e» 
kel^oiiwde tirakea aaogeérolui ^.ea om fl|Me4ig OTertaig^* 
iUi de fiulfatB aeg In kei benit tm keleehoeneUenrïkafte 
gAdeetle ven Bmt^er$mm$Êimg geUeren we», en de «en 
hBt NederkMideok Genrerneinenl efj|eeUiie preTlnelen » 4» 
■uAtt MMgrfke ren Inui r|k wertfn* Wj tnoSNi ep omü 
beite reie negeoeèg eene bereiking Ten aQ,«00 lielen me, 
een getid » beftvelk dek fnn eUe 6<eiircrnenie«te-f venneien 
te AM|/erMMt#ing ovarftreft. De itrerbiokn Doêiêe Kir 
rte en Jhëko& Hannit» lieren SUrt^p^erm galifen» en 
«ede een den SuUnn ieeliekeerende , noetin mtede welbij 
Yelkt en Mieuwd nvo* iDese. pleeteen » weer «ek dn dier 
mentminen bevinden^ «ei#een nekttr neegTnUIlg kiwenkt 
^ vorden. On. Vereten «en «iet geerne dnt den«ira d#er 
yteeeiden worden kene<4^ Onder Sniten. Sko^lM' nendn 
htk nok nen geep rreenideUng «ïn tnegeatenn geworden > 
om. eelfe naar de plaateen te gnan » welke Wg hornn Na^ 
gnrn kasoebt ftebbnn« neednt ik niet giloef , dat ¥oor 
m\i eenig ▼reemdding eUanr gew#eet ie. De Versta ga- 



flW} 



T#tlcii se«r Wêk'êÊ^, k ê Wi mr lU hêfolkimf io Ihüum Imh 
éBm rmt 9êmèü- i<olitiwi en Tr6cUliMrMid«i «ard is« 
•^l«r dU«r hêi Yêfkué oMt trawÉtn , wallift 
iMiiM nvt Iwihagirii , wéikê nitt altoos MOi dio èmr Vor- 
•los oforoOBkowon , so«tai InuuMn wordÓA ïogolkhfw 1| 
vroooott ilal kuttó onaordiiBoa oMt \mwmn xwokkaidl m 
iiünkolglrluM bokoinl soaioii worAèm. Oo Saltiui tot- 
boeldt saek onMobioa ook, dM hti floi^oagd loii^o s$s, 
sjiiio liMi to n door Ewropoanoa to Uloa tauglif on of iê 
kémÜM doarTMi oodor dosolTO io tooI nHMroidon. Door- 
bf sjJA 2^ Bog OTorkugd y do4 kutto w^ mMi haolaoi' 
fik^kkig ii, oft don iooto not dio tmi kei Nodorlukbok 
gOMg Bjol koa doorttaaa , Toorol door imo* koi hmfflrktiil 
OB roglTOordigkoid goUtl, oÜKkooa ij| ▼•naiwno dot dMr- 
b| iodi ol to Tool ^ moor don noodif em naUig is , ou 
's Tolks bdoog wofdl ofgeéffBrd. Do Vorsioa kwmoa osIh 
lor kan boslnor niol aoo go aakk o Uk Toraadoron. Z$ kaar 
BOB koUolTO aioi op dio aiüdo koginsokn sokooloa wèÊut 
éêm vtrlkkt Eoropoosok bostnor aaanooflit. Z% Troosen das 
Balaarl^ roor oon rolks^yorloop naar do 6o«Tomoai»li 
laadon oa oUos val doarloo oo»loidiBg so«do kaBnon go» 
TOB. Mot botr^Jung tot kot bostmr dor VmrsloB-landeB , 
soide naj ooas oob rgks - Crrooto : » Hot GoBTorBOBMBt 
»laat dosBolb bosHÜBgoB bostaroB door AaibtoBoroB dio 
»good botaald ob door oorgorool tot kannon pUgt goboodoa 
»wordon. W| daareatogon bmoIob obso laadoB to ob ol roB - 
Bwon aaa koofdoa dio in kot g^ool nlot botoald wordoB^» 
»BMMtr sidi sol?o botalen on roor gooBO ToraBlwoordil^k- 
»keid bebooTOB to Treoson soo laag ag aaa obbo ▼ordo» 
»ringOB kannon blgron ToUoon.'' 

Do SoBan Abab rerwondordo sidi ook allfd waaBoer 
kH mij kwam boaookea , oror kot reolmUBgo sobr^fwork 



wHArmede' ii^ niy- en 111911e g'e€iaijplo$eénleii' telkens k^iig 
▼eiid. » Ik kat nobU' lefariJTeii" . leukr kij'1119'9 >dftt soaAe 
»ook tè veiel(|eld kotten :en n^ftte iAkdMteR renmndereii; 
:»groote heeren'past het niet te werketh Ik meet alken 
»iBy venoaken/' 

Gouvernements . landen, te Banjermassing , 

Bij mijne aankMst te Bm^fermaêèing ak Opf^erhoofd 
Ier Z. ea' O. kost van Bomeo^ in' 1824. Ten gerelge 
van eene nietowe took*gettèlde ' organisétiè » doer den Ueer 
KomÉUssaris Mr. T^bijli» wat aan'het NederlandM^ Gen- 
ver nemiBnt iddaar , de helft ran de proTlnd«n Laui, de 
Doeêêoen, Becompap en Dmijakiche provincie afgestaan» 
ten^yi in vollen eig^idom , hei eiland Tat^M^ Talemo » 
Kotta-Ringinj Lewatf 9 Jeiaij ta Sintang f Pegaiattf 
Piteloe-Laut 9 Pafêir Kotti én BUrbu waren geiehonken 
geworden. Na den dood van SnHan SoLAMAVy'in 1835; 
werden eoh^r ook de provineien Laut ^ de DoéMMotn en 
BecomptUj en de Da^üitMchê provinciën 9 door tijnen op- 
volger» Snltan Adax > in vollen eigendom afgestaan, zoo' dat 
thans te' Bépjermaêsing onder Nederkndsch gezag staan : 

Het eiland Tataa en onderhoorigheden met . . 2758 zielen. 

De kleine Datjak met 1178 id. 

De groote Datjak met I85I id. 

De Doesnoen 4629 id. 

De Becompaij 2257 id. 

De landen Ia?/ ^ 3142 id. 

Totaal. . . 15,815 id. 

Van de ter zuidkust gelegene rijkjes Kotta-Ringin , 
Lewaij 9 Jelatj en Siniang, heh ik gelegenheid gehad 
hiervoren nielding te maken. 

Ie. j. 2e. s. 14. 




|10O] 

Pegaimn^Pm99ir. Koiti tn Barou s$a Ueiae rfl^M 
«M éé •#it-kfHit feltgMi , wi*mii d« hoofden on Torolw 
kot looffi^ Tu kti Ntderluièicli gouTeiMaeni eii^^Aiion. 
StoUiiiOttOiitoii TttD goaTornenMnif woge bostaan or e^- 
ter niet , en ik Termeen dat deselre daartoe yw te weia|g 
belang kunnen beschouwd worden. 

In de nabijheid ran Bat^ermawng bezit dus de Sultan 
nog TolkriSke fronnoien welke weinig bekend sgn, terw^I 
4mder het Nederkndsdi gesag wel groote en uitgeatrekie 
Maar woeste en ideeht bevi^te landstreken staan. 

De Tortten kinden liggen U Banjermawng als het 
ware door de Goirremenients landen ingedotea, vli^ê- 
■ottderd aan de oost-zijde , waar dezelve echter ann de 
woeste en onberolkte borenlanden van de aan de oest^kost 
gelegene rijkjes grenzen.. 

Het fort te Jir«r«*a*aji dwingt de vaayt naar deronlett- 
landen Nff^ara, Amenta^y enz. , terw^l men te Tmtm$ 
den Torstop Mmrtapóeraf Dó^koe, KMé eü Kmnan, enz. 
neester is, kunnende Tan Ttf^ento de geneensehap oter 
land naar Mmrtapêêra bewaakt worden. 

M. H. 



WILHELMINA, 

het ichoone meisje van Potsdam. 

I. ^ 

Qinstreeks de laatste jaren der regering van FainnmiK 
WxLniili , vader en voorganger van Fnsnzni]| II , leeCie 
er in de voorstad xd^a Poüdam een bejaarde vioolspe- 
ler met zijne dochter , een waar kunstenaar » vol geest* 



drift, behmgaloM lm lier. De fftljuMré iMuifteeAidakuiiti 
U xeer bemind om uui ée fbrtuüi %ê kannen denken , en 
ih» niet gelukkig genoeg geweest dat deie hem wm« 
komen opsoekoA. De opèrengit ran «enige weinige yiodi* 
leMen wae roldoende om kem en i^ne doehter of eeB# 
nederige w^ze aan den koit te keipen. Wat Wkhxl* 
xnr jl betreft » dese wae teer en iwak , en bad yaa bare 
▼roegete Jeugd af aan, nimmer opgekooden met liekte te 
kampen. Hare ran natniu* soo ioboono oogen , waren doer 
Igden rerdoofd ; bare wangen ingevallen , bare lippen rer- 
bleekl 9 bare leest ingebogen.. AUe soort ran yennoeijenb 
treeiende, sette mi slecbts xeMen den roet buiten bare 
woning ; en sleebts kaAr rader», beuéyens eeao oude baie- 
houdster , die baar » bif bet gemm harer in het kraambed 
beswekene moeder , bad opgereed , maakten' met nog twee 
buren baar gewone gesehcbap alt. 

Dese twee buren waren eene burgerrreuw , die sieb «it 
den handel had teruggetrokken 9. en baar zoen Fbaits , 
een braaf en edel jongman , met een open g<daat » boeg 
ToorbooM 9 blaanwe oogen rel kraobi en saebtbeld ,. met 
levendig g^deardo doeh kalmo trekken , en vaa een ster* 
ken > missobien wel wat te zwaren llgcfaaamsbouw , welke- 
eebter niet ran eenige Duiisebe beridligbeid , gewoon^jk in 
kracht en leren bestaande, ontbloot was. Fanxi had slechte 
sedert weinige jarea , warme genegenheid voor Wikmk£-> 
MIJ jk opgevat ; een zeker treurig mededoogen , welke hem 
de toestand van dit meisje en do eenzaamheid waarin 
zij leefde», inboezemde» hadden hem die verkleefdheid 
alk biet ware tot eenen heiligen pligt en vereering ge- 
maakt. Toen hij WifinsKMijri. leerde kennen» dnrftl# 
van allen die haar soms mogten zien » haar vader en hare 
veeAiter uitgezonderd » niemand gelooven » dat haar le- 

14». 



[ 202 ] 

ven langen tijd zoude gerekt worden; en ofschoon dit ook 
hei gevoelen van Fbjlvtz was , had echter de edelmoedige 
jongeling al z^ne vermogens en al z^ne genegenheid aan 
dtt lijdende wezen gewyd , en haar z^ne gansche ziel als 
het. ware deelachtig gemaakt, zonder te berekenen dat 
hg voor zgne ontelbare opofferingen , waarschijnlijk niets 
dan eene treurige nagedachtenis tot belooning zoude over- 
houden ; hij beminde haar omdat hem dit eene behoefte was, 
doch niet om met haJar de genoegens des levens te sma- 
ken ; daar , al had zij zijne genegenheid willen beantwoor- 
den , zulks haar echter zonder twijfel niet lang mogeiyk 
zoude zijn geweest. Men moest zien met welke zorg , met 
welke oplettendheid en zachtheid hij Wilhjblmivjl voor 
haar Ijjden afleiding zocht te verschaffen ; hoe hij alle ver- 
makelijkheden y ja zelfs :;:ijn werk vergat , voor het treurige 
en eentoonige gezelschap zijner jeugdige zieke , om hare 
klagten aantehooren, om hare buijen van droefheid en loim 
te verdragen 4 want WiLHsiMivi. , hoewel zachtzinnig van 
aard » werd dikwerf door overmaat van rampen onrede^ 
en gaf. alsdan haar lijden in gramschap tegen anderen lucht. 
Maar hetgeen Fsaïtz in haar beminde» waren niet hare 
sehoone oogen, niet hare liefelgke stem, noch zelfs haar 
zachtzinnig karakter , want dit aUes kon veranderen ; doch 
' het was haar . zelve. , haar innerlijk wezen , hare ziel die 
hij 9 en misschien tot zijn ongeluk , beminde. 
. God had Fbahtz zware beproevingen voorbehouden; 
doch zou echter nog niet zoo spoedig dit teedere voorwerp 
van zooveel liefde vernietigen. Door eene van die geluk- 
kige wendingen waarvan de natuur slechts aan de jeugd 
het geheim openbaart, hield plotseling hakr verval van 
krachten op; de ziekte werd in hai-en voortgang gestuit, 
en weldra herstelde hare gezondheid zich geheel* Voor 



Fbaitz was zij steeds eN^oon geweest, thans wm «ij zulks 
in de oogen Tan iedereen. 

Toen eerst blonk het leren haar met al i^na genoegens 
tegen; thans eerst lag het veld Tan rermakelijkheden ran 
alle zijden Toor haar open. Landleren, scho«wtooneel , 
feesten , danspartijen , opsehik en reroTerlngen , alles was 
nieuw, alles aanlokkelijk voor haar. Faaitz werd niet 
vergeten; Wilhxlmivx droeg het hart hoog» maar was te 
regtschapen en edel om daarin niet eene plaats voer den 
deelgenoot in haar Igden open te laten. Doeh hare eigian- 
liefde rond zich, In weerwil ran haar zelve, gestreeld 
door hare zegepralen in eene voor haar tot neg toe on- 
bekende wereld ; en die eigenliefde , zoo die het hart niet 
geheel inneemt, beheerseht hetzelve nogthans dikw^la* Al 
8pi»edig hoorde men op de partijen , in dat gedeelte der 
stad , Tan niets anders dan van de schoone dochter yan 
den mnzgkant Kbahszz spreken en Wilhblvisx , die 
vroeger, wanneer het lijden haar eenige oogenblikken tot 
nadenken gunde, met niemand dan met Fbaitz het kuwe- 
lijk mogelyk achtte , veranderde wel niet van voornemen , 
doch kon zich echter niet bedwingen om er de voltrekking 
van te verschniven, en alzoo nu ab eene gunst van har«n 
kant jegens Fbaztz te beschouwen, hetgeen haar vroeger 
slechts als eene regtvaardigheid was voorgekomen. 
' Niets kan de vreugde schetsen, welke deze aanvankelijk 
over dien gnnstigen ommekeer gevoelde; niet slechts Wii- 
MBiMiiA , maar zijne geheele toekomst was het , die zich 
hersteld gevoelde. Dan spoedig kwam eene onbekende fol- 
tering , de jaloezij , zijne liefde verbitteren ; de jaloezg , 
de bitterste, laagste, vernederendste van alle hartstog- 
ten , daar het geluk van een ander haar vrees inboezemt , 
en de moeijelijkst uitteroe^ene ^ daar zij zich zelve alle 




kvttlUiigtft b«r«kkeiii. VfvLumJUMA wM M> kj hMur be- 
ninde ; zg had zgne yerkkringéa fl^liooed ^n bïmi •Mige'>> 
Bomta, tm mpffOamt mkiHn xi naar «nderan» dia kaar 
ml]%fc helselfda baiaigd^ii » hat oar ta laanea : Fjaj^xs 
waa Jtteravar aeer ga4raffaa« Wi iiad aaga^ik, soo ala Un 
amtla aen o|K*agt gayoadda hartptagt oBgal«k kaa ht^ 
imi. Wamt ioali, «loet «leii aaaea rliadar mrakaa, wanneer 
liq.blf kai apenWtkan Bjjnar onl» wild baaan fladdaii? 

FmAifz edUer was niet^ iemand» 4^ lang ia eenea 
m— pfjalykea iaastaad fcanda b^%eo. rerkMten, aa haalooi 
daanun licb tai haraa vader t^ waadea. KauisEjr, dia dit 
Tarzaak waelilaada was» Tarkeogda ar aiiek ianedjik aver^ 
want Fa^vTz , haawel aiat rgk zgnde» heu^ aveawal liai 
iioadige » an boa weinig de onda kanatanaar zjab ook 4Mb 
gdd bekommerde > zoo biald aebtar de ^dêAt^ aan Sfna 
daeblar bem te gestadig bezig p om aiat iaia Tear baar ia 
tracbitn aamaaieq^areii ; trouwens » bg .garoielde n<»g steeds 
da een joia^ menacb » en da liefda raa FmAvxa boaawada 
bem , aren als eena barianeriiig aan yrx>egara dagen » bs- 
laag ia* 

FaiLVfz waagde zijn Tarzaak ap eeiMn dag, toen Wut- 
xunaa oaar bet bal moest gaim. Zij w» taan afireaig. 
Hhi besluit ran Kbamssv was niet twtfolacMag» alias huig 
dus van miia^ doqlitei^ af; bj aaide aan Fn^vxa dat 99 
bam nog dienselfden avond ktt^r antwoord zoude garaa » 
^m dat bg ar niet aan twg&lda , ^ b^taalre zonda gnasUg 
voor ham ajn^ , 

Fm^avz bc^af zicb naar dat feest in i^ne onbeaahrifa-' 
l|ka gamaedsbaweging f bg voadda naftuurlgk boop^ doeb 
M V!m*waahting naar aaaa uitmaak» walke van noovM^ 
gewild voor iemands gahaala laven is« is aUfd éep0 
onrast. Op bet 4»ogenbIik i^ti bg de dear binnentrad.» 



bi»mI Wïi.ott.wwa WÊêi vin ? t wn ik MmmI tfft» m 
soadar iwfCil kaar iMiluit rM^a f mo««i ktbMn. Y^w 
4t eerttt mmI tm lya laye» , Ud kg bfpM fiw*iMkb 'éat 
11 aMi op dU f«M* , keiwtlk ■« «lUta v*or kam va 
gaaaamda , tafanwaardig gawaeal wart; kg kad dan 
Qiai om kinaaM ia g^an ; h% fuifl wadar iMf , kaarda ia^* 

nq^ •& anverklaarkaar Tara^yiiari. t , • • • • kf ki 

saar laai op dia plaata aaa > waar af a loi «iak 

noaai f iarvgl* k|} Traaf ar , salfii k$ da Tanralandata k^- 

aankaBM(faB , Wuji£umA aiaada raaniiiaaaUb. 

Tai ararmaai Tan kwaUiof > kad Kaaauair» wufaaa aaaa 
lagia ongaaialdkeid » syaa dookiar aaa aaaa hijiarda Maa A - 
rarwaaia ioaTortroawd an waa aatf aiai 
FaAJH» kad Taal NMiia aai kaar ». walka kf aoaki» 
dia TMrkliadaada sMaifia Taa ioaiaak aa opaakik ia aatp» 
dakkaa ; iaalaataia aakiar ward kg kaar gawaar , 0BMria§d 
Taa joDga liadaa , die kaar BMi knana aiiooodEgiaf aa arar* 
laaddaa. Baj^ waaUia aog iai dai k«a é» faagaag ia* kaar 
Ti^gatoad I aiadalgk aadarda kg kaar ; daa joiai ^ kol 
oogeaklik ioaa kg igaea mand wilda apaaan» Uai da vata 
aick kaaraa » aa • • • Wn^au.aiwA aaalda ala aaa pil iatda 
anaaa Tan aeaaa boTaUigaa daaaar Toari l 

JQie wala kwam FajjrTi aki aaawigdaraad r^^ ; aiadaljik 
kiall kei orckaai ap , aa nam kai jaaga mak^ awdar kaca 
xüpkais ia% 

»Ik daabV^ g« n^ n^tf koaMn laadal/' aeidaa|. iai 
kan» » ik ken Toor dea gakealaa arond mga waard ki^^/^ 
Da oagakikkiga jongaUpg blaeC op daaa oakailipaUaada' 
ioaapra^ TOiaiamd aiaan 9 «n Toar 4ai kg nog woordaa 
geToadaa kad om kai ganprak » daar waar hi§ wilda » kaaaa 
ie leidaa , werden ig door andere danaara onsgOTaw» aa 
kadi da auugk wadarom aaaan aaara^g ganaai^ii^ 



Nimmer wm WiihbitKIka schooier geweest dan heden 
arond , en mmner ook deed z^ meer haar besi om' te be- 
hagen; lij ktehlte, sij sprak mei hare aanbidders , en 
seheen een elk om hei seerai ie willen berallen. Hei hóoii 
begon FrjLitz te ^oe^en , onaangename gissingen vorm- 
den %uAk dwrin toi rermoedens, en werden ras in ze- 
kerheden veranderd. ^» Zij keni mtfne Hefde/^ zeide hij 
b$ zich zelven; »zi{ heeft pas mgn verzoek vernomen, 
wanneer zij zioh daaraan iets liet gelegen liggen , zon z$ 
gelegenheid hebben gevonden mij daarover te spreken ; zq 
zonde hei bal om mg vergeten , of mij ten minste eeoig^r- 

maie gerustgesteld hebben maar neen , neen , z^ denkt 

nsei eens daaraan ; zij deilkt alleen om hare genoegens , 
om hare veroveringen ; zij offert rn^ne liefde aan hare 
Itümen , eene beproefde trouw aan zegepralen van een 
d€!genblik op : O ! de vrouwen , de vrouwen , allen %ijn 
ze dezelfde!" 

Ëenuur na zijne komst , had Feavtz , door een' aaovlilv»! 
zwarte jaloezij aangegrepen , hei bal verlaten ;- hij kwam. 
even somber als de hete omgevende nacht aan zijne wonktg 
aait'y en dat sehitterende en vrolijke feest veranderde in 
zijnen geest in eene spookvertooning , waarop alle versdnj^ 
ningen eener kranke verbeelding zijne rust kwamen ver- 
storen. De ongelukkige bragt den nacht zonder een oogen^ 
blik slapens , zonder een' traan te kunnen storten , door ; 
want de onzekerheid stort geene tranen en is jmsi dair- 
om zoo wreed en pijnlek. Des morgens sluimerde hg , met 
zijn hooid voorover op zijne tafel , een weinig in, en 
Mieef eenige uren in eenen pijnleken staat van verdoofd- 
heid gedompeld ; eindelijk y hoorde hij iemand zgne kamer 
naderen. 

)»Zijt gg daar Fai.irTz?" riep de stem zijner moeder , 



12071 

die de deur , tre&e hij rergeten had te ihüten » opendeed. 

Fbawtc uit zijnen eerften tlaap op een' dag rol lijdeii 
Toor hem , gewekt , kon eene beweging ran ongeduld niet 
bedwingen, 

»Laat mij,*' zeide h^ , »laat mij tlapen ; ik wil nie- 
mand zien." 

»Ha! is het zoo ; welnn Wilhelhi ja /' zeide zgne moe- 
der , zich omkeerendOy »dan zullen wij maar henengaan , 
wanneer het bij manheer Fbavtz nog geen uur ran op- 
wachting il." 

Bij deze woorden sprong Fravtz ran zijnen stoel op , 
liep naar de deur, en werd achter zijne moeder Wilhei- 
MivA gewaar » die hem met een' dier schalksche , onuit- 
sprekelijk bekoorlgke blikken aanstaarde , welke m den 
beginne n^est met moedwil gepaard gaat , doch gewoon- 
lijk door eene bekentenis besloten wordt : een dier blik- 
ken f welke men slechts op het gelaat eener aangebedene 
vrouw lezen kan, die de onrersoenl^kste herinneringen 
en de langst ^eroedde gramschap op eens vergeten doet ; 
een dier blikken , die eenen stervende zoude kunnen doen 
herleven , als hij dien zien konde ; eeü dier blikken , waar- 
tegen niets valt intebrengen , en alle rede ophoudt. FRAVtz 
begreep in één oogenblik en uit hare tegenwoordigheid , en 
vooral uit haar schalksch glimlagchen , dat hij een dwaas , 
dat hij krankzinnig geweest was ; dat hij de hoop had 
opgegeven , juist toen deze in geluk verkeeren moest. De 
gansche nacht van uitgestaan lijden was vergeten ; thans 
kon hg niets dan beminnen en gelukkig zijn. 

ȣiy ei, waarlijk, men moet u wel komen opzoeken," 
zeide Wilhblkiv a , » daar gij zoo plotseling het bal ver- 
laat." 

»l>e reden daarvan was, . ." antwoordde hij stotterende 



ak een bescholdigde iie roor s^aen refter itesl» »dkiit 
Ikwmd ... dat kwam . • % omcUt ik jaj ongatleldfeToeUie • . .^' 

yNean » ^undai gg Ma oncUugeiid Jalotrich meoieh x$t , 
die in mg geen Tertronwen fielt , die n^n hart toot on* 
dankkaar houdt , en die niet waard sp dat men u litf 
heeft. Doch ik weet niet hoe het komt , teeh kan ik b 
niet» Boa als gghet eigenlgk Tordiendet» behandelem.' Ik 
had tt gitteren een greot, eeit sear gnnatig antwoord te 
geren, doch gy hebt daarop niet rerkieaen te waebten; 
ik ion ruim den tgd en zelfii het regt gehad hebben , om 
abnu dit antwoord te yeranderen , dan , m$ne gewndbeid 
ia toch deielfde gebleren . • • uit achting Toor uwe kioe* 
der.'' 

»WiJjuimivx P* riep Faivis nit, »b het wmarU.« 
Ik ? . . • O neen ! Ik zoude te gelukkig xgn I 6$ » door dk 
bewonderd , die overal de koningin Tan 't £aeit «gt , gf 
tot mf afdalen?" 

»Ja , ik ^elre; on zoo ik al giiteron een weimffligtziaf 
nig moge goweest zijn, dan kwam dit» oaida4; ik wist dai 
hot Toor mijne be h ao gzuc ht de laotete avond was f ik heb 
BcKitterende en talrgke Aegepralon xoeken te hdieka, 
omdat het voortaan m$n pligt ia die optegeven. Wat zid 
ik H zeggen ? . . • Dit waa eene meisjeakuur ! — een zotte 
inval i . . • Ik had mjü zelve gezogd ^ van morgea af aan , 
alocbti gedacht op zaken van gewigt, .on het geluk ia daar- 
van wel de voomaamate zaak. Doch nu zult gij niet «ueer 
jaloertch behoeven te zgn , ten zq gij zulka van uwe ei- 
gene achaduw mogt wezen. Zie daar > hebt gg mgne hand , 
neem die aan ten teeken van veraioening en bewaar dto ten 
teeken onzer verbindtenia." 

FaivTz stond op nieuw ali vernietigd daar, do«or die . 
overmaat van onverwadit geluk. — En wondorbaadök ^ ^ 



imM Vêg in traito ; allt Ao^rgnUmn lydtfn raiii iiaftgui- 
Mhaa naefat rardween in tran«n » soodra x|jn bari neh niet 
DMCir bAkkmd gaT^alie ; wia T^ckiat ontvlood langt don 
■rog , dion do vrongd sioh bfj kern gobaand had. Doch on* 
iw het woonaa lai^hfto hf » knato hji WunuKurA'a han* 
Ion, en danlUo h^ haar on het oppenresen boort om bonrté 

»Anno Fnuixz!" loido do yertoederdo moedor» »ik 
boTOol hom u aan, Wujuubxuri. , maak hem golnkkig » hg 
r«rdient Jhet/^ 

Van dat oogenbUk af «onderdo WiuoxviyA aich niet 
noor van Fauicz af ; ayn arm vas het , dion sg atooda 
ie Toorkour gaf, en vmehtelooi sloolde4 do aehoonato 
Ml r^kaie iongelioden aieh in Toorkomondheden bg haar 
uit , om éene menigte dier kleine gnnaton Tan haar te er- 
langen 9 die AU alleen roer haren rerloofdo bewaard blaren. 

Het tgdatip yan jdo ToUrokking ran het huwolgk waa 
reeds op eenigo maanden rorder bepaald geworden , toon 
KnAiMnv gelegenheid rond 4am nioh op een eoneert, in 
tagonwoordighotd van den erfprina» naderhand zoo be«- 
bamd geworden , onder den naam Tan FannnniK II » op 
sgno Tiool te doen hoeren. Vol |;eeatdrift sgnde yoor 
kunaten, in het bjjjsonder roer de mqxjjk» wilde Zjjno 
Hoogheid van KnAHsav op dat inatnunent lea nemen, en 
aoodoende Mitmoetto m V^ den vader» agne dochter, wier 
BcAkoonbeid en atem hjj bewonderde. IVlmt Wummzvima. , 
aan wie om hare boratawakte vroeger het zingen waa ror*- 
boden geworden, had aedert haar hmratel, door de leaaen 
h^ haren rader een talent rerworren , dat de wellnat van 
FnJLMtM uitmaakte* Do mnayk bleef, in weerwil van de 
jengd en a<du>onheid van WuuLKiai., ateeda het hoofddoel 
ran FaEpaaiya komat b$ KmAvau ; of omdat de weder- 
keerjge genegeaheid , die hg Uiaachen haar en FaAiv^ bo? 



121»] 

merkte» hem deed geyoelen dat de hartitogteo eene zedelgfce 
kracht , boren die der Torsten bezitten , of wel omdat hf 
zelf reeds eene Engelsehe Prinses» de dochter van Gxovcxs II» 
beminde. Dan 'de publieke opinie wilde echter niet zoo 
eenroudig over die rerhoading tusschen FaEBiaiM en Wii- 
HBLMisi. geoordeeld hebben. Vorsten zijn steeds ran eea 
glansrol licht omschenen , hetgeen elk die hetzelve na- 
dert 9 mede in dien yerblindenden kring trekt , en een 
jong meisje hetwelk hare maagdelijke schroomte en s^e 
verborgenbeid verliest , heeft half reeds haren goeden naan 
verloren. Weldra trokken de vrouwen uit nijd, omdat z^ 
hen had overschaduwd» en de jongelieden uit jaloez^ » de- 
wijl ZQ hunne hoffelgkheden voor die van Fejlvtz ver- 
smaad had » party om haar als de minnares van FasBEzix 
aantewijzen. Fbaïtz zelf was hieromtrent een oogenbift 
in onrust. En inderdaad wat WiLHZLHivi. aanbelangt » zoo 
kon zij het genoegen niet verbergen » dat Fkboxuk zoo 
gemeenzaam met haar omging, en hij lessen van haren vader 
kwam vragen. Doch dit was een kleine trek van ijdeBieid, 
welke in haar hart echter geen' weerklank vond; enFaurrz 
was spoedig ook door haren steeds beminnelijken omgang 
met hem en hare eigene kalme houding» gerost gesteld 
geworden. 

Nogthans kwamen hem de boosaardige geruchten, die in 
de stad rondliepfti , als door eene echo ter ooren ; lang 
hield hij zich in » uit vrees dat men hem van eene kwa!^ 
geplaatste jaloezij zoude verdenken » of dat hij sehgnen 
mogt een' zoo voornamen leerling aan den ouden Kai.msBV 
te willen onttrekken. Doch eindelijk nam de vrees 'dat het 
kwaad onheelbaar mogt worden » de overhand ; het eerst 
sprak hij er met Wilhelh^vi. over » die echter zgne ope- 
ningen ie dier zake vrg slecht opnam. Wilhemiha ge- 



12IIJ 

roeide zich zoo gelukkig door de omstandigheid » die haren 
raider ntt de menigte van gewone kuntienaarg had doen ie 
rooraehyn komen ! Voorts > konde zj niet begrypen hoe de 
aaier. haar zoo zuirer en onberispelyk gedrag konde be- 
rlekken. Er zyn zoovele Trouwen, even onroorzigtig als 
((ï 9 die hunne eigene daden slechts naar hunne eigene geWe- 
enskalmte weten te beoordeelen ! 

Kb4lHszh echter begreep veel ligier dan zijne dochter , 
lat bij aan een geldel^k belang een veel gewigiiger belang 
liet moest opofferen , en dat hetgeen Wixmelhiia aan den 
$enen kant daardoor in bruidschat mogt winnen 9 zij zulks 
>p haren goeden naam 9 den kostbaarsten bruidschat ran 
kllen 9 weder verloor. Hg wilde ten minste eenigen tjd 
syn onderrigt met FaBDxaiK staken, en. stelde dus aan 
^iiHxiHiii. een' brief yoor den erfprins ter hand , waarin 
lij hem meldde dat hg voor eene maand op reis moest. En 
>ni zulks des te waarschijnliiker te doen voorkomen » zoude 
lij zich voor eenige dagen uit Poisdam Yerwyderen ; dan, 
B^ne dochter weigerde zulks optevolgen , en de grijsaard , 
wien zij het dierbaarst op aarde was , gaf haar vrgheid om 
sr al of niet van gebruik te maken. 

Nu zullen wg den lezer tot aan de deur van het kabi- 
net van Koning Fbbdeeik Wilhelm voeren ; alwaar hg , 
niits hij het oor gelieve te leenen , eene hevige woorden- 
wisseling tusschen den heerschzuchtigen Vorst en zijnen 
zoon hoor en zal. 

Wanneer een mensch uit zijnen aard niet geheel verdor- 
ven is 9 is de bron zgner gebreken, in die van zijne op- 
voeders te vinden. De verkeerdheden van diegenen , aan 
welke hij onderworpen is , werken op hem z elven terug en 
blijven , hoewel onder eene andere gedaante aan hem kle- 
ven. Dé zwakheid der ouders wekt bij het kind eene zucht 



1212) 

tfot eigeBiinnigheid en dwingeland^ op ; hunne harêe be- 
jegemngen maken hetselve Terhard en ongeroelig. ^WéfSgi 
heett de beroemde Fredbrix onder de ijzeren roede yao 
ignen rader die ongero^iglieid van liart verkregen , wellr 
toen hij Koning was , dikwijls tot wreedheid örerslroeg. 

Frbdbkue Wilhbxk konde geene tegenspraak duMeo 
zonder in toorn te ontsteken , en eenmaal toornig gewor- 
éen z^nde , was hij zich zelven geen meeseer meer ; de 
stokslagen en kkppen waren zijne gewone bewgsrédeneii r 
en meer dan eens had hij de liand tegen zijnen xoon op- 
geheven. 

De twist was hevig, want de oorzaak daarvan ,. was gewigii^. 

F&BBBRii: WiLHCïV had het voor z^ne poBüeke bere- 
keningen nuttig geoordeeld , dat zi§n zoon de dochter van 
den Keizer , Esisabeth CoBisTïBi. » ten huwelijk vroeg. — 
Fbbbebik , 4ie zoo als wij gezegd hebben , eene Engebebe 
Prinses beminde , weigerde zulks echter hardnekkig , zen- 
der rede voor deze weigering te geven. — 

»Een geheime minnehandel met eenig bnrgermeiifje ii 
i^er oorzaak uwer ongehoorzaamheid /^ zeide de Koning ; 
»neem u in acht , Fbbbbkix , het BOude u en uwe deern 
duur te staan komen .'^ — 

»A1b dit het geval is," antwoordde Fbbdebix, »niag 
ik lijden dat z^ op klaar Kgten dag ^ ep de straftn van 
Potêdam door den beul gegeesseld worde,'* 

»Ten laatste male nu," vroeg de Koning, »zttlt gij ^- 
hoorzamen ?*' 

»Neeii !" antwoordde Fbbbsbik. 
^ B Welnu! dan naar buiten," hernam de Koning., be- 
vende van gramschap , en hij smeet hem bard z$n kabhiét 
uit. 

Fbbbebk viel in een naastbijgelegen vertrek neder fn 



[2131 

kmmm aet b|jii Iio«M teytn 4eo MlMrpM luuii vaa êm 
BMnbakkak «eluMl.-- 

»Dit UMd , httwélk Mor stort ,*' brmMlo k« bü ndml- 
T«A > terwyi I19 x^ae lutiii aas s^a Ugt fawoad Toorhaafd 
bragty »aal aiet Toor a^ja^ rader ia dleas raldslagaa 
▼loefea*" 

U9 itoad ^ tn giag bedaard liagende weg , hoewel 
agn bart raa woede blaakte. Zoo byinditoogenblik, welk 
▼annis ook, bad moeten teekenea 9 aoa b^ botielye itellig 
reigtraardig geronden hebben. -~ 

De Konlag echter braadde op het denkbeeld raa eoaoa 
aoo opealliken tegenataad* Doiaead giiaiBgaa giagoa heai 
door H hoofd , ea allen liepoa af op doae uit : de deag- 
Mkiei heeft eeae miaaaret ; 4odi wie ii deaelve ?• • . 

Eenige dagen daarna beiloot hij tot aitTorsohing der 
waarheid de bedienden ran F&bdxbix omtekoopen» het^ 
geen echter juiit hft aekerate middel wat om hem op eoaoa 
dwaalweg te helpen. Doctk een menechy door soodaoigeen' 
koTigon hartetogt gedreyea, yerkngt niet grondig ingt-' 
lieht , auuur alleen in het rerkoerde denkbeeld > hetwelk Uj 
aich gerormd heeft , berettigd te worden. Een raa Fma« 
aaaxK'f bodiea^a werd roor den Koning' gebragt : hg had 
niet reel te openbaren > maar de Koning bragt hem in oen' 
swaren tweestrijd, om tnmchea eeae belooaing ran fkd- 
zead galden , of de straf eener ontelbare HMaigto rottiBg- 
slagen ecne kense te moeten doen. De arme duirel be^^ 
greep, dat zwggen roor een' rertoorad' regter, altgd in 
s|ae oogea de waarheid rerbergen is ; en dus om iets te 
neggen , rerhaalde hij dat vjn meester alle dagen mazgk* 
les ging nemen by een' ri<|olspeler , dio eene seer sehoone 
doehter had » in wier oaderhoad hij reel bdmgen scheen 
te scheppen. Dit was den Koiung reeds genoeg."— Een 



12141 

ranpaalig t4>ey*l wHde ,^ dat ^ men hénr bijna op liei^ififté 
oogenblik een naamloos sehotschrlfl tégen bem en x^imi 
so^Hi Ier band tieldé , vaarin de g<^jrfiner op deb'FrÜMen 
borgeiivke en nus^kale . betrdddngen düdeliyk genoeg 
linvpeèlde. ■ ' = ' ' i • , ? . .. 

»Is bei geen droom?'' riep de Koning vol gfamic^p 
Uit. » Ig er dan geen ' meeaier en zi|ne onder daa'en meer ? 
Te Tergeefft breng ik glapeloos« naebten door en rarkort 
ik m^n leren door de z«rgen mijner regernig ! Ai de be- 
rekeningen mijner staatkunde xfn dan Trndkteloos » al de 
raderen van bet vaste staatsgevaarte x^n dan in hunnen 
l^op gestuit door dé gril van, ik' weet niet welk, onbekend 
bargernuQe. Waebt ! dat zal baar duur te staan komen ! . . . 
Ik zal haar doen gehoorzamen . • . M^n zoon zal na nif- 
nen dood , of ik wel na' den z^nen^ Koning zijn . . . Zoo hij 
naar zijne boeleerster terugkeert , beeft bij zelf bet vomitt 
barer medepligtigheid ^tgesproken ; ^ over bem , zal ik 
zelf vonnis spreken.^' 

En daarop werd eene menigte bedienden en spionnen op 
's Prinsen voetspoor om bet buis en in de voorstad van 
p0t$dam verspreid. 

"WizuEZMisx had er daii eindelgk in toegestemd dat ie 
Vorst niet meer bg haren vader zoude komen. 2g waren 
overeengekomen dat Fbiittz den brief af balen , en dien, 
vóór bet gewone tijdstip zijner muzijkles , aan bet Paleis 
bezorgen zoude. Wii^helmiiti. had zonder vele opofferiog 
hare toestemming tot dit eindbOsiuit gegeven. Ongehik- 
kigerwijze echter gebeurde het des avonds , dat z^ ba- 
ren vader aan het geven van een haar onlangs beloofd 
kostbaar toiletsieraad herinnerde, en deze bierép ant- 
woordde, dat deze koop van nog te geven lessen aan den 
Kroonprins zoude hebben afgehangen en dus nu dit vóór- 



[ill] 



iaeftéa4. Zij .luUl! jA» werdd gtiifii^ ^fc«ti MlBl'dUM' l^i 
9el^4dï« U léMTM kënoMu Htr» ^irUIndt' Mf^aè lMi4a«rf 
4eMlri».b«|; hiel op Jma ffemak ksiiMM IimAihMMIi. Zéii^ 
4er :i«ffd iNmitNle xg Fnivis tei nMitlrafe al^ dMir 
niet geheel aUeén •f ||ur4«; IroiMreiui, s|> flMe«ftr1igtll|li 
pofeliörwulerén'ètaiJViéeè^lléfd*» mo mél «res tA» fcée- 
dao%lMi4ef^ 4t<j4wnëtt «mlraffiRi», ttiei ir^ÜMda dai «eHtV 
wanneer itiaÉ: alléi beiu* om \muaÊoimMmrM§ ie É^ , 
men . acklei: •lechle'i ««lAehi 4ipreg* ;»iwifi*r «tohII/ Z9 Mti 
niet dat dikw ijk jout de, ^Jrijkii ploojtéadè mond dè 
«akerpftio: te^en lerbergl,; en hoevéél ledige ^er in die 
feeeten » die wereld » die . segeiÉmkn . gèbigeB £§.» wnnr 
gtoeU«MnL wftt tiie«w: is , do wnffeè jdoMO. booten ksni Zij 
bankte lekerlgk naar geene legepralen meer» doèb'wltdi^ 
aleeliiU: iiN>fieii^.:dat hetideclile aan baar Meed om er nog 
te behalen; jen; hbrns eiganliefdo^ o^ veovele' wfsea dooe 
de> fto rf1 gg >iifc ymt ^aPriéiett Aegeiy eohtdigMd en omgaf 
gealreeld » .werd beipig door 'dfBBe ^tènmnMBmfi offoMd/ 
Zij vond het eene tirannie Tan FmÉamM 9 db^ bi|| <ip %idb 
eooi Ibevife- jmrer' ^ene^tnbo^i bad aaogédrodgon ;' eïi «ij 
bimbuMiedb aiéh mire Tai»:: jnvakbM » dal al| dien' otedi 
gehoor gegevoil bad. HaNi géribgeobdervié'diag der we«^ 
reld:belettè baiar èü dè «of^daakelijkheld deaènopoffariag; 
dfor ïdelbeM in bare! obgeaseer ▼er9ref»t yin te xteÉ.* Zi^ 
verbeeldde zleh dat Fbjlitz haar niet'mber inoesi öf^'^ 
gen; dan. tJmar eigea;<'g0roU iiiilkii doed.- Zijt'tbragtr éêbien 
slechten nacht door ^n stond don' Tol^eadeb nioiigM'tntI 
Ml : o»aaagéi|a«ib koortsacMig gevoèi^HI» , helMUp^- 
paard^ sMt de .kUnae |[;w^Uingen'iraa den vóorgaandeti^a^ / 
Ie. j. 2e. s. J$, 



[U8] 

^üé fc| ngi» ^(mM ropoffi^Hng » «idke aitilks niéi JBovde 
B90 »o ,man^«r g^ ü hkblili de in&fi^ |;eii6geoliè^ Tboi* «19 
99r«tU«ftti .j^:IkribMb d0 T*«RuilsJgieir i^«ii:iBgnMf Va- 
dar, 9éot.êeüt. ottlwgrf^ei#ta naaitwd efatoaaw id » jum eèse 
èiige^»Édert|iitoetfü bebbm o))9Mftré , 0111 eri dm 4o«r 
xooveel ondank voóh belwnd Hè w«r4foai',n«ètt , dirt i» dér 
psMtteiliiei waèV^;> *^i^ iPriftt saLUer. tern^ ikoaltii , 
imlBliik wil dal hij'ieüHgkouibl^' ..,;,. 

yGtlied0iAiiiieti»lgeai«gd#ar«(5t, WiMttkiÉAr»: : 
'»Neèii dit bi^aidilr ik tue^» ioén dk wo ligltaardig^ rer^ 
gat, hetgeen ik aan mijnen vader versebttldigdwas^ ftdor 
k«l«p0en. ik ;u j^nieft >«rf vJemUyHgd.: -4 Na eeM üedmik' ik 

< > Rtor I beatf :daÉ técb ^ wal .hiefi> MaMin ' aal gaaa/f<« 
loavwi^ .^èdbeeidt ««i ,!^lk^ éeo fj^wigtgt aan die l>oofe 
gernthten; wufM-van*^ bet To<irwerp.»ït; bècbleii's«ltP- 
. '»lioe'dit '0^: 2Jj^, jik^terlaag daf^ een; tnaiiy wien dinïei 
M^ne TÓorkèRr t^veendibttt, mijn' goeden 'n»un en eer idet 
sterker zoeke te verdedigen » dan ik dit seive doe. Ik wü 
voor bem onschuldig zijn, even als ik snlksTeM^ mg idve 
ben , »el& al^ mbgi ik la de.êogen van' andei^ scbddig 
wbzefii , helgeel» nieta trèwwens hier bewijsfe."1k rtrhag 
dal.eeA enkel wovrd vbU' ndj , meer 'ingaaig in sgn hart 
f inde, 'dan de gerdchten temer gao^cbe stad, coo ^e ia 
eitdee^ iiic(giétii^ezé»;ik: verlang datbijapméeronrwslees' 
vorst, bij 'mij kanne éten, selii dan, 'wanneer rhlj niei^e( 
pUü Toamiiié iverleid^ii, 'by *it^ megtikoifteii. H^ moét 
weten dat, daar ik hem trouwe geBW0ren^iMb,r'm^'^»deit 
iil)u. leven verbonden* blijVenr;enaiet*dsn>'%»iEaibeii kttSaea 
warden 'LverbHükeb. En zoo h$'. mij niet verii^ét,' te bl 
lÉ j. oüiwaardigi -^De kiooiiprifis zal terug keme»;?^'^ . 



. % Urn M%Avttf ea ik^ 4eff jmmAiJ 4*^. «of g9 «V ^t imi 
wavt tt in de S;?r<« Urwml^m^ .mn^^ifÊll^. n m^ii^.)^t/mr 
^iU»i..b «rtiitflleQr n op.tttiVjMl 8«iVMrjiik«r.ffgr#|id, 

hMM.; f»^ «ii^;iclieiiird# Mwk twM^Vf I>i|itf«ft< kiarde.#8 

den blik op haar mei eene onbesclir9fflji9t#,iiiMi?iVki*8y4ai 
«Als^tti^glMv wwwwdtgérartigA beiiA|ji4*Ait(MMa,«|]deii 
mi «9m «èfiii , .e«i .ftMiaord iiiyiea4pif xiili \ai^ itgM» 
boèsem.laobi ; ifhel hmdk,.)XWQh ap ^ afMi-oo^ea' i#liot«$ 
tFlAmfMaV ^n kttfc méa Ie 1ieege;..Mi «Mi.Aiiitfii 1m^4 ^ 
9lde'stfBdev«'eaii-wbMrd.4e sfNrek^ii de de«r «i^« .7 .. 

Zoodn»%]i9 Biei. meer iegeaweiu^dig 'Mu », kram. def (NNf 
alniaMg» ^tgeirenÉlihhaid. Tan WasttJoaA k^f* am^rlMltd 
ift: har». oaaaaamfctiAjtei .'badai»en ; «ï amoeg Isiili. aelTa 'af a 
of sij geen ongelijk had gehad.')Uhac;*gèvet<iP rtf|^ ha«r 
iMki^k» jf«;, Me; déeh s^vtUe^aMUciht^elire gtei^ (e- 
lMW{.jiiiw<na > ' %: : ♦„.;/•.']'.:'■ I f, f -^ 

foJBtai||ari00gaabpk«A.^uuMlmi4)KliAlttl]r (liimeAt tui 
li ,lÊmmHhtêA^i >dal:^iBvaa«iir4i?A' JH^lg 1^ > Aik^Mg 
Vs^kiÊEM f Jiiair /aits#aaè /oblaÉkM^^athitMlc ini^atdMn )»ill 
iwhclem[i4beg«aoa^eft/.ila<li èi^ haAoavü 'rÜHfifihaird^ftol 
• «okugentm; taaf> ühinteiJiA^ JlvWèf dei hHtsin »4|« 
hebt wreed gehandeld! .i.^'U'.:n7. nï '\a <*•' ' ^ 

V AiA« ihlU ^.^wed.iM^f mHrdl#Am ](Ckifeumt » /^.«aaige 
oMTtdétïte.tofaÉ^eifihéitt^^tMO^ ibayoAetï ïn j f ta M il r lal 
kf Mfidlaiftaïgijpée diiiwt jfcailf Hiareiifa. iWalé Wpi^aV» 
j^ataaMaaC fHttien nd&igéracUah ,:«diè jomlnaMiJiiiannlaé 



VHü pMËMMmlÊÊp^'fiaftUÊLt^ te nrt»it9mf Bftl fi 

Mi lag« tekotoehrm?" s«M« ki , t«r««l 44 

ttlt 4«ii sakkaaUU. . . • »Dattr&i;ii4 

Ittf '^ Üe lairtvrtoal yteiAl* ; . * O t wMiiiMr «k «§■ 

Ibl f^üMi Wil IflteMBUiVA riip 'hMr UOiI.Im: ff 
habi 0hNfg¥MiÊHti$ au <NMiAitfg gdumiaM. 

»KM TiHUi%ft«V'iitfnlNrlafiuMi«éft Prf^ 
Wtt U ybM*,^ Ta«*fdlBda Kaaxata> wik iKNip mttiavlè 
éÈMItl M#^^ 'f^é^tiiM^maa I^ Bi wtta aHai ^ êj ki i M 

Uë, «É«i^Vaéér,^ alkMM» Wntanna TM*i8aÉii(itaP^ 
««I ^ id«a nlf^r ^ tel voiMrkwal riMka a akro i w 
èrt tldsH^ MéanBA iAg> waÉNp PHia Fteaésn laa» 
Mü Hiéaal; Diuv«|^ kédaaW «firaiar dat^dr i¥Ui0ntf kü 
pont wat Tièi ia koiaea> iat kakr Tate''dlaa''MMahhia 
jQ iriUa idtk mm k|M TaMm 1p4rp^;^t*b» 
IfakaMah «»4MttT wfkoakan «aai Wt fc w w ia # > aiiwila 
kia]ia> toeft «YJ»ntm^>|«M tal «HgiM» ^m aaaa ki 
ia*faWD> ^ai^aavaHHLia* 

d knUë i^*i>iMirWam«iiibi^«tJNllMkMMr* 
Ml èê» Print aftcwMktea en hem randhüt d* i 
tdagfMk. Sf kMi«44r#MNi 
iMMitar TiB JhüMMis, mi <• (|»l««iwa Mlü'w'ilA 
ém «mU» 'v«rt«MMli»' Awiia»M( iMésf «MaMirti 
bflii «■ ''mm^ '4« ■a é iw nÉ Wtitam i»mftmikm^ 
MM v«l<r t» iriéÉ, "kMi i» JHüi^ «raUiM 

«ilniMir $ i^j «Mi «l*4i^ *•! 



liNl 

4i^ .bii iMk MniitNP» •'^i^Nr iMMtlü Mmtofi.tiw^MM 

»^Wtlkd ii m|iM flUMlaad?'' rroêf lui. 

»6| sall lUarTM Mkar wt 1 bêwati «(ja ;'' Miwooridto 
a«a «ftder» ^wg wetta soUm iu*i* — Z|a« Mi^Uii om» 
ÜMiWr » gMll « kMMraiTMi; kab de («ddhtld ia dii r^- 

T*^W. ^i^- ^'Pfl #V/ •WflW^»*: «.'.' . !» i (^ '»■• .1 < , 

iiiOTir .mnêmt d* .JktrJyuJiki ilMtttt iMiMm* ttbidelUL ^mki» 

lf)|pei|##» , ■ • Jl ';... ..II , :' «•>»» • -^ .., % f«: jm 

•'»^ "P*. p W^* '• 'l^wP'lP^ !WPPc#^^ oPWIPpffi ■ ^^WPW't^ ^Tlf^nWPfw 

»y«rgifiMia l TergfiffMk 1»' | > »f« W D y4< W^mUfyf^^jWJtr 
üiÉBÉlfcóil) . . •:.;."i ••.'» .r/t ••!!•. iï . / • '♦ i-i«| 



tol sicliselre kwÊm^ hê^pMt^^rMkrid mfw ké^èÊmkÊf 
g«Taiig«iiit« — - •!'>; ; ' if ' '•*'' •- * • '" •*• '* *•-!•. 't 

*>..'.•;. fi ' ; j,;:.^ J . '/ •.'..-• X r ;7 ., » ^'. j' ♦ 

• ^ . j . -',1 •'/.>' '} ' j'ï ''•;*,! : ^."^ . ..*' .".J.i* * U ->»';.' ,'.'.. • 

Er konen in de geeeUedeftis der weriAil l^f(iilsel|li# 
<#tttiUaêii Toor» Aié> ^ii^ifn Aeft kë "t^or WiAè laii^ mb^ 
nemen, roor alt$d doer den sfliM#M^ MI^^ÉJfësIil^ 

"die hef nageikelit of nfiet keni'^ ^'^ttlt#^| iMii^^ «ie% 
siütiaat , omdal sg tleelits gmnge personen gi^iNtffiftk lléli^ 
4yett.. Onder éHe laiAien kogfltAtyt^zfè érV(E^;'«€i«^ii^ 
BtH/Ier 4i1gèilMre» imilefl' héMftèdé WoÜlüMf, 'dèl Éiik dit Ü 
eren 'l^tfote mlÉdflfYén ^(|h ; en ^ tWto ^féM^Aêék kÊkk 
fleren opbëf* e» béiéïngeielHiig » ^s'.Aiégel^^l'VM^dèse 
HraiïrIiëitI ifoèt^s«^$ifèn i, d|t nlimél^k^ ¥ei%ton :«l «^ 9^ 
WdiNAgk in de gelegenkei^ ip ; rc^AeliJhMb tUn^M 
en kwiittd , dsn ^ èsb «tilki , «ven Ifle aèW^I^ Mdüe 
toenso^, gelfkelfk -i^ude worden ëatk^^Hèkenéï Déige^ 
kdifedettis ' heeft de nngédaiMeMi van TaCBsniK WkiÉiM 
niet geheel gebrainimèi*k«^^^én éotj^iKi»^ Ift ffei^w^ 
'vp zifn bevel , #êgélM éfene'ttiéiiiift^Uiüdettge>b é^ , 

eent te Potidam een rein, ongchuldig meigje , ^ Mè ^ y * 
Irlhif heefi ondergaan', coo^. 8éhaiJd«ï$k^'^^^Hm« ,^êM %el 
eTerleren daavan bfna onmogelffc gèit<i<i" i g hi|il i ^ g en^lW» 
oMneiMehet$kv dei dft^^éoM faki^'d)Uttiyii^itf^^liM«l)(p^^ 
'aniKgheid i(0|iB gèweeet «9**-. '• ti-^-ijp'ï/ 1 t:->i»li !';••') i « 
-^^n 'ilMfc# nSféndém^aiAl^ f dié' iéMMÉiMIlel ittiglfE. 
pen en van alle kanten overstelpen, door droeikMI^ 

littgen van het n^Aof i kêtvSIkk^Sb^yfk^^ 



•['SSQ 

waarMn êeMi'WlBcltaÉld'^éMBigteisklriiiêt idiniMMliUiie » 

t^Viaipeii'iipèlile.. Hel kttrli smi M»iwalfniv w«niiéeriw| 

fl^: tIue. tett léfalp ÉMBitfii:, io >Mi «wdciaidlttt stIndbÉe 
e^tri^MS deur ,4é Mud! dSn ètvlir M«li|vui»:d« dltf&kea 

liMi6tfMl« , d%B.4m Méhm U«««b ;«« MttflièaMïk 

£'' W.nt: OM<|dbMI»lm*, «00 it ev^düMkeik.ilovirdmiiidikt 
HumA aAi^.i]M' «Hiilé :iMjiMl0nl» j en dlv kinvl dio fMü» 

•UehtoslioftF/ioMbriMUifl li»foUlf^ t'^kiekl boUloè wareaèül 
tNÜiirtifttidèaU . v> ;w ;( > '• '-> • > • 

f' W4> xalMMiierl'dyUiA ü^egoii'dtfi ^BO^flTÜMMU-d jüo 
skMi itéÊ mw'4khAm^ *Uf ^fkfi^Mf^ rm lüt skigioiM' 
kM ge ^éfé è ié f'oèéüi é$ pM^émlM^oii ■ e» gew9bi4óhro»% 
Ti|pi{>'^iatitUi(jiog lifft: ooIisvbt.hiNl'^kvttfieii' bmik^n^ tot^ 
êrttfi woM^ oMtr.dAl att 8voi|ili}«4«itclr«iaMAr Hfk ,' MMil 
«HNr ##ifdéi»^' h«Nif«Mt bét i»clM4Mt« mtfafo'^oii r^H 
dbM gimWH^^kM^ in do)tN>liih|gf Mr MoMéri4ii«F»léTrv 
^oM^-iMiifÉftvilIfi ;'-^ Vin^' iii ^-WikMbiMiMYti iMif 'mb A^ 

t ifiè:fj«Ati£; im » iMi* deod émilHil bofiii«4o «nttWüil 
«BU9;iM{|iMttio«,t*ltlrt^4NM^ «lot», i^l0i0Jt^t|moft^liOttétt 
iiosi^.lwdfikoolifa^'ttfrrorMügéir^^^^ ;.:,• o-.. •: : j 

: /F|Miitx,'-uK«^ni«'*ii4^ d«||f4Att»ii|fèi i%io M^ 

tim! («Nik jdtoM9'^«^ottM«dp|Mi <dqiPifMiiMlrgü«oiiii^ 
MMbM: JiiétMyiibórillMiti /t^huKWi AiUiriKNIiptinéMlIi^^ 
iflae bruid, Toortgeylodon ; wanllf ea*Wtifr!*M^»Ut^ 



•ékw mM tyW» wM tm é g wi wM A Umbèi^dm iNA* 
jrrffi- ièʧi ^j^gjnfr wm ê im r .w»a»fcè«p<U^;iiiÉfc K aïÉ W i nr 

Ml «ü' Jm jM94;aiMe wMclér Jla^feFxlé , irifeiL]hfi«r 

.DiÉgtliU ■cftöUuii 0«É «t tè Mri^p miÊ:hmm,êmm 

M «I ë«i fe MfMi ^ 4ir«É ftto wrtlb*ria««i>ltta ««m^ Mk 

JMir , aiigièilr» üi éijiiiei ;i«fgtii tj i l ii il i imi iiiii MJ . JU 
AMMTBAff alt het ware bmI één' aógapda^n iiafc4bii#iiK 
««r4» «* fthül )aiiaa»i rai^li «mI. 4d jl»lMiav eii.ln 
^iNd» 4ie «jflHwrtHlif I» <#» gaho«iaawi w » rh* ii gM ^Nwa #itf 
mmdanbab» ImwI wittaa artilfa*» ah toitiafnüiinin Jtéte 
daar wif$ê aiféna' dacü%.iia/vttc*ra««a ^ (ab Ma kM«»- 
JiMrtdM M^ Mair 4a«'idiigaM.> /i&eaauwaaakida» mm» 
■itffW» «. daa «iilcr#a«4aai adaddig^ YéM iriit ia > »^« Wa 
a» hm faulfr .M amM hat haa*aiFa<irfraa iii l li iiidi wn i* <i 
Iwll^ irtaal aC laad/ia. Aafe Ührfc; i«M j*e br(N«a!i^fr«BiM» 
waardaa : k«rianer a, Wiu|awMk4 1.4 . *r«.«f «ht iawaï» lad* 
JiOifjaaiit Hm aiaü 4iaacla wiMi^ JFaiüiTa ga&taa* j J é » » 

ÜMa woada orar ; kf wM iai iaasatt 

4li . wM .MttM/iirta (aadfhh aiit .ayidaf lawjaf ^iaa kM- 
littrav alMiaillni^^iabi.aMi oiu^ lüiiiiaiii^tei.MMa #a» 



Ittft] 



•▼»r1ii$Teii. 

Em gflnm iralLkM telitM- aii a^ad TTihgtafctM ; k«i 

cUa WMigM , «MM do«r ém Ktnif t* : 



»B» 



I» aMi 'ê*Mi% i" VMp IkAkws «ü , mU»*!! 



■ T«fM ên ifmikmmwiia» maêimt §ik»ék iMitnmm% 

H IMB 4» mU« j •Fmimm , Wnattaai is 4tar. . .:." 

jtÜM » UA» i*' <^. . . füia ïaAiM, tf|H|iiB|iii< , ■»« 

»Il(irakMr«imllkii!flkurBiMil» ri«pFBAm«it. 

aiMÉorii^ Mgm daii 4* mSttmmMt t» iMwu fcf » ÜMMi»} 
sf « — « P t » ikk -«m 1mi««i mtt bu» ■ viriitM). i« «dba 
M*Ml«««É, ««• UMa4 t«* hnr «il^iuMMbtafM.! al» 
4Mir^, «M* Wif, «iriiBttt «H^tlMI Wrak» I 



é« 



piflw «1» 4te Mbl M giaf 



mm-smr M0MB illv ïMk 

^■^^'^^^^ ^W^B^^ '^K^^^^^Hv ^^V^^H^w l^^^^Wfl^^V ^ ' 

, kM Ik ai*» anr >«éK • 



t>i 



(til] 

naakte. Vóör dai da weldadiga inTloed Tan hel seaiiekt 
ütjte tüN/iliiiitentuid jiw lüeifvirpèaèeriiatairéiaWiL- 
>|p|Mga4^<< ani»I JI>d0d»eBffi f^aiü^aenrti 4aAlüaooi%aki«g^ 
toil1MU.^«4daalhMMi^aniirtgQMi,.h^^ ikfivii> lé» 

é^^M^ . üiife w kW0 :9lmMi gèiniiedgyè gfaMwi ll^yai^ ; i^ 

;^lk/kfb.i4^U C«li|>fft;V:laMvoMi4de^WdBB^ 

Uei«ap ba» 8^Md|N4iA^i^ .^Mtf^^kMi'cw^ ' 

alieUa i^limUNiffirivMtlnaaH ittiaft^ 
' aiDftla <jMr«eI«ftH«|[€k|: ^ ;^ «at«| «gf ttfslgli^fiÉA.'r! 

.. J*m4«M èiaakitwiiyrdad^M e^*"' 
. aQ| iae«è;li«l Ida^.célk» nnf^ «li «og|:-eW «ééirdil 
iMiHiaii , omwUiJk .«éaéf 99».'^ 

kliief hétrakkea..: .. ''. v,. '-":'. •-'"^ -' ■ 

Fauiw aland «k ia. kateÜLeit :w4|I>h$ k^uM mÊggm 
a«i dia, lankéea. iBalff;^ rai &kar, gekaH ta dc^a ïmhrD^ 
fiaftj Jig 4idi«:|i«yw4^av;9«IÈlan téiebbaii^^ dw^r hnriteéi 
ale èrta^d f i latJaynapai^l aagkluUdg ^Hk^^i* '^ *ii^«s M rmtr 
itflM^l lléeUf gakasaa.' .r. - - . ' >1 : i. ' 

f|MPlfi* ilt H: taër hA ^mKcm'iènm* inm ilkèm JMttidaok 
WM^. Ni^ sHUé» iMdra; de l^ada ioB)p4 Mi/i^irlge» wjgi 
fff^^« au ik daiik ia imi mafanali da* sf >4(dfi' Miifa* 

yfM MA * dat «f^^P^N newv iikehta d«;miÉalÉ Viirdaa^ 
kff^ TaUaaVoAdaiM' . ..; .i-. i .uU r- . - > 

Bik wyia di, kèt Unala iiëk.ietftai^;om .piuMhur^^^ tert 
^ ni aa y. tê daèa ^^laadaai :.i.... nv . - '> i'-"f (''iii. 

1|<^ imjiA^lik;nM vitdm|fM(ifc#iMattti» 4eéraa9i 



Ctitl 

Mia* ao« nwmniaaSui nJfMiJhiightU u «eyUm. ^ 
•M 4« kèrMMMhiudft gtr«Ig«a, iwwt« n |it «p« fdUwV 
«9 bWM^ié, geloof to dM; OwUi«iitwlMi, vwsmH» 
wf kal lüdiwfea, «•• bM «ba |M*a IMW vaa ««at« 
»ator} 4.ek bm bAoéri akb awl ^ fM^Mnta «> la (•;. 
kaahuuBen» waanter m« Iroanréi gayl; éi^b 4iM| ««I 
sjiaa IiJtMde ia «la AT«n| té aakaa.** 

»lk Tfaaaker «, Uara Watrauna^i*' aeüa FaAina, 
al BMcr «a aeer rianroadari , ««bt ia. driagaBtbl* rtia» 
aai ; 4« sé^g Véor «awa goetai aaaaÉ» üa ■§ Mtrhaar- 
4ar 14 iaa 1m« laiw » uH fea^apl lubbaa a aaaiaaiga ap> 
aifcving aiMmgaa.** 

»Oa« liMrt «Miiil g| aib*irl«ff««lea a$l; «e» ««Iw 
soada ToUaaa iga g w aaw l it/b ifc , «U» gtMb Vas dk ga» 
aai^ ai avt kaUa «tarialaa w*é; kaniharan alld|ka 
awdattagafa» ^aa ¥alkf valaa aiai ta «"anriaian <«mai, 
ié Mmtkmtt Mgagrma; aan aq4«r aaaib aiala «aad« 
ftakbaia gawwiani ; auua' wal a kelrafl, a^ tê trmmm , 
iat wm m •m bolav^';,. . «taak'aMa Moaal «1 gahMl 
èmlar'haljnk krangéa." 

Fmxim MM. Mk aog in. 

»«4 waaii kat/* seida kg, akoë ttatesk Sk *p iië 
vaarkaur baa ; lak-gna m^ teUtt a ta at^gm , «bA ik 
kaf yUr aa^ig aüdar aMJn baii geftaa kak «Ua 4a tw^, 
wtonMn ; iat, loaa gH miaJar rui kri^k«irïa*B WUH 
«Btgataa » tarti g| mag^k aog mal al <b»g«M ^Ml'* 
kalwdk M> aa aUl«kt, ik raeAi dii* «al , aa gü kaa 
«i m4r BiliM Uafib wfait, b^gaaÉ g(j tkafia raw alkif 
••«iMwb^aaA laag waaaa koat.»* 

»DbI b ka saigaa ,M karaaaa WüSacuaad » »4at g«#i 
1'«ra^( kalylaa g{ «•«!• ^pf gtdaaa kaki , taaa ik bal|fc 
ea Ig^da awa ; attaÉiataa4 ! K gak^Mal ai|} wanai#* 




(tttl 

•frsMilV rffkiêm él« éi imeU 1» trialiifM^ Ih; «(wfê- 
CbékfN i4iM iNMg« Mienrlii4&ff TTim^k ^Mlnrfl; 

IM' |inRr«t fit y :itet ik « iü«l la ii4» "^^^^ >>i^^ >b4<^ 
SuLOTit ifthMi' MOV iiiodl»r ;' wMttèef '4ii ^rkak «Mu 
iiMii|^%l ir.rMè MMt B|r ëeliler lA«r voor èntei^ |rtl#*> 
n^pDW^/ik OMM'starfBa', g9 woagt' itdU «i«t; ' 

ioMt gS ft jfeffkedim^ dit nen a^t i%r9fsift|^ «Am^ 
^g TÉn il^wal beft «Mil «b beiiigil h o^ Muifoy 46 «i^ 
Mipéi.BB siAmIbI* tbb MBi joBg mai^B» i» Bog nv^ «sü 
wmk^iki mm Hef ÜMft, dat bmb èlt «Uié a^fbdB #Bgf. 

wfUiMi UftèB ? ' • - 

I bSMI Ib dUür , b^^ nig''M in#L«ii» 

ySiats gliteren , gÜBBf 'ik 4é«raiu| bibI «eer, Meü, 
wBBrtMédl Bim bM WiBUiiiaBü; Ik: ïbbb> 4ten iBeBBPJ nr- 
BieerieB, koort g$ ^^ 

jtE4 sij^ 4BBd/wbrd( 4Be dts ook afoi dé kM? 

»ZoBder iw|fd» doek dan %Ü ik kaloier wÓBett» At 
«ü tk Ti#er fteft kak», aogi «nlké bm|b IbbIbIb altti* 
togt i|b. 

bNmb« BBiB^ Fbabvb, dtl il oMBogemk! en «^»êrti, 
BiftgisekBrlBBSÜBBBikgaBK... «Ml knul kBb Bu«iB» 
iril kiM luw ékm ügto ip»BdB toekrengtfl / bb ^b Jk»B V^ 
m Btet BiiMeB, kg!.... Neea, attv aiBBri / dlé^gf keil 
mmK kèfckBB Abbb lomiBBefl , BoBdo kf bbb bibb BMÜer 
Tei-gddea, wie k| karoB iobii onloikkeB sMde^. ^v. ÈA 
Fmjoêwm f wéf wmik miM gnuBB^p » iralka boo dMr lie- 
taald wardi ; dat is de regie wraak aiei , die bmI i^tjaarAflB 



niel uid«nit>Mo»f 119 nikt ;rfnfMf dis 

»Dta/H stiée ExjIiw» J^gnraiflr. mjj oA uw gntifil 
«redtr.'t 

dut Uc «oadtr «0^ Mift letwP' 

963 noOk du dfti ik, loiidtr wn*» U|jfë lméF'« 

»l¥iti ie doea? O min God !M ritf^ WnUuMl. «M.^^ 
èn<flBi«li ylMliQMilAkftreJilMMUphIpttde taklMi» UinuiéB. 

»0, SM) ikikekkimdtr «ur: ukiddo fdMbI,'* rtof^ 
«9 w»di P*w fluikkaiido :ail. »T6 Éioe^n ■fpfOi dsl ik gft<» 
Ivkkig loode hdblMÉ kffuMun «$», te MlftnMrmioc^iiHJ 
U£k < andero iuuinta bafta H kêk kLOMieii trekkea ia aMü 
vronwea htb (duiiterd » die mi rfeegff iM4tA «k mi # 
kl^ mei vreii^detoila «egen 1 siA ém tt|m.' edMttol 'sfa 
komen tcluureii l Te moeieii seggen , dat ik niet öp InM 
eerile woorden dlèn. Prjm kek terng^aekden > die mï 
heeft in hel merderf f)m^H en.niK Aiot.eene. «reken. Inn I 
Troteeh op eene ■chooiikeid » die , in nenig» nren ibekti , ii 
▼enHotigd geatocd^n , rék<mde ik « door iMJ^ hesitr gcUk- 
ki#^ 01 ik v^l kei WkMMTB , ik. ke^ kal vegl nieliMeer ,m 
te neggen » dat ik u bèndnl 0'i hM kei regl m|| ^ ver^ 
fiforien eli ie fieraiiiidiny «jj» die H dé.kand teeMk , 
eeNinn ik afo diepifnvselleil kèa»....« . . 

»En nogthana Fai-ata » heafl eeil aaké Tiïoav »^.in weent 
^il Tén kinf^rlainiaR ^ ia waenril vi^a limtan «I wbéiBin 
Twihaid/r^ keÉünd» dan htta ikhel;^ik, dietadke« 
tonm ean uM.vaeten.lranMi alart; ifc, ,die.ein.m nMiaé 
U^fd* i» kttryven.» MgÉiRdt de afgcjjMl|ke iln^ aonde 
^dargiMi # welka hei :niö vèrwjindegi Ie, kekkea kMUièn 
oTj^rlevjBtt. . • . . 



IM01 

ger koningin onder al wat baar omringde. Hij voelde, tere. 
kmt in M^4ae'yMJi>ff^vÈwiiLkelré Mj^vniifk ieu nétst 
gemeenxamen toon , want gtrotéeufanipéil in*eQ0^ iireft el*, 
.kadr VetiiiMie&AB inrUAv wmedr . nog dan. eeiie laage rer- 
tKoitfmlf UsidiiKil MkfMidei'.: I . : 

QtJmé%i^radc meér.;é;. iina;.»ilk' eM.oilgdbik^ isw/t^n 
en ^sforiw ^te .g«rkig;'j ditï iBOu^*rhtt.^iUië ernr flewoM 
U«fi|^ciHesea9;tf<»#o«li (V:isia0ta vèei aidwöntüt en.Add- 
llw»^ ligeitoeU^ ^ijifde»': iaéed daarloeP ».'^u.; dafc ia', «mie 
lennoenagelii3d£ig;mel^«i|j> teiiyu?^? -.c :;! j) ''f 
t.'Tf:llLi?fi:FmAÊiwmty lideaki: g9< 4<^araiin>R l^n Jiaam is 4i^ 
aenlip -ïi'- >" ^'» ..:\ ,^^ c): >m at !.'. > ' . ^ 

»2faiö ik n 'daB'4iOI^ mynéalget£. .L ...?''i i. '. .- 
: .^]k;k«n^j^«ittiaieet<^*mij^^M^ilMd 'wedM>üéaJ*^ i 
' '' yik'juti •r^a-i^.aadei; 'bèc9i%>ni'»?' j* ': '^'^ ^ <;'> '-' •" • '' 
• »E||Ain^V '!«* ia èomogéli^ , ik: magVnmttl #«èr.Mi- 
vigioMui een hriaapkalig'wshepselrTeiibindté ,' ^t^ïi stkaq^ 
eweogef^k leniU*id(&fei*t^brehgiï.?? • r ' 
r »finoi24o^ditballe8^4ooriBlijne lieldeiiierdi^^ aee-S^ 
in mijV boezem eene «toeHiigt Ttiidt; ^aar^gaen smaad dtr 
maaiekènt of v^beukiliatidêii» u M-aiken kanaen'^^-waar^ IPJ 
steeds *«ireni Fdn^^n^geaokt znH wezm, als gg oasekaldig 
b|< I i'Wml» aek •^. Hdfde weeën ,' %oo lde»elve niets dra 
ba|Dng«nu:wiat > opteofUren^; aoo' desetre 'niel^niiier diaed 
dattu^igenltefde of.nciodséak?' iO;,»een.. . « D« Kèfdais 
sclioon^i» daar.iij^alveraMigendas» daar -het een wettig ver- 
drag des harten is, helwelk met alle door- menseben ge- 



IlSl] 

mtaklt *oTtireeiik«Buten dtn spot dr^jfk Da optalMune niÉ« 
niag sal mg betdUaipfiL'* •• • Wely.wAl ii mg daarttn f#« 
lêgtn?.... Ik sal niit niMr onder * ownsckeii loTt»» ik 
wil dood Toor kon wezen » ik sal kon; mgnen (oeckonden 
nomn» ak een erfdeel. nalaten , dat n^n mot walgiAg aan 
gretige erfgenamen toefmyt.'^ 

»0 , Fmi.m , g$ sijt de edelate der menteken » dook ik 
kan ' die ' opoiEBring ' niet aannemen. Er ngn rampen , lo swaar 
om daarvoor troof t , on ' fouten » te groot om daanroor b$ 
ziekzdTeTergifenia te Tinden.'' 

»Skekte ëéne font en ééne ramp is er » die deliefdaniet 
TorgoTon nocb reineten kan » dat is » als men geene we- 
derliefde of wel ontronw ondenrindt» Geene smarten aqn 
onkeelbaar op dese aarde , dan die » waaraan de wrofging 
knaagt. Die wenden , waarmode eene ontmensckte kand m 
keeB geteisterd» s§a niet doodelïk, weldra zullen sg 
genezen • • , . er iml seUs een t$d komen , wanneer de 
sporen er van yerdwenen zuUen zjn. Wixaumijta » soo 
ook zal ket met uwe droefkeld gaan: ket is goddeloos^ 
te-wankopen róór .^n dood» als men geen misdryf keeffc 
bedreven ; en als sojus smartelgke kmnnevingen m$nfelnk 
komen verbitteren» zal ik er eene minder kebben » de jaloezlj. 
Gïj zult de mijne » ja alleen de mgne en roor eeuwig de mgne 
zijn. In dien onoverkomelijken cirkel» dien de algemeene 
versmading om n keeft getrokken » sluit ik mij met u op » 
len 'dan zal ik» in weerwil van allen» nog een gedeelte 
geluk met u smaken. O » gij zult voor mg leven » ik. wil 
ket f' ket moet zoo zyn ; want nimmer keb ikn meerbe- 
miod . • • . en altgd » dit^ voel ik » zal ik » zoo gij mg we-» 
deivunt» ket Opperwezen voor mgn levensbekoud . dank 
weten." 

WxuiEuaiA koorde in gedackten verzonken nog naar 
1». j. 2*. s. 16. 




{mi 

hmi t#éil k| reèdi «Mi tprtkM ML fêAnUisty fMtf^ 
Uut tfgWi^ «I ftiA «ir; t$ T«ilito g«M»ii^ttdtett natr» 
«9 wit 'tel êéM iMteiiiiartMrifkt lorfteM biy^ud^ 

>lft ^ ttfa FsAlTt ! ik sal yo^t u t rwar u «HeMi Urm 
M^dhriüdgf «iii. ImMmi ik ktt Hkt ir*r«» «Md» het mm 
MeadUf iag sJB aan o ; aan il , sod edel , aan n , irian ik 
bMin , an fai trian ik maar dim in n^na iMrimtaringan' 
Tarlramran ilal. Ja, ik aal al hal laad dalag m^ gadaan 
habban, vargalan; ik aal irargatan dal s) mfjr aaiaard ^' 
dal a9 m^nan radar gnifral|k Tarmaard iahhaii ; ik haar 
WttMMtmntA KtLJkUitM niél maér » ik han ilwa rranir , an 
waal ttiata rardakm Taarlaan , dan èil ik u bémln au dat 
ik raar * laaf. . . .•' 

En iBa Iwaa wananr» aan aoganhUk la Varan , »é0 Wil 
ïoi nalfinaord haalatan , lagan M in alkandafa annan «a 
waanden. Van rrangda wat n&a nièlir té wia aaM<r, 
aao &9 ap dan badam hanner aid had kiinnattleienf,*aaéi 
hen niet ben^d hebben ? wani hekat ! wil k hal fOÊÊt 
hier benedan andere , dan Ie aamen te l^den? 

Twee maanden daarna , hadden Fmi-ita , s^na amadèr 
en WiuiLinirA, alle drie Paf tcfam verlaten , Naader ia 
neggen werwaarta aQ heen gingen. 

III. 

FmanEaïn wia en bleef diep gekrenkt arar de wi^dhitf 
yan si}nen rader ; dadi hel aande hier , am aj)Aa wraak^ 
hut ta raldaen 9 radermoard gegalden hebben , en derhid?a 
bedwang hf aleh; weldra aak Mridan nienwa gadMMea 
8i(ttan gaeat beaig ; de eenmehl Aeté dien trtdheartbee^ 
aeai anlrkaunen en Wiuvckkiia werd rergeten. 

Taan hg later, etfeljjke jaren daarna, die bewond#rent* 



IS»] 

[6MUimt ffViMkttf iii üH hmt M»HmI# f». 
dMÜM TflraMrtirA k«ÉiafH|k i Ml ma f«tr Arte ^kHi 
gtdbeilett ^rwn^Miti kfir «Mr é|m wgiiif ktlwiilto , 

«M , wêêêtM kÊÊÊ wMê im i|tt gimiê ^YmMmt^ ihi I4 
sidi» 9«t«IbA dt«r aMÜy» #aeier«A, ym. «fut 
plMlc T«inr9terdi(,. om #•» (|dUtll»4«r thrMk i» 4mii 
irrit te TorkMuüB. Em terif oMrite Wdk •Mikkpp 
los ; Bfja |Nuu*d tui a«ft' lilikMwIrwil •AMéU , iMffrif 
M gii^ omlir mi' swirift itorir t gm ^iiUMiiHr^giril 
ettt gTMt eind Ttrra, krêig da Koniaf hetefivi «f •§••» 
hMs 9rtMl onbakaidift wif , b| mnè êêmwmm'Mif, ir«* 
éir t«t fltaaa ; kti •M»«ier aui htfifir ea lMTi|tr !#•» 
e» é» Koing Tan. PrniMin Wdati itriudptr v^^ar mi 
•égtaWk bi M»' ««MT oBtedMiM bÜMMn «• ^uui. 

Hg kléfto MB ; tiiigx idadiVM kwantn htoi oi^tadofii ; 
hg btroiid siek in eene yrg tombêra boertükul» .wdk# 
«leekt deer. d#a BaiMrarelgke kuuieBdrli^ittleB dag e» eea 
gr#et rmór » Ufi hd kekea taa eeaig toedÉelaaafe^tekea , 
yimëiM waa. Bea aeg jeage BMua ea rrmw aalea er e« 
keea , ia ipie de leaer fehtrtjjl" Faiais «a WiuuMOVA 
nl fcibbea renaeed. 

aWie Bfl ea wat wft g^?*' mreeg de aMui^ aea<br f 
Ie slaaa* 

alk bea eea eSeier dea Keaiage »'* aadireerdde Faaaa* 
anr »li)}a paard beeft a^p mr «aa eeaige wêH t e rg eae l 
lettie Tiieadea Tenpidevd ;ik varaêek a eeae aebnilpiaalf 
imf bel eairader.'^ 

Op<kel keerea deaer eleai , «leaA FüLVta e|»; Im| keek 
Faaaaa» aaa, wieaa beaU beat ala eea Hdleekea ia bel 
barl gegrift tload. 

i^Veer a aeaè sebai^daalkF..». Dal ia ua b wgalilr .*^- 

16»- 



[ttt] 

- »Otimógd|li !^^ iteiéB Fésbis» r i$n orcMMiftr en lee» 
ketten' ^*l<M>tttidö*; iWett ijfS wie ikf bea?'^,^ . . • 

^ifeC'k' jukt otiMlii^ ik wvel wie ^[ij^Byi»'^ riep FkAif s 
ntt;- ii^t ik n af^araad' on liever yoörn^e wradc^èui 
Teer -het weder eeae sehwilplaaiii te kodk^ii. Weel; |[g ^ 
Wien gg «9t ,'Sire?. .... bg een'nmnopwieiiskeefAgyélIe 
ni^^e rraipen op aaride j^ebragi hebt; :wièn 99 in sfae 
èierbaareee genegeiikdid^ in de Troawdie kij beniiid*, 
hebt laten irdfen.. ... 

j^HertEeét gg ke», WxiMEMiiïi. ?»^ ajirak ^ , xiek na«r 
«gne vtoutr Iteerende. 

W^SHJfsimri. stond met eene Btoiptrekkendé beweging 
eteretnd, én toen kwam den Torft in kare weder. sehoea 
gewordene ttNeikkea» deck die door onlangs grïedene «nart 
vermagerd en met 'kkinelidteekens gemerkt war«t, de 
herinnering aab' een TTeesseiijk veorval voor den geeit 

tèrng. ' 
»Miin <»odi'^ riep Wisuxnvl nit, ^Hg is kei!" 
^ïa, kg is het y" herhaalde Fni^vvz ; »er kangt «w 
eenig' grtiot oiikeil boven * het *kêofd , want-hi^ a dè jnan 
die '«ankoudend ket noodlot nièr on» gerigt keefl. Dlo «f- 
gr^sselijke straf » welke gij voorheen deser^ oni^iild%e 
tronw^ebt- berokkend, is de een^e nunp juet ; dte wf a 
te danken kebben ; genoodzaakt om Potsdam , ona:ff»der* 
land en onxe vrkndén :le'veriatek 9 is ions vermegeetmet 
een* eerloosen bankier , wlen ^ wij ketffelte-kaddeiprjterkaad 
gesteld » verdwenen; Toen l>en ik lendkeuwelr ^woiytNt ; 
doek de legers van n en uwe vijanden ', Verw^Miten onse 
woningen en verdelgen^ onise akkers. -Om nwentwille , ml- 
len wij gedroagëttiijn te bedelen/ ziee wij. niet lle?^ kij- 
ven lijden." 
> Dénkt g9^> antwoordde Fnlmkiux, »di4 ik Sjrif deer 



JtH.rerMlMrlkfcjdvke mtMÜkoaAnhig müider beo gatlrftAga- 
worden? .Zoodra ik K^Hting werd, wm n^noeerAie go- 
daehte n ^ xoo ik konde 9 optesporen , en hei ^mlieU d^ ik 
•ver a.r|[ièragt keb > te rergoeden. Gij vaart Tordweaen 
ea niemand keofl geweten wat er van n geworden wai.'* 

»Dat was om u te ontloopen, Sire; er ayn handen ,. Tan 
waULen: de weUi^en te Treesenaiin; het rerwonA^rt taSi » 
dati eedert uwe komet » het onhe^ 11. alhier nog niet ge^ 
diend heeft. Vertoef niet langer; neg .ik n.'' 

j»Ik. aal u geene enkele riMn^ ipieer herokkenen >^' hernam 
FnannniXy » integendeel » gij x^ arm» .aagt gy; ik, hen 
hB% ,04ik • • i • , neem .dit e¥ft«wel .aan ; en • soo ik imnier in 
iiiisiiie.haofd||)laata ienigbefrt /meUJ^ n dan met .d^ai^ pen* 
êip^^Mbrief bg de Koninklgke 8(;hatM<ner ma;'' • 

. n^ wierp eene he^ra ^n j jee^i paa^ woo^en ».d|Le hv. met 
potlood schreef , op de taf^l .oyf^f** . . > 

> Dat . wil . ik niet .' ' ^xeidff . Fa 4^ v;rs 9 » dat wil ik; |iif t ; 
blijf hier nog » z^olapg>-|^t on^i)dfr .aanhofadt » dfleh;Of 
Toorwwde dot gj dit idl<|f. xnlt tfmgnf^ep.?! . . 
i , Y|f9n vriend 9 uwe kindermi iiterTe^ Tan hongfr >^'/<i4^P 

WiLHaLVIIA uit. 

. »,Welnu l houdt d^ aV^s.aQO.gij irüt ,'' spriik FaAV?i ; 

^dpcb.^ij zult ^ziend^t dit goud. pna onli«U «U aiuilirenj 

gen«^'. ; ■.;••■/ 

In dit pi^genUik traden Aenig0 o|&<ueren .van Fan^mi^» 

die^hemjz«ieht^,.bi»ne4:.|iet(wa8 niet. r^nAsaam lang Tnn 

Bijoe legerplaats verwJgderd te; Uüy ven- .. i 
» WujuuLKinA. ," iRToegide Ko)uing , » vergeeft gg mij ?" , 
En een traan blonk in de oogen Tan den kouden wSs- 

geer , 2wien;d^/hek.<rlen4^' VoxTA^ifs biBzong^ hee^t. Want 

is er wel een gemoed zoo, verhard , dat niet door eeoe 

herinnering zgner jeugd verteederd wordt? 



[IM] 

tMiféMkeü b#m ik gtlokkig géwwii « «4 ik snikt m»* 

Tbrkop ▼« 4os^ tïd , hoorde tmi l»rd op de dev ki<^ 

« FftAiYB opoAdot liot waroa OodAernHfiksdio «oUifMii 
do»r oanon tpioa gotaid , Mê vm Torro op düi wog; doa 
koning do Imi knd slM binnottgalm. 

»DoKoi^y«iPruiiÉon fti kier,'' odriroomrdon «$, J^g| 
mooi k«ui ono o^oileforotf.'' 

»HV M ni^ Uor,^ «rtwoorddoFBAiTM, diekon4omi|d 
wflde gtfon, o» lOTlngleii. »W| koWienkettBiol gtnie» " 

»Niei goiion P' x^de do ipion de beurt en kei getelrlll 
öpnettonde. »Van wnnr kont dan dii papier, gotodietil 
Frederik, en tóe pat getehreiren?** 

FmAm wiMeldo tnol oen' Wk net Wiijai.mivA , die 
bolóokonde : !k bad bet « irol Voorepeld. 

»Zoek oTorOl dexo bnt doot»,^ tprak do aanToerder» 
Bdoi^l k| OM niet aoggen wil, waar b^ den Koniog beeft 
Torborgon." 

Daarop dooriiepen de toldaten de tlnlp, allot omTorwer- 
pondo on mot de kolfèn lÜBHier goworon rerbi^Mleiide. 

» Laat OM 9" riep do aanroordor , daar i^ hem toob 100 
goed TOrborgon bobben , do kkit ki brand «iokon, dan sal- 
Ion #1 wol lion 4f¥iaamrkm er it; Wat die boorea aai^bo- 
ttngt , die kunnen Wf Mtaf bot booMkwai^ior «Mde tooi- 
ren; lüc^oiyk xid do ^^fnigittg ben irertortprok^ br%n- 
^l^r ^ ' ■■■' i.\- . . . ' :. .: .-:. ...... 

* %^ «odf ! oat bUitjèP riep Wnxnainn uH, toen if 
do loldalon met oen brandend iitak bont kot ttr^odak'Bfeg 
naderen. 



»Ik had hH tl w«l . tmt^mM»^' hmlmM^ Faiifi , •■« 
g^étUf .«■ wMliop«i4« krwïl da toUaUii k«» de ktfuidta 
hmdBm «n WiuiBuai^ met tere kiaderen» niideWMdeft* 
ém woBiiif iMar b«U«ii bragieM. 

Wat er Tan hen wlerd , weel «en niet. Vmchteleei 
IM FmnnSBU hen na het slniten Tan den Trede > Tan d«S 
▼lïaad temg Torderen ; 19 waren» eTen aU hnnia aeeh fr* 
l«fd htt^e , Terdwenen • . . • . ten hewSae dat T^mtênmiftt 
s«a T#erapeed% en Taardjf in het aUthten Tan anheO « 
nUt eTan §einakkelf k het f aede ta weeg brengt , en hm 
a«epter, eeü Tr eee i e lg k wajpen Tan atraS»^ dikwlla alecUa 
#M kindenipaellnigis » ak m% d a ar m ede wiUan bepehermen. 



VU het Frënêch v^n ?Avt Fovensa. 



Dejêugiit mecktmi^scAe mUvmdiMgen in venckil- 
Undê tmkitm d$r n^iserktid. 



BxfertMê ▼«€«»» DMifthit *#v» 

Peaaia bob koauni datU. 
Nil morUlibut arttvBBi ftt, 
Cotlam ipfvm pctiaiBf . 



Weri^t men eenen Mik ep den teganweardigen taeatand 
wan hal Fabr|kwaien in beeehaafde landen , dan nmet nmii 
iridi Terwanderen eTar de rensansohraden , die hetaiiTe in 
karten t^d gemaakt heeft. Gaan m^ omar eene hahra mtmm 
tamgy dan aal ene het qnaUtaliaTe en qnaniitaiieTa e»- 
darM^eid der i0eninulégê eb iêg^nmofirdige labrikalan 
■terk. geaeeg in het oag Tallen. Een Taername drijfradfr 



IM«1 

vmn dezen adgtbBren Tooi^aiig dar têekmêeh^ nipMteid 
en van den, daarmede gelijkmatig reorteckrïdMMMi» 
welitmid der Tolkeren U in de uübreiding, de meMtdare 
volkomenheid en de meer welensehappel^ke bevestiging van 
bet machiene-wesen te soeken. Dit ataat tbantop eene 
hoogte , die zelfs de koenste - verwaehtingen tsai vroeger 
dagen overtreft. Mmir niet aUeen de mechaniek. viM>r voort^ 
breagtekn , ook die veer ve# voer bestemd , welke laatete 
do^r de algemeene invoerii^ van qseren speerwegen, 
stoonrvragens en stoomsoheptn een kraebüg . lml|raiiddri 
heeft verkregen , streeft enven|ieeid voenNMorts^ Daar laan 
eenmaal een tijd komeai » : waarin het .nageskuAli met meAe^ 
lyden en verwondering nederziet op eene eenw, in welke 
de mensch door dieren en 'op hobbelachtige wegen zich van 
de eene stad naar de andere liet slepen» en miss^iea 
zullen latere geslachten het nog van deze periode , die hst 
systeem der ijzeren spoorwegen in al zijne uitgestrektheid 
omvat 9 kunnen winnen , ah de vaart mei Inehiballonnen 
alle zwarigheden van een onzeker. en verraderlijk element 
zal hebben overwonnen , en de chausséen , ijzeren spoor- 
wegen 9 vloeden , kanalen en zeeën zal hebben verdron- 
gen. Zulk een voorgevoel komt onwillekeurig bij iedereen 
op 9 die de spoedige ontwikkeling der volks-industrie en 
de hooge vlngt onzer tegenwoordige mechaniek gadeikat. 
Een rij Tan in het oog vallende , uit het thans bestaande 
onÜe^ide voordeelen , zal. vmi het jbeganwooiidife stand- 
punt van het machiene- wezen,. van deazel&ija^fltriQ^iai^ 
der ngverheid en des burgerleken levens ingrïfieiide tak- 
kHi> en uit de schitterendste resultaten blUkend nationaal 
belaag > in het algemeen het beste . o verzigt geven. . Ds 
BtooM'-^ackiene , . » de hercules van het machiene-geslaeht «V 
gtiyk BABBAttEzich uitdrukt, moge deze rij ojb^aen... 



im] 



Voor Tfjltig of soflig jiron » wtven er Bog gooMilMidori 
slQvmrtBHMSiienes ; hot ml^ïêI dor thain booUonio wordt op 
loB ^mimio > 200^000 bovokond , weiko geimddold sm: rod 
kiacbt . iiii^£MMB , aL^ Tior nHKooaon pmaedoir of Vff^^oa- 
iwialig millioonom wMHOKèftik^f .dat ^ii hotroortigito godooUo 
diun. goheolo . meiMchlieid. Voor.zotiig jaren wss do ttoofii* 
tt^ekteno < nog een* Imnp » . onbehouwen » oneronredig , v«el 
raimie. innemofid wevktoig y . 4<^t ^ ak .het nnn den^gang waa ^ 
iBiaUe Toogon en naden piepte en kraakte, tooI ibrasd- 
aiof .TOfiUerdo , in lerenrad^heid. weinig Torrigtté , en /reel 
handen ioi agno.bei^ening noodig had; deeseUawerksaani^ 
kedoA bepaalden, jieh tot hel:-ai%>ompen.Tan<hot water in 
boBgwerken. Maar hoe, heef t nkdi deeielfii geheele.;Baniei»- 
■My» en hteDBededeeBelfir.gehfiele.'WOvkBaaBlheid OB in4po^ 
tffieei belang Ib de» kof^^ten^iöd Tan rptig jaren. #era»- 
derd.1. Jfinpitein Savbbt had Jn hot jaar. 1M6. de •stopin- 
maohieno in don loo . even • afgemaalden onvolkomen- itaat 
ttitgerondén. t Aaa jheè ónstorfolSk/geBieiraB Jammk, VfAn 
heefi^ de itoornHMkchielie haré.gehëolB^herToriniiig^te danf- 
ken„ .en dien aiandraBg» .«Folko'. het op eoBohoogteydie 
itMi.de YolmaBkihoid niet meeiT .venre ii » ^ebragt heelt. Ja^ 
KBe W Aiv. bieaokMlde de in het l4>ntwlkkoUBgt-49di»k der 
kindficUioid ilaandè etoom-niaohiene > oMakte Iniar baaib- 
baar,, en Toerde haar .in het work^dlgke levenln* De.aèoMnr 
machiene ref eenigt ihauia mei eebe; storiügke «n aaBgOBame 
bo9woïde,.0n,Bieti<gelij|LBiati|fe Termen » de hechtetodmitl- 
aaambeid*. Qaar gang is saaien. geheel zonder gèdnüiek: 
stom. Ont^wikkeltsiji die, onwedentaanbare kraehten» welke 
haar;:.TaB . alle andere mei^nieke toeetdlen bnderaeheidt ; 
en daafbi} .Torteert zg , b^, belangrijker, nitwerkselen , aan- 
merk^lgkr minder brandstof, dan vroeger. Wajtt beaat meer 
dan ; cén talent voor de werkHiigkande , hij was een geest- 




[210] 

tri MMdi; iêk ui ie4iriwi6lafl Mitiuimi, Mb wkmr 
«kt mede TWfwwefi , alküi de uitwtiiAige 1mi 
étr MdiicM U liewMfUrea, naar dia mi^sktêTaaai 
iawwdiga iMMMiel ymi «an wark bakeiid MaaU, 
tÉanifta mn da TarnwflifiU «padaddaa a» dar 
m§Êt0 aanbimdsaa is smIi ▼eraaaigt. W^avr^ im pas^ 
ivaaiar oiiaar gloaB iiMa d da Ba ^ wa» aaft^ daakar ^ l^i lAapta 
sfiia daakkaayatt «tt da iHapta tia afaaa faaal» «ü mi 
«n^maaid baaliidaraa dar nawwr a» l»ra Taiteraaa 
waHaiu H) lai da maaai tanfaHaaaa natwkraakMi mm 
liaadast baalaai aa taasakan «afratt «raftsani ^ m vaaa sa 
kar» Taata i^aii aaa ; ja k| wiai aa sao la iMBifin » ^ai 
M, vauaar aa daaa karaa waaaMi aard al mar aaa 
«t^ankük bailaa daraalTar fraaaa» wardamfadeami ^ ^ffm* 
wal dadaitjk daar elf aa aandraag walr biaaaa daaalf» ia* 
mgkaarmi. Wati aeldap da alooai^iaaaUaaa aaadarnMiha» 
laalü^a fananlen, k$ kende kei spreekwoord la §9Ui 
»daar ^ waar da fanaale begial, ko«Mtt kei prakMaak T«r- 
«laad ep»'> ia a|n braia 5 aial op bal papiaraaMkkdUUa 
aiak de vroaklbaMit» •• sagaarjMule oÜTiadiagia. ^aar 
4aA MAtt, m hel jaar 1712, aai een oekraei toot a|M 
irilriadiiigea rarioekl» dreag k)i bi eeaea l ia a aia alt ba^ 
reaaidea Tkaoralikiia^aaa o» afjaa gaèaeblaa daarover. Daai 
bawaaakem bmI awarl ap wÜ ^ ellenkage fanaid», dal 
a|ae alaanMaadOeaa gakeel aa ^ aiel de aUkoBMiea dar 
4kaeria in slr^ waa» aa dal k| sidi dna ia daa gi«ad 
»étt werken » ala hg de waanaiariga gadaekla, aai. i l i i ai ' 
«laeMeoai Toigena 8|aa BMMiag la TeriOMrdlgen 9 leaalU 
roer wilde brengen. -—' Aü een bewfi mtn dankbaariirfl 
▼oor ware i^rdienilen werd aaa Samm» Wa«x 4aer il 
Eagabdia iM^li» in d« ireafaitaa#ef«-al>dj eeiv aioaaaMl 
opgerigl^ dai een der gelukkigil» werkea wa 4anka^ 



CftilTfAs* no»l VMMi* Watt m fdb^M U 
€U^m$mêÊh ImYIM aa 9Mi#nw t# Uemihfiêld ia i«19. 

gjiilpt WiiTT wffrd «r. mul iê ü^mm^WÊmMmk^ oMtr f«^ 
lutmdbtM daa rerWlcrA: 4# werkil|ke TerMtrui(ttt fk* 
Ut beiÉtm ia de yluferiag.aa h etp a riag. via braad*^ 
^Ai9i . taa IA alia opsiglea bi]laB||r|k paal , dal Taar kal 
4^i%t malhai auaawlal dar inaeUaaa ai(aal«k aial aa^ 
aMahaagi. Hél' ia Tarwandari|k» in wdk aaaaa karlaa 
li»d de ataoaMBadUeaa, nadai aansaal kara kraiklaarhaid 
daar >êm^ uadei liading kawsaaaa waa » siah arar daa aard«- 
kél kafft Tèmpraid aa la alla a«»giJ9ka lakkaa Taa iadaar 
Ma aa todadak aiah Jbaafl iagaalald* Da van alla a^daa 
aaaè opdaaada a a ap li aitdalifca naarai^riai^ waldra da tttala» 
Uag vaa afiiaadarlika » raar kal rarfaardif aa Tan alfaai«> 
■a öki w m BÜiiailaBd kMtwada, alabUaaaaMataa ia kal lavan» 
aadar. walka dal Taa Jaaa KaaaamiUi dan aaralaa raaf 
kaklaadl. 

i>a ^ilaataHBaeMana vïaxdl ia da Talyaoda rim' Tarpdnl* 
Iw i d t taadanrarpan gakrnikl: I. air aaiakiaaa aai awart 
lartan, aaawlfk bg bargvarkaa, op ta kafa»; 2. ak ba<- 
vagaada kradil ia .alk takkan Taa kal jfabr|k waaaa ; X 
all ToarlaUHraada kra^ bg aloanaragaaa % aa 4» ak raii- 
warklaig bij ilaambaalan. . . 

Da m da diapala iagawaadan dar a^da boil jiaiaiklp 
aakaèUA braofl da aloaai-aiaaUaaa aan 4ial UaU; a| \^ 
•akarüliial lairan raa dan bergvarkJNrTaarh^iadrjji^aada 
asalér» dal if ia Ae diapda daaraan aawadaritaitabara adfai* 
kalii^^ loliisiak Iraki an karan in akraosiaii w#der uililorl» 
Oaibttil da fraaTan dar kapeHbargwarkaa Tan Cêrnwmiiiê 
kal liik Tariaaialaada malar la TardqiiraQ > waran nial 
Hlatdar du 13^080 paardaa af 80,«W .vMaMian. naadlg; 
maar ik f^aaladaanra paiapaa Ibani M •loaaa^maekiaaat ai* 



liët' wat«r uit. Mei de bepgwerkea k oBieftitssdien . W 
gebrmk dér siocMi-Hiadfieve ak tmddelióthet^pbdfea.TU 
xMfSare huiten üogdfi^eoneü deele nilgepat. -In Brngelmmd 
en Noörd^-Attitriéa komt sij ak een pjilttis^kt toenlei^ tot 
Itet'opMén der rgtèigèn op • fe ^u^ gpoorwey n («l«- 
H^naiy êiêam^^ngiitè) gedurig meer in gebnuk. . Ëen #tti- 
elfen tian gttbëif t)»n> d^yomneden terreia^brvégft de^Ën^elp 
%éktn • in het geheel niet - meer in ▼«rlegeékeid. . Staii 4fe 
fcpdór^eg'op een^ h«rg, die d«i Teerfcriwjht.rwi dèn ttoep- 
ifugén' fitulty dan^plaHttt h^ <fp den kraiii!TMi> dien berg 
iei$ttet|iioofti-«(iachieney WaUce re^tiigerB «n handekvaranaliM 
t^»kéméh, aéndeh* eetóffBü 0mtkg,:tAoorJBiMMe! tml éen 
iang'^' tóuw^'Opi^alt e» aan den; andere»* kant. wednr. rt^ê^ 
laat; Wie had er td^ehTtor wekug jar^^ 4>#iA aan g«da<èé, 
^èi(t' hét nog eeitii!HiaLi:W-iFeh»e^£oat koH(ièni9«dat;.BMMi.hiii* 
^0èi|! doér- middel van «toom sou beiwrenP.i Ën teeh.hadSfc 
het Engelsche sijsteem van nitwinning van kracfatak . ook 
Te«d« 'hierin xifnen triomf gevierdv 'ifeèi pmiehtige tol-jgfe- 
h'&fiW te' Lii>&rp^l werd yo^r- korten it$^'«lflwt.^ 
it^tlrktflgdës'!(ltoom8' opgetrokken. Naast: hét 'geboair 
één ' kMüe- itobm-machiene , éiè zand en kalk.iot 
kalk iermengdes en «irteenen, «balken-v tigtrhda, ja ziHi 
de arbeiders naar boren trok. Da:maoki«aieibriigt dagelfks 
l€',We'tigdi«ls 'ek'OTer de Il^'Ofntenaren^kalk iMiar boTen, 
ën^ Ü%n dëardóor 'eén-menigte- TanUrbèid^rS' en htadka 
ge>rs wR. Dit 'Téorbei^d rond narolging ,: en sedaili üenlyd 
iff'nïehig pra«fhtig gebotfir opgetrok;k(m, b§ welka:8tMiiBg 
dé'kriadit fan den stoom gebruikt^ werd. ^ Hot bouwen lèm 
Egti^k^he^ Pyi^mMe , die 186 mOlioebien «ent^aM>s wesgi, 
moet ' lOOfOOO 'menschen ^ twintig jaren :> laag hebben I: bedig 
gefaoaden; en^men heeft berekend.dat dit geyaarte , odkr 
medeweHting tttn de in het jaar 1923 .in Sm^elmnd in 



[2431 

hmmmihm solide atoom-inacliseneft, d«or,36,,(M0 mêmdkêm 
in 18 uren soa kannen worden ^g^merki. AmonpuBVs 
mep 9 ^l^'bekimd is 9 in - den «yeünioed Tan %%ËkBn Tin- 
d&nfnikiniigoafti oit: '^geef mg 0£m Tut pant ^Ma don ho- 
■Mi^dan lief .ik de aarde uit bare h^ei^elen 1'' Volgeoe 
4e berekening Tan toi Gussum soa AmcmixaKia > indien 
liMii.eok door 'de goden een. Tast pant aan bet firmament 
«FMaaagewei^n, met de.bem ten dienste staande befboo- 
BMii« zieb 17,727,184,229,908 jaren moeten afwerken om 
4e aarde sleebts^ een daim boog optebeffen. Uad<bg daar- 
entegen 200,000 stoom-macbienes.gebad, dan soa bg het 
den noods - bebb^ kannen beloTen , de , aarde ten min- 
aten eene merkbare , hoojgte , nit ^ bare plaats ; gerukt te 
xien. 

Het is bekend welk. een brïangrigke;roldestoom-macbie^ 
ne tegenw4Mirdig' speelt in de Toortbrengende teebniek. 
Ule f^l^kTormigbeid barer bewegii^en , baar saobte en 
daarbjj soo aekere . arbeid , bare TerToef bearbeid , maar 
voornamelgk .bet Toordeel, iht bet aanleggen eener stoom- 
febr^kniet aan plaatselijke omstandigheden TerboAden la, 
maakt baar daar. , waar %an brandstolen 'gc^ft, ]g^rek •. is , 
tot 'den meest geliefden motar of in ^bew^ging bren- 
ger,, / Zoo /Tinden wy in Engeland bet .gr^tste, gedeelte 
der £ibr|jkenf rUameljyk bSea alle . ka^enspi^neryen en 
mecbaniescbe«weTery^ ,- d^o^. gtoommacbienesi^edreTen , w«;l* 
ke, Jn 'de belde laatste liakken Tan ny verbeid alleen ^ de 
kracht Tan 44,^00 paarden: uitoefenen. Uet.bpoge nut. der 
stoom-macbienes blijkt y m^k v(i^ reeds, aanmerkt^, Toor- 
name^k eok in sulke £abryken> die ,aan zekere plpiat- 
selijke omstandigheden • gebonden zijn, waardoor het bg 
▼oorbeeld wel'^kan^ gebeuren, dat de neodige water-ki^aebt» 
om de macbien^ in beweging te brengen , geheel ontbreekt. 



IM4] 

étt Het gebndk rtLnéé kraeMeii rta ikrtft siti liiurriliÉi 
«f t» koftbsmr lOtt wtMii. ' 

Hel gébndk téii gtoom-ntdiieiiM rerm»$^mé mi^Jiiiii* 
tol j«ar is Engêiani, JT^óri^AmêHkm i Frmmkrjftrf^ Mêt* 
giif Weêt-^Ptuiêê^n en eok in out ▼«derknA; e» i l e At i 
Je eiigcl|k^ Te r d ed b g 4er InmiiMeSHi Tiriiiiidirl^iire 
geheele irenpreiding in afle ImileD: mieri sou 4e ^ 
Yeeraeker niel meer yerre weïèn: , wiÉrin de i 
INT» in A» Mfheadütf t «b «^ enenlbeerlfk 
ingeroerd'y alle die kieine meehsttiet^e bes^g^tedea^ sm 
«!t koA} malen y suiker raepen, waeielieB en saigelb»^ 
iet het nitkloppeii der kleedérea toe» len Terrigten.- 

W|j moeten Mer BdgiaeNikig maken Tan een Mdfengenaeett 
Botiig gebmik Tan den «toom. De êtomm^Braniêpmiién a^n» 
TOOT sooreel om Bèkendiiy totdttftTerreiAeektoiBjLeiidti» 
en Par^ê In gebmik ; dérselTor weinig orerfrefl ale 
Tenraektingén. jBoo laag er geen gebrdc aan waM kf 
kan ook de koTigtte bi^nd de kooTeelkeicI Tan miiir; 
die door èé onwederetaanbare kraekt Tan den stoom , ia 
stralen soo fik als een arm» omkoog wordt gadiagenl'^ 
niet ireerataan. Een aanmerkelfk Toordeel ii er baitenfieil 
gdegen in de naar erenredigbeid geringe mkile , wrikede 
stoom-spntt inneemt; snik eene nmekiene, wriké soe tM 
ttitwerkt aJa sés der grootste brandspnitea la sanei; 
beslaat inuMrs naanwelfks soo Teel ndmto als een ettklie 
der laatsten. llissebien eAtet h er eenig ongeikak in gti^ 
legeki p dat de stoom-spniten niet soó snd als ê»' giMM 
In werking kunnen worden gebhgt; 

BekilTen tot de reeds aangewesen nuttige einden^ warA- 
de stoom-maeUene ook gebesigd tot hei Torspreideir Tsik 
nutte kennis en wetensdiiq». Zoo werd in 1814 ket Bolplb' 
•eÏMr nieuwsblad dé Time» door de eerste efoosi^ififw^f^èift 



[2411 

;84r«ki. T« lWbi9-F#i*« .wml te M Jam- lOS «mi Romii 
u 600 hhiêm grett fai tWM daft» gasai m ddor tUenÉ 
[iimki. la DmitÊifkimmi af» la Amgêimrg^ Bêrlfn^ 
Imnaurg^ I^ij^xig » VanAtMea Étoom-parsèa ia hêwt^ 

Wat ia atoann-iMAiaaa ab a/aaat-^amj^a » Inia kaMai 
HPaii mf Astt iaaraa tpoarwag Tarrigt , k U bakaad » éair 
M w9 iMt Uar aaada» herlialaa. Ofrekaan da warklaig-* 
Lttttèiga lalf Mcaal 9 dat da lawaadiga maahanièk Taa daa 
toa nn rag a a [diea graad ran yalkoüeiüidd nog niet karaiki 
laaft» wtartaa dasalre aniaMshiaB gaaefaikt if 9 raroiaerdarl 
aak kat aaatal der siaam-wagaat 9 ran jaar tat jaar 9 naar 
aate kat a^ateaai dar iüaaran ipaonragan siek aübreidt: 
IA kat aantal dar tagaavH»ordig ap da epaarwagan ia 
KmrojHt an Nêêré-Am^rikM loapaada etaam-wagaaa nng 
m1 ap 120(1 tat IMO gasekat warden , Wf^ getal » dat 
aiaaakiea biaaên «en jarea tat kat tiandabkelda aal a^a 
jpaatagan* Ckl$k bekend ie , bealt men tbana aak In ana 
l^adarland met bat aaaleg^en dier wegen een^ aesTaag ge- 
naakt , an ée nMMitragalan aalanga daor Z. M. dan Kaning 
fanaman» kannen niet andere dan de meeet gawanaakla nit^ 
wai'fcfcigni ten geratga kebbea. Met den weg tan Jm* 
afarriaa» 'naar Hmmrièm h mêvt raeda begannett, en dia 
naar a nder a etadan in en btitan ona R^ tallen weldra 
▼algen* Met een ed^el waard dient bier aok gewag ta war* 
dan geanakt ran da belangrfke Terbeteringen die Praf. 
SanAnvaHy ta Orêningen^ aan dan ataamwagen raar ge* 
weena wegen beeft bawérkatel^d » waanran éê eereta 
p r aaya n bnitaagaaieen aan da Tarwaebtittg babben TaUaan» 
aaodat nMn verandaratdlett nuig , dat aak dase nftrinding 
weldra ran algameen nut en gebmik aal warden* 

Uit da yalgaada apgave blgkt, iet welk eene uitbreiding 



m» de stooBUTMvt nMmrel^kii] Vg \nam Mfamé* TIumi 
l^mttaa jE:;f^e/aM^.4IO,4e VéreémgdéSuUén 296, JFtmnk- 
r^ 121; 4» BuiUché $istê0 «ntrei^ 10 €ta ou Vader- 
Iftnd mede een tiental stoombooten , waaruit men kan ^^p- 
■Mken, hoe zeer < liet Terkeei* kuÉdMta* i^edèn eh laadea 
doer de Invoering der atoom-maeUienje^idii'kraditig reei- 
werktfiig gestegen sal «ga. In' hetJaar.-lSlT'Téer in de 
MÊisêUippi'ie eerste stoomboot; in ; 1830 > 'dm^Teerüea ja- 
ren daarna , doorkliefden reed^ .230 'stoomsd^eade wate- 
ren d0v Mi9$i$ippi mi Ohio.Yhn deso^230 booten waren 
van 1831 tot 1833 niet minder dan 66 buKea dieact ge- 
stfid,; : soToti ' daarvan gingen door • tet t^s te gronde ,* lê 
sprongen^ en werden- door* de vlammen verteerd , 24^erdeD 
op rotsen en riffen'en- dfoor dr^^iont terbr^zeld , *5 wef- 
dett deor^ andere boo^iea ;ia den , grond ' geboord , 15' einde- 
1^ werden , /aUonbruiikbaar , gesloofili. Maar des niet Ie 
BBÓnils de gemeens4^p op de Minêiêippi ,' tatachenrJVef»* 
OrleMê-m de steden Lomiivêlle en Cênnimuêt'^^éèotit 
stoornmavt , ^an 2000 toniH^n tsit een nyOUoéli ;dat Js' AM 
.voadig' gerezen; ' . ' . . 

. - Een der- ^treffendste voorbeelden vta den blewoadéi9eat<- 
waardigisa voortgang van Iktt itaaebilHie-#ezen » levaita^ie 
Mt^W'fieirifkiBno]^, welke, alleen door de invderingiter 
maojiienerien , tot een der belangr^ykste takken van nyv^nn* 
heid' zijn opgek^mmen.^ In bet '|«ar. 1760 wel-d* de katoen 
üog met het eenvoudige hand-rad gesponii^» ; ei^nralsaien 
thans nog. het vlas Spint. 'Tegeawoolrdig zön het ovoral 
BUtchienerien 9 die in' de ontzettende, behoeftea^aito ^bullen- 
garen voorzien. JÉéa/enk^e wefkman' spint 'thans,- 'door 
middel der jpin-machiene , zoo veel als- v^oor^ zestig jaraa300 
arbeiders te zannen. , of met andere woorden ,* h|j vervaar- 



IMI] 



|%i IhtAi Ia «iMtt éʧ mrtk ■#• rml 9m 
(•#«yio«iMr firtn^ daa h| Td#r Milig JarMi ia at» g ilwal 
aar san fabrtré haWbaa ; aa alt 4a En g J i c fce ii ^▼aar aat-i 
% jaran mê% M aaaraiUUga iploHrad avaa aaa Tadi MU 
lan «illaa tpinaaa , ali. sa ümmui nat btkalp TsaMaiUaMa 
Uan, dan hadden ia tan ninttan yaariiy milUaaaaÉ Man-> 
idian 9 of het rif-en^tirintifeta gadaelta dat gtheekn ■• a ee h 
UoM matÊstk aan hat weck ttallan» ^g^immd haait rer- 
lalMidan kataen-^pianarfan f walker naehieaei , hiaaea n 
iraii aaa' draad kvaran, die 42,000 Eagekehe a^lan laag ie* 
Ml dna twee en aen half bmmI dan aaridhal sea atmyianea* 
Bat garen dat jaarlgka in Emg^lmmt geepanoen wardt , 
ftaafl wOk eeae lengte , dat hat 203,77« sMal da aarde ean 
ipaanen en 51 naai ran de aarde naar de.iaa aeaknane» 
ralken. Maar eok.de haedanigheid (kwaliteit) Tan het la^ 
hrikaat ii niet aehtergehleren ; dat da na^enerien ee« 
idiaoaer » en neer gemkTomig garen oplereran » dan nel 
nanachenhanden mogelyk ie » kan nkt worden tegenga* 
■proken ; ook non het aan nenechenhanden heawaarl^ ga-' 
lokken » snik eenen boitengewoon lijnen draad te epinnea 
alt het naeluene-garen Tan Na* 350 , dat ki Emg^immé 
wardt reryaardigd , en waarvan 167 Eagelsehe n^len ap 
een pand gaan. De getehiedenia der nitriMUngan wfit , 
naait de katoen-fahr^ken , geen* tak in het nitgeitrekta 
gebied der nyrerheid aan, welki ganseha antwikkeling 
Tan dMielli eerite geringe begimelen tot aan desielfs ke« 
leiiaalite nitbrelding , mik een kort tüdiTorleop beilaat. 
Toen in het jaar 1700 RfosAnD AnswnianT , een barbier 
de eenite steen tot TOitiging yan het nlenwe ijvteen der 
•pinnerg gelegd had , Tolgden d» andere dannede in ba- 
trekking itaaade nitylndingen hand orar hand , en naan- 
welijki waren er dertig Jaren yertoopea , of het gebanw 
!•. j. Tfi. s. 17. 



12A8] 

tiHfciMiiluitoeM-fièrikattt ittfAiL raali dMr ki«lx|a»groi^ 
Md» Unfjfi kti. allé' «idtre tiikkM& der BÖferiHidl é%«r* 
sduidvwde. in lifl begin der i^geiiÉf^ tn CIboaob UI , 
bUd beè'kaUen^fidii'ikaiit in Hr^oê^BrittmnJe y mib% ifieer 
dfttt dA^eM: fnènsslien un Im* irerk \ thMM Tjndm aader* 
batf mittêMii deor btlMliw trbeid* 

Onder 4» tmoUbaliÉwt» uürindingèn in kei gebied der 
kaieeHmAakifiHihiren» metl^nien^* jie^e«mi^# %taml, 6»d# 
AmtMidf ^««ieaflfwAfVlia rakenfn. De ael^MTeilendèfleel 
Werd ik Jièlland- 1705 dè#r. Dr/ CM9wml6t milgéFMden^ 
man. wH(n beb Pifl oÉ fce at Tier-den«4wiBÜg jaren daartaa êena 
bébMoiDg ¥an 10,000 pond sterling iMkendé^ Etrai yèér 
naan^elfka y$£»en-*^ili^ Jaren » werdra dese «ac b ie tteg 
In jEji^e/asitl neer irMwpreid^ niir ayn jte ook op bet ^mk^ 
ladd ' tan Eutepa algenieea in gebroik. Te Gemd woriea 
#nder éndeneb» in? eet groote fabrgk » 600 machiene-itoe» 
ktt de«lr sWom gedreTen , en iéj'Augêburg wordt een ma* 
ebiene-i#eTeHi Tan 800 akoèlqn opgerigi. Het aantal èm ia 
Qroot'^riiimÉ^/e ingeVoerde xeUweyende stoelen bedrsagfc 
raeds nedr dan 100»000« Giuêeöw alleen bezat in laSi 
kiet B^Ar.daii lé^lS? steotn-weefstoden , ea ner bnixen 
Tiennaairdigen » in de<e laatste plaats , Met bebnlp ener 
ipiMiyeikee t jkaiOijks een stuk doek ▼anlS.QOODuitaebemjH 
kuletigte. N^ yoor.tijftien j§ren -werd de tonle nf kaït». 
4ê/^ ^e<» geheel NAt kleine zeabeekigt gaatjes bestaande 
wee&el , op eene seer naoeifelijke wyse ^ m^t de hand ver- 
vaardigd. IWns Terr^t eene zeer kunstige machienej de 
Bo&iné r d€zen sirbeid. De Engelachtn moeten het io deieti 
tak aoo ver gebragt beliben , dut zij ia staat zija^ t^i^fl 
van rptien voet breed ie weven» 

Ofschoon de koua^nmeü^rê-êtmi ^ reedi in bet ja«r l£8d 
deer Wt^btin Lsz was uLtgevonden , konden echter de 



(MS] 

§Êm§9U$: èMmftm kdttt^» «. . wi^tm J^irsalM* %i0% liar ^ 
«Mg'^Qi^ii piqj|«» iMkhi 4»»4#r 4% mmn^t^e. )dm^ 

r«fir Ainr , vtfer*i#MMil 4awr4#r 4«i ti«UM. Ibi A» iairpf^f 
rMi 4tr MlldlMINIr»irïiUKIi?S Tef lM(ef nl^b 4^ dr l^o^M»^ 
üMüAwfaMur, Engeland rU^«A TemnMurAigt thaiii «ri oa^ 

KMiM 4«iüiieq pmf kPUMi» ^r f«ar# TM KKMKW foiiA 

#11 i^iUsW i#4«llUift* D« |c9i»fteiiwfii^rrfrit«9i m eeA# x0<^r 
gecompliceerde » maar leer yejriiaflige pü^fiyey pei^T^jyi^f 
\m''W^kxw9^ itwMr mm\^ % kw ^ ^ o^eAUik, rer- 
4Mi4r« l^Niderd nMnn me^r bui Urriden dan koBd0r4 

NmUI lirt iii«rlli#iirrwe9eA 9 i|l^a^e brakken der nqyerheid 
Ua le^ d<e l^Mtvb^MUig 4rr Mrrvi belirfimi» igiien iarloed 
ti^A 5da«* grvoeleo» jkwa« piJt d# l^t aaa de k^topm- 
lr¥kker^9 cii iqi<^ddig sag i9#i^ de plM^ Tim bet langxaaai 
IrfdiLkiiii 4er lateMen nMt baAiirormen » door maebieaea ia- 
(^nvniefi. O^ bMHT Teerde dje TA9<U»gi'ïl^e geest Tan deo 
$9g«^«bmiA mdsr sgae^ iriomf^ Ak n^n bedeiM^i > )^e 
lOeJA^ apqedig^r b^i^gMl» ^fipniï^r men do^r gegraveerde 
4rfiteii 4r P(iM^«^ Ml^o » e^iifgebrrkeiii Trartgaaii4e, ka« 
ivaUpTP» 4#n waana^r pap door b^^u^j^ Tormen bel^ patroon 
tfikagf^iji^ s^rt 46 ;bi(nd er opatii^, dan %9^ ipeo.xich 
liel» r^rw^aderea., ^^t de roulfiaif'druk in den korten 
^ «?ni# Tgf-en-tif intig jaren aicb ieoo algemeen verspreid 
iMft; 4krt ^ge^¥<»i0!r4ig ifKi piinaien drie veerde gedeelte 
i^fik pvm g^difi^ta k9fc9^9|i 4o«r nii4del van roUen w^rdt 
fF^r:v#ar4ig4* 

,3?»o h^eft |{iob d#n, qie^ 4e ant9im4M»-tn«ebaniril<^r 

IT*. 



^ètiigibg der IwioéiiHnCBiifiieiuFeiiVbhifciait eenf^hfelw emr, 
toor ïde n^térl^id eéit nieaWè iv^^olit gedyiéiidi eenliltiiv 
lani » dèt , ' éóoir miUloefiMi Möligclieii 'bebdwrd , goudti 
trtiühiéii 'driAgi. Dat dé nu eeutriaal opgewipte ^rer m 
sttcHi y««r uiiyindingên ^ d^r dié taltodke imiipaQiiiiigeii, 
welke gelgkt^dig mei' het nieuire itdoMmaehiétie-tlitteeB 
het geheelé gebouw déP tegeliweordige katoen «fiftbiiki^M 
dedeii gebaren worden , niet werden Uitgeput ^ maar inte- 
gendeel sich door de glansrijkgte resultaten toi ^ooIa« 
tedinitche daden geroelden aangeflpèord , sien wg uit ^en r$ 
van belangrijke uityindingen , die eikanderen in den Ijd 
Tan twintig jaren verdriiigen. 

Ook Yoor de zffde-^manu/aetuur ia door eene beetl^fc» 
nitvlnding een nieuw tijdperk aangebroken* Een zi|de-we- 
▼eri-gezel in Lyon 9 met name JAaöAM, rond. in 1806 
een weef-machiene uit » die op de rerheffimg yan het s$^ 
fabrikaat een* groeten inrloed uitoefende. EerAt aeyeatloi 
jaren later werd dere weefstoel, waardoor de niiwukè» 
sieh eenen onsterfeljfken roem en gesegenden naam b$ kêt 
nageslacht heeft verworven, meer algemeen itageroerii« Het 
weven van teekeningen in de zyüe» 't welk te voren T«or 
den wever een hoogst moeijelijk en tijdwe^nèmend werk 
was, geschiedt thans letterlek door de machiene aelf v en de 
wever heeft niets te doen , dan , even als bij de geweokie 
weefstoelen voor effen zgde, de spoel heen en weer 'te 
werpen en eenige voet^schabels in beweging te breni^. 
Er zijn zelfs reeds fabrijken , waarin de Jmquëré^êÉ^l 
door stoom wordt in beweging gebragt , zoodat sioh de 
schoonste teekeningen geheel automatisch in het d^ek In- 
weven. Wie voor de eerste maal zulk eene maehiem sel- 
der toedoen van menschen ziet werken , zal a^iM eogea 
naauwelijks gelooven, ids h$/ in h«t weeftel» als door 



[261] 

«•«mèiilrMht» de kniMiligiié tèêkéBii%6S'» in ilb mogf-. 
^|kll.lltuul^M».<ick »i«t iromiêA; ky sal, kif liij hét inwMH 
4ig# impaiMiiel lUser. niaddeDe» ea de Tlndittfr^ka plaml« 
9lki9(T«B hêh mackaniimas nader beinKkl , hei diepe door- 
slgt en heft deerdriiigeBde meehanieeehe remoft , dei in 
kni.h^ofd wMk d(^<en.eenTOttdigen werkeuui moei geweend 
haMen^ iQne.hemjidering Aiei kannen weigeren. Hei nvi 
Aer'/tfjrMfrdf^elee/waï: loö in hei oog loopend , dei lich 
dcAwelrèr gebruik in onhegr^pelgk kerien ijid door elle 
lAiiden Tortpreidde» : nelfi in CAina moei sq reedi s^pi 
iagereèrd. in hei jaar 1788 had Lyou, onder ]4»782 weef- 
niaehm', deohte 240 Toer gefa^onneerde ef gebloemde vjj ; 
liMiis foeiift hei alleen b^na 14,000 y«ftiar4*e/ee/eii. 

Naasi 4le Itaioen- én sijde-mannfaeiuren, de TÓernaamsie 
èAkkeniTah nj Verheid» die door de inreering en yeriieie- 
riag. der .machienerien ioi eene kolossale boogie i^n ge* 
klommen» .hóef i ook hei Wneo/b&rtAaf # door de inroering 
4er: iaaohieiie - spinnerij sieh ioi eén belangrijk eiandp«tti 
TerhitreA. Op de oiivinding ^ener y|ai-nkaelÉLene » die rol* 
amaki gf»ed garen epini en heiaelfde verrigi , wai de mk* 
diiene spinnerij in hei kaioén<^l)|ibrikaai ien niireer brengi» 
keefi» getijk bekendis» reeds NAPeinóv éen' pirifs Ytn 
•en li^jüUioètt' franken gesield. Ofsèhoon na oók dii pro- 
Mema» welke iRooniame ttwarigheid' In dd natntir van hét 
irlaa. gelegen ii<» ioi dos rerre nog niei voMóende is op^ 
fdie^» en lle maehiene-epinnerg ran hei rlas n^]^ op rerré 
na die niibreiding en belangrijkheid niei verkregen heeft » 
ide wearioe de algemeene rerdringing van den handenarbeid 
aanleiding scheep ie geven» noo hetoft eehier de nieuwe 
mechaniek ioehal hei mógel^e gedakn» en kan er *no^ 
wel eens een igd komen»' waarin hei spinnè^^wiel en spiik^ 
rekken; neg de^te als merkwaardigheden in ondheidktn- 



IM«1 

r«ed« 35a In^dhaineke .rlèÉ-tpunwr^^Met l#^3a6^«vtoiién 
viMik ke^ jMtowélökt 6É aa,öa6 wa het ^rnièirtdVto fl|i«Mi«. 
Tot .4e.gr«otfÉe MwoHt clHi.:WA>MAAe*Aft l« JMtfit-lü 
Snh^and, wtlke il»or dri» it ao M mact lttfÉ^ i«pèe wnM 
#»^ #fA T«a 30 fMi^d^v-braicitoir tMrdi (fëdrvwedt | ll,M# 
WmUh geTMi té MHMi dig^fks :mèjfm^ n^^n gaiMi ^ 
Oe ipAiclit %m A\Lm hAiaesai^ind awoWeèl-Éftogilik dMT 
wacHeiieri0A o»tbeerlyk iè inksAkt htéft ook roor i«l |»v^ 
/>i»r-^r}Ji&a4* een JdêHw tijdVak diMti «iMateaii* ai«i 
Imagsaam trekkeuo v»b tenlwle i^Ue» 3£lm «te^ d«#r.i4« 
•diittoreiMbto rlttuttltteft vafli Je^ liogiii èm^aii 4te ki«MA«^ 
•pinnei*^^ >o|pigewe»de* #eWidrift .v»tr de iiiië<disa%k nM 
i^eer yoW^»(> t« m^^ y dewfl .det4oe«ewtaifle«ciwiiftiit 
ej^ d^ ^e^rag vei^der -lEiok /uiiblreideBde boeUMmddl /é#É 
g^^oj^e bal^oef40 ofa» i^affier ien.geTelgt faadém; iin,»e 
«er4 dan 4H>k^ Ha^p^ttè imwighédéate tobkén^imrwoli^ 
ne»* ^ae maoMeae t^t aHanfl :gébnigt^ ^le^ iferwijl i^ 
apuif depi|e^BaatoaJt4e.{wpM-*fapoatfraagtf lMui(dea.aadÉiw 
li^i volkomen g|>^|l gei^DUto* fapier^in iseii QliHigel*«ii»a 
Iff^ \U^}i^ ^fi9&^i Jdeiee |topbBtr'«ria4kieaé8> «dk ïn UM 
1,12^ J>l^i^o^/a^4 4Pg^T^^t^i» «emen ld .waertdl^an deo»' 
bogrSfiBlijkB r)io€^e«]Md die jjfi apleTacfaiii^. b«itéi^ï?wr#«i 
f^ ; JFtfr:^^«^9y «Jiena è4»att/^ ci»oda:<a^ea.:bf adifc. lA 
4iif^Waadf., wordt litó^ fopleü mei onfcd ^« do.olt nMte' 
;^ bg dffit fi^ boft^ld en vetk^U* .Béti. ru(talfc» 
we|ok)>M b^kelst de ▼ojgfande beat^Uieg Tkin eeüsa ftüek^ 
)ia|idelaar ^n eenén la|^i>ikaflt ia ihwmtUe ï » Waaa aèa 
good nLg.tlea.,i^ijl^» raa aw.bai^o dntkpipte 1» mmÊmm^ 
«a dat uroJi zes m^^ v^n 00A0 bnoeAl^ iwa 4èrt% aa fiar 
llgi}^p,^]^^#ne.br^«dteTaa jkvoe.an livibi^ ^ • 



Mba^ 4i»^9l M Uê K9 Hiitlidlfitg tidi it(t;lbiiMua^eM 

tt^ iAringt (jde ^edutiüek:' <mirerli8tffe!9ft -èüitri^ëk 

ll«i» g]^«i>l k' YiKMP öo|[étt tpMléM.' fiét ineëliaiiiéich gëttk 

torngli Dé «aiii It aéte'bdi«»'kiniteii' tfébé)^ /Wfe lii 'HA 
mtMènf iitft oi»g #ii'*%è«if<ea^iEie!k !oo4fégt'Wt> ed nëêèti 
wii«rbl{ «3 lf«( a«ngf«%f«gte doek op me fhaüken"d6ötkiêXi 
«n^Hcê insi^Migt w^rdiMi. Hèt i^ngtolak'ratü'liAÉlii^oöil' tl 
T«f»llézé« «tl önèiEftiumchétkliét «nijdert^d* ddoV'déce^'ititt^ 
ehiene nog zoo «poè^g niet ' tf^n , wattt , ((êl^k ir^ T«t<i 
nmkéfk , verrigt «^ skidiinèer dAir andefltaclf ^1{M^ tlebr- 
iMkers^gesëttei^ fti lïééxellHefi tgd.' ^ *^ ' ^''' 

'yèér^elfm^rfker 'lig dë^óof ëenige ^Ètètt Saöf'^Vmk'ÉÏh 

eeiéè' ^flkèleii ai%è$déf fn bcf#ë^ii^ gébragi*, IM patl^bó- 
ii«iiUe <g«^ 'l^rtt^ri^, ei^ dut niet'èeiiie iiaiiii#kebf^jlLéid 
dfè^ niuÉfll a^ 'itfkodMle'^en lijiiirtèl' lÉfttidi^a^l^ itaiid"kiii 
héMëa:''*ëTiè'iii^m V«^!fof1%^ léitfelitlétté Verlffi' d^ 
aiio 're«l'r'ia#^i^eil''»edh^eB»< èitf iiét géWdoHé t»érd^fikt<l 
rtilmv,Éil4fédeMë iférêuvéMeté , én Ir'reedsln'l^^iiit^pfi 

Éê^^f^L ^rék^'^èëé'-iiëér «j^^i» fe Mühfhaütêfi lèiréH 
dese machiene voor 5000 franken. 

Q$t^«otfil»«i; «arf^en'^^nènkanl ^rüeit i»é iHifiré'^^c»^ 
•UMMHi 4ii'^mélf>^HjeniMaffalaf ; ^^9 dèlflrtMftMf g^i^. 
c ff' 4iili'^déttP a^éèi>#n'>k%Mr4«léM HÏ» gèi^d %tfMRr i^eM 



ftr nb, 0611 TffEMbulwtd^rtttt^ O^ «up tmtfJé-mtÊeUmim 
^ibr^ifjt M* mei* ^i» e«iw IS|^«|c !>$ IT^vartfii ia JM* 
fféSin^ofi «lik «ii.»^ miU3bi|«« » w«*iiW •!« , die, dk«r 
é^i^üd: i^>W ffpiirikmii , im pia mr 3fi^ hL 

9f^ de i^^ii0eiii4« 1M4m •« k«d*eii twkhmm, solk mi 
5ifkbed|iid«ii4 ytUtfl^^ worden ^iid^r jmdfm i»ow Vidiwrl Mi d 
d4ior.^a«i^e.^tt««hi##M Tf^rraaiidigd , w4k0 iif mmh ^ 
^^000 ftiiktrleTfreB, vaiu'iöe aad^m jomr dan 130 warfc- 
Uid^ BoodigJKQA. J># yerFaardifl^ der ioi de Aotfi^ 
mmcf^iêftê behoofvnde kaMfden , dai ii ▼» die eeleibere 
kleii^ aan jhet kaardJbdtr Taatgahegie penneijei en Isak^ 
)ea, die ;diaoen eip da kaUen te kaaHaen, beeffc tei'^eor 
(^B4gen 4^ I een ^ afgesonderda kleine klam Tan arb^dan 
werk gegeyen ; thans vindt n^en bet be^ter ook dit iiAri* 
kaat df^r;iiiachie^es te laten Tenraardigeo* ' 
^. Een Eogeltchman heeft roor eenige jaren een «leefiAea* 
w^rê'^Mmekiene uitgeTonden , die met een bnUengeweea 
f ^Y.olg nM^lEjt; werken. In de stcieiigreere hii- Artrêttth 
w^^ff^cui ^^f» 30^^ nuKpUenea doqr uteem ia bawegiaf ga» 
briigt. , ^ den eenen kant sleept tibeo de mife aéeea*» 
fiLJl^jpfe^ ia de , ma^efie^ ^rwgJi aap 4#i|^aedaren kaat da 
f^V^en f^ bewerkte, a^n er wogrdt - fitgeoomea. Htl 
bffpren ,der ataenen; ep dese w$a^ aioitfi^n.ipipiataA 'wir 
miei gPiedkoopjQr Hitk<^oien^ . 4an bet (leicrbfldeii «et r.Ai 
hajid. O^aae. uitvindii^ is i^i der daad a^^.jbelaigvik» 
en aal, a4f er eei^niaid nieia meer aaa hare algeiaeeoe eik 
rfierbfaa^b^d in den weg staat-, enberek^iibere gew i %m 
hebben. , ^ 

. In hpt gebied d^ landMshendknnde aielkw ia JC^gelimd 
de ateeBMBaahiene em /e <fereeieMt> en da irijenw mit g e* 
Tilfl^en aleemM'^g^, Teel eiigiMif* jQiNiei^saaAui «ai#>» 
|i|! di|i l|ifl|(#eik t|d, 4» w^geneemle.jMaht^ epaikpiluHi^ 



l«»l 



HÉiM 'M t#ë «H i« wiMm/Hortl ia EmgêUnd al I» 
▼»r« llf liet fMoof da* bmh émr de koken eai leo Ie 
«eggtB deor ttoem reeds' beffait té bewireB , de arbeiden 
M%m er ia de fafcr^e» «eUk bevrfd Taa de meelie eei êè 
infpetk ep en neer ie gaan: de aieenHnaebieBe brengt 
kmkp em hunne kraebten ie epanen Tan de eene leldering 
ea da eene Terdieping naar de andere. De Parffeebe ttraal- 
▼vgere-maehiene » die mei sei^ beseaM we^ki , de beai- 
baidkereHbaebiene » de TleeeebbenwenHwenienaieppen- en 
4eegkneed*Bttebienei, en dergelj}ke eeberpilnnig nttge^ 
dneUn ieteieUen nMer, sijn lebitterevde bewfjien reer 
4m in den. J^ngtien i^d epidenuaeb nitgebreken maddena^ 
w#ene« 

. iJUe deie neebanieeebe kraebMiwinnende kvniiwerken , 
eA eselabruggen voor de nüverbeid bebben ienndaeien nog 
geiranw aan bun doel beaniwaerd: de iLneed-^naebiene 
luMiedi baar deeg, irobt de geepierdile bakkere mifien ; 
de^doreeb-Mncbiene deraebi er op lee ali T^f honderd der^ 
aebers » en.de Weener ,honihakkeni«>nwebieae > bad hei ge» 
beeU. leger yam bonibakkera in den grond kannen werken', 
aoe 9% gewiU bad. , Maar ontelbaar ia bei beir Tan ê$ 
ll#eUooiie ^n meleti gedroehi^fke en abenrde niifindln* 
gM , 'wMs jaarlöke oii de kranke beolUén ooaer eeaw » 
eveii ' ali dwaaUMiiMi ^Aemen » en. oren seo enel weder 
TerdwQnen*: Zoo kdml ieder Jaar een dóiynnmal hei/Mf(» 
fêiUMU u^Me f Tongeaeld Tan een doaijn aotien, ie 
Tooreehjn. De nürindlng eener auMhiene , die bare bewe^ 
ging in lieh aelte hebbende » ionder reréw toedoen ran 
bpüen, eeuwig voorigaai^ li ien,all«i tijde hei rerleida^ 
Vgk lioToltegi^iAée gewedii , waaraan man% indaatrie^riddetf* v 
met bel edfk do4 onr de nensiAbeid geMOdg ie mULon 



(MSI 

Jfcft if if iHÓUNuM-e» » M er U0b'rêA 4«d «cpyMMMÜi 
if^4« iim ii#Mbi ii verkwaidfi esi mgita rHHfi w*«Ü w«ip. 
ll«Wi9^|NVi^ ^«n imh4 to Jkêlmêéip m LimfkÊmd^ momé ^mm 
'V^«prtig:|«r#«i «e» «wjüttotott nift » di^ «iMr 'éen pmr «f»* 
«•rn ir«Ur , jüM «Uteain bevegi*g 'Mra.febvmgt , pMwr 
.«•k iti «Mvj^te-êsitt biiw»8^g aioirt^ gdumdenr woRdnh 
P« «diarpriQB%« «itmA«r bid wmÊté^éèhHfMifj/BémtkWy 
JM ^wtttermd iTMM ib Tfhané lefc ee» f— r f i M| i«t ie 
tlireii0«Q. .Uai ir»itanHl aiÉét*' 'üv aki aUMii éM bmImi 
4K9ti»n > BMtfur hd momi «otk-^ftl het Ttrbrattol» wiivr gvJtiH 
•nif / self fvader mf «|lie «igeir tanden pem^v opAt4 «^ 
4eMi Vfce de beipitfliiBg aoêit 'kim e ph oi M tO» OfinikoM 
nentchen , die der sake kundig waren , den man Mn M 
▼imlMid «eelfteÉ<*e fcrengeH» dat dit beat ninuntr zeufe- 
liiULen;, Mor idat lildïbaBa teTeas gehdcAe «éA bg «9»lf<» 
9Mi;:flNM<dlM«r,9 eten mik» do èaran MüncmjivMv , 4«eèir 
gedarefttottMe»' oü een BM»^raa U trekken» wae dltliS» 
««Melr rteo . yafit b« Jiem • ingetnerteid ^ dat ^Irih^^^^eM 
Jb»ek'*0ver fcgnea adneegen iiaiilM(flefl^'>ichretf ,'iwaaifa<y 
.üilffMnig IhMMetv dat ^n nelefti mvt ^eea^^aar enttMUi 
«üktMuid >iralar:9 4ot mm iie* einde der fKërtid^q» leépef ; 
^ diit^ «r inela .fof ^te y9nri^ten'ii>9as » daa deazrifwi «fü 
tfd tot 44pd iiifaifiBen » an «r idletMeJarM ««nfiMr 
•fliaaiera l^j <ta-giatea » em. ket'^erplanipee mêk»' aaa Ie iMN 
iea. -^ZtUtM en 4érgeiljka «neolnaiiekMbetnilq^beaHatt V'ik^ 
«aen b|aa a^g dageU^kater iareMf. Onderttèii«lM« é ii^ 
ie iMftreanen^ daionènaièen^ itte iMi mm 'veriMift efet oHIl 
ireekt^ dikaijfe kim g^eele' leve«'jiieb aietf af^ealatfM» 
4Ntai)deBkiligea klreHeii:, 4n (ten ^tetaa ^teiA nieUr «* 
Maad iWedgeii.» *dMi eea* edierjMiitttfgf IcartMfl. A^' 4É 
reide lekrïC^riwBiiieÉutB mtgeaoalea'^ dir, e^lNibi^émiÊli^ 



imi 

▼féÉ*, êamP'UMnÊ'kk Wirtgiflg ff€*iigl« wmkaèHk 
Tw; mMT ia êMti%AfM^éé9L moni itrMdfrtiltllMi^ 
Ml tnw op 4f g»ed» (Midle. «uiMr «m' fihttltB rtfil 
kwMNi «ehr4«e»« Ottier 4eie kaiigoiii Nhöorl <i#k 4« 
Mtü^MMwiMMpdueÉt , 4^ «to^aiirAgM, dl» »!)• ^«tm 

MM^hfl^ «Ue toitrtea twi ièüvp^» iraar^, tMiy- #• « w >üi 
■Mityratt»^ 

Qv«r >d«Ké «laoltteiie-'iiHMriit éM iiiMitrerMi mdt> fift <• 
Hi^iitéiioAii line Mriïrt Is d«ÜeiMl «••«*%• kArrilNilMrMi 
iiM., 'OtetaHM ,:t^ Itonry «Mrijl éê%è idtkit Jniii m hM 
kpt awww*^ ^n>èitt. JBm fiiig«lK$b daffklad «pijiiKt «fftiek^ 
MCI op iée T^Mide «Pifké nel «idiMi : »¥dl9Mü 94«i^ 
WMirdlUpe lie#igten ^^nhi etMn l*el^g«r>y bttii 4» iijgaiir 
tuoMfc vMrMilutaie i«^ii«Ht if Nimè^^Yprkf «Mie ttoooi» 
amUan » ireijk» iwokt r mmi A ^Mrkett a<lio«i i^mIb^ 
nyroüt » ]Munap>ipMiii^ 4» paAE||kAge*4l«r rmmi^Ém ina 'é» 
eMM/ iMidi^iiig ^natt* d« «léaÉ'a ibMAgt^ nikMWt) 4»' k«^ 
mMTB »Faa^y «n ' iMbiB^erf .^ dié' JMtr èuii wittm Wbb» 
sl«i^iiv> ik* vitn^erpt," Hti AnèrtiaMtui^k i^yUai VMt- 
^rek ép^^ewgm^ nuèki Tan e«n. nimir «i%eTaadftt 
Ükboni^jlifig.. fpiriig ^ voor gMKOAa wtgea» éal aielaft» 
Iaën da rci^igéni salf mêei ia en uf^^akka», msMr «aUi 
•i^ar éa vrUbkUaoftan rakaiiitt|f kMMKv Zaar «ifdif «a 
pifciiwi|kr la aan ia Xaatfan uitgakoaiatt ^ laali ansam 
èi^gmiaeSiarkiaQda^ alaiiidi«|ikpfaMiiy matliataadavaekvill? 
aTHia Caii*ai»y lof iairaatiaaa , aaaoIMika HÜM, ar tka 
aairdi mi- Aferoitalion') «taata» faüraada.» moteotblakoaaAi 
aaii parpaiari BMftioa^*' Op 4laa^oaagrani -rgdJt aaa,4aiH^ 
lóndanea «p klaiva aiaaaipaavfleA lièaa aa ^Mdar ; «m 
dawtraa daat^acMarait «a ^appt Hiaü jtaigaa ap —n umbM>- 
kaap^ Kappwa , liaHHaia aa «daniaya ^ i^éa ap'klalaa dfia- 



(«il 



en roepl s$iieii bedtenèe iM : » J«kv # deegouw uveFlèn* 
fik aan , rlhg ab 4e wind naar haii «i ImmbI de urn aii r 
van de Lady.'' K^ueUig sM de koninklgkiïdrteoaiii^de er 
nii, die op. U^e yierrmderige eloompaardea danr k0êm 
F9di p net bkaabalgen in plaato Tia iporen aan de voeien» 
Bet paard van eenen leldaat der garde wil niet TQerwttaria# 
m grypt daarop den bbMUbalf sn blaatt met alle Jkraeht 
in eem Tan aekteren^ aan hel paard, open gemaaU denHje. 
Se« nader persoon draagt een boTeninalig.laag ftak pa* 
pier aan een atok, waarop da annonea itlwt^: ^Morgan aal 
eett predikant van gegoten $aep iiide uleenkool^kapai eea 
ataoBi-predikalAe kouden." In «en graeie. tent wordt , e»- 
dMT een ontxèttende toeloopi Tia» velk , kntiaatête Imvmul 
pèLkrd ten toon gesteld*^ ea ^: dm a^tergrond «et bmk 
eton geheeie, irleot yJui' de, fftopMe linleiehepm in dekuU, 
die atfa onmalig groote luehlKkallons hangen i eiiiTmn toop- 
•enens af n eene expeditie naar' ^oi^^wn te ondecneoMat 
tevwijl otèét y geheeiè.kofijhttiaen > «mdewittkeli en hêtêk 
•peen' Qseren.spoonmg Toortrói(ini. Een ander hkd ttott 
eiene akadonifohe Toopleaing voor.in hetjaairS^Qft» waarl^ 
4e/stiident.ttiet;mfEtér in. eigen persoon in.het kalief ta- 
l^enw^ordig ie» nüsar sijnen poedel sendt* Men niet ia^ie 
rmm» gehooraaal een legioen JBogelsdie deggen , 
keffers, enz.» met. brillen op den neus «. die op - 
^laarsde adbterpooten , als ;of Jig te .pMrd reden , neiUfldt- 
tea. ledei* deaer goed fedreseeerde dieiten. heeft eea kleine 
dmkpers in^denTormvan een klarier toot sieh: met ge- 
spannen:, aandaeht hoort het. naar 4e weerden. deaprèlBs- 
wmmf . on drnkt spelend met a$ne vooifieoten op da^taiA- 
sen.'van het khmer, welke. met deJlettars Tanfheê nlpka» 



lift] 

▼dn«« in een êmrojaAer gaplaktiU-MCé I»de kiÜMAer lil 
d9 ^ profaMor ia eèn' «▼«nnok Tftii fegaltn ^aar. Z||a wê^ 
talett<biiik betloii •eAkkiBeipreek-niaeliieiiaiBsidi» wtlké 
éaor eem iijdtarljv ■igttaèi-.if. Da voordragt is , als ié 
iira«ijk\èeiMr spaeliboa, ap aan mai antalbara pnaijat k«* 
saaid ralkoui, kvngiig a%adaeld: dapwatjat» waanran alk 
ééngahttd ia waag braagt, warkan ap da aigaa^ka apraak* 
werkiuigan , naiaaljk folaasbalgan » dia aldna dan wind ; 
ia dtn Torm ran waordan , naar da HMndopaning dat an* 
ioiaaata gakidan. De voorlasing ia juiit gaalaian mat da 
woordan: »niaar walka Toardealaa da waianaakap» daar 
kei vardwijnen dar «praak , haaft Tarkragaa , daarovar » 
naïjna haaran » in da yolganda yaarlaiing«'' Eaaiga kaf* 
lerijea glan raads op twaa pooien , maft dan bak in d#a 
■uftil , naar da daar , om hunaa maeatars mat dan gadmktaa 
iahoud ta .yarkwikkaB; da poadal , dia bat apraakwarktnig 
▼an dan galaarda uit gagotan gaar, haaft in hawagiag ga- 
bragt , daatr mat agna pootan ta trappan » mat uit , an da 
padèl ia op bat pual van in dan buik da» prafaaaora Toar 
da yalganèa rooiiazing aena niauwa rol ta aabrgvan* 

Alla daza aa dargelökl nitvallan tegan dan maehaniaaabaa 
apekolatiayan gaast Tan «nsan tijd sijn tere^ toapaaaaI|k 
^ da ovardreran sacht , om bat manachaljjk ligahaam » soo 
aftagalj^ , van idlan arbeid ta ontlaatan » an dasa op aata- 
matiaobe toaatallan ovar ta dragen. Het ware rijk der ma* 
chianarien , hetwelk aan booger , bet welsgn der Tolkaran 
warkel^k boFardarand , daal beoogt , ia boren alle satira 
rarhavan. 

Bmtanr de rg vaa Toartbrengenda ( prodncaranda ) ma^ 
ebienerien » welker doel ia da bewerking en veredeling Tan 
de Toortbrengielen dar natuur , besit bet gebied Tan bet 



IMt] 

kArm dk nM«b vi*oager twmU«: é1ü«n<tniiè0yeaiéa • o» üé 
Ibbrgbarkéa' ¥aB'<iMiar te • bDÜbrfi^ , wpwwi id^vi^ ••* 
icricW.%«n 3011 lal 400 pmttrécn if Mtmkiu^, ^ Ay/jNMM 
Aj^dk»' peveti %Mm. Toi eëa bewij^^ i»i cbt^niemcfc is 
■timi; «»< fl|i'» mét ifelMilpTm «i]»ci»«Më, lufae tlgfiJMtkif»^ 
ièkim H oiMÏHiiige' tevairilBUidEBii, ÏÉiba irig Mar «uit 
êuk f éêb^ A» tydpuJiiéha per» eèa enke) aum aen' kük 
v:kn jBttn yaaft 4ik/^6 '<op tirdè voet van atttiwiar iriararf*^ 
dtp^e «raéta fmatea' rMi, da#r kaa iH'ekaa; Deza |Nroef 
wwd urarkalgk door den fibgeMatepm BmAMAVy da&uiW 
viader 4ar hjrdraaÜMjka pemeQ , gegarenl Ta FarlraA^ 
Inr Ëngelwid oMett Toor eetdg^ jaren een'' katoeB*#piAi|ir$ 
aane irardieping liooger gaaiaaki warden. In plaata van m 
liat'dak altatN*aka» an daarna we^ ^abaawan, iiiéf aièa 
hét 9 aao ak bat vmn, üoor i^aa hjdraulnóha persan naar 
bay«ny diatsedide zonder achroom nag oèpe yardiapuig apder 
bahrelre op beff gebonir , en lial toen iMi 1,600 aanienaani 
zware -dak zonder moeile op da niaawe Tarüapiög aiSikeB» 
Makr o^ bebban g^éele bttisan^mn den éSen ^ronè tot 
aan dan geved» nich naar de lo^ohi der m^banMc aioelaa 
a«Mkk«n. Op de U^Uhefm^köAé b^ Kmsêwl kkn men tm 
praebtig gebouw Tan versobeideB var di apin gan aanadmi* 
wen ; dat te Toran op een andere, v^ela adbrddan tmi daar 
verw$d«rda, pïaata beeft geattan; bat werd nMa^abrokaa', 
«taal* naar de pkats waar het n« staiit; heen gér^Ü. Ook 
in ons Vaderbind kan men molens aanwijzen , dia op èm* 
zéMié wtjitó t^an de eena planta naar da andere ci}n T^rriawd. 



Knpitelfl iini HomeivMV. wer4 m 1762, ia hei ÏUêm 
dérf^o £/i>» op 4e. eetUgut y»ii Fiêeêhirê, mi Timk^ 
iBMr aelitifligw«#rdig6 •adert geboren. Onikr de» svarem 
TeljUurbfïd ^pfeYeed, 7«id hl ^: geluk in- ket Müin* 
ma der lUile relefn* 4i« ^M^ d^P flügereA , om er da 
Mstea Tfttt areadea te sp6]$;ea. De«e woeete meek eatvrik-^ 
kolde. Treefiijdig diea «eeei ▼«» pi^dornemiiig ea TtraieM- 
heid i|i ]|e«i welkr heai oadar$cjkeiidde« Hy he§otk ijia a ee maai ' 
lottpIMaa neideit geriag^graad vaa kek« eaaa eea groot ge* 
4eeUe sijner jeugdige jaren met he^ beeluderea raa ada dé 
plïgtea aa wseteaeekaffon tan aijaen alaa'd te keMaadoer- 
gabragtf aa gedarige reiaea ia de oettalgke seeëa, e» 
eaae grooto iiieoreti«c|ie ea praetiicke keaiüe 9 dia toot da 
h$drogr^ki0 raa den ladieechoa CKseaea kaneedigd wae » 
rarkregea te kebkea ; aa aa enwederlegbavo kewïiaen vaik 
oi^derrindiag ei| verdieaetea te kebkea gegerea » werd hi^ 
gexagvoerder op ket «düp Anmü. U^ Tortrok Mti di* veÉr* 
tuig ia 1802 uikt En^élmni^ landde te Bamèaf^ voer ge« 
dorende b|aa twee jarea lai^ de kaeten van ketladieiek 
lekier-oilaad; l;eaooblt Cantan, «walkte door de aee«» raa' 
Chirn» OB dea ladioieken Arckipel, ea keerde in 18Maaar 
Engeland terug, fiij zijne, aaakoiaii bood bf aaa de Ka- 
eisldgke Maatscbi^iiy de vraektea vimi zïae taiétéorolo- 
gpuiobe obeerratiéa , gedoreade. d^e reie gekonden ; kortaa 
tijd daarna, gaf .hg de gtdenkeehrlAeo Taa deaen togi in 
b^ licbtt h 1806 begaa kjj de boAwetoffea ie versiBMlea 
yaor «linea Gidê voerden Zsêmamin d^ ImHe^ohe Zééém, 
laa koogali beMgrijk werk» dat a^nea aaaa weldea onder 
aUe xeeUedea der wereld foekead iMaUe. 

In 1810 werd hem de belaagrgke kekrekkiag Tan kjFdro- 



graaf der Ooaèrlndi iaA e Coapagoie apgedragen : en aediK 
lieefi hy sieli aoniler tottchanposen aan de dagelgkacte lie- 
sighedea gew$d » waartoe hem dese nieuwe betrekking ver- 
pligtte. Hei aaasienlgk getal kaarten , dat door a^ne aar- 
gen werd Terraardigd en uitgegeyen , is het bette bewge 
Toor a^ne kennis en. y ver. In 18k6gaf hy ign Atmoêpke^ 
riêek R^giwtér nit » waarin men de teekenen Tindt » die 
eenen storm In see voorafgaan* In 18IÓ besorgde hg er 
eene nieuwe uitgave van , met verbeteringen. Behahre an- 
dere stukken gaf hy voorts in het Heht : Tmfel der Wt»- 
den f en vervaardigde gesameniyk met AnnowiKin 3e 
Loode der Ooêt-^Indiën. 

In 1830 las hij in de Koninkiykè Maats<tepp1ï , eene 
memorie /getiteld : Opmerkingen over eenige IJê^hmnken » 
die in het «uidelijhe hmlfrend xijn üangeiroffen» Hst 
belangrykste voorbeeld van aulke ijs-banken » waarvan h| 
daarin melding maakt , aijn die » waarin da brik de Einë , 
in 1828 verviel , op 37"" 31' zuiderbreedte » en IW IT ew- 
tóAengte van den meridiaan van Londen. Het waren ént- 
lettende massa's van 250 tot 300 voeten hoog , die siek ia 
d^ gedaante van klokken voordeden. Hif scfar^ft dit ver- 
•ehgnsel toe aan eene groote uitgestrektheid land , b^ dea 
smidelfken pèol-drkel» gelegen tusschen den meiidiasi 
van Londen en 20^ oosterlengte. 

De dood van den beroemden man , viel in het jaar 1896 
voor. Hij is door geheel f^n vaderland betreurd , en eea 
gedehkteeken , dat voor hem te Canton wordt opgerot , 
en waaraan oveval/ ook in dese gewesten, bydrsgen s^n 
geschonken, getuigt, dat men overal syne Terdienaten 
erkent en waardeert: verdiensten, die xich niet tol ees 
bysonder volk of gewest bepalen , maar de geheele wenM 
in derselver omvang begrepen. 



Piiib0tkKïft 



•Toom 



NBSRLAND'S INDIB. 



Overi€V0ri9igen ketrekkelyk de ,9Ufle Javaam$eAe 

Mé^topaUeeig.B^. 

JUU op de .nufcoineliogtclMip T«if, MfUTpUuNi wm%fk^èj^ 
orerlBTariBgeii , s^n ». door gobrok #aii:cAr«fio/of itc4f j^oo-^ 
jiu bg bo^ Toofteda^bt » xoo oa«iMV^I|ll#pg#iid^ OA dooi; 
▼•rmoogiag moi derxolT^r oiido. Mjif^ol^ssé » loo £i(bol^ 
«ohijg 9 dat bol jtoor mooyolök » d^k-wjIU oeno TolitrekU 
9ipiogelö|i;boid ü , bei Joüio ifdatip , waiurop eoaa «eko^» 
•eup^n ,lfA§ Torlodono , gob^wrtfnii booft.p^U,||Éb«4» ^ 
bppalfii., of M ir«ro ran bet TOrdiabU.^iier dnBdanjg| 
gebeurie^a , te aobUtoa* OntwoeMn de o^de .geaf^ed- 
acbrgvera» %^liSB die der, moeit beacbaaflle Tolken-» reeda 
soo Tole binderpalen ; waa banne geaebiedeiiia in ioo'To]^,, 
niet te ontwarren fabelen gdiuld, boe. veel temeer Ifpfl 
men dfse)ire dan niet te waebten , b^j de beii^fcing;,Tff| 
die eftti toUmi, waarb^ de kennia Tan betonde letteraobrift 
nagenoeg gebeel ia Terloren geraakt;, en dat , ofrofioon Bai^(|i[ 
.verknocbt aan» of nogeljk regtatreeka afiitanunende. ti^ 
de ,ondite l^^wonera deier aarde » Tan eene aaaeeaigiMf j^ 
keldo' benflvreTene g^aeUedenia TontokAn ia gebleTenifrff 
b^To^en 9 door deaielft oTei^gang Tan bet BramiénêoM 
geloof tj9t bet i$immi$mm » de oude OTorlf jeriM^^Atf^ 
eena iniTor, bemard» naif > eTen...ab waren deae-iMW 
U. j. 2i. s. 18. 



«iti f «ttoag m$i fiibtlea doorwar^a , imI m^êteriên kU 
d« l«i«r Muigenonen GodtcBenil doormengd htefl. 

DU aÜM 11 bysondtr hei geral bg hei /a«aa«#ü4« reJfc, 
M 44f*4 ^Mü géohifdtBolB» -^ £^9 bom |pilfk ».«|Me 
Mde ttui 9 in HiemdoêêckêM grond weriel gesehoiMi , en 
•|m takken niegel$k'^«4Per-4#^eele oude werdld rwr- 
f^eid heeft ; waarvan de een nog eieedi de ond« wê»^ 
deraarfte, anderen mttv a%e]egene landen, en één Jmmm 
••Terfchaditwt : seo Ü dèr JofMtmn gesoUedeaia eeao looi 
Tan die der Hte«J#Ae* AMMier 4aAt» dat die boooi, dear 
4eofett ooderdom» aoo Tonrard ineengegroeid , eadeplnala 
Waar de Jmióa kmékicikirctL^^ tak cieh aan de «oedmalnwi 
aandttit, tnoeflt^pc ia onderkennen ii. Bghet^tegenwo^yr* 
flge ^[édadtt loéh ia de naauwe httrekkiDg ioi , af af> 
itamtailig van de oude hewonere van HUitioUmn xÊ% het 
fthiagen gewieeht , tènr^l geseUedknndige en Mjrtfo/i^ 
gtèthê omMieVeHngen a^n bewaard géhleten ; waaaraHdaa 
b tovr^tfrloeSd , ék% heltélte ^feheurieniiMn , onder 
tdM ikatele t^^geviaiern , of ^den door^ieit gefikegi, 
M dSo In» idet loi ^emolfii eig^eno gesddedeiéi lN^ee« 
fbn , dbèt "ttók^eoniett mhi of eigen bodem te i^ gt* 



' Sae tttoe^l^ ' deaè ineenilnelting van de Smtmvnwckê 
fii dè iomile H^vdée^cke geedi£edeBie , het eeluftea tm 
jSfene dan oiok mroge maken , wil tk «chter jnlet ui^ bewa^ 
^ , dat het Tohtn^ omnoge^k !g , om eeai»^ win ef 
mebr geregeld aatnenlttngende gêÉéhMenit/ grihiraaia 
«M^Weii%ae(a(t^reeiiYX>lgende eeuwen , dei JivaMtt/k^n 
Völki , 'tè laaii^ të ^tellAi , Ja , iHenaangaaikde ieU bitera 
fo ft^rèu , dan t«^ nog loe il gedaan. Tot eenén imgm 
iMtêm^tÊk ^a!' dekehre eAter wed nM opklimmen , •■ A 
^ttiei^iémeitde, zid m^n in- «e 'geiégevAvAd nÉoetan sfn. 



plegen > en de mondelinge or^rler/iripf •§ » in oüAmvcM* 
i^ièf^i^f m^ #Uian4ir#Pi lU vfTge^kMi. br imu fdê- 
ffüMd ecdter nmi fMnett nijndt » en mf n jNir^rp^giMi » 
«p» üetf ^ f ü MW^ n ng eiidff «p girf^fwflirdjga buieh^iitoinifh 
t#ii4 9 t0 lpT«ren « f9TiM}(Uid« > InJ 11^ «y dan oktltekt»! 
m K0f|d#r rMdpI^g^g rm ^m§ gusekiift, kap^lMi M 
f#«# getr^MifiMi , ¥|fti kül fidNdMkMge ongtmTerda mÊtth- 
d#f»Uii« di«* 9mrlêrviiMgm 9 #ieUc# oiAn* è» hirdhiiff 
wfm 4»9fi WiMtelavi grond Li ««loop , tnanj , l^ii*Mid#t 
dMT 0*do /mw^nên «Mdtgodieeld syn. DvMbnig voirlMil 
iMge Tin «liad^r geioiMMdkiuidigi waarde woMta ( vaatop 
Wi kA^w^aa dan ook geone aaaipraA^ naaki), dook voor 
daa ^«orksiaAeii konehénwor van kei iiiéaackèl|k gülMki » 
^Ib ook do ttii di TorkoeldiiigikraeU Toorige>rlooido ; on 0^ 
di sodan «n géw^égdBU yaa ae» volk iac^drakio faMea» 
aM oi^laiigrijk* 



iPiaMioii (keft i«Oaiid /««# , in 'vroogoro lang' Tor la ap M o 
fin, al aiot n^ kei ruim had fA Mmia keoft U sa* 
fokaftgon , on dalki^aa , door aone oanroatoluig in d# 
il «Tgaookoiird geworden , dan took bmo* kotaalfa 
TM daar m% » launeni Toor ibm gHooi godedio , of korolkl 
l^rn geWoirden ; of daarmode in niaawé kétrakklngon k*bf- 
hm geiteui. 'JAo Mnpeki iran Brêwtimnam^t^Méró Bmédèr^ 
da koiNryaUa* yan SimgQ Sarip , on zo# Tole aaidor<a yt%m 
Mrami^mekén oonpDong ; ko(da|tropg»kooldko«wdolallèr«' 
•flki^ift; do naawe irérwiMitiekap dor /ewoMinf oAo molr de 
SmffêêrietiMekB laai» en dor Javénén Mjfthüdogtes dü\ 
aetti aog na iiet aitnnétaiOB Tan oono aadort Crdd«dao«|l; 
do kroB 'aoo T^or biiggelèoTi|^bodon ia, on 4oi nog loov 
loo niet kot oanigste » dan iock keil ToornaaoMita onderworp 

18*. 




[266] 

hhvitef * i^ii/a iiy- tMèlliitgen 'nlinmiikt » ' •tr0kkeii him*Yu 
i«^ onWederlégbare bewijzen. 

^merkel^k hlljü het intaMeheïi , dét h$% Nè^chreite^ 
l^ke 9 én gerolgelyk juM dat igedêeile Tttn Java , hetwelk, 
in geval eëne verbindiDg met hei Taste laod werkelgk he^ 
plèats' gehad , uit den' aard Tan dêtceUk Uggiftg, dawnMle 
éah móef 'Hebben ie zameA gèha»gen, do^r eene, itt taal ili 
andarkina. Van de OMlel^k woi^nde J<»iriiliè9i geheel 
leerschillende'' Tolkatam , dè Sóènia^ê , irordi beiT^ond , 
en^'^Maèr' ook geen^ bouwTallen van HVutf^eaeA^ temp^ 
mMImn gevonden. Tot hoe Verre akh de geméeiüeiMip «Ml 
het Tmste l«nd Tan Bengdhn aitgettrekt » in wdken t^ 
éecelfie^aatB gehad , of kter opgehbttden heeft , ia echter 
eVéi» toiiii te bepalen, alg wie, of de Soeitifa^t, ofdefft#«^ 
ifoea de'öertrprpnkelijké bewoners Tan dil éilaMl geweest, 
en 4e éersl^ iloor de laatsten , of de laatsten door de 
eersten teruggedrongen , en tot een gedeelte van het- 
zelTO bepaald zijn. Het niet aanwezig zijn Tan Hiendoeêche 
mfn^'itt de^ soogenaamde iSoen/a-Iandên /sbude tot het 
etrsM doeé beduttvn ,' mondoMnge oTttrlévèriigea g^r^ia 
tèn d<^èn 'aaM^wn' geena, opheidering; het eeftigste waA 
d«^ Wrmelden is: dat de eerste bewonèra Tan dit-^lawi; 
ttOttseheD waren, Ibc^aafit met het Termi^fon Tiiffid kiinnea 
Tdiegen ; hé^elk' door het lëTend geskcht lettériiik wonilt 
^ipgéttókéiisdoeh In eenen figuurlijken zin eo&de aaMlnUefi : 
of dat dete ieerste bewodtfers van over zee hw^waaarta ' z|h 
gelcèmen , of dat zij een Nitnadiéêch lOTen hebb«i geleif . 

Het is'editer zeer waarméijrilljk dat deze Nomaden^ fai- 
dMh t% dit daiï al zijn geweest, zich reeda ift ÓTerouéa 
i%é9k's tol gerèg^de maatsehappl^n hebheli TA-eend. Zoe 
ioeh wordt èr, om van ne^ oudere , mogi^kw^vèrdttcfale 
rifken 'en vorsten y niet te gewagen , gesproken Van «ea 



IM7J 



Tempo en R^^üu'-DJongolh , Rjlwei Smmo geiiiwJ : -» 
eau igd en Rm^a eebltr » soo diep in de Terg^MMd §#« 
fOAksA 9 dat nienuBid neer weei opiegeTen » reer hee vele 
eenwen dit r^k nn DJêngêUó beetaaa , of kee'^er deiselfil 
magt nek over dil eiUnd keeft mitgertrekl. Twee in kei 
boech Tan D^edong , aan den Toei Tan den berg Pênamg* 
goeng'an , onder DJapam » geyonden wordende , ran ge« 
konwen eieen opgelrekkene , neikeeldkenwwerkireriierde, 
en deer 49A knagenden land dei igdt Tr| wel geepaarde 
poortien , weidden gebonden » tei ingangen te kebken gediend , 
Tnn. kei nv niet meer te evkknnen paUb Tan den Vorat. 

Ook wordt nog meldiilg goMkki Tan den* T^mpdtCédi^ 
riê, onder de regertUg Tan PAvnnnis doek ook kier om- 
trent ia» ten aansien Tan t^d en nifgüi^idlmfd Tan geiag» 
eronnnn iele bekend. Der laTaneü todneelreÉtfonifigen door 
lerende peraonen (Teptngr) » die Toor oene inkeemaeke on 
Intere Tioding dan de IFa^Mg*. woi*den gekonden, kekben 
nodstnl èt daden en eoiHogtn daaer Fi vniina len onderwerp- 
' Wa«mAinl«k ia' kat dnf^ dat Ut eiland in ü'oegero 
tiden » in' oaderaekdiden ^ken ia itèrdfold goweoaty te^ 
dnt l^Mleen. LAiiiv; tolgena orerléTering soon Tan'den 
l^alaUn Xa4fa ri^n J>JmégpiU Riwni^-Ennoo , en atiektor 
wkn.kei Pa4fa4férmng9tfhé9^ t M oppevgemg oTor ket f^ 
knele w of. groeüte, gedeelte ian dSt :Mkmd, in. «iek <rer»e*. 
kigd, imneni de* oTorlge klèjeie Tcaraten ..aan ^"^ cümbaar 
genmaktf.eekijntit^ kiobkèh. .>' 

'Béiêtm Lm^ni' werd In ket 'lieèlnKr èpgerolgd«' door 
nihiei^>ceon.MoBraBU^-iAikiw (ilt)l, én.dènodnTkn deden. 



t«s 



il! 



Co MoeruUeng betcckénf m de Soendajdie taal 6ufd. Üeze vorst 
wordt gehouden vóof dengelierii <& öcö liuftl het èertt getemd 
en tan den hadbonw dienstbaar geniaakt heeft. 



^^kmtakwM fcaüwhi ^ dat Itolr tadtr sl^ |f«ii<mibaiM kafl 

^<r}i^ Aan 4a jniiWift è» déMi ferMigv^i W» Meeifi 
»S 4è CMaA ofai Jbaar YÉd Iwa oBÜ^a^yki muAMM té "Mr- 
laiMniiAoèk obk dé teem laédan haar t« At«É m rèr- 
litanUfi liard bOtó mMiWiéi Én tat da hi^m gfl^fctfM #IMI^ 
dbiOa^ fli^.sylltt #««dr Mtï ySin^tiitt«ra^ lMé<te 
Umï ttft da'lalteriagw 'waarpnOw nifk ligalMli iNMifMj 
au It «al M «#v a^! 1^^ Targellüi^, ilU tfc üi^ imk^ 
tuig m'.iura haadair ikmmj om la» iM a m^hl aéi tt M^ 
laraa^ liat èeét ëimi^ ifeedaaoogaMoiaiè hand ^ afc 'a — luf éda 
da:ii^MidaraHr te$ «^haar Bddden ^arfandè^ aal üt mi 
tNM4aft Tan liafda TarhMmi | ^«at hart daaSyadelfr lal Hi 
»at rtvttw rêmtkéki^h» hhri dar ftioadar aU & aa # t » »i 
zalaa/ aa dan m^^^ ||rin»éM mait aiabiiweOnrt» af éa 
dagMTe^invtfer ^mêkk Ukrmi tUmd «ntg MÉ^il wilét 
mw0 té Ma fi^k» at|a r^gOds a9 napBlMife 
uii, ttortta aleh, van da voom il^ ^ri É gënda Tbta , ' t a i Pif 
iqi ilohfl, ift da MUada^ drerd daar daigolvéa «TaMftt , 
au daér da dairalto ^ im middel «anaaai Hiar af dm 
bodam dar xaa , houdt ig tot haden haar yerblSf » h^woaat 
aan adiittarand palaia^ en heeraéht, ali koningin dar dai- 
Talan^ orar alla booaa f^ian. B| ledere Vranip dia iim 
Javuan, of algamaaaa landplaag dia djt ai^iid trafl» 



IMt] 

MIt «ÉM toüÜMfallMrlilbi UMldtt Bil ii 

iéfti aÉië «r«»^ < |t ti l % M»rtl éMbiri telM^ftf 
tt «al 9 liMt 1tifl*»«(iflÉo<rKi^o6ft ii 4éd rwrnwpi 
•M, iHW IfiÉaMte irilU^htaMlgkM » en. lM«. ém^ «i. JM 
JMggelronwde paar in itatie.i».hiiHl#<^ f i^af»iië>mM 
Wgamy ia. II ■■ijin .»idb idtthwftft., èMiUMar 
mm-f ^^Oi mf^vOT^ ^fHiwiPMi|^ mat •ww««a s^bwip» 
in Ml JuuMïk to doMi. tMblio 
HM rïk waa Pf4féé^mé^ i»« j09ÉtaiBdLa;k«i4i#d)é' 
rea gaUaaid^ i<ait> *aa ffilMt ÜMBÉiiha JfAMimwmiÊÊifÊlÊ 
am^r iAi . aaai «fiièr.«rAaj|^r4.è«É#r€ia éattèn «#aM oba^ 
raft*'. tti éè^^^ ÈoéiwÊÊt aaai aiè4pei4Mid(9ilMMMfei aln''^ 
aÊiuÊm vadav vaa iaairanii «awda.aiailÉa, «raaNai èatiU* 
imr èiti «bd« #iiiÉ*aHilr >i»-Ja ig |fcÉa ito k itt:»tiiriJ^ta 
iflfga» aa ia éa>. mnarw^rpaaJaal» 'waafesil Mijfafclar^ 
iai buiten liat ({asigt dar Tarapiadara a%adraTali .agèéat» 
péür lüBd npfalogèn dbMT aaüik mUU iU^;# «alf i|lllèMr- 
lna»« étl;Mii., iÉa«laêaidii HtL^mm-^f^i^iÈm 'S§mm M^r- 

Aahh ilTüiw. ffiituM » . nlUpiM. MTrqlltM ia («9» «ak i«» 
hJMiHifr iA» èa lraa> tMIivI ia hai miakaa wi^ Attfaata,^ 
anaa .abadrM^n» 4i*. I^j aan hak .Maf daa.KaiMri «Ir 
aMto ndar >oalèiilan^ an . liem .a|lfalr||gtfi ymi $ Mrilta 
«f «Hakdi. «H»i# Amaaa taa^yn0«^llal«^toiNmil^ 
gaailraaaiwf idna Katofa^éa vanalmaa i a^ 4a «i«g ^wm'm 
geliaaad , om .aioli Tali HtfvarMt iü 4a fataA Sfja^ vaidMP 
«a ikJi^ia» BiaaMfei laiiaig ifd aaf M| aidi WH 4t 4«lit« 
aiaatabaüt^'afait T^Aêymm^ «n i« hti bailt ym aaa^^lr 



«|M mjiwlÉiy 'MMMigèA «én «illmr U toM^M : ln| 
.MMÜfie i«i KilMrr «ir h%w(mUg y^n mii fawt, te 
«|«Mil ; ilool énMiiri» la •ene 'iter kin aAtép * 

«|Mi M«ii ]»èMliomi ImL. Z^ hai^lH^Méeni , ie 

Be taiita mm tmi dm T i i iM i wft it èii-Mlèrooiid«»fiaip» 
«ir AiM» Sbmbmbk/ mma tig il #» B$Bèii'< 
der in hel oageiteerd ^lüflti nm den door een eumve 
^n: if^ea te MeB» veHFéegde uifoh %i > 
iU^JMMHiry ea ■|>ndi 'dcMidveii ia diÉir> velegé aea: 
-HiiW|M Vader 1 Iielléid aiel aeed^sva u tè 
4*Jk iMv^i'tei^^iMraMrèi.Y^M. jGfareeèaUM, 
^ iW eek: de MÉdddea leai èm éyfmtkMSig»>makmiim 
«ÓMMn' vfk 4e f»i e di^i» ai-^»'Ik jdw i A «rw$iiai$ èéé wêg 
^m^ imUM i iradee ie "wtehea ^ #n w ai^ negiea Ie ki»* 
4vWkia«^' * \^ . .: - •; i-^ 

-' ^l^ftf 'eeeayï'ieek'.'Vfto-MearaHBrcr' W^VMi I'idl < 
^VM^ 1llMa^^rfel^^^Uia9ac▼éliln^lNlie] 
wildb «Mj «are- kedew ffAMr^ iRMrleëaee. Ha. 
iadé^lioief^e» read > telr dvt g^eeoea Iwob 
l^eadea^ mMrÊiMi^nihMMM04f0^M04fo ftit^ y aa tt^ 
(Mehl deer eeee^tted*^ Ai ik Teoiüfiel Ja^^ dartel a da tam 
«iMkemeliiigielu^ gek i kk in xal , aiel idleeir oiafieeer ém 
'^mtwéléigtfi'nmfa^lMIfmf'an te aegpiyliiatt » e»*efér IR 
if^Mle ;eüiuid Ie keeiaehea »• iMur leMÉsv^Mr«iMie>lMeE>* 
edie{>t>ii tot èttbiarigé eilaaddb'iittlaetrekkea.'fu*» . bi [in^*-: 
^ ^Dloaè Sai^i^aa deed gèljjli kim #wir <leariWadtnMr 
gercdui w«ai. Lmgen tj|d doelde k$,ahiwèklil#M^> 



l«ni 

kmtiêt im èê ^ mtkê m r#a)A, m mggrfiba wm l^j ia §•<- 
UMur , 4#«r uild füdktle !• irtréttt TMiUadUa » 4#«k tok- 
èmm m^d h4 do«r «éaé Jbot<BüHirt> MifI TtrJUil. fiU- 
M«k gMkit liei km^^ia litè hoMh t4a ir#r#f^*, 4^ 

WUr: «ima, «è lu^k: tier tlidÉtU ^ mm iM èm 
èM», iiuAr é* -mvmÊéL.dh ioi bei>.lMMr«i |rifi op ««• 

Mm To«r iMMdTM étn mm» ma ma Makmrm4f0 Bm 

MTlfiMkJO d« MéMfw flfiMtyg (iTMUb SÜM MftOMt AmK 

fdikkif ia of M*jri|iteiag « «a hti groeftile f#r 
TM 4tt eiloliA «M mfim hmfthèjffij oa4trywpM<ij 
oMgië k9 MhUr iMii a fii tn, Ma%iiurakM.4Mr hin b##> 
ao rliiatdM , hr tê im T^m Wimm» éêm iroM VM P#* 
^ifié^Ai^AM ie 4eM ♦■iralmiHi. 

«Be ,oii4ile.sMa «m Omm' Sésmms» mH^momBm 
Jfiepaoae» volfAi oj^n roter» ky éoiseUii TonlirTM» 
ia de regering ep., M oe«arfe Bick ioêft M^kmM^ffm ^^ 
tWflMeua' dié tmndw. Ooiarepd^ dé regeriag tm deMa 
Vortt^^; klNM lljeM Wisooo tè iMryea« S^m ÉfiiteMM* 
«dge» WléMlea altteMetliagda effrejigilig» Terbrelrfc^liia 
^ÊéiPm^fmifmMmêakérijik io kloiae èedM» ea MTi^WI 
Aw MmkmHiéffm tM Jleèl/e PdtV gehÉudikelïk, eok M 
«f|kt' dni' hei ofM ie YoreeoigM » ea a|éM eeepler «r^ 
^4mA «niva ié ^nroo^. 

'De ep Bao Wisjrouo dê tm4^4ê yelgM^e MmkarmJ^mU 
-^m Mè^^ Pmi i oiei oMie Nftikmma WioièxM ea JKaoie 
'WlMMtara^ jdie eeMer , b$ kooM iMri»ftaf teft dealMM, 
4AMitei^4M-^Mii TOD Bm Wioreue MoaMMo» 
•h^ iffe ia yrddé éft.Toeirepoed » ett,4«rselTii 
t«iei atteemop Teieookarigie «ilaoden g|ivyee|d> nMMf^eeM- 
arige adKk ieaèer de daAefiike keerMke^pf dler^-yoraüntge- 



ISfi] 

W^l» U wéOam gtiifi vm bteti m «Ügisteeife. 

4i i^i^tfi fiMMMly «•& •rfé'Uié^. > 

J)M# Kaimt wm -g«kttw>A «tti (Péétcm DM* WAtia «m 
'f^mfë^ M» «raf aof i» JTm^^ »aiê Uwkm liw Sf 
üirdii liM 4eÉ» 4#titer ^ F^iimta ^ten^BttMMlt^ «ft l««è 

éi^m h^ rilik ^tiM M04f0 PmU^^pUrmig^fL^ JUv^Mn 

W^Èmjk^KêMÈiM^ (••iit. Mfecia) .fiiièMid.t MurM k$ ik» 
4idM' BbjnkAfJT' Ki»ja.m4i^ den «liMiivMteri^ 4» ICiIb— 
▼ftn Mmiaram hêeÜ y^rweklL (MLiKmdémi'^DsAM^a^tér 
wnMM i «talfeVlld0r^ nn M ¥#nitai ^wi ( ftwrunij ^ » •» t^- 
•«É« .MiLiioar* , tteaiyiMter -f«o^€e^&tf»&ta| «an JPiMtii^B» 

Op Mkerym di^ tor |>gt «§ai^ ,. iwtwitttè arJitiwiri, 

MÉèja , wtar^ bittki09i«^«ette aeiwéflèeidiiiMk lièkètfè». BK 
toiiÉ}êi«eUMr ffm^me rmÈda , d^: dfib tUtuif ijtart iMf 
itt itüèe.tfèpft •muèbliiktlilMire JtteOe tn^eAOiii»» «I Mü 
^mooB» «MiMtelgka gadiafliê tafhBOTl»! » «n.aUtflf 
s$iiftii weg geplaatst had, om hernia varkkteiu JP|4n|l^ 
in. hare bedotlMigai/ «ard daar den IiMbler.iita,fti«ilef 
«rtiragt , aai toèhflvi^ aaagenntttti. Jbrikiiprti «tOië «rt^- 
makia akAa hara otiéa lè— I , «t iaMk «^ihai^a.MJMr 
M >0ipnw^.. aéa w wi t aaa wM gaJaièa/ aaaiti 
*iiaioi^»wilrlran ; TÜgHa jé| iradav dji Jielhhaaelti 
vaiiffa . rep^puHiaagatWIe as Jame^Mn^aé, /«r^dar 
haarda , da i^d hai^ Tërlaas^ |^kiNMi.flM*4 



I*W| 

«o#tt » wmkéi i| 4 M béH hél «mfU Jjém gwintgi m flnr- 
f lèèifd H fcft fcl kfc y ép eéw btéikto w^sé » aw Wl kif 
tfjfiit TKl«rt wki U l^rma^Ai irtfar l^j é#«r 4éd ¥<!■» 
«li ifttéH È^n héfkind «» 4ato Dakab ffeiwMii vêrAi ' 
• VMnpoM% g^otiét Amto DasIm op UI ••Éétt |m9^ 
Mug y wMüriB éê ^ékhm «yner rtnAèsllktteft niH watt» 
%0 tttslMfllMti^ MeahM^lM %oft04M k^ iffo* a*iéir Ib kal 
kéMk^ •m è0¥iiktJUÊ%é êka»^ in geialMkiip w^M rmUmMpèt^ 
hMk ^ #f kti k9«èr itfnAr , leo «Baatte aloadUa , ia #»* 
kfègaifceiykila wüdarniatav^ DiHhr dasas fakalpate» fta( 
aiali «|aa knuMaii te ko^an , au tlaaik waa kq" yaaiaiyi » 
«fa boTaniÉaMcfaalIk Taimogaa aanla#aii«hn om a(taaa Ta* 
4#r ^«M^a^ la ga^^a. Wèaaeer da Kaiaar aékif wildfa* 
MétU hogoêtêm i ihu warm wakriya aaf ankUkka» Téor kaï 
laanrik^aë» /aa ara üea waaaeh U tfaklaeo ^ an taan «ia 
▼adatf* aiak ▼afflaB§ètidkaèkilloond» aBiTaorai«èaa»aia«ra 
Mmiom i nat alWs mk daarkg bakoarda # ta kaaaFan , m 
mUn fcarfihtj J ^ dia, d&ékoo* tin gr^taA ^aifaaf ^ «aar 
aarè9ëima% yakomri aü «og «iel Va» vaUeo YêOftiM^ 
was , te Terfiraaijen eii yeraterken ; bouwde kg Yaa fakak^ 
ken steen een groot en sekoon paleis, door ayerdakla 
gklUrfêA angerea > aali' kreadan iteeaan wal » randaas f«or- 
sóan tan. de naadagaf w^ ka^dkoaw- a« IfVtwark Taiv 
•lafda.poMien ^ da «lidden iaidastad > aoA* y^Tar # ter laogla 
Tkn dkiadnd ^ breadla Taa «es koadard e« diepte Tan raar»- 
iien Taaten , en dit alles , nul Mwlp «fiier keai 4i««alp- 
kara reiMea^ te Jlaobts eeaea «a^^ «d«d«r daartoe efltoig 
varlfAdsa«NakMil k^tsjj Mk af iala aidaia ta kaalga^. 
aPar IfelaMiaf 't#or d«aa dieaal^ -en sij^aleéda aa« im 
Kiikarkawe«a«f tel^^aNrdagl»ld do Icanw» irkrd k| daar 
diftan lat SaUaa Tak ba<r aan JMIfé Pmt a««abara P«# 
i'mdtfii^ Tarkaran. 



12741 

' . Oiotiréelui Untm t|4 bevoiui «kk m«ii holhfff nu M^^fo 
Hit éenuH^lé» , ia x^a^ kuiwt .soo. b|«MiiUr li«dre««ii , 
dbi sfn riem lot den Kaiser yba CiMia doordroBg. Dexe 
ba0«r% mmh kaMtosaar tui .aoo Teel uUitakMbde ba- 
kiraambeid , la Bt|a eigan laad tè béaiUM , Uai den K«i- 
aef Yab ' Jfdi^o Paii eeae adioeae CMaaan» im nMÜa^ 
iroor denaeiveB aaabiedea. DÜ aaabod werd aangasilvien p 
éi- ■ekftdar , deer auddel van een baliea » naar Chim^ arer* 
Ipibragt 9 en ^n Kelxer tan Mêifo Paii , eene eekoaae 
Claaeeaitt (Volgena orerlerering eene ^kiiea) welke k| 
iet b^wtffaaai , geienden, Van.kiorten daar «eUer waa dm 
genegenheid Tan dea K^iaer to^ dese j^aelne (prin* 
aeg) y ipoèdlg verw^derde 1^ kaar .bH n^ae nabgb^ , ea 
aend baar » in eenen réeda awangeren. etoatyfniterPé- 
'iirikbanff , ten get^ienke aan sgnen aeon Aaio DAXiia. 
fKèr baarde eg eeaen soon Aédeen Pasak geafaaad^ea 
*werd Terv^lgene een bgwQf Tan Aaie.Duiüa^ dea kilf- 
bfdëder imn haar eigen kind , die bij .bakr neg: éeaaa aeea 
verwekte , aan welken agn Tader den nÉm f«a Mmthsm 
iMsit gait. . - 
' ^" >'.'.,' ' . - . ; ... 

Onbewoat waarK^nl^k ran bét bestaan Taa eeaaa Kei- 
««r Bao' Winieijo, en bet aanwesen Tan den ffk vaa 
Moifd Pdity werd oMMtr^ka, óf aenigen l|d Toir^ 
kottitt ran desen Vent tot den treon, in jh^h de 
grond tet bdder Tal gcrlègd. , n.ivw 

^>^i* joage A^èienen , iran eene aanale^ka ^^Imtiêi 
mèt name 5eéA laaiani Aewóab» ;SteoAl|iA>ei;»v4 Eau 
en Sêeh Sotaïcait , > xonini Va* NSic* DsroiatiiWPB Sania 
en nakokidiiigea rah dea Pna&el «Cwkxaa^;! varao^kka 
en verkregen van kiÉaaén Tadér; de vergbnïiii^^m aUk 
naar vreemde landen te mogen begeven , tenehrde ^* Jfe* 



{2n\ 

kamêi»an$ek» Gddidienti ie leeriren. AeMenrolg«M be- 
gaven si} sicky iogerelge dit heilig ireerMiiieii;'iéiuler 
cmdg bepaelil doel» en haiHie beeleÉèüng-Min deii g^èétètf 
Pnèféet oVerlttteftde , op reit : -^dé'èer4è htnddéie 4yé«l^e ; 
ter'%éétkii8t'Ti(n Sêmatrm ; de tweede te BhmèMfféii 44 
Éai^oewangiê » én de derde te Démmk » weer hf eeMef ; 
tert na «Ijne kemtt , overleed/ t - < 

'Ka dat Seéh Immiv Asttomo té Tjtmp^ wae amgilabd» 
nuttigde I4 negenoeg geen Toedeel 9 en ifeeM siSéli oaa%e- 
brokèli mei bidden onledig : •liiekende' den Abaagtigen en 
aijnen Profeet , de harten aller bewoberi ran ' 9y ewij^e -tèl 
het oaih^en ran hét Iilamiiaias te neigéta. ^delfk» dóer 
maten en bidden geheel nitgepnt , «n onTérmogéüd oMi'sg- 
neil weg ie yerrolgen,' legde hij ziefa, in de nab^beid^Tan 
eén' l^flüsweg , • in* eenen knil neder , waar bif' door eenen 
T^h^bijganger werd opgemerkt. Dese gaf van a^è ontmoe** 
iin^ kennis aab den Koning Tan 7>*eM;ie, aeggeUde: » O 
Vorrt! ik heb een eerwaardig man, biddende in een«n kuil 
gerondèn ;' buil hem herwaarts overbrengen: hf' aal iiiis«^ 
soliiett , door a^ne godvruebt in staat wesen , de tbans in 
nw land, onder 'menscb en vee beersehende pest/Veor 
zifn gebed 'te doen w$ken.'' Se<?il IsmAnm Aüionén^eHi 
ontboden en verscheen voor den Koning **xoo verawekt 
eebter dët hQ niet spreken kon^e. Do<fr #enig beaii '^ 
laat van ilett Vorst / toegédietfd voedsel weder bii*ki^obten 
gekomen z^nde ^ gaf hij den Koning, op t%t^ vtaag*'; of 
btj niet ifonde knnhen -bewerken dat de, ibans in a(jii Iknd 
onder mebschén en veé woedende, pest ophield. «y» ko- 
nlngr^k te teülèren, ten antwoord: »dat bij volgaarne aan 
het verlangen des Kohings roidoen, en tot dat einde haebt 
en dag bidden zoude, bedien de Vorst hem 'beleven 
wüite om , genamenl^ met an<f zijne onderdanen , het Me- 



stHiU g9w«M» w." f^ Kpiiiiifiifl^afile 4M^^ « l^aim 

«ie , Pottrie Dobo Waim , iw l¥«rej4# *#i 4fP iWw^ 

Tr«ur. Qit dit j|RiF#li|k iMi^ %wt MH^a ||#ipr<4«i ; fU 
«^dfla^ B^W9o V^nm^ , ^ A^ i^m^U M^^m UA^JUt 
ffmumi. Na <Uuirt«# Tan Imnnen T«4er Tevlof ^ MHb«» 
hêk^mm, 4#kn 4«it b^ide Prlasên «eiie mu Mur Ji9««^ 
ea ]M44iW..tff GrM^ea» ivwir R4)^jo Pajh^ xo , wtMiig^lf 
na s|iHi «Mkoingt^ overleed , ej» jpi de kiMi^aag Wo0n»$i 
Wgi»T#» irer4« Mudeen Ra^fh^t , n» iKig alteen Arerge* 
Ueyen^ heg»f )h<^ naar de |ioefd»tad Fan Jf«4/A Ff»/i 
kjg d^B i^iaer , iigaea nangeliiiwd^a joo«i T»m jp»oe4er« f Sde, 
4ear wien b^ 4ii#i jDuizaamhoid oniTaiigea , fit i9iBt feae* 
gettkeUH^ekavdeld wer4« l4t|ig Mi(«r ke^de bjj hei «aa W 
M ^u P4^Wi niet nitiioadfA. Hf t viel ih#iB «adn^fdlfk 
«« jdi^ frt öfc» yatt de doier hem ¥^ifeeide a%edeiidifw4 iwi 
JlüiUié » Ml het (laiihiddi^ii vait heaideiij getiMgeii 4a mee- 
tMl «9», fia hg irerve^hi dea Keiler ^^e, hepn^ in «H 
rjik, iNul plek>e fir^md afleeiWMi, ea hep 4eT#rgfMMieaeai 
duer Mtie Jtfenit^ te hoawea* Bao Wu^fo^iQ hevaUifdn 
la dec jengea Rmdeem Ba^kaxs yemk/e^ , e^ etaUe heia 
in het be«t ra» iPi^e/oe i^g^inpel. Em^ Mp^Jki werd 4enr 
Dtt dad^aijk ifeiticU. Ra^en t^AAUAt gBf jovAmrwJIfi ja 4a 
leer vaa MémAUW^ , 4ie 4^r velea werd nAB^afmea » ^ 
efietdig hed h^ eenea tidrikea aanhaag Ffsr^ce^Aa > ^t«r 
irrikea hj tdt Boeeoekeenmn vaa 'Ngiempel m^rA jaitgero#<* 
pea. Nb trad hg ia ditri Mit jaet lUi 4eeht«i^ tmbi 4jM# 



i«7| 

Wmêêm. im Tmi§m$ wnhH Vi.iwm mmm w^wMê « wwmt* 

i m k kw 41» Ii.aii4to^94s iMi «MN|Ml(ik dek bevaM. 1« 
alle «êvAen smU «es jnuMT e«Mi» kwi^UfiB «rii #a (Hfc 
«SÉci^.llAtMJiA 1^ irieae yrwe toreiwr^ji t Tisteii e» U4r 
iten jV«iet kM4Mi (|pekMr4> wer4». Titt«efa4e«vdUr4ir 
«Mej getnMif4 «f hï 4e |^ef4e 4oe|iter koii4e §99imm, 
OttAer hi^ief « ta na rerkregea i<>eaef|ing 4ai Ae ImU^ 
yaef4 e» »1]# bevenen fivi Iffaaij^ilf «• 4f Mel ie W '- 
Je am el i e C»4i 4ie> a t iea4e» ««Jiekea, wiMNMier bi Jui 
alM« P^VMIf^» «m 4er «iake Jkaee veri|^ fffiM4M4 ie 
4Mi9fsrenr> «ogt ekfeii» aan li$ here ge^ e a wig ey skk, 
eue deed Jieigr «peedig benUUMr Oe vader , Mer M Imh 
|uN»4 'iM^ daekter TirMijd* gaf haar aaa Se^Jk VtknAMA 
£m4 <el vrenar» 4eeli afiie beleUe» oai juek in 4e Ga4a- 

i^ aelfii 9 •a.4at 4eie AieA den XiMidvaegd» ^k «n .lae der 
oüdar Maelfde kediag ea desellde bekÜe » tm aen^ «er^ 
UamagkaAfgeaeaeii» weigarde deae wi alleen 44a MoAe 
pee t aa A : ie iaaa , «Mar Terjeeg hem nii hei geweei ^aar- 
orer hl kei kevel veerde* £ee4 MikOjtAVi. vfrliei daarep 
kei Biumiangêehe gebied en sgoe swangere gade : naar 
ipelk ^eerd bï alik kegeye» hecA« m e^iier alai bekend, 
oefc baaft «ie«i awaeii ieU «aaer inn. kern jfieraenea». Sija» 
p4a baarde vertolgane.iaMiea aeoo» di* /sf laai van den 
<#üdveafd » fai «een, kêal(je :gelegd » in «ee ^feircurpaa m iaa 
ipae#i.a«a.atfiaeii «epigcdfea anet^^igayan irard. 
; %ei ¥^iPfmmhrim der aaaeebdaaieri » . dmef dti kie^ 



l»ekoiii6ii 9 fto^ réot €rNmê9 1 wimt liei^d#dr de vr^mr mm 
èm f ktÜMÈ», Hf af^A^n^ Fiiam» wttt^.lMvóit 
ioi het MohoMiedaaêtêckê ffU^-imê étêff^pMit , «i| litt 
«NÉM* #^rd fftie§#n» ia wetmil 'dttsè rrévw ainaMr dt 
kmart klid geT^»M oiii<itt«<(#ir ^te w«rd#ii » M eTtaaifti ib 
«n^eiigie' kaïl gékead em taèWter ie sQ^f #e«yi--hare-Ui 
éêH AlnM^igeci' ett sg«Mi Pir^^i offëw^éenikeé^t eM 
bet' deer heer -^êtovièm' kitiA 'met- ei|^ii «lelk te^^Megea to- 
Wa, toek rerhoei^* Hét' ((elnk vM. iMuur lé itMTf» éA 
kiiiRly doer Imar Aaifeeit ^CJLtivair gemwMid; sftl^e ii 
mejfeti soogen » ea , tet meer geVerdérdetf eiMariMii geko- 
ittéfei » zeird i^fj kei naar' >/^a«kj7e/ » om dodr deft fioeitoe- 
Areenaft aldiufcf in de Mohameêaanêohe leer te wet^^hHi 
enJIerweiEeti.. Dj» jöiif(e jR^^c^ee^ Ne^itimAv miiiitle'i berea 
«$nè medèeêkëMeren zéodanig uit , dat hal ét b^Mkn 
nandte^t den SeêteeAoejiliile tot slok trek , eeoHe Uei»- 
dèèkter^ van dezen ter^rrduwe rerkrei^ , ent tertrè]ge«-, 
nadat 'êp den berg Gefie ♦ in de nab^id ▼** Griêw^ , 
êene Jlbti^^ was ^ertiebl» let ArêedeAeMimdidaar- l^eA#fik 
mi^. Hei «ri^ üraariH 'desé he»fge op den berg Oet-aé 
Tttü, lokt nog steids vele bedeyaartgangers dktnrèwi»; 
en keé ^ner van zijnen wandelstek (iotigk4$i),ymÊrvA éêêÊT 
lÉiJnen e)m4ger eène ^rït . is gemaakt ,. werdt , als eetti 
re%«eVa*nd^n idenwsgierigen be«eekerif<érte#n|*^ • 

Rmdéen FxiAU en 290 neef etf «tMbrêeder «siéM, 
Mkéeêu KottBi»; wwrén kvtiaweken t^t ir«ei beii«T«id4 jW 
gelingen ^egroeidv Amie DiHAB, dl» deneerattett' mieeft 
van z^jne efkoniBti «nkttndig gehoMeA; en «1» è^» ^ga^ 
zoon opgevcied had, Ki^d n« goéd .déVfzelteft' liét gekaim 
laitter gébotdrté te epenbaren, en 'beide jMfeKilgM' ^ritoar 



[Vf9] 

févai nmn feèl hof t^ni radens te lendMi, tan êïièé Sk 
ïehMinQ wélké Pal^mBung Jaaflflki ma fbii Keiiccr rin 
M»ifö Pait moéflt opbreogeit» té iMgélèideii. In' dê' lit- 
(yPffiidran Sotrabaffa', te Ngdmpéf; geUni' , 'iféréÊkik 
Rkdeén' FA.rjLm al dad^k mit dé'Kk"IÈbê90êhDenan aldaar 
bèirriead 9 en rond tooreel behagen in té ëSii de'sfcn ge- 
predikte leer» dat hij» zoo wel uit geneigdheid om 'Aëk 
liarin te oefenen , als nit gradistórigheid tegen «ijben ra- 
létf otn reden hQ hem en zijne moeder Térttdoten }Mf\ 
()^Iodt om UrVgampel te blfjren , en een' bekeèrKng Tan 
3en S&eêoehöenan te worden. Na alrorenii met' Radein 
RoasiT óTereengèkomen te zijii, dat hij den KeièerTén 
iet aanwezen zijils zoons onknndig zoude hdnden » yertrbit 
deze dan alleen naar Mt hof ran Moé^o Püitf werd door 
Bno ' Wnixoïjd met genegfenheid opgenomen» en zgnèii 
naam' In* dien Tan Pstjjlt Toitdo rerandêrende » irot Adte'" 
amitif Taii Téóong y in het Soerabtéyaêche gelegen» ed 
e Keizers reldfaeer teTens beüoemd: ^ ' ' " • 

'▼an een eehrdydig leerling in ' de Mohdmèdaansehe 
G^oidsdienst» wa)i 'A^nfeen PjLïjlh Spoedig eefi'der ^yel^i^sti 
roofstanders der door^ hém omhelsde* fè'ér' geworden. tt§ 
ïtuB. mist f^jiti Acooicf 'Mi.£i.Ao'» eehe' doiéttei^ der schoon- 
süÉrtei* Van dën Soesoénoénan in den e^Kt ; ^én dSift'^' ^oör 
i^ién de éerzuèhfige' bMó^tigèn Taii zifn'êf^ bekeerling niA 
[>nopgeiherkt waren gebleren»' oorflèUde nu dat hjj'Tolko- 
■len aan zijne belangen, en die der Mohamedaansche leer 
irias Terknocht» en das hét werktuig ' konde zgn» om aan 
nè leer» ook ih andere'^ oorden » uitbreiding te gëTen.'Ten 
efiïdè te zekerder in z^ne bedoelingen te ' slagen '» Toor- 
if^elde h^ den jongen 'Rade en , ran eenmaal als Keizer 
é^irtr Java te zullen heerschén, Wanneer het' hem' gelukken 
meigt » eene pkats te Tinden en zich te vestigen waar 
1«. j. 2*. s. 19. 



4^^4i«.^ Y(¥twa#c4« TO«rd«i. In 4e iH*ölifi4.ir^ j4Kf«- 

. .y^jl 4jyt tP»# ftf W» f wonde Jfa4«!WlfMMi#<^ fiWi- 
d|fiMN>tM )#4igiMr h^ mt^jc itéH p e» t^ldff ap^èigwO^h^ 
i^«^^n||el^, Mie^#r0. AraSuren kvMMm r«i^ ti|4 M tj^ 
'll^pir^itc f6|^ d^riffdra^ l4o«d7tri^fa| vwi d^ S^BJ^ê- 
^f(ifn/m r9^n, Jigmmp^h e» •ft f f mroding vm Sf<?A Djo»- 
If^l^ K^ii^Q f h^km^ oii4«r den ntai» v»^ 5«Ma^«f« 
jimflf G€tpnQ»ffsJ04$e , lukd slcli lig Qheri^ iiederfiMfti 
P jptf 4^uir oiid^rwfK., in df leer T« ^^en^JPreliNi^, ter- 
f|1 ^en fo4^ » met n«ne iSf e* Kalifüv Kaiuuk , deJb- 
flDl^reMii^^ Jmnne{& VocM^^ l#|uioii Pwi^n» ^nt.lieiM^ 
Msen dier leer wiei <v|r|9rteMen. Te BffUimf (7aei4»l)f 
fi Prif^^i^ 4b .M iS»4HI0f«fA« > bidden sidi.de ««iMi 

T^fMi^^hp) Wlpre,4rf*t>rei» qfTi^i^i,^>ia]ea»mdir 
*W^ «MlfWr; TH?» &>• »fe**e»4|«# , de 6f^4Mff nH T»n i|i«- 
II4IPW l<»ereiwdfn : it#ii?e« P^i^i bpT«a* Jw4 .niek Ie 

^eiycjififfea.. ..,.._ 

De Keiler mi Modjo fi^ü, dif.4^1^ «jitlireiftMf :TIIP 
de l««r vnn .Mo«AJpi> 14 *e lei« ^let lllllwS^^ 
fwiflo» en ^ttj^i»*^ >lf% wei| ee^e^ ^r«ll?ii ye<^t V^ 
soon ei|, T<^reoedelijken opyo^er , , jtn^f eii Q«|it«^« >> 
lateii bonwe^ , oyer de steeds jtoene^ende n^ fiJ^ I^Ttofi 
der MohmfnedajB^nêphe priesters findelyl^ T(^o||(r«st ,, f e- 



(M] 



iHif^ liMn UMii9«Mi U ml m m KtMii (KateAt Ifméê^i 
Aüefmiiy Tu Troém$) om Uff^Mmi—ik BasUs Utiliè 

dffldf M^dêfn KttJiftur ir^#r ie» K«bitr aiat 
Wil' ^4r9WM#n » i«^ JM^Mt Paum JmüI 

WM» 4CM>V ^Pi> Mi lUM»IUii#W Abi^ AiAAStWg»* 
idwU g«gt?«p» CiüiiMdUi T««Mkt. Oé Kiteir lnMMii«« 
r«ii «öpi ToorvoMA iMmg » •» ^ m «Ma i 

ft^9l0§9 Pajum ymmtmni-^iÊ gaai* BMtr aft^U 
v«4«r, 4i* ii| 4e gibtt d fr ttkM 4m iüjagm m/m 
eigene herkende 9 bekaadelde ken mei liefde 9 
ken mei weUi^e», ep «oimI htm^ Rtuifm tm keikAA- 
eekeft JSTfeiMera en geMe4ir ainer U^Qig' knip^eiiMili 

Jü;w«ng|ir V»» eermrhtiae flewie»» g ek w inA ■tpvAe 4Mlr 
kern oii4«inreii44Ae. .«wekkti4 «!# ifeilj# ArfÉ» VeMi, ke* 
fluii' de^ T^V^^ #n eorienMMnde tta4eêm Pamji > And 
TepTis tcM«' l^khiifur ifmmt genefc>»e ' yeH ei Uii. ^eii>^e»na(t 
niei «ckliiuig . Teer sgifii ?e4^r, iii«^m4ft^''kttiewMn|i^'ié 
kBCtreo', «ieh TeeraC liï^ dta 4;ee«eaA<iiMHift ifw % e» i » ii l 
(e Tiervoegi^nr, en Atae» if rM^pkg W «iM ^ laÉwlifi» 
om de Aeer ken. Koe Mar Tafaft nik iiaé rk ai 1inü wi il 't»i 
AlLiiM- miievei^aa » aSn^n ti4ev na 4eai*e4li ie lÈ^ 
iea^ aakainiiLiw JTai^ Paii ie wraMifia. ]>t Ak^ 
iroeAoea«a eekiar^ seakManlg^r 4aa aiM T i em a Hfii e eaf» 
lüpg» nerlü ken ^', dai Bme Wiaaeüo, koeird aalf 

k<|laaa > kejt niiln-aUea Yaa daaakm geeaa* kindaifMlaé Ai 
dea vrag aieU : ^ wgii kam «^ da irrif waUMea» Mir 
kw bei4i^ iw den Keiaar i«ioif» > kraagi keai^ raoi daan 
zfiij» vooraffata iemg» a« »ewi keti 4a keiefla af ♦ Vaa 

19*. 



Hijgrciniii liii Sêéê^koemmê Utvn» nieii tegen Bto 
W!ei>7Mj« Jie xtillea oflEAei^tMmeii; 

DaidraaA ym dit leven iiegiaDi werd ireiftig i^de duros 
i^ ei Itetiiyk des Soeêoékeenanê , te Vffaikpel, 
m%a griif seg ^teedi ab iMiBg wordt rereerd , deer 
de. geieiHfMÉBItfe Mêkammémtnêeke prietteri» nil alle oer- 
im^ i^mm'Jttns ^ Ier Étrde» beeleld« On Sóe$oeh9eman9 
deed wmLM «eia tot eênen al^^HMeneB epHand^. Alle ge- 

Uotl^ ■éijliM akéh BA te Bienèoro (I^amak) en 

•dbievdeai^k eaderde Taaen ran Rttd^éri Fjkirkn, rendem 
f^ k9erheo£4 V . deii Saéêóêki^iHtu ran Ifgóemdoong 
{Mimi— 9.) 

Ten eiode den zégen ^ee gröoteh Proflsets op bunne on- 
devBemti^ te ' yer^erfon , werd besloten om ter s^er 
e«re » en voor nog tegen Müéje Pait te velde te trekken , ie 
Bi$nt4rommMö9M, die ten ^oftds-tempel zonde strekken » 
teitioiiten. lédw» grtoovige was rerpHgt om aan het bonwen de 
balnilpsame'liaad te leenen ; doek d«*zelver getal werd zoo 
|rMt bevonden, dat ieder geen deel aan bet werk konde 
i^Sgen y en van dAar dat de st^en , waarop iït gebouw 
inü^V «^ spaaader» »$ii te tarnen gestdd. Spoedig was 
dit 'teapelgebottW^ 'Voltooid » docb nu Meek het datheUélve 
i^d^i^a ovwMde. fli'<SêB%oéh&èn%n van KalU T>jogo 
bigtf 4ieii^ 'daifirtyp -Mtar bulted, en na dat h$ » door de 
spui ydn \m dak ^r !afée^ van Jfe^Ara in z$iie regt«r , 
en 4ia i«a MeHfére In zijëe lihkwrhaild te vatten» de 
liatste in éene regletaadige rlgtiiig had gebragt , begaven 
de» aawroè ri s ffs der g^oot^gen zièh biónen deseive , ten 
eind«'49%r kÉflne öndet^èAiing te beraadslagen. Nasnwe- 
1^ ier^»éder gezeten , ;daêldé een schapeiivadit van dea 
beately 'iiiwrïn , een-, aan dèb •S^eo^AoeifM' van JCsfte 
ülrogd^'geHi^^ ea lötverschillbfid gekleurde stoffen te ss- 



IS88] 



MéngaiMA, WrenklMd, Onto Muê^emm ffimm^pwm 

9eiriU(al4« A« Sêê9i>ehoenan tsb Vg^^mdo^ng » brt w il 
HM d« gataovigan a««i6T*er«a » rroeg «d «rtoogia ë^ H^ 
rtaUM» «b M» tmHêman^ rtfn 4»ii door 4Mij^oot«tt 
Prttfeéb.Md «pauBrkiljfk ««ilarMlMUM bMltter , tor !••& « 

rim de toflbtr< i* t d »n silier ^^^m4«ii, «» dnt aki «ttTo«r* 
^•r«iil. Oidtr 'At bêtdaa tss ifaen i<hmi ItëiêêU €)ob« 
»«om » PB«lif Towo » Mi^ëtip TM Treonig (IZ^<f«#« 
Kosiuv) «n sjjotn i^ktVettièrdtr , CUdjjUE Mdsa, fUUt 
^ cUkelf è een iigor ttgeti , iai kf d# ••»*# #BU»O0tii% 
léh e«B%# TdoriéftlaB behMUs. D« aioiT^frdMr der ge-* 
iooTJgen , ia £ba«a#iaa«aii Tao Ngêêmdoong, saaayalia 
bar da kand ifwi Pmtat Toi>a : ^t éaar ham ifaAragü 
m van dan ImbmI gedaald bevaoklead» OiUe JEaetaaaM; 
caerda daarap f^n lalf IH dam aigaaaar iradar» au yitf 
(diaal mat W»^ baTlekl raar da Toalaa iran dan Saa« 
M^eiaatinl» vaa jr0iM i^/a^ fl«dar« Hal 1^^ irali'daa gi^ 
(naureldan Saaaaaiaaji»ii wavd Baar Atantfara varvaard? 
m taft Baordwaaiatt tam da MoêM, aldaar tar mêêéê 
^aaMd. * . fï 

Nu «lalde Maiêen Patas salf » vaigaaaM luui daa g*^ 
laawrddaii Söêêoêh0êman9 laan » diahrap b^péirta braBÜda 
»m daB daad sj^ yadaaa Ie wrekoi » lieli /ëm Iml hboil 
irBB)s|B lager , «b rakla daamada lal itt dé odMIhetd tb! 
Ma4^« P<i«#a haaCiatadv Dmb laaiala èad aeftiga.gfaiala 
klflaB mal akk aiada doaB yaeraa^ fpeUce kf-» laf'|i» kai 
S[C|Bigl daa Tgattda gaaHderd v^Ut / aalalatfl^ en ntl «nb^ 
luge waartBA aett^laUboa keir ïamaeB 9 M> ail aiidere » ^aaip 
^mA BiB déH d^mdér' gdtik, tasl^ikaamslridan. ^arga^ 
bM, Téarikwami He muMé yarlëerAaÉ da lariBamUAa** 



Ittt] 

^A ttlelltttiii leii nM** > «» *•* «4v6ik* Ma ••»» 

dtên Koisii) weifelde: aan de èeiM s|ib :fo<* MoéKl k| 
«fiiÉÉ ^<N^vttdèr en restttiAU({èii VoM iwèttüfèm » « , 
«ift de miidire rMHieD Mroeliry 4»iiflti%é«eli4M^]^> 
bMliiJdeii. le^ak ^totfiMttr de iegefasUdd , ddM^^IMn » #ef«i 
•en ep iiedi «tfigt^» t^Atiö ijebodeii: «pe«d% ura» M 
déél des lege», waèretier 1^ kei ketvl wende ^ eip 4lt 
Tliig* ««dreirèii , en 0f4n «|^oad% door dal ♦ onder ^ b*- 
rebn Tia den Kroo^>rittii W den R|lnkeitfterder , «t* 
irb%d> Md» tiakte tniMheii d« tegenwaorêige 0ntMé 
AMng«»/< eb Jü^t^ 1P«tfdr # weUh% veM«^ tui de inI^ 
kMNAMT «ederkn^ réu MêéJ^'Pëif ki%Mk0t« JM^ 
FitA» ▼»Hra%d» ilk» #fènHAnI«y, v^del^d* afin ie 
mmt e» I0 «wanHI^^'bnkgirdi m «emligtigdn d^lmoHMMl. 
llmeWiiitelgIt ute de ir»e<to> imaMedè Cndedtw M Uj w 
t<mvd iNi tiÊSM Éintide ^Hi «UüirarÉMde; 
^ He( 1^ fnü üf^V Fut f werd aln^e ni #1» lit*]«4g 
kestfum » omitreeki den jare 1478 onzer » nagenoeg OM^ 
e e ak ew toada iiMi ki« 1318de Jiwrder Ju^uanè^kêjmt- 
MMig, geihiopl, da «odMUeivt tm toaitA ailgerwdd , 
én dé «vënvinnaar Jtetfaeni FlvAskeefdot Ai Keinar taa 
imvai^mp BiiÊtviêr^f aü AaamA keniaamd^ taraf» Oa^ 
«rani \kal lol taÉ dan «rerwotinaA iCeiaar Bm Wxsiaoo 
Jla-i^jE^ , j4|ft 4a «raiiiVBerlngwiaikMdDoymd^ SiaMigea 
ya i aae én ea dat^ > ondara|ii, abaeéaAer irta«iitta»pf%af«* 
gaaea, pabie badolrea an kier atngdtoaien ao«dai4« ;4eel 
aMUaan^ ifn nM gairaabi^r dal k|, «arelii Téér daia* 
aaaiei^ a|aa kbojyutad «r kei ettaad. Jnw ▼a r hte a^^ 



f«»1 

trervolgeni Singa Pö$rm , (Sitiis^apöetd) aUhti |êaiuiirié 
^ÊÈÊt eaneli l«ettw , welken kij b^ z^oé Uading ottttMtlfè^ 
gtfstlelii sonda liébben. De Kêikerln Ponmis Doko'WAnÉ 
tfttt TJêmpo gekant getpaard , i« Jfe^^*^ Pait gèkldteti » 
en iel de M&hamedëanêeh§ Gedidiéiitl órèrgegèÉii U 
Hfii: kalu* itoffirf^k orertekol ligt alkier begrArétt. Jta- 
ileeii KoÈtit (Pitiiv Tovbo) keell gelraekt sgikè omêt^ 
kÉttkelfkkeid , nog tm den tal ran kei Moé(f0 Pi^itÈékè 
r|k 9 ie bewaren , dodb door den ^BeeeoeAóeimii Yan ESêdoóê 
oTorwonnen, keeft kij de Mokamedaanêchê GodidlèMt 
klttiède etukelfd. 

Alvofent dii oord troor altoo« te rerlaten, begif dé 
Kroonpritti» Httifeeii GoBoooa» lick nog eenmaal ttan^ 
de pkiAit waAr een paleis roor kem ftonde Worden gebeitwd. 
Ten nidden tan de iiad, en op eenen geneegtadien lAtalli 
gelegen 9 Okn toer beepleding en d* iteedt toorlwoédendé 
tlammen beteiligd të i\|n » légde kg siek onder de YcA-^ 
biiit#de poort , die tol een^ ingetag tnn nf n toekonietllt 
terbl^f beitemd was , neder, en riep É^tkt eennnal ge^ 
droomde 9 ntt toor altoos terdwenen grootkeld, toi^r t%Êê 

terbeelding temg »Vertloekt iQ de plek waarop gl 

x'ji gegrondrest 1'^ selde kij » met tan woeder tlAmmende 
blikken op de poort starende, >en eten swertende éit diii* 
dolende als de mgne» d» toet die désen grond belréëdif 
Uw naam «hl Bndjang Raiöe (mislukt) Wésen» en ié 
ttitsigten op magt en grootkeid , van ieder die n met eeiKlIt 
aanblik rerwaardigi, anUeni «MB«k de^mgne, mislnkken. 
Verdoemd sf t gq » en eren ongelukkig als ik , ieder die a 
genaakt P' lèide kf| nogmaals en spoedde liek nu» met 
tèrsnélden tred toort, töt dat kg» op dèa berg Éi^on^o, 
in ket BlnmiitM^itnseAe, Hen sekuüplaats tond^ Mier léUè 
1^}, deaMrim tan JKii^ Imiéo» l^Airts Roiio «snUemettde, 



t$u Jdttifléiiaars leten , tot dat h$ ziek hier ie BlamBan- 
fan {BanJQewangifi) nedjers^ite, aldaar de stad» waar- 
jri^i «fg ^.«wgjB ov^f^iy^elea te. ^ea xgn, aUchite» eajda 
sUMnvader wec^» van dfi ivef volgeos door de Vorste» Tan 
M^tarntm overwoiM^eii en yerdreyen Radjas aldaar. 

De op deze poorè roiiefide rloek wordt door de ^yaaeii 
iu^ stei^da seer gerrfefd, en menig voorbeeld aawyhaalil, 
om te. jMw^aen dat dea^lre nog ateeda van kraeki m. Geen 
jFavaa^ach ambtenaar waagt aieb dan Oiok ligt» in de na* 
bJMid d^er loo gerreeade oudheid. ^ 

Dagen achtereen woedde de vlam, en van de voownaligf 
firootheid rka Mo^o JPaite hoofdstad , is nageaoeg mels 
g/Mpaurd gebleTen. Vier eeuwen. ^^ ter naanwernood » aga 
sedert tde verwoestiiig di^ stad rerstreken ; en torwgl de 
knagende tand des 1^4»., datgene heeft Tan4eU • in* 
Tttur en ^ewe^d bebboA.v^i^schofnd» heeft de .onremMeid 
wurksame kracht der natuqur den, bodem aaodaofig door 
tioog getopt geboomte overschaduwd» en niet digt iaoM* 
gestrengeld krenyelgewaa bedekt, dat da, dar saak on* 
kundige wandelaar, Wwaarljjk zoude rermoeden, daiaga 
▼oet hier eenea gn»nd betreedt, waai*op eenmaal de hoofd- 
ftad vafie^n magtig rgk wits gebon^wd; terwgl de, gevolgen 
yan oorzaken afleidende, beschouwer aidi aelven afvraagt: 
hebben Java en de Javanen, bij het verwerpen der J?r«- 
v^inêphe, en omhelzei; der Mohamedaaneehe leer, gewon* 
nen.f** of verloren? 



De Koehoes. 

In de noord westelgke bianenlaiiden van liiet giebied van 
Paiemèang» in de .bosschen en langs de binnen rlTtarea 
van de Lalan, Teenk^lp Saüftti Danae, Batap^g , ^ke 



en de Mmmmt^ leeft eem^ volke^n, die oeriproiriibel8k ia 

eenen tUel Ten yolkomen woetiUieid verkeerde » nuur siek 

mLlenipkênM, meihékulf yen hei Nederlendieh ktgUuury 

daaruit keeft opgerigi en nu eenige betekariiig geiiiei» ef* 

■ekeen »eg altjd een gedeeUe Tan deiuwlTen» sgne osde 

leefwgie ,blïft bekondeo. De oerqprong Tan de JSToeieee ia 

enbekei|d, selfe betUaa nepena ken, n^ick fobelen» «leek 

verdiekiielea » ketgeea, de lucki ioilabelackiigeoTerleTe« 

ringen b^ de Indiicke velkeren in aanmerking genosMB » 

ie Terwonderen ie. De eeaige gtieing,.^ daaremtrent kan 

gewaagd werden , is deae» dat» toen deJaivsekeTereTer* 

aars jüdi Toer ongeTeer dr^ eeuwen Tan Paiêw^tmMg 

kebben meetier gemaakt, Tenneedelgk de eerste bewe-. 

nera Tan dese plaats liek niet aUen aan kun geaag keWben 

vülen enderwerpen» maar gedeeUeljik naar deenieerdruig* 

bare jiossfiken in de - binnenlanden gsTlngt a$n; alwa^ ai 

door ket swervende en ellendige leTen ,dat ay meenten 

leiden, allengskene Ivmne meer beschenfile leefwjae kgbken 

Terlaten, en eindel|jk gekeel ontaaré ayn tet die maarjil 

af nu. Terkeeren. 

pe. JKbeiee yersehilt in gestaHe en gelaatstrekken» wei« 
nig Tan de andere binnenlandscke » Ja sel£i niet Tan da 
bew^eners Tan de keefdplaats Palembamg ; de mannen i^n, 
Ten eene middelbare grootte , en Tortoonen eeae Tlngge 
en forsehe kouding , een gevolg Tan kunne awerrende en 
eenyondige leeCwijse , met een eenigains wild nitaigi» dat 
nogtans.geen woestkeid aandifidt ; . de Trouwen a|jn niet 
onboTall^g , vi bezitten gereg^e gelaaUtrekken en wei- 
gemaakte Tormen , maar eene haaf eigene plompe kouding > 
en een logge, schniTonde gnng, Tor^oAaakt door dege^^^ 
woonte om op de achteruitgeslagene boenen te aitten , 
ontsiert haar ; de kleur Tan beide geslashten is ligt bruin.. 



Dto woiitiigeti dér k'oncltvfrrtèiifhl Ko$iü9M f béfttudi «H 
kttHaA nm mwé botoiiitlÉiiiiiieil , IftkkéA en blAdaren tm^ 
TSÉTdigA ; naar die , wélkè ti^ ita dó€9Èoen9 (dèrpea) 
refMiilgd kébbdii, bdaweH Imikiié hniiêii wtl alftidgte; 
iddi géèmikeii daartoe 4e«élfde mWè bouwtWflkn. Hu 
iMünraAd la s«ér è«nr<mdi|; ; ^te nmtteti öp da Tk«r iil« 
ipInqM'aid» eeiuKe lraiiti||[e (^«te borden , poilea «ii koal^ 
moti en eene soort tan Cklueeacbe pottin gewllfie nugu «f 
êéiM geketeii , tot bet beWal^en taii boniitg «n «van iag^ 
legde nangoéi (trad swifnenidieeicb) , iliakeB idaannan 4é 
gekedo iinrentaria uit. De meest Torwilderde Kontöté 
Wttden sieb op in de Urild^riiisseti yan de fa/au ; dete 
s|n uiterst èfkeerig ran den omgang mèt Yreenddingea^ 
ép ben is byaonderlfk tan toepassing 9 betgeenO£mBm(l) 
omirettt de orang Aroeloe mededeelt : »In de bittnekluite 
tan Pahm è un g rindi men een wilde rolkttam , eraiy 
iroeèoe genaamd , die allen omgang- met andere YolkenWiS- 
gtÉTtn. 2S9 doen niemand leed , en dr^iren bandel vondtr 
AiKsb te tertoonen. Men plaatst op sommige bekende phat^ 
sen, waar sij sieb opbouden» Ignwaden , tabak* en andere 
crt&elen » weUte n% tioodl^ bobben. Daarna dsai men op 
^^t ganggong tot een teeken , en rerwfdert tieb yaa 
iKe plaats. De ormug kwhoé komen de nedergelegde arU- 
Kektt afbalen» en leggen meer dan de waarde , in bonif , 
#bs ete «Aidere artikelen, in de plaats neder.*' 

beie kóehoê^ maken twee troepen uit » ^ TanongOYSSr 
dèrüg bnisgeainnen ; t^ t^n door onderlinge Moedyerwaat* 
(R4iap akn «Ikander verbonden , en noemen ifidi tèofoè («f- 
ftammeUngen nit téën geslacht). Zy ai|n tïééiu rontew^^ 
tèndé en leren tan de yisM^rf en dejagt. Daar nrerigetf 



(t) Zie ÖLivrea iMnd- m Zeetogten^ ent. , I! dL bte; 393. 



lm) 

iuÉMton litlM# «•ten tn p^ton^èt ^méi ihètt («Ttftilgié 
kêé6é($ê, WiMf of gMi »iié«rteMd bdtltmi » too kim d« b«^ 
m^^mrhÊg iÊtÉékré , («^ro^gelgk onder éëft hooft woHkA 
gtèmgl. Hoi iftiiM der kier en dur Tonproidé ko^Hêt^ 
a»oégèl$t ie koiNaen , dair de todriigUgkeid geUedl » ie 
lét^ keeelÉiTitaff tluriredèilde betolking tidi «en itifli » nM 
dMr ieffingèn to iwouirtttleti. BeinMleiÉln , fe kolf «lel 
imé de Uggin(f iMwier ^odtft^eiie bekend; i^e betMM 
«liA kMgs de fileer TbMiEfil/, de doeêêoênêT Seenf/e 
imém§o f Mêwtmtëtêêli , Sëia , Triê$un , MêtëntiB , I^mn^ 
jmmg ÊOêtigi^^ NétoÉg en Oe/oe /dfüü. Hél gegMe ge* 
tnï- der berelkinit i^daer ie 4S kidigezinneii. Linge de rt- 
Yler .Sarsf«# » beHnden tiehde éóeêêoenê: Taêtpmngf 
Kérbai y Luniëléêénf en Meiëmtm , mei eene berelkinf 
VMtt M MigeiÜHieii ; kniKi de Imiën s^jn ile tfoeeeeetie .* 
Mmkêngt Pêiktmpén^ Bmlké^ Sëtdmng en K^nmwmitg , mei 
M* knbigeslnnen } lange de Eëiéiik hkö , de tfeeeeoeiif .* 
Pengatoêran, £efle# iat^t Mat&ê g^^^ ^ft Küpü9 9 
Bwl 199 hniigesinnen ; lêBfi de Dmwaê , de io^êêoenê : 
Prmng pata, Rêmgêttg en Bmimmpëdiês mei 03 fcoiige- 
sinnen, en eindel|k, knge de BmweSf de doe^êo^tn : 
Smka besar en Sêèoêtm f mei 17 kaifgeninnen ; coodel 
de ganeche berolking -^um geeehat iroi^en op 360 buiige* 
sinnen , builen en bdialTett de r^nq^eide rondawenrendo 
koehoêê , raa • #elkf «iek neg Mn greol aanidi in de boa- 
acken tmi laakilTermdlde «fdediag èetinden. 

Terwjl de #nkeeekaaile kp0èêé geene andere kleeding^ 
keeAi da» Ae de^ nalÉiir kem eekettkl ^ melk^r^egingaeg- 
iMie^ iee#el voor de manttes ab roer de ▼rewireft» i^m 
keè aekorleukleed dee eeMrtea «eneeh » Mer ran boombaai 
vertiardlgd, kUedl 4» ifeettoei^'beireaer lidi, aaar ge^ 
lang sf^er midddeb » gellk de Pëhmèmttger ; inaobder-» 



[SM] 

^id wfanaer hg d^ar óêa rraeiiidaliag ba«^dit . wordl , 
tracJIii Jbij jueh fruai uiUedoMelien...Uel TerTaardig#a'T«a 
ai§^ J^leediugiiakken » behalven hei bayanTermelde ^Ukiel 
.vU boombMt» kennen sji niet; sj} hebben nodi wee%ê- 
ieuwen noeh beoefenen eenigen nnderen iek Tan Tlgi of 
nijverheid ; Ixndbouw kennen zij niet , de jagt ^ Tiischer j , 
^t e Dijden tau rat tan , en hei rersamelen in de wilder- 
^Uien van wat , ^enxüêin of drakenbli>ed , sljti fannne 
eeoige beeigheden , loe tot hnn Termnak els tot hun roor- 
jdeeL ; het orerige ran hunjieti tijd ^ Terilyten z^ in roJsJa- 
gen werkelooibeid ^ en hierin vinden zij zulk eenen trelloif ^ 
dat bet bij heD een gewoon zeggen , of liever een rijmt] e U: 

bAIb de Nangoei (een wUd zwijn dat veel vet ople- 
vert) veelvuldig s^n ; als de vruchient^d daar ii ; 
als er veel padie wordt verzameld ; als er een nieuw 
huit ia gebouwd , met de wanden van boombaat, dadj 
geleund tegen een en rij eisak , en onze hoofden gekimd 
%r ordende » — dat is. üRze Hemel 1 ^— ^' 
Nangoei ter dj oen 
* ' 'I *• Moesaiem beea bcea-an 

^ " *- *' Banjak dapat padie 

t~ - ~ Roemah baroe 

». Ding ding kaloep 

•'* , « Aiap slapaa _ ■ 

- Beeendar die stempet bra» ' 

Sambel bepetan 
> ' Itoela Borga kamie die iika 

Hun voed«el beitaat uit rijst » viach ^ het vleeteh van de 
mangoei (een wild zwijnen soortj , voorts nÜ alles wal het 
dierenrijk Tooribrengi , apen , de kaaiman , slangen , eni . 
I>it heef t de schrijver dezer schets gezien , b^ gelegenheid 
dat hij door de Samèiêche bosschen trekkende , een ver* 



latëtt' gefajttdit yan dé roiiibnirenretide koê6oé$ roofby ging ; 
Cth claar ila wd^éll|ke oVerblffiieleii Yan allerlei gadferU 
ittg Hggènj'üerTan ii «reawd nitgtosondei^d » het' TÏeeeeli 
Tan den dUfaut-en raé ^fóta beer; het eerste schuwen %%\ 
•w de Sterït idisettende hoedanigheid »' en dos om desselfs 
iMtr^Heerilmarhèid , en hei andere , om desxelfs eigenaar-^ 
liigeit, bitteren smaak. 

De kfnderen der Koé^oeM sgn roedsterfingen der na- 
inar; alsoo htinne ouders sich weinig om hutine opvoeding 
lyékreunen; de moeders sogen hare kinderen tot 'dat xij 
weder zwanger worden» of wel» tot dat het kin'd: zelf de 
l^okhit' Verlaat. Tot dien t^d» is het altijd bij de moeder, 
die 'het mede neemt» wanneer zij met haren man in de 
bossehen gaat » om rof fan te snijden» óf andere roortbreng- 
«élen te verzamelen. Zoodra het oud 'genoeg is om zich 
seWen té kunnen besturen » leert ket van z^nen 'rader da 
jagt en de Ttsseher^. Als de Jongeling de jaren van huw- 
baarheid bereikt heeft » zoekt h% zieh eene gèsèHin » met 
welke hg In geheime huwelyks-gemeensohap leeft ; bevalt 
sf hem » na een' zekeren ti{d aldus met haar te hebben 
verkeerd » dan gaat h^ naar harie moeder en vraa|;t haaj* 
tot vt'ottw. Deï^e'verziimelt vervolgens alle hare bloedver- 
wanten» terwijl inmiddels de ouders van den jongeling, 
flie door hem van zijn voornemen onderrlgt zijn» van 
hunnen' kant hetz^dë doen. De "moeder geeft dan eenvoud 
ï^^k aan de vereenigde bloedverwanten te kennen » dat 
ide joégefing» noemende sfgnen naam huwt met hare doch- 
ter » noemende mede haren naam » waarna de vader of 
een der bloedverwanten , op een uitgehold stuk hout » 
«iènige alagefn geeft »' en hiermede is de plegtlgheid volbragt ; 
feesten of vermakelijkheden hebben daarbij volstrekt niet 
plaats. De verboden graden van bloedverwantschap bij het 



Imwtlfk» 9ir«fclf^«i> ii<4» mi i«rA9r «il^it ilm i^i hr^êHm 
f n iiuter ; in allp. #ii4erft i^adso kuooMi 4^ hmreii.^ £^ 
)l»r«iik wordi JiH de daeêMo^n^io^b^ m$^ ffi^- ^^4b«a^ 
lietliriifl ; de imkn « oatdekt Jiel>l»eii4é dat «ij|i|» vrouw o^ecr 
spel drijft, rerrolgt den eeUbreker» dte d«i^*fai «^ dt^ 
zelft vrei^w , «$ae iaeTlugimeeml , ioi M koefl vi« ém etüi 
ef Paêêirah; deze treedi ale bemidAeliMr e|>i fmlegidef 
•ekoldiffeii eeae boete op Tmn ƒ 40» waarra^ tim m ifiieie 
en bet overige in goederen wordt reldaan ; de vroaw werd| 
bierdoor bet eigendom yan baren minmer ; indieii ereoiNf 
de vromr de ecbtbreuk niet bekent , mmur dexe teek blgkl^ 
biyft aj| bg baren man » en dese onttrangt ran defi, bel et * 
diger ƒ 10 boete en de Paêêirah f 2. Bj de bei^b^ieetef 
is dei^e gevoonte nog rawer : de eobtbreker vlagV ni^^ de 
^huidige vrouw» en tart soms heren men, doert^ k e nee 
^e geven» iUnge den weg dien hii genomen beeft 1 iMn^Ar 
ge» in.boomeOf of lapjes van oude Ueederfn aan 4p tsWUn 
gebangen, duiden 4ie aa»^ de b^lendigde manüirwMt e» 
de overspelen op te soeken. 2oo b^ bet verb)$f van den 
echtbreker op ipoor is gekomon en de^telve. g^mrf mt 
poogt b$ ^ieh ven sijne vrouw m/eeeter te maken r^i^bier^ 
mede n$ii beide pertijen veraoend ; jengd ef scboonhfU 
komt daurbg niet in aanmerking : inlke boedenï||^in 
bobben bg den kêeèoe geene weerde* Blaar ie deselve niet 
gebnwd en vindt hg hem, dan dagen sg eUwider uit» tet 
eenen waterstrgd. Zg begeven ^eb in de neae1b$ gribgen 
rivier en gaan met eUf^ender eene worsteling ann; b^» am 
wien bet gelukt agne tegenpartij van 4o been te breiig«| 
en in bet wajter te versmoren» behai4( de i^H in^A be|k 
de mt^ is» keert sijne vronw tot b(em terug » en o«^eli:jeerd# 
blijft sg bg den scbak^jr. 
Hun bestuur is neer eenvondig* Het boefd van een ge^ 



gtfidMUaii iU« fndtdiiig «iiftitMiii eil irübi 4e ^w|fteii4f 
IP»i:t«Mi ia TMTiosma ) ifêp nf dfif gi^fMilêii UeM»iiM9 
JPa9$ir0k, die io lawigMge s«k«o Müfpraal^ Aoai» |d|k 
jLii moord» wolk» Mmif dte|) yddstuB kei #•▼•% T»a eeU- 
lireiML ie. Oreriiieiie ie de PaeetraA # b| da koetoeê die 
iii d^ rfeeaeeene wene»! da bapMMelMr in geeeUUen» 
welke uit bei luuidelaTarkaer mat da PaUminnff Ter- 
r||iHMi^ Vwa^B eadea sïn laar eei»T9«di(;; neftwur-peiiaclieB 
;pf pde > Telgen sg de iadrnkken die lï Ten beer ooIt»»*- 
^P!a ; .— baa aiurd ie seebt t herige herlciegiei» eiiUlekea 
hupiio gawieedereji niet ; naeb gremeebap » toorn «f ngd , 
Boob winiH^ebt of Indere drillan Tarontmeten ben. Ven 
die/iM koort men niet ; moord af doodilng beeft f eldnn 
pJUnte^ *. 

Eigenlyk geiegde Godedienet beiutten Bg niet; meer 
#ffcajrantagen bedblen eï gelonf nea geetten» die ng «eg- 
P<^ii 4a ni^n tn ign T«n himne n%eetanrene blofdforr 
Ffk^te^; dfMia bonden fich neer bmma maening af* b(i 
da plnate , j^raa/oean gabaeten » wnar de oTerladane op 
aea etaketael wprdt nadergelagd» ei^t sgne klaeding «na 
aa «|na ^r^ng en apaer naeet ikb, alemede 4f pa| 
iraaria hg gewoaa wee sgne ef gien ta bereiden , en da 
^m^09 weanMt bg dronk » opdal de gaaet dannran gabraik 
Bande kunnen mak^u* Zoodra de iterTonde den laetetea 
a^entogt uitblaast, lattag sg er opi pf daarop niet dadelgk 
pan geluid to^; Ternamea sg dit» dat uit een eaeht rjAear 
laad geeuie moat beetaant dan bpeebouwen nij den oyerledena 
gelukkig , daar bq dan rareekerd B|n dat b|j geeet ie ga^ 
worden; boorea sg *V^ een geluidt aelfii epnige dagea deer<- 
na» niet, waarop ag, n§ bat naderleggan Tan bet Igk ^p bet 
etaketseU af^gKluebtig lettpif^ dan sf«(aa eg dat b« ongeluk- 



ki^ il t «A sleehti g«itorv«ii h ^ maU§ Badja t f^^ ïa lL«t 
nidt is teruggekeerd* De ploati waar s^ hanae dooden 
naderleggen ^ beschouwen eij nli de fermmelplaaf iï der 
geesten ran de e^erledenen Tan hunne toekoe : sij zeggen 
dït te kunnen hoeren , door een b^sonder geluid , dat daar 
altijd plaats heeft> Zeker PaUmhangick ambtenaar » niet- 
tegenitaande overigens eeu Terllcht man , verzekerde my , 
t>y het voorbijgaan van zulk een e plaats , dit geluid ver- 
nomen te hebben , en lïchreef hefe mede aan dio geest-ea 
toe; het bijgeloof is toch van alle me niche n eu van alle 
tijden ï Wat vertier met dexe geesten gebeurt , weten ï$ 
nïet* Het Js een onzeker en onbepaald geloof aan de on* 
itorfelijkheid der ziel ; xelfs zonder e enig zedel'^k doel , 
daar het niet overgaan tot de geestenwereld , niet het ge- 
volg ia van eend zondige levenswijze , maar alleen be- 
schouwd wordt als een bloot toeval, " •» - ^ " 

De ziekten genezen zij met wondersprenkigc^ woorden ea 
met verdrijving van den boozen geest, door bespuwïagea 
en prevelingen. Alle ziekten schrijven zij daaraan toe; 
daartoe gebruiken zij d&ekoem , ook maitm gedaarad (ia- 
landsch geneesheer of aandnider van de ziekte). Zulk een 
efoe^]pen omhult zich bet hoofd met een wit kleed » ^ 
tieróbkt de zieke met henxoein , terwijl hij de hulp vsn 
goede geesten inroept; derwijze gaat hij voort, tot dat 
hij zich duizelig gevoelt ; in dezen toestand beweert h% , 
bovenuatuurlijke ingevingen te ontvangen^ waardoor de 
ziekte vun den lijder t^m bekend wordt , en hiernaar rigt 
hij zijne bespuwingen , beUkklngen en inblazingen op de 
zetel der zvekte in. Eenen onoverwïnnelijken afkeer heV 
ben zij van aamborstige en koortsige menschen , en vooral 
van de kinderziekte ; indien zich onder hen een vreemde- 
ling begeeft , die het ongeluk heeft sterk te hoesten , schu- 



{295] 

vcu zy hem dtdèlfik , en het le^en van zalk een^ indrin- 
ger i» soms in gevaar , daar sij in demeening yerkeeren» 
dat deie aiekte hun door rreemdelingen ivordi aangebragt. 
Voor de kinderziekte hebben z^ eene groote Trees ; ge- 
lukJug echter , dat dezelve zich ongemeen zeldzaam , aoms 
slechts om de 60 of 60 jaren , onder hen vertoont ; maar 
gebeurt het , dat een hunner daarvan wordt aangetast , 
dan verkeeren zij in den uitersten angst ; zij laten den on- 
gelukkige aan zijn lot over, en nemen met overhaasting 
de vlugt. Bij het ontstaan van eene heersehende ziekte in 
de eene of andere doessoen of gehucht » wordt die plaats 
dadelijk verlaten , tot dat de ziekte geweken is. 

De koe^oe is bijzonder vlug op de jagt en de visscherij ; 
hg durft den tijger in de wildernis aanvallen » alleen gewa- 
pend met eene speer ; hij werpt die echter niet in eene 
regte lijn , maar boogsgewijze , en mist zelden zijn doel ; 
den kaaiman vangt hij met eene soort van harpoen , en 
maakt hem gemakkelijk tot zijnen buit ; hij vervolgt het 
wild tot in het' digtste der wildernissen , en weet altijd aan 
den stand der zon zijnen weg terug te vinden. De handel 
geschiedt meest door ruiling bij de wilde koeboes ^ gelijk hier 
boven vermeld is ; met de i/oes^oeit-bewoners ruilen zij 
meestal rijst , kleederen en gereedschappen , tegen de voort- 
brengselen hunner wildernissen. 

J. W. Boers. 



De Heidenen of Badoewienen van Bantam. 

Voor dat het zuidelijk gedeelte van de residentie Bantam, 

in het jaar 1819, onder een geregeld bestuur gebragt was, 

kenden wij de Badoewienen aldaar slechts bij naam , want het 

^een Raffles in zgn werk over Java daar van zegt , steunt 

ic. j. 2e. s. 20. 



•la^litg op losse gemchien. Gaen wonder ooJl» want aselfi 
de Inlandsolie hoofde» ran Bantam visioA ona veiiuf 
neer te zeggen» daa dat die heidenen steenen beelden aa»* 
baden » welke Ter van bunne woonplaats in een groot en 
bïna ontoegankel^ boseh bewaard werden. En bet was ten 
gevolge yan die ger^ebten dat de Heer Biim en de Heer 
Sriioftiu in 1822 de reis ondernamen» om die beelden te gaan 
xien , met de zekerste boop van eene r^ke belooning in^de 
ontknooping van bunne gesc^edenis en Godsdienst» doer 
de ontdekking van die beelden , te zuUen erlangen. 

Peze moegelijke en gevaarvolle reis naar de Badoê" 
wiensche graven (want bg slot van rekening waren bet 
graven) beeft de Heer Blvxx breedvoerig b|pcbreven; 
welke beschriiving destijds in de Bataviascbe Conrants 
vervolgens in de Cyh^ïe , en ook d€|or Qutz^k , in 199 
Lan4' en Zeereizen y Iste deel » is overgenomen. 

,0p die reis hebben zij eebter weinig meer van de Gods- 
dienst der iffacf^eioteitefi kunnen oitYorscbeni dan de namen 
van de Sangiangs of beüigen » die zg opnoemden , toen d# 
reizigersT op de plaats gekomen waren , waar zg voor bet ove-r 
rige niets dan «enige basalt brokken zagen ; doch di«, volgens 
bet zeggen der beidenen» de grafplaatsen uitmaakten van dia 
Sangiangs. De uitlegging die bun toen van die graven gege* 
ven werd, was echter zoo onduidelyk» en alles ging met zoq 
veel achterhoudendheid gepaard » dathetw^aarschijnlijkisdat 
die plaats , wegens hare afgelegenheid slechts door ben geko- 
zen is f tot het vieren van jaarl^ksche offerhanden, ter eere 
van die heiligen. 

Ruim eenjaar na dat zij die reis gedaan hadden, kwam de 
Heer SpAiroGiiE toevallig juist op den dag dat de Badoewienen 
hunne Godsdienstige feesten vieren, in een hunner kampöngs; 
en bij die gelegenheid , na de plegtigheden in persoon bij ge- 



l»7l 

"méoné U hMmn , gilnkta liel hmt Mml , èehlar de w«Ar«> 
èeü Tan eeM zadc te kooien » die de Badoemi^nt hmI 
^eèn leker vtiitroiiiren, zee wd Toer Emrepeanen eb Me* 
èmedanea, lee lang faaddes terbergen g»elMiideii. 
' Haor eeae aéhleniwalurdife faaed K^a wQ in liaai ge« 
eteld f eem kort rerriag yan deten logl » door wfjleti dea 
ijeer StAveexa telTen geilêUy hier medetedeeleii » waarin 
Tele belangr|ke bf senderkeden , aangaande de Teerneemde 
▼elkitaB , yeerkemen. W9 Uien dai vertUg in siin ge* 
keel y lOBMUr eenige Terandering » Telgen : 

»Voer dat ik teleene beiekr$?ing Tan de Gedsdientt de- 
ver haidenett er^ga^ moet ik hen in twee ondersdhelden 
I rin nw n Terdeaien » namelijk Badoewienen en Orang-Ka^ 
ioettrmn{l), die twee afsonderlifke maait ehapp$en niimakea. 
De eenie hewenen de kampengs Knskeê^ Tjibêèm, en 
Karamgy aflen tegen het Kandangseke gebergte gelegen» 
»en. maken ^lesamenl^k eene bereiking uit van ruim 708 
nielen; ierwfl de Orang-Ekloearan , èie een greeter 
getal beslaan , aieh in de kan^ngs Ingong^ Tjtlengor , 
BédJong-'Meniing 9 TJihoeng^er^ Sankauwangi^ ^ Ka- 
mëntjieng en ïfoenghoelan, ophouden. Deze laatste klasse 
bestaat uit die soort ran mensehen , welke of uit Tr^en 
wil de Bado0wiên8 hebben verlaten « of roer altoos uil 
de kaapengs' der laatsigemelden zgn Torbaanen» een maat- 
regel die de Badoewien9 süpielgk volgen » wanneer een 
hunner zelfs den geringsien misslag begaat ; terwglz^ f ^^ 
xich TrijwiUig van hen afzonderen » zulks alleen doen » om 
eenige meerdere vrgheden te genieten » daar de geloofs- 
voorschriften der Badêewienê hen te naauw beperken. 



(i) Woosdel^k verttald buUmwunschM. 

20* 



£398] . 

Def niettemin gaan de Orang^Kaloearan niet ligt tot het 
Islamiunus overy maar bl^Ten in vele opzigten aan de 
BadoewiêHê verbonden , terwijl zy , geene priesters heb* 
bende > sich steeds aan de bevelen en raadgevingen van 
A&a Girang'Pohon onderwerpen; welke laatste niet aUêen 
de plaats van priester bg de Bado^wienê vervult , maar 
ook aan het hoofd van hun buiahoudelgk bestuur is gestelde 

Met regtsoude men den naapifiacfoewtV kunnen afleiden 
van het woord èuda ; doch men ^egt dat die jiaam xgn 
oorsprong ontleent van een sprui^e 9 tji^adoe§0ck ge- 
naamd, omdat degeene, die aan de, vervolging vanHxssijr 
Oasnir (gelgk men weet» den invoerder van . het Isl wn is mu s 
in Bantam) ontkomen waren , zieh aanvankelgk aan de 
oevers van dat riviertje hebben nedergezet. Zq noemen 
zich zelven ook nitï Orang Badoeme f maar naarde 
plaats van hun tijdelijk verblijf: zoo noemen zich bj 
voorbeeld die ysm Kneke^y Orang Knekes, enz. 

Volgens zeggen van de Badoemens , en ook naar des 
aard der zaak te oordeelen 9 moet men opmaken 9 dat hoe- 
zeer deze afgodendienaars, by de inv,oering van het Mo- 
hamedanismus , als vlugtelingen van Padjadjairan , de ver- 
wyderde en woeste strekken van het fiixitc^aiigscAegebert^, 
alsi eene veilige schuilplaats tot de vrije uitoefening hunner 
Godsdienst » verkozen hebben 9 dit toch na verloop van t j- 
den niet zoude geduld zijn geworden ^ z:onder dat de een 
of ander Vorst van Bantam ^ hun zulks onder zekere 
voorwaarden had toegelaten ; dus zeggen de Badoewiens dat 
de Mohamedanen hun die vrijheid zouden toegestaan hebben» 
pi^der voorwaarde, dat de aanhangers hunner leerstellingen 
nimmer het getal van veertig mannen zouden mogen over- 
schrijden. In hoeverre die voorwaarde nagekomen wordt, 
blijkt uit het opgegeven getal der nog aanwezige heidenen. 



^ 1209] 

De Bmio9Wienê s^a orer hit algoneeo kleiner , eiim*- 
ler 9 gebarder en bedrigÜNmier dan de andere bergbewo- 
ners : de wanataUigheid is onder ben zeer aeldsaain. De 
doorgaande uildrokking Tan hun gelaat is goedheid en 
Trede ; hetselTe Tertoont meer onTerselilligheid dan ernst. 
Zy bdi»hen eenen meer spitsen neia dan hunne naburen» en 
Tallen ook wat geeler Tan klenr De Trouwen a\jn minder 
welgemaakt , terwjl het sterke oiterigke , dat de mannen 
bier Torsiert, ook de Trouwen » waars^^k door het 
zwaar. Teldwerk, eigen gewordt sgnde , Teel bijdraagt tot 
hare misTorming* 

De wonkigen Tan dese heidenen zijn OTon als die der 
oTerige bergbewoners, op houten stijlen, eenige Toeten 
boTon den grond, Tor^Ton ; de wanden bestaan uit bamboes, 
ea het dak uit AnVu^-bladeren. Men Tindt in ieder kam- 
pong een bysonder huis (6ci/e) , ingerigt Toor TreemdeHn- 
gen. De TOorouderli|ke gewoonte Tordert eene bezorging 
Tan ^qed Toedsel, en het meest mogelijke gemak toot 
alle reizigers en Treemdelingen. 

. Het Toornaamste stuk Tan kleeding bj} deze heidenen ii 
eene soort Tan rok, Tan eene. witte of blaauwe , in Me 
lengte gestreepte , katoenstof , die»' om het midden geslagen 
wordt , en welke zoowel bg mannen als Trouwen tot oTor 
de knieën hangt ; meestal dragen de mannen op hun bo- 
Tonlgf een blaauw of wit hemd , met halTo mouwen. Het 
boTonste Tan het hoofd wordt tnlbandsgewijze met een 
stuk wit of blaauw doek omwonden. De kriê en golhk 
zijn hunne eenigste wapenen. De Trouwen hebben buiten 
den rok , die boTon beschreTen is , een tweeA^ stuk tot 
hare kleeding , namel^k de kekamóau , die alle JaTaan- 
sche Trouwen dragen ; dezelTO bedekt het boTenl^f en 
sluit onder de armen. Het hoofd blijft onbedekt. Daar gou- 





|3M] 

Aêii sieraden sM'Mifel^k ▼«rboden sgo , bedieneB sg mkb 
Ttft .nUyeren wrmf en •érria§en. Hèi muu en hei hak]»» 
x||i . bttane ee«i§ele werktnigeB om deft groad te bebouw 
v#n ; ierwi^ iwch ploegen > Beofa eéBige aodere w$«e -raii 
de eairde %0 beerbeideii » bg ben in gebmik s^&« 

De Bêi^emê^^ eü Or«itg Kmlowmran y geleove» aD^ 
aan een^ God «f eazigibaar eppenresen ^ ea noemen diAt 
P^i. 2« mogeji eiehkr dii eppenresen iiiei.attiWddeik r 
deirijl sS «Idi te gering en Teel ie nietig aekte», e» 
hoiine gebeden oamiddelIM'^ tei deneelTen eptesendeai Baar- 
oiB heeft ieder kampong zijn^ bg zonderen beaehtnaged ett 
eene beswhermgedAli $ aan w^e laatste «j hwne gebeden 
rigten» om als. bemiddelaart bq dat afan^jfUg veaea d^ 
reryulling hunner wenaehen te erlangen, leder kampong 
gcdooft dat aüne Godin door den aangebeden beaehenagod 
Tar4g^ bemind wordt ^ en dat alle die. go^bn engodtnneaf 
wanneer de wereld haren halven onderdam bereikt heeft, 
met .elkander aidleii hiHwen» en dat dan de godidlensl vi» 
BiroA de eenigste godsdienst der wereld zal %%n , t«rw$l 
de JBa4^0tê»9 dan eerst hek greet en nsagüg Opper- 
wezen ;5«Uen mogen aanbidden. De geden en .^èinaen 
werden genoemd: iji ênt kampong Kn^ke^ Di&xx Biiibat 
Djij[JA . bee^erroged en PoBi. Pobvbib Tjxr at Mum f 
besehermgodin ; m.^ kampaMg TJik^vm 'Dalmêl Tahcjli , 
beaehermgod eaKiaTmia Masis^ beaBhermgodin* De k^m^ 
p^ngs. van de er««j[£a/o0araahebbeA tot beschermgoden/ 
DAI.AN HzitAXo RoBUiay en Kaav Maxikdug Dakak 
PAPACJAAte» en de godinnen PoATjia Wiaoa Wnais 
NAjreAii ^ «RAToa DaATu Tass» Limbik Waxcib , Daatin 
KuTXA» en i2a((/a UiAire.MofiLiA Ravviaig Dbwaïa. 

ÜTtea/ee is een feest dat op eea^ zekeren dag in de eenX^^ 
en ook in de tweede nmand van het jaar met maaltijden 



(ferierd w«ril. Kitdl&êioeiéeg Wórdl in éè émié 
0p «ekereii dag , eyen ak het ▼«rlge , mal BHaaH^B gtTlcri* 
De êêg rièr ieder deser feetMagtii werdt ttél tatleii 
doorgebragt. Het rasleii begint net lotifl opgang en éindigi 
t^gen dan namiddag emttreeka drie «re. Dé dag na dé 
kwaloetoêtoeg h de gfoeie offerdag» dan maakt ieder 
kMBpong een beeld ran r^aimeel y naar de ge^kenif nynef 
gedin; ê/ki vreiiwett beeld heefi naanwljki dé Roette rat 
#eit eeritgeberen Und , en werdt doer de Tretrtr Tan den 
Qifan^pêhim ef eener andere aansleniyke ft<mw «it dé 
knnpéng gemaakt. Het aangezlgt dea beeldt wordt » éven 
lOé de mémnangeKigten ran Tbpimgê^ geel» de eégétt en 
wtinkbraaniren «wart » en de lippen reed gerenrd en mei 
linnen gekleed. 

Terw^'l de vconm van dèn Girangpóhón beaig & em bét 
dierbaar beeld der aanstaande bruid Tan baren beedkermgéd ; 
met hare yingera te kneden, ten einde een ingebéiddé 
sckééne Yorm aan heteé^re t« geren » c$n dé orerlge mrottiren 
a^n heiwerk om de JDiult* te bereiden , hetwelk dé eenigaté 
meebipyze h die a^ aan de goden offeren. De Lnk9S 
werdt in eenen daartoe bijaonder gesehikten koperen pol 
(êi»ngk&é) bereid, i/eU^en pol Èi| ▼a'^ hunne ydoryadéfetf 
tel dai einde geërfd hebben^ én die mogel^ de eenigite 
reiique b^hen nog in aanwéien k. Nndatde Lakié énaOé 
wai lot de féeatyiering vereiaeht wordt , in gereedheid gé* 
bragl is, wordt het meelen-beeld doer den Ot MSH^oAén en 
nog teé oudsten uit de kampong, naar een daartée bealémd 
afgelegen bosch gebragt , en aldaar op den grond, op een 
geyloditen ma^e ran <treefl»bladeren , met den rug legen 
een hoender-ei rustende, dus in eene «itténde hending, gv- 
plantst. Rondom het beeld Worden aeo Yéel kleine laMétt 
van «reen^stekkeo, als er mannen b^ de feetlviering aan<* 



[302] 

wesig *8n, paggerigewgze in den grond gestoken/ en 
naar het getal der vrouwen» worden er even zoo rele 
yronwenbeelden (ran ttre#it-bladeren gesneden) nerens de 
Lakua 9 in kleine mandjes , naar het getal der beide sek- 
sen , rondom het beeld, binnen de gemelde pagger , op 
den grond geplaatst : terwijl een sehorpioen en eene spin 
(rantja maung) als wachters bjj het beeld , links en regis 
gebonden worden. Torens hangt men e^n bamboes met asijn, 
en een ander mei water, aan een stok, b$ den ingang 
Tan de pagger, en eindelijk wordt een bos padie'Siroo in 
brand gestoken , waarna de zeren mannen naar huis keerea. 

De az^'n , het water en het yuar , dienen eigenlek , om 
de godin in de gelegenheid te stellen, den beschermgod, 
haren minnaar , op een stuk gebraad te kunnen onthalen, 
terwgl zij dan alle ingrediënten daar zal yinden , behal- 
yen het wild , dat de beschermgod yan de jagt mede moet 
brengen. 

Bij de terugkomst yan den Girangpohon in de kampong , 
moeten de yrouwen op de rijstblokken stampen , en na 
alle die yerrigtingen gaat ieder zijn deel aan den maaltyd 
nemen, waarmede ook het offerfeest eindigt. De dag daarop 
gaan de mannen de grayen der yoorouderen bezoeken. 

Jaarlijks moet ieder kampong , op een daartoe bjzonder 
aangelegd yeld {hoema c^rang) $ eene hoeyeelheid rgst 
planten , eii van deze rijst wordt dan ook het beeld ea de 
hak^a gemaft , terwijl geeu andere rijst daartoe kan ge- 
bruikt worden. Op dit veld mag geen twee dogen achter 
elkander hetzelfde werk verrigt worden ; dua maet he 
bosch branden^ het schaoDmaken^ het planten eu het snijden 
van de padte^ j alles op eencn afz onder lij ken dag geschie- 
den- De GïrangÊerat ^ die op de Girangpohon volgt, 
heeft ket opzJgt over dit veld , en moet wel zorj draden 



[303] 

Ut alles vai de jaarlgkidie feesien vereisehen , behoorlïk 
m h'4 tijde in gereedheid gebragt worde. 

Bij hnvelgkea en andere festiviteiten , worden de aiig- 
dongs (bamboes-musjk-instrument) gespeeld : dit is de 
tenigste muxjk die zy hebben ; sg mogen eehter de ang' 
dong niet» zoo als gewoonl^k, staande spelen ^ maar zit- 
ende : en mogen niet anders zingen dan Paniong8 (een 
ang waarin eene of andere geschiedenis yan lang rerledene 
gden verhaald wordt). Zij zijn groote liefhebbers van met 
Ie rottiogs te dahsen » en even als andere Bantammere 
Ikander onder het dansen met rottings te slaan. 

De veelwïverij (poligamy) is bg hen niet geoorloofd ; 
sij besngden de kinderen slechts van het mannelgk geslacht, 
if ogelgk was dit ook onder de voorwaarden van den vorst 
ran Bantam begrepen. Op de plegtigheden bij hunne hu- 
irelgken in gebruik » valt niets bijzonders aantemerken. 
!)nder de menigte zonderlinge gewoonten hebben zij ook 
leze 9 dat de bruid altgd ouder van jaren moet zijn , dan 
Ie bruidegom , en de laatste kan niet, voor dat hij twintig 
aren bereikt heeft , in den echten staat treden. De af- 
spraak geschiedt altijd twee jaren voor de voltrekking van 
iet kuwelgk. Zg tellen de jaren van hunnen ouderdom door 
niddel van knoopjes aan een touw te leggen. 

Bij sterfgevallen komen de verwanten bij de begrafenis 
mn leed aan het sterfhuis betuigen ,. en door een luid ge- 
ureen ^ de laatste eer aan den overledene toebrengen. Het 
*ouwgezelschap volgt het lijk al weenende tot bij het graf » 
m na de begrafenis keert ieder weder naar het sterfhuis , 
[>m aan eenen tot dat einde bereiden maaltgd deel te 
nemen. Het lijk wordt na alvorens gewasschen te zijn, in 
witte kleederen naar de gewone kleeding gesneden» gekleed» 
en vervolgens in wit linnen gewikkeld» met het hoofd 



[3041 

WMiiriiftriU , m d^ rée^m oost#aftr4É ïb d» MHnie gelefi. 
De derde, de zereBde, d^ vèerileBdeen d# Teertigttie di^ 
Dji kei aftUrTen , irorden door een (degiig aandenkeii ge- 
vieHI. 

Ili dese Afgelegene kampotigg Tan bergeit en boseelrett 
omringd» en ele 't ware geheel van de wereld afgeeelieideiii 
ie de ondettgd nog weinig doorgedrongen. Men heeft geeir 
enkel voorbeeld van moord of dlefkial , door ée Bmio€^ 
«rtefie gepleegd. De snlken die zich aan eehthrenk , en 
miedaden zelfs ran minder aanbelang schnldig toeken,. 
worden yoor altoos nit hunne maatsehappif gebannen. 

Httn Toornaamste roedsel beitaat oit rgst , tarkiehe tarwe- 
en eleehts enkele soorten Van groenten. Vleesek, riatk 
en gerog^te wordt alleen b^ plegtige maaltijden geg^n. 
Zi{ mijden zelfs het varkenvleesch niet » doch. gebniikeii 
dit y eren als het rhinoceros-rleesch , niet zonder schroom 
Toor de beschimping der Mohamedanen. Men gaat ook te 
gast op gekookte en geroosterde Tleermnizen , die daar kt 
menigte in de holen der bergen gerenden worden* Het 
Tleesch ran geiten is hun strengel^ verboden; hetTerbooweii 
van elk ander voortbrengsel dan rijst , ïm hun mede onU^ 
zegd. Z$ moeten dierfaalven het katoen of keepen, of legen 
padie verruilen. De stof voor hunne kleederdragt moet 
door hen zelven vervaardigd worden ; terwijl z$> volgens de 
voorouderlijke instellingen , geene b$ vreemden bewerkte 
stoffen tot kleeding mogen bezigen. Het kouwen van beteK 
bladeren en arekanoten is bij hen zeer gemeen , echter fn^ 
der tabak en gambier. 

Het verschil tussehen deze heidenen endeerang'kmioem^ 
ran bestaat hoofdzakelijk in de kleeding. De Bmdoewtem 
mogen géén andere kleur dan wit of blaauw dragen , en 
de Kaïoearan maken daaromtrent geen onderscheid. Ook 



[3M1 

>bêii %% 9emg0 der iroor««derlfjke gimoönimk a^aielMft , 
tt«r ktbètB iif da Teehf^rerij nog Biei ingeroerd. 
De Bméoêwienê spreken » wel ie wtar, deielfde iealdie 
r in het gebergte gesproken wordt » nemelgk de Sun^ 
trie» eckter mei een dialeei^ en een aantel woorden di» 
de andere inwenert niet gebruikt worden. 
Junne Toeroifderl^ke instellingen en mogel^k ander» 
itandigkeden hebben hen in eoo eenen beperkten kring 
teld > dat hel Moeljelijk ralt om in al die kleinigheden 
treden , die %% onder de rerbodene dingen lellen. Ik 
dos kier eindigen met de aanmerking dat dese heidenen 
eeae maal onbekend zga mei de lètterknnde » of iet» 
naar eenig sehri^ gel|kt.'' 



Zgn de Planeten bewoond f 

Sijn die heldere bollen » die aan het nitspans^ prijken , 
roond door schepselen^ welke, eren als wij, rerstandelijke 
mogens bezitten om te begrijpen , geroel om te bemin- 
\ en eene trerbeeldingskraeht om in hare eindelooce rol- 
stktkeid do dlgensehappen ran Hem te volgen, wiens vinge- 
i hemel en aarde gemaakt. hebben? Heeft Hij , die den 
Bsdi beneden de engelen stelde om hem te bekroonen , 
t den roem der ontdekking ran dat Heht , waarin Hif 
lizelven ids in een gewaad heeft gekleed , ook andere 
epselen aitgernst met dezelfde rermogens en diezelfde 
itemmlng om- de heersehappij te voeren over de werken 
ler handen , en met het voorregt , van alle dingen aai^ 
h onderworpen te zien? En z$n die Inisterrijke ligeha- 
n , die in sti&e majesteit door. de onmetelgke nümteft 
n het firmament rollen , de woonplaatsen van zoodanig» 
tepselen ? 




1306] 

Dit B^ vragen die gedaan a^n , en die b^ voortdiiriiig 
zullen gedaan worden , door allen die de aarde besefaon- 
wen als een gedeelte ran die klaiiÉe groe|» van werelden, 
die men het zonnenstelsel noemt. 

Het is eene vraag» waarop de wetenschap -geen regt- 
streeksch antwoord heeft gegeven» maar ten b^oeve waarvan 
zij eene menigte van bew^zende omstandij^heden heeft bij- 
eenverzameldy die van het hoogste belang sgn. De oieuwate 
ontdekkingen in de natuur en sterrekunde » leveren ons 
eene menigte van daadzaken op $ die betrekking hebben 
op de ligging en beweging > het natuurkundig karakter» 
de eigenschappen en de rol, die » in het lonnenstelsel , door 
ieder der tot hetzelve behoorende hemel-ligbhamen vervuld 
wordt ; waardoor wij een geheel van analogien en bewij- 
zen » ten behoeve van dit onderzoek, verkrggen» veel 
krachtiger en overtuigender » dan die stellingen , op wier 
hechtheid steunende » wg dagel^ks over leven eik eigendom 
van onze medeburgers , niet minder dan over die van ons 
zelven beschikken. 

Wanneer wg de aarde beschouwen als eene woonplaais 
voor den mensch » en de overige schepselen » die het de 
Almagt behaagd heeft » aldaar met hem en aan hem onder- 
worpen » te vesligen» dan ontdekken w$v in eene'menigie 
der bestaande inrigtingen» eene onderlinge overeenkomst 
of verhouding» die men niet kan afleiden en die klaar- 
blijkelijk niet kan voortspruiten uit de werking vaneenige 
algemeene werktuigelijke wet » zoo als die » door welke de 
bewegingen en veranderingen van zuiver materiele voor- 
werpen bestierd worden. Het is vooral in deze inrigtingen 
van gemak en weelde » waarmede ons woönverbl^f soo 
ruimschoots en voorbedachtel^k is voorzien , dat wij ^ 
weldadige bedoelingen van den Schepper meer regtatreeki 



18B7J 

^openbaard si«B , juid^ker toch dan door oonifie pkjneke 
' meehaiiieiche wet , lioe • treffend en belangwekkend die 
idert ook wexen moge. In^en wg toegerust met eene 
^Ikomene kennii van onze eigene natuurlijke behoeften , 
LB. ome begeerten en hartttogteUy Tan ome vatbaarheid 
^r genoegen! en nnarten , met een woord » Tan ons 
ittturl^k gestel y Toor de eerstemaal op dexe sdioone 
rde werden gebragt, met baren geurlgen dampkring; 
re heldere en doorschijnende wateren , bet loTen en de 
hoonheid Tan hare dieren en haar plantenr^k ; met bare 
ntrekkingskracht tegen ome eigene b'gehamen, juist 
oot genoeg , om daaraan de noodige Tastheid te geven , 
[ niet soo groot , om aan deselve het Termogen Tan eene 
ge en snelle beweging te ontnemen; met hare afwisseling 
ji licht en duisternis, waardoor ons tusschenpoozen Tan 
beid en rust gegOTon worden, die juist overeenstemmen 
>t onze BfMerkracht ; met hare Terscfaillende , zoo aange- 
,am op elkander Tolgende jaargetijden, en hare matige ui- 
rsten Tan temperatuur, zoo wél toegepast op onze organi- 
tie ; zouden wij wel met alle deze inrigtingen Toor onze* 
gen , een oogenblik aarzelen om te Terklaren , dat dus- 
nige plaats bepaaldelijk tot ons woonTorblijf moet daar- 
(steld zgn geworden? 

Bijaldien nu de wetenschappelijke ontdekkingen der nieu- 
ere tijden ons in elke planeet die even als ^e onze zich 
n de zon wentdt, inrigtingen laten aantreffen, die in 
Le opzigten aaii die van onze aarde gelijk zijn ; wanneer 
iwezen wordt, dat het woonplaatsen zgn op dezelfde 
gze gebouwd, verwarmd, verlicht en gestoffeerd, met 
(zelfde afwisseling van licht en donker , van dezelfde 
ilpmiddelen voorzien, met dezelfde opvolging van jaar- 
^^den , met hetzelfde geographische verschil van klima« 



[3WI 

ion i vmi d«»elfde fcho^nd vt r4«eUDg yaa ImmI en Wftkr;**- 
kima^ w« dan w«Jl twpelan» d«^ zoódaai^« g«vr9«liUi 
4at .woiuiig6n liesiemd sg» voor we£0«»,di« ia .idie #péis* 
ien golïk 'aaa on» agn ? 

Zoodanig nu z^n de bewfBaa w^ko do «olenaehapfH 
ona omtrent dit belangr^k yraafstuk aan de Imnd fef#ai 
«n Wf auUen traohton deaolve hier Ie ontwikkeUii , ont* 
4aaa van allo, alleen voor deskundigen veri^aanbaroi 
kttnstrtermen en redeaeriagen. 

Laai ons dan in de eerste filaats het stindffiint hoaahoa* 
wen hetwelk de aarde naast de overige woroMen, ^« M 
aamenstelsel uitmaken, inneemt. 

De tot onae woonplaats ingerigte aarde ia eeno sI^Sh 
Ijke massa van bijna kogelvormigo gedaante, nagenoeg 
^,000 nnjlen in diameter groot. Hare groolheid werd Fqj 
naauwkeurig, op een bij rergeiyking vroeg i^slip in de 
^geschiedenis der natuurkundige ontdekkingan , bepaald; 
maar het onbegrgpelyk moegelijke vraagstuk om haar te 
wegen, bleef voor de nieuwere tgden bespaard « en vaer 
eenen man, die door de oplossing van dit problema, maer 
luister over het huis van CATajrnxscu heeft verspreid, daa 
erfelgke rgkdom en der voorvad^en rang immer Aaaraii 
konden schenken. 

0e schaal, waarmede deze uitstekende man de aarde 
woog, is ligt te beschrgyen. Hij plaatste eenen klmnen , aas 
«enen üjnen draad opgehangen, loodan kogel, op eenea 
korten afstand van eenen in vergelgkiag groeten k^el van 
lietzelfde metaal. Buiten het bereik vandengrootenkof^el, 
werd de kleine , alleen door de massa der aarde» aange* 
trokken; doch aoodra do groote kogel naast dea kleiee» 
werd geplaatst, werd dese laaiste door d# aaatrekkiafi- 
iirapbt van ^m grootston ter aëdogotrokkon. ]>e )M»egF^cMieU 



tg ier iM«lr«kkiii|[8krftekl tm d«ii gratiën looAe» ktfptl » 
it 4i6 TA0 dan «ardb#l ie Tergelïkcn » «n dts« Muilr«k« 
Dgskrftfihteii waren Uaarbllkel^k 4f Teorsieltiiigfa «C 
^armêmimkUn d^ «ndenplMiden gevigtoa t»a den «ard- 
l Jtt Tin de loeden kegeb. 

tiet reeultoat r%n dit ^Miderseek wu de ealdekking, del 
aardbol yff ea eea half ommI swaarder is , das ag aija 
üde 9 indien «jj , als het ware , Tan de opperrkkte iet 
het mlddenpant alleen uit water bestond. Verbedd « 
I eenen weterbak anderhalf mgl laag , eeae BÉ9I breed » 
eene n^l diep» Dese bak aeu dertien headerd ea twee* 
zestig millioeaen, aegen honderd en Tier-en^Teertig 
sei^d tonnen we^en. Konden w'i twee headerd aeht-ea- 
tig diusend laiUioenen ran znlke bakken te saaMntrek- 
I, dan xoaden wij een gewigt rerkr^en gelïk aan dat 
aarde. 

Zoodanig is de nuissa wier aaatrekkingfTonao^ea rast-» 
1 geeft aan alle ten behoeye ran den awasch opgerigte 
ouwen; ea vastheid aaa de hoading en beweging van 
i menseh en de aan hem ondergesehikte dieren. Was de 
laa der aarde reel minder swaar, dan aoa geea ge- 
Lw op dezelve met eenige duursaamheid bestaan kannen 
wji aelve gevaar loepen 9 door elk windje , als vederen 
; de eene* plaats naar de andere geblasen te worden, 
s deaelve veel zwaarder , dan zouden » of onze kraeh- 
te kort sehieten , om ons gewigt te dragen , of w^ aeu- 
niet genoegsaam kraohten overhouden» ter bereiking 
het noodige tot ons phjsiek welzijn en onze verrlg- 
jen. 

]r bestaat nogtans tussehen het gewigt der aarde ea de 
Tkracht van hare bewoners» geene noodsakelgke be- 



13101 

Irokkiog. l^eae onderlinge overeenkomsi en toegepaslbeid 
is derhalven een* der bewijzen van de roorbedadiielgke be- 
Biemming der memchen tot bewoners der aarde , en do- 
aarde tot woonplaats Tan den mensch; en wanneer v| 
andere dnsdamge bollen vinden, waar diexelfde omstandig- 
heden in gelijke mate plaats vinden y dan zijn wf bev^oegil 
daaruit met waarsckijnlijkheid te besluiten tot gelijksoor- 
tige .bewoners , en deze waarschijnlgkheid wordt tot mo- 
rele zekerheid gevoerd , wanneer een menigte van andere 
analogien dezelve meer en meer bekrachtigen. 

Alvorens tot de beschouwing van andere ligehamen van 
het uitspansel overtegaan , moeten wij met eenige woorden 
gewagen van de inrigting , waardoor ons het genot der 
.afwisseling tusschen dag en nacht is beschoren. Ook èni%t 
inrigting is iets , hetwelk , physiek beschouwd , Bmnooéi% 
was. De aarde zou om de zon hebben kunnen draaien, de 
wetten der zwaarte-kracht , en alle overige door de werk- 
tuigel^ke wetten der natuur vereischte voorwaarden , zen- 
den daarbij hebben kunnen vervuld worden, al had ook 
de aarde zich niet om hare eigene as bewogea ; of de aarde 
zou 9 bjjjaldien tegenovergestelde wetsbepalingen in dexen 
plaats vonden , even zoo goed eenmaal in de vier-en-twiatig 
honderd jaren om hare as hebben kunnen draaien , ak 
thans eenmaal in de vier-en-twintig uren. Indien de aarde 
of in het geheel niet, of in een veel korter* tgdperk om 
hare as draaide , dan werkelgk plaats heeft , alsdan zoude 
dezelye tot woonplaats voor ons ongeschikt zgn. De te- 
genwoordige afwisselingen tusschen licht en donker hebbeo 
bij tusschenpoozen plaats , die met de werkingen en werk- 
. tuigen van ons L'gchaam in harmonie staan , en op eaie 
zamenstelling of organisatie passen. Was de tgd der oni- 
draaijing aanmerkelijk minder geweest , dan zouden de tiji- 



I3II1 



lerkan Tan werksMMiheié en ingpiaaing tm kort s|« , «m 
>iii tot die nut te nopen en roortebereiden , wamreer 4e 
en%keer der dnletenyi beiiemd ie ; en wie de i|d deier 
«draejjing Veel Innfer f eweeet , dan sen mei Toer ene 
ieed% geworden nQn , rroeger dmn de dannneer JieiÉiMili 
ijd y de nedit neni^k , wie tenqigekenMn. Zoo «k hei 
bani Ie , zgn de afwiiielingen van nacht en dag naanwken* 
Ig toegepaet op onse bekoeflen ; nogtant alaat onse or- 
anliatie » phjaieeli beeelionwd » in geen Terband met de 
ntdraa^jing der aarde , in geene betrekking nanwlSk Tan 
onaak en uitwerking; en toeh sonde het eene Tor- 
Tadrting aller grondetellingen Tan waeneh^nllkkeid s|n 9 
rilde men dese barmonieeehe oTereenetemming, ala enkel 
MTallig beechouwen, Dese onderlinge toegepaetheid Is ai'> 
00 weder een Tan .die menigTaldige bewiesen , die w^ 
Teral waarnemen , dat de aarde als woonplaats , en de 
lensdi als bewoner Toorbedachtsaam en planmatig toot 
Ikander bestemd sf n geworden. 

De aarde is een der bollen 9 die op Tonebülende a&lan- 
en Tan de ion> in omtrent eirkelTormige banen» sidi 
ewegen» wier gemeensaam middelpunt de son Is.-— «Van 
e son a%erekend is de aarde de derde deser bollen. Die 
oUen» welke in hunnen loop het naast aan de son komen» 
ijn de planeet Venug 9 de tweede bol Tan de son af, en 
ie sich binnen den eirkel der aardbaan beweegt, en de 
laneet Mare » de Tierde Tan de son , wier baan de aard** 
aan in si^ sluit, Dese ligchamen nogtans sijn, wanneer 
g ons het naast komen, nog soo Terre Tan ons Torw^* 
erd 9 dat ook , door de beste en Tolmaaktete waamemfogen 
Kei de teleskeep , geen naauwkeurig ondersoek Tandemei- 
er opperTlakte. mogeiyk is. Wanneer Fenut onse aarda 
iet naast komt, is die planeet nog onzent aeht-en*twintig 
Ie. j. 2e. g. 21. 



fttel^kiMi gr#Jtt ook 4eM afi i lia iio «i|a mofen, W9i|a 

J|pihiM#n .mè aUeea, naar nak raa da areriga ybuMtea, 
ül iMg; Y^eli varilar WW oat rentrièmé aj|a »^ ie^ïperlcrlf* 



Waatteéc irij ia flaneiM ilaar geoaagiaai^TargraaleaiIa 
ialeikapaa lMBm>iad0B » 4aa ontdakkan w'i ap hara ^ipar* 
rhkia lihalr nriagao Tan liekt en s^iMdnw , wieromirakloia 
aaaaa jwkeren graai raa basieiidiglmd l>aailtan. B'^nmnw* 
keinga wa^urnemiiig ëaaar anirekkas tiiidt Mtn» iai ia- 
aidma aa&« ia aene ay ie. geiorig aas aas gaaigt anUrak* 
kan warian, tar«|l galfkf^üg aaa da aniare sgia a^ttwt 
fgucaa ^ toarachyi koaan* Na een zekar t9isr«rlaa|l 
variwjat ap. desa ynine dB gefaatla verioaaiag i*aii de pla* 
aaal ; ea wordt cioor aaa aieaw gaaigt verrangaa. WarÜ 
echter de observatie nog' langer T^rigazai , ian a|al mmk 
t«i|É(gair§Ba dB aaiat opgamerkte figaran ^ivBdBir ié vbbT' 
tdign koittaa , an wal in dkaeMia Wlgarie , waaiia 9% 
mtriwaoaa^ iack op da iagaaovafyastalde ^ijda tan ia pla^ 
ae^ , M , na Torlaop raa danaelfden tjfd , binnea w^ken 
kai earbt waargtnamea gaiigt verdwaen , aal ketsalfa wa* 
dar om vtikocaen kerüleld afn. 

Maa bagi^pi llgial^k dat deze Farscliyns^ea i^eea daar-* 
door kantte veraarzaakt worctoii ^ dat da plaaaat aTan als 
da aaria ooi aoia as iraaii; aa ia i$i » waarin éeaa irasii- 
|iag, T^hnagt warit , maat juist dia afn » w^a ^ Tarlèopl 
tnpckaii kei aoganblik, ap katwdk sekel*a amiratte» to^ ia 
aansta aiaai warden waarganawaa » en tet UliMf » waarap 
daaa oartrakkaa waier te yoarseUüa. kooien V na eaaigan 
tfi rariwenaii geweest tf| aga« 



|M«J 



iÊtA^m nut Mt niei lé (prott ifA , éi Hrür MMiif 
ri li fèrfng k «tt AüAtrigt ihiirMiÜBgêii to«Maltii» 
hryb g9Auut. Hfentfl Miktlit 4m flMiiiUii, Uè^wêi 
wtf iTÉrml» e» lUlil^viii iê aón oiÜTMigtB» odit erétt 
«Ü «fwlMdfiigeii tim üig 611 bmIH kÏBliliea , TeririLUi al;* 
luune M iraalêndt, 1^^ •pT«lgiBg elk g«d«dU kartr 
MrrlidLia «mi 4e som bÜMitstMlMr' ên destlve ép de* 
fde wgxe wederom aan haar liokt enttrekken, ' 
bÜMtr meii 1011 oae Kier kttimeki tégenwefpen , lat alleen 
f dnMtgek van êenè |>ianeei om èeoe ei , niet gènèeg li 
ep' doMdTO efwlMefingeii Van dag en' maislii te rwr^ 
■saken, want dat, lii}ald(en de aa, om welke het Ug* 
lam draaft , In plaati rm f^kml of fcijnaregt overeind te 
ftn, met ketreküng tot de vlakte waarin dit ligeknaas 
Il beweegt » 'loodanig geplattit ie , dat een van liofsel^ 
«Iteiniden Jkitt tegen de non it gekeerd, dat dan» 
ir ket draafjen om deae a« • idet alle deeiea der'epper- 
kU van dat UgoluMMi ne dkanderen aan het liehl der 
I tonilM biêotgeeteld worden. Dit U ' nogtaife 'bQ geen 
'■ planeten het gevKl. Mèn^ heeft tniegeAdeél opgemerkt, 
\ de ett van iedor plimeot eene helling hêtft, die Jniel 
■ekend b om de afwitteling van Jbg én naoÜtdhiarteilef-' 
9 op deselfde wffxe als dëte verenderingen óp enae 
>de pleate vktA^n. 

Ules derhidv^n, wet mei déze fertcli|«Melènitt%etrekktBg 
at , sehgnt sich te vereenigen tot de hét^ÉAag i dkk^'Op 
fdaneten af#lM^i^eB van dag en naèit plaaié hebben , 
Ike getieèl dvereenkemen inét die van ontè aarde. Mnv^ 
wifi ^ geiden hebben dat dé lengte vanden daó^'en naeht 
Tort^and elait mél ons phyélek gestel en ènzè' orgaaiiallè ; 
[> wordt bet vanbelang, te wéiën óf dedanrvilndiBigefi 

21». 



iai4j 

BtM op ie4ifêri§d plMMita d#pd£ie «f hiM diMlIüt is 
ab «p onse Muria » «Uoi wel «f dMurki «aBMerktlgk TanwlML 
19 «p(a«MrkeB. hkiüêmwigwm. gro«i Tenuddl imachtvi b«- 
ÓMk ▼inilen 9 dan heb^ai w$ r«dêA om (o TorondersMli»» 
4ft^ 4id woieiii ü Toor wfl^se «Uko Im-lgtiBg ift gMuwki 
goworiloii > «oodanig lamongofieU «90 # d»! s| tandbofi- 
pooiOB van worksaamheid oa rttii aood% beMen , mntrêfA 
•TOn soo alt wg , endai' «9 derluklf^ byoft balMifile 
phjiiek geiial boaüten. 

Ntt ia hei eeiie eron in het oog f alloa^o ah belaiigr|jk« émÉd' 
lêak^dal, tenrgleofiigeder planotoiigebeel deaelfilotaMohea- 
pooaen raii nacbi «n dagbebbes ak wg » geta eoA derseWe 
in dit opaigt aanmerkelgk Tan da aarde reriebiH. Wanaeer 
bét TOorkometi ran de planeet Marêf doer een 
Ter^p^H>teiide Metkoop ondersocbÉ werdt » dan Tiadt 
dat alle figuren , die deselre gedurende eeaig t^di^p rer-' 
toeni , trapsgew^se verdwijnen , binnen den tfd van 12 
uren 20 minuten en lOseeonden ; lerwglcg » nabetafloepen 
ran deien t^d , een gebeel ander geiigi yertoent. Bg TOori^ 
geieite waarnemingen nogtaüe » siet men de rerigo «rek-^ 
ken weder te roorsdiyn kernen « en na ommd^onuii Tan 
denselfden =^d , is bet vorige gesigt weder velkeaMa ber- 
aidld. Hieruit blijkt, dat Mare alle 12 uren, 40 nuMten 
en 20 leconden , eenmaal om bare as draait. 

Door geljjke waarnemingen beeft men gevonden» dat de 
dagemksebe draaging van remre , in 23 uren en 3«lie- 
eonden plaats beeft. 

Do ttjd der dagel$ksebe omwenteling van M^reuriuê h 
oaMk^r^ ttitbeefde van de moegel^kbeid die er bestaat e» 
dit ligobaam te observeren > daiir bet bg aanhoaitanÜMil 
soodanig door bet licbt der zon bestraaU wordt , 4at bei 
des naebts bijna oniigtbaar is. De dagelgkaobe oandraagiag 



1316] 

"an Jnpiter ei Saturnuê if tndter dan dia dar aarda ; 
Ha ran da aeraigamalde planeet lieeft plaata ia 9 «ran en 
V sdnatea , die ran de laataigenelde in 10 uren an M 
linnlen. 

Zba blijkt bet dan , dat op die bollen , die ome naaata 
wnen in bet sonneeteliel sgn , de alwiüelingen tni ecben 
ag en nacbt met de onse omtrent gel^k ataan , terwQl 
eselre op Jupiter en Saturnuê ieti minder dan de belft 
edragen. Doeb op geene deser werelden rindt men eenig 
oorbeeld ran aoodanige afwiiselingen , die b^ dagen , 
laanden of jaren moesten berekend worden. Nn moet men 
1 liet oog bonden , dat er geene mecbaniaebe of pl^eka 
'et bettaat , die eene daidanlge enelle dagelQkicbe om'* 
wenteling , of die in bet algeaMon eene beweging van dien 
ird noodsakelgk maakt ; en kunnen wg dan nog tw^Celan 
F deae willekearlge inrigting op alle desa ligcbamen wel 
kat eenig ander doel daargeiteld ie , dan met dat , waarom 
jf op onse aarde werd tot itand gebragt ; nameljjk , om 
e tuMcbenpoosen of afwiseelingen tameben werkaaambeid 
n nut p te bewerken ran aoodanigen aard en duur » ala 
oor den aard en de beboeflen ran deraelrer bewonera 
ereisebt worden; en dat, déwgl deze tntecbenpoosen op 
ymndge planeten dezelfde agn , ale die op onae aarde , en 
p geen dercelFe aanmerkelijk van de onze Teriebillen, de 
ewonertf eene getteldbeid en bewerktuiging bezitten » 
relke van onze eigene niet zeer onderaeheiden is. Indien 
e as , om welke de aarde dagelijks draait , loodljjnig op 
e aardbaan atond , zoo als bet geval zijn kon , son- 
er de minste inbreuk op eenige pbysieke of meebanf- 
ebe wet» dan zouden wg de afwisseling der jaargetijden 
idsaen : ons jaar sou dan niet geaplitat zgn in yersebif- 
inde gedeelten » die zieb door Tersebillende graden van 



t^Mp^rahoj^r «n ifUtfOffiif oiidifidiftidjf » : w|| xonfUn ter«i|fil 
«||ii vf^ ^eene ffno^BjUuo 4niielïko en» T««r de bel i o#ac 

,Tma..ei)^ .bi^rgerl|HM ea iiiMkcl»iy4SV ^'if!^^^ fl% 
soUkte , en maawkeorige ildmeting. ladiea dea rtmt e ^an 
iUse j# e^ne raa de ]MI9^^^ «{"^ikeiiiievbettuif ted» 
Iftrtwelk iDifelglu seader inbreuk q» ;eei(ife plgriielba.#l 
^neelMuiieehe grondtteUii^ bad kunnen pM»ie bebbaa, dm 
Jenden vf aaia de febie gradni van UHe en ko«d# sin 
UoeigpeeteU geweesl. W$ souden alcdan eenea trepiadhen 
zomwp gdmi hebben r oniaidde^k feMf4 ^^<^^ ee|«a «ia- 
j(er der po]aB*,AUe ackqwiden uiièel ditfen'P en jp lant aa^ 
rfk^, wier bewerktniguig Toer den eeri <f epaeMen geaddkt 
megt f eweeti sQn , souden oaverm||de|gk ^oor dea las|et- 
gemelden yeraieügd s|ji^ geworden, Eea beperki getel via * 
1K»^^ iuit . bet ' planienrgk - mogt » onder suïke «tteislea 
iraa/biUe ea kende» bd>ben kuaaen besiaaa, doek alle 
sfibepeelea ali bet .dierearïjk zoadea. eea swenrfad of waa- 
delead leren bebbea moeten leiden i^ de. meaeeb sou, geest 
vatte YerbiyQplaat# gebad bebben » maar tot eene periodieke 
iMirlmising s$a ^edoMid geweest» 

Met w^abeid z^n derbalren onze genaegena. en..genuJb«^ 
k^n berekend geworden » door die eenvoudige en -mei^a- 
niecbe inrigting , die de as onzer aarde sacbt bettend le- 
gen de loodiyn gepla^itst beeft , juist genoegzaam om ons 
d|e matige yeranderingen van; droogte en temperatuur te 
doea genieten >, die onze jaargetijden kenmerkea* 

Door bet waarnemen der rigting , ,in welke de <vi>er* 
vlakte van eene planeet siob > bjj de omwenteling om bace 
aa beweegt^ verfcrggt nien de kennis van dea atand deser 
aft ea op deze n^ze bee||i men gevonden i dat de en~ 
^en^linge«-a«ie|i f^r, jrleaet^ c|yer het algemeen -iratide 
loodlQn afbellen ) onder eenen beek, die jiiei,^ai|Mierke* 



lik vtndrfll lÉD ét Mlaiff J»r m •amr mcAa.. Bê hêU 
Ikif 4er m mmr Mnit » 9Mr4Mr 4« tf^^^lfUm '«■^ l«ir« 
0«ii4wi op iOBMyge y k»t> M^ ^ M TM^Mi TialiHwtit 
u viniUUiiiit «iniMNi «9r««nHi«ki irorita» lMdi«|gi 
J ri » «^1 Iwtot if M: Mi* Mt«« frtidk. Ut at tim 4(0m 
Wiil ««M a i i tia t ?m 40i% fni^ » : éi# imi .4i«#iff*JNM 
TM «cU-eii-iMiitif «• ü* iwi /< y i il #r- ▼•« dei» «a aaa 
MT» «B éft# taa r#iiaa aa Jfaimiriaf «ia aiian<*»iHi»r 
w»iaii( TaflüBUBaai vaa iia d«r tt oaaar aariA». • . 
. Dawil M 4a |Mr00t|Ma», «f laaaaiga plaaÉjen aaawr 
flmaait vaa da-kelUaf 4er as 4iar phaaot vaa 4»'li»<>|« 
j/tm^ afliMff B^, aao ira%i aji hrtcga» sao avaa i« (a* 
a^4*4al da iaaigif|4i» aa Ufaaafcaa ap ia plaaidaa , ia 
liai algg ü ata » Ja^ilar aJlaaa lél fa np dt r d» bfiut.ilaaalfiM 
s^ ab ap anaa aarda. Va rwila da m vaa J^iimr aair 
waiaig liaUui9 ^^ ^ loadlfia IméSi. aiaai ap dia plattaai 
aaa «eiiagar ▼ artahil vaa |aavfai«daa pkait iaibbaa daa 
im joai , ta na#i jr da «oaMT. }rii raiyl|ynymiader wana » 
0tk da «iaiar aMsdar J^ond w%fk. ÏMk hA TanabU TaaUi* 
maAea • op TeraddUanda broadla*fradaa » aaaal aaadaahetjjk 
hataalfde «fa abap aaaaaarda^ OpdaaiiddalbarabraadU* 
yadan» af ia da foayitifdt tlraka» TêmJmpdê^r^ laaai biaa 
a«iia aaandfO laata plaala liobban^ 
. Vaa da iwaa mofolf ka aArUktei^ raa dia iiinigtiaf « 
dia-^oas da Toraadarbig dar faarfalpan fo^» k dk, 
vaHM Biat éê bairaanboarhaid oaaar p Jn aa al kai maaita 
avaraoakaatl > diagona traarb^ da aa dor laadAfa laiair na* 
dark Karaai ^ hotk dor balliag tan JtÊ^t^e iaya» da 
loadliaj avoa aaa nHWl oaaf«tagtaa> haaknal doaa li»» 
ftia af M «Mt daariao kina iaaanTaE , daa smi dl» rmh- 
^adovaÜUiaf . 4ai dia ^^aaaat Ut woaB|riaati van aail» aaa 
oMlraat. itli}hMor4ifa'»chapidbn katléaA if t iaa 



|SM1 

Yttt yile en koad» , waanum A gadtitte rnr knre «i»per- 
tukte blecrlgeÜaM sende moeien iga* 

De daupkriag dSe ea«e «arde emgeefl m een wnkiB^ 
•el, keiwelk , terw^I ketoelve eftmida air emiederorerifv 
liirfgtiiigen , waanran wff Me ereageaprekeakebëeiiy deer 
èeidge ph3rgieke of mediaBiMiMr wei iioeAndcdl|k TetHifeiil 
werdi f neglana ras groeten en bifklMÉreit iiiTleei ojp ke^ 
dieren- en planlenr^k ». lOaarfolgkelfk k bel , dai de 
Weseoi, die adem kalen, knn Teeridaresd bettaan auddelf- 
kerw$sé aan denaelten te danken bebben. Het wwrktn%iigke 
en ehemiscbe iaeeiel bnnner adembaUng ii TOorbedaokM|k 
daanroor ingei^* Niet minder belangr^k ia de betrekking 
ran dien dampkring tot bet plantenleiren. Maarbnitendeie 
boedanigbeden 9 aonder w^e geen leren op de epper- 
▼lakte der aarde beataan kan, dient de dampkring nog op 
Mdere w^e ter berorderuig tmn onie gemakken en ge» 
neegens. 't Ia bet middel door betweik bet gelnid ntk 
reortplant ; en gelgk bet toestel der longen ingerigt ii 
em a^eiknndig op- den dampkring te werken , en uit 4en« 
xelTen bet bloed met die grondstoffen te roorsien , waar- 
door liet leren moet onderbonden worden , is de keurig 
bewerkte toestel Tan bet oor , gesobikt om de oitwerlda* 
gen rm desielfii indrnkken te ontTangen; naar bet tronmel- 
wUe* te gdeiden en het geluid te doen waarnemen. De er- 
gmien der stem s^'n soo ingerigt , dat daardoor pubwiiin 
in den dampkring kunnen reroorsaakt en aldus de daar- 
door roortgebragte klanken naar de, tot denelrer ontTaagsi 
geesbikte , organen ^ee g^oers geleid werden. KoMkn wï 
^eriialTOB ook sonder daaqikring leven, das souden wï 
n^tin» onso organen Tan spraak en gdioor, boe Tsl- 
maakt dio roer bet oTerige ook wenen mogten , ie ter- 



IbtiMwi ; w9 sonAta •«»• fl««i ktbbta ^ d««fc §Mm 
woord in>— •■ gpirekM ; wij soadta k«n«A bdtliraa » dUdi 
f9hiid sou ons oor trdbn. Toofonul moi 4o fcooto 
om to hooren on to oprokon» «o«<o« wf Mg* 
iMM iloof on oèoa s|b. 

Eon mmèmr bdbogrijk pvnl , Mirelk wi oon don 
tmmf, to dmkon iMbWn, is do oMmnMio w|m 
4«or d o o«d & tttgiolwdkoit hoi Ikkl dor soa roroproAd » 
•n doiiolfii doordringbaarhoid goTOtiigd wordt. In dit of- 
siff^ dooi do dMMpIrriag oa^ottt koisdido > moi boirok- 
Uflg tot do son , hotw^ do onrolkoinoBO ironopiroato of 
ouitto boUoA bfj do org—didio lamp Tolbroi^fos. 

Bostond or goon duoplcring , dan son liei Mokt ém son 
«Hoon die roorirorpon rorliektoBy waarop. dots^fii ttralon 
#«nidd«^k raUon. Vffi aondon geono andoro liokt^gradon 
iMkbott dan don odditorondon' glans Tan d^i voUon boum- 
uMin of ondoordringbaro dnistornis ; — oefaadnw non or 
niot bostaan. Eon rwfirek , wolks vengstors nioi togen do 
no» gekoerd waron , sou op don middag jnkt aoo donker 
n^n als b$ mlddernai^t. B^ de thans bestaande turigüngon, 
wordt eeno massa yan Inekt , die sioh van do oppwrlakto 
dor aarde tot eeno hoogte ran dertig mSlen rerhoft , door 
do son sterk rerlieht. Dese Incht kaatst het sonneMoht 
o|^ ^k aan haar bloot liggend ligehaam tomg » en terw|l 
doselro sich soo orer de geheele oppenrlakto der aarde 
uitspreidt» brengt s$ torens het gerefleetoorde , doeh soor 
worsa^to lioht der son naar allo Toorwerpon in hare na- 
bgheid. 

Wanneer do son 's aronds ondergegaan is i bl|ft do at- 
aiospheer nog door dersolTer stralen rerliefai» en daardoor 
«Mitsiaat het trapsgow^s Tonninderondo sehosMrlicht , hetwelk 
oindd^k in donkeren naeht oTorgnat. Vódr sons opguig is 



èê 4«i9»krl|if dj^-^elik» «nüm hm: èodi» 4i« Mii.4#or hti 

ea oasiUUI^ktB orergaiig tui hali Ml* jbhum-^mU . M 

i|«a ##k.4i m^npui 4ttr éeom etrm tpoMUgM 

TÉA Y^iMkitt (Mkteri^ tH,bidUMr«i m ftUem ifMnAgi 

l^eMierkt. iÉMr4eé« . . 

iKoUfii» jm». Dé iM§ MHÊL )M» ^ÉynBikrl$|6»i vièKnrf— rf< 
glMs Tan hêk SMUMÜ^é «ya*. Da haldèr MiMwri, taar 
liei goiigA Moa aaagename. hmAp ia aialf uMer Aa» Aa 
naftanrlSka Uiur dor latU^ êaii^ M aag teroggolrMkfc 
Pa hMkl dia ia eenig Terirak Tali» ]ia«& g*f a UaaMr 
TaarkaoMa» aUtto om dal aat aiti.ia jgaaao^^Noiia httfiNl* 
kaid. ialdaar Tacgad^rd ia» aü aaa kei aag dagevaanrorr 
d&ng Tan .kara klaar ta gtvan » ap gel^jka wgaa ab aia 
glai.aiet aee«a^r da6nMè$n«ad aa kJararJiaos ar aiUial% 
ti^WJiL dala«Ifde:.waler^ in ganoi^faaoia tiiyia fiuNi^ 
aaÉa .a^od«ikniel«b^ gra4ne,kkitf> Torioaal» Waanett «« 
dna.n^uur bavea^ daar aana abaotpkeer TaaiTaertig wffltai 
aien » daa aaascbaawan wy da aan da lucki eigaaa kkaaaa 
Jtlanr* Bï pnMmievm Toa tanen dea^^kiiag aoakeigroeU 
keiMdTarwnUsel een anTerandenMjk aa aai»rjg awart aar* 
U^ii^^ ab ktl iwa.aen.irearig roawgawMd» waarin de 
gUnstarende kei dar san* dagelfkf ap a|ne aeasama.kaee 
Toorirellend , kou gezien worden. 
\iüti Mhkder ie 4a iaTfoad der almospheer ap da lef t> 
raifiar vaa onaa waanpteaie. Wanaia woUfK da«*daar aaer 
atel Tasigdk^wlaa af #ekaadaa ab yerapraidi» kaka| rit^ 
aelTe. TMi dfb:sa^ toyaa aaa Tearikoma iof aft de hraaaie 



(NI) 




TM büU ia kU' binneiitl* vwtiiMNi ■■f tt i t stift 'IH 
wtlktn tMfamd w« MS b4nri»4tli wmim.^ 
fAlvrdi, of stUb hu mm HiMurhiljilié 
hMTê iMtrMUMid ^f óitfihM , iM» 4kk 
MM itan ImsUimI oniUraMU ym p^tèMig» ftiéflÜtë m# 
siT «M*d«, die MiieMMMrMdMt lM0lcf lb«nlkilita émr^ 
telTen MA gTMi gidMlU itm 4m ^Mifricrkiy bM iiiÉ sM 
|«Im« De . toftpen wm kM(ê Wfivnggiiil » iM kJt die 4iri* 
Alpen # s|JB ToerkteeUUft Umreiu OeeM; T e nM e rd erÜigtia 
iwteiMaleii éer eiiidelghe n M a tM I t e luui epwef^ iegM 
MMft gMeegMiHi digtea demylnriii^ ; 4n selft UmeliM éé 
keerkriiWM , Jcui «p mm keegW wi IMM iioei gHm 
w«Ur in .MBMTlMÜMurea iMsUsd vMrtlbettMtiié De lop« 
pipiilien YM liol Aodet^ifebeq^» i^a «èl eMe e em rije 

MtMW WiUkl. ' 

BeMteR' w$ doe feeaeft daanpkiiiig » «f wM «Me eè«ei« 
pbetr «leeble see dnn ee 9I , ds sy ép eeiie ]M>ef|te ywA 
4riê mgleo (nMOirel^lM ee» Uende mn Isrè èee^le) ie i 
dan settde kei waier ia on^e meren rasi s^n ^ er sed geéme 
yeg^iie betisso^ en niettegenttMade de verlerendigendé 
irerale m hei lidii der soa » steilegêbtfaande de behsge* 
I9IM1 afwisseliog inseehM deg en néiM , nlettegeMtMndè 
de sekesM eMteudige inr^tkigen , wanrdoor de ej^rolgisg 
Tsn winter en sonter bewerksteliigd wordt,* zen de nardd 
efA dreoge f dorre weeettjn weien , oingeren deer Mne 
korst ¥S|i eeuwige MMnW en Ut $ onlkloet tan leren , ke^ 
weging »^edsMte oasokMnkeid. 

Aa^gesiM dos om dampkring, yoor ket kestimn vm 
dierea en plantM , en veer eene Toreenigiog ma wMOni ; 
die doM middel Yan gdntd met felkaader verkoermi; eMr 
mlstrekfe v^reisekie is , tenrSl deie ataMspbeéi^ gSMan 
wenenl^ken iayked keefi ep «eee der groetë werktafge^ 



ilfke Têrn((ÜAgMi Tte -dén awrdbol , in da Imitliottdiiig tui 
Ii0è SMOiatteli^ ; efl dattr oA sonder dampkring , 4e rol 
wilke d« aarde ak êea gelied in hei steliel der planeien 
ly ee lé , in altoi opilgte ep deielfde w^ce len T<dbi^ 
werden > ki»nen wf niet wel tot een ander beslnit komen , 
éuoif dat deae atinetpkeer bepaaldel^k de aarde omgeeft, 
em ket welxgn ran liare bewoners te 1>evordereBy om 
k«n eene behagel^ke warmte » een ftaeht oreral yereprdd 
liekt te beiergen , om de moderstien Tan bet geluid te 
entyangen en Toortteplanten » om maatschappelijk gehilE ie 
bevorderen , door de middelen Tan ondeHing yerkeer mei 
behulp der taltti te Termenigmldigen , om de seeën en 
meer^i in eenen vloeibaren staat te houden , om winden 
iet de aankweking en uitbreiding van handel en andere 
betrekkingen tusschen de TerschUlende en afgelegen volks- 
stammen ^bartetteUen , en om , door den band van onder- 
linge welwiliendheid , deselve met elkander te Torbinden. 
Indien nu dit alleen het nut en de bedoeling van den damp- 
kring is» dan moet h^ resultaat der ondersoekingen 9 of 
de overige planeten insgelijks al dan niet met eenen damp* 
kring yoorzien sgn" eenen wesenl^ken invloed hebben ep 
de vraag: »z^n andere planeten» onder onntandighedea 
overeenkomstig met die Tan de ome» door geljjksoer^ 
tige wesens bewoond?'' 

Teleseopische waarnemingen hebben een zeer voldoend 
antwoord op deie vraag geleverd. Het aansifn Tan atmoe- 
pheren rondom de planeten » is 200 duidel$k Toer het ge- 
sigt» als de wolke^ welke in de ense driJTon. Fênuê 
en Merouriuê sgn door atmospheren omhuld-» soo digi en 
met wolken bezwangerd » dat wg sle<^ts zelden derzebrer 
oppervlakte zien kunnen. De dampkrkig tmi Fentre is 
vooral dttidelfk. De bepaling Tan den t^ harer dagdfk- 



[338] 

mIm omw^itiliiis ktaft flprotto BMeiic gtk^ii , «ü Jio«fito 
Tan é« iMVêguig «a dan oagetladifêii aar 4 d«r wolkaa • 
wtaardatr dia plaaeat gadarig angaTaa ia. Doek aaa dar 
iraffndrta kaaaMirkea raa da iagaawoardighaid aaaa davp^ 
kriagi Tan aagaaraoaa digikeid op deia plaaaal» ia kai 
aHwmerlkkl kaiwalk daraelTar BMirgaa aa avoad Torgaaaüi 
Da kaar ScuoBaaa okoenraarda da fdaaaat Faaiia gad««« 
raada aaaa reaki Taa Jaraa » daar niddel Taa aaar kraak«« 
.iiga raiaciia-takfloopaa Taa ign aigaa ea Sir W. Ham- 
aaxaa'a aaaiansial ; ky was ia staal boiiaa daa omraag 
Taa dan kalf kogal dar plaaaal , dia onauddalgk door da 
aoa besokaaaa werd» dat gedeelte raa derselyer dampkriag 
waartenasien en te meten» ketwelk flaaawtjes TorUekl 
aekeen , en waardoor de morgen- of ayondsckem«ring op 
desa planeet moet daargesteld worden , en kg vond » dat 
daselve aick over .ten minsten vier graden yan de oppar«» 
Tlakte der planeet uitstrekte. Indien wg nn de sekemering 
vaa Faatfaof Tan een gedeelte karer nitgestrektkeid kunnen 
aiaa » door kara eigeae atmospkeer en die Tan de aarde » 
daa is kat niet meer te betwyfelen » dat dese sekemering 
soo lang en langer is dan da onaa , en dat bg geTolg der-* 
aalTor dampkring ten minsten OTon soo digt is » a]^ die 
walka onae aarde omgeeft. 

De dampkring ran de planeet Mare is waarsckgnlfk 
minder digt dan die der aarde. DesdTe kenmerkt siek 
niet geliik die Tan Vênuê » door de aanwesigheid yan wol^ 
ken » maar men Tindt dat kleine sterren » wanneer deselra 
den rand Tan de planeet naderen , eene trapsgewgxe Termin- 
deriag^n derielyer kelderbeid ondergaan , alyorens achter 
bet ligohaara yan de planeet te yerdwgnan. 

De planeet JupiUr Tortoont onbetwgfelbare kenmerken 
eener atmospheer« Hare gekeele opperTlakte is gesckakeerd 



•II «luMhnr «p 4« slftbvrf •ppenrkkl# ètrpUnMi, ^^m^ 
«taim^ zomter a^iiifni tf^fêl » 4<iar in tondtygr « hwo ■p Mw ^ 
db^TMite wolkea. I>o«k dêimelrêr ▼«rÜedlof JdeMMTkènrieir 
^••r eene b^c^aAirliaidy fttè ••■•••• epvillt^ o Ttt é— ^ 
êïmmmlag met een onstr ■Mtst Miüifi^^^* •I mu iif iM iriÉB fcfl i 
T#ridi$iMel»a opleiMrl y dUüb yM' diselTe op d«M f k a ft i> 
ft l>§Kon4«r moéi gewaftfd nroitd9tt.!De:fiekl0ii es wokÊéê-i. 
W^a welke ^ eppenrlakie vmi dèce pteneei aeWEeraa/ 
•cUkk^ii liok in, met dlentd^r eveMaeklilijn p e nJi tl !#•■*< 
peii4e , ilrépen , welke tegem de polea skh niet hUm 
wmarnemen. Dece etrepen,, welke de krinfen van' J^Ur 
genaeéMl werden , om det i^ onremnderl^ deselfde «%e» 
meeiie rigting bebouden» s^r wÉ^JerzelreF fdlgeatrekbeid #n 
Uggiog op de eek\^ van Supitév aonfnat» «an rdU Tortn^' 
deringèn onderbevlg. De donkere of ecbadww-elrepeB *kfk« 
ben baar aantr^n aim de opperTlakte ran de planeet ^ *^ 
ak deselTe lieb door do dooreeb^nende en onbewe&ie gte^ 
gedeelten baret* atmoapbeer voordoet^ todanken; terwi^ 
de l^ht-^etrepan de nitwendige oppertlakte ran dU^Le w^ 
ken-massa'g sijn, die, in r^en geplaatet, den ^tampkriag 
aÏB bet ware Tan oe» acbeidon^ Bene dnsdnnigo oobikkkig 
den equator der wolken mo«« door aleedi b e owh ee dt ,^ 
in oene met ran de planeet paraMel kopende HgA^f 
waaiende, winden voortgebragt worden. 

Dttsdaolg v$n onae pmêêmat-mnden : dece stroonMiiiii 
den dampkring «Qn de noodiakel^ko «itwerkkg Jimn de 
dageljjkscbe omwenteËng der aarde , yietmtigA «éM^ dkn in^ 
vloed der zonnebiil^ op ^ f ropkcbèii gordel der aarde. De 
bitie der son trekt de te^t in ét nafr^beld rmi dto- e¥eiH 



(»5) 



iai alt êê kootfr# lunMdté^giMM tmi hêl fid^fdéi el 
BiiidAB aaar Wafdtn 4011. Deas lacM, #p Ail^^ geladlê 
m 4« aaré-onptrtkUa kéneafa^ lieiwieUc ^ de dige^ 
^ikaelM «Mvenlelkig enallei'^ bmt lièi e<Mt6ii ge(freteÉ 
BrerAi» «ka dii gaéeellea waar ag ^an <aao koM ;'bl|ft 
a eaaea ioeetaaé na raat; terwgl d4>er de1ialleB(f[êiro6& 
MBtodU liewtgiag 4er aai>de la ée iegenoyefgeilèlde rïgtiagy 
liletreoaua^a» yaallidbi afardea Tiiw>rtaakt; DU ia de 
wêtkMfféUike aaraaak der paeiaal^windén » die , b^iia pa» 
'aUel aaa Aak ereanaehialiia , gadarig In eéné rigilng 
riagea. 

Na ii dbe*^ éaideiijk dki , renaHa de dagellikMhe om^ 
braalfaf der aarde de koefdooraaak iran dÜ rerick^aeel 
•^ kjjeéae.tieei eaeUere dag^lfikaebe beweging ofdraaijiBg, 
Leaa daapkriagB^miMroeaMagaa la irerbèading geÉtkdigei^ 
ia Taa eenea aufer beeteadlgea aard ea groöiére itllge- 
ilrakikeid a^a seadefik De béwegii^ der aard^o^pêrHakté 
Eeeide eaeUer' w«iea » mdieii bare oaiweatcAiag , in plaaté 
ran blanen Tier-eaotwiaiig area , ia üen uren volbragt 
ir«rd. £ene dusdanige Tèraaderiag sendê aeodWendig ster- 
tere ea aMer gestadige passaal-winden ten gevelge beb^ 
i0ü» De bewegtag der aard « eppenrlakte seu insgel^ktf 
taellér werdaa , iadiea , \mj enTenaiBderdéii l^d ran de öiB'^ 
Iraajliag der. aarde , de groeibeid deraetVe' aanm^rkéiyk 
renaeerderd werd. ladtea op deae' w^se dé <(hivang 
ier aarde ia de '■ Yerbeading Taa 4t UU éek Vergroot 
Hrerdydan soa, nltéewei de tjfd barer'étnwehieKag de- 
uUèd » saaMlfk Tien-en^^wintig wteé i^èéf » de snelheid' 
der bewegiag* fsi Mt gederfie baref èjjpéi'vtÉflsf^ elJT maaf 
^rooier wordea dm tegenwoordig;' Maar indien %eide dêt6^ 



(»6) 

••rsdkMi mm J^ei|Me4igae sBtUMid der iwi»egüq[ nek 'm- 
••Q%daa, indUta m«t düaea da omrmiig der aitrde €tf nuud 
^eeter » ohmt teTeae db i|id der eatweBtdbuig tui rier-en* 
Iwlatig tot ep tiea «rea Teminderd ir«*d , d«i keet ui 
de Terheuding ran twaelf tet vgf , ef tm %$Ba twee en 
eea telf tot een , dan som de bepMiMe en barende aard 
der paweat winden, en den^rer onTang in de TereeBigde 
rerkonding yan omyang en tljd, of kffia in die yan leren- 
en-twlaiig tot een, toenemeii. En dit ie }iilel kei gerei nel 
Jupiter. De bol Tan dese planeet heelt eenen dnneler 
Tan omtrent acht-en-tachtlg dolsen analen , terwjl die 
Tan de aarde slechts aoht dnisend mijlen bedraagt. Der* 
xelTer omTang staat in dezelfde Terhouding tot ^en der 
aarde, namelgk als elf tot een ; hare dagd|ke«die omweD- 
teling geschiedt in iets minder dan tien uren , tenrfl éie 
der aarde in Tier-en-twintig oren plaats ha^. Om deie 
redenen moeten de passaat-winden op Jupiter eene gestt- 
dlgheidy sterkte en uitgestrektheid beeitten» waardoor eeee 
TerdeeUng en sdiikking der in haren daoipkring awOTeiiie 
wolken Terooriaakt worden » coo als w^ die in de aielit-* 
hare Tertooning harer ringen waamraien. 

De hier gerolgde redenering laat xieh met desdfi# 
klem op de planeet Saiurnuê toepassen Terg^bkea net 
onae aarde. In grootte is deielTO slechts weinig minder den 
Jupiter, bedragende haar diameter omtrent tadi^ dnisêa^ 
mglen of tien maal «ooTed als die der aarde. Haire dsfe- 
mksche omwenteUng wordt b^aa in denaelfden tgd roh 
bragt als die Tan JmptUr. E^ddioi nu de oorxakee ^e 
de riogen Tan de plaaeet Jupit^ «buntellen , düe phj- 
sische omstandigheden sfo» welke wq Mer ontwikkeld hek- 
ben » dan moeten wq T«*wachten daft deielra op Satumn$ 
dezelfde uitwerkingen Toortbrengen ; en wanneer gefóe 



1327] 

riogett op d«s# pkaett gtronden wordoB , dan moêlan w| ' 
beduÜMi , of dai s jj geesen da«pkriiig iMofl » of dat da 
T^rkluriiig welke wgsoo even Tan /«jn/értrlfigeagegereii 
liebben Biel geUUg ii » en de kra^ eeaer loo opTallende 
analogie toiseken de Torsehilleiide pkaeUn ran kei lonne* 
•tebel en de aarde is Toiioren. 

Doek niemrere teleMopiteke ondersoekingen kebben op 
èewe Traag eren loo Toldoende 'geantwoord , en one den 
bol Tan Smiurnuê op oenen afiiUnd ran aekt konderd en 
▼40% aiiUioenen mflen met afwiiaelende kringen ran Ucki 
en sAadaw » aoo dnidel^ en klaar , en aeHs nog uitge- 
strekter dan dien van Jupittr sien laten. 

De bol van SaturnuM is dos met oenen dampkring , met 
een door wolken gesdmkeerd finnament , en een sjrsteem 
van passaat-winden toegemst* 

J>e planeei Merê^kéi, die aan db «iterste grensen van 
ketr sonne-iAekel ii<^ beweegt , doisend mglen rerder dan 
de baaii.Tan Jufiter, en omtrent n^eniien konderd m$- 
len Tan,de aarde Terw$derdf is te verre voor die naanwkenrige 
.waarneaiiAgent die Terasckt worden om de aanwesigheid eener 
atmospkeer te ond^rsekeiden , sells met teleskopen ran de 
grooltste sterkte. Doek bgaldien de analogie eenige kracht 
keeft 9 dan kan zeker de aanwesigkeid eens dampkrings o^ 
alle OTodge planeten londer mtxondering , onse stelling » 
dat ook deze nieest a%elegeae planeet ran eenen dampkring 
▼oorsien zg , regtvaardigen. 

Het bewezen aanzgn ran wolken doet meer af, dan het 
bestaan eens dampkrings rondom de planeten. De damp- 
kring is -noodig Yoor ket bestaan van wolken , maar is met 
dezelve ge^nzins ketselfde. De wolken zijn evenmin 
een gedeelte der atmospkeer , als- kei zand en de modder 
die in troebel water zwemmen y een gedeelte van dit wa- 
le. j. 2e. s. 22. 



t»81 

* lér ^1^. H«k water wordt éów de werking vma boh en 
Vind in eehén oittigtbarèti dsitfp Yer«nd«rd. Dese daaif 
ii bg het opiitj^i^en tA% de opperrlfkie vltn het "wétér «rer 
het algemeen ligtér, dan 'dat gédedte dei danpkrinip, 
hetwelk aafa déntelWn grenst. Hfj Vethéft viek in d^ 
hoogere Inchtkringen , waar hij doét* de werking Tim kende 
^en électrlciteit gedwongen Vordt z^^é' -^oeilNire gedriante 
Veder aantenemen, doch ih zoo kldh'e ffe^tétlUm, dat hq 
'zwevende blIjiFt , en die half dóoif'sehijkteildtf ttüstaHi dttaret^ 
welke men wiölken hoetait. 'De welken z^ti dai indisrfelaad 
éatêr, in de kleimte onderdeeltjes getfeheiden en opaétte 
bijzondere wijze door èlêeti'ieitèit aaiig^daan. 

Wanneer deze waterdeeltjes tot dr^pelsofbolle^ea ver- 
dikt worden of zieh yeréenigen» hettij 'door de inwer- 
king der temperatuur of der èleetridteft , of doei*'held0ii 
gelijktlg^digydan maakt^ei'zelvér gewigteèi&é Terderezaspeteie 
onm'ogel^k, en zij TiÉdlen' als i'ègen op de 'aat'dr Htfier ; of 
hgaldien de onderdeeltjes' do^ kóndè , ifè&r hÊfe '¥ ë té Ê i 
'ging tot di^bppels , hérriezen; vallen a^alsilèMiw, afita- 
dd^k , indien door eene plotsèl^ke Wttmte-oalwikktlfe^, 
'door eléctrlèke wek*king teróorzAakt , de wkteréêdiin: m 
derzelrer Tèreeniging tot dropt>els vast WMden , ' te de 
gedaante van hagels 9 neder. 

Waar derhalven het aanzijn van wolked htirezett is, 
daar moet ooki^aferzgn, daar mdet êvtf^ói^nf/eplaaAs leb- 
hen f daar moet eleetrioiteit met alle daarvan afhatfgêndtf ver- 
schgnselen heerschén, daar moét règeh, sneéaw of kig^l vdkn* 

Dat gezonde en verkwikkende winden den dailil^kriiig vso 

al de werddén bewegen, die zieh rohdom''de*icoli t#( 

'een groep zamenvoegen» en door deze zon- Ids dooreen 

gemeénen band geleid en vereenigd worden ;• dal reftê- 

bttgen derzelver of^pe^vlakte verfnsschen ; dal derael- 



.ver kUmftt#n ,.«b jaarseiftd^a 4oyr iii(dMiipifiC f<lf(^>^d» 
4l)rx«lT«r hadiireke» dpor sften g^liei4leo en teveas 
Ter^iMgd gorden; dat^l^el onderling verkeer van der- 
selTftr bewoners door. ifii^en bevorderd wordt » die de op- 
pervlakte der wateren in ifegen voor den menaeh veranda* 
ren; deie en.duiifnd andere gerelgtrekkingen . uit hft 
hierboven ontwikkelde ». die. allfn ona t^ het besluit bren- 
gen , dat deze verschillende boUen ^deaelfde bestf^nmiing 
iMibben als 4^ aarde,., dat sy in. der di^ad de woonpla^n 
Ttn.i^resi^DS zyn, in allen opsigtoj van ^e laagste physi- 
f cbe behoeften , tot de hopgste maatschappelijke genoegens 
en genfngten aan .ons gel$k» dringen sieh loo op een, 
dat wü dezelve naanwelfks dwdelgk en in behoorlyke 
orde kfumon uitdrukken. , 

IfeB zon kunni^n , Tragen , of niet door onmiddelgke 
WMTneming» he^geographiachekanM^tervan de oppervlakte 
der , pUne^ti^n , zoo loa kunnen woeden gadegeslagen , dat 
men, door eene direote opname» van de a^JMbeidingea van 
land en .water , berg en dal en andere, ^ersehjjnselen , een 
jniat denkbeeld .zou kufffien verkrygen* Doeh ook de 
HMoai. oppervlakkige beschouwing yan bet onderwerp, zal 
apoedig eepige der grootste zwarigheden aan den dag bren- 
gen 9 die een dusdanig onderzoek b^ de, Vfiep$^e plfnetea 
on(ai<)et. Juist het aanzyn.van de atmosph&er en de inde- 
xelve draa$ende wolken » is, een zeer gfwigtjf e hinderpaal 
Toar elke waarneming» die de bepaling Taalietg|Mgraphi« 
scha karakter yan derzelTer oppervlakte ten 4<^1 ^j^fHf^ 
De^groate afiitft9den vw sommigen dersdye. Is een an- 
der. ged«ehte . hinderpaal van dusdanig .onderzoek. Npg- 
iana is men ook in dit onderzoek i4et. geheel arChterUik 
gebleven , wanjaeer bg^zondi^re omstandigheden zoodanige 
waarnemingen, eenigzins begunstigden. 

22». 



[330] 

* 'Venuê en jlfart , de beide planeten» wier hanen In liei 
ïonnestebél die der aarde ket naast bekomen , xljn klaar- 
blykel^k de meegt yerkiesélijke onderwerpen roor een du- 
danig onderïoék; en inderdaad beeft men , voornattiel|k 
'aangaande 'de laatstgenoemde planeet, genoegiame zeker- 
béid 'ten Üeaen verkregen, om de gren«en der analogi^n 
welke 'tosschen de planeten en onze aarde plaats Tindeii , 
yrg naauwkeurig te omscbr^Ten. 

Niettegenstaande de digte atmospbeer en de wolken, 
waai^oor'F^ittit onkbuld is, daagde de Heer Sceboxjxu , 
door eene reeks van fijne en naanwkeufige waarnemingen , 
in «gtie pogingen, om bet bestaan van bergen van aan- 
merkelijke boo'gte op deze planeet 'te bepalen. Dit ge- 
sebiedde door waarneming aan 'dat gedeelte van de pla- 
neet, betwelk baar, dooi* de zon verliebte, 'balfrond, 
van 'béi veMuisterd gedeelte èifscbeidt. Wanneer w^ ver- 
onderstellen , 'dat de dagel$ksëbe omwenteling ^an de pla- 
neet in Hier Voege plaats beeft, dat zij "baar donker ge- 
deelte naar "bet vei*licbtè been beweegt, dan was dat ge- 
deelte', Waarop Schkoibbr z'^ne opmerkzaan^éld vestigde, 
datgene waar juist 'de schemering plaats vond. Bevonden 
'zicb nu'bérgen van eene aanmerkelijke boogte op de Streed 
die Juist werd waargenomen , dan moeiïten derzelver top- 
punten in een 'beider lièht verscbljnen , terwijl iie lagere 
tftrekén a&n den voet der bargen nbg in de sdiadnw des nacbts 
"bedolven wareti ; zoo^étt Schboébir , op^bet onzigfbare 
'gedeelte van de oppervlakte der planeet, kleine verli<fbie 
'punten , bp' een*^ korten afistand van de grenzen van bet 
verlicbte gedeelte, hoopte waartenemen. fi^aldien er werke- 
lijk zeeir booge bergspitsen aanwezig éijn mogten , dan 
irerd de waarsobijnlgkhéid' om in deze waamenungen 4e 
slagen , daardoor nog vermeerderd , dat deze toppen , uit 



1331] 

tioofde hunner hoogte» mei eeawig^ tneenw Moeiteii 
jedèki s jn. ScMmoBDxm tlugde Tolkomen in sgne wanr* 
lemingen, en stelde ragt., dal de oppenrlakte ren de pla- 
leet VenuB , even els onxe narde ,. door bergen en dalen 
ror^i afgfwisseld. 

Doch hei geographische karakter der oppervlakte van 
HarM is , mei nog Teel grootere naauwkenrigfieid; bepaald 
geworden ^ wegens de grootere helderheid harer at- 
nospheer. Op. dese planeet heeft Sir J. HnmicMBL mei 
rolkomene duidel^kheid dé omtrekken ran rast land en 
raier kannen waarnemen. Hei raste land op Mart ken- 
nerkt xieh, door eene roode tint» waardoor de planeet 
lai roodachtige aansien yerkrijgt, waarin ig» bg waarne- 
aingen door gewone teleskopen,. Terschljnt, en welke haar 
ioht selfsaan het bloote oog Tertooni ; dese roode kleor' 
tchrijfi Hebscui aan de kwaliteit van den grond toe » 
omtrent gelgk aan die van onze roode landsteen-gronden » 
lie. een gelijksoortig voorkomen » aan iemand die dezelve 
lit de planeet Mar$ waarneemt , zonden opleveren. De 
eeeen op jlf art hebben eene. groene tint» volkomen gelQk 
laa die van onze eigene zeeén. Deze verschillende kien- 
-en tfk gedaanten van de verschillende streken der planeet» 
syn niet altoos zigtbaar » en wanneer zy zigtbaar zgn » 
liet altoos even duidelijk , naar mate de verschillende door- 
ichynbaarheid van haren dampkring. Haar wawieer zy 
Ittidelijk kunnen gezien worden ». veranderen zij nimmer 
van gedaante » zoo als de verschillendö. door licht en seha- 
dnw f veroorzaakte schakeringen op de overige planeten 
doen; en bewijzen daardoor » dat zij werkelijk geographi- 
Bche afscheidingen » en niet slechts bedriegelyke en, veran* 
derlijke verschijnsels der atmospheer zijn, 
. Wanneer de oppervlakte eener planeet , door eene wol- 



k«BlooM en doirsoliijnende atmo«|>hèer , volkotótfn dtüflè'- 
lijk «igtbaaV i«, dan «al de «neeuw voor eenen waarnemer 
•p groeten afttand. een der meest treffende vooriferpen op 
dezelve weien. VeriÜt. nu deielfde oorzaken, wad-dóer 
onzepooUtreken met meeuw bedekt «Sn, ook plaat» «óeten 
hebben op elke planeet', die eren al. Mar,, óin een*, 
onder eenen kleinen boek van de löodlSn afwekende as , 
draait, waarop wch groote .trtken van water Bevinden . 
en WW dii» groote üitdampirig plaat, beeft, moeten w? 
natuirlSk aan de polen iaar eenén «oó mciékwa.i'd^en 
grond van anitlogiên zoeken. 

Óe i» van Uara helt naar do loodlijn ohder éenen 
hoek van ointrént dertig graden, en de tijd van haren omloop 
om de ion, ii iei honderd' en zeven-en-t*ctèg dagen, of 
hiink twee van onze jaren. M gevolg i« gedurende derzel- 
Ver omloop rondom de zon, elt van hare ^ölen , gedurende 
twaalf maanden van de %on af, en gedurende de volgende 
twaalf maaiden , naar dêsietve toegehéeri. De peol-win^i' 
op Mart i. derhalven twaalf maanden lang ; hetgeditfende 
dien tgd van dé zon afgekeerde gédieeltè, M niet vérÜcW, 
en dan voor on. inzigtbaar. Doch, na verloop van dien 
t^d, keert de pool zich langzaam weder naar dé zon, én 
komt , na verloop van ze. maanden , in eenen .tand , waarin 
die poobtféek een jaargetij geniet , hetwelk in tempera- 
tuur omtrent gelijk staat , met datgene , hetwelk op onze 
aarcie in de maanden September en Óctober bestaat. Ce- 
durende dé volgende ze. maanden, keert de pool «ieh 
trapsgéWgzé weder van dé zon af, en verdwijnt eindelijk 
in hit duister. 

^ij durven veronderstellen , dat gedurende dien I^f» 
winter , de poolstrekeri met sneeuw bedekt zgn ; en d» 
wanneer, na Iwaalf maanden , de pool weder uit de ddis* 



13331 

i#rim oprijfA » em sidi awi d« soa UoettUU , de. taaauw 
Bigtbaar ayn , en doer kare glaniryke wiikeid » lick vaa 
daat roeden grond der planeei oadenekekka moei. 0|age-r 
k«ard darren w$ Terwaehien , dal de blootiMliag vaa de 
poolaaeeuw aan de aoaaeetrakn , gedarende twaalf laaf» 
naehieleose m aa nden , die laeenw meei opleeiaa» ea dal 
alsoo de naekie grond raa die itreek , r(m M daaro|^ 
volgende Terdwjaea dier pool uii M Uebt der ion» sM^el 
xigibaar werden. 

Dit if inderdaad h'4 de waameiaiageB gebleken. Eea 

Beer helder witte rUk rertooat aidi rondem de pool Taa 

Mare 9 wanneer deselve uit de duisteraii oprjjseade» door 

bet licht der ion bettraald wordt , ea deze riek yenain- 

dert trapigewgse in grootheid en glane » tot dat die peel 

weder uit het licht der ion yerdwfnt » om weder eren «oe 

regelmatig en seker te Toonchyn te komen» waaneer dieaellde 

peel weder uit de koude en dniftteraie det wintert eprïet. 

W9 hebben geiien dat de swaartekracht » waardoor de 

ligchemen naar de aard-oppervlakte getrokken wordea, 

•eae yan die medianiidie ooistandigheden U, welke de 

aarde geichikt maakt tot woonplaata voor den aMasch ea 

andere georganiaeerde weiene. Dese kracht ii de iwaarte 

ef het gewigt van hun ligohaatt ; en door het b|zondere 

aaechaniamaa hunner organen , ia hnnne ligdiamelfke lierkte 

naaawkeurig toegepast op dit gewigt. Nu wordt het klaar- 

U|jkeli)k eene vraag van het hoogite belang , bjj het ain- 

ioonen der analogien , waardoor wig onae stelling , dat de 

planeten door aan ons gelgke weieas bewoond aöa » traidi 

ten te bevestigen , — ^ of de geudglen der ligehamen , op éb 

oppervkkie der verschillende planeten, deaelfde ef aenmer - 

keiyk verschillende sgn van die der ligehamen op de op» 

pervlakte der aarde. 



1334] 

Een dusdanig onderzoek sohyni op hei eerste gezigt van 
onoverkomelijke zwarigheden rerzeld te zijn. Hoezeer het 
oog 5 door de teleskopen , een zeer verre ziend verinogêii 
Yirkregen heeft, is noglans bet oog dat zintuig niet, 
waardoor dat gewigi bepaald wordt. Buiten staat ons bnl^ 
tan de tiaauwe grenzen der aard -opp er vlak te te verheffeJi^ 
en den oneindig en afgrond te overstappen , die ons van de 
naaste planeet afscheidt , boe kunnen wij hopen tneelm- 
lüesohe uitwerkselen ^ op de oppervlakte dier veraf gelegene 
ligchamen , te bepalen , waarvan de berekening zelfs vp de 
aarde niet zonder groote moeij «lijkheden is. 

In dit geval geeft d# wijsbegeerte ons een middel aan 
de hand j bet onderzoek namelijk der omstaiidigheden ^ 
waarvan het gewigt der ligcbainen , die zich op de opper- 
vlakte van eenen zeer groeten bol bevinden ^ afhangt ; ia 
de ver o ndcrs telling dat, alhoewel wij niet in staat zijn, 
ligc hamen op de oppervlakte van e en e ver afgelegene pla^ 
neet werkelijk te wegen , nogtans , indien wij de omstan- 
digheden kunnen waarnemen , waarvan het bedragen van 
dat gewlgt afhangt, wij ook dat gewigt «elf tulien kEUt- 
ïien bepalen. 

Het gewigt van een lïrFchaam op de aard-oppervlakte 
wordt Toortgebragt door de geheel e massa der stof > waar* 
uit 3e aarde bestaat , welke dit ligchaam aan zich trekt. 
Indien die massa het dubbel was van hetgeen zij thans is , 
bij dezelfde grootheid , dan zou , dewijl de aantrekkende 
bol het dubbel der hoeveelheid van aantrekkende stofft 
hezft, en de stand van het aan ge trokken e ligchaam, met 
betrekking tot deszelfs midden - punt , onveranderd blijft ^ 
een dusdanig ligchaam klaarblijkelijk met de dubbelde kracht 
aaogetrokken worden, en dus het dubbelde gewigt hebben. 
Op dezelfde wijze bewijst men dat zoo lang de grootheid 



1335] 

der aarde deielCile Ufft» kei gewigl mn eeiiig ligeteiM 
op Juure oppervlakte laeer of aiiader bedragen moei , aaar 
■Hite de natia of kei gewigi der aarde selre groeier of 
kleiner k* 

DewT^l nu keixelfde bethui op ieder andere planeei iee- 
panelgk is , seo rolgi daamii , dai , indien onder de pla- 
neten een gevonden werd , die even groei ie alt de aarde» 
bei gefwigi der Hgckamen op derselrer eppenrlakie grooiar 
of kleiner njn aal , dan bei gewigi dbr ligobanen op de 
aard-opperVlakie , in dexelfdoTerbonding als bei gewigi Tan 
die planeei xelf meer of minder bedraagi, dan dai der aarde. 

Nu is eebier geen der planeten jolsi in grooie gelgk 
aan de aarde , roaar de meesten deraelve hebben xeer rw-» 
Bchillende omtrekken, Wji moeten derbalven onderioekea 
welken invloed op bei gewigi der ligdiamen , dersdver 
ftlatand van bei midden-pnni der bellen uitoefent. 

Nnw«ev beeft aangetoond, dat de maan op oenen aftand 
van twee bonderd en veertig dniaend mijlen van bei midden- 
pont der aarde, nogians door de aarde aangetrokken wordt, 
dat wil neggen » dat n$ gewigi beeft. Maar Nbwtov vond 
bet Boodsakel^k te berekenen boeveel gewigi n^ bcfeft, 
of boe swaar xij is » en te bepalen of aii leo nwaar is, als 
B9 zijn non, indien sg op de oppervlakte der aarde ge- 
plaatat was. De maan beweegt neb rondom de aarde, juist 
als of zg door een touw aan baar middenpunt bevestigd 
ware. Dese cirkelvormige beweging veroorsaakt de poging 
om van hei eentrum weg te vliegen ( centrifugale kracht 
genoemd), welke men mede waarneemt, wanneer men een aan 
een ionw bevestigd gewigt rondsUngeri. Daar de afstand 
dw HMan vatt bet middenpwii der aarde (twee honderd en 
veertig dninend mijlen) en de tgd van den omloop der maan 
( xeven-en-twintig dagen en acht uren) bekend zijn, zoo 



£3») 

!■ iMl een gemakkel^k ofrteloMeA YMrat^l, d« eesirifii- 
galtf krMM ie yiadeiiy net walke de naaa een touw spaa* 
Ben aievy hetweHi veronderiteld kaïk worden deselTe aan 
hei middeopuni der aarde te beresiigeii: de plaats Taa 
ztüL een ieaw on Tenrwli de aa&trekkingskraehi der aarde, 
è^ juiei mei de cenirifagale kraehi ran de maan hei eTon- 
w4gt hondi. Ware de aantrekkingskracht der aarde minder 
dan de eentrifïigale kraehi ran de maan, dan ion de maan 
Yan de aarde weg idiegen : ware deselye grooier, dan zon 
de maan op de aard-oppenrlakte neer ploffen. Dewgi wij 
dus in staat zijn , de eentrifugale kraehi ran de maan te 
berekenen, zijn wg ook in staat die kracht te berekenen, 
wdke aan deae centrifugale kracht gelijk is , namelgk de 
aantrekkingskradit der aarde op de maan» 
' Men heeft geTonden dat het bedragen dezer aantrek- 
kingskracht juist drie dnizendaes honderd maal minder is 
dan hei zijn zoude » bijaldien de maan op de aard-opper- 
riakie geplaatst was. De afstand der maan Tan de aarde ii 
zestig zMtal groeier dan de afstand der aard-oppenrlakie 
▼aa haar eentrnm; en hierdoor komen wf tot het zeer 
meilLWaardige bealuli , dat door de yerpiaatfiAg Tan eeni|^ 
ligchaam op eenen zest% maal grooieren afstand van hei 
middenpunt der aarde, deszelfii gewjgt in eent zestig masl 
zestigyoudige Torhonding verminderd wordt. En dit bedait 
geldt algemeen : door de yerwijdering yan een iigefasam op 
het drieroudige van zijnen afstand, wordt deszelfs geidgi 
in t*ette iic^envondl^G verhouding verminderd; op het vier- 
retidjge ^ in eene sseslienvoudige vArhouding , eaz- 

Dït is de giooie weL der swaarte-krachi » door NEWïof 
ontdekt ; en sedert dieu tijd^ uithoofde van haar oneindj^ 
belSDg bij het onderzoek der gesleldfteïd ?aa het heelal , ée 
wet der natuur genoemd. 



Mët dere grdoté gronMcUlngeii d«r nftiuor io9fermfi t 
Tj^en iriT addermtiftr IM yraagsitüc ntwr d« hnrtnniMiiify 
der ^WWigUsn op de oppinrkktè der. xmier-werelden , dl» 
met óni om de «dn «kii bewegen, bMMnd^en. 

Aê€ gewigt Van eenig Hgeliaam op de oppenrkkie rmm 
eéne plmneelr ii grooter ef kleiner dafl op de aarde f naar 
mate liet gewigt ran de planeet grooter of kleiner ii , dan 
lièttr gewigt der aarde ; het i» verder grooter «f kMner , 
jisar mate de oppei*tlakte vatt dé' planeet meer of min ver- 
w^de^d 11 van dercéltéT middenpunt ; in andere nN^orden , 
liaar müte de planeet zelf grooter of kleiner ie dan de 
i^ard'e. Uit eéne Joiif^ berekening «torbidYen vmn bet gwrigi 
en de grootte rin de pianeet, laat sieh bet gewigt der 
ligcftamen op bare oppertlakte naamrkeiirig bepalen. 

Dé toépéMng dezer meCbode ran onderzoek op de pla- 
aeteh , beeft ons geleerd » dat bet gewigt der ligcbamen op 
dé öpperrlakte van Mêreuriui, Venvs en Saturnmê bel« 
zelfde üi als op Onze aarde. Op Maté zi^n de Ijgebeamn 
Omtrent bdlf, op JupÜer drie maal, en op Ifereedre/ileeiiii 
èea T^fdé zoo zwaar alt op de aarde. 

'Zoo zien #$ dan dat een dieren- en planteor^k, ia atto 
ópxigten gelgk aatn die op de aarde, eene organleaüe bezit-* 
' f en zonden , volkomen en xtt alle opzigten berek^d^ voer 
de mechanisèbe uitwerkselsen der zwHartekraebt , die op 
drie van de zes Vc/ornaamtte planeten pkatz vinden., 
éh dat op de drie overige eene zeer geringe wQziging In 
de organisatie dier rijken genoegzaam %%n zeilde, om deriel- 
ver bestaan aldaar even aangenaam en voordeelig temidden. 
Dié omstandigheid , Waarin de op de planeten, voor we<* 
zens gelijkstandig mét die op de aarde daargestelde ge- 
makken , bij de eerste beschouwing^, het meest schenen te 
verschillen , is de hoeveelliéid van warmte en lidit , die 



(388} 

fUsMlreii door dé soa wordUMuigebragl. D» gr^ndstelHagto 
der naftanrksnde bewgiMit dai «p Mtte iwaeaulige of dob- 
beltn afiiUnd hel lidit der sou Tier bimI, op drie mud de» 
afiiiand, n^eMMHd miiider helder is, ens. Bggeyolg moei 
op . Murêf die Terder yan de sou rerwijdffird Se dan de aarde» 
in de yerhovding raa .bgaa drie iet twee , het sonnelicfcl 
minder helder sijn dan op de aarde , in de reriioadinf via 
Tier ioi negen , of ieU minder dan een tot twee. /ajn- 
Ur is Tf f maal, Satmmu^ tien maal en Hêrtciel twintig, 
maal Terder Tan de son Terwijderd dan de aarde, en bg gevolg 
meet het sonneliebt op de aarde T$f-en-twintig naai helder- 
der sijn dan op Jmpitêr , honderd maal helderder dan op. 
SmturnuM en Tier honderd maal helderder dan op HerêckeL 
Op Vênuê. daarentegen , die in de verhonding Tan drie; 
tot twee nader bi} de zon ie dan de aarde ,. moet het soa- 
nelieht twee maal xoo helder en op MercuriuBy die in de 
TOrhondingTan Tjf-en-twintig tot negen nader bij de soa 
ie meet dit licht zeven maal helderder z^n , dan op de aarde. 
• Deze TerschiUen Tan helderheid des dags op de Ter- 
schillende planeten, schgnen zonder twgfel tanmerkeiijL 
waaneer deaelTe alzoo in cijfers worden nilgedmkt. Kon- 
den wij nogians den dag op SMiumuê of op Henehel aan 
de, eene en op Mereuriuê aan de andere sgde aanschou- 
wen , dan zouden wg Terwonderd staan over het weinig; 
overeenkomende , hetwelk tusschen de helderheid Tin het 
daglicht dezjBr planeten en de uitdrukking daarvan in cg- 
fers plaats heeft. Het oog is een slechte lichtmeter. B$ 
eene zonsverduistering , waar de helft der zonnesehgf be- 
dekt is, kunnen wij naauwelijks eene vermindering van 
licht bespeuren; en zelfs hij eene bijna gehede verduistmng, 
wanneer naauwelgks een randje van de zon onbedekt blgfl,, 
blijft het daglicht helder, hoewel deszelfs glans aaimerker 



iijk Termindei^. &ii dikka wolkanUag aan kal finMuaeaft 
▼aroorzaakt aene seer groota Irapigewijse reraiiiidariBg ia 
het daglicht : nogtans Teroortaken alle gradan Tan ▼eratt* 
dering ia den glans des sonneüchts,' ran den dalsteren wol* 
IcBtt-kemel iet den sokitlerendslen senneglans in de aomer« 
êngen > ons , die wg afwisselend daaraan bloo%esteU f jjn , 
geene de minste ongemakken. 

l>e glans ran het sonnelkht is OMer dan drie èenderd 
daisend maal grooter dan die der volle maan. In andere 
woorden, wanneer aan het firmament drie maal honderd 
diiisend TcUe manen prijkten, dan men de rereenigde 
^laïns derselren nog niet gelijk komen aan die der «on. Nu 
i» het daglicht op de meest afgelegene planeet Ihrê^kei 
a^hls Tier honderd maal minder dan het ense , en moet 
derhalren 'b^na drie dnisend 'maal sterker s^n dan het 
Hoht Van onae ToUe maan. 

HktÊir hniten en behalven de bew^sbare daadsaak, dat het 
't>9 T«rge}^king swakke daglicht ran de meest afgelegene 
planeet , nog een teer helder' licht is , moet men in aan- 
^lo^iiig nemen , dat onse gesigts-organén het rermogen 
in eene hoege mate beoitten , xich aan aeer TersehiUende 
graden van H^t te gewennen. De spierkraeiit Tan dai ge- 
deelte Tan het oog, hetwelk de appel omgeeft, stelt ket 
iir aiaai, om door eene eawülekesr^e beweging, de appel 
te Terwijden of naaiuw ie maken, naar mate de graad Tan 
TerÜohting der Toorwerpen , waarop onee o<^en geTestigd 
zijn , grooter of kleiner is. Wanneef , w^ des nachts mt 
oen Tcrticht Tertrek in de Tr^e kieht gaan , dan Tinden 
w^ ons op hel eerste oeïgenblik «in de T^t^i^eiiBte dnister- 
nis verplaatst en bniten staat eênig voerwerp te onderschei- 
den , maar zóodra de appel zich in erenredlgheid met de 
liiclitsTeriMndering hééft 'kottien rergt^ooten, beginnen wij 





é6 «BS .oi»riii#wd«,v«)^ow#rp€ia Tr^j 4i^ideJ#L te zUn.h 

tke^AmêU^rWmfi^êVikM Ter,oiHUr4f U«n » #»* de oofeo 

dÊr-hemwmtn ywi Smur4tuê iga j|fo|r»f *^/ ^i .ir^|dere «f- 

. de T*©rwerp«ii roor; hel «intiMg dfs ««lig^, «^Wt». dnWdik 
en helder schijnen , als ep de weAe. 

Dader ,g»l$ke om»l»ndjgh0den,Tei:aq4^l J^t Tfrrarppend 

/rmnwgfin der aomnertrakn in dcja^fde ef:0fire4Jifb^idt^ toI- 

i^üM dezelfde natnurvet » eU derxelve^lictii ; , en derha^f^^ '» 

. nlkfl , vat aanc;aande ident glans of, de lielderhuid 4^ dêgB 

. ep .de TtrseldUende pjaneten hier is geKegd.^enrord^i 

. ei>k teepaMdök op harei tempwratiiur. Doch er,«ordip«ar 

weinig, nadenken vereischt > om. si^h ie i^f^riuigen dai hei 

rerwttbmend Termegen der xenne^ralen, sl^foh^ e#n geding 

gedeelte der phjsieke kraehten. uitmaakt , waanran hetkK- 

siaat enide^ temperataltr afhangen* De aard. en de >e(ltem- 

mittg der.fttmospheer, dé aanwezigheid Tan oilgeslrekle 

«raterykkten » waarin tkk danpen ontwikkelen »; de aard der 

eppenriakte metbetrekking iet haar, uibitraJend Termaget^^a 

f biiet te spreken ma den belangriken inrleed der de^lri- 

«ite&t> s«n Boe rele emstandighedett ^ die niet. minder das 

de digftheid der aonneatmlen ^ h$ de berekening der tem- 

peratonr Tan een gegereki plaats ep de opperrlakte tan 

eenige fdaaeet. moeten in aanmerking kernen» 

Hoe reracUUend de gesteldheid vaa temperatnnr en klimaal 
«y n fcnnnen , dp^ plaatsen die jniet «aa doaellde w&rldifg der 
sonnestralen Uootgesteld agn» Mijkt nükr hetgeiea inde 
tropische gewesten van oaaen aardhol p)ap^ heteft. Dasr 
vinden w9 9 b^denaelfdeainyloedVjandeaelCdeaeiMiekmeop 
versduUende hoogte^gradeny.alle mogeliüke veredkillea na 
klimaat en temperatowr. • Op de vlakten even- k^eg fh 



het seesiraiid lebben. w$ itbrAiidettdelachtgMUldbeid ran 
Aê Terzengde laohiatre«k : doeb wij hebben sleebU de ber- 
-gttL lol eeae zekere ke^ffte te keklianneii, on boooMa» vmek- 
'tén en bloeinen aan de gOMatigdo luebtiireken eigen » lo 
-ontmoeten; terw^l sicfa, ab wij nog kooger klimmen « Ie 
'tttmORpberk<^e ▼ereebgnsela en de Toerlbrengeelen Tan k^t 
pknienr^k der koude Inchtilreken » voor ona oog ten loon 
'«Oj^eiden. 

De lage Talleijen der Andea aijn rijk aan banaaen on 
palmen; terwgl de hoogere streken dexer bergketen eiken, 
dennen en de oirerige planten-famillen voortbrengen » die 
-aan kei noorden ran Europa- eigen sijn* De eiken boom 
'bloeil hier op eéne koogte ran tasiohea de set en Ueii 
•dttitfen roei. 'Op eene hoogte van TijfUen duaend voely 
'rerdw^nl -aDo pknieo-groei behalven do moiaon , en wQ 
•bereiken de etreken Tan eeuwige eneeiiw. 

Hoe gemakkelijk en natuurlijk ia hel dan niel Ie begr|i- 

'pen, dal atoKospfaeriaehe inrigtingen, géii^ mia dia wciko 

^ onder eene Iropisehe zon op zekere hoogten » do gemaligdo 

temperatuur ran hel klimaat yan Europa kunnen daaralol-' 

Ion» terw^l op andere meerdere of mindere hoogte graden 

de brandende hitte yan den eyenaar of de gskoude yan do 

polen heerschty dat z^» zeggen wij ook die uitwerkingen w^zi- 

gen kunnen, welke op yerschillende planeten, door hare yer« 

schillende afstanden yan de zon , moeten yeroorzaaki worden. 

Dit zijn eenige der tallooze analogien, die ons lol hel 

besluit brengen, dat de planeten werelden zijn, die in de 

hiLiBhoudiD{T van het heelal , dezelfde verrigllngeu teti uitroer 

brengen j en Joar de haad das acheppera mei desselfde xede^ 

lijk e bedoellnor en tot hetzelfde einde daarg«stcld zijti * ak 

ODze aarde* # ., 



[342] 
De Warêngie. 

Valgem oTerlereriogen iêr JaTa&eii , zou mei hel rer- 
dwijnen dar Buddha-leer ook kei goheim rerloran zgn on 
dea JFanngie^hoom ieplanien. Dio, wolke de Buddha- 
lïelijders geplant bebbea , bereikten meeBtal den onderdoin 
Tan 500 en meer jaren , ter wijl die » welke onder Mojo- 
pahit en onder bet I» lamisme geplant 2^'n , niet onder 
sïjn geworden daa 100 jaren* 



Nabjj de Dessa G^nitng » in de afdeellng Ledok y heeft 
men onlatig» twee jouge wilde varkeng (tJiUings) gevan- 
gen , die OTer den rug , Tan den nek tot aan den staari , 
met braede bmine strepen ge teekend waren > Dit ^onder- 
ling venschijniel sal veroorzaakt zijn > door vereeniging 
Tan een Kidang met een TjiUing, Men rerbaalde bij dis 
■ gelegenheid , dat er voorbeelden van rermenging zijn tiu- 
schen een TjilUng ran het mannelijk , en een Kidang 
Tan bet vroawelijk geslacht. 



v%'i 



Sif^^Htlrirt 



T00& 



NEERLAND'S INDIE. 



KorU aanstippingen nopens de Afdeeling Benhoelen» 

Da Afdeeling Bsnkêehn , op Stunatra's Westkust gele- 
gen y wordt ten zuiden en zuid-oosten door de Lampongs , 
ten noorden en noord-wetten door het Regentschap Indra- 
poer af ten oosten door het keten-gebergte, [hetwelk het 
eiland Sumaira , In een zuid-oostelijke en noord-westelgke 
strekking , ia twee ongelijke deelen verdeelt, en waarvan het 
westelijk half-gedeelte het kleinste is] , en ten westen door 
de zee begrensd. Hare oppervlakte bedraagt nagenoeg 
1,200 vierkante Geographische mylen. 

Deze geheele afdeeling wordt weder in de ondervolgende 
9 onder-afdeelingen verdeeld, als: 

1. Moco Moco, met 6 distrikten. 

2. Laijs f » 5 » 

3. Benkoelenenl 

4. Ommelanden^ 

5. Seloemak yy h » 

6. Manna » 5 » 

7. Cauer » 7 * 

8. Croë * 13 » en 

9. Ampat Lawang, benevens Redjang Moessie. 
In deze twee laatste onder-afdeelingen zijn echter nog nim- 
mer opnamen gedaan , en de daaronder behoorende distrik- 
ten zijn voor als nog onbekend. 

1«. 3. 2e. 8. 23. 



1101 

Be géliMla mfdêêling Renkoelen, met uitflmtiDg ran de 
iAN/»ar Zawang en Re^ang Moeaie » bevai eene gest- 
«leniyke» alt^d approximatieve» bevolking [dewgl devolks- 
ielling inner anet seer v^e beswaren en ottsekaHiedeii 
gepaard gaat] 9 van ongeveer 829OOO zielen; en de beide on- 
4er-afdeelingen Ampat LmtMmg u^Me^fang Maessiê eene 
bevolking yan 20,000 xielen » in nagenoeg evenredige ver- 
bonding met de andere onder-afdeeUngen ; hetgeen va2% 
kan gedaan worden^ vermits zijt even gelijk al de berg- 
distrikten^ zeer bevolkt zijn. Zoo erlangt men eene gebeele 
bevolking van 100^000 zielen » en bleruit blijkt dan dat 
f Ike vlerkante Geographiscbe mijl door niet meer dan 83| 
zielen bewoond wordt. 

Pe grondvlakte is van bet strand opklimmend enbergaebtig 
naar het midden keten-gebergte» en levert deze opmerke- 
Igke by zonderheid op y dat de steeds in hoogte toenemende 
mggen of verhevenheden» waartusscheh even zoo vele 
vjakten of strooken lands » nu van meer déf'e dan van mindere 
diepte en ook van grootere of kleinere breedte gelegen 
zgn» alle dezelfde» ^i, het ware onafgebrokeoe, strekking, 
gelijk het midden keten-gebergte , van het zidd-oosten naar 
het noord-westen volgen ; met zeer geringe nitzonderingeii 
alleen » waar eenige zytakien van het midden-gebergte 
meer westwaarts uitsehieten en strandwaarts loepen, geljk 
men in de nabijheid van La^i » Manna en Cauer op- 
merkt. 

Door de afstrooming van zeer vele kleine rivieren oit 
h^t midden-gebergte» wier hoofdloop , westwaarts is, en 
waarvan de meeste met praauwen bevaarbaar zijn » is dit 
land reeds vmehtbaar en kan met zeer geringe moeite 
zelfs tot de meest mogelijke vruchtbaarheid gebragt wer- 
den ; terw^l deze rivieren dit bijzonder voorregi roer de 



(S4I] 

b^T^^kiof ndg öftovireD, dtt ijj MMit aHeB, imnani 
r«or ^ gr#ot«r gedeelte » ÜefnstlbMir s^a en gemaakt kua- 
Ma worie» M eenea geBMtkfcrt^en en 0fem ^akett^area 
ifroer nta 4e Uaaénlndieke ^oikikiea. 

De aiettéiiigea ieier rimren i^a erenwel greeiendeeb 
MH^ep > ketgeea tfttUigi reroersaaki wendt deer ket epleepe» 
Ier deiainifeii en két.krdLeB der kraadiagen. Met geriage 
rfwiieliag Tma keTSfj^ieid leept eeiie aware deiiiiDg vit ket 
oaidea , gednremle hei gekeele }aar , tegM ket itread ep , 
m bredct de kraadiagmet geweld tegen de kosiea. Hler- 
ber wordt ket aaad nit de lee tegen ket itrand epgereerd» 
m dat geB«, ketwelk uit kei bianealand door de rirferea 
k%eT9erd wer^, g^ae genoegsaaie krackt kebkende eMi 
lick door de branding in de vee te verliesea , koopt aiek 
aéde la de monding op, en yeroortaakt dat de bedUng 
n de monding der riTieren geene genoegcame diepte kan 
ftekomden. Een nntnurlQk gèrelg van deze twee tegen ^^ 
cander werkende krachten k dan ook, dat wanneer de 
vind een%xia« tegfen dé idtwateHag t^an de rivieren etaat, 
Ie branding in die evenredigkeid keriger , en ket alt-* 
hm ^keegst gevaarlük , ja omraadaaam ie, de rivier in- of 
lit te traekten te komen. Alleen praauwen die een^ diep- 
(4ng^ ^an 2 tot 6 voeten hebben , kunnen in- en uitvaren , 
m toek mtar alleen dan wanneer de branding niet te 
bevig is. Zoo lang in dH wesenlijk groot beswaar niet 
ml knnnen worden vooralen , door langs ket strand bin«* 
aènlandsbhe goede wegen aan te leggen , aal dit beswaar 
steeds eea^ grcyoten hinderpaal, soo al geen volslagen be- 
Ms^ , opleveren tegen een gereg^d en aekei" vervoer van 
de verkregen wordende prodnkten. Skan wij evenwel een 
oog op de neorderstranden en eenige meer inwaarts gele» 
gek gedeelten Van Java 9 en zien wij wat volharding en 

23». 



eem raste wil akUar heeft ten «üvoer gMtragi ; wélkê 
sebier onrerbeiert^ke we^eii daar tkaii8,.Taii hei waaiett ^tei 
het oosten raxi het gehedÈe eiktid» ia aanwesen w§u, ahmmt 
TToeger hemel-hopge .bergen, besseheneamc^erasaen so« rtiê 
iphyüeke «nmogelöUeden. sdbenén op. te leyereny ea m^rgalfkt 
nen dan de strènden ran de westkust of het- meer biBWÉsi 
lands gelegen terrein ran .Sumatra 9 'dan g^oef ik yeïiif^ 
dat met deselfde middden. en g^ken wiLen Telhardiiig 
pok gewiiselgk dèx^de gevolgen megen itum éM wortel* 
£ene onlooel^nhare waarheid ishet^dat xondermoe^ie^ e|H 
<tfering of Tolharding niets van eenig gewigi tenkveg^ett of 
tot stand gebragt kan worden; maar erea .feker ia bet 
daarentegen » dat met die middelen., en wanneer mMi si^ 
niet al dad^ligk door eenige tegenkantingen of moe$el$k» 
heden laat afiichrikken en van zijn opgetat roornemen ie- 
vug brengen, men eindelijk, en meestent|ds reel gereeder 
dan het eerste inzien dit deed Termoeden, het gewenadiAe 
of beoogde doel moet bereiken. 

. De grond ran Sumat^a's westkust , en meer bSaonder ds 
afdeeling Benkoeïen, is tot een beduidend gedeelte ÏMnè' 
-waarts in meer vlak dan bosehrgk ; ja z^fii ontwaart ket 
oog in sommige gedeelten , zoo yerre het zidi maar sIrdL- 
ken kan, niets dan vlakten met' a//^i^ aUang^MigtofÊèi 
en slechts hier en daar , en dan nog immer sehaars , af- 
j^ewisseld door eenig hoog geboomte , hetwelk dan nog 
meestentijds in de ravijnen opgesehoten is en ongestoord 
voortgroeit. De oorzaak van deze vlakten, meer. het nood- 
wendig gevolg der wijze van landbebouwlng der. StoM- 
tranen z^nde, dan dat ze altijd zoodanig zouden geweest 
zgn , zal daarvan later kortelgk melding gemaakt wordei, 
wanneer dit onderwerp zal worden aangeroerd. 
Hoezeer ook het meer inwaarts gelegen land,: iet aaa 



«tos n>et'Taa liet ksXêUf^lmiigiêf IwwoonA h, !•• mMff mMk 
«M^tttiis ftilks, d«i'4t kittUa» nei^baérflkkiiif; tot dU 
9iAoeiU» beittMA lMr»ottd mt ««k baT«ULis|o; terw^ «• 
•igaBlïjke bernilrelMn» ««• wel wat «tofpMi da wartM|fci 
es oo«4#lïk« kelluifea ak d« bMTg-rofgem Tan hei k^es* 
gabevgta x^e, ▼erre weg hét aterkil bevolkt s||n. Dii blfki 
ten Tolle uit da BmUê Bmtietf Córinffie tanden, Jm^mi 
Lmmamgf Rm^mg Matêsie eu Oélo^Poêêêewkoh. Onder 
dese b«rgbewoaert » aiet aitsaodeviag eckier raa de R^d^^ 
Sang Mo0êêi0 9 en meer nog ran éê.Oeloê PaêêoéVêak 
▼olkeren , wordt tevens de^ meeete arbeidsaamkeid » laad* 
bel>on«iag en, in het geheel, de meiOiteiiidaetrie aangetrof- 
fen» keti^aa welligt ean meer dadd«k gevolg vaa Imi 
koudm* kjUflMUkt kan sQn of althaas daarmede in naaawe be*> 
tvekkJuig. staan. 

Hei algeiheettvelk»*karakter der Sunwdranen ondersoheidt 
sioh boven dat van meest al de meer of min besdiaaMe 
bewiMMTB vaa deaen- Inilisshan Ar^pel, dook* m tstd Eendé 
ondeugden en gébrakea gepaard met weinige goede a- 
geaerihi]i|iia , en heelt selfii in vde trekken niet weinig 
evereeakomst a^t dat der bewoners van groot <Wm»; 
AffüB 9 JTenimher en andere meer woeete eilanders in het 
maar verwgderd oosten gelegen. 

Eaatge aeer geloofwaacdige schrijvers, die opiettelfk 
over het eiland Sumatra en deszelis bewoners, sdfii aitge* 
braide werken hebben in het licht gegeven, hdbbea, ol 
xieh door den sdqjn lateade misleiden, of, door geen gêm 
aeegisme eigen kennis voorgelicht, een oppervlakkig por«- 
deel veUende , ef soms eek door hwine Philanthropisohe 
stdaels weggesleept , aan de Samatranen niet alleen aeec 
veel goede, maar xelüi uiti^ekend goede o jgèn iio h s ^p an 
totgesdureren , en hea mdb als het Inrandpiiat doen voer- 



h9mmp wwmnA M hêm\minm§ aieli» ia «èM 
««rhoiiduig 9 aa*r hti rwtiên onUm sou4« heblms Tvr- 
4^4 «t «i^wikkiUL ZMubr m mm ttpMltil|k# inaiar- 
lüggiÉf van itfl» lnÉB« f«ro«lMii !• ftreéciiy £Tcrantf 
4k iMdodttiig Tan daM kwrie auiitip|iM9tii aidks iiiaè ow* 
itobreagl, awêr aav aUgafcrdflfor, «p éuUukem 
ta granéea iMioo^, IdérM aaaito Tcntkehi ward^» 
iaa i^d M ««ItgdaMé echter ouÜH^ea), aMg ik 
wd nial ▼•rhelaa » dfti ik 4mm goida «igtfaMkappea aa ^tt« 
gt w t kwtl iavittg nM aütaa aiet k»b «logta opMarkea , 
flHar dal rmiUw aa iMtadadaanraakd^iégéadaii«|attif4lii 
▼aorgakMUMi; ^ wêi, aoo oMa tl#ekttKÜ Tta s«iaii, bei 
giiietl g«éi van ataigf Goéidiea^ garMl im 4t 4aan^ 
ooadiPiadig Taarte|Nralleiid« iaaali«happii|k« ■Itdidan aa 
ondei^den, ab aoo Tele natuurlgke geyo%ni fsa êêmt 
mêmtimm benteriaf a»n w£B«a WÊMmmkmk, dn viada ik 
■4 gbaaip», om a«raorwanrdil|k ia bd^aa^ dab de 
ii— Mlraaii» fayt da meesl beMkiadUe iwiliat^ga kehaera» en 
iterender Mtib •mk* eersim r^ÊÊf Mkieedan^ 
^ 'fif aesM eeaigaias dkrpera ai^arwegkaf an^ asfaetiaga- 
a w aeai beaarda«lliq[ aMf ik taflig t^ r laa awen , dak «aa 
#•1 kaane ir|j«a van larea , oaderMaga varfanarüad, aadea» 
gewoonten en gebruiken» ak lattiae "wjaaivm bii t a ar , mm. 
»ear geariiiki saflea aiya , aai aaae oehltelviittittg 
kaana ariadere goade ifeaanbèid ea baMteaiag ia elai 
éa im atvtirtnigkig Ie gacrea , dal kei kaa teakalf gebgde 
kwaad «nder deaa oiaa ta ad i gkedba? niet attean Moal U^eaa 
baataan^aMar s^s laea l ate n» dan dal daae aaaian wartraada 
•éviidMi gardtend aaadaa kuateen waadea gedte Mdea aa 
beaahatiiagi ka doaa gaborMi wardaa of wrbattfiag kmkmm- 
■eakdaédi aa wamdal la kaweriLea. '^ 
- JËvaa^BMa gaaa%dMd kerf üo aèa aki dé aaudaafcdlflÉbi» 



(Hf] 

» Ml al hmM g two it #> » 

«# «Ut^t b0|wlMi «•«!§• 4ersal.no i laa ht a |Lortel«k aan t# 
r*«r«o^ raar «aa vaal ik fla«a ga ii aa ma w rakao» aia ^air- 
«tt' «lal fra»4 4ar ftuMatnuiaa haa r acfcaad karaktar la k«ft* 
tMa baaankalan ; i^ walka fcaaardaaüm ik Taarla saf 
v«r#iiflenlaUati » 4ai 4a Juittbaid vaa ng* (araalaa aa- 
p^ns kiuuia mi4ara baaakvriiif aa alaaUa kaa4aaifka4aa 9 
i^a TaHa aal «ar4an afkaa4. 

Eaoa» hm aUaa» saa wal Haaliaa ala a^a4ara bavaU 

kiüf keaadMlaeiria, iafalMiraa aa iivawarta]daga«ar4kai4» 

ia «alèaahaalNMur oaaa kavea aUa bavaUiag gaaada /aia- aa. 

p a ni a tjt afrf» waaf4aar 19 » vaa valka an \i^ fariafa ar* 

baidaaamhaid aak , iaa aaaaoMla wara a$a 9 aa waaria 19 

gaiwia l^avaa atta valkaran dar waraM aitaMiaiaa. Ia var- 

gél^ ^an kaa a^a aUa bawaaara Taa daaaa Arafaipal aia 

mpl aaaa aahiar aabadwiafWa saakt tot warksaaariNid 

fcaaiald a waaaaa ta baMianwaa , aadaaaka'aaalalaaairad- 

ai|^ aard raidt airaa aaa vaal voadad aa aiarkta ia da 

Vt$aaa4ar wmlgebaliftalle, waaraaa aQ oadarksTif sya» 

ala ia kei aagarijaid aa TarderiBl|M& l^egrif » da* alka- 

warkmaifceid af aaiüga bamgkatd, tat keraUüag W9m 

walk gaad 4aal af tar voarziaoiag ia weUla tiêémA^Uê 

k a k ae il a daa aak » Uémêth^ithêid m , w^a kaa ala #r^' 

gakaraa aMaa4diaa êntmd^lt aa kaa tat tteaaii Taraaderk. 

Om iMoaa traküga kakaalte ia beaar4aalaa ia kat gaa a of r 

WÊtm te iranaeUaa» 4^ oea ^uaatraoa' aick TalkMOaa 

«argaiiaatfi^ Têaval of laafe tagtea» ia«t gedaiaaAa ^êm 

griMlali daf iMila wa kaadral aagakdakto iri^t itr0êV 

(paaada wifg ta anttigea» ant aen' diMuik water > diea kQ 

kf alka lakreda Wadif aa dai kg » bfj geaiia vaa iata aar 

deva, aiekUeadtaMt aaaaaMTt Taa kaaaMMkara, walkadl kaa- 



I3»l 

êdi^n hem in orerrloedige mat« aanbieden. Hunne-lot- em 
vadzigheid gaat dikwerfzooverydalerTOorbeeldenbeBtaui 
ran eigenaars yan koffijlninett , w(dke insiede van hét ^^mm 
seH met hun gesein in.texamelen» zonder eenige neodsake- 
l^feheid andere meer ngvere bergbe^roneri damrtee besigen , 
tegen afiitand ran het gre^ter de^ ran het gewas t Tenrfl 
xg , in het geval dat zij tot de. inzameling geene anders 
Toorwerpen kunnen erlangen , by' vooAettr TerkietM » de 
koffijboom-bladeren tot eigen gebruik te n«tt%en, terent- 
vSjking yan de werkzaamheden 'aan de koffijboon-beiaiMle- 
ling yerknochty en als dan in dit geyal de koffij-phik yeel 
liever ongenut laten voorbijgaan , dan het voerdedi , daaruit 
voortspruitende , met getroosting van dece geringe werk» 
zaamfaeden» te bejagen en te genieten. < . 

Bene bijzondere hoofd«ondengd hun allen eigen, en waar» 
uit veel kwaad zijnen oorsprong neemt , en hen iet werk- 
saamheid minder geschikt en genegen maakt, deordiea hun 
gdlieel phjsiek en moreel gestel er door wordt endem^ad 
en ontzenuwd, is hunne onbedwingbare overgeig^eyenheid 
aan' het' onmatig Mhuiveii van as^èen. Heeseer de Heer 
MA'RSDBvin z^ne Hiêtory êf Sumatru ook van een tegen- 
overgesteld gevöeleii moge wezen, vooral wat debergbe- 
woners bekeft , zoo houde ik hetdesniettendn daarvoor, 
dat de onmatigheid in dit gebruik altgd nog eene veréeeviag 
bij hunnen reeds zoo zeer vadzigen aard meet verwdckM, 
en den nog overgebleven lust tot werkzaamheid bgseiBBiigea 
geheel moet onderdrukken en te keer gaan ; tem^l ,■ geieef 
ik , in een veeèê zoo warm Ihehtgestel eek het .BUitig ||e- 
In'uik van dit heulsap geene goede gevolgen kan opleyeren» 
Het algemeen gevezen trouwens , en ook dai van meer 
kundigen, heeft in deze reeds languits|»raakgedaa«» zoe« 
dat hét voor bewezen mag worden gehouden, dat wanneer 



lUI] 

•ea Mift— a*t<h«ivar «en ToorÜartnd gMMi wü li^Wbea 
raoi bet gebruik ran amfioen, b^ dit beulsap altiUa i» 
•me sleede Weaeiende Tenaeerderliig meel besigen ; eer* 
einw em de , deer bel gebruik Teroemekle » rerdoeruig 
weder Ie berelellett , en daa on dea iiiTleed ef oitwar* 
kiaig daanrmn nader te enderrindea,-^waaniil eene a%»- 
heéLt miip]illiBg..yan alle kraeblen loeb wel aeodwendif 
jHil mee^n ▼•orivleeiiea. 

Men Toege UerbiJ nog bnnne onlenibare laebt tol allerbandé 
d#b b eh pe len» en veornaneljk kmnen^pechter^enf die lee 
aaslokkesde voer ben a jn » dal sg allee wal f $ bealHen » 
in ééat oogenblftk liféi , niel alleen renipelen » maar daar* 
enboTen , wanneer, bnn niete meer orerig bmil , bnnne 
.rreowen en kinderen , [waarover xg » rolgeai bnnne ge* 
braiken en gewoonten, door bet bawelgk , ab roerend goed 
en Tee» mogen beeebHiken j , tot alaren enpandeliligenTer- 
k»openenTersetlen, en dikwerf sieb selven tett|fdel$ken 
alnaf rerpanden» in de rerfaending Tan een jaar dienilbaar* 
beid TOOT ^e tien gnlden ; door welk gebni& dene bnnne 
t|4elgke davemg meeelenigdi dnnranam wordt » doordien 
n^ alsdan wel Teel minder in de gelegenbeld x^n , om bel 
rersebnldigde door rerdiensten Ie kannen afbelalea. BQ 
dene maar al Ie ware daadxaken komt nog, dal bubne Hoof- 
den daarenberen xeer dikwerf oTergegOTon z^n aan bet on* 
matig gebruik Tan allerbaade geesirgke reebten , zoodal wel 
mag aangenomen worden» dat de reden ran dese bnnne 
z ed elo osbe id en ondengden niet moegeiyk n* Ie gaan is. 
Vroeger is aaiq;eroerd> dal bnnne gewoonten» gebmiken 
en de wgie van leven geienden moeten worden dienst* 
baar Ie wezen aan bnnne bedonrene zeden en sleeble 
f^aardbeid , en dezen , instede van ze Ie yerbeteren , 
boe langer zoo meer moeten doen toenemen. Eenige 



IStt] 
éèa9t gélbruilMi sal ik korMQk hm 

" BiéifÊt^l. Dm» wiwêttA i» hH ktn 
WW, all «• «M* ▼##rnaiii«^ Ibron ^laa 
T^or imiiB^ naeHUri tn Binéare Haofd 
wiHier 0«Mtel#rkg evmiMiii «k de o 
fces^oldigr^ ^ altiH naar fêwUea wori 
wordt gestraft met eene opgelegde Te 
Kaad kwatr Heettaa r vaa de dohbi 
géiteléii goed , l^ifaldleD de goederen i 
gevordea ; in het geval eefater dat i 
haald MfiBr wordt aledito ééiiBiaal de g4 
waarde - betaald , on ia Mde gevaUon 
boet# opgelegd ran tiêm Ui nfiftig 
Matten , naar gelang van den aard t 
de ^i^nurdo va» hei geitoleiMy iHnrerniii 
gaaf Tan de gettolene goederen. 1>» bo 
Toordeole tbo do Hoofden , ea de o] 
TOOT om godooUe, H^ vindon, Tan eoi 
dikwerf guuii onkfreemde hij iemaad , 
ttoegaaam overtuigend bew^'a^ om sooi 
dief te doen beeebaldigen. 

üfeordy dio^ mede eren algomeon i 
der ftraf moet wesen» wordt geetraft « 
don sebuidigo of aijno Torwaplen^ i 
geboelo doeêêoen (^hamfong:)^ ymaa^ ke 
gong [bUeigeldy en beibaagiTan \U 
Matton > daarb$ gerekend do boete* 1 
als Toren plaats^ Xww^l den aaaetea aa 
TorslageniB bot Moodgelé wé*di teegew 
Tan deze oneigenl^k te noemen aèn 
niet gel9tol^ pkale ; dew«l^ indien e 




u M tkdT bèèraagi W è MO SfuuM^ IbtiMi, 
mmt fdaof tan db wigM «f btiUMiiag wMrop ktt kvir«l|k 
fiiLDita it; ea imdien 4aareiii«g«tt etna Tr#aw harMi ohm 
TtnM^rdt «f «n ket lerM brengt , 4t 4o«4i^«f uiii Imat 
T«Urokk»ii BU^éi worcUn. 

. Hmwliph. WanaMr lui kmal^k TalgMfir/ti^FtirplAaU 
▼iodt» dan mociftt d«or den' kraid«g<Mi#f s^nMitiret^eaMi 
dnn radar der kndd belaeld worden lOOBpaaniebe Maliën ; 
waardoor de. yronw een roerend eigenden Taa karen san 
we#di , en kij dien ten gerelge orer kaar naar welge- 
Tiiiai beeekikkeB mag , en kaar aiêt of tonder kare en 
Hlna kinderen» den Terkieiende, ak ket redeloose vee 
m r h eo p e n » beleenen of rerpanden. Ie de«e gdwele eoai 
#efcter niet ten roUe roldaan ^ ketgeen ioMi roorbedaekte^ 
Vj/k niet «rordt geVorderd, maar e^ter b^ aanbod niet 
■Mg gewegerd werden 9 dan bekondt de rader bet regt > 
•m link s^e do<Mer en b»*e kinderen weder toe te ei* 
0enea ; en daareiièerea beeft i^j ook neg ket regt om de 
gielwete afbe taling rwi den rellen rerkooppr^ xfner do^ 
«er 4en aUen tijde ie* etaaken » waaraan de man rerpMgt 
in dadel|k te roldoen ; en bi| onrermogen daartoe » kan 
êm man si{ne rronw en kinderen rerpanden [seo nijn 
neboenyader knnr en 4e kinderen niet lemg wil nemen], 
weer ket ontbrekende ran de Jffu^fnr , en ander» moet 
b| maknehnaamedn re rpan di n , of wei door roof of moord 
B« dene gMden traekten te roorzien. 
. Volgena Mwm mn d ê womit bet bnwe^k geakiten door de 
betaling aan den ipmdar ?mn de rroaw> of wel aan faereAi*- 
mitte , «ener amn tnn rijftfan tei devtig>Spaaneeke Matten , 
•n tindt nngenoeg plaaAa op dnMifde w^se aki de bnw^* 
kek «tp Immt. Het aangannmn knwel^kon rolgeni Sêmtmi^ 
vkidt erenwal, koe aafcooniakgnend 4e Heer minsniv de 





{3M1 

o^tdging derzeïren ook be^eftaaeert ^ seer «Mokt e&iMi»- 
tèntijdft dan allooii plaat» , wannear nopens don m k ay Mg *» 
kon siaai dor bruid goono zeer zokero 'oTértniging , offie* 
▼or « b^'na xokoro orortiiiging ran bot togond«el > bestaat ; 
on zulks om do zoor m^tuurlgko roden , daiToordoniradar 
of wol do aanrorwanton mooi^ Voördool gologon is in iea 
moor winstgovondon Torkoop van do bruid -bij djudjur: 
wolko ' driffroor ran boümg dUoob on uitdiatènd goraad*- 
ploogd on opgorolgd wor4t« 

Wannoor eindelijk oono vrouw of mobjo buiten hawdfk 
bezwangerd wordt, * dan kan zij in dit goVal mot tuu^oa 
Torleider in dm echt treden, ónder do vorpl^ito bot^^g 
ran don daarop bjj djudjur of »emmnd0 staèmden koopsilMit 
on mét bgbotaliBg oonor boete, voor hare i^edolooskoul , 
WAn 25 Spaanscbo Matton* Byaldion «y ecklor baron boe- 
loerder of ▼orloidor niet kan of wil aanwijzen , on betbn^ 
welijk met dezen dien ton govolge ook niet goslotcii kan 
Worden , dan is z$ onder do rorpU^Ktiag o«t «ene boete ?aa 
56 en moordere Spaansehe A^ton Ie botalm , of wonliwd, 
benevens haar soms nog ongeboren kind , slavin van het 
distrikts-hoofd , tot do gehoolo af betaKng dor lM>ote. 

Bij oono oppervlakkige boóordeeling , zoude mo& sowi 
do gevolgtrekking kunnen nlakon, dat, vormits hunne zo- 
den en gebruiken op éHe hunne fauwelijjks-inst^lingeii , 
overtrodii^en on moer of miiMior zware misdMUÈB, do 
betaling van grootere of geringere sommen gdds opleg- 
gen, do bevalking daarin een^ prikkel zoude moeïea 
vinden tot werkzaamheid , ten einde daardoor in statt lo 
worden gesteld , deise betaUngen te kunnen bewerkaieUi- 
gen : waaruit dan ook natuurlijker wiJEe meerdere heb^ 
belijkbeid tot gazetten en nuttigen arbeid zoude moeten 
TODrlrioaijen ; vermits £rj tocb do voorde elige resul talen 



13«1 

Tan cUma Imoiiéa arèeid Mlven iaoogaUa, Dii soada ook 
workemk iMt.^orolg mooten woaon» b^'akUtn xq toiwerk* 
yiwmil^id ororgingoii of koiidea ororfaan ; maar inttodo 
wtA. daarioo kmiiio toerlugt te nemen , hebben zg. veel ge- 
reeder werkende holpnuddelen bg de hand , die meer mei 
hnnae. Tolkegaaardheid . oTereenttenunen > en . hen toTons eai- 
keffen Taa allen geieiiea erbeldt hee gering ook : namelfik 
moord 9 momoekAnroqf f ropoeréfent [kampaks] d^efêtal" 
ion f eni. 

: Deie hnlpbroanen. misien hnn xeer solden , en het aan- 
wenden derzriren. wordt hnn gemakkelf k gemaakt , door- 
dien een groot » zoo niet hetgroolete gedeelte der i»«Tol» 
king..zeér yen|ireid ran elkander, woont. en eene Ti^eliea- 
^e«de leefwgze. leidt, waardo4r ook geene gdiechtheid 
^eor kan' geboortegrond of de plaats hnnaer inwoning bg 
ken. kan <intetaiai of wortel ickieten. 
. Toi. opheldering of beter yerstand ran dit gestelde 9 zal» 
Tertronw ik , genoegzaam sga , dat men hnnne wijze van 
|a«ibeboawing e^n weinig meer yan naderbg gadeslaat* 
lüTanneer eenige hoiggezinnen , 20 k 30 biQ yoorbeeld , met 
elkander oyere^ngekomen en het in alles eens z^n ge- 
worden» dan gaat men oyer tot het uitzoeken yan een 
4aartoe geecMkt terrein [bosch] » om padie te planten. 
Dit . gekozen bosek wordt alsnu in Angustos en September 
afgebrand, en zoo als dit terrein nu na den braad. is, "^ 
zonder eenige de minste yerdere bewerking of omploeging» 
wordt het met podio, en de tassehenrulmte me^ mazê [dja^ 
^ng] • niet, bezaaid - msuKt beplant. Volgt op dezen hunnen 
arbeid een spoedige en genoegzame regen» dan yalt de 
oogst , [in de yerhouding echter tot eawae » altgd zeer 
fleeht » ds, nog geen derde opleyerend^] » redelijk uit » Im- 
mers genoegzaani ter.yoorziening in hunne behoeften. Is de 



ffrmé Jb^c^ndar mNklbaar , kttgeea allld lAank^k h 
Tan 4aa «iid«r4#mTUi lieilMwdb, ilfto wwritoék n^ffwét 
hêir^ifmièê jaar ctenAfde'/iiibiNf op ««^kt wlfse iaiAnt; 
M lerwri ook doaaobgt^» altlniif bQ goififfo iwvderyv» 
•MiUiMdy oon' .genoogéamon Toorraad tot Irib leYtniOBdor* 
kottd op. In dit laateèe go^ bowwion do oa^innvrs' ivoo 
Jaron , oa aadoiPa ritoUa iém jaar , doso plok gronda, ror^ 
mito a§ Toor ooao nioawe lieplantiiig wodor turnt oon aa- 
dor boseh » door bon daartoe gekoKOii» rerbaizen. ' -^ < 

Bg ooa' omrorboodaeken aanval vmu' roorrera {iktmyëJks] 
bmkl doio w^ ;rali bowooiiig aiol tooI sokarMd «a mmt 
woHDg i^cbiktboid iot rerdodiglBg op te IVFareau ladèir 
daarom dm ook , ^ dio aiok bi{ oono dèir goi|k o iredorwaAr- 
digfceid nwt do Tli%t^ kaa radden , redt «lob «Tortaauily 
mot. nahting Taa bare en gaod; tonri)l ^ » £0 eottoa wx^ 
bopigon on rmebteloozon iogonatand bieden» enidol loToad 
oironaooatord kunnen irorden , a%emaakt on do ovennoèi- 
tordon ab alaven ireggoyoord en elders rorkoAt worden: 
Do TfaigtoUngon ▼«*ianielen aieh nn weder op bibno Mtari; 
aooken on idnden tot eeae wederrergeldendet^of- en më^iL 
expeditie , ook bore^wa%e medebelpeni , en oefenon liê 
wederkeerigy op de roorer»» en dikv«rf aAdoro ook ^ 
een ander rtreenigd en vonproid lerend getal inwonere » 
knnno wraakt en roofancbt nit , m rorlLriligon ook ire- 
doroai gold« 

Sontijda, ja neer dikwerf » wordt moer stêb^aiatig té 
work gegaan, om bi) gebrek aan geld ^ oeno niet mimtori 
dooltroffendow^se daaraan te geraken; enlerort deae bal^- 
bron dan aan de Hoofden , die ae meer b^ nitaMtiag lé 
praktik brongen ^ bet gewentebte en beoégda roordoel Op* 
Wanneer namelfjk een Hoofd dringend gebrek abn geid 
kooft 9 - en b9 beeft 4il, belaas attfd , - dan beraami ki} eea 



èimiëng (f<Msi) m gmÜ Mft M ■!• ▼ot net w a 4« 
atfeiyiM pobUeiUit. Ve«r 4«i« ibwl f i ertm WMréi i^tr 
sMm matr daa ••& pMr 9«i4«i ff^il*gt« wmAnlTe dU 
kosteii ihario^ M^r fw^ng •m mM iio«MM«mMré% s|a^ 
D» ]w«fdMUMli«B is gtld-bijag, a« «iddtlen «m ^Munfai 
If «iigttt 9 i^a Wt hitardtpflioiMifioen ••lmtyn> DaM r^r 
hm êXLèn moo ▼eiiekUigkt em <nf»rm» fliton i d » «nlokiilMi 
kiM dan o«k wM m «mi ffroii aünM UtfiMbton «p éê 
foMMtrwg te TenMMlen , mi «w kei dobbekpel deel te 
pe ^ i tt ^ Heeft de lertaie den ^Wgw g y f er fediesd » d«« 
kieeft hf «fo doel kerei^t, en geld geweane»; of wA 
w«rdea de TerHeser», in bel gend det «9, aaluniknre^fl 
geed i^repeeld te liebbea, heei haiuie eekuld^niet kanêieil 
uthêMemf tétrtm en reelt^de eok küMie ^rreuwen «s 
kliider«A wijtk pettdekiig^ i^f^iken hi| kei regt keeil aas 
andertA iegea een' «rereentekenMO^ prge weder e^er te 
d#ea. U Uj oekter Biet;geriaa^ in s|*e ooganrken» ter 
k#rdkhig iraarTan idkrlMiide , aiet alt^d «eer lefiraanUge 
prakt^ken gebexigd worden , mMur ie integendeel dese «f 
goae der feeeigénooten ongelakklg gemeeg geweest ge*« 
dwrende dea feestiïdy U» drie en meer dagen dmurt^ 
easlg g^d te bebken gewonnen , dan todi ook nog bereikt 
b^ Hoeld a^n doel, bel erlangen Tan g^ namelgk^ 
dew$l deve ongebikkigen dan neer aeker, bij ket naar bnis 
keeren , de slagtoffers worden van sluipmoord , en de vol« 
doening aan hnnné aacU let dobbelspelen en de keriston- 
dige krengde ran ban gelukkig spelen met een* géwinmn 
deed moeten boegen , «onder dal dene neodlettigbeden 
rreirwel een genoegtame kraobt op anderen kannen «itoe>' 
fenen om ben ^banran te wederboaden. 

Al de geldd^ betafiogen en boeten ^ w^e de daarbij 
betrokkenen, betaiy t«n gevolge baniier instellingen ^ of 



1r«l naar Inid 4ar regltnitsprakea van hmme Uoofden» voor 
«rertreding^n of misdaden Inoeien voldoen , komen , sm 
niet Te«r het grooUte, seer zek^r toeh voor een grooige- 
deeüe ten Toerdedle van dese Hoofden zelven» Neèmtmeo 
stt aan de ^eene xfde in aanmerking deze hanse schraap- 
znektige en willekeurige regtsuttspiraken,'aItgdmatheioog 
op hun 'eigen. bekuig geslagen » en aan de «ndere sgde da 
Inih^id en bedorveAhaid der berolking, dan rmag ik, of ea- 
der zoodan%a omstandigheden , met d«se h^ hen bei^aande 
gebruiken en gewoonten» met eene dusdanige regftsbedee- 
Hng , iminer biUükerw^ze mag verwacht worden , dat de 
bestaande gebreken en ondeugden uitgeroeid of vermees- 
tord znUèn worden? Of, zoo lang deze gebruiken en ge- 
woonten zullen beslaan-, on niet met wortel en tak zuUea 
zf n uitgeroeid , immer van de zjjde dezer Hoofden een^ge 
medewerking kan te g^noet gezien worden tot tegengang 
dezer bestaande ongeregtigheden ; dewyl zü » altoos voor 
als nog f geene andere huuner luiheid zoo te stade komencfó 
middelen bezitten , om aan hunne eigene laak- en straf- 
bare neigingen bot te ' vief en ? £n eindelgk o£ orerro- 
ding alleen genoegzaam kan wezen , om van deze , se- 
dert kindsbeen met gelijke ondeugden behebte. Hoofden 
eenige werkzaamheid te vorderen of zelfis ook aansporiag 
tot werkzaamheid en nuttigen arbeid bij hunne ondorge- 
schikten ? 

Na eenige van hunne karakteristieke ondeugden opge- 
somd te hebben , geloof ik dat het voor elk een ak nu 
wel gemakkelük zal wc»en, om de ware reden na ie gaan, 
waaraan de weinige toeneming der bevolking moet wor- 
den toegeschreven. Immers is het klaar , dat eene bevol- 
king , die eene vagebonderende leefwijze leidt , ook in hei 
gev^l dat het aangaan van huwelijk^ geene andere belet- 



13MJ 

fielen ondervond , altijd meer afkeerig lal weiea om huwe- 
lijken aan te gaan en daardoor kinderen roort ie brengen , 
die haar tot groot bezwaar, zoo Toor onderhoad ala ge- 
durig mede-vervoer, moeten verstrekken ? Voorti deaehier 
volstrekte onmogelifkheid voor elk der mindere en alsoo 
der wezenl^ke bevolking, om de vereisdité gelden tol 
den aankoop van eene vronwte voldoen. Wijdert de ge- 
volgen van het onmatig gebruik van amfioen » waardeer 
der mannen geheel phjaiek ligchaomagestel ontaennWd 
wórdt, en waardoor ook de gehuwde mannen. geheeUyk. 
buiten itaat zijn kinderen te gewinnen ; en. eindelijk neg , 
en ook voornamelijk , het noodwendig gevolg d«r te vol- 
doene boeten , of van het pahdeling worden der beswan- 
gerden buiten echt, namelijk kindermoord en afdr^ving 
der vrucht. Deze, deze alleen, en geene andere sgn do 
wea&enlijke reden dier weinige toeneming, of nog liever, 
van dien aditeruitgang der bevolking. De Heer MjLnflnxv 
cnm suis is in de daad niet ter goeder trouw gewoMtV 
wanneer hij deze oorzaken vermeent te moeten zoeken in 
de mindere vruchtbaarheid der vrouwen, zoo mede inbaar 
harder werken , waartoe zij hier meer, dan elders , zouden 
verpligt zijn. 

' De vruchtbaarheid der vrouwen op Sumatra is zeer ze- 
ker niet minder dan op Java'^ of ergens elders; en ge-r 
lijk 'smanis stelling ook uit een. zedekundig oogpunt 
beschouwd , als onbestaanbaar zal worden bevonden , zoo 
wederrspreekt ze de ondervinding op Anna f ra. zelve. In 
de geheéle' onder-afdeeling ilfoco Jlfoc<^ , alwaar de vroer 
ger vermelde ondeugden niet', ^en meerdere arbeidcaaiQ- 
keid en geregelder woonwijze bestaan , is het eene waar<^ 
heid , dat de doeseoens voor meer dan twee derde ge- 
deelten uit kinderen bestaan, en is het daar zeker geena 
Ie. J. 2e. s. U. 



zMMWÊÉimé ma kukff^dMuem mei iwtr , vö^» ju neer 
kinderen «a» ie treffeiL. Of j&eiiden 4e vreowea In ie» 
«ndeMiMeelliig ikase eerst eefte uHsoiUlerag op den t]f[e- 
« ee ae a re|[d ran •«mielitbaaiiiekl naken?? 

Het' Toei^^eirea Tan het zware irerkeii te waarli^ kelif* 
eliel$k ; vant eeretent liestaat haar verken la hei iplaateA 
fkef paü» y iMet hertiden van het «ten Teer hare haiife- 
aiaaea , tet opfiasaeii harer kinderen en a»4er haaé- ei 
hnfsei^ werk , er^ If^l^ orend eMeri onetml^ meer 
plimte Tindt; en anderéeels, omdat ik niet geleef, liafc 
vrn/én werk» waartoe nij nog in lange élet gerenierd n$n, 
der inronwen nadeeUg in het gewinnen van kbdieren kaa 
wesen : althana de behoeftige ttand tn Európm it oreral 
h8 Toorkenr met een^j^ooi getal ran kinderen , horen de 
r^ke pieéadoeners'gesegend. Hen swaar integendeel moeiea 
de vronven of J^va niet werken in rergel^king mei de 
Mumsirmseke 1 Baar lieaiaat indedaad onder de b«ide ge- 
slachten werknaamheid , maar op Sumaira Folslreki niet. 
Het ware indedaad te wmnehen dat de mannen en vron* 
wan hier wat meer werkzaam waren , dan eek roor- 
sdier zonde de enderrinding volledig hewijzen, dai da be- 
volking op Sumatra in dezelfde verhouding toenam » ah 
de ai^ieidaaamheid ,veld won , en de ondeugden aren zoo 
aemr inermtnderden , ak de welvaart meer algemteenwerd. 

Dat eene gdieele verhetering van volkskarakter onder 
de vrome wenschen behooren , en aan een gehikkig ^M§m 
in dü Herenles^werk gewanhoopt «on bAoeven te war- 
dmi 9 wijl dü vei|ehiet als het ware nog in het dniatar 
ligt , en de moe^el^ednti veelvald% «yn ; dit sonde evea 
onredelfk z^a , als het dï>or de ondervinding en de ge- 
seUedmus der Volkeren gelogenstraft wordt. 
Deae reaetie ten geedè is niet alleen megelfk , maar zij 



[961] 

'vltt4t««krtfib mééiMÊA ta werktlSk plaaii» tm mtl g«wa- 
M^k kM kuiger lo^ awer ao«ilirMi4ig plaats grUfttt aft 
is deadfie TerhaniUag taeneman , ak de Hao£Aen aaaa 
loffeiyke mtsondariiif laUen BMÜieii op den regel Tan al- 
gemeeae Tolkakederrenkeid ; en de revderfelgke gebrwken 
en geweenien » die Toer ab neg k) ken beslaan , kwgsa- 
merhand buiten werking gesleld ef gew^sigd , en daarveer 
anderen in de plaaia sullen worden getleld » wieer op de 
grenddagen van rede «a lickt cq^elrokken en veer bwi 
wezenlij weli^ geaeUki en berekend. 

Tel een meer afdoend bew^s van de aanyankel^ka en 
ToerwiMr niei onbedoidende Telksrerbeftering en gevolg#» 
Igke toeneming Tan arbeidsaanikeid , dan alle . redeaerin* 
gen f stellingen of gevolgtrekkingen , Mag de onder-afidee^ 
ling Jfeca Jlfeee genittd^ als een voorbeeld worden 
aangebaald. 

In deze onder-afdeelii^ , bei noordelfkste distrtkt of 
regentschap der afdeeling Benkêeiem , keersokt reeds eene 
in het oog vallende en opmerkenswaardige nüzondering op 
hei zwart en ongonstig tafereel over de Smmstranên , in 
hei algemeen , opgehangen. Dewigl de bewoners van dit re- 
gentsehap tot een en hetzelfde volk ak die van de gekeele 
afdeeling BenhaeJen behooren ; altijd dez^£ie gebnuken 
en gewoonten kebben gehad , en ook immer onder denzelf- 
den vorm van beirtanr hebben geleefd » zoo kan het niet 
missen of men moét voor deze , thans opgemerkt wordende f 
ft£wgking ten goede- van het meer algemeen volkskarakter , 
eene invloed oefenende oorzaak veronderstellen; terwgl 
tevens , naar mate dat deze uitwerkselen sedert eene meer 
of Bunder late dagteekening opgemerkt worden , ook vei- 
lig daaruit mag en kan worden i^eleid » dat die oorsaak 
ook van vroeger of kiter dagteekening is. 

24*. 



De oorsakeoy welke dese aaavanlcelijke verbetering ia 
kei Tolkekarakier hebben doen geboren worden , «n den grond 
als ket ware gelegd hebben tot een' geheel gansiigenonnie- 
keer met der tijd » maar welke dei niettemin alleen bg vol- 
itandige volharding in , en wfjciging en uitbreiding vmn de 
middelen » welke dmértoe dienatig sijn , met zekerheid sal 
worden verkregen , — * deze oorzaken zal ik thans, hoeiweldaa. 
ook korteliik, aanvoeren , en daardoor even zoo zeer voldoen, 
aan eene aangename behoefte» om den verdienstelgke regt- 
matigen lof toe te brengen »• als daaruit de gegronde venrack- 
ting iiantoonen , dat van deze zelfde oorzaken , ook elders , 
dezelfde gevolgen zullen mogen worden t« gemoet gezien. 

Vóór den tegenwoordigen T^ednko ' van Jlfoeo Jlf oco , 
had dldaar het gezag zeker Hoofd, die zidi door zijne on- 
deugden , afpersingen en willekeur onderscheidde. Het na- 
tuurlijk gevolg van zijne handelingen waren dan ook volks- 
verloopen , waardoor een groot getal der bevolking ziek 
naar de balie hoekiet , oortii(;ïe-landen en hei R^k van 
den SüR«n van Jamhie met der woon ^ing vestigen. De 
twee eerstgenoemde landen cijnsbaar aan den Vorst van 
JdmKe zijnde , kon niemand dezer menseken gedwongen 
wórden , «m zich weder onder het gezag van dien dwin- 
geland, te komen «tellen. £en ander groot gedeelte der be- 
volking verspreidde zich meer binnen 'slands in de onder* 
afdeeling, om , ware dit hierdoor mogelgk , meer ]>eveii%d 
te zijn tegen zijne willekeurige beschikking over leven, 
personen en goederen. Dosre sLuxid van laken bleef voorf- 
dillen, Koo lang hij iji faet leven bleef: eindelijk echter 
bad «ök hij xijne rd uitgespeeld, en iiioeBt hel looneel 
voor Eijnen opvolj^er verlaten. Dojse, de teaeuwoordi^e 
3Wi«rtA*o, een man van iniddelbttre jardn, was in vele op- 
^igleu het tegeulieeld van zijnen voorjjanjfer. Zelf onder 



[3631 

hem geleden y en de gerolgen Tan e^n sleeht en willekeurig 
besiunr door de onderrinding geleerd hebbende , en » het^ 
geen wer het. voornaamste gold, van een' goeden inborti» 
besehaafd en met gesond verstand en een goed doorzig^ 
begaafd sijnde 9 was het even natnnrlijk dat hij het voet- 
spoor van ignen voorganger niet volgde» als hij leven* 
inzag , dat een zoodanig bestuur g^eel tegenstr^dig met 
«ïïae belangen was. 

DH Inlandsoh Hoofd is bgna de^eenige, iinnieni voor 
als nog 9 welken ik heb ontmoet , die zich loffeljk boven 
xfne medehoofden verheft en zich van hen onderscheidt* 
Hij mag in de daad gezegd worden een fatsoenlijk Inlan- 
cler te z^a , en is welligt , ten gevolge daarvan 9 wars van 
de tallooze en groote gebreken, welke zijnen landgenooten 
zoo uitsluitend en algemeen aankleven : hij is werkzaam » 
l^aat zijnen minderen Hoofden en ondergeschikten met zijn 
▼oorbeeld voor , weet z$n gezag te handhaven [eene zeld*> 
xaamheid onder de seldzaanheden] » en boezemt dow zijne 
moreele mem'derheid , zgaen ondergeschikten eerbied in ; 
waardoor zigne bevelen dan ook^, * zoo al niet met bist en 
Tolle overtuiging , evenwel toch zonder tegenkanting, ge^ 
hoorzaamd en ten uitvoer worden gebragt. 

Als dadeiyk medewerkende, zoo al niet eerste oorzaak- 
van deze gewenschte en gunstige veranderingen in de 
g^ardheid aldaar , behoort voerzeker het goede en- dod"- 
maüge bestuur van den gezaghebber , die^ b j eene 'gron- 
dige kennis van de zeden en gebruiken der bevolking, 
waaronder hij geheel geiseleerd is , tevens den besten wil 
en 9ver paart, om het * wezenlijk geluk der bevolking 
itot stand te twengen^ en te vermeerderen ^ en die door 
eene lofwaardige en volhardende, pligtsbetrachtingaklands*- 
dknaar, hun h(q|t verkeerde ia hunne gebruiken ea ge« 



[3641 

woonten op e«ne paMende en hun welgevallige wjse 
aaatooiieiide , dezelren langzamerhand en iran lieya^lede 
w'izlgi, hen daarvan terugbrengt en ep hun wau* bdLaog, 
arbeidsaamheid en nijverheid, opmerkaam maakt» daar- 
toe aanspoort en ook gereedelgk brengt , hun steeda mei 
goeden raad en hulp bereidwillig ten dienste st^at, en 
dien ten gevolge ook aeer geacht en bemind is. 

Slechts ongeveer drie jaren in deze onder - afdeeling 
werkzaam , dagteekent ook de in het oog vallende verbe- 
tering aldaar eerst sedert dezen tgd. Thans reeds im hel 
eene zeldzaamheid, wanneer er een limhamg gegeven 
wordt, meer zeldzaam nog, wanneer dezelve met volkomen 
naar b^hooren en rustig afloopt. Hanen-vechteröen vinden 
er schier geen plaats : van dieCitallen of roovergen verneemt 
men niets : het amfioen schuiven , hoezeer dan ook de han- 
del in dit heulsap met de bovenlanders aldaar beduidend 
gedreven wordt , is lokaal schier gdieel onbekend : moord 
of vergiftiging z|jn er thans mede onbekende zaken : de 
bevolking woont reeds in geconcentreerde c^eeetoeite, (dor- 
p%xk) terwgl het overige gedeelte mede onledig h zich in 
geregeld^ doêêêoenê te vestigen , hetgeen na den afloop 
Tan dezen rijst-oogst bereids zal zijn bewerkstdligd. Ge- 
regelde aanplantingen van koffij en p^er gesehinden na 
alleen nog ten gevolge van overreding , later zevr zeknr, 
waniieer de voordeeion daarvan zullen kunnen worden ge- 
noten, door hun {eigen belang daartoe aangeset. De ver^ 
strooide en verloopene bevolking natfr Bmli i^kiei en 
Cortn^'te landen komen zich dagelüks wedtt- te Mêeo 
Moco met der woon vestigen, omdat zi} veer vroegere 
mishandelingen en onderdrukkingen niet -meert» vreetei 
hebbon, en tevens bet geüot wensehen te imbten van 
liet ioge9woor4% aaeht , regtviaardig en goed iMtitmr. De 



}^9%mllufen V0or dé ^mffmr ea umanda »§■ en worden 
▼«nunderd ; in andere belalingen wegens boeten s^n en 
worden beduidende wöaigingen gebrngl* Crimineele en 
oayituk aiedsden worden niei meer door alkoepingen ver- 
eflfend of geboet, maar ter aftloeninf door den Pan* 
^0 range - Raad naar de hoofdplaats verwezen* 

Al dese daadsaken zgn de gelukkige gerolgen Tan een 
slechts driejarig mei klem ▼ e lg e k e uden doelmatig bestuur 
in liet wezenijk belang der beyolking. Vreemden mogen de- 
zelre dau al wraken of veroordeelen ; minknndigen daaraan 
ban zegel van goedkeuring niei hechten, of met eigene 
sjstemataingenenen en deer ^ele rrees berangen» de- 
Kelve verwerpen, als ondoelmatig ^i gevaarlijk, — de uit- 
komsten , die reeds spreken , logenstraffen alle hunne re- 
deneringen. 

. Ik beken volgaarne en gereedel^k,. dat deze resultaten 
zeer zeker niet verkregen zjn geworden zonder onafge- 
brokens werkzaamheid , volhardenden ijver en goeden wil , 
Hepaard met overleg en oordeel ; maar waar ter wereld 
. Ijioefjt. m»n immer iets van eeni^ belang of ^Dwigt ten uit- 
voer kuMian brengei», sonfler moeite, ofoieringen en selfli 
dadelgke kosten? Niet minder waar is hei wieders, dal 
dt 'desa bemoeiingen en kuovatien geene de minste reactie 
ten kwade hebben opgeleverd » e» dat het w|jzigien hunner 
gebruiken en gewoonten geen enkelgi6vre#sdeidieil,hoege« 
ring ook , ja adfii geen' zweem daarvan heeft opgeleverd. 
Neen -^ zoo lang 4ezé gewigtige taak aan gseschikte handen 
snl worden aanvertrotwd ^ noo lang daarin met eorde^ 
en doefana^ aal werden te werk gegaan , zoo lang ook 
xnft dei» vrees hersensehimmig wezen ; ierwyl de taak 
neève aakmrlyk hoe langer zoo meer gemakkelvk moei 
werden, doordien de meer heilzame en voordeelige uü- 



[366} 

werktden daarran voor een ieder zullen bloot liggaa, 
en door een ieder , zullen ondervonden worden ; en éeme 
onderTinding ' zelre het werk moet TorUgten on zekttHwiii 
aan bet opgerlgle gebouw geven. De eerste beginselen zfa 
in alle» en altijd moeijel^k. 

B • • • n» 



COMMERCIËLE HERINNERINGEN. 

Bioei en Welvaart des Hollandseien Handelm 
in de Indien. 

De. geurige Kaneel uit Trapobainsclie bosschen , 
De Toedende Miukait, in dikgeswollen trossen, ' 
Aan Banda's grond ontvoerd» ontvangt se en schenkt m aand* aa>d% 
Eon schat, door bloed en zweet ia 't gloeijend Oost r^galrdl 
^ HaucBAs. HoUandtche Natie* 

■ Onder de natiën van het mevmere Europa , ondeFsehoid^ 
den ziieh de bewoners der rereenigde gewesten reeds vro^ 
door dérzelver zucht tot handel » en 4ennls van seesakeA. 
Een edele vr ijheidsgeest , het erfdeel der Batavieren , ge- 
grondvest op ijver y orde en goede trouw y bevorderde deze 
neiging, en leide den hoeksteen hunner ontwikkeMng tel 

een 'verstandig , kundig en ondernemend volk 

Opgewekt en aangemoedigd door de voordeelBn ^e^de 
Portugeezen uit hunnen Indischen handel pluktes, was hei 
hun niet genoeg hunne scheepraart . dienstbaar te nsk^i 
aan het verspreiden dier voortbrengselen door gohedL £«« 
rop«,' maar trachtten zij van eene andere z^e, a]»dieom 
de Kaap de goede Hoop y [ifelke vaart ioen nog ak 
het uitsluitend regt der Portugeezen beschoifwd werd} » sidi 



1367J 

•en* weg naar de Indien ie banen , en den handel met China 
en Japun te openen , door benoorden Evro/ia om te zeilen. 
Tot dat einde werd een smaldeel van vier schepen uitge- 
roat, dat onder het bevel van Willxm fijkaasTz in Jung 
1594 de reede van Texei verliet en noordwaarts stevende » 
doeh door tegenspoeden reeds weder in September op 
dieselfde reede temg was. Eene tweede poging slaagde niet 
gelukkiger , doch men meende in die. tijden met eenige zei 
kerheid het bestaan te weten eener groote zee , beoosten 
Tdrtarifen f welke met alle Indische wateren in verband 
sonde staan. Deze zee te bereiken was dus het doel , en 
dood Hen Edel Mogenden eene premie van 25,000 guldens 
uitloven aan hem, die den weg derwaarts vinden zon. 
Do stad Amsterdam rustte daarop ti^ee schepen uit » on- 
der het oppergezag van Hxmsxjbak en Babbitz: aller 
hoop was daarop gevestigd , en reeds waande men zich in 
het . bezit der schatten van het morgenland. Dat deze togt 
niet minder ongelukkig afliep , is ieder Hollander bekend. 
Wio kent de ovemdatering op Nova^Zembia niet , en wijdt 
bg ket herdenken aan het lijden van Bahshtz en Hxsks- 
MMMK geen' weigemeenden traan ! 

Moed en volharding kenschetsten ons voorgeslacht. Verre 
Tfttt afgeftohrikt te zijn door herhaalde teleurstellingen en 
b^ngrifke opofferingen , waren zij op andere middelen be- 
daeht , en trachtten langs den reeds bekenden weg tot hun 
doel te geraken. Zulk een ontwerp werd aangemoedigd en 
boTorderd door Coaiixis Hovtujlm , die op Lissabon va- 
jrendo , en met ■ vele Indische zeelieden bekend , zich io% 
het verzamcilen van narigten aanbood. Doch zulks be- 
kwam hem sleoht : de Portugeezen , wier achterdocht hier- 
door werd opgewekt , hieUea hem gevangen » en het was 
wM, dan nadat hg Amsterdam het bekend maken z$ner 



[368 J 

gelielmeii roortlekle 9 dat desa sUd door hol belalea vm 
eeit aanaioiiiyk loig^eld , hom sijiio Tr^heid torng boiorgdo. 
Do medédèolingen door Hovtmii godoi^M roodo» k|* 
val; do beriglon nopoas don togt goloof , oa — aiodaarretdt 
dadelifk bg do UoUaBdteho koopllodon hoi plaa der ondar* 
nraiiiig gerood. Do jarMi 1596 tot IMl s^a rgk in xolko 
xondingott , dlo Toor hot groot«to gedoolto , soo nieialleo» 
mot don botton uitslag wordon bokroond f. on sdiaitcB in 
hot land dedon stroomen. Hoothiv verliet Teséi ia 15W 
met vier sehopon , on keerde reeds in Aaguataa van het 
volgende jaar met oeno rijke lading tomg. In dien !«•«« 
schentfd werd Jicos vi.i Nick mot eono vleet van aiM 
schepen ultgoaottden : ook Zêelmnd maakte toi dsi eindo 
oen vaartuig gereed , torwgl eono veroemgiog van keoplie* 
den to Rotterdam , vgf bodems voor do Molnkseho Eilan* 
den 9 door do straat van MagêUuan , bostomdea. In 16dl » 
nadat men zich reeds door kleine factoriion in de R^ken 
Bantam » Ateheen en Bandm had gevestigd^ ging men ia 
de versdiillende provineicH met het nttrutten vaa sohofon 
voort. Een gelal van veertien bodems » die Têxel in Aprü 
van dat jaar verlieten , word aangevallen door eono Spnmn 
scho vloot van dorfêg treilen. Do Spmf^meiêu vondom eon^ 
dapperen tegenstand , weken terug , emr omo schqion hor- 
reikten hunne bestemming ; doch eonigen daarvan nnv 
Atcheen seilende , rankten in oogonoegen mol den Vc^iA 
van dat Rgk : het kwam tot dadotijkhodon , en Wf hadèan 
aldaar den dood van den gron^ggeronaos handels in do !»> 
dische wateren , van den moed^m Hovnxv» t»botrenrea« 
Zoo stonden de sakon , of beter gesegd y soo gingtn 
xg voort tot 1602. De goode «itriag è^A h^ getal kloiM 
Compagniên van dag tot dag toenemen; aUeo w%è%f9té^ 
in het deelgenootschap eener vaart dio mfl» voordoolon 



1369] 

gaf; Doek dase gtooiê nied«4iiigiig bragt biar dertelrer 
val aabq : de mrkteii werdan alt ovenroard laei Iiiditdhe 
waren» sonder dat man daarroor koapara konda aaBtrefan; 
da pnftan daaldan balaagr^k ;— in HkorI» ar kad eea ban- 
dakHrtramoiing plaats » waarran kat ganteka land mat wva*» 
■laad dan «itilag Tarkaidda. Doek dit moast kat lüiddal 
tot aena batara orde Tan lakan aanbieden. Da Staten Oa-* 
naraaly en Tooral kan groota raadsman OfinitBiminTaKB» 
reeds lang indaektig dat de tot nu toe gevolgda rer- 
deelde wïj%e Tan liandalen ons Tele nadeelen berok- 
kende» on niet bestand deed aijn tegen de magt en na« 
Irer der Portogeeaen » beraamden in OTerleg met de reeds 
kastaanda Compagniên kat plan tot eene gekeele Tereeni-* 
ging. De Hollandseke Oost-Indiseke Compagnie kwam tot 
stand en genoot op den ^Osten Maart 1062 een oetrooi 
Toor den tifd Tan 21 jaren , onder deze Toorwaarde : 

» De Maatsekapp^ besit Toor den Tastgestelden tgd ket 
aitslttitend regt Tan kandel in den Indisdien Arekipel» doek 
betaalt Tan alle karé goederen » mat uitsondarlng Tan on-* 
gemunt good èn sÜTer, een regt Tan nitToer Tan 3 p€t.'^«^ 
Het kapitaal der Compagnie bedroeg mim 9i millioen; 
ket aandeel Tan dan Slaat was gel^k aan 25 dnisand gal- 
den ; de steden kierna te melden kadden een aandeel in 
den kandel , in Terkoading tot kat gefourneerde kapitaal. 
Zoo trad Am$terdam op Toor de kelft, met 26 bewindkeb'- 
beren; Middelburg Toer i, met 12; terw^l de steden 
Dêffi f MMêrdmm » Emthuétêm en Hoern » ieder in ^1 , 
met 7 bewiadkebberen deelden. Het algemeen bettuar des 
kandeb was aan eene uitroerende magt uit serentjen per- 
Bonott bestaande , en sedert algemeen onder den naam der 
Kamer Tan ZeTontienen bekend » opgedragen. 

Ziedaar nu een Kgekaam gOTOstigd , dat gedorende meer 



13T0] 

dan twee £e«weii e«tie zoo balaognike rol typ.hét foonèel 
des wereldfl-handols gespeeld hèefi ! Ziedaar eene Tereedl* 
ging van kooplieden die, koewei soms minder edel in der- 
zelver beginselen , bestemd was om rorsi^h te ' «Terwia- 
nen en natiën de wetten yoor te sckeijren ; die schaiCea 
gottds in ket land keeft doen strooknen , doek eindeliyk' on* 
der derzelrer eigen last bezweken is. I>oek laai ons roortgaaa 
derzelyer loop en kaadetingen gedurende dit zoo belai^r^ 
tijdperk te yolgen en aan te teekenen. 

De nieuwe orde van zaken genoot ket algemeen vertrea- 
wen. De gevallen kandelsgeest kerleefde > en alles werkte 
zamen tot slaging der operatien,. Reeds in Jun^ was 
eene vloot van 14 scbepen» onder den Admiraal va* 
Wauwijk gereed» en voor Bamtam^ Aicbeen en de ^e*- 
cerij-eilanden bestemd. Een tweede smaldeel van 13 zëim, 
met een voor dien tijd belangrijk getal troepen , verliet 
Holland in December. Zulke wel bemande vloten ber- 
nienwden den moed der factorijen op de versckiUende ei- 
landen, die in dien tusschentgd door de aanvallen van 
Spanjaarden en Portugeezea veel te Ijden baddea ^ebad. 
Eene poging op de Portugeescke vestiging aan de kustvaa 
Mazamhiqm mislukte; niettemin gelukte ket'deka naüe 
van Amhoina en Ttc^ore te verdreven en eene ^enpeea- 
schap met de kusten van Coromandely MiOêhar ^ C#^". 
Ion te openen. 

In 1603 stevende een klein smaldeel naar Jahattm^ en 
genoot van deszelfii Vorst een guitetig ontkaal> benevens eene 
geede kding: daarbg gevoegd de toezegging rah een' «ére* 
gelden kandel, en ket verjof om in de stad eene factor^ ep 
terigten. Dit zelfde kad ook in ket volgende jaar m<rt dea 
Sultan y^n Bantam pkats., E<aie expeditie in deMeUckes 
tegen de Portugeezen van Malmkha nitgeroat mUiikte; 



[371] 

db«ti Tond aldaar een* iiardoekkigen tegenstand en wai Ter- 
pli^t met een belangrijk verlies terug te keeren. in dttn 
iamelientïd hadden de Spanjaarden ran Maniiia Amboinm 
en aangrenzende eilanden overrompeld; doeh bij de temg- 
konMit waren twee maanden voldoende om hen te verjagen^ 
en deve bezitting«i te hernemen. Gelijktijdig met dexe 
-roorraUen werd in het Moederland een bestand met Spanje 
Inloten y op voorwaarden dat noch Spanje noch Portugal 
dan Mollandsehen handel met vrije en on^fhankelgke natitn 
ia * de Indien seudea belen;inieren ; zijnde het daarentegen 
aan Hoiiand niet geoorloofd de vestigingen dier natiën ie 
l^soeken. Doch de bevelhebbers van de onderscheiden 
smaldeelen kwamen dit bestand zeer slecht na, en ver- 
meenden dat, daar men roet eene magt van 40 schepen van 
600 It 800 ton in de Indische wateren was, znlks^ niet be- 
hoefde en dat hanne belangen daardoor werden opgeofferd : 
als zoodanig zette men den oorlog in deae zeeën voort.. 
Op dit tijdstip had men Handelsbetrekkingen aangeknoopt 
te Mocha, in Peretê , Malahmr ^ Ceijhnf Bengalen ^ 
Af^can, Pégu 9 Atcheeny JamUet Palembang f Bantam ^ 
Siamy Coehin^China^ Tfinqmin en Jap^n^ en men was in 
bei bezit der Molukkee en eenige a^der^ eilanden vroeger 
op de Portugeezen vermeesterd. 

Het laar 1612 was niet n^nder voorspoedig en beugelijk 
voor onze Indische belangen. De Portugeezen op Ceifhn 
geraakten in oorlog met den Koning van Canêy; deze 
Vorst riep onze hulp in; zij werden verslagen, en van 
dit tijd'feak dftgteekent onze vestiging op dit eilaiid» Wi^ 
idoten een verdrag met dietf Vorst , kregen verlof tot het 
bouwen van eén fort en wierden in het uitsluitend bezit 
van den «eo gewigtigen kaneelbandel gesteld. Kort daarna 
viel ook 2Vi9ior in onze handen, terwijl ia 1614 eene vloot 



[3T2J 

Yêm 6 lelieptfa oii^ar Gboige SvuBSKftSv èoow êm slf^Mi 
nui ftmgelimmm nietend», de 8p«ii|ttrdeM in de •lUW Zuié^ 
wêé rariloe^» de Molmkkoi ren Toorrmad vowxaf » «n aa 
de kost ren J«9a te hebben aangedun^ me^ eeae r|ke 
lading Imiiwaarts keerde. 

Hei diridend door de Compagnie gedmreitde een l^dirak 
▼aa tien jaren uitgdLeerd , bedraagt te zimem 204 pCi. 
waar in 1604 alleen een aandeel ran 126 pCl. had; de 
deelhebbers in de «14 aehepen van 160S genetan tel ea 
met 1614 een dividend van 265 pCt. Men reege hterh^ de 
direete en algemeene welvaart deer handel en •eheepraart 
bevorderd» en oerdeele of men sieh ook met eeaea ge e d ea 
nitidag verheugen mogt. 

Eene ambauade naar den Koning van Siam gesende» 
bereikte derselver deel, en had het oprigten eener Feetery» 
gevoegd bg aanmerkeliike handels voordeden, teil g«v4dge;. 
een klein smaldeel verkreeg van den Radja van Jfensv/t- 
painam verlof, om in de nabjheid der Itad een kuntoor 
en woonhuis voor den Faeioor opterigten* 

Aan den Megolrnn SuraUê, alwaar de Eiid^lseheo reed» 
eenige vestiging genoten, werden brieven a£|«xenden, dia. 
itt 1618 het uitvaardigen eeuer Firman ten gevolge had- 
den, welke de volgende voorwaarden hoofdiakelij k bevatte; 
de Hollanders genieten alle hnlp ea vriendschap; de rcgten, 
op hunne goederen te heffen , luUea met de reeda vastge-^ 
stilde geijjk staan. De geschenken voor het Hof bestemd 
sullen bg aankomst ondercocbt , verzegeld en daddfcfk aee- 
der verlet derwaarts geienden worden* Niemand aal sieh 
in hunne geschillen mengen , evenmin aanspraak ep de na- 
latenschap van overledenen maken mogen; de beslissing 
van een en ander berust in handen van imn eigen Hoo6i. 

Tot het aannemen van het MahomedaAOsch geloof sal 



IST31 

Im» niel nogen dwingea ; geaae ragien lollen wwriêm 
gêhifittm wml éèlevémmAèeleti welke sij voor bunne soke- 
peo belHMTea ; em ten slotte » geene onregtraardigkeid z«l 
tegen hen , onder welk voorwendsel ook , gepleegd wor- 
den 9 'rustende op hen de verpligting om wederkeerig in 
dien geest te handelen. 

Ik doe opiettelijk eenige dier artikelen hier invloeijen, 
em te doen xien op welken trap van beschaving de In^" 
dische vorsten van dien tijd stonden. Doeh hervatten wij 
den draad onser herinneringen. 

Elen aanval op de Engelsche Factor^en op de Banda-êi" 
landen en het nemen van twee Compagnie-schepen , was 
oorzaak dat die natie » hierdoor gebelgd, eene vloot naar 
dexe streken afsond. De bevelhebber ,. Sir Thoma$ Dallf 
Tond ons b$ cijne aankomst in oorlog met de Javanen; 
de KouAg van Bantam vereenigde zich met hem» en op 
den 228ten Januarij 1619 ging het kasteel van Jakatra 
bi| rerdrag over. 

Bij de overgave werd van de zijde der overwinnaars 
bepaald^dat de Hollanders zich van daar zouden ver wg de- 
ren en naar de kust van Coromandel begeven ; onder be- 
lofte dat zij vóór November tegen de Engelschen de wapens 
niet voeren zouden. De plaats zelve werd aan den Koning 
van Bantam, met voorbehoud eener Factorij en verdere 
handels-privilegieny overgegeven. 

Doch hoe kort men de vruchten dezer overwinning plukte, 
kan men opmaken , wanneer i men leest^ dat reed» in Maart 
daaraan eene HoUandsehe vloot, den Gouverneur Jiir Pis* 
Txmsz. Kozv als Kommandeur aan boerd hebbende, en van 
Jmboina komende, het anker ter reede van Jakatra 
wierp , 1200 man troepen ontscheepte , de stad overmees- 
terde en verwoestte , en van die plaats , door het regt der 



wapenen, in naam en van wegede Oostrlnditelie €o«i)»ag^iii« 
besit nani> en den Koning run Bitniam rerpÜgtte de li«j- 
landsehe opperheerschappij op het eiland Java soleauieel 
Ie erkennen. 

De handelingen van Kosv gingen verder, en strekten 
daarhenen , om de Indische belangen op een' meer gere- 
gelden en vasten voet te brengen. Ter bevordering van 
dit doel sloot hij een vredes-verdrag met dé Engelschen , 
leide de grondvesten voor de stad Batavia f en stelde deie 
stad , instede van Amboina , ten zetel van het Hooge ge- 
xag der HoUandsohe bezittingen in de Indien, onder deze 
bepaling , dat het oppergezag over alle landen , factorijen 
en andere vestigingen der Compagnie berusten zou In han- 
den van den Hoogen Indischen Raad , zamengesteld uit 
een' President en 20 Raden. 

De President was Gouverneur- en Kapitein - Generaal 
en als uitvoerende magt de eerste magistraats-persoon \ 
alle Gouverneurs en Factoren van onderscheiden Residentien 
en Factorijen waren aan dezen Raad rekenpligtig en onder- 
gesdilkt ; eene geregelde militaire magt benevens Marine- 
etablissementen waren ter beschikking van den Gouverneur 
Generaal, die in de uitoefening zijner magt een' luister 
ten toon spreidde , overeenkomstig de waardigheid en pracht 
van zijnen vorstelijken staat. 

Eener onafhankelijke Regtbank, zamengesteld uit een' Pre- 
sident en acht Doctors in de regten, als Raden door de Sta- 
ten-Generaal gemagtigd , was het regterlijke opgedragen , 
en deze sloeg tevens de gangen van den hoogen . Raad gade , 
terwijl het niet minder belangrijke commerciële gedeelte 
onder het bestuur van een' Directeur Generaal stond. 

De militaire magt bestond uit 6000 man geregelde troe- 
pen , onder een' Generaal Majoor ; bij de militie , hoofd- 



IS761 

id^k MAl69er8, w^rd de diéiti Tan «iRtier deor ét 
JAi^ère C«iipaf nies-dieiiMren Tèrrigt ; ieder Tetiigingr had 
hare .«eigeiie miliiie; d«f«rièiiediter werden door geregelde 
tr<^pea bezet. 

De seemagi der Compagnie was Toor dien tgd niet min*» 
der |)ebDgr$k ; een aantal Tan 40 sehepen was loo wei 
ten oorlog ttitgerasiy ala ter koopvaardg geaehikt; daar- 
enboTen kruisten er 10 k 12 Taartuigen» ter dekking éer. 
reecle Tan Batavia. 

De Ëngelsche Oost-Indiéche Compagnie » die in bei famt 
1600 haren eersten gunstbrief Tan Koningin Eiisabetw 
ontving » en in later eeuwen door de oTermeestering Tan 
bet rijk van M$f8ore, en de onderwerping Tan T»Po Saib, 
millioeneii zielen aan derzelTor gezag heeft dienatbaar ge-» 
maakt , stond in den t^d waanran wg spreken , in groeit 
beid en mag^ Terre beneden de Hollandsehe. Zg had Tóor 
als nog ge^n' grond in bezit ; -— een^e Tosügingen aan de 
Maleische kost, Faetorijen op Amietif Banda, Aiekeen r 
Bantam en elders» -riziedaar den trap waaróp de Taste In*-' 
dische l^ndel als toen stond. De handelingen der Vloot- 
Toogden in deze zeeën gaTon aanleiding tet wederzijdsèfaé 
klagtei^ , en Ter^orzaakten een traktaat tussehen de Sta** 
tenoGeneraal en Engeland ^ gedagteekend 7 Jial$ 1610»> 
waarbij door beide natiën , behoudens eeae u^ederkeerige; 
uunestie en onderlinge restitutie Tan sehip en goede- 
ren 9 werd orereengekoinefiy dat beider handel in delndi*^ 
sche watfrf n Trij zoude ziju 9 goToegd hg een' TTgenf 
handel der Engelschen op Palieat > tegen betaling Tan der 
helft in de kosten van het garnizoen ; dat zg TOor een 
derde deelgenoot in den Molukschen handel zouden wezen» en 
de peper-handel op Jav0 gelgkelgk Terdeeld zou worden ; en 
dat elke compagnie 10 oorlogsehepen , ter gemeensehappelgke 
ie. J. 2c. s. 25. 



^réêêiging Uifren zonéé : zlindé^ é» zorgm 4ér règ^^Êig 
Uê lMiniMf>nn'detoi dülMiide »iii«d8««9dg:%«^««flidéK«K« 
iiÉifcg|Mm«no^adnig«]i 9 die 4Mr:Iiil idaantellMi iFan «Ml* 
Raad Tan verdediging in de Indien , bestaande «il 4 Èêétm 
TWft«lkè coiii|Mi9Bi#, vertreawden rsopdaoig aan de bedogitng 
bmner tGeaiPenMiyieoieB te liebb«a Toktean , 4ftt ^t indE* 
iaal tegto'de iofvenriiMMiigeB i^an eenen %^i ti^-M Ja*- 
IM beaiiitd sonde- s$p» 

.fiillgk was het dat men daarvan alles goeds wadkU»'; 
laüi ^1*^^ idaÉhrmeik nP6der#|jdse]iè bdeedigiugen Ie hehhea 
«ttfjptwisaB ,t ^ >Mder interesi veer ee^e reeks véb jla«a 
ystiraiirllergd «e 4den. Dodk de spitst^udigMd der SlaiAi* 
Uedeh ieed Ines al -dibvrt^f seUpbrenk ; h^e }tt&i iedere 
Tekin lÉrüs oveiHrogen, koe imuwgeset Men wks fnkei 
ffhaliMtt'^aP' een sreord, ttn eisdo bet«iet voor üreeledige 
iriMeg^iag ▼atbaér ie*deea «Qn, -*-idets %aaitle ; de loltvoe- 
1^ kieef jsebter , enéo ^^dttklen* vam ^^en «gd « Mei irdc 
eM-^ «odsdiemUg ^<^ekrift< sij^^oèk pi4jkeir^iioglen , ke- 
reiklétt evekn|inr een' <koogin ottiMdom al» dé^loif elHrdoi'l^e. 
-iDü/ leeÉl ons de^f «sbUedeiAi v«n' dkl ^nk : ée jttren 
HBS Mon ^IM3 'kisluaai eoM bloed%e''kliidx94e in oftte^ lm- 
dkfefte Msloide ; de loooMleii op '^si^^M löoiien «0iwt^ 
ten éf^m^eyèn^ %Tèr tennilg^ on ^koi^-moogdafk On oii^ 
«HtMiifk ket voor do koirkidsttodOtt fén dien i^d vis, 
ofiattlk oon^'iNBvenafstaiidbMiie volt4Ml boknosktigd, én 
kilkBe jédfie ifNwdbegiasolea' ie^ ftioii nak^niea on opvolgOft* 
Doükgefioeg o^f een voorval dat iiiH bekoörtf tof de slof» 
wklko 'wi'oksi'toti'ondeni^ gekoicon' kebbon. 
• Hei Ckarler der C^aqwgnfe spoedde ién einde, èn tek 
StaokitiedBn^iiKaran trowigov^olen kot ttiol té voriiiefliren » 
en^dattMen èHk^ t*|oii handri voor ^ ReptibHék ntèor'voor- 
deel i|iMibroAgead» Oock'^do^bewlndkebfoors: toonden ount 



èié ffée99 finiflgèli tej^ir fUwlsakra ionMeo «pnrefMif §% 
hnfnmA iii if in ^n 4^ i^n Si Jsre» 4M pCk év*r 
IMT lfüt>itay ^ 98 mttioeatai goUtM ktdêen mii^ 
kmêvéf bthÊlrè é9 iiwÉiie véMoe» door èiè méak^umw^ «fi 
li4iii]M»Mi van MlêpM^ do6i* iÉüit«ihi- ea aMifinè « t«M4. 
glftfM^ soleren as» land «i xamagi » éJi cMIdfk tdoiÉ* 
«Ml* %«lita§ri3kta éMfnery ia órealafir getarsg^tb 

DeM reèiftte irbnden infangv éa ki Modbbir 1082 wmM 
ttel ^dOlroii V901' Mi Icwti Tte 2» jarèii Jimaem^dCi)- 

iü M&8 «%rd €èrp09awé^^ laW b^ 4e flwÉhulw ofi*^ 
Müefog ^n TjtftsliVy ATivwvf fhUü^mU gaM^iÉié, Uhead; 
ü«e. w«lMèl9k dwd oaiér de WHê^Lmmd én èê amMÊM^ 
was weinig iijds ta Tingen door Firfm 9* Nvuva» bMr 
AafliaSiadaar ki Jil/Nny» bmodht gawo^daé^ 

ia iet» #efd Baimtia éêkr deli ««naaardea HÉkarsM* 
•akün Vorsl > Suttaa 4»oai« , lidLeférdi Diaaa kvurtair «f 
dM-^Os^M iM^taa mei «eaa ktfai^-gkë dldgl^ réor. hH 
iMieidafe datdlti den loop rmi oeila naiad kaï^kaélda! aai^ 
^sllaÉ; d«0li stwds Urüg gsriagès wtordsade^ TMülkiakli 
f%t*I«[8« ap daa iMea Oaiokar kairkele^ a^ M Ifralbeay ad^ 
ütt grWte v^dlaaan: la hdilpéi ómMrgÉuki'émnig lè kèaraü» 
Ift' liN I^Miter ImiI ons de PoréugacMttl ifImi* haè aikêd 
Formoê» te tèfdr^^oiiy niét éaokeoéte dai infit6l mtm 
iMMtH aóo PiÊÊpHfmMfi Wfkdê beiéisl aa onteoÉuMi'irorABa* 
• Wi^tttgfè JaTm latai^ éadep '<d# PliriagdarilBa éaai'^ bM* 
lilML^ea aaaval a^ kei r^ rad Cénd^k Da Vonil saadT 



(i) In 1(^31 bragten de Öolknders üi ^ scie^ 33344S <>o!ldêft 
Indigo van Batavia, die Wóf het fnfe^t ö{J de wiaféè Vdtt ^ tóflbei 
goüds geSctiat wwdén; Vrbegèr t^as de prffs liog höogjdt', ^ftèdft 
2lï, Wefitè Attóttiede ge^hfldtt^ ^Wéll HAböfc, défeê vttftièC 
2e!^ren itioesteti bózofrgea. ^ J. A^KJttJRmÈ^lM^oli^i^ HmdMt. 

25*. 



^fêUOÈ!^ vaMT. Rmiavi» f wMie 4ea- douTer^enr -Gea^ 
réal en - iUuUn namefit tmnaeo meeit^ imtkÏÊÊrént, 
dal de Poriiigaaaeii , met. Terkra^liiig> êftr fctUia 
da «oTereenkeiailien » ea sonder eeatge weliige. redenea^ 
tet 'hart %ijimr Siaten laidden aaogetaai» wealialTe fjj 
de 4ialp der. Compa^aie iegen den. Tjaad inriapeit. 
Men ging een Terdrag aan», en send een welgewapMr- 
de' ¥loei ea landlngt • ireepea naar Ce^on» DL% \hA 
een^ oorleg van. 2(^, jaren, met afadisdend gelolc geveerd 
tètt>ga/te]ge; doch eindelijk bfeven w$ maeslery daar bei 
ons mogt. gekikken luffnapaÊnam , de laatste iterkte der 
Perti^geezen , te nemen , welk rerües haniie tetale ver^ 
dr^lng van het eiland met jneh sleepte* 

Het tweede Charter der Compagnie liep -«f » mi er w«rd 
eni>vernieawing aaaaoek gedaan. Ten einde deien wensch 
«Merder. kra^t bij te aeiten , faaidde men aan , boe aeer 
mén de pablieke bdaaigea» xoo door geldel$ken ondor- 
staady als do<Hr het ^ralve lereren van salp^r» gedoreade 
èék oèrleg bevorderd had y en men b^ dese nienwe inwil- 
liging 4e billifkheid inaagdat er.eene foelaagröke som ten 
«iaaate der repnbliek besehikbaar werd gesteld* De iier* 
nieuwinig > bad daarep <mder voorwaarden eener aoai. vas 
/. l;600»00a, in 2M4, veor 21 jaren pla^. 

De dividenten van dit Charter waren verre beneden 
het eerste ; het mentent der^ hoegste , reteer-vradliten^y in 
een jaar, bedroeg elochts met 10. schepen raim 3 mü- 
lioenen guldens , hetwelk men eerstelijk toeschrijven kaa 
aan den oorlog, waarin.de Republiek in dat tijdvak was 
gewikkeld, en ten aqderen aan de groote.kostea voor het 
onderhoud eener menigte Factorijen en vestingen , en ein- 
dei^; aan de mededinging van andere £uropeesche . natiën. 
lËtn. oorlog tusschen de Ëngelsehen en onze Republkk 



[a79i 

luid den Tre^e van WetiminMiêr in 16S4 ien . gérolge. 
Ook in dit Trede«*traet«ai wis obm Indii^M handel be* 
trokken ; Engeland kwam mei eene gespecifioeerde reelame 
Of» v«n 2,700,000 P» S. ; de Hollaodi4^he rekening,, met 
al ei minder jniatkeid opgemaakt, overtrof do eente 
mim 200 duizend P. S. ; in 't kort, Kommtssariüen ter 
rereffMung d^er laak Icwamea overeen, dat do Hollaod- 
sche Compagnie eene torn van 85,000 P. S'. loude betaleby 
benevens 3,615 P. S. ten behoeve der nageblevenen van 
do lijders van Awidaina. Hieraan la stipteljk voldaan* 

Ia È666 werd door 'den Gouverneur Generaal in Rade 

eene alnbasgade met kostbare géschmken aan den Keisev 

v«B China afgezonden ; doch de hoop ter opening oena 

handeli werd door de Jeiuited in Bekirt véH|deld. ',Dit 

hield ons eehter niet terug om de Poirtugeosen in CeMeê 

aan te vallen , en hoewel de laatsten door de inboorlingen 

werden bggestaan , behaalden w$ eene luisterrjke ovenHn^ 

atog; verpligtten-dea Kontsg van Maka$$»r eea gesant- 

sehap naar Batavia te zenden en zich te onderwerpen aan 

de voorwaardoa ilrélke men 3iem aldaar op zoude legged. De* 

zegwaren de. alttand vaki een' nitgestireldtei 'strook laad» lange 

de sedLust y gepaard met de b^lofW om de Porttigeeseii ait 

zijne Staten te verdrijven ,. oa^ nimmer eenige vettigki'il 

aaa eéne' andere Europeeaehe natiet tee te staan. Ook tot* de 

Malabaarsdie kust zet teden w^j bnse overwiMnia^^ op'de 

P-orta^^feea voort i slechts eeii j)aar voofden wij den 

oodog , en de Kommaftdeur Vah Goais was van de ge- 

heele kust en alle sterkten , door de Portugee;ten opgerigt 

en vaa den beginne af aan bezeten , mester ^ 

• fiij een verslag door Heeren Bewiudhebbereti der €om^ 

pi^nie aan Hen Edel Mogenden ,. ia dato 22 Oetober 1664 

aangeboden , wordt van de volgende bezittingen meldia^ 



[380] 

gOliiukA 9 t* w«leii : ArUoima «m <NideriH»or%k«den ^ welkt 
de 96k««k w«rtld van «peeJIrijeA Tooraktt» 
De J^#iMfii*eilAfl^eii » »ei Boete»-rniuioMi ^ foeüa. 

P0#f0e Roon , b$ T^trirag een 4e EngelicWii af0MtM9« 
3Vrii##e e« «teiige Moiukk^ê , wpér de Sjpaanedw 
tre8t%iB§en verladen waren. 

MahtmuMT^ UeiMia^\MiUwï deazmder iiübeel^vin 
kei eiland CêhUs. 

Timer met een garnleeen. 

Biimm^ Sutiiia^. Handd id ri|ai en eafiankoa!^ 

Op SunuUva, DJMmH^^ PalêMöam^f tn Imévigiêrte 
een konirakè voer al é^ p^èr vèn éê vettioMk; fde 
lMAer|ef 4^c&een>erlaien} ; MaltMt»» 4* stad Teiine« 
teriiK, Jiiiiik en (h^lon » dependenie poilett der eenie. 

Ohe feclerijen e|^ Sta» eai Ligpwi ioffiftrokkeft. 

Armemn y handel in ri^ en slaven* 

Eene faotepif' <^ Têmfuin* 

Japmtif handel In zUnrer eii koper; iè nfhreer iran 
gend iievWden. 

De hoep op een' vrifen ImuuM OMt Cèénë* 

In O^rmmndêlf P4êiiem$ de netel dee Clewremrar» ml 
een' r)|ke» handel In elobgoederen ; NêgëpmiiMP^ ém Jfowte- 
fip00nam , dep«idente poalen. 

In P9gie , Iwee poalen ep idv# epi SOHmm; de handéi 
aMiinr ép0v kealaande enluaten geatremd gemcfrém^ 

In Beng^0n, ftM<k>rijei» ap Hughl^f, CtmHmtmmrf 
th^aa en Pn#iiii> mi eenP rijke» kMidèl in faiteeneii fee- 
d^reii fn aalpeler. 

Cephn, eene der adieenseeCompagide-heiittitigen; M 
brengt hel beate kaneel en de ftjnsie oBlhnlalanden ep; 
êene becetling van 2Ma man bewaakt veraehillende pee* 



13WJ 

0^, TriiiepritH' bijj CefflBm, «en Juwdilui kfil,o«ii<Mi g#^ 

lan .eA CamtMorë^ «Ut» op d^ P0rtpg»#z0ii b#lif»ld; 6Mi 
lumtnü^/malt deA SaMorio riMik Cmficui m andere Vpmfiai» 
Toor den peperhandel. 

Df £M(<trü (0 &iral^# i«. belast; met dtojiaodel in üBii- 
éémi^n tsok G[iiss#riil* GoMiroc^it 4 d#( koofdmatel da» kaï- 
4iel8 i* P.énmg mat aan^ ' fmk i* lêpmhuni e»efB kaa^irakt 
TO0r êiOi^bftka s$d« per jaar , ii weinig TOordeeUg. 

Da fiMtori^iL ïnMf^thot au. Bm$$or0t. ingetrakkan; df 
Ipatala achlaf ofi maww keratald» 

Sew TeatigfDg aan i» Kt$^ de go0d0Jhoj^p.^m4eUi 
hHia haMfaindp riiafiian ras watar te.TOovsiaii » beantvaardl 
mikamÊit aan. bat daal; balt {aüandi Mamritini Tpr* 
ki«n^ dè^ volk. denMarta gesaadan om bai wadar. tai 
^«iattan. 

lü Jm« ec»e fiMtor^.api J<t/iAM/ d*c|riuibiLr# provuiok 
MmiêmÊm\ krart oyerTloed Tan r^at'^ oAaiu , oa aindaliika 

JBmiama, é^ booMatad ti# alle Indjacba bailtttngaai, dli 
door bare gunstige ligging ran jaar tq| jaar in baTalki^g 
«a i^EftehJt toaoa^mit . 

Of^ dBM baogto atond ift di^ t^vak bet^, gebied dar 
Hollandaebe Ooat-Indisebe Compagnie, ia; : den India^knaAr^ 
ahj^t Ga 4it ^090$ OM totr den jare 1666 ^ wa|m0ar 
hak) o4aHH>^ dar CjMnpügiiia » ba««aL niet: dan aa bflang^gfai 
dJA^maii» ». vomieMnd; word» 

Ohe Ob, Wuibüi , aktoeo aao; bei rpor deaiStaata>> waiNftB. 
ho*. aiMaol tw» JlfoiM|pa/a# niiefc toeg/sdaan» D« Riuidfanaiiarr 
njirii.» l^o#we) ket.beaM^def SMuMi^f^ no^^digvoo dMt vo« 
Sifktav^in^ mMitig o^rdeeloado» wjM vha gofo^a<. doibfiif 
4^ doR Caüyagnia» saiMilïk mk «tabtU a a n awiten. 



(3a2) 

te-BtpUeii en handelsbeirekkiitgeit te openeki > rninuiehootg 
bereikt was, doch dat 4^ groote magt> welke ddaruit voortge>- 
yloeid wai , rerre vaa der natie Toordeel aanbrengend 
befMshouwd moest worden. • Niettegenstaande deze opposilï» 
vond het aansoek gehoor , en eeno vernieawing to^ht den^ 
tijd van 21 jaren plaats. 

Dé resultaten van het algeloopen. charter wjuren voor 
de deelhebbers gunstiger geweest dan die van het laatsi 
voorgaande; want niettegenstaanide de stremming , iie de 
handel in de beide oorlogen tégen Engeland ondergwui 
had 9 gevoegd bij de langdurige onlusten op Formasa en 
Makaêsar , en de vergrooting der «iviele lijst , bedroeg, 
het divideni gedurende de 21 jaren 42^i pCt. over bet 
kapitaal^ waarin wij het jaar 1647 voor een aandeel tmt 
47§ p€t. vindéa aangegeven. De actiën vroeger ep 39» 
p€t. rezen dan nu ook tot 450-470 pCt. , soodat^eNe* 
derlandsche Mercurius van dien tijd meldde, »dat €Um1 d* 
Meere den stand der Oost-Indisehe Maatsohappg vanjaar 
tot jaar zoodanig gezegend had, dat zelfs gekreonde heofV 
den lust betoanden om dergel$ke genootschsq»pen im teaoa 
B^ken op te rigtêri/^ 

Een inval en bezitneming van jS^. Heiena gdmkie 1» 
1^72^ Weinig tijds daarna werd het eiland eshter door de 
Ëngelschen hernomen. 

Bg hefc einde deier eeuw zien if i^ ook i^-^nitrjiUt alir 
mededinger ki den Indischen hiindel oph^eden , en vindé» 
wij in 1693 een' aanval op deszelfs be^ttingfén ia P^mü 
Chepy aangetekend , die iii allen opzigte gelukte. IfiOO 
imin g^regeide troepen, gerugsteund deor 2mo seeUeden, 
voerden een' zoo he^rigen en i»nellen aatfral uü , d«l dft 
}ihiai$ tot overgave bij kapitulatie , ender )roorbedin|; tau 
inet> krifgsmaos eer te kunnea uktrekken , g^droligen werd» 



[388] 

D0ze f^meêd^ kwam Ibij ddit rrede iraa Rtfêw^k weder iit 
Franfche handen. 

Hei derde Ckarter der Compagnie was bg desselfs ex* 
spiratie Terlengd geworden met 13 jaren; doch weinige ja-» 
ren ie reren irad men reeds mei de Staten-Generaal over 
de hernieuwing in onderhandeling , mei dai gevolg, dat- 
hei Tierde voor den tgd ran 40 jaren» te rekenen van* 
1701 tot en mei 1740, tot stand kwam. De statistieke op- 
gaven van hei jottgsi verleopen tijdvak loepen over TKl 
j«reii y en daamit blijkt , dat de uitgekeerde dividehten ; 
over hei originele kapitaal, de som van 636} pCt. hebbeot 
bedra^n. 

De achUieiide eetiw kwatat onder eene andere gedaante 
te Voorschijn. De Poriogeezen^ , onze oude mededingers in 
den Indkchen Arehipel, Waren grootendeels van het tooneel 
dea handels afgetreden. De gulden tijd van AtBVQuxBQ^c 
W9B Tocnrbij , en zijne overwinningen meestal in andere han- 
den overgegaan ; doch Eutt>pa*ê toenmalige toestand moe« 
digde andere natiën aan ^ em hare aandacht op dezen 
l^mdei meer dan in vroeger jaren te Vestigen. De pogin* 
gem deor Frunkrijh tot hei doen herleven van hei krediet 
B^ner Oost-Indische Mtotëohap(^$ aangewend, én ai^dére 
fedeneo gftved tttnleiding dat Rewindhebberen reeds vroege 
doch vmehteloee^ op ver^euwing o£ wel verlenging vanf 
hu» eètrooi aMdretigeft» 

D» SttfiêA Oénerftal , hoewel hun aanioek Verwèr^encle ; 
ondersteunden echter hunne privilegiën door het uitvaardi<^ 
gen vah een plakkiuitf waftrb^ aan alle onderdanen van ded 
StMiEt> vwbiodèn ' werd em eèalgèn handel te drijven op die 
^^ of ia die. «^iikeleu , welke tót het gebied der Gêrii-^ 
pagMe . bidioorikm , of betrokken 'te zijn in eenige der 
nieuwe ondernemingen welke daarheen zouden kunnen leif 



Groot " Briitannie f in warme oppositie w«reiè. |^|^ 
4ft reftigiai; fUr Keltedök#i GoaipigM i* O940mds. Tot 
luoaea wartn. d». vBUm^mM^ M9§ tttad» sMè kMgt 
fn$fin rm 4e buul foiet'» fft^jk mi» k«» ^ fithw i 
UMI eoM iittkMriiig op h#t bqntiialtw 033 pCil^ i«2l;j«r 
Utk f haige^a in dmiloorvlag mm 99 pGl. pur; jaar Wltopk 
Op dm Slftao PatmbM* 1731 JvmL d» onlddKUH^ te 
gmwelS^e. aamanzir^riiig Tim Vwicb^ £ii9iu«NeM»: plMlft^ 
wfüh^nWi aa«r mm «egli» «m t$n Uotiki^ywntSuMMm 

1734 wai rijk in reioer-rrabhtea ; 22 aangdkoiMBi atlM*^ 
f$u bragtan n» aUwid^ «eaa «furg% t« Mi.t»ii Si vil^ 
lioan pMid#a ipeo«rïaa (dA pefn^r i«9ido(ta); Süvlt^ 
IUmui ponden suiker ; Ik BoUiotii peAdia falpattTj bfaa 
91 miUlaen panden^ kot^ , en ¥fle. MMler# koaftvm tc«!« 
piicke Toaribrengiieleii » waMr^dev pa«rle«> rtiv* en §ir 
ali|>6n diamanten en edel geiiteaAtaii«. Qek: negen wfiiiü 
niofc onopgenerkli roeirtaS g»A>i f els nignde ^t ket jfer 
vaarin de we t ftiMw eyjjpg/ d^ GhiiMNEen » . kia aanml np 
Mntawith «n bei deiHCop velfl^»dihJieedhad:iaToergenlkm^ 
Oa vreea dai deise^ ev^nemeoten oer^nefc Ui- angenaefp 
mei den Keiver vm CAina. «oiideii koAMii gev<eikv. deei 
im Opper-^Xaiidvo^gd ke4iuteft een' Geseiii.^brwMrts Ie 
xenden» welke van dien Vorst de ymkimmg. oiOmÊit^ 
dat h$ xich weioig bekommerde «r^v bet lol veft.on«aar- 
djg« onderdanen.» welke sle^s, 0Q«m b<^end«,hu>iMid 
vtrleten en. de grereo bfiiuier Tndereit ¥senil«otei baddm^ 
. -1748. Na, dei bei Cberter des Cewpeyiie iiajbk.^ enpi* 
raUe^ toi de^a i\ii, vw Jear tojt.jaari.wM^êepeolanjayi 
g^or4#A, ontriAg xQi ala, m «Me. %$fU§i^ng' imm 
privilegiën tot 1775. 



1386] 

Bm kMic^ êÊt Cmpagwo wa 1760" UA VU% wiA op 

«MO hoogte die opmerking vordtosè, 09 io daarop ba* 
liaalé* wi«iÉ w»anUg la wordoii aaiifalÉekoBi ; VMi, 
iMyil#gcuMtauuido ia liet laaiti gomcUe jaar aaae koaibara 
ea?p#dütta iageit éé Bfiteafao be«H4iBgi«|i ia Bên^hn «da* 
iaikt waa, had aa» gaial vao 21 tot 26 ir 38 achapoA 'a jaar» 
Igka, bi] eene iiikoépf»laAiiig TMi 7 tot 9 nüUoaii goldaaa, 
#«na sidTar« v«*koop-rekaaiiig iran 16 tot ld millioeoen 
H^faorpa». Dèdioolfi Mar dndigt da graotbaai der Maa^ 
«4Mipp9^9 Mar rangi 9^ aan ondar bara aigana lattaa ta 
liaxw^aa. Ëaft Toordaat^^ vrada mté daa Koalag Taa 
€^4Ên0l^ ap Cej^ion wat dio balata attuf^rakking barar 
a^DBiMtl Kaiaavlgke nifigt, on boaw^ üenéixw Cbariar 
IFOMT bet kotit Ia 1771? voor dmk tijd ran 80 jarao werd 
hanüenwd , «00 sagen da 84ataii»€Uii6raal téÊÊmtt in aan* 
marking at mande de geringe 4iTideiiien die eg in iwergel^'' 
kittg fai^ TPoegar » In de laalata Jaren aleebta bad kaaaan 
itMtaeratt> baren Kaderenden Tal, en ▼erlaandan baar ten 
alaita het eetraoi tegen eeno premie Tan 2 nlllioenea» en 
emie jaarMfkaoM bellang Tan 30O>88(^ gnlden». 

Zao gidg bI| ireert , de aitga^en ateeda niét nett de i»- 
kanaten kttflnendé bestreden , loi dat de ooiiog tnaaeben 
Ekgelmnê en HafHnd nHbanitte, en de Kmap <le C^eedb 
ftéop9 CïÊ^hWf Amèoinu, 3mnda en andere plaatien in I7M 
•n Ifü gena fn warden : walke opeenitapaMngTan r ampen 
haren bandai en d a rmy n de en deed ophondan, de geregMa 
nükeering 4i0r di<rido«t«n atvemde, en baar tot het ganaeba- 
lÊj/k atnken barar 'betalingen noedaaakte; waari» er een b»* 
atunr />nderden naam vnn Aiiatia^Mn Raad tot ttand kiraaay 
die deii .^lotia^hondars eeiie scbaderergoeding gaf, verre be- 
neden hetgeen zij met regt hadden mogen verwachten. — 
Zoo eindigde de Hollandsche Oost*IndiBohe-Compagnie ! 





[3861 

Bij den ond<H-gatig der Compagsie muderea wq eeA nieuw 
igdvak , rgk in , elkander soel opvolgende » gewigtige ge- 
beurtenissen f meest allen nog rerseh in hei geheugen soé üei 
Tan ons 9 dan toch Tan onxe ouders; doch geen onderd^ 
uitmakende ran hetgeen wS ons Toorgesteld hadden tehe- 
handelen » en ook van te veel historieal hdang om slechts 
met enkele regels te worden aangestipi. 

Wij hebben in deze onse herinneringen een groot en 
gewigtig t^dperk des Hollandschen handels doorgeloopen ; 
wij hebben de Oost-Indische Compagnie in derielrer op- 
komst» bloei en ondergang nagegaan; wg xien een gering 
getal kooplieden y door handelsgeest aangespoord > dengroAd 
leggen tot eene Maatschappij die zich in magt en luister 
verre boven die van andere natiën verhief» en eenmsal 
de; gebiedster des Indischen Archipels kon genoemd wor^ 
den; wij zien deze Maatschappg » trots het gevoelen van 
iberoemde staats- en bewindslieden » zich zelve gedurende 
twee eeuwen staande houden » hare dividenten oiF^r hot stelsd 
van vrijen handel triompheren,-en er Uilven ons, bji het 
beschouwen van haren ondergang» gewigtige punten ter ' over- 
wègibg ovef » welke van de beide stelseU der naUe bei 
meeste » zoo moreel als finantieel » voordeel zoude hebben 
aangebragi. Mogten deze herinneringen bij velen onier 
lezers» sints lang gekende» doch daarom niet minder be- 
iangngke voorvallen in het geheugen terug roepen» bg aaderai 
'slèchts flaauw en naauwelgks gekende zaken ophelderen »- 
in H kort» beiden een aangenaam uurQebiBzorgen»daniu2- 
leü wij ons dubbeld beloond achten voorden tgd» dienwï 
aan het biyeenbrengen daarvan besteed hebben. 

VAN NoOBU BÓBSKT» 



13871 

iUDBAGB (*) TOTff Dfi OBflCHIBlieillS MER LUFffTIUF-^ 
>FELIJKt: lUDGTSrLEGING IN NEDERLANDSCH INDIE. 



Moord uit hebzucht. 

Qttid non moHtlift pcctora cogb 
Auri sacra fames 

Ho&ATIUS. 

In eene der rgkftle en ineett bewoonde deaa^i der Re- 
Bldettile C •• lee£den , bÜI en genoegelijk mei el- 
kander , de Jara^n Sap» en zgne jonge vrouw Sabiipav , 
ea waren, door jg ver en vl^t» en — dank ly der weldadige 
auibreiding der cqUore — voor Inlanders Tan hunnen stand^ 
vrij wel bemiddeld. Twee jaren geleden waren lij gehuwd » 
ea ;het huwelgk had hen mei één kind gezegend » waarvan 
de. Terzorging- de aangenaamste bezigheid was voor hnnn^ 
moeder. Tas^sisjta , eene oude weduwe, van 6Q jaren » die 
^«k een 4^1 yaa hun huisgexin aiimaakte. en die , . voor 
Koo ver hfure hooge jaren dit toeüeien , deor, de opbrengst 
▼an haar weefgelauw het hare tot. gemeenschappelyk^onder- 
boud bjgbragt. 

Het is bekend, dat Inlanders, wanneer de fortuin heif. 
segent» veelel.de gewoonte hebben» om het. geld, dat zg 
niet tot hua da^eligkBeh onderhoud, beaoodigd hebben, tot 
dea aaakoop.Vaai vef schiUeiide goadea , en zilveren sieraden 
te -bea^a; zoo zagen zich dan ook Sabtipaï. en.haai: 
man* weldra! in het bezit van gouden jE»enrfiii^e en êoem- 



C*) Door de to^ezegde medewerking van een'harerAbonnenten, 
hoopt de Redactie zich in staat te zullen gesteld zien, om van 
tgd tot. tijd gelijksoonige Bijdragen te leveren. De Redactie. 




[sn] 

Uitgê f»nii|llitwi «n «orMIn) , rm têif )Bili«rta ««'rtV 
doos tft Ttnr Mdim frusjj^lMdai. Kioi Intg eoMerav^lMi 
«y cieh in hei besit daanran rerhevgen ; want , op aeeke- 
rea nacht » toen Sknm naar de hoofdplaata ran sfn dJstrikt 
was gegaan , om de reniehuldigde landrenten te betalen , 
braken op het onrerwaehts rersoheidene roevers de pagg^r 
van hna httid open' en ontmctüen han , ten aanschouwe van 
de twee ontstelde vrouwen » al hunne kostbaarheden » ion- 
der dat het den to^esehoten buren gelukte , om den roevers 
htm itdidadlg bedrQf te belelléfl. 

Sipn » den Vit>Igfinaënttiok*gelit«Hlggekeerd x^iidev éf/éé y 
tp het otitvftttgreil fÈ^tk dif éfoéÜght/rig%, dwlel^ 9MÊffit^ 
tM het iroofge^nllette aan tljvMt kbémé^éi^%afm^a^è^^ 
cm de<e weder ^tt den i^^<t«9 <>f ffiilrMittii-liMlIi » dlü 
Ifeene middeleti onbeproefii 1M> om def^>«1^«tto8lFt»^ï 
goed te ofttdekken. De beide Yl'ottwoii en iH>k de litett y 
die gtettitgén ttin deA roof waren geweest > if iÉ>* JeE MdM^ 
ketii% onder v)*aagd , doèh |;ee<i Mttimer Ml #si/ d«i' He*- 
vers herkend , eA-^welke middelen de p^ll«ie éer ieioéüe 
IReddentSe, iftet liafé gewone loMIHte i«4^ilii#^ eek te 
bet werihi s(dfle^««de misdaad bteef t^^létt ik men meegt 
niehdns vergenoegen ^ om de ontdekking ^ervüffê IM é&k 
fgd ever te laten. 

Sii» en z$e fatdsgMitf begotttftfii «Ich lièl y Iroe 
geha&m dftik oek , e^Mer iAé% enher^lélbitlKr TOitiés 
goederen Ie gclrdesten y nog eü$d la de beef hieyp» 
mn er vroeg of laai eéii gedeelte ffti ie iier ktf i g i e ; ei 
f eeds hadden t^ «ieh ve^j^tfield , em éeor Vlti m i 
zaamheid het noodlge geld , tot den. aanko o p v 
koi^rtbaatiledett^ te vi»^dfefty toen en»yiipe eeimiettvrtfii* 
teltend engelttk den fyreyen mm ^rverkwa». 

Op eenen vroegen morgen , terw^lhij ütöh |fei<eed%risiftltle> 




[WO] 

om « üé OMT g¥méüU > Mar s^m M#«f « ie f^n , iM 
li9^ op ^M *e«n'' «gaer burMi «ütoteld woMt hem l«6loopMi , 
M , v««r ^ai^f noigi éffa i$d kad» M|th«tti ttair de feèëm 
"tain ttf&e ontsMytig té tiragen ^ vem^nttt Ug lüi den rmüA 
Yiw liéfien kei ^nltéUeiid bedgiy dal de jonge en idbodtt* 
SiiATt»iV'éT«]i taileii>de ieêêa rertttoerd kg. 

MeA «iéUe aidi ^de droeflieid tw>r tan bel Imiigaiittt 
dat , na sulke gelukkige dagen te hebben deörgebragi , 
thmtkm, in a^k een kerttifdtak, aee bei4iaaIde)Sk deer 
het wreede itoodlot werd venrolgd. Vfanb^nd riep dé^ 
oiide Ti.8stDiA om bére dochter, kaar eenig kind^ an ook 
SjtMB was iréfpM door dese onlaettende tjjdiog. Dóern^- 
n^n biturman , den berigtgerer , gedwongen » rergeaelde bQ 
êéren naar do plaats , waar bet ndsrormde IQk 1^ , ten 
ciiide , naar Inlandsdi gebndk , toer de reiniging en bd* 
graving ran betzelre te aorgen. 

Bereids was bet cfestasV-bestnary met deiteUii üToea^oe 
Ingeèt^ Mits^i GA-KMtfi aan het hoofd , op de planta 
rereenigd en mét de II|ks6hofrwing beaig. Kaar de géstdd* 
beid ran het IQk te oordeelen , scheen de moord aleebti 
étfAgt uren te voren , en dat wel' met een scherp sn|detid 
Mrei-ktuig, naar alle waarscUSnlgkheld een golhik, td l||il 
gepleegd. Overigens leverde het naanwkeurlg ondoraoek, 
waarmede men aiob onledig Ueld , geene andore b^iondér- 
beden , we&e tot ontdekking decor afschuwelSke misdaa4 
konden leiden , op , dan het vinden > naast het Igk , tan 
eene taf^fidtfirjr» l^elke SiPïi dadeMjk, deswege onder- 
rmagd » ontkende , aan aijne -rronw te hebben toebehoord» 
en:w^e^dan ook, om die reden/ ^oor denlntusschenaan- 
gdiomen laktu t^n bét 'ditftrikt in beslag werd genomen» 

Bf bét verder Vérhoor vam Satib, op de plaats idto 
bewerkstdlfigd 9 rernam men van hem niets anders, dan 



[390] 

dtA hij iMi in dan Baokl te lMii9 g«k#BMii a^ftde, %%0» 
yrottw nieii te huiB getondea had ; heigeea hem- eehUr Bun- 
der irerwo^deriog hed i^eard, emdit x|iie Trenw wel 
eeiMi >i|ieer de gewoonte had , en met Efj«e ioeai^mmam^ 
den naehit hj een Jharer yroawelgke nahestaaaden te giMi 
doorbrengen. Taj^iidia echter zou , meende h$ > met s«* 
k^l^id ku^nea ^geven » waar Sabvifjlv den nacht Md 
dter^gehragt. 

Men aarzelde dan ook niet em de oude vro«w te onder^ 
yrag/eit; doch ijdel en vruchteloos waren.de pogiofan» Jhtfr- 
toe.s^ingewend, want op welke wyze en met welke em- 
aigUgheid ook , beurtelings door de politie ea deer Si^ns 
ondervraagd , bleef het ondoenlük » eeaige inlidlituig van 
haar te bekol^en : hare antwoorden waren verward en d* 
droefheid > waaraan zg zich nog altiyd met dezelfde heyig'^ 
beid overgaf, scheen haar buiten staat te hebben gesteld ». 
om, hare gedachten op het verledene terug te hrengen. 

Zoo scheen dan deze tweede misdaad^ wfarva» S^^ib het 
slagtoffer was » andermaal voor het , oog der menseiieii ver-*, 
borgen te moeten blijven; want de oude vreaw^ de eeii%e^ 
d^e ^or hare opgaven , eenige indices 90U hebhea kuaaen 
byi^r^ngen , bleef acig steeds ia denzelfdea toestand » ea de^ 
vreemde. <e/en(fan^, h'i het l^jk gevoadea» keav. welke 
moeite men zich ook in het geheim gi^» niet tot. den wa-^ 
ren eigenaar of meer waarschijnljk eigenares worden temg 
gebragt^ 

Maar de Voorzienigheid» die dikwijls d^r nuedaad reeds, ie 
dit^ leven hare welverdiende straf doet . eadergaaii> ge-^ 
doogde niet , dat deze gruwel met den slug^ van het g^ 
helm bedekt bleef--en zie hier, hoe de afschaw^lïke moorif 
aa^ SA&7;EPAir gepleegd, in het helderst dagUcht kwam. 
' Terwijl do (/es^a'e-bewoners er het pjast aaadaiAiait 



1391} 

en mm r#0Ai, M# «to hierberan gézégé ig ^ d« hofdf^ lild 
•Hfigoveii , om «ekl«r d«n gepleegdeft moord Ie komeii , 
MDipreüll lick 0|i ééfif op tokorOtt morgen oikUr Hétt te 
osfwiNMhlo more , dot Imn KoetDoe , do hier boreage* 
Bfomdo Ingeh0^ Mjuooa fiimOMVA» «fjoo Yfomr AiritOÉ 
voorts Bogsokoro Kamsat, de «wtfor irmiloolitgeMddèii» 
itt don TwrifMi aoolit gekoeld nomr do koofdf^Mti wo^én 
eygekrift» ea dut wol ooder beti(f^ iNm doa alOérd 
ami SAmwAV te Mbkon gofdeegd. 

Cfarootmui de Tonrosderiiig' over doeo tUdkg, dki u X üig 
eea kooehoawdo don J^Mooe «b Iwt riogtofti< ton eOiië' 
OMTorüead» boK>lmld%iiig » émf ÏÊ^i w^gOM «|oo doOf* 
gwmcb hfihiifitfiyiog. in kei loé vmi den gemeonon nten 
o» Hüno onpartydige w|so Ttn hoodolMi^ onder kol Tolk' 
getierd WM. Ungo Jmren bad k^ rood» non kol imoli der 
deoo« goetMn; ook kfjkel Beelinar lAoné k| ok oen <JTO- 
rif lnl»ndaok Awblonnor kokend; kortom^ niMMtnd kon 
voor dese onverwoekte nrreelolie eenige gegronde kMdoi-* 
ding vinden. 

Dm* èMdeküog tiOO do volgondo: 

Tnon do dfoOfkéid ii«tn Tioenjjk eonigoWo tol kodarMi 
wan gekomen on if in denen meer kodaarden tooetand kaar 
dottk-vermogon korkroeg^ gofng^ op kol korkaaid aan* 
konden vnn Sipin, imt nnvolgeado te kennen: 

»SAJinFAjr,'^ noide s^ »ii den dag , voor dat «$ ver*^ 
moord ia gifirorden i 's morgens bg mi| gekomen en ke^ - 
w% Ie k«iuien gogevMi,* dat. do KMmfoe kaar ovon 
te voTisn kad laten roepen, kaar aistoon over den Vroeger 
bg knar geploogden roof onderkonden on kaar goaegd kad, 
dat bjj, Koêw^f kkar do bergphais karer gestolen goedé- 
ren non aanwgnon, mits ag dienaeUden avond tegen sons^ 
ondergang by kem kwam en een genden pendi^k f kris- 
le. j. 2e. 8. 26. 



fHpmP^f iHMir IWiC «l^jïwfV dw oMw «erf m<u^göi%-fc«fim 
gWfi J5U#*WI*»')V» i*v g^ÏA«f4«^.bii4eii.Któ d«s t^ewm.y 

MfA^ Miiil^lMWb J)mi^4eitk«iUff MUli4el^j0dDOYi0èetf 

had, leende ik haar, om.<kb9^ MflMroddemu,. dié: m 

% *roqiMf Dflur dmk Ka€Woe saU: gflao» voormii Tan de 
g(ïll4ftnkjri#6cliete<kf. (l(>cb dalr.wlj er fataren man proviaioaeel 
m^ti/y/^.^imieu. ond^rrigteji* Nuauweiylca was de £cni dan 
<mh oadfr-» of! Sisaxu^-AJr vertrok naar deq Kacwot ; toeo' 
^iii tYUV^^^g'-wm ^ f kw^m Asfix, de rrotur vna den ^W- 
lee^» baar sapneaa, deKeo. roepea , 4«ch ke«nd«^ op mijne 
Dü^deAUogj d^bi ag. éerwaict^ wobi Terirekketi , dadel^k 
w4dËn tejtu^*?^^ 

Met regt kwam dece rerklaring aati Sa pis belangrifk 
voor t en daar htj moest TerondefateUea , dat do ^c}e«M>« ^ 
zff49': ulel^ schuldig aan den.nio<^d:,.dan toob liv dèxe xiiak 
emfii Tfefiia«blci rolgeipeeld bad, Fermted hij on^ ^Aseo 
alfiandümi de hïerarohifi Ya^■. he^, lolundieii^ beatunr nou- 
hebbeu medog^ebragtvlriui TAssinui^è Teridarin^ a«n Mii&si 
GidUïASPf ^ nM^dedeeïlng te dóen, dDehgingregtitreeki u^mr 
b«to4lBkikHhi»oldr>, die In d« ontvttügen mededeeUng^ g^ 
npegianifli aa4«ï4lilSLV0jid , om omiiid|ï«lyk lost te g«veii 
tQ|>4A apiWPÏieüiiia T»ii d#s koef(?9e^s vroaw, Dese^ dade^ 
Hjlifin.v^oor gfeuftmm zjöïide, bekmde in aubsUnUe dat 
KApiRArnb^r zwager, I^AeftPiir. in dén^bcwnaten itadii 
m hj^iee , tegl)uwi^rdigfke£d vermoord en baac een gouden 
kjA^^ead^taf|g<ïU9l|i^hiid ; dali bgi daarna »jrieii meè hWd 



<ip ^AkiAl^ ^Ürtügiii onMtétitté Ak^i , dk Hièi'èufli ; 

Tw#5r 4Ëf ♦ërBèor |mMf Hk^ ; S^i^A^ W' Ifëi^llfjdig*} 
ef \nm ¥iH Mi Wë^énïïy- ëi ^b»r ait Miïs^i 'GÜi<m»9i 
zich daarop had kunnen Toofltf^èSdéh',' éèfae' htBiJ^CMDg 
Bf *aMèn> j^fttali^' Irllké MV A^lièjftFQl' ^ës^ilaJhf ftjfle^ërde, 
déT «M* i\iêêè^^ ^imHhr Q^éi^K] ^i mt^ kdj^M 
IfêféMë mkM fmm^iMk^i g4B^r'if&Ar, i^ óp d8h 
0Minifl%gtftm^|«liiift MsÉ^fttoM» HrMohfè,' AW; iR»i^ 

WtftëhMSéM^ '^ • ' ' ' ' 

DflF t>^i^i^<3t ttklWnff-i^ii'4lAm)ettti^ dÉ Mk SÜiisM 
Gaaobtti. te arresteren » doch toonde terent Süb ; ÈH 
kl}èkiÊ\%^1aÊmil^^Mmê*ktf'ih^ lAI»fë^toH%e*lMi ; 
wmï\f 19M"WMI Iftt ^ïMéti't* tM huMë "^^Éè? OTff wwwWr> 
vÉéÈl' ékf kAértèhMA d¥èMw' tft^lMn((vn tfM'M^é^ oppnrifv 
dd^teidéUit MiMliF VlftW^ê«« ëi «èrKMclii^rf diedé^* 

^' M«i>Mmi 'éb«4o«^ t6t «ë gëVór^eKfeii^;' Anêè^-më- 

woe de moordenaar wai, en datf'AM'ihf, ëift' haf ëff üitlr 
t# fëMefiV ««' ilaaè^ f&h' KitiiTRAi' ïèiiAHiikf h8d^ Mr- 
ms* Ie ifiëér ^fa» #ëra ^<^^ ifk d# offisi^i^gtiéïd , 
dW Jntflir» l^ïIgMB dè TéilLHnhg ^ TiMnxA , o)^^ dlfa 
Ë^muflëtl^ éfWi» 9£fi9aAhf niOnefns dèif £M^oë' ^ai kó- 
amtfêèpêiS^ ek' ^«t Mt St^tïfAJi' nSr lAfëü ikèi had 
g%rtg«f, diil'' ikf KéëéVè Èaét teM o[^^eit, eèm 
gëtiaéii' klMiAAMeé^ë M^ të^ brto|;cfri ,éiMer Ih haar geheet 
verhaal den naam van Kissbav te noemen. WéfilgV waVë 
iftëff tfhé ë# M^;ë|«^ ^ kA'^i W hidêèïr' reltéëre ver- 
Vë^ng fè^ «l4riëA ,' i^féA'^hSt vüdferi W db é'aüaü vm één* 

26*. 



[394] 

galfatf walke indedaaA voor 4«u sijne werd< horkend» ve^ 
der eeB4g «evifl mo de inmdpaU^ rwi A#FAm deed lieehr 
te« ^a.groii4 ft M d% YwmO^rnUim^gy ifA hiin •&§& 
^rdle «m de niadiied mecUfligiig mtei^ii^.Weliewair 
gaf |ii bechifMelik zijoe* eeeofaeU te keafe^» d«did» 
koa» b9 Jiel aawireseii.¥«ii inlke herige pranRuasli»» ut- 
inerllpc geea^ ingupg üiedeft. 

OSoe stond, de jeirlnietie dsMr n^ alMK ^ri. dnileie 
leak * toen het Pefrtmc der geeeemde Reeidealie he^emej^, 
de, TeipchUl^nde i» depe «aak b^efchen i^raeiien een htuuMii 
0jMi|Mteai(eii regier ie moeien oirerw|een r en sM leeg 
deerne eiei^ deo; eek/e^te^y MAiesAChuioBtTA , Awat 
en Kamiav ie regi, heeebvUigd » de eereie vmn MoerI 
en rotf, en de^ heide Jbideten ven. mediqpligtigheid een die 
niifdeden. 

.Het. Afl nii|iNui4 f 4>« ^^ «^ r«ft»plifm m^ ^«« 
Inlender^e^s/UM^ i^Tia^fhekejMi ie, renmndem, dai 
Maim^., GAAavixA hy de ieyegtniiting ^eljC hlenf f yejUw- 
den. ht hei eenvadl aengenomeot ^ifbid, ipw entfceneiiv » 
en dai hg lieb niei eens vervaardigde , op de hem fylane 
ys^PMpg^^boe dan de hiewneiekrïiedieede ten lisninhsis^iffiB 
gfkiM^en » ie, aniweorden» 

^> AefAv , op hare beuri ondervraagd t hevbeelde aattvan* 
k^k hare vroegere bekenienie en inonlpalie ie^ea haeen 
zwi^^ Ki.ssRAv 9 dodi kwam daariMt 9 na verwgdecuig vae 
haren pan , en nadai zjj mei Idem ennadndbi deor eea^ 
der I«eden van; de regibank was aangfsoehi gewerdHi » e» 
de waarheid ie onidekken en geene onsehnldige shgief* 
fere ie maken , eindelijk ioi de bekmienia weUte W9 Uer 
laien volgen»* 

plW was^^ zeide sij ,. »eersi aehi dagen mei den Kmws 
gebnwd » (oen hë mij op nekeren naohi > dai ik naasi hem 



4305] 

#p de- &aië-Mé iag, vroêg: ^Asriw, lemligy wél êmi 
fmar gemeen êoemhingê (oorb^l^) «ti ittoo^e kèjimé (kl#é4- 
JM) wIllMi MMien^?^* Ik MtlirMrMe ftèUittHfk , »gattrfié ,'' 
«■ ^bMur#|f'irMiirolfde è$ aMiu: »W«lira ;^ weel êftt k| 
Sjin» «n «9»^ vremf 8AR¥tPi9 , koriefiii0t gekden , g^ 
#^69 en «bi bet Imm nog niet geMci it , e» hmi füte»- 
len geed weder terug Ie kD^gètfc^^nu m1^ fiMviPAir 
ip^e i^Mkett , dai kiire ge«dereir ^p ' «ekere ' pkwti » ktftlen 
de ifeeea , emkr eeuf iiniit^-l^eeni liegrtfrea Mggen » «« 
d«l sji «# l«t«g km bekemeftv wMneer •!( eM , n» sent 
eüdei f w ft' i èbvmwtU Tolgi, Teartien - Ten eeu ge nd ea 
kriwèkeede. Sleel m% nn Merawi- gele^y weerMii Ik «lel 
WijfiA » dan* «el ik beer e n de r e eg refttoerdeto en ten de 
«librettgst der kriee^Mnde: de nwCeiigde t^>«deren ipeer « 
k4N>|>ett.'' 

. »Ik wiird k(ftee #p dH fee|NFA , wilde^M^ii** nuui deerep 
hM cnlweM-éen en efiep terrolgent in. ^vMet^gene eeMer 
km« k$ weder wt kelndHe^ roersM bg m9 Ie berde, ett 
dreng. noe kng b9:»9 «m » lel dü ik^eindf^ , beUael 
lel ii4|n ongeluk» leegef. Samtipav werd des» in des 
lee|» ymoL émoditaid geroepen, en «mm een em ^e «rende» 
T«ereien ven de genden kr iee t he e d e , bf one een beAe Ie 
kemeo, Im einde ven deer gecnmeidgk neat^ den bewntlen 
wmngaAt^msk Ie yerirrickea» Korl nn bear Terlrek » eend 
dp XiBMeee sn| neer «f^en nwager KissaAv > om «fatn 
gtiïoh Ie leenen ter relteertng ven den meovd^ deor b^ 
bevreeed wae » oni i^ne eigene wepene te gebmiken : in$ 
levens* Ier verin|ding vsn alle verdènkiog, eanradmide» 
om den goUeh Ie leenen onder bel Teerwendeel , del Ml 
wapen in mgne banden» ak een ifimai (lee¥er*mldd«i) 
smi dienen » om de lieCile ran mi(f nen man Jegens mff ^ 
Tsrmeerderen en dunrsaam Ie doen syn. ik deed taUsê^^ 



gilMi)^ xïM^»-mMl ik'^üfti? «phlMv: «lil f Üorii teM9 
l^trftiéi Mir ••«* iittit wa» i^lirtr#kh«ri , ^n, kÜÊ^t 

tp^iUsm iW^lïl^ f iMT pü ^ruim tw^ fml H l^pitt Muh 

aens in het haar , rukte haar op den grond , maid^tn hmt 
4fil dftn ff^ókfS, m fia«i, d««r^ 4d. k^imteéda ««da. Te 
Imta «elmoioii, iférdr d^rWffclllMd i^lekte j)éIMji%iiM*^ 
4<4ieA«ii 0i«le[f de: «af^rtefe (j^l^d , teMjMè Ir^iehicéi 
medt; lii ifH «tet Aidi^lr g^nldf i(|«ti^ «en* vcfh«r«* 

. »WfinJS[e^ 4agM dürii» ((jM|ii N^stuAS, n^.walfev 
i9|j dtil drdi^<iA T^ iHNlMi^tfiaA: terug >ivage»y tmr^l *%:«# 
om' diif dMfcnac iMefi^tfliteiJ^, dab SustÉAte tel #aiU 
in d« fair<^ ha4 «eggeirmtieo»^ - ^- . : • 

%{^^ d^iVTM ^6f d J^ tn ü^volgiaa |m|il auuij «j^ 
Ifit «ê ^AOv WfdüMi geapïflWterfcv * ; > " ^ 

' , ' "" f . ' ' • ■ . 
MfH^ mn. ^. «eMi^cii; Waarq^n lijfbt ^' MiniMto- 
Ijfll d« 8c|i|iUI <^ K4«8«A.v gchrorpMt^ ' 
. 4il«t<r* Op%ikt ik wS^^ man ilil4e TiedUèm 

Fr. Ia 4el^Q 9»hnê§Mg, hij Üét. Igk Vam S4aanKi« g»- 
vonden , da uwe ? 



Jnêm^ kt 4ie kÈuk ik aatt kaalr gttfood ^. on^ |lrt 
koud was. 

I>e f vftHlfnÉ JSm«po6 wêdtr ui d» ktgisaal felbr&gt 
sgnde » U«t de Vooraitter de door Aspav a%éi<gdi| WitA^» 
tMis . w»orddQk korlMifaitit deck dii ««k0nL4>p Mn gelii' 
kdrmk M «akea ; Mmera h^ i>lrof oaifcenainw 

Het daÉanep.||;eT<e%d irailMer der geinigMi ïfWfwAigimiA^ 
le^Bt, OA tol ia d« mlaéié/byEOBderkedott » dtt liriGe«te«iè 
TU Aerav , #6 ifi» ook yddoende o« b$ dé rogtliik lif 
orertaigiog daar te itellea ^ «Uit K^iMUi» tei| «^■'tgle tva 
medepligtigkeid in dese saak beiigt was. Wel is waar kad 
by xynen goiiok weggeworpen t. doek dit was ket gevolg 
van eene in de loltiikdsthe póUce''Judiciaire bestaande ge- 
weoklé, OM, Wftnneer «r «eÉ Éi««f<€ §«plé<%d ki, flè lifa- 
pM» ^der fefMhaieAéè dei»« ^ bewftilfri Ie ÖHdei^^- 
ketf. Kn wille iet loe««l^ dal Mi|é ^/d^ dkn 'dér 
nodende i^ lM<triuMgé IM; èll^ è§iÈè étÊtmiOigliéiat 
kad keé » velgmi dé gilfiHifM^ ui» I9n* W^iir hik»* 
tiBkif ^ êêk étfgélMik^ iMi Éufk M^ tffldemek 
deed naar 4« M««rdeaadN tan S^i^MÉi^Aii dërHiflife ft^ 
vreesA ^bmdakt * dM y^ liet ènri^aél» t^..y«^/i^Jr Wè^ M 
werpen. • ^ , • - : ' ,.:,■»'-• .,; . ■ . . . 

M«lf eenéwi; d^cM f¥«eiMel^M|^ Werd itllMl C^ikoJrH4 
to^ Msenledié «MfteiÉiai*}' Me^elü^ k^el k9> iAfftMtt^ 
en I^MÜIte Jtef imeiHelMr é^^fi^ ki« b^dgétt^Vad^Af 
fWÉIal gMiifiis 1^ vMtf^ tfiJNU 1M pl^ 
t^ lm#9éen« Dé M^mk mfiüèê fm MièxÉ Ml» m^l 

aéè taMMiérla»^ t^||!l6itnk ^ M «Si# M»le "éfeüb^^^ 
keiÉ Mi aladi^rMHr #ckiiMI^. l^klWHe" ito ilA^ ftW m 
ïmié g^êÊi^êdkêk, m^üt^ di^dl'ékni^tejen^fiéltt'ditéj^; 
teNv^AirJ>4ette»tf kettti«r tmtoonllëmilf éil '«eft* twitt- 





1908] 

ti|fari||ia 4#a^pir|keii» met iverbaniiiiig IraUeft Jm^m bü 

Madurat werdverweMn. 

: Kashrm.. wpvd i^i^g/mpctkéA en 4MNaidM|lE' op irr^ 

.|ii^tl«l9,.flMr«axW#nteft.dé nilgiifpr^kett v»nnwnw te 
uitvoer (eki^; «fi .s»o jnaaktf» de ga% ;eMt %mèm aan M 
kncen irjiiii «011^ 01^ ».die, jia.ees'' .veel^jaragf» ^iib«vlekleB 
lèfMewimdelv door de iMbs^Mihi tot eea' nisdaiUger werd 
fttiuuikt en die^ bü^sya ongekik, nog dal . barokkeBéa 
mi t^iio i«ogi^ one f h u ld ig e n'omr. 



' D^aniJl Mundut in J839^ 

.Ia Jb^t 7de Nununer vaa bet Jjj^lNria voor Naderlaaibefc 
lo^die ylndt mea AOPfPil deaeii ieiii|p^l ee^ga b««oa^ij^ 
den , welke de schrïver weosolit dat.a)$ uiteoodigiiig tot 
i)eiio iMidere ^aaawlceiirig^ beeclW9i^i% v;aii Am^elré no- 
gey begcbouwd wi^rde^. Def en if^nsciiL eoUor» iioe]Mttel|k 
ik ook mpt denxelvo instemmo» kan ik. okt Tarmllea; 
mwr . w^t ik van.^t fnorkwifrdig^^edepMutak.der oadlMiy 
gezien en aaag^toek^ Iwb ^. waag Ak op hoi Mot daa 
geëerden AnQnymut medegedeelde te bten volgon. . 

De Brmin^ekfi^ Jm»A Mmnimt {betwolfc o/naiPM 
beteekentJ,^,pC 4%^m^\L Mêmi^i oft Jliiiifc^.ivWMk» 
eifchl » ^*^ö bet diptrik* Prqi^^Q^ iofMhoft 4ob£«o 
en Paiéhn , daar n^uir aiob deaa biM* fivjiinoii in d«i 
ProjTo *^orten, Oesz«^ a&tftod Tw M^fiUmm^^ 4^hoeft* 
plaats van d^ Refi^i^tja £itfpo» is oi«o«ior.l4 fMdaa» o€ 
2 palen van den vormawrd^n Tempel «mn. JPoiN^adbf . Dt 
bji^nenri^m^ » 4ie v^n do» grand M Mt bykafta aan bit 
midden kubiA is en dan piraMafd , «otloopi Igd^kin 
lïo. 7 is aaagoqierkq , )>evat 9 80br#dsii in iioi v|^«art« 



[399] 

•n iMiH op «len uMer^róné , aan de OoBik^dê , tên rrn^ 
hÊiwen^md » Tan het Noorden tot het Zoiden , ran omireni 

1 iNMt heef io mei niteprkigénde laaien » uil groote atee*' 
tteil geheaven. Zea ledige niaaen » 4 aan den Weal- » eene 
mam êm Noord- en eeoo aan don Zoidhant , mef bloemwerk 
éii Welden gekroond, en roorxlen ran aleenen iroetitak-* 
ken f hk den torm ran een atoelkusaen , welke er lot Inge- 
sehoven sgn en waarop weleer kleine beelden aeh^nea gé- 
«laatt ie helAen » s^n hel O0tiige dai de wanden reralert. 
Op den rerheren^- achtergrond » aan de regter» on Ifnker- 
n%de ran den ingang, ataan tegen den muur twee groote 

2 roet hooge riorkante aleenen roetstnkken , met hooge 
loonlngen , in de gedaante van een^ ouderwetschen Enro- 
pkeheii aloel, waarop een aleenen kusten ligt, met ran 
reren afhangende ploogen. De leuningen agn aan de beide 
t^den Tan bloemwerk , olif/intA* en draken-koppen , en 
regt overeind ataande tijgeni , boven , in het midden en 
boneden, vooralen. Op dese twee monsterachtige stoelen' 
sHIen twee reosaAtige bedden , achgnbaar van het vron- 
w^k goikehl, met den stoel, desxelfs kussen en voet- 
al«k of troon oii één^ eteen gebeiteld. 

Uoso beelden hebben eene lengte van niet minder dan 
8 TOOi , e« in weerwil hiervan ai§n iQ zoo wél gepropor- 
iioBOord en beoraehl er eeno loo jniste sjmetrle in deael- 
ven , dat een fmnstenaar onser dagen er wdligt niets op 
«•l aaa te morkott hebben. Beiden ichgnen tot een koning^ 
Ifik gealaehl van den aiouden Jüfncfoe-lgd te behooren. 
Hel hêM mui do UnkenSde heeft eene prachtig gewerkte 
Hmrm op hel hoofd , en keurde sieraden In de ooren, om 
do heupen , om de enkeb , poben en boven de ellebogen. 
Vatt don li«kerachottder hangt een bandelier van 2 1^ 3 
viai^en breed tot aan de regterheup. Het bovenlijf is 



14M] 

M^i^ 4»cb TM dtn middel hMUi ««H A^tféi of tm^mtg^ 
v;«lke ter lioogia Tan 4« htnpeii r^k ignsiüii i«# t4*«Hi 
de voeleM «f. Het beeV «m 4a ofsers|d« au ^ doeüie 
w^se gdU^ 6» ,8e<K)oid t doeb hMftr, iiuiMa imi èM 
l^d^Uer, c»Da^ fwa^e» kittiiif , reraiaedelïk «w p ae rl M i 
Tft^ den Jiiiker«ehoHder «f e:ref den «beel « iotr AcMer d» 
rügfcerben^f ea een' derg^iken kefcttsg» eve» beneden 
de bomt» om h»fc ligeheam^ 

Beiden MMen» ier regier- en» Ier UnkerliMd f^n-kel VI 
xneif^i gr^ie m^slwelds .be^i^ in ii^« ? J ieedr eyew mt 
m^l een der beenen ender h^t lül^^^ei^ r-dat ean d» 
reg^t^jnE^devan den inge^g bet regt^rbeen* e» i»K %%& d* 
Unkervfde bet Unkerbeen^^enmet bet «dare bee» ef 
eeup kassen rustende. Het beeld ann de Unk^rn^da bneA 
den ^^kerarnl opgeligt ter heegie vaa den miiUel» en drie 
Tingert der band iiitatrekkende , b<Hidt bet den tep tük 
den TCior&ten vinger tegen den duiin, ale iemand» die eeug 
onderwerp naauwkeurig en .i^n nitfibivii» H#t strekt» 4en 
re^terafn» eeaii^eiaiig Ttori^t » en deband^ « wearfwi d^ viiK 
g^ra f %ebroken si^, ie^ aoMevover of ben p dl wr aa r fe np^m 
en vlak houdende, eohÏKit b^ te sic^eiij: «ifdiMir im 
wmrk^idl Het be^ld ter regterxfda bandti ém tagtte- 
9xm tot dan joiddel onribiaog^B ab ijfaaed dja aan.hak^i^ 
i^i^ek-leirettdig 4^1 M«iftlrir d%^beeftda«^,Ta!(ir8teiiaf .«#»« 
i4^giBir door den iraLvan^eea' dey veto jngenterte sfceena» 
verloTi^n. Da Unk^rarm Ignregt lama is: ««da itm}Jiit>^ 
cl^amf^, Hüg^trekt mfK^, Jjft. de ^lf# haMd^bldip 
p^.%fibter:iimart«. geb^g^^i ap bet sftMdkn 
l^l^ li^OiAem., oyi diftuta^mr^t gelijk eak< 
oy eg lw ttf ft(^e )ion4tof g»iaegwyn^*e»Set>? 

Wat: emAeVjk bat «arda beddbi^aft; betMlk aett' ata 
van rensaobtigei grootte en mi de kracbt. dtt jare 



m è mmkm mn ^nmk^^^fm ^^ n^e^efM^ Aiu^^i m^ ik u^ 
fl#||r:Oi0^Mf#mt diifrM {.«w d«i| Aiu4M |oi,4# ypft^fit i^ 
ttmni^imoi fim^^n§ üe)^^pt4 '¥^i^ kii^Mm m^hthvk 
h/nfitmè .liÉir«.fiW^ .HM 4^ 4er HunuviKfr tw l>jMi« 

|Hrfff|iLtv.ei|.4|iit^J^ii.Ke4i#f4 l^iMir4^km 

h0 howw fvip iHiMfee f^niriNiiep^ «foo^ h^Mm dluMt 
«iié#rii#mi»» en v^i)^#lPf^N4« kmUA 4ik Wrfc ii«NiiiMMi«^ 
i^il^ ; tPütroiml iMft» Of 4« «fM^ «rfcp #inMU 

gfMdM, éotf iK«MkJ>«dtaiMID. Mmi «^ » M #iiaU4« 
B#gr d«lptiMk k MW9«MA gfw«ffiA»A «l9^'4ft «fr dtr «mm 

M»l4^liilM«k1fti€ifiiii it Mtai#f)4» evMfld ^ imMMtug 

— a>%iiélit fifttirt, Mv* 4e iwin #i^ #|iM #lAi^wefciMM« 
fléf|lfter^lHMM)«k l>i)> #Ui«Md»r ||»e«M<eii «i «m iNtegfik 

welligi» die aanletdlBg gegeven heelt tot de Tolgenét' it*» 

g«||ilè-4ÉrMJ(ÉjM9ii^2 . •.. 
»,Zeker keaing .wi 4e . ]ii%d^ ^«mr » giMlM OèM 
» ^M V# fl#ft ▼ift.'ée» 'M nn gi piiwri uN ^9m Soiko 
I, ^ éfene 4«diM.die!kM 3 Jwmni m hfm g«iMMt# 
bedi^nte tnttMlMb w^é* ». jM^n «MlMi 

ihau Shimii^i 'li#t » «« 4t^ konin® ^«i scbo^VK meii^ 





|40t] 

T«tt 14 Jaren t Mi nam %• i<H H^it. Da heé^mèê^ éim hm 
Ta«> «i<* «*wn ' bewaai-a kii , tffng i 4aor Jt OaaraclU i BM 
gÉérefvn, A»n koning otNsnbartfa^iiaft -dii tn^ife. i^ 
èi9«iit dUKlMr iMii. ajumiidrff Mk tftHk ^ Miimm m n iM 
éêêikh^ MM da Pr^ttert sgnar^MlbeiA <ff aMMite, MkH^gm, 
Siwa, Brmma af aana Mdéra) 4e W«i« mM ê» nwh 
41a ^èb WenuiB wr{[répeii^ (ai» dMn maaal' •* afae 
aeMd Ie baaien, tkiar 4» k«ftgi« «^ü' liid teldbli f M 
h^MÊU4ê ivao^aad Mln^M kdl # «eUeii éa 
4ia na» mal t^n ^Miak '««tlü^l Imiehtftt 4 i 
ymetoM warda»» >att 4<iwf liet dak «»»T4e4adl^ lweiaii4a 
m t^al au ^réler ^aaflvaigatt ; < of 4iÉ<im l^aiett^4tii Ifl 
Tan 10 4ngen aaa^ Miq^l kaaiWtt ^aoMi Méi MM M«r 
dan-bedidaBr Dii haMa geseUad4a; 4aek iodfr 4# vaié*^ 
gaslaUa Ifd #m nnm, varen er diaiMl d09 KaeMea gr- 
read« en kvainan ^ dna drie aan bel Mlralea> |^ !• 
kart. AaMrap ' verkkMrden 4e Priealera^ 4a;k4a kaaiflg, 
afne bifail'an da ▼radi^kiinBeraelBa4eveff«la«Mtt tt«dan^>«^ 
a« aederi dte» i||4kii4nian4li drMal iiiiiwneroaar ga«i«i>^ 

TaevnUiK ia ket» 4aiéb «anpal ¥ibi Ütf^vdMfor» Mé 
iêêr imf M^^eMduffMi kanfaig^ gebam^ iSf faiü 91» 
bMMan geleld beiA, en dat 4a dria baaidétt mi 
4«# aeval ankaga door den BaaidÉftl^ UjuamÊmM 
grarMi m^n, na ailaMklaii SM Jarea 4e afv 
gaweeal* 

Mumdui beeft aSn' naaoi ran da iByilrtb%a 
dollar, mO» HuiHN» keetia , enftwMiAi 

Ito in|^|Ag » waardeer de leiq>el eenlgl|k lid^ < 
beelaal uit irnêe poorie» aoader dewwi^ walké 9f mfaa 
afraden irfitande van «Ikanitr akun^ aü 4aar aiaP 
gasg» ran 4 aebreden breeds Tèreeaigd «ïjs» Da air^ 
ale poort, aan bei begin tmi den gang^ hr h^m 



•ptn ) doch 4iê aan' lui «Me Taa demelve in •fariakt^en 
h0$R «ene boogia van ft voataii. Da iiaidr waadaa TaAit-* 
jiefi gaag a|'a raa blaam- «i^ Wf-wari^ » aa aaar iMvaUigt 
vooraMUagea aft èa9'*reiUf Taaraiaa. Aaa daa Hakaniivi 
sjel aiaa aaral» ia aaa eubkk vi^ , 3 figoraa iadagadaaa* 
la van een airaada- vaat, aaaai aUuuidar, «a aMi aan' 
fraai gawarktoa baad om dea OMddA rariiardw UU da 
middakfa vaaa r^sl t9Sk laari vaa kaaaUaaijgaa boaa i a f 
bloanatams aiai ^aaa grooia aa braada kraaa ^aa lakkaa 
aa blad^ctaa, imbtag Hi^aadar sütaa^ aaa walraafj- 
daa Taa daa baaa» , twea fabarfcla vraawan , dia b a i daa 
«iata la &» baad b^daa » da aaaa » 99iÊ% aaari iraa vroebi» 
aa da aadara aaa alakboara. Bavaa baidter baaMaa baag i 
eaae aaart raa gairlaada » aaa da takkaa bavaaügd , aa 
ia da baraabaakaa vaa bat vak TÜagaa tvaa vog Av mmt 
irnkmioéo^ê ftügkaada» 

Ia aaa Iwaada vak liet aiaa twaa vraabt baaaic a p aa 
aail :Tra«v aiai saraa kiadaran » baaig an da frneblaa ta 
plakkaa » waarvaa ar één reeds im daa baaai sH^ aa éém 
iagea daa ataai /opkliml daar aaa aadar kind aa 4a aiaa^ 
dar griialpaD ; tarwfl ée viar orariga kiad^^aa aaa apal 
spelaa , dai bf aaa hmtuje ot^êr gaaaaakl irardti.. Ia daa 
aadaraa bana klfmman dria kiadaran, dia doar twaa vrM^ 
waa aaderstaaad an i^iolpan wardaa» 

In bet derde rak sit , op een voat^iak , ander bat laai-* 
r, mar raa aaniga baaaMn » waarbavaa vgf «oogaaaaiada 
boerong bêteie fladderen , eaae rraaw met ée bieaia 
onder bet l|f gealagmir ea eea kind aaa da barst , «i aag 
eea aadar kwd aan baaa s^a. Bairendit rak ia naf aaa 
vief de, betwrik vier '£eestal^ uitgedoste] vranwen bevat » 
dia allen eenig figaar (blaem > pairelanaer ^as.) in debawd 
beaden en vrolijk te moede schgaen. 



^ m,M kBÜk éé a^èi^de' ^héhi ékieVdtt VooAsrtér- 
H^étf, MMl üilzondérhig tair liet Mrd» fék , irjialfa 
Mêëi^imf' ftfn «en^-^toi^ , é^^ MA tèfót lïkél twéé 

•»e^tél«i|>^ heeft «#eë' <Htt{^gfett 4f ^g»léi^eiiv *eV VM 
8*Vo«t^ breiJAIe , Wftartata ér eéA 1^ «féeiïM irèip|Mii Bkko- 
(l^r'lt^' ctab Ae éaéé¥e, a>cti> MnéféftvtetHf^ Iitbpi9«rgïftaë'; 
MMdM 4è Ixrténtfte lüèt oVër* «èf iJÉdëme héeam^t. 

'Em tei^ Mnnéntg^ii' tatf Aé 'hoiëttéé' galéf^ f#^ a£3 
ièM^ kiirtt^ tanf hél fei6pèf%ebdttW, g6ÏÏée> II^Mii^ef ibeffislbtr- 
n^ / MoM^andëtf W tiïïMéV küns'lJf^ gédeififlA toM^, 

aap 4ie op een' kaaiinan rijdt,- afgiélt^él4*^1|tt.'" 

^ He» 'l^miW li Tim IVkutétf acïit1belt:f^ S Vkttt S^ fl^- 

étfèaW-weériBtQdeti ta^rfrfèn gaiigjéié! ïrferf*,ïr^^kdUtefis- 

(j[»fAicBMi, d^h' dié* ^éèr bét/cKaa^gJI^ z^. Yn \l^ ïéf 
. Mb g%no^md¥ l^adM i^ M-MBè VlÜfkK^ë' ><^lc*k , 
T*tf 'öftgèVéöi' 2» voeférf Htrojf eA «^vdètérf'l^iedV*»^ 
fraaije randen of lljgrfetf^n Blóenw» é» ft^Al ijè*tó*- 
r([^«Vj/déig(èi^ètf. WBet tak dan d^etf zifiWkati1?'rtaliif, <hi- 
c^- fM IbWüier' vhn' é^ii'' bóöm y efeiï' l^jk ^èMe^beUff 
iMP t#be' kleMét'erf'itéin de^ rë^^ etf ly^erillS^^ Aé^U^ 
APi^oWden ^f lëAcftf vtó» hef iüid»eKf»: ^óhW'ie^Vk tóÉf- 
nëK'ftP li^tmslii. m' ^ef t^rA r^ bd^Ütf dbdt^ Ad 
fig^^ Héter' e^^ pWfM^ erf ti^öótf.beftfel g^eft^tfeWe , t»ï^ 
sdMl éki Ms^ IM' wi^ oterdekV. Aii^n WM^akp^ vUf M 
Tak staan , elk in êene kleinere l^sf ran' bloéhM , ^e 



[406) 

htmel gespaonen if • 

In M lah mém^e inn l i| cU «tat; tieiei IrirMnét^sfyan 
Umium^ «w gro^i vlerMTtt^g be«iêy op wlém ücik «en 
beilÉ: gMieéf» betUr éth et éóor één tsl* tiHf een' 

•Ut «id«r iol: Iümmt va» tea^ èoMi ^ «Ml tvcnHf^e^fc i 

iMl|k bariUi Var fagtaMetttlav HntMr«tJd^ HM «f fnlt 
alaab iME^r^ k» gfaoaé6 ii j | fc»blo i iMu ^ |it <» » a^iteniAel^M 
met een' irooo-beaui lR>i«ai ^M^ 

iit hai vak tèmNoRNTdli» k^tMar #)tflarMili0*lHt«^^ ^P 
cin vaaéaliik ea» ao h liw aiytaelii gMiMir» dM^ Moi" ft««^ 
kktnertit mat oitgBlDfM aMarJ^ aüir tet- iMl^ni, W^ 
waakt en beiehermd wordt » eai lav«avlM#irèlk iMg* éwe0 
aadera BDMnschanbaeld^t^ te aieiP Êü^i- Aam beilito^ x^a 
mft dit iwwiiL ümi mdir^ ia afsototiM^flb» lijntëu , eeM" 
mansbaald^,. waarm» dal^ aaai daftokttv-a^tedHe popdjit^ 
wacbtaiL im dbt hamk koatÜk* 

be bovengemelde steena» tiNtp- lik aaa dhr* Beid^ kttufto 
vait eai^' tehaiaat «f aafenten mar v^Mlr^en » M'aiftf^e 
lMiil*na$daoV«ir eiken nuap'aic^ mail>^ TifP Meittè* ttülIM^ 
af'0raapai».v*n:It8¥e>laBdaiiika^ tUbiieallMf. 0|^«Wi A^ffst 
vakfaa; ten) Noorden itei-maa in* ék ifSütW twe«' arendett*, 
die: meAt eea scidUpad omboog* tltegvm Oj> •Uèt' ^Mi 
noMtiean? gBaB«iMl«n> kat>bottw«»' stiMM 0'kkider«n% irftar*- 
van .001' drie-r nw^ f^' en bbof^ goirapend', op de arenden 
schieten ; terwijl een der knapen een andere schildpad 
tegent^evnl niogel^ben' ^eadOtt roof der aroitdefi met belde 
faaatdenbedekè' Houdt r eii^tl^^ attdore- knapen verschrikt 
eatbnrroOBdi» of müsoKieii getVH>0d'» rondkieti. Op de vier 
aoèere: val^e»- aati dien kant m/tU men beelden zitten , 



[406]. 
Uggan en siaaa onder pa^ongM of de 



. De T$f OTerige ¥«kj^s tea suiden 
T«a rroitwen en inanaen, onder treil 
mei bttrden en luroonen of tiarft^ti voo 
ten» vogels en een^ olifiuil* Qp een d 
iwee kaai[^oeaen » in AtUéiifdie houd 
tuig (oegenui, droosde -en giNreed. ellu 
Aan weérufden Aeuer groepen siet mei 
Tan f^m en keurig gebeiteld bloem-en 1 
ook de geheele boitenite ringnmnr vera 

Het uitrinde van den trap wordt bei^ 
tel^ke leeuwen-koppen» in wier opgesp 
leeuwen allerkunsügst» uit ééa' steen n 
wenkoppen , gehouwen i$tt. 

De tempel is ovengens 97 voeten 
lavasteenen gebouwd; de muren dei 
in een' vierhoek om den tempel hc 
der benedenste galerg een' omvang vi 
Sè der bovenste van 282 voeten. 

Het blykt ten duidelgkste » dat dit g 
ger gestaan heeft » dan het sieh nu 
ziet in desxelfs onmidMSken «mitrek 
van elkander , versehillende in kleur 
waarmede» bg verschillende nitbarstii 
Merapie den voet van den muur bej 
deelte van den tempel aan den westkan 

En hiermede hoop ik den leser een 
merkwaardigen Mundui gegeven te 
ik het talent van tèekenen meer génposl 
ge! meer gevoel gehad , dan toen ik d 




{4M] 

^ótii»téé. Hartelijk hoop ik, dat een bekwamer pen Ht 
de BiQne eemnaal migne taak overwerken, en faare bflN* 
ieliH{TiDg door de vermogende taal der ieekehkantt lal 
opkelderen. 

Dr. S. A. BUDDINGH. 



Tempel Sela Grio. 

De tempel Selo Grio in de dessa Setro WetjannaUt • 
in het distrikt Bandongan , Residentie Kctdoe , is in 1835 ^ 
het eerst ontdekt door den Resident Haaxmaav. Na de- 
zen en den kontroleur Petbl , was ik de eerste Europtee 
di^ den zelve bezigtigde , en zal ook , naar ik meen , da . 
eerste zijn die zich aan eene beschrijving er van waagt* 
Het gebouw moet in schoonheid en sierlijk voorkosen 
verre achterstaan bij die van Borobodor , Mundut %n • 
van het Diëngsche gebergte , ofschoon het met deze laai« 
sten de meeste overeenkomst heeft. Het is 7 palen afstanda 
Noordwaarts van Magelang y tusschen hooge bergipitseii 
gelegen » die het tot aan het jaar 1835 bijkans voor atkr 
oog verborgen hebben. De binnenruimte is vierkant, m, 
heeft tien voet lengte , even zoo veel breedte en ongereer 
30 hoogte. Dezelve loopt piramidaal toe , op dezeUde 
wigze als de tempel van Münduty d. i. de bovenste ptaea 
springt alt jd boven de onderste binnenwaarts uit » met 
dit onderscheid: echter , dat hier elke uitspringende steen 
afgerond is » en dus geen^ scherpen maar stompen of ron- 
den hoek maakt. In de twee hoeken naar den oostkant, 
is op 10 i 12 voet van den grond , een driehoekige steea 
in den muur bevestigd , die zou hebben kunnen dienen , 
om er een lamp» of offerschaal » of offervnurtesi op te tot* 
ten. Ter zelfder hoogte » in het midden van hei gebouw» 
It. j. 2e, f. 27. 



fpriogi aan ve2rgS|d6a nog een steen nit den muur > wel- 
k§k tol betsdfde einde «ou kannen strekken. Overig^ens 
ii| da tempel Tan lunnen sonder nissen of versierselen , en 
geheel ledig; doch in den grond vond ik een' gebeiteld^ 
iteen van geelachtige kleur , vierkant , en eene lengte heb- 
bende ran 4 en | voet , en even soo veel breedte , met 
eene dikte van 6 duim. Beneden en aan beide sgden 
was eene soort van handvatsel, terwigl een piramidaal 
hoofd ran 1{ voet lengte de bovensijde versierde. Naar 
het gebmik van denzelve heb ik vruchteloos gegist en 
ondersoek gedaan , hoewel een , digt aan de randen rond- 
gaande , gebeitelde Voor of sleuf aanduidt dat deselve op 
een* vierkanten bak of iets dergelijks zal gelegen en ge- 
sloten hebben. In het midden van denzelve was eene 
cirkelvormige opening van een' voet omstreeks diameter. 
De ingang van het gebouw is » aan den oostkant , ge- 
heel afwijkende van 'de bouworde der overige tempels die 
ik gezien heb. Deze bestaat uit eene soort van gang, 
die een weinig vooruitspringt» en3§ voet lang en 2| breed 
is met eene hoogte van ongeveer 5 voeten. Aan den 
zuid- 9 Noord- en westkant ziet men drie beelden welke 
in eenvoudige , uitspringende » vierkante nissen mei dub- 
belde kroonlijsten 9 geplaatst zijn. Aan den westkant , ter 
wederzijde van den gang» ziet men twee mans-beeldeA, 
die denzelve als wachters schijnen te bewaken ^ met tiara's 
op het hoofd, en verder met oor- arm- en voetversierse- 
len getooid. Ook aan den l)o venarm en om den middel 
zijn zij met gewerkte banden en kettingen versierd» ier- 
wgl een bandelier van den linkerschouder afjiangt. Zq 
zgn wij[ders met een sarong of kdjtn gekleed , die s^ 
aan de linkerzijde een weinig opligteo. Hunne kin is 
zonder baard» èn aan hunne regterhand slaat een lange 



f 409 J 

drietend. T^r linkerzijde van den iogairgaan den hoek> ziet 
men nog een Mondoliho d. i. een beeld mei vier armen 
en een' olifantskop ; dat aan den regterhoek is verdwenen. 
In de nis ten zuiden staat een mansbeeld, met een 
lange priesterlijke baard. Het is op de gewone wijze ver- 
sierd 9 doch heeft door toeval of moedwil beide armen 
Terloren. In de nis ten westen zit weder een Mon- 
dolifco , wiens snuit gebroken is , op een voetstuk. Ten 
noorden ziet men een vrouwenbeeld met acht armen. Het 
staat op een' liggenden karbouw , en houdt in de regter- 
handen , onder anderen ', eene slang , een' ring en den 
staart van den karbouw. In de linkerbanden houdt zij 
een kind aan het haar omhoog , en een pedotpaan of of- 
ferruurtest. 

t^oor het overige is de tempel uit trachytischen lavasteen 
gebouwd en heeft 14 voeten in den buitensten omvang. 
De 'koepel is voor een gedeelte ingestort , zoodat men des- 
zelfs oorspronkelijke hoogte niet juist bepalen kan. Ron- 
dom denzelve zijn eenige stukken van een gambiang-tpel 
uit. afzonderlijke steenklompen gehouwen , als : vier zoo- 
genaamde gongs , vier kromongs en vier gedemongi ; en 
voorts een ander spel , bekend onder den naam van cfn^Oit. 
De Legende van dezen tempel is de volgende. 

De Hoogepriester BijnBAiro Sombo , zoon van Dorowat- 
TiE 9 afkomstig van Boemowono in de Kadoe (alwaar nog 
9 tempels aanwezig zijn onder de benaming van gadong 
tongo) , vroeg d^ dochter vaa een' minderen Priester ten 
huwelijk. Pe va4er vaa het meisje, tot dit huwelijk onge- 
negen, doch zijn' Hoogepriester niet durvende afwijzen , 
wilde hem ten minste in zijn voornemen dwarsboomen en 
> eischte dat de man, die haar trouwen wilde, binnen den 
; tijd van 7 dagen een' tempel moest bouwen, daarin blijven 

27*. 



14101 

wonen, en belooven dat hij denzelre, na d« voltrekking yai 
bet httwelijk, met beelden yersieren zon ; TOorgeyeBde All 
bij dit bij hare geboorte gedroomd had. De Uoogeprieiter 
stemde in de yoorwaarde^ yc^yperde bet werk 9 trouwde i» 
dochter , en begon m^t elk jaai* een beeld yoor den tem- 
pel te yeryaardigen. In het eerste jaar maakte hj ijji 
elgeii beeld, en plaatste het in de nis ten zuiden run den 
tempel. In het tweede jaar maakte hij het beeld i^mt 
yrouw en yan zijn kind , en plaatste, het ten Noorden. In 
volgende jaren maakte hij de beelden ten Westen en tai 
Oosten van het heiligdom , en besloot zijne dagen, imdmt 
hij een wiendoe , dat is 8 jaren, was getrouwd geweeil. 

De Javanen schatten den ouderdom van deze halve mine 
op 600 jaren en hebben dezelve nimmer durven besoefcnu 
Doch nu een Europees dit gedaan heeft , gaan sg er ge- 
rust binnen, geloovende dat door dezen het kwaad, ifSk 
op hun bezoek zeker zou gevolgd zgn, u weggenenen. 

Dr. S. A. Bi79]»»«H. 



Met Hqf te Sourakarta. 

Op den 7den October 1838 , woonde ik in den kraten 
van Z. H. den keizer vai| Sourakarta 9 eene plegligheid 
bij, waarvan ik alleen ter voldoening der nieuwsgierigheid fan 
hen die zulks nimmer gezien hebben , eene beseluHgvinf 
beproeve. In den namiddag van dien dag ten half vier ure 
kegaf ik mij onder het geleide van den Resident aan iMi 
Hof van Sourakarta , die de goedheid had ny bieiioe uil 
te' noodigen, en in gezelschap van den Aesiateal Et- 
tident en eenige der voornaaottte militaire en eiviele iufe- 
zetenen der stad , naar den krat on. 



[4111 

Dti gebouwgafti men d«t daagt bimieit door Toraelioidaiio 
iworlon ratt Inlaiidaolia bonwordo , dio op otnigon abtaad 
Taa olkaodor geplaatit syn, ierwffl man gewoonlgk daa 
arottda aoft' andaraa weg kan naniati » walka ioaaohen iwaa 
kooga alarka mnren hoen loopt. Beide ingangen komen oii 
•p een groot binnenplein» op welka aebtergrond liok het 
e%enmk woonkoit ran den keiier , in Enropëieken imaak 
gabonwd » rerfaeft » oftehooa liet door eene menigte klei- 
aera gebonwea roor ket oog rerborgen ii« Midden op dit 
Mnaenplein tiaat een fondoppo , wier roede soldering met 
goad^rerwige itrepen dooraneden ia» en in wier midden een 
leasen kroon ran b^zondere grootte ia opgehangen. Ditwaa 
de plaata, waar de plegtlgheid» de voltrekking van het 
knwal9k Tan twee printen van het keiserigk hidt , met 
MUM AmiAY Monjo en Novtoiay Monjo » gebeuren moett* 
Afttt hel eene dunde derselTe sat de Keiser op eene toort 
rmm breede tabooret met roode sijde overtrokken. Z. H. 
waa» naar Javaanteke wgse, gekleed met een goud gebloemd 
agdea èaai^fe met jaweelen knoopen » en een Solotehe 
ké^in of êarong. Onder het baaitje vertoonde tioh eene 
aoort vaa wit vaat , mede nMt jaweelen knoopjet beset. Op 
de linkerbortt droeg hij de kommandeort-oirde, en om den 
hala deraelver juweel. Op het hoofd droeg hji een zwart 
glimmend gewoon Javasch mutsje 9 in de gedaante van den 
bol van een' Ëuropétchen hoed, met breed gouddraad op 
da naden versierd y terwijl zijn haar glad naar achteren ge« 
kamd en daar In een' knoop met paart lint gestrikt» ver- 
eenigd was. Aan de blooie voeten droeg h^ rood fluweelen 
muilen t waarop eene paauw met gouddraad gestikt was. Naast 
kern» aan zijne regterhand» stond op een klein tabouréfje 
mei franje, zyn gouden Sirte-dooB , met een rood zgden 
kleedje overdekt. Achter hem stond in een voetstuk , een 



1412) 

j)o$8aka' lans met goad |;eiiiqiiteerd , waar naamb êrie 
vrouwelijke bedienden qp den grond gehurkt «aten, wm 
welke de eene zyn sehild hield en de andere z^ii' degw. 
De derde waü een vrouwel^ke dwerg van een temgst^^èea^ 
voorkomen ^ die op dat oogenblik .geen bepaalde dpeait 
ie verrigten had. Aan ^s Keizers linkerhand sat da Reó- 
dent, en op delinkerrij stoelen zaten de Kroonprins in hef- 
gewaad (d. i. het bovenljgf geheel naakt ^) en de oom vu 
den Keizer , benevens «Qg twee Priniep. Aditer de» 
rij stoelen zaten zes Pangkeranê ^ den grond g€kmrkt , 
pet de beenen onder het lijf geslagen , mede in lio%eiv«ad 
jgeklaed , en mutsjes van de boven besdreven gedaaate y 
doeh wit gekleurd , op het hoofd. Op de regieni§ afceeka 
zat de onafhankelyke Prins, Pi^AiIg Wmiovo, in Ki>loaneif 
montering , en voorts de Ëurepésche militaire en ciniie 
ingezetenen van Sourakarta 9 welke boven geneemdi^. 
Aehter deze ry «iond nog eene ry stoelen , waarq> ondiir 
enderen de broeder van PaAjro Wxboio , de Majeer. dar 
Hmssaren, pri^is Soxaio Matjülau 9 en de Ritmeester Rasisi 
MaasSojiiiosi Nxi^bjL9c, en een Luitenant ven kei legioen 
yfu Pj^aig, Wêbovo gezeten waren, üutkaaehtevwaarti mm 
^^ Keizer 9 zat een driehonderdtal vrouwen > mede ia 
hofkleedingy d. i, de armen en schouders bloot , op één 
gr/ond gehurkt. Schuins- regts van Z. H. stonden twee 
coi*psen mnzijkanten ,- het eene in turksche kleeding ,• en 
eene Compagnie van Z. H. eigen soldaten , gekleed naar 
de wijze der oude Oost-Indische Compagnie soldaten , mei 
ui t^ oud o ring van dan hooldoek ea dtï sarong^ die z^ 
allen vau eene groot-gebloejude kleur, over hun aa monteri^ 
omgeslageïi hadden, 11 mm e liaudgrepeii eii cxercitien wertti 
mede die vnii de zoo even genoeiride soldaten der Oost-In- 
dische Compagnie. 



14I3Ï 

Na vdrloo}^ van éen uur f erscheen de Hoogepriegler» rer- 
Veld van yiér Priesters en de twee vorstelijke bruidegoms « 
en liTtrkie op verreu 'afstand van den Keizer neder. Óp 
eèn* wenk' van Z. H. kropen zij allen eenige 8chrede^ 
nader ; op een' tweeden wenk weder nader ; op eea' 
derden weder , tot dat zij aan de twee trappen van de 
iPondoppo gekomen waren. Toen riep do Keixer bun toe : 
téldmat ineldïkum (Iieil zi] ulieden !) waaryari Je laatste 
klank door de Priesters herhaald werd* Daarop wenkte d& 
Keizer weder , en weder , en nog eens , tot dat zij aaa 
ieijne voeten gekomen waren. Toen zeüe zlcli (op een'' wenk 
van Z. H.J de Hoogepriester dwars voor den Keizer neder 
op het tapift dat aan deszelfs voeten lag » met de beenen 
onder het lijf geslagen. Dezelfde beweging deed de eerste 
bruidegoni , PrinS Abiit Modjo, in eene iegeïioTergestelda 
rigting , zoodat hij 'regt over den Hoogepriefiter zat* Toen 
boog de Hoogepriester zich voor den Kmer » de handen 
tegen elkander plaatsende , die tot het aangezigt omhoog hef- 
fende en weder latende zinken » en vervolgens een' oogeh* 
blik de regterhand des bruidegoms tusschen zijne beide 
handen genomen hebbende, begon hij het trouwformulier 
der M ahomedaansche kerk uit te spreken , en gaf daarna 
den huwelijks zegen in de volgende bewoordingen : 

9 Cf God ! vereenig het nieuwe paar door den band des 
huwelijks, gelijk Gij het water met den dauw vereenlgt; 
want Gij , o liefderijke God ! schenkt Uwe liefde aan degó* 
nien die U beminnen !'' 

Daarop deed de Hoogepriester eenige vragen die door 
den bruidegom beantwoord werden , en na afloop hiervan , 
deed een tweede Priester nog eene korte aanspraak of ze* 
genwensch. 

Voorts den bruidegoms door hun' vader, den Prins Akio 



14141 

MxtAMAM ét kriê êigtJ^m$tk sfiade, (MMUi 4« Ki 
mê% ioor ••&* gfwapend naa ntg Muigtriaki w«rdM>, 
Vok <• K«is«r ijn* re(Unr*«l uil iê wdl, m bMg siefc 
dU iNTttidagoa Wr aftrdo oa diM* «nder ma d*a roHmoA^ 
%êu latkM Tan Mrbiad an gehooriaamlitiil , t« kssMs* IMt 
ÏOMêü ' iwarie Tersohndea Moondea , «a ioea opataaadff» 
^••d l^j» op «m' waak das Kaisars» da haad aaa daa Ra- 
tidaai» aa daa kriê iarug ootraDgaada» Tartrak A| 
ap dasalMa aarbiadiga wijsa ala by gakaaiaa waa. Hai dai 
iwaadaa braidagoai wardaa dasalfda Tanaaa raa primtêr^ 
l|ka insagaaiog aa caramoaiala gabroikaa ia aebi gaaaMaa* 
Baldaa baddaa aaa wit hoog maUja op bat boafd » bat baar 
laags daa rug ia twaa straogeo gaTloebiaa » aaa. gaod 
gattiktea paaialoa , aaa iraa^a Soloaeba êaréttg iaat he* 
Talligea swlar om dt leadaaaa» aaa gak agdaa Êj§rp 
BMt aaarbanganda strikkea pm dan middal , aa aaa mat 
brilUntea omzattaa Aria tosfchea da sjarp iagaatokaa. 
Hat naakia boveoliif was mat eena soort raa liohtgala rarw 
bastreken.— £en sondarling gabrulk is bat, dat bjj dasa 
gabeele plegiigheid de brulden niet tegenwoordig Mgu , aa 
dos niets van ^s Priesters z^en en vermaning wagdragan. 

Toen nu alles afgeloopen was , vertrokken de Priesters y 
en stonden wij op om den Keizer geluk te wenschen , die 
daarvoor met een^ handdruk bedankte. Weder gaxeCen . 
zijnde , werd er roode en witte wijn ingeschonken , en stelde 
de Resident de gezondheid van den Keizer in» waarop 
door het geschut van den kraton en het geweervuur ran 
bovengemelde Compagnie een saluut gegeven werd, terw$ de 
muzijkanten zich bij afwisseling lieten booren. Dit sabiat 
werd herhaald , toen de Keizer de gezondheid instelde vaa 
dan Resident , en nog eens , toen deze de gezondheid dronk 



14181 
4«r,lv«e KAasirlaneB. Dtir^ ^ven w$ d«i Kuiser d# 

Dta ftaaeiMii Middag dnnrdMi da Earaaehaiaa TaorI» an 
4aa araadt kwaat da aartU bnüdagaoi nat ayaa bn^d , 
bayalaid daor adaiga Priaaaa au aena «asigU badiaadaa » 
waaraaa neb aao ialryka T^kahaap» Taa braadaada fUikab 
raoraiaa » aantlaat , b^ daa Raaadani aaa ataataia baaaak 
aAaggaa* Da bmld waa aiat aAaoa «ligavallaA;- klaia, 
' » Biai kaaga » pnatiga » gad gararwda takaodara » ar* 
an bavanlüf » aa ia bara praaUlga 9mTmi§[ ab iiar* 
-hal Tbariiaafd ran bat aabaraUig aaagaiigt »al 
braada awarla atrapaa ab aaariiaiigaiida fraaja baaaUldard» 
da oagaa tlyf ap émt grood gefattigd » %oi$ètt dia ta aMg«i 
ppalaan » (daw|jl tö da aadighaid aaoar bruid Mar Javaaa* 
aaka aedaa TarbiadU), bad sg gaaaa da auaaia bakaarl^Uüid » 
ii^mk w% a^ baraa rgk mat ga«d Tartiard^n imud00 ia da 
galar^ -TartcbaaA. 

Ns varkHip Tan aaa kwartiar oan aiadigde bat b aa a ak , 
êm rartrok kat Jaage paar aaar ^ «aaiog vaa dan B|fca^ 
baatiardar , alwaar aana graata ialaadadia parij) èe plag» 
tigkald ran dan dag baaloat» en waar da braid gadarenda 
Tigf dagen rolgens gebruik moest TerblJTen , om daarna aan 
karaB acbtgenoot te worden oTergegerea. 

Da. S. A. BvDDiioH. 



14Ï6Ï 

Aan de Redactie van het Tijdschrift voor Neder* 
landêth Indie. 



M^ne hoeren/ 

AiuÉ het slot Fan het lOdi nnmmer van deti ieerstèii jaar- 
gang vah nw géêBrd Tydnchrifij rind ik aangeleekend, 
dat men .op Java roorbeeléen aantreft van eene Term^- 
ging tüflsehen kidangê ( kidjangê yA^ ) en tjiiüngè 
Ctjéileng)f en hoezeer ik yermeetien zon der w^ete^k^eil 
te kort té doen» door het bestaan van eene zoodanige 
zonderlinge s|>eling der natnnr positief te wederspreken , 
zoo vind ik mij echter verpligt U£d. eene mededeeling te 
doen, ontleend uit de ondervinding van een meer dan 
driejarig verblijf in de binnenlanden van Java en Sumatra, 
welke , ndogt ze ingang vinden , aanleiding zal kunnen 
geven, om een, oppervlakkig beschouwd, vreemd ver- 
sehijnsel op eene zeer natuurlijke "wijie op fe lossen. 

Ik kan U£d* nameli^ de verzek^Hng geven , dat ik tal- 
looze malen, op de jagt zijnde en ook bij andere gele- 
genheden , wilde varkens van het vrouwelijk geslacht héb 
gevangen welke kortelings geleden geworpen hadden, en 
alsdan inimer gezien heb, dat de jongen de in uwe op- 
gave bedoelde bruine strepen haciden ■ hetg^een noodweniH^ 
tot tie veroii(UrAielIia^ moest leiden dat allo jonge wilde 
varkens met zood^tiige strepen geboren worden > doch ie, 
na verloop van zekeren tijd , verliezen* En dat mijne ter- 
onders telling jidst ivns , is mij herhaaldelijk door vei^schil- 
lende Inlanders bevestigd geworden; terwijl eindelijk in 
het Stiinatraseh distrikt ^ alwaar ik het meest in de pU- 



(4IT1 

genhêid ben gewemi% èe Wkèèrwerpé¥^t «paierkijig tö 
makeo , geene ki^fungê fcof^ganMiid w^rdeB tuuigetroffen. 

Ontiraiigt , mjae heerto , iê T«rs#keiteg aMiiM^r achting 
en gelooft mij, 

TJED. pw. Dienaar, 

J. E, T, l. 
Batavia , f4 Januartf d839. 



Herinnering aan de Kaag. 

Oord , waar mijne Jdndschheid speelde ! 
Lief, berallig, dierbaar oord! 
Schoon, door land en xee gescheiden,* 
Gij mijn zangster's luit niet hoort j— 
Toch wil ik mij H hart verligten. 
En een konst'loos lied u dichten, •. 
Plekje , dat mijn ziel bekoort ! 



Aan de zoomen van nw Meren 
Stond mijn wieg en bakermat. 
Dadr begon , in dartele onschuld , 
H Kronkelen Van mijn' levenspad. 
En H herdenken aan uw dreven 
Doet mij nog van vreugde beven. 
Maakt mijn oog en wang nog nat. 



[4I«1 

—Vu kii kfiiti'niil r0nÊoridf — 
Twirde ik op htl Ubb'loBcl galQe 
Dfti nw^ ••▼•nril bMprottl. 
Tuurde ik op da waler-HoiOB » 
Kroot on wior» oa riol on bioioa,- 
Al wal aan aw kèordon grooii. 



Zig ik op ttw broede phfsen 
Sohip on pifik , oa bdk on boot , 
Masion » soiloo » liag ea wanpola , 
Glansonde in hot morgonrood. 
Zig 'k uw viMidiori noiton maioa , 
Eb aw ruadToo dart'loa , gréiofli » 
Ab do soa haar straloa B<Aooi. 



Na Bog sio 'k ia mijn vorbooldiag, 
't Kniioho licht dor liero maan , 
B<^Von Told, on bosch en beemdoB» 
Spieg'loB in uw waterbaan. 
Nog do landlién.met bun spade 5 
Langs uw dijk^, dam en kade» 
Yrolijk naar hun' arbeid gaan* 



[410] 

Nog de fpiis Tan ttwea torta » 
Eb uw nedVig kerkj« sImo ; 
Nog uw lage riolen daken , 
Sohoilende acyer loefden UaAn. 
Nog het mos aan de ondo moron. 
En het klimop langs nw tcksren» 
Met gewas en ooft gelaAn. 



Nog nw frisscke boeren^maagden 

Treén door H nat bedanwde gras « 

— Jok en emmers op de sohouders , — 

Als ket tgd van melken was* 

En b$ «we fiksehe zenen 

Nog de blgdsdbap op de kooien, ' 

Als de kooibottw binnen was. 



tïtre plek ran mgn geboorte I 
Spe^aooten mlner Jevgd ! 
Makkers, dnkt niel dal nw vriendsdbap. 
Uwe trottw ra$ niel meer hengt ! 
Thans reeds nfft gg mannen , Taders , 
Door ttw nieren » hart en aders , 
Stroomt en tintelt onderrreagd ! 



1420) 

Maar -^ ram èe «udeii^ke woning 
Die mij worden ,— weenen zag; 
Daarvan waak ik , daarran droom ik , 
Die herdenk ik nacht en dag. 
Uwen boesen , beste moeder f 
Die mij laaf' nis gaf en voeder , 
Toen ik hulploos nederlag. 



En de kroon van alle vaders , 
— Nn reeds kond in 's aardrijks schoot , • 
Die me op knie en schouders beurde. 
En me aan H gloeijend harte sloot ! 
Lieve broers , die met mij spediden ^ 
Zusiers , die mif koosden , streel^n f 
U herdenk ik tét mijn' dood. 



Oord, waar mijne UndAchheid speelde! 
Lief 9 aanminnig 9 dierbaar oord! 
Schoon, door land en vee gescheidiBtt, 
Gij mijn zangster^ loü niet koopl ; *^ 
J^ iMUe ik m| 't hart verügte»» 
En dit kunst'Ieo» li^d «. diehtett'» 
Plekje, dat m^A wH bekoortj 

Dr* ^ km BvBBXjriïH. 
Cheribon, in een* ^loftelMs^n n«cft4 v^it JXe^aemker i538. 



14211 



De Zicare last. 

De Kaïif Hixkik te Cordova , bezig zijnde zijn Iand« 
goed mi te breiden en te rerfraaijen , keurde hiertoe 
noodsakelijk het bezit yan eene kleine plek gronds » door 
eene arme weduwe bewoond , welke aan zijne liisttuinön 
grensde. Hij bood haar deswege aan, haar eigendom 
Toor eene aanzienlijke som gelds te koopen ; maar zij 
weigerde afstand te doen van het erfgoed harer vaderen. 
De Kalift hierover verstoord , liet haar met geweld 
ontnemen, wat zij niet gewillig aan zijne beschik- 
king overliet , en volvoerde daarop zijne plannen 
van rerfraaying. Langen tijd aarzelde de weduwe wat 
zij doen^ zonde; eindelijk klaagde zij haren nood bij den 
Kadi Abu Abdallah. Deze onversaagde grijsaard» wel 
inziende dat hij eene moeijelijke zaak voorbande had, oor-^ 
deelde het zijn' pligt hier ook op eene bijzondere wijze te 
werk te gaan. Hij reed op zijn' ezel naar het landgoed van den 
Kalift en voorzag zich van een' groeten zak. Toen hij den 
Vorst ontwaarde op den bodem, die voormaals aan de weduwe 
had toebehoord, verzocht hij den zak, dien hij bij zich had, te 
mogen vullen met aarde. Dit werd hem toegestaan. Daarna 
verzocht hij den Kaïif hem te willen helpen , dien zak op 
den ezel te laden. Hakkam, nieuwsgierig wat dit te betee- 
kenen zoude hebben, voldeed aan dit nieuw en ^^onderling 
verzoek , maar moest weldra van alle inspanning aflaten , 



(m) 



mei ie xeg^«tt : »de lasi ii te iwaar, KmdiP^ Toen iprak 
dexe 4ea Tent eldui aan : » Bekeenelier der geloerifeft 1 
g) Begt det dese last te swaar ii, die selfs geen noeiMM- 
waardig gedeelte ran dexea grond berat ; koe snit g$ dit 
gekeele land dan dragen 9 wanneer de Regter der werdil 
iMt, in den oordeelidag» op awe achonderen legt f Ui 
Kèiif was getroffen en gaf terstond het land, mei al de 
daarop staande gebouwen , aan de weduwe weder. 



8i|b«f1iirUt 



Toom 



NEERLAND'S INDIB. 



Thee-Cultuur in Britsch Indie en op Java. 

W^ze van het bereiden der zwarte Thee te Suddeya^ 
in Opper^Anam* 

In ée eerste plaats worden de jongste en «achtste bladen 
ingezameld ; maar wanneer er veel volk en eene groote hoe* 
reelheid bladen is, dan knijpt bet werkvolk, 'met den 
voorsten vinger en dnim , bet sacbte einde van de tak af, 
met. omstreeks vier bladen daaraan, en somtijds selfs 
meer, indien ze een «acht aanzien hebben. 

Dit alles wordt vervolgens naar de plaats gebragt waar 
de bladen tot Thee moeten worden bereid : sQ worden dan 
geplaatst op eene groote , ronde , opengewerkte bamboesen 
mand , rondom voorzien van eenen ranct van twee vingers 
breed. Do bladen worden op deze manden dun ui! ge- 
spreid en dan geplaatst op een raamwerk van bamboes , 
veel geiykende naar de z^de van eene ongedekte Indiaan- 
sebe bat, mstende op stutten, twee voeten van den grond; 
met eene belling van omstreeks 25^. De manden met bla- 
den worden op dat raamwerk geplaatst , om In de zon ie 
droegen, en op en neder gewerkt mét een lange biimboes, 
aan het einde voorzien van een rond stuk hout. 

Men laat de bladen , van tijd tot tijd gekeerd wordende, 
•mstreeks . twee uren lang droegen» ofschoon de tgd, voor 
deze bewerking vereischt , afhangt van de meerdere of 
!•. j. 2«. g. 28. 



« 
mindere lillie der soa. Wanneer sij een verwelkt aapxieo 
beginnen te krggen, worden zij opgenomen en binnen 
*i huis gebragt , waar ag Terrolgeni op een raam wordni 
gepla«|ii» M e#ii balf uur lang te bekfi^. . 

Dan worden zj in kleinere manden gedaan, van dezelfde, 
soort ab de vorige en op eene ateUing geplaatst. Nu wor- 
den werklieden gebezigd » om de bladen nog zachter ie 
maken , door dezelve tusschen de handen , met uitgesfrekte 
daim en vingers» zacht te kloppen, op ie werpen en W 
kien vallen , en dat alles gedurende ongeveer vijf o£ üett 
minnten. Z$ worden dan weder gedurende een balf nor op 
het raam geplaaist , op en neer gewerkt, en met 4«1|an4en 
geklopt, als te voren: dit geschiedt drie nuJea achter 
elkander, tot dat de bladen op het gevoel veel vi^i zkIU 
leder hebben; het kloppen en op en neer werpen, ;p^ 
men dat aan de Thee de zwarte kleur en 4^ bittere g<m 
geeft. 

Hierna wordt de Thee in heete p^umen^Tf n ^gegotfBn fier 
gedaan, die op eenen vuurhaard van. klei gqM^aW 
zgn , zoodanig dat de vlani niet rondom de pap kan op- 
stijgen, om def werkman hii^derliik te z^n; 4^9 p»n 
wordt tot eenen zekeren gr^d goe4 heet geniaM^t x dfHMT 
middel van een vuur van bamboes of stro4^. Omatreteks 
twee ponden bladen worden dan in ie4eT9 bff^ p«n ge? 
daan, en zoodanig uitgespreid, dat al de bM^A f^fttn 
gelijken graad van hitte erlangei|; ^ij iFor4eqL telkf9i ÜÉt 
de bloote hand terdege omgewerkt, opds^t, wA. een of 
ander blad verbrande. Als de bladen yoor de hattdfn U 
heet worden, neemt men ze er spoedig, lut ftn geeft w^ 
over aan een' ander% die met een 4igt gf ^^ rkt^ beüfceeso 
mand gereed staat oipi ae Ie pntrangen. £en%e wein^ 
bladen, ^le in de pan mogte^ zijn teri^ebleTen, «loeieB 



14251 

èr ffifibd worildii ttitgereegd met eenen bamboegen bezem : 
geclorende alcBen tijd moet er een lerendig runr onder 
Éi pan gebonden worden. Nadat de pan SEoodanig drie of 
'Tier itiaSto il gebruikt, wordt er een emmer kond water in- 
gegoten en dezelve met een zacht f tuk steen, en bamboe- 
ten bètem , ter dege nitgegchuurd ; terwijl het water met 
den bezem over eene kant er wordt uitgeichrobt » omdat 
de pan ninimer mag worden afgenomen. 

De beete bliaden op de bamboesen mand, worden op 
eene tafel geplaatst , aan de achterzijde voorzien van eenen 
kleinen rand , om tegen te gaan dat de manden , indien 
da«r legen gestoten wordt, er niet zouden afvallen. 

De twee ponden heete bladen worden nu verdeeld in 
tWèe of drie partijtjes , en toegedeeld aan even zoo velo 
Werklieden , die met gesloten beenen aan de tafel staan ^ 
ieder melt de bladen regt voor zich ; nu worden de bladen 
tot eene bol in de linkerhand hij elkander geknepen « de 
vingers digt , de duim uitgestrekt, en de hand op de pink 
rustende. 

De regterhand moet op gelgke wgze worden uitgestrekt 
als de linker , maar met de palm benedenwaaris , op tet 
bovenste van den bol der theebladen rustende ; belde handen 
worden nu gebruikt om den bol te rollen en rond te drij- 
ven , de linkerhand denzelven voörtdrukkende en omkee- 
rende ; terwijl de regterhand daarop met e enige kracht 
rustende denzelven ook voorwaarts en op en neder duwt , 
om het vocht dat zich in de bladen bevindt er uit te 
persen. 

De kunst hiérvitn tiéstéiat dairin^ dat men de bollen 
iu eene cirkelvormige beweging koudt , opdat zg , voor 
en aleer de arm uitgestrekt is , 'onder en in de hand twee 
of drie maal rondgaan , en dat inen de bol spoedig draait 

28*. 



•n «nimtif «ondar dat er md blad tanif bl|fl , «a dal 
wel aUee fednreiide onntreeka r'^i minoleii. 

De bladbol wordt van tgd tot tyd sadit ea ToorBigt% 
met de Tingeri opengemaakt » en opgeheTon tot de boogie 
Tan bet aangesigt , om dien yerrolgens weder neder te 
laten raUen ; anlka wordt twee af drie maal geda^ ^ 
de bladen ran elkander los te maken , en daarop wordt 
de mand met bladen eren aoo dikwerf opgeligt en circulair 
bewogen , om de bladen in bet midden bg elkander te 
brengen. 

De bladen worden daarop weder in de beete pannen 
gedaan , en uitgeipreid als berorens , dan op nieuw met 
de bloote band omgeroerd , en als ze beet aijn er uitgeno- 
men en gerold. Hierna worden sij in de droogmand ge- 
daan en op eene zeef uitgespreid , welke zich in bet mid- 
den der mand berindt , terwijl alles geplaatst wordt op 
een ruur van boutskolen. Het vuur moet zeer naauwkenrig 
worden behandeld ; er moet geen de minste i*ook bg zgn » 
én de houtskolen moeten worden uitgezocht. Als het ynnr 
aangestoken is f moet er gewaaid worden , tot het eenen 
geheel roeden gloed erlangt en tot al de rook verdwenen 
Is ; tèrwgllifó kolen nu en dan opgeroerd en in het midden 
big elkander worden gebragt » zoodat de rand laag blijft. 

Wattneer de bladen in de droogmand zgn geplaatst, 
worden zg zachtkens van elkander gescheiden» door de- 
zelve , met de verre van elkander verwgderde vingers van 
beide handen » op te ligten en weder te laten vallen » sg 
worden drie of vier duimen dik op de zeef geplaatst , in 
het midden eene ruimte overlatende om de hitte te laten 
doorgaan. Voor en aleer de droogmand over bet vuur 
wordt' geplaatst, wordt dezelve met beide handen oplig- 
tender wijze geslagen , H welk geschiedt , om die bladen , 



1437] 

welke door de loof souden Tallen» er uit ie achndden en 
laardoor Ie beïelten dat ie in het ruur rallen , en rook 
reroorsaken , die de Thee sonde aandoen en bedenren. Zoo- 
lanig een elag aan de mand wordt , sonder uitsondering , 
{ednrende geheel den roort^ng van het Thee maken gege* 
ren. Er ataat steedi eene groote mand onder, om de kleine 
ioorraUende blaadjes nader te Tersamelen, ie droegen, en 
rerder onder de Thee te rermengen ; in geen geval moet 
nen de manden of seeren den grond laten aanraken of 
iaarop laten staan , maar steeds 9p eenen standaard met 
Irie potten plaatsen. 

Als de bladen in de droogmand half gedroogd . en 
aog sadit s^n , worden >$ Tan het Tunr genomen en of 
3[roote opengewerkte manden geplaatst, en dan op hei 
rak , ten einde de Thee eene betere kleur moge erlaiH 
(en» Den volgenden dag worden de bladen gesorteerd in 
iproote 9 middelsoort en kleine , somtijds in fier soorten ; 
lèso aUe worden ; seo als de CMnesen veriekeren , soo 
rde T«*sehillende soorten Tan Thee : de kleinste bladen 
noemen s^ PAa-Ae, de tweede soort Pou-ehonf^^ de 
derde Su^chongen de Tierde of grootste Uaden To^-ehong. 
Na Boodanig gesorteerd te sgn, worden zij weder op 
de nerf in de.droe|pMmd en, even als den Torigen dag, 
oTor hel Tuvr g€|daatst (waarb| Toornamenilgk moet wor* 
den MVf gedragen, dat de soorten niet Teirmengd worden}, 
maar nu weinig meer ie gelgk , dan genoegsaam is ,. om 
de epperTkkte Tan de seef te bedekken ; ' déselfde 
sorg in acht nemende omtrent het TUur , en oplettende 
dal do dru^ogmaud nu en dan geskgim worde. Dan wordl 
de Thse met de meeste omsigtigheid weder Tan hél Tuur 
geaommi , op dat d^purran niets in het TUur TsMe en rook 
veroorsake. 



Al» de arox>g;mand algeaomw ^•*'<^^ > Wi^^^ **i g«pla»*^. 
op dea .zoogenaiuiideii ofl^vmiger ; d^ ifff wor4t ui* d^ 
drooguMmd ^npinau ; da IJi^ uilgisuliMd ; de aerf «ti- 
der ep «ïn plaats «eaet: ie.ê^g gtg^v^neii. d^ mapd 
wj^ <>▼«•; hef^ Tpur f«pJk»W** 

.Wwnfifr de TlW. broft:^*»**» nwdi »ö epi uit gen»- 
nWff «Ik «IP? «W^ g^Pi*^ 4mtviW^«iWi4 «w^peffi, ta* 
d*t. ae^ri^ 4e c Tfi|9rlia#4ei^, *ï»^^ h^reelheid, e¥#n i^ 
drpoft eF^ibfP«:«IJ^of4mi»rt •n.dAtt var4itde^ve.H5eder 
oWgfhCMptt uit d#, 4r<M«mi>49 biw wi im v#ei gr4>eier 
koeyeeUieid. 

j^{ifprd& dam «chti, ei^ ttwi> dwB#A dik ^ dJj^aider 
<»..4ft ^ gapUitat, t»un# maa i» ket iiwl4em.eeae 
gH^ig^, ópm^ 1^ ^^^ ^^ d^rir9M^« df»r Uikia* 
lIf^T9iiiv.i#i|^>iaeri4^* bpld^r ^n^ gV>eï«nA$ wwi., wordl 
nHi qi#|.«ai^ bfl4pM^ , om detneUa kra4sU U yannndaf 
rf0,, ei^.lia%^9i 44f»r M ge^birig alann d6r;ami4 Tw^ 
zameld wt^ , wordi Wrafi on gap)ai4it ; d^ gorom alif . 
wor4i^ weder gogaren^eadat mand m^ d(ltff»#tatOj«oi». 
over liei 'niiir gepkalat ,^ tera^l, aea MdofOi ofMuli erat 
liet gahe4 vordl geaei» om da opat S g a a4» j^ lalfc^ ^ dilea:. 
tar^' loaeren. 

Nu aa.<daiivw#rdi 4ai^va ft%aiwna».a»iopniaikioalyitt«^ 
ger g^pla^d: da lia»daii> mrt de TtegMPnYeiwvTimi ü* 
li^ó^r^eifwi^ófirA» wprdaa lAogt da ml^ld l»eiM4aiimtfdi 
gabrag^^t9^^ a^n d» %eef, en da IhM vordi yoor»g^ am- 
geroerd > de opeiiuig in liot midd^ii weder lienMd^ ea de^ 
uMuid op Bieaw, oyar bet yaur geiai. Vta .tyd ta4 i^d ^m* 
dfn d# bluderoki OBderjH>aht ea ids ae «oolbroaava^awart 
dan , dMt%^, bg de gerii^te dmkkkg.mal daa: wgir > 
braken » er a^eaomon* Datt hi da Hma^gMTaaid. AI1# ^aa« 
dersebeidene loorten van bladen ondergingen do» deüdSie 



1429J 

bewerkiog. De ihee xtordi nu bij kleine gedeelten In de 
kiÉteb gedaati , eerst met dv handen en yerrolgejis nttr 
beneden gedrakt mei de voeten. 

~ Er is in- het midden ran het ihee-hnii een klein ver- 
trek , leven cobieien In hel vierkant en v^f voet hoog» 
bov^a belegd met bamboeten , ter ondeniennlng van een 
ifetwerk ran bamboes , terwijl de vanden van het vertrek 
mét klei zgn besmeerd,, om den toegang van lueht tegen 
te gain. Als het voehtig weder is , en de bladen niet in 
de aon kminen irorden gedroogd, worden s§ boven dit ver- 
trek op het netwerk uitgespreid , over eena gsereB pao , 
gtiï%k aan die , waarvan men gebruik maakt om de Miien 
beet te maken; er #ordt dan eenig vuur inge|dadUrt van' 
hooi of van bamboes, loodat de vlam hoog km'eïiiiffiB; 
de pan wordt op een raam van hout géset , hètwilk hou- 
ten wielen onder sieh heeft , en door eenen' werkman heen 
en weder het kleine vertrek wordt rond gèkmtf , terwfT 
een ander het vuur aan den gang houdt ; dè boven ep lig* 
geilfde bladen worden nu en dan gekeerd. Wannoer sf een 
weinig beginnen te verbleeken wordt het vuur weggedaan, en 
worden de bladen' afgenomdh, en op dexeKde wijse verder 
bewerkt ah of lij in de zon waren gedroogd. Dit is eehter 
niet soo goed en moet nimmer worden gedaan , indien het 
met mogelijkheid kan worden vermeden. 

Eene Zamenspraak iusscAeu den heer C. A. Bruce, 

Superintendent der Thee- Cultuur m Assara, 

en de Chinesche Thee-Makers. 

Ckreeit de Theepknt in China over het algemeen op de 
bergen , of in de valleden ? ''Omstreeks zeventiende ge- 
deelte groeit op de gebergten, wtim in de valleyen.'' 
Groeit de Theeplani in de sneeuw? "Ja."' Wofdi de 



1430 1 

1 

pkui niet door de ntteeuu^ gedood, of Ucscbadlgd ? ^' Hef 
doet aan decelTe iveiuig hinder ; aoitmiige ouda boomen 
mogen er door aterren , dikwerf daarentegen spruitfin de 
oude planten op nkuw uit, " Hoe oud wordt da Thee- 
plant in uw land? "Over bet algemeen , omstL'eeks Tgf- 
tig jaren ; maar sommige leven tlecht« tien,^' Hoe wordt 
het saad van de Thee geplant ? " Ik maak een gat ran 
omstreeks vier vingers diep en acht vingers in doorsnede . 
doe daarin %qo veel Kaden als ik tu mijne twee handen 
houden kan , en bedek dezelve aU dan met aarde,'' Hoe 
lang duurt bet , voor en aleer de zaadliugen opkomen , en 
in welke maand doet gij die In den grond ? '' Wij a&aa^eii 
tpnmuga in November en December en sommige in Janu- 
arij ; ak de regens doorkomen, komen zij op/' 

Waaneer zijn de planten geschikt om te worden geplukt ? 
^^ Somtijds in het derde* en somtijds in bet vierde |aarj 
iiilks hangt van den grond af/^ Hoe boog cïjn aij iji bet 
derde jaar? *'Van één tot twee cobits (1); xulks bangi veel 
van den grond af." Zoude de plant honger groeijen, als 
de bladen niet afpeplukt werden? "Zeker souden iij dit, 
H is bet gedurig afplukken de» bladen , dab de plauUn 
laag houdt," Hoe vele van de zaden 3 die gij plant, ko- 
men er over bet algemeen op P "Als de ^aden goed zrjn , 
tien van de twintig," Laat gij die alle op dezelfde pleats 
epgroeijen , of worden ly later verplant? "Wij laten de* 
zelve alle opgroeijen en verplanten ze zelden , indien mea 
znlks doet, wordt bet gedaan in den regentijd ; van ner 
tot zes planten worden bij elkander geplant , oni zoo 
doende een goed boschje daar te stellen.^' Op velk eea^ 



Ct) Een cobit ti een elleboogslengtc van omircnt iS doinip 



[4311 

ftfi^Mid wordt kot «eoe ÜMeboMkia ?aa liei andere a%e- 
pltat? "Op drie tel ritr voet vaa aHuuider stjn kloino 
beddingen yan aefai daiiB toi ééKt voefhoeg, terwiil er eene 
ledige mimte Uwu^b beide opengelaten wordt om het re- 
genwater te doen afloopen; de boiehjef worden op geiyke 
aft^uiden in regte liiB^ van elkander geplant." 
. Graaft gS ioiBier slootjes , on Toor te komen » dat de 
planten worden weggespoeld? ^* Ja; men is verpligt om 
Tole te graren ; de grootte en rerm Tan de slootjes hangt 
af ?ma den grond en de Hgging/' 

Welke hoef^lhcad Thee denkt gS dat iedere llieeplant 
oplerert in één saisoen? "Znlks rersehilt veel: sommige 
pluiten geyen sleehts de swaarte ran twee ropfjen ; terw^l 
andere één pond en een half afleVeren ; maar door elkan- 
der :gettemen » omstreeks een rierde van één pond , bij de 
eerde pUdc ; de tweede pUtk een weinig minder , en som- 
mige plukken nimmer roor de derde maal , uit vrees dat 
de boomen souden sterren." Mbakt gij altgd de Thee in 
China op desellde wyse , ab g^' de ^esum^Thee hebt ge- 
iirejd ? " Op deaelfde wgse." Is het u bekend hoe men 
p*oene Thee maakt? "Neen." Doet gij immer het een 
»f Mi^er in de Thee om daaraan eene geur te geren ? 
'.Nimmer." Zaait of plant gg aUoos in de schaduw» 'of 
[obrfiik^ gS ,0en of andere beom om adiadüw te besorgen ? 
' N«^ «r n$n hier en daiyr . eenige groote boomen » maar 
liai neor de sehadaWé" Als uw plantsoen aan 'de s^de der 
ergjAa is » dan kunAen sg ed^r den geheelén dag dé sou 
iet b#bbeji? "Het is waar cp somnüge aanplantingen 'i^n 
6 piMlten im de schaduw roor b|na den halren dag ; som- 
uge Chineesehe keopl^den» die Thee komen koopen » seg- 
•A te kunnen ruiken » welke Thee schaduw en welke son 
eluMl heeft, terwijl sij die ran de sonde roorkeur geren." 



Verli^Mn de TkaepUoien tliè bladen in den vin ter? 
y^Een groot g«d«dt(i rtM af; tnaftr er blijven er «H^d 
eettige aab de p)«at«^' Wetkè bladen, denkt gif, ltebb«n 
bei lÉeétt» Éip rii^ a^ gerold worden , die, velk« ia d»^ 
zen of die, welke ia de schaduw hebben gedaan? ,,Die 
welke In de aofaadaw hebben gestaan.** WAe nnoreten het 
ineest In de zon gedroogt worden ? ,J>ie wett^e in de leha- 
dttw stonden.^' Welke Tan de twee Theiêèn dénkt gg de 
beate ie wezen ? „Die welke in de son heeft geataan*^^ 
Welke planten geren de meeate bladen, die in dé aehadnw 
of die , welke a%ekapct «ya em die men weder heeft laten 
opgroeïïen? „De laaftate twee maal zoo Ted.'*^ Welke 
denkt g9 , geven het aveei^e zaad ? ,»Die ia de sóa^ 
Plaat gö iaimer stekjes ia China? ,tNeen.'' -He^ laag 
nadat gy de Thee in CAsifa gemaakt hebt^ ia dMelte 
goed om te drinken? „Omstreeks een jaar ; indien dezd* 
ve vóór dien tijd gedronken wordt smad^t zg niet lekker, 
ea naar het vuur, en stijgt naar het hoofd." Hoe lang 
houdt de Thee zich goed, voor en aleer dezdrê hedertl^ 
,, Indien dezelve in de kisten wel bewaard is voor dé 
luebt, tal zif drie of vier jaren goed bli|Te&.^' In 
welke maanden begkitmen in Okins de Thee te plakkea? 
,,Al8 het warm en mooi weder en hei aaSioen niat letr 
kond k geüreest, begint de eerste pl«k in Mró, é/e tveede 
pkik aeimi' en veert% dagen na ée eor8te> ea da darde 
plofc eaialreêks even zoo lang of twee^ en Tearlig dagan 
na ée tweede." „Als dt Chineesehe bladen gêttihd weNten, 
dwÊki tt, dat zij dan BMoref minder sap in mkk hebben 
da» 4ie van ^aaoai ? „De Chineesehe bladtn ' tieMvft > 
dunkt mi , meer sap en de bladen z^ yéék kldtier^' is 
de grond- van de Chiaeesehè Thee* etmi aoe abr'-^Ua ia 
AêÈom? "Dezelfde;" Hoe' dikwerf wordende aanphntia- 



[433J 
g«»- gewied? "ËéfiflMud ia dêa regen^an eentuMl in èe 

-D^.plttitey WMtr. dezeChineos ittn tprak , w^réi Kong»- 
êês g^iuamd^ «A if op de. berges:» onttreekt 40'd^gptiida. 
t« iwakr Tüa Canton en t2w«e dAgreiseii tmi htl graoU 
Tfawgewefti .^eich-ee-taji gekgem, 

Eenige aanmerkingen omtrent de Thee-plant 
in Assam. 

'^De OMiee. pknleii sie^ meii' in Atuwm i» kei alg«MMii 
heibett gPoej}eii^ «niIm> kleine rieWertjei^ enwaièrpe^n 
en <yp 'die pkatsen , waar , na het tfetllen y&n dd regeitt , 
groote heeveelhedeu waier sielr rerKamelen en » om slek- 
to ontlaslen , i^ele kleine waierloepen hebben gemaakt. 

tDe sooi^t rmn land deor' mij bedo#ld , kan welligi> beter ^ - 
wnrdeA aangetoond , door' midd^ van de volgende itfbeei* 
di6g: 



. De gettippeMa li^ rerbeeldt den «tand' v«n het hoo^e 
wnler : op den -top rwm de«e gronden moet |^ «^^en -dtk 
bnaek Toenitellia Tan alle 8o«rtM en^ grootte wi bonmen » 
en daaroiHLer dé Thedboonen die al hun be8^4eea ooiiMi y 
slnnnée tè^ bonden '« dewijl de gnond , die cno vele kiekte ei«* 
Ittidett dnaretélt ^ kieren daar door de» regen , «e» natMMrlg^ 
ke'idoot^^ keell gennakt. Het grootste atuk grond 4i ét wiél k 
ik^on^y'wn»^ dank ikyvx«ndèr.doemeden teilen, em- 
BkiiriLa aM'ipOTién iai^. Bl| de kleine riirler Kmhong » ie de > 
Tteeplaait in overrlMd <^ een menigte kleine miMiXk^m^ 
aHk» bod At mei' boeme» rwi ondertolwiden grootte » wnar>« 
onder de Thee geplant ii , otfsehooii ket >nd > b^na «im« - 



[434] 

iMr in den ragent^i geheel en al onder weter eiaat : dese 
soort van land wordt Coor^Kah-Mutt^ genaamd. Ik teb 
de Tkeeplant nimmer in de son sien groeien , maar zon- 
der oitsoadering in de tchadiiw in digte bossehen , of , soo 
ak men liet hier noemt»' boomstmiken (tree-jnngle) en 
ook alleen dnar; in geene andere ttmiken hoegenaami 
ook. Onder xoo rele andere boomen zoekt zg te blf'ren 
gfaan , en schiet daardoor hoog en dun op , met de 
meeste takken naar boyen. De grootste Theeboom , dien 
ik imn^r zag » was negen en twintig cobits hoog » en Tier 
spannen in de rondte ; zeer weinige , denk ik , krggen die 
grootte. Ik heb een groot aantal Thee planten uit de 
stmiken genomen , bragt die , van rier tot acUt dagen 
reizens » naar mgn eigen huis , en plantte die in de zon 
zonder eenige sehaduw ; gedurende de eerste zes maanden 
stierf de helft daarran ; b^ het uiteinde fvan het jaar wis 
er slechts een vierde gedeelte van die ik daar eerst gebragt 
had nog in leven: op het einde van het tweede jaar 
waren er nog veel minder; die welke in het leven 
waren, gaven blad en bloesems, maar de vrucht kwam 
nimmer tot volmaaktheid. De planten , waarvan ik spreek, 
waren van een tot drie voeten hoog ; zoo zf al i^ 
waren gegroeid, sedert %i§ verplant warM, was zilks 
n<toh in hoogte noch in dikte te ontwaren : vde van 
dezelve hAdden het voordedi gehad van een wein% 
duw van boomen in mynen tiün , en die, welke de 
lommer hadden gehad , vond ik dat er beter uit zagen 
en ook beter uitsproten. Ik heb dikwfls gelezen en ge- 
hoord, dat 'de Chineesehe Theeplant niet kooger zonde 
gro^n dan drie voet : ik meen dit daaraan te me^ 
ten toesehr^i^n dat z| in de son s$» i^lmH^ > en dsrsel- 
ver.Uadén' gedurig iaigesanierd worden. 



1436) 

' SiBMi korten i||d geleden rersoekl ik tn erleofde de 
toeetoiwniiig rmt kei GoiiTenMttieni / o» op iB|ae w^e 
eeiiige proeren te doen. Omtrent Int midden Ttn Manrl 
11.9 kragt ik drie of Tier doiiend jonge plsnien uit der- 
lelrer nniunrlfken grond over naar het land ran Muttmek^ 
oms^reekt aokt 'dagrasent » en plantte die daar onder de 
boomstruiken » adit of lien digt bij elkander «in eterke 
lehaduw. , Van 4 tot 600 werden er op onderidieiden 
plaatsen , op eenige m^len afttand Van elkander geplant. 
Ik beco^ht die in het laatst van Hei 9 en rond se noo 
friseh » als of zy in hunnen oorqironkel$ken grond ston- 
den , terw^l er niemre bladen uitsproten. 

Daar dese soo goed groeiden , bragt ik in Junfj U. » 
nog ITyOOO jonge planten ran deselfdo plaats 9 en plaatste 
die in Coor "Kak * Mutiy ^ omstreeks twee mglen vaii 
liier 9 in sterke schaduw ; n^ kragen nu nieuwe bladen » 
en staan soo goed als men maar kan verwachten , oHichodn 
ie grond niet gelgk staat met dien 9 waaruit zij genomen 
syn; maar dit is ook het eenige verwhil der plaatsen. 
Om aan te toonen hoe sterk sÉy zijn 9 mag ik wel aan* 
balen » dat zij in de eerste plaats met de wortels door het 
kampongsvolk werden uitgetrokkeii 9 dat gezonden was» 
[>m f e uit de struiken , daar zij ' opgeschoten . waren te. 
balen ; zij werden in manden zonder een%e aarde -over- 
eind geplaatst 9 werden twee dftgreisens óp den rug ge- 
Iragen». 4^rna in vaartuigen weder over eind geplaatst» en- 
ilechts met een weinig gewoone aarde op de wortels bedekt : 
daarbij waren zij van zeven tot twintig dagen onder weg» 
roor en aleer zij bij my waren , en moesten toen nog 
eenen halven dag reizens tot naar de nieuwe plantagie 
worden gedragen. Hier bleven ze vier of vgf dagen met 
slechts een weinig vochtige aarde op de wortels 9 voor 



s« eliida^ik ja (Uu .grond wmlea geiiet. :Ea Ai wtf M %i l 
wut dié alks «ftMoi d«^ {dMtot «ItAni Uet gfro<^iit»^ |yiw! i l é 
Mn AeMlTe.'h#Midtr wèl. 

Mog •eft iioder Tcwrbaeld xal ik «atiliiidêii » 'M fl^rsekvr 
lltrM^ Ie bewljsen. In bet Mi^éL^open jMr, sénd M 
Qpar^meBiMi 'tttne eominuMe tm dm ikittdigè heeree, 
^^ d» ThQoytiat Itt iÜMom Ie onclerlieekMi^ Dr. WAXiitt, 
d« hiffr GBvrm «i de heer M«. CtALAt», êe twéé 
^frtte fioteiutieit en dé kmtete OeoiN>og. 
, Or« Walkicr , die aan hei hoofd dei* leommisÉië was, 
T#raeckt n) ^ den eenigea fiuropeaan, die immer de Tkeé 
tireken , soo als men dese plaateen noemit , beKoékt kad , 
^m ha» te.Tergeïdaett. Of lekeren dag irerd n^ , na in 
(^eaeUekap yan die keeren eenige Theq>lanten ie kebèèa 
fl^iMiaen 9 ^Ji onse temgkonurt; , door eenige inbeérlin- 
gen keenae gégeTmi Tan eeni ander etnk grond, vaar de 
Tkee wm evgekapi.. W9 gtogen en ^nderieckfén soQu, 
f|i TeAden de pkaten weder ia het opkomen, en om- 
ttreeks net duimen keog ; b^ onderjtoek kerigtte men ons , 
det het kao^ottga r^ttL de Theeplant rodi^ onkrtiid aange- 
xien f allee tot aan den grond toe sohoon weggekapt , kei 
gdieel Torbrand, en toen j^iipcf^ op dien grond kad ge- 
plant. 1^0pmdif wat jnist gesneden en binnen gebragtyHoea 
vg de planten sagen, die reeds weder £kke en Telé aif- 
apmitse^ tmi de wortels, en oude stompen rertoönden. 
Sommige Theeplanten , merkte ik op , waren shéhbi een 
yoet f en andere van twee tot Tier Toet boTon den grond 
a%#kapt ; allen hadden neer yele nitspniiteels en bkden , 
een of twee dnimen beneden de afkapping. 
. Nad#rka]»d maakte ik Tan dat stuk grond eenen Thee* 
tuin Toor rekening van het GouTernement , en hei li lea 
Tan do beste die ik beb ; daar , waar beTorens ééne Tke«- 



1437J 

ylMf»l wai , M%n er Jiu meer da» een Aosgn , ierwyi 4e 
ftimv» ^UMpruiiÊeh yaa ile omde afkeppingea tem eeheoÉ 
u^mA dMnMlei , em x#er afttekea b^ lewunife ymn 4ê 
>udB boemea , die ik lieb kien ataan f irelke dumie ttan* 
tmm f en ileeliU veiiiige iekkeM* 4Mta de» top bebbeii. 

.D4i eiftk (rond ef i«iii J^eA ctti; eeitoeii «eer Tim 
roortgi^liragi , dia twaalf BMMd deeelide 4iitgeeirekllieid 
riua grend ia de gimiken zesde hekben gedaan ; ik «Mrkle 
>p dat 9 waar de planten die afgjskapt waren » weder o|m 
(roeiden 9 de bladen deor aan de aen blootgesteld te a^ » 
leeM geelaektige kleur iinegen en yeel dikker waren dmi 
lie i» de gtnuke» ; maar die g^ele kleur ia Terdweoea « 
»n de bladen s^n eres see green ade die in de ttmiken 
g^eworden. 

Daar dit stuk grond deor a%ekapli en aijgebrasd te 
sgn» soo wel aan bet deel reldeed, beb ik deeelfde 
proef genomen met een ander digt daarb$ gelen stok » dat 
opgekomen is » soo als ik yerwaebtte , terw^l er aebl 
tot twaalf nieuwe nitspnuleels in stede van een nü den 
eadea. stomp te Toorsckyn kwamen: bet is nu een fii^aaije 
grond. met Thee. 

Niet wetende hoe dit plan yan afkappen bij de uïtkomat 
aottde Teldoen , en welken invloed bet op de planten soa« 
de hebben , aam ik een ander stak grond , Het al de Thee<* 
plaatea st^an » dooh kapte alle andere boomen greot en 
klein , die schaduw gaven r <>m ver » bragt se op hoopen 
bieea » en li^ die , welke ik niet kende verbranden , In 
de waterleidingen werpen. De Tbeeplanten staan goed ; 
evenwel staat iedere plant op siebselve» beeft ge velgen 
Ifk weinig bladen» en is nagenoeg in denselfden staat, als 
toen zg in de schaduw stond. Wij hebben nog geenentijd 
genoeg gdHtd, om te sten welke uitwerking de son op de 



hUé^r^n hêéÜ^ en op d« Theo ^e er tad gMuuikt wmrêk. 
Dü tiuk grond hêM eoii somlerUiig MMtra : do fiigiou 
golq(BOii op sün boii olork gonotg om op mhshMébrm iokuH 
BOB stoBB 9 Btt S9 doM wdUU£g6 tehmdttir mÜNtoB. 

Ik. bon boi% mol op «ndore grondea jj^ootob f o Bemon: 
TBB soBBBigOB liob ik do oBdonIniikon laioB staan » ei 
•lodito.boi oBkrnid ob madoro kloiae boonijet wog^^kopl, 
om daardoor aan de elraloB dor zon toegang to goren ; an- 
deren heb ik seor weinig ichadaw goiaton, 
, Ik beb takken van do Tbeoplant afgoenoden , en dlolH»- 
risontaal in den grond gdogd » mei oen paar doioMn aarde 
daarop : ag bobben oyer golMol de lengte dor tak een aan- 
metkdSjfL getal mtepmiteele gogeren; andere takken aijii 
eenroudig in den grond gestoken , en zijn gegroeid : mtar 
dit gebèorde alles in da schaduw , en ik geloof niei dot 
snlks in de zon oren goed zoude gaan. 

Oyer de liggeng onzer Thee-gronden doelen wg het Tol- 
gende mede : 

Het land ten zuiden van Suddeêoh tot aan do riyier 
Deiree , wordt Chyquah genaamd ; ten suidea yan ito 
riyier Debree wordt het land Muttuck genaamd» tot aaa 
de rivier Rurra^Dehing ; ten zuiden yan den Btirro-JDo- 
hing is het land yan den Rajah Pitbittdax 8n«. Yaa 
de hoogte der riyier JowrirA - Poon^ genaamd , tot 'aan 
oene plaats Beesa geheeten , ten zuiden yan gezegde hoogte, 
aan de riyier BurrorDehtng , in de nab^hoid yan de kleiBe 
riyier Juglow Pauney ^ wordt het land Stii^ A o, genoemd» 
hetwelk alles ten oosten yan d^ boyengenoémde l$n is ge- 
legen. ^ Ten nooi*den yan de riyier Beiree is geen enkel 
Stuk Theegrond ontdekt , allen zïjn ten zuiden daaryaa 
gelegen. 

Het land Muiiuck genwmi , hetwelk ik het meest door- 



geir^kken kmt ». Mh^at «ui loe» gehtaji ei^ ai ThèelMifl te 
w#B««.» m ik)li#wl mü veUêkerd, 4»i nog.nitt.dci.lMia 
TMi .4m«4Gi Ttoegronfkn ooUeki sjja; ktl gtkêékymMm 
gr^mi j%a Muiiuêi nkHm^ Tio#ir d6 Thee saer, gMokikt !• nê^ 
s^«{ ikM» sttlki l>g»biyL»»' nagegmo» deoroTwralirMr jkr«sW 
plaa^tbi^U «a 4in gqoad te grAreaen diealeendenoekett. 
£•11 iprooi aenUl TheegreaAett sga ieer de inboorlk^ieii 
uit leiMier enkAnde ewgekepi, ea tei.paA'e^TeUeogebe* 
zi^ ; drie groBdea ken ik, wmur. men padie iiig6iaiii^> 
IiaaP^» ^n d^ Tliee weder lutgeepreiea ie; els deee rer- 
waarlo^id verd^y .gr9eit zg e^ iet een digi stmikbosdi. 
0|i4nrMiiBi4eee ran . 4ie fdenisea sHa my deer sevunige 
e^d^. iniri^ere lavfeicfeiid. Byea ieder inwoner .van JtfiU- 
i9ifik,kAu% Qtt het Tke«|)led«,dMr «3 sien lieereelprQt w). 
4piurey eteUea» en eene kl^Ae beleeniag .entTangen » aU 
sy nig eeaen tak brengen « ep dea eenea ef anderen nien« 
wen grend gekweekt. 

Er ie veel Thee ia bet. laad van R^fah PtaevnAH; 
Bi94ir,Jhy., ie. te .lai.ee» J^j^Uk mede iep te benden, en ie 
zeffyi jenbekeitd Met de plaatien , die in miji^e epgaire toer- 
^emtn. On|ange beb ik gebeerd Taneenen grond in dat 
^d» .diet men scyt dat aeo groet ia., ak twaalf andere 
grefiden te aamea geaemea. 

Sofwrige grpadea «ïn aoo paeeen laag , en bebben .byna 
dea#ISle. breedte j en apdere slecAijU. IQO; maar s$ zign nog 
ntft beheorlök opgeaoauen » en kannen mjeeehien yeel greo* 
Verjwei^en* Alle. desa Tbe^uinen .kunnen, werden vermeer- 
derd, tot bgna die uitgestrektbeid,. welke. n^n, maar ver* 
|u^i^ , deer ,de, menigte laadliagen , die ev onder de THee- 
ple^ten gerenden werden , deer de greote beeveeSieid zaad,^ 
die. jaariyka kan worden yerzameld , en deer het greote 
gatal afsnïdtels en stekje» die, men planten kan. 

ic. J. 2fi. 8. 29. 



i4Ml 

W«l M ittftdlbsMi kairvft» coo hib ik SMd te Sntf- 
ilMiA ItkiB t0m gmuii ; tMl ki iêimB opgakMMH^ an 
■thMi Ia ImI ••rtta J««r wd !• «diM ilageii , «nar «r 
waftaiAiwakt, yc galoof dainaBhalJiralatrtaitaf ttaanl, 
lialwalk 4a Ja«fa aa taeUa kl|»dyaa i^baat i «& ia aaa (il 
oaiar Atn f rooi » aaim éa vartal vaii da^ ]^i » bragl^ 
saaibil kai iiiS niaMiar falakta wné pknl ta MbMiëta. ' 
VarMaA jaar kak ik aahlar aaii%e sadea iiiai$aanto£Baa- 
dar da aalmdaw Ta& koaaMtt aa stru^aa fafrianl , dia ^p- 
gakamaa s^a an gaf d ataan. Da aadan > dia ik rarJadaa 
jaar ik da san saaida ia Muituok , ^ ia eaa' vm mj^ 
Thaagrandaa» xQa oak ofgakaaiaa aaalaaa faad.I>«Ttea- 
graadaa ia Sing]»hQ9 s^ reA ailfpikaklar dtti dk ia 
Muttuek. Hat valk ia Singpk^ kaaft aadarl Tala jaiwi 
da ihaa gakaad aa gadroakaa, MMr «Maki danlva ^f 
aaaa g^iaal TanaldEaada triaa daa da Chtawwii.infta 
doea. 

Z^ plakkea da joaga aa aa^ia Uadaa aa droagaa dii 
ia da aaa; samaiigaa aallaa dia in 4aa -daaa^» aaAunva* 
dar ia da i|aa» gadnraada dria aprdgaiHto di^ao. ^tada* 
raa doaa dia i aa daokta ^mt waiaig ged^aagd ta^ af{a » 
ia kaaté paaaaa , raaraa dia aai M iiV gakadl kaai a^a # 
doea daaalva daa ia aaa bamboa > aa drakkan aa ia mA 
aaaea ttók,'da baftboa ataada atar két iraar raaddraajüBda 
tot dat dia Yal ia; da» kiadaa ^ hb% aiada taa Mal Ua- 
daraa , aa iiaagaa da bamboa ap ia ^^ik rokarig g adat U a 
raa kaatia bal; oip lUa w|ia fartaardlgd, kaadi Ai IhM 
si^ gaad , Taar |araii la^;. 

Op aaaaa goadan lAiaad Tardar oaalvaarda, graaft «aa 
gataa ia daa graad, balagl dia aaa dia kaaiaa UMft graale 
bladaa » kooki da Ihaa-btodaa t i^arpt kai alkaakadi weg, 
plaatst de bbdaa ia kat gal, dal laaa met bfa^aa aa aarde 



(411} 

MbM, mUM Ml M^ftUd sImm m ie |^i«, Uw*- 
na Ben desdra er viteeevta^ keBd>oeien dMrmede ynü%, 
ea op deae ir|te Tenraardifé Ier markt brengt. 
Die Taa Singph'o hondeii aiefc voor groöte kennerf dér 
rf feheei èw lAM keal^ oipM-tIim* vaa dte plaaH» 
s« a9» kato MtHsrijgr» ék #illM» éM ep9ewi|i waAT 
aj^ ta ^KbMi m^ MM als- kèi t«Ui tan JITtfMiioir; 

Oiiiiil 4e «ÜgMiIrlUiMétatt &'ii0»*a ii WcMil Met 
baeacken t^ elmikëay eH wo& ilaehkr 4a epAmtTtikeif 
^méé B f^ 9éBLdê kei een eekeea ikeè tfMreet 
4e grMUl ia ér aeer ftukihl T)»er 4a flaat. ' 
Byaii4iir j4re»8ele4etf,i Het ik k$ taeyift» eebige tlM» 
4ie ik VM Sêt^k^ Mê gettemea k*4 ^ mm- 4d^ 
vaa 4a 'Nnt-JMiUivyy 4ile 4B9reiseaft rlul 4e> 
likNAa WHv ik j» gikragMa ka4, aMer; eeftige iwÉ 
■qjoa'¥viiD4eiiv te Ma^p^; vi a daa 4ie üa stdka»'se i» 
èmt gf^Êwéi en s|) groef*» aur ak af s| aiaaner fevpkm^ 
■ietle9eMÉéfih4a kg* im 4e teka4Kw wétite ge*' 



Hat-htf JHn^Ae ig eé» fbhoek Ünè^ amr aeé bing 
4ie iMia 4e «leé kMei» im IM wiU kaa erlaègé»» M- 
ba kij 4]a^ lÜMker aanple»t^ ; kal kiB4 is aeHMva ba* 
wViÖné 4aor Télke#ek 4ie: etee4a eëderUaf itt oérlég 



lAa ke^t éié 4e tkee ap 4eB taiP* Tka 4i^ 2Ai94ib gaoeity 
tav Bïii4eir Tan Kimgrdmi aan 4a 'oaveni wkm 4a Bmf¥é^ 
Bmkdég. M 4k? hga tkea-gaan4aÉ Hggw kb 4a yMSiém^ 

Deze aanmerkingen sjjn in kaatt , en londer TVtk ar4|j f 
k9 elkkMn» gebkvgtt. Ik koop 44Fkalre dal im ioagéeUlk 
Bid zf^ êmireirt^ket oMrekanaktë ; e[i eenAi aBdetk» tgii 
aai ik weMigI op kat ^derwerp Urnd koawB , hMmt nten 
zalka Tan eenig belang oordeelt. 

29*. 



14121 

KmtH 'ifergdüffAing fmm iet i^vem^umde nmt dé r«* 
iUtttiten die de^tkee-eultunr op Java 
reeds Aetft opgeleverde 

VUb UeAovttt twiMÜineaëgédéeUe rmmïa^ éefwmé^ 
Tkêmukmk rw SrÜeeh Iniü , ii hei stuk bedoeld in de 
Javaselie Cenrani Tan ^dea 3 Oèlöber. IMB ao. 79, ter ge- 
hfgetïlsM fht abfofs «en «HtMuel ««r een Sié§Êfere 
Uad ig ererfeiieneii» en ètmVi uterd geveegd: 

9B4 de oiwraeiM wtt èeft bereiietaHide «^b^einel, 

kttraea w% vet geoeegea opserlMa » dei reedt ie &el jaar 

1833 9 de iMoiiii emtreni de teell mai 4ea StedbÉeitar ea 

de rerraardigiBg tm Tliee op J4iv#, «ao ^er geTorderd 

wat , dat iea geTe%e der oasporingen^en'to^asaagea wkbl 

ésmr laepeeteitr dmr Thee4LiMi«r'lAceaB0M, feea fagiil 

■wer keade bealaaB aopeat het verkrijjgeii. der greene ea 

slPMTte Thee iMt lenaelidea heeet^r «; dat< 4e beoardeeliag 

ètt partyea greeae en -twvvie Java Thee faa TersdieiileB 

gorteringen , «edert het jaar 1835 in Nederland opeiibaar 

verkocht, soa wel ia dea handel, ale To|gdM Balaaieeh 

en'Chem&peh ondeivoek, bgsoadergamiig ie geweaet., en 

deo'groaéiga keaaie der balaügéa van ée Ihee ap Jaaa 

•edert nog zew ia toegeneoien: zoo dat w^ ons i^ematelfk 

mogen rlegen , dat nog in den loop van dit jaar eene 

niét* oabèluigitjke affchefnng'van llèe naar Nederitmd 

aal 4ttnaen gedaaa werden , ea wei aeo na mogelfk ingt- 

gerift Tolgené dé yereisbhten van geÉlone^ChiaetB8oheThee- 

ladkqfen.^> . 

>l^*taen: gHytte verwaehting it dan ook Temild, loo 
ak >ep de ' meeft reldoende wyse bl^kea kaa , nit de on- 
dervolgeiide Carga-%ten eener hoevdelfaeii '>ran ruM 
169,000 penden netto. * 



CARflA-LIIffT 

Vim ': fttiM .fUtt^Hf.- S^vm '- Cfct^ 

BêlUnd, Kapiteiii A. NANMNCHS. 



Jara Boey . i . . 


m/i 


"/. 


Wt» 






Jara Congoboéy . 


194/4 






. ■ ■ ^ ■ 


Jara Gosgo • : • 


a*V, 




Wk* 




*'/,-. 


Java KempoejT • . 


111/4 


1 






' . ' 


jH».au*iiMi|.. , m/4 


.V. 


l«v.« 


^ 


21, kaiifttNQPii 


Jara Soepoeyfeeeo] 


18/4 


' 






' 


Jara P«eea ..' . . 

j 


.W^ 




,Wxi 




J4.-., »,a 


lara Thnnkay . . 


..«A 


1 


. ^t' 




..."" ' -ï. 


Jara Sohin . . .| 


ija/j 










Jan Hyaaat!. ; . ; 


.«r4 




«A. 


- - 


18, » 


JaTa Uxim . . 


.. 




n6/„ 




12 » 


lar» )<KWJ« «. B: 


.1 






.. . 


■ .4 ..... Jh. ï 


Jara^ Joosjta F. B. 






11/ia 


Va. 


' A. .' », f 




vm/i 


m^ 


fiW^. 


4/s. 


74 kMlMMr «MTVM 

se la ts- •■ d* «Te- 

dosem sija. 



Thee i»ritt*i»g «ily *««««»« l«».i>««e«»*f*-:^«W' 



CABGA»Ltf«T 

Ml êkim ^1l^jl^■ :3htimitUmêi, 

êOdf. GatÊÊÊ^ Mm tkn fiaadkr gihto 
in het Miip Meadriië, E^Üpm J.ADMIBAAJL. 



JsTft Bo0y 


W. 


9V, 


w» 






J«Tft CoDgobófy . 


19V^ 




. ^ 






Ibte C«bs« ... ^ 


><V^ 




9¥t. 


■ ' 


ï " 


Jara Kempoaj • ^ 


HIA 


1 






~ • 


j»»aMd»... . 


IW^ 




^^t^ 


*• 


1» kuhm 


• 


wi 


r 


r . i 






Jmta Pmco • ; • 


^^* 




.w.i 


• 


.13 -i» ■ 


Jara Thaiikajj . . 


«A 




-«..J 




■ '■ • 


Jara Sehin . | • . 


»3V^ 


i, 1 






Jaya Hjmmi. j . . 


W^ 




^Nia 




1» * 


Jara Uxim' . • . ^ 


' ' 


} 


175/„ 


' 


13 » 


JaTa Jooijéi ^. B^ 




• -. 


IV, a 




f: •• »•■ 


Javé Joofjéft F. B. 




' 


/ 


fr',. 


4. ' » '. 


■..<;■■- t 


««/i 


»v, 


M"^.-^ 


5/.. 


7J KatfaMn *wim 
i« te •$• ta «i <n. 
ri|« IS ia <dM> 
<«na slia. 


«11. « _ * •_*♦'_. 


A •• V» ^^ 


_..»,. 


.• *v _ 


^ „a 





Tktê inrigtimg nttèji Bëkêpêé^ 4n Jtëêem^êlr é$U, 



Omrm bêkuftn nü «Mm «dUüiy roêt 4«i BritMÜMt 

3«r«nAt««'^ ^'^ ^ TlM^vUmir C. A. Bsvci» tar 

riaptB , owkr 4a ioo«|i]«k]i«4«a watraitda Mtehrt , o«k 
ytlfWMi iê TTMfHre - aadonriBding ep J««ii> 8*i»M>^ V^* 
th CkiMÊtM^ T»a welk« ib «Mnke kaïmii noel Tarkregeii 
worden, sga dmarmdilo niet m ait ë t t liaiMi , leUt onéerltng 
«ini8 «I «M, MÉM- n^taiieerliltjveniIndrteriiouAend 
j#|^Mi eiken ana hnn yre eni de n kniewrt» en sidki wA en 
aiA iberMi mo veel negdgk in dit ydL ewniitliaer te doen 
Ulvtttii Oek »eei het ak leer nioegd(ik warden hmAwwi, 
em GUnecen M^en kM luid te redcrlfen, die nelf eene 
TttUidife knanie rm Zkee^knltanr , bereiding en nfjpak- 
ktaf in een #f in weini|^ perwinea Tvreenigfea* 

Op' ifmffm iM i ' d e tt ée eerste TmeUgeTende Vheepttten 
verkre^eii ia ket Jeer 1886 , ten geTolge mn vri^egere 
ontbiedingen nit Jmpmm » gedaan naar de epgaiMn Tanden 
nat«nrk«nd%mi P. Diibb , die ook de eente planting te 
BMiiêMMorg in den GonTernemente Plantentoin bettnnrde. 
De eente CkineeiAe Theebeesten a^n In den aanrang van 
1829 nit CAtff« naar Javm oTorgebragt , door den Thee- 
kioanf r J* i. h^ X». Ji.eea»oir , die in herbaalde reisen uit 
Ciim0 naar Jêva nog Méiir ThedMOetera en llieèBaden 
heelt beaergdf «a die» net het epsperek daarvwinCA^iia 
belief 9 «ofc Tim daar, hij elke reia al oMer m Maar 
da k a nnie ea de auddekn heeft avergebra^^, waardoor 
ap ƒ#•« da Ihee ie knaaen renraardigd worden , dk 
tat h edea raa daar ale goed Javaeeh vaartbrengeel» ea 
ToJgaaa de CUneeeAe ragdten ea gebrnikea geeorteerd en 
a%epakt , ia ailgerowd. 

Al ▼eertffiiade Im , ien gerolge raa de Mtderrinding ea 
de regeUa^ea Tan deaaelCien in dat rak aoa rerdienatèl^ 



(4461 

kM pertoon , 4a keinni der «itkeii reeds soo ver gèhragt » 
dut ^ neer en meer de hnlf Tan Chioezea kan werdes 
gewirf y ea . reeds ImsImui er inrigiiiigeii in de bisaehkai- 
éem .rm Jmma, «hraar Tkêe gepkni, io^kaiBeld» bereii 
en nier . de algemeeae TkeeiorigUiig nekii Bëi^wia Ir 
Terderfi behandeUng géxandeii wordi , xoader dat een eaM 
ChLoeeB daarbij tegenwoordig ïb^ 

Wij DDthoaden ons faa de mede deeling e eniger aaamer- 
kingen die ons nopens de wgse van bereiding eo kuil uur 
der Tiioe in Opper^Aiêam , bij de lezing yan het bovea* 
bedoelde Terslag, deswege zijnToorgekoinen. Eijtene korte 
bebandêling zou groote onTollodigheld blgvêD bettman » en 
de geheele OTername yan de regelea en Toorsehrïflen , dit 
op Japa nopens de behandeling van TheekuUuur en ber«i- 
diog in werking zijn , zou buiten ons tegen w oord jg bestek 
gaan ; hiertoe zal eene nadere gunstige gelegenheid wcf^ 
den a%ewaebt. . ^.^ * ^- 



BekUmming mn den ierg Smiroe op den JSden 
Octoher J8S8. 
: Gedurende m^ne veelFuldige reizen, Tertoefde ik, ver- 
geteld Tan een' Inlandflchen Ambtenaar, in de binnenlaa- 
éen der residentie Paeoeroeii^^n> om den nacht door te bren- 
gen. Op het Toor plein dier woning gezeten, genoten wf in 
ToUe teugen het schoon e van den arend , en vergssltes 
ons vooral met het heerlijke gezigt op den zoo zeer rfl^ 
maarden berg Swtiroe , in wieni nabijheid wij ons bevonden* 
De laatste sfcralen Aer ondergaande zon , verlichtten Bij- 
nen grijzen kruin ^ welke boven het omliggende gebergte 
uitstak , en irotseh op zf ne hoogte « met minachting in de 
vlakte seheen neer te zien* Nu en dan verhieven zieb 




ÉI£a^/*^^T 



[447] 

rookwolken , dld tlaiig uit èen knüer omkoof t^tii » en 
liéi sekoiiae tm hei gedigt niei ^^êkaiffwmpkoogèdn, ierÉrfl 
telkenf dtfsrep een '4of onderMréMh-gelmDT^ée» hetr 
welk oBEe aands^t meer en neer op^rekte/ CUeAl weaier 
dum, dalrhet geiprek erer dit, Ireffj^ade liaMorfteeaeel liem 
en ifij ene ¥an lieverlede deer eenif e e«de f aranen 4et le^ 
gende» weULe ran deien» eren f^V^ iba^fjaa mUe kergea 
op Jav4t; bestaan 9 Ueten Terhaiea. 
• De Smiroe was» T<4geiM. dè.erverleiiEerisJgy reorheen de 
irooBplaals geireesi der boene geesten , In t^emTerstel^ 
Mok' ran den aoordfraarts gelegep berg 'fresiéyi «raar de 
goede geèi^n steeds bon verblijf, haddettgeèemdeo ^mi nfg 
li&êlden;' ■ •• 

€^wederstaaiibaaf bekreep mg de htift , den Ssn^e^iieer 
XWÊÊ nabü ^ lierstf kennen, en êm/aee'aipgel^vaQMra 
top te beklinMneii. 'ik deelde dit n^a rerlangen^ M» NM^ 
reisgenoot mede, docte met een gUa^Mh op het gelaat; ak 
ware b^ ran mi^e ^onoiagt in desen •irerta%d^ ivilde 14 
iii9 de onnM^l^tbeld van dien tegt doen InèiMi ,'doei' 4e 
saggên f datr iriettegenstaande herbaalde pogingen V bel éét 
dttB vevre geen' tBiirepeaan gelakt was , den iep irae den 
'Stniroé te èereiken, en^ dat sleebis éénmaal twee Jaranan 
met 'ongeleeAi)lie medie , tot seer nabi} dennelVen waren 
doorgedrongen. Dat men borendien 60 pale^Ter dooïr eéa 
boseh moest r^dea ^ om leker standpunt te kannen berei- 
ken, nin waar de reis irerder te roet diende te worden 
^ooirlgeaet, en dat dece weg die gdbeel ongebaand was, 
Toeraf noodsakelijk iiotide moeten w<Mrden opengekapt. D^ 
allee eehter i^hrikte mij niet af ,.ik blééf 6|j mgn Toor- 
nemen volharden , èn daar mQn reisgenoot , sag dat m^ 
▼erlangen ernst was , aoo kwim trtj 'met ni$ evereen , om 
reeds den andoren morgen de reis derwaarts te aanvaarden. 



[418] 
4»#É 4—fiytfiMi • d«i utmAi l0r flaatta «mmt fcaitom 

é«l ik ^idii;:kèttt« li»«k%piL.hM M MfflMik Jmi w«m, 
dal men in dex« ondenMBÉf mrü^iilr aM g<Jii§d «u. 
0m: ▼dstudüi «MÉisM Ün.^lvt* lur/» Mm ik rmg m mM 
tw ImiAif JMraiitti itm i^ é»m» lOm •»«# itfadrt^ !• 
iMiymPiii. k>MH«rd(H» Wf Mtr h wgf i W ' fog«i dM hmpg 
ffi: mur «Mk oaÉMHPdjl ik wUm, A» idi# #ad»wnüiaf 
door m$ t# gering was geaehl, wani Ulkens na mm^ oial 
iMgi Tan alMkUi M MM paiMi Tir to l ii fcfclÉ y»arl- 
«riaMnnm», gair^adUe ik «19. na» TtframM, dal ik k«v 
haaliialilln m^ji» gamMH» (8d ami^ iiut«i ^l/nnm rvték 
U kMiÉonigaané tmm gtl^Mm oik <it daaratn vaalla 
kimbm*; g^atf tlaan ^Mlk# «Ut» k§ do üfaüWttpiiniMm > 
lÉidor ido noolot w ag glud ; 00a» MUiilgfMMfovoordi^aMt 
kot ki ri io nj l ak ylak } .00»» aaiaanigfcafciliag na* r»iifnon> 
mm* kngs d^n kerg afloojpéade. Uovon on 00a aanWt alotf* 
mÊU dio ono^hoadol^ déor* dio rwrfnott noar kanèdn >al* 
dottf dil alloi waron noo ^e hbèimt^^üm «Mnnodo «$ 
^oodi le^ban^ptii haddM. Dan desa al^ kwaa^n in gMi 
^rorgolfkittg mol doattdoromn^alökhodeihirolko «g-Jbaddit 
idoor te aktan» do ftllo' on koude rokwindoft > dio^ Tin di 
koogto nf naar oila kMnkoidon en otte »^ regen^van kleine 
'i^ooaiin^ sand $itêM aaakondond in kei gosjgl^ wi» r peni 
JManiiwllke: konden wij. op do boenen k^on ataM en^ 
^Iken tnkwind t eekooi ge^n nader middel oifoi^, ^an nae 
pkt loge»deft gvond nndor Ie leggea^ ion «eindo niol doer 
den wind ;to. aFordonmedo i^eleepi. • Dat.iniei <ip M)ko 



^kêmm iMfr «Mijt iJMIftA •»» iMP Mft m^ 
fan ■^pirfgr «M kM^a ite # irikMi .Imiriiji 

tofi te WÊOê^jL fiékM i i« . feimMA .atUar mvm mimtHr 
gihiilrig M |MlHP%0i| «irièr Jbt» warivitaoodM^gduMUt 
jÉt g| rik» m*y>kfliiJ>ii..TiiillÜMWiii> 

MflM»«mMi.wif > M iègM !• «É« '4 odilèAds 

lil» iê^MêêmM^inmm^êm.éiadimgÊméÊrê 

Ik tiüraif m; tattt fii»id «ila— «piangMMfd* kalft: taé 

^•'k^êfplt 4«i:kir0Upi*-^De wla4 wéri «üdter m Ik 

k«9i» itètriiMi^ Mk. «w kH afrpttin 4tr ««mmb bM 

*M JM||ifV«Uif . «MT } MMT, t««i kigM 4f M» hlTM 

knrMA ^ Atëa fiiniiiM, e» tP^jfc-K^ ^wêU énm «»o-> 
ta%#^ iB-giktaii «&t,^M.ik «dit iwriar k»Ké» romri 
Hk—tii •» iiügtii»Di itt^m» 4t kioyja 4iriiiter nmkl 
Ili|r#^gttok^ fidU» ifti tk giM 4iiftklrglir>'^^^ iuid«ré 
?t»gmfctnB v^'<riMitii ^uhtA ««k* kj} m| kiê» m de Xé» 
HnMB <• fi» Mbtor § «bliT«ft wart a > «n ken t» kwuiem 
k0r»f|^. f^iJJbt i^or a»gmi we»4 iMJ «kiiiar «n alk 
ii a i 'Wg »p a a ük iai B «m t^ ali m«# iüppaii Ittaèd' ia «^ii 
knififckiW ■tfpMVk vo«U« Md karoMr tui m^té r#»ktt^ 
la#fe« ^liiriiiMfcig «I hmikèét'Wxk, tëeAra Mgae kr«ckle& 
kii gfiii» f— héaa^ temg U kèarai. -^Nft gndog «dl ik 
••m liuêÊ mÊot Ia éÊmêOLwHiÊ/i t»b kewuiMlieikêid kekben 
rMikèvièf iM» êM'iéer IftTauea nitf aéMffktiM» «s o 
fd«fcl kS kiUI 6e«# «M* waltr k^ «Mt 6iM|r 1«»^^ 
ik^ lilfciiii èuni' m ^^otêe§ wMm Éhmwê kx%MeB, mt 
w i a aii gMMg •») 4i#o «Mgaiyk , wmim^U ittTTMi deer- 
dfuigtt}. Nog'^Tlf' Miflire JavBiieB wavaa intustehai ook 




M|.é«s i^mmèiÊ^ 9^ óêê, w'i m tm^m wum utmü^ M 
fraagden oM;<iRiifmam iJmatT iofi éa He rtro i n— > Ze«r^«Mr<* 
k|gi% én Ml aUe MgeMP» inipaMag;f g i a|| »n , af batog 
f«t^i''kPd|ies ^ ▼ei4«r en Ywniar/ ea fcw tifc t a a euriU^ 
i^ 4iii iti»:dM miAJbfi iM 4iire»4wiM JM wBè mi 
IdhMMM > èiii> soo Unf gatreitelitoa t«)p I 
. DÉtir lióad Ik» yu Tarwbiiitihj ^pfaWgra mk wkrf 
mei ««n leker »il%aaaigl»j— n!i Wk op^'ét' ¥BAer.AJMi 
iröetën' dii^Ad» «ffiÜM» li Murw é d » yu ^jiiiff iMi «la M 
#ar»t4iÉh«ia Jiai. Ik twh ma. dé «eert 
kai'lMul magatt galakkiMi dma JbaVaala- 
iMaiaar da'*wdkatt, aiq<|Toar hatlaagaiphlihi db gaaail tiü 
aèn.aclia«B iiafci%t èeiaiiMii y lo» ivm. i|f«lilMiJf aT«al> Tai 
Mtdaal iM^ar pa§laeaa la hahlian.baraiki;, 
Bê^ommrilin.emê aMigeiiaBMi.stfiaariwff ia 

,ttQM'4ioaibaiF«rfLiaQliiar.apaa4if mer. 4Maaad daa Sc 
fwv#i||i4«k haii 4iunri» hopma,,d^r^iï»a(><a»nig» *ow ia » » 
da valka»» ar^a a Hapa rardtteaa»» fEUi> wdl^M» »wiriha<r 
l9k%Fanaiwma;4ali:Taar rngtia oagaa ,»ati»ifclf<>Ma » l^li^ 
iatiii,jai«l,Mt ma antaattenda Tadia«ii«.aa:i|Wat«iaaaa 
liaw^iMleiaiig laTMa,. varnlda» 1te.4iaiiffd«i ki( 4a Was 
^iH^am ia, m^ «aidi|a kondiag rar haaaiaAa^* T^t^aat^ 
4^a ^ar«ag ik dai^ aomatalyk»! pmmm^rih mA im aaa 
greMaalaas rfaaahiatmat da wfolkNi ÉtilÊêWk^È^ ymmÊêffm. 
Tm n^tan aanaahauwde.ik da wmi!klkhfarêi4>mimjim.Mêo 
wA^me rmAe^Me ,P0§00r9efmn p ea, 4|Ml. aaata»» daalda 
mjiii apg T^^varaaodariiiy ia. i$ên mmf^mkmfiÊÊkJuilk 
ae4(^r » idt walka di^, liüivMMMUpaaaii^.ttiftj 
(filda kradit aa aaa ilaiidwrtadii^kjMk'r «waifa ^la 
r4M>k» yiiiir> «ta^naa e^a aaad, kaag i» Aakfahi 

Ik laatflMt aaa.daale^0r%Tar» aai akk 
ia Tofaiaa vaaida 4|[awaarwaM«igaa.dia mft.rjgrrsiim^t #■ 




aal iBiuiehea Viyr«ereB » U«r êea» korto bft^Öro^.inui 
d*» Smirêe tA<Ufs4& (prftltfr Ie laten Tolgtn^ , 

I>t Smir00 ligi ten anideii raa lletTeQg#r•rileg^>4l^^.,( 
«A If OBBuU#l§k diinaeia rerbeadea. Zia bambed^ai 
eaM aèo greata appei:T%kt« » da( BMa 4ia> ai^ f el ^ 
soo4aaig kaa aapmerkea , en veelte eeae yeari^fdtiaf .^[ai^ 
kat' Teaf ervebe. fl^bergjla aoaoieii «ag. Ik eehai .di^ge.'n 
éaiftie ap MtP If ed* ellea boogie» boTea de opferylal^ 
dar see. 

Vaohier Terk^/Uob de kegel (dat. Ie bei boTeasie ige**. 
daalte Tan dea berg) aeer regc^kaaMg M Mer eUe aödeqi 
aagaaoeg gel§kel|k' afkdlaade/ Deae liaefti.drAe |u;aiaea» 
w^ke geaiuaeallk. dea ijop nttaMkea >Meri eaderli^g e|^ 
aea a&tfnd tan oagaveer 4Q0.Ned» ^ll^a.Feia elkaader yenMh 
der4 agp» JDe a|^eafpi iooaee^ aan , deii^.deaaerdnpfftaMiM 
kniia maranbjaljik • de eersie euibaniing beeft i^laaie g^, 
grapea » deeb aa eenige jarea .ia bebbeny^brand* wederei» 
ie «iigedeefd. WeUjgi «e daarna 4e ^ berg laag 'ia.>raai( 
gebleren f toi eindelgk de tweede krain hetaetfd«f Jiaiimr- 
iaoaad voorige|»nigtst en doer a^ae émpiiea $ den eeraiien 
niigedeefdea krai«r wdUüra mei yu lk a mae h e mtwerpaelea 
lie«fi4»pgeTal4» aoedai ibani nog m^tar weinig orerl^l^fiie- 
len Tan dien kraier/iHUKwesIg s|a. Pese iweedj^ k^ain ligi 
auid^oeiMIk » en; braadi ioi dai yerre at|;e4e Toor|i« I)e, 
derde kmn beeft aeg gfene mibaretUig oa4eiig!9an ,. sg ia, 
4a kaogiie ea ligi auid-we^lijk van de iwea eerstge- 
noeoAde. Hei ie d^ie welkji; wï beklomn^n ^bbej^u.Mc^i 
beeft -vaa daar- ei)a tireisdi doeh jj^giprekkend. g^f igi; |pt 
pÈ 4e belft iwc diepte, Taa den wef kenden kr#nr, wfilke^ 
eenigiine op aig Tan de kmia en ia eeae sdinias^beTijgT» 
ting Ugi; dodi daptr- de uiiverpingen loodregi naar de 
boogie a)n> loe i» beirerblyf ia desaelfs aab^beid . aiet 



Mhui en aidi é^^MtéiAi , hé^mBi 6<m 9ë Wlftcl YMM i^ 

dbd dé TMii taü de* Italië üMëaÊ mét iMfttf'ÉMT MUAi#étf 
tir»elie kag èaliÉ^tm i^èdéltt k, z&6éU'*tiÊém s«tfdér li# 
grootsla gerur ran in den afgrond neder te ttortetf , éiêi 
fÉM m^ g^eft^^ ëog^ifM kMi jféiÊim. Ik y^iÉ^üé 
éoglan^ hé^r^f^m, étt M iiftÉ i;^i««r ^ m lief l^f lé li^litNM^ 
gébimdeA , i^«lMéM«iiickMb B^ tMl^dèif ; Aitgitf ft^ «ti| #^ 
#0g; Hel^^i^iiV'etMer (M^ de Mr«É^ H èmf ¥&^ Mge^ 
idictéir b^ikëhriHMtt, "Wmt ^^^Mim f«B)^ i^ «Éf fiéihtig, 
èn Mf^im mf W g^tflter 1^ M« ftn^ ' fu tf# '^ ' ttfef l#f i^> 
HtüiiM l^fleéi K^ eM dkft W«g«greild ^èm^ ê^Mrfi <^ 

kralerk afbi^e^MMè , Mi Mt éèi ^rééèéiit* gelthÊkkiêen^ 
téHX'gipën&éA maft' ik^éiiiiMi,ie.' '* ! . 

tbtA,' óiti^t mSne Ven Ailh^h^ van 4éfi l^iehijif «r 

AiitA • WkA" U^én' ItféA iW^ iirfllitglPiari^dittli rè ifti ëi ifc*/ 
én afl^lmelefld dan éëtH ^e^dlkté 'VMt 3 ïo^HMf^éS^V 
en dan^ tredér -nii lto&<^dg^iMirtdtyN^ 

Be^ té^êüi i^pdc^left Jaarl^kr^W g^ol^l(Ml^1l^'ttM^ ét 
én des^gl^v^'^^ddtigt téf^ii^fo'dli^ke^Vi^^ 

rende'. Vk» ^aétf ; dal <e' liëgiECTttb ijf^dMtiTWUk^^ 
<$ii«blóol Ü , Bét^ g^cfènt tneA tiefè en^if^triOi ieif tetd% 'ëm' 
^engét kende «i(a e»t f tt Artaai Ite id" lWès^b*^.^Mé «fl 
^e<Mer gele^ryen dèi ter beeglél vte^ f ritt^eii^b^A, tfe 



pli»l«iigro«ï epb^ilt , Je»|l #p den -Up tén i ara na éea 
ttiddag de iharmoiiMler reads 35^ Fahkbvuid teak^ttde* 

£«n sn^dMMU k<«de , #«Bu mmo Hpp«a d«ed baritto^M 
bfM niét iê waéeniMui wai > lioarteUte nf dM top «««^ 
dai wi fjinoodaaakiirmren itMdiia btwu^iif te bl^i^ett.*^ 
Dese gedvesgeii bevegiaf lUMkleti wy 'OM dan eek lett 
natte > «JUpelden eene menigte iteenen bg wgie ran nii op 
elkander , plaatsten daaronder een fleecb waarin sicb een 
papier met onae namen er op geschreven berend en yin* 
gen toen , na neg een blik in den yuarkolk geworpe» 
te hebben , den terogtogt aan , welke » hoeieer tegen onseit 
wil f met 100 veel enelbeid gepai^d ging , dat W9 in één 
nor tijde den berg afladen, terw^l tot het beklimmen 
ran denaelren 14 YoUe arei^ naaowlüki toereikende warea 
geweest» 

Zeer fe rreden ran manen (pgl^doehtevansseer vermoeid 
kwam ik b§ vf^^n* reisgenoot aan , . die^ met toenemenda^ 
nieuwsgierigheid naar m^ne mededeelingen laisterde , doth^ 
by het eindigen daarvaa de nairo, aehi Jatèansehe aan- 
merking maakte y dat h^ niet koude begri}p«ri wmnrwsk d» 
mesneh in soorlgeMike attdéroeaiingen' steeds roo 'Veelaan^ 
lekkelgka vindt, wénmeef het t^li veehl geheeiin egno 
nnfl ataal om ingeatoord ^ in roit «$na do^n te kunneis 
il|ilatt.***Ik vemMande da«e aanntarklttg niet beter te kun* 
na» banatweardan dan met Aaganaeg dé weeren ran een* 
anaar gaaeUste sobr^tei^s die aegt: dat', daar de meaÉeh 
op hai vaste knd en ap aee Jntst In den aUér ongonstig* 
atan warkkvini; der natnor leafi# het nfet te Vènronderen 
maat a^a wanneer e^ »gfl geelt onHtstig Is, en x^n ge* 
meed f^or de orkanen der élriflèn geschokt en ontroerd , 
hem gedurende t^ bestaan op aar^ onophoadél^ rond- 
slingert j tot eind^lH^ een leven na dH leven hem dfe rost 



h«tp <UI ^ .iMd«déelu^!v%ii.]iielRBilt«.MM^:i^^ 



Korf'^ mntéekéninfenpverKetU^kmn voorzo^ 

ver^é het zich üitêtreki'hdn déti fiéëii vanSifjfx'EL tot' 
• aan liet zoogenaamd Ükóar-ATJlS', tangsdèNoorU- ' 
westkisi mn SakMtiU ; ge!yi óok óver dé ^ i«s^ 
schendienhöékenêtet&aivdn'fij^J^JSNbtiÉ^^ *" 
legen, onafhankelyke itaten Sinksi^j TA-*'' '' 
TOSSénBAnoÉSid^géinaékYopeehereu 
Idhgidé Kuit^inhef^egin miiJêh. 

' . • *• >:!;: f", 'M.; *,'»: -«i i o.'i . ü; . .'*!. . ; .:• 

«Ijr^kt., dat d^ teg[#iiW'aar4^e |(4)l|T^limi«tt > p wi *t <a gM 

ten , ii^ UifiDs t^t^e#i^ :yol8lage^e; ^9U|||i^dY tM ^ 
ia vergelöM^gtViW 4(t«wlfr. Tori^i gfo«lliii4i. imnNft* 
k^^rd». Dia,, saagtciifilNrfi^i^sriifm toea Ti^ii4i||p M dag 
oiu>p)i9Ucl^l,yk to« , ^ »d1i^6b zi^kz^A^t^ Jj^imi jta wilk» 
u^str^i;!^!! 9 z<^o>diitde1ieifiiidhekli^r/(d^;Q. I. koBip<0ub 
gpki^i^n een waakzaam •,4>g op 4m61i« te bx^den^ en «i*- 
veel .jnogi^lyk dea vooFigaog der wjifHttieQ, w^aarM» dai 



[455] 

rgk in dien t$d die uitgettrektheid ie danken kad^ te etoi- 
ten. Deselfde oorzaken , die toenmaab de maleiiche strand^ 
bewoners noopten , het ondraaglqk jnk hunner op eenen 
verren afiri^nd gezetelde beheeni eheni aflewerpen » die xelf- 
do oorsaken bestaan nog en rerpligten ^ als het ware die 
landstreken , die heden , hoewel meestal in seh^n , aan 
Aijin onderworpen sgn , inuner omtrent hunne belangen 
in de weer te wexen , en ze dikwijls met de wapenen in 
de hand te rerdedigen. Die oorsaken sgn yoornameliik 
gelegen in eene (volslagene willekeur der vorsten , sonder 
rngzigt op het geluk of de welvaart hunner onderdanen , 
en eene daaruit voortvloeijende miskenning van derzelver 
eigendommeljjke besiiiingen en regten. Eene geheele on« 
derm^ning en het verval van het vroeger door Atjin op 
Sumatra beseten en uitgeoefend overwigt, is daarvan 
dan ook het gevolg geweest. 

Maar desniettegenstaande beslaat het rijk AtJiH nog, op 
het noordelgkste gedeelte van het eiland ^ummira » eene 
groote uitgestrektheid gronds , slch van 9P 22' tot 97*" 
13^ Oosterlengte en 5"" 36' tot 2'>.18' Noorderbreedte uit- 
strekkende , en soude , indien den beheerscher zyne hulp- 
middelen beter bekend waren » en onder zijne onderboori- 
gen eene meerdere eensgezindheid en daaruit voortvloeijen- 
de ^onderdanigheid heerschten , voor de nabijliggende vol- 
ken , een gevaarlijke nabuur zyn , die echter nu weinig te 
vreesen is. 

Langs de geheele kust van AtJin tot aan A$$ühan y 
doet zich bQ het strand, een ever het algemeen vrg hoog 
gebergte voor , hetwelk zich tot diep in de binnenlanden 
sch^nt uittestrekken. Van laatstgenoemde plaats !eohter , 
over Baccongang en Taroemon tot Sinkel en Tapo09 
wordt het strand lager , en hoewei zich eeu hooge bergrug 
Ie. j. 2t. 8. 30. 



f4M] 

aan iêu geiigt«niil6r ImI sieo ^ !• de afitoid «Tamnl 
aaaiiierkdvk » en t^fil bei gebergte eek niet die Wegle 
Ie bereiken , welke bei meer Boorddgk gedeelte au bet 
dog Tertoont. 

Uit dit gebergte eBtapraiten de reelmldige ririerMi en 
bekea» aan welker uitwateriogen ^ef nen^iigen , deber^ 
kiiig meestal hare woetiplaats beeft gerettigd , boewel d«-- 
imlrer diepte en breedte selden soo bebtagrgk ' sga , éat 
sij èen balpmiddel ran rerroer in de handelibetrekkmgen 
kunnen eplereren. Meeat aUen si}n aoo ondiep, dat alecMa 
kleine praanwen deselre kannen opvaren , en de greotere 
of op de reeden moeten blgren liggen of» na lieb door dé 
xware brandingen » welke de ondiepe banken aan de meet- 
te monden der noordelijke rivieren te weeg brengen, 
doorgewonteld te hebben , genoodsatfkt aijn , baren togt 
iet die mondingen te bepalen en déér bare ladingen afle- 
wachten* De voornaamste rivieren i^n die van Atjin, 
Anala^o , Taroemon ent. , doch , roo als gezegd is , allen 
aeer klein en behalve aan de mondingen niet bevaarbaar. 
Ook is, over het algemeen, het waarlijk een groot belèisel 
voer den handel, dat b$na alle de plaatsen aan sir^nd 
ongenaakbaar zijn , door zware golfroliingen en brandia- 
gen, die jaarlijks vele ongelukken , vooral onder de vree»- 
deÜogen , veroorzaken en des te hooger zijn , naar maté in 
de verschillende moessons de meewinden minder of meer- 
der aandrang hebben. 

. De rivieren van Stnisei ett Tapotê maken echter eeae 
uitzondering , niet wat de brandingen betreft , maar ten 
aanzien der diepte en bevaarbaarheid tot verre in de Bat* 
tasebe binnenlanden. De eerste zonde men, volgens aeggen 
der Inlanders aldaar> twee maanden verre kannen oproeien. 
De beste meest bezochte havens in dit gededte van bet 



[4571 

AljuMtche rfk sijo» bebalva de hoofilpkaU , Po/oa Riga 
oi eigesiyk Ta//#ir Ghmpomg, Atkmlaèo , Kwmi; Bmtóm, 
S00B0ê, Mamgin , Lmhé^n Hm^jU 9 Makkie f Aê9mk«m ^ 
Bmeeongmng > Taroêmon «ft Poel^ Sanek. In fUsea worét 
«igenlyk de peperiMuulel gedrerett en daar, als 100 Tele eta^K 
fdaataen , Taa de de oTedge kleinere gekaefaiea iagereerd. 
De berolkiag ¥aa Atjin «ebfat aeer talrijk te s$b , tea 
fldiMite naar de neaigte meatekea , langt de knst weaeade 
en Tertpreid , te oerdeelen , oftekooa het aog onbekend ii 
«f de binnenlanden wel bieria deelan. De lebiinbare steilte 
ea baegte Tan bet gebergte , doen eene oagenaakbaarbeid 
Taronderat^en , die tet eene in der meatebelijke bebeeftén » 
hoe w^nig die ook wesen mogen 9 Toorsienende bewoning, 
weinige aanduiding oplerert ; en uit bet gering Tenroer van 
aoat nanr de binnenlanden, welkt aftrek gereedelijk tot 
een* aumtttaf der meer of mindere beegroetbeid eener be- 
volking kan genomen worden » laat siob ook al afleidea , 
4at de bianealaadtebe bewoaert , in erenredigbeld met die 
der stranden , niet aef r groot in aantal moeten sgn. Troa- 
wans bonae belatten trekken hen ak bet ware naar die 
^^rden, wliar a$ spoedig en gemakkelijk de Teortbroiig«> 
solen bnnaer Thjt en Tan bnanen arbeid kunnen Tan de 
^faand netten : en daar dit nu bier meett in bet planten Tan 
peper bestaat, die in vreemde handen overgaat, soo laat 
het sieb geroegel^k bevroeden , dat bet grootste aantal dier 
lieden geneigd is, siob langt het ttrand te vettigen, om 
daardoor bun kTontbeitaan te Torgemakkel^ken, terwijl dit 
■sigtbaar it door de Tele kampongs en neger^^ , d^ a^a , 
langt de knst seilende, ontwaart, en die sieh, hoewel on» 
gelgk in grootte , naar mate de belangr^kbeid vaa den 
bapdel , op twee of drie Engeltcbe mi|iea , soms drie of 
vier te gelfk opdoen. 




1468] 

Der A^ineza» inborst ttaat niet roor bgsooder goed k 
d# reisbescliryTiiigeii bekend, en bet woord scheimem, dat 
de Oott-Indlicbe landkenner en betehrJgT0r Vu»«Tiis, loo 
muBichoote de bewoners van Smmatra*ê wesUuistto«kent, 
mag wel in groote mate op ben toepaaselfk werden fo^ 
maakt. Ook is bet de meeste Ambtenaren , die oiet ben ia 
aanraking sön gekomen , niet onbekend , dat de Ai^inesebe 
baveas bewoond ign door lieden , in sleebtbeid en têèi^ 
loosbeid boven alle de bewoners van den Indisdien Arebipel 
nitstekende , terwijl alle natiën » die met ken inbaiidelsb#- 
irekkingen sjjn gekomen , van de vroegste t^dea ^f^ iot 
aelfii onlangs nog toe* bunne trouweloosheid oadenrotnlen 
bobben. 

De oorsprong der Atjinesen wordt versobillend opgege- 
ven. Het is waar 9 dat jiij in voorkomen aoowel, ab in 
zeden en gewoonten » gebeel versehillea van da overige 
bewoners van Sumatra , doob om ben , xoo als somouge 
reisbeschrijvers aeggen, van Chineaen te doen aikfammen , 
daartoe behoort veel geloof. Anderen beschouwen hen als van 
de Suunmers afkomstig , doob even seer en missebien mat 
meer grond %eï£, kan men veronderstellen dat ze van de 
moeren of zoogenaamde Orang Kling , van de kust vui 
Malalar , die door den handel toeh den gebeden Indisehea 
Archipel door verspreid zijn, hun oorsprong nemen. Mis- 
•sdüen, reeds voor eeuwen hier aangeland, betw^ de na- 
bgheid der vaste kust zeer waarschijnlgk maakt, hebben deze 
met de overige bovengenoemde volken en de Malerere de 
stranden bevolkt, en een zelfstandig volk daargesteld, heW 
geen zich echter van liever lede met de bewoners van de 
binnenlanden , mogelgk toen even zoo van inborst als de 
tegenwoordige Batta^t van Tapano^Ite ^ vermengde en 
door dit mengelmoes van verschillende zeden en gewoon^ 



[459] 

ten, ook eeoo b^sondere en Tan do overige bewoners ran Stf* 
maira ondericbeidene bevolking beefi doen geboren worden. 
Over bet algemeen groot en wel gebouwd , boewei sel- 
éoD met een innemend of berallig voorkomen , daar in bet- 
Métve sieh immer eene sweem ran rabebbeid roordoef, 
worden ook den Atfineet al de gebreken , die men de Indi- 
■ehe Tolken gemeeii^k toekent , in mime mate toeget cbre- 
ren. Verraderlgk in bet aanvallen bunner vijanden » die sf 
alt^d door lift en lagen xoeken te overwinnen , ontzegt men 
Iran eebter geene gebeele ontitentenis aan moed, doeb 
velden openbaren tif dien open en bloot. Welhutig , acb* 
terbendend , troteeb op eigen magt en sterkte , die volgens 
hun vertrouwen , door geen andere natie wordt geëvenaard 
OH waardoor je^ dan ook met veracbting op dezelve neder- 
nen ; trouw^oos vooral ib den bandel , waarbij men met 
alle onnigtigjbeid moet te werk gaan , om niet door ben 
bedrogen te worden ; wispelturig en moordzucbtig* zie- 
daar de gebreken , waarmede men ben , reeds van den be- 
ginne af, dat Atjin ons is bekend geworden^ beeft gedood*^ 
verwd f en die ook nu nog , niettegenstaande bun eigenbe- 
lang de verzaking van eenige derzelven noodwendig maakt, 
op ben toepasseliik zgn. Het weinige vertrouwen , dat men 
stellen kan in bun woord » is mede e«ie der oorzaken van 
bet verval van dit rijk. Dit ziet vooral op de Vorsten 
en Hoofden , daar deze de , gebeel den bandel onderm^- 
nende , gewoonte bobben , van zooveel zij kunnen op kre- 
diet te koopen , bunne sebnldeisebers om bet geld te laten 
zuebten , zelfi gebed vergeten te betalen > of door wilJ^ 
keurige middelen-, zoo ak onder anderen beboetingen om 
geringe oorzaken , zidi voor die betalingen » wanneer z^ 
ze niet meer ontduiken kunnen , sebadeloos te steUen , étt 
bet betaalde zoo doende zieb weder toe te eigenen. 



De GoibdiMit 4mr A^ummh ii da HohtmadiaaMh» , 
èoA a^ Bljü niel ••«* ilipt in iMt «plN^ea è» Ui ée^ 
lêLre TornigatoWreiie ili«el§kMhd gebaéea, iMMwai 19 
dei t# lr#iiw«r dM Trydag$ de MotkM Wioeken* De ▼!■* 
t#tt (po0a990) k««deii sg ooK Biel aêrtgM tn dé bm^i 
r0gt«rl|ke T«onidurifl#B » ia déH Keraatoorkoueiid*» sfa 
rmrg^M, «f door jplaalfolgka gobnükoa m gewooata 
fair|sigd. 

Huiiao hoishottdolyko kTonowffio is ttM vetl ondortoM^ 
don ran dio dor ororigo boironors vma don Indio^oa AnMpêL 
In Imii komooil do mna ii<^ mot nioio on laot do t^rgea rmm 
hê% hakkottdott 4MUi ngno Trouw of niood«r OTor« Bi|8l k 
kol gowono ToodioliBoloon woinig groonlo of Tisek ; flooidÉ 
of koondoro s{|n oon gFOolontknal» oUoonk|foortdagong«- 
bniikdgk» on do kook-kanol is or nog gokeol in hnro kinibol* 
koid 9 xoodnl do lokkorbekkon kier niol Ie kois b^ooren ; — ^ 
ook is bel boiel-kaÉnwon on amfioonsdmiron ilork onder 
kon in awaag oa mag men daarb$ kan goliofkoood l|d?or- 
dr|f 9 kol kanenTOeklon » niol Torgoton* 

Do kiooding dor maanon, welke ag gewodalfk op kaa 
dorUoado of Tforlieado Jaar beginnen lo dragon t botlaal 
•Igomeon ia oen Arabiesok mnmo op kol koofd» waaroBi# 
kif BMor Toraiogondon oen Manen» on bg moor gegoeden 
oen Unge a^don of oküsen lap , in don soMtak oeas tal-' 
bands (défiur) werdi geslingerd. Bif do laatelen ii dio 
li^ meestal omset met oen dabbeld, rond, goadon of Tor- 
' gald boprAiol , ter dikte Tan oenen kinderpink » baagoade 
alsdan do punten lot op do sekouderMi neder , 't wolk een 
nol aanaion kooft. Voorts ia oen hmüoe ei wambais faa 
aydo of oldts bmI korte mouwen , raa Toron open oa rei- 
koade lol op do koapon^ aoo als do MAlo9«rs gawooallk 
dragoa : dil wordt oeklor moest nitgelrokkoa oa oTor do 



[461] 

leh^iidereQ gewvrp^n «a is jttki niet aiijd üi gebroik* — 
V«l0 d«r «iM>gfMem4a VorsUn ^ Hoofden langi het tira^d* 
loofden mtk liet boveoiyf AMkt » waaria sg door een grooi 
ge4eeUe dar iNiroUuaf wordea gerolgd » of aaden lUngo* 
r#B u'i tleeUe eenoa laj^ wtt linaen over de aehoaderem 
Ees laag » wil Uanea of a^dea kleed on de heupen geda* 
If^Bp Tan Toren In dkaader gewrongen en door eoa broe* 
don yaa deselfdo tiofifen rervaardigden buikbandbeyeit^d» 
Térvaagi de êarêmg; er wordt hieronder nog een wïde 
hr^A gedragen» meeslal Tan aïde en in d«i archipel algo^ 
HMan bekend onder den naam van $olo$ar Mtjéf die tot op 
do Mküen nederhangt. Sandalen slet mon aaiden en alleen 
h% iprooien. Ook do yrouwen gaan eyen eens gekleed »^ air 
l«oa met dat oadera^h^id » dat ai) het hoofd oagadekt heb- 
bofi 9 waarom sg eeo stok wit linnen slaan, wanneer x^ 
xich boitea huis begoyea. 

}Ianne woningen sya op stylen gebonwd en moestal # 
xelfs b|j de armste Uedea » . uit planken Eame^e^teld en 
met atappen gedekt, dooh aUea duidt vuil* en smerigheid 
aa« en hoissieradeo ontbreken geheoL lïiets dan heik goheel 
«o«dige tot koken » oenige potten , eene gebrekkige ber«r 
ging voor kleedingytukken » een paar vuile t^iirê (ohit^ 
■aa of lianen bedvoorhangsels) en eenige matten om 
opto Bitten» ziedaar alles wat «ich in deselve bevindt» 
29 sijn meest allen langwerpig opgetrokken en bevatteii 
^ gewoonl^k eene breede voorgallery» twee of drk» slaapvfo-r 
tf^ekkeii en eene ^okplaale vaa aehleren. Digt bg elkan- 
der gebouwd» vormen %% aldus eene h^mfong^^ met 
een planken pagger omheind it. Vele dier hmvÊp0n§9 kebbnn 
ook, als een B»dde).4er verdeding, soOr noodaakel^ m 
dèse oerden^ een! liarden wal » rgkelük mat &tfm>oea atfor 
(een soort Taa^ffne^efre met groote doorn» jof stekeb vooret^)^ 



1468) 

baplant 9 wdLke hêt doordringen vau eenigen vijand gebeel 
v^iiiBdert 00 in dese landen alu het omnlsbiiargte en meevt 
afdoende middel ter rerdediging werdt aangemerk. I>e meeile 
Anr plaataen langs bei ttrand doen sidi echter als xoorele 
/Mieeert ( hasaart) op , waarin het handeldryrend gedeette 
der beTOIklng gevestigd is , terwijl de landbimwer in de soo- 
genaande imdangê ( Telden toor de rgst- of peperpfan- 
tlng) woont. Die pawêer bestaat dan gewoonlijk «it eeae 
of nit rerscheiden min of meer breede stn^ny waar- 
in alles , wat in solk eene plaate verkrijgbaar is , te keep 
wordt geboden: en de hnizen', die klein en heéompt z^n, 
staan er onder ^n (dak in eene gdlQke rigliiig gebouwd. 
AHe de plaatsen, door den schrijver aangedaan, behalve 
Tupoeê , waren soodanig ingefigt, hetgeen weinig toe- 
bragt, om sieh eene groote gedachte vm derxelver rijk" 
dom en welvaart te vormen , hoewel zij gewis onder de 
veoraaamirte havens der kost gerekend knnnen worden. 

De wapenen, waarop de Atjioezen bj^zonder schgnen ge- 
steld te wezen , en uitermate zindelijk zijn , bestaan in 
dolken en khwangê van verschillend maaksel en soorten , 
meestal door hen zelven gewerkt. Europeesch werk , mei 
na«r hét Atjineesch fhtsoen gesmeed, is 4>ok b^zonder 
gewild. Schrigver dezes ontmoette eene brik van Pee/ee« 
Pinang , <^ de kust ten anker , die eene menigte van 
in Engthtni gewerkte sabels verkocht, osgeveer twee 
voeten kng en drie duimen breed, niet meer kostende dan 
cMie Spaansche mat. Deze wapenen, benevw» de pieken, 
worden altijd blank of uitgetrokken gedragen , en de daar- 
bij beboorende sdieden ziet men niet. Velen ook , en dit 
zag de 8(dHiJver b^zonder te A^in zelve , dragen donderbus- 
sen en geweren met zich rond , en zelden werdt een kleia 
fond bonten , met verschillende kleuren beklad , a^ld 



1468J 

vergeten. Ook lijn in Imnden der Atjinesen, vele looge- 
Mêmde iiila^ê of klein gesehnt ; op de marktplaatse& ont- 
moet men eenig xwaar gesehut , en des iSiiltuis eigendom 
sonde meer dmn honderd stukken bedragen , hoewel meest 
oabmikbaar. 

Verre echter staan , volgens algemeenseggen, de A^ine- 
SOA bg de Maleijers aehter , in de behandeling soowel der 
Vttnr- als der handwapenen* ISj moeten nog gebrekkig met 
liet sefaietgeweer kunnen omgaan , en met de kiewang en 
dolk 9 weten sij niet dan voor sidi uit te houwen en te 
steken ; zijdelings > of het afweren en het mandja (scher- 
oMa) der Malegers , is hun geheel onbekend , soodat xij , 
hoe verschrikkelgk en ruw ai} aich ook met die uitgetrok- 
kene wapenen voordoen , weinig te vreezen syn. De ge- 
woonte om hunne wapenen immer uitgetrokken mede te 
dragen , spruit zeker voort uit hunne nimmer ophoudende 
onderlinge twisten en veeten » als wanneer zij sieh meestal 
zelve een spoedig regt versehaffen. Z^ worden niet ten on- 
regte voor moord- en wraakzuchtig gehouden > en rusten 
niet , voor dat zij eene hun werkelijk aangedane of slechts 
vermeende beleedigiog bloedig gewroken hebben. Zelden 
roepen zg daarbij het oordeel hunner Hoofden in. Bloed- 
verwanten trekken partij voor bloedverwanten ; de bewo- 
ners van eene kampong voor elkander , en ziedaar de 
meeste kmmpót^9 gedurig in ouderlingen twist en oorlog, 
waBxlof^n de Vorst niets doen kan. Men gehoorzaamt hem 
niet; r^eringloosheid staat op den voorgrond, en elke 
onderdaan is si|n eigen regier en wreker. 

Deze bevolking nu , langs het g^eele noord-westelgke 
strand v«i Sumatra , van ómï , hoek van Tapanoelie tot 
op Atjin^ want de rekjes Sinkei » Tapoeê en Raroeê 
maken hierop geene uitzondering , kan men gevoegelgk 



T«yr4##l^ ia eifaal^ke AtjiaMeO) in Maleftri ea ia Pe« 
dir«zMi* Od orerigd ▼•rsehillende landsitieii, He, i0m 
cUn luuidel nitgelokl , siek datr ter neder liebb«a geitl ^ 
iQH te weinig in aanUl » om 6$ dese verdeeliag ia aui- 
merking te kannen kernen. 

De Melejjeri nga eon^enkemk Ttn liet sniielfk ge- 
deelte Tan bet eiland, en endersdbeiden steh w^ iker 
eene sniverder uitgprank tui de Meldiohe taal ea eeae 
eigendoinmeliike kJeeding , die naar die der ttaaiTadeni 
gelgkt ; maar door den langen daur tan tyd « ea na jrea 
▼ele geslachten y want reedt aedert eeuwen ichgnt een groot 
aantal derzelren lich daar geresiigd te kebben , xj|a #ek 
door hen yele Aijineeiche gebrniken overgenenen , aeedal 
a^ moejjeüjk meer te onderscheiden agn. Eimb BM^eyelvk u 
de ooraaak dier eerste Testiging op te geren ; doek die m 
laieren t^d , aoo als te Tampad Toêman, KaiUt , Aê%t^ 
Ann en andere negerden in de laatste dértjg of reertig 
jiiren oprigt, is beter na te.gaaa; hier bestof^ea de op* 
rigters meest uit Tagebonden Tan Padamg^ [Priaman^ 
Nataly de XII k^Ha'n^^ BêiAQ0lént eas. die genood- 
saakt werden aich Taa daar te rerwf der^ en haa gdak 
elders te beproeyen. Dese plaatsen «laan dan ook in geen'. 
te goeden reuk ; hoe nietig en gering S9 i$a » be^boowM 
«9 zich toch geheel onafhankeliik ran Ami Suliaa Tsa 
Afjin 9 en hebben aich self » soii» doer de waipeaea ^ tot 
dns rerre in die onafhaakel^kheid weten te handhaTen* De 
sedM't onheogelijka tfdea bestami hebbeade A^aeeosfcs 
havens 9 door Maleijers bewomid, aga Samm^tutg^ B^ 
haang , Analabo ea Lal^^an Hadjie , diniar mj ndi tot 
stammea hebben gerormd, onderocheidoa tn .da.XH.ea 
Vil Moêiaiê^ wdk, woord JfeeAaf eeaaaatai Taa dai- 
aund beteekeatï ea hoeiw^ m^ mét de te Atfémy en.de a 



14§5) 

den omtrek autwasige Male^en , een groeier geUl oübm* 
ken» behevdett ■§ eehter de eerste of oude beosmiiif. In 
deiM kndea worden ook bg regUplegingen., hHwel^ken, 
beiyrttTeaifien ens. , de ware Maleiieke gebruiken in acU 
genoBien. 

Dé Pediresen «gn af komiiig yan hel digi bg Orooi-Ai- 
jim gelegen Pwéirp en tan daar reeds tedert gernimen tfjd 
nnar hel neord-weelelgk alrand Terhnied , ef doen dil nog 
dagelyks > in de hoop op eenige goede winti. Hunne ne* 
dett en gebmiken sgn deselfde als die der Atjinezen ; ne 
sgn Tan desen aUeen onderscheiden .door eene meer donkere 
kleur. Daar sg sterke landbouwers sün , en de peper- 
ieell Toelal door hen werdl uitgeoefend , keeren .ag » noo- 
drm MÊJ eenig geld hebben Tersameld y waarran ag oordee* 
len ^ in hunne geboorleplaala gemsl Ie kunnen leren » of 
atdi een klein eigendom aan Ie kunnen schaffen , naar huis, 
en laten hunne peperT<riden , waarvan ng gewoonl^k de 
otttginners nijn^, ledig liggen , en lol den Torigen woesten 
nalunritaal terug keeren. Hel aantal van hen die op dese 
wQue bundelen » beloopt duisenden » die sleh meestal dwars 
door hel gebergte « naar hel weslersirand begeren , en tol 
hel bereiken frnn hou deel^ in den ongehuwden staal 
T^orlleven» hetwelk lol de grootste ongebondenheid en 
nedeloesheid aanleiding geeft. . 

De Atjineaen selve sgn ook in stammen Verdeeld 9 en 
séi^nen dil met de oymïge bewoners van hel eiland S«- 
mmirm i^meen Ie hebben. Wt stammen mjn eehter niel 
veelntldig » en decMs drie in getal » en worden genoemd 
naar de hoeveelheid der kampong$ , waaruit ig bestaisn » 
•f eigenlek geiegd, beslaan hebben^ want, m^ns insieni, 
B|tt sg tegenwoordig te veel verspreid en vermeeltlmrd »' 
dan dal de nerspronkelSkeinsteffingdamran nog duumaam 



1466] 

lottde kunnen sgn. ZSj dragen de natnen van XXII , XX¥ 
en XXVII #0^tef . De lieden , tot de eersie b^oerend^ , 
tchgnen sich geheel dp den landbouw toegelegd te lielilieii 
en ylndt men selden te Atjin , of langt ket ciraiid. Het 
gebergte is hunne woonplaats. Tegenovergesteld is bet 
met de beide andere ê^gdet » die juist te Atjin ea laagi 
de stranden woonaditig sijn , en den geheelen knstJiaod^ , 
als het ware , in handen hebben. Ieder dezer o<Mrq>roake- 
Igke katnpongês staat onder het gezag van een' P^nghg^- 
lo€ of van eenen Iman , indien men het gezag noemen 
kan f waar h^ , die hetzelve uitoefenen meet , mêia eigen- 
dunkelijks verrigten kan , en met zijne ondergesélukien of 
medebewoners over alles raadplegen moet ; de uitsUig dier 
raadplegingen » in zaken van belang , wordt daarna aan 
de Hoofden der êagieê y over ieder van wdfre er twee 
gesteld zign , gebragt , die alsdan bij elkander komen y ea 
met deze Penghoeheê of Imanê op nieuw raadplegen , 
wat in het onderhavige te doen. Daarop geven zg van hunne 
overwegingen en voornemens kennis aan den Vorst of 
Sultan, die 9 geheel afhankelijk van humien wil, xieh 
daaraan moet onderwerpen y en wederkeerig verpli|rt ig , 
zgne handelingen aan hun oordeel te toetsen» en bannen 
raad niet alleen y maar ook hunne toestemming in te roepen. 
Deze Hoofden der êagte» , gewoonlijk PangaKema ge- 
naamd , maken dus , als het ware, zijnen raad uit, en heb- 
ben (velgens een door hunne voorouders afgelegden eed, 
van de belangen van hun Mhd nimmer uit het oog te znl- 
len verliezen , en alles in het werk te zullen steHen , om 
die te behouden ) het regt en de magt , zoowel om den Verst 
uit te roepen en te huldigen , als om hen van den treea 
te zetten en te verwerpen , indien l^j van de oude Imiis 
gebruiken afwijkt , of iets ten "uitvoer brengt , wwt ten nade^ 



[467] 

vmn het rgk strekken kan. Zg sgn dan ook niet karig» 
in ket hem Tan tijd tot tijd te Terwgten ^ en hem hunne magt 
Toer oogen te houden » indien hy daartoe aanleiding geell, 
«n geroekn geen de minste rreea voor zgnen toorn , ^e 
op hen geene uitwerking hebhen kan , daar' hg alleen over 
het grot der bevolking gebiedt , en deie ook slechts naar 
hem luistert, terwgl den Vorst niets overig blgft» dan 
hunnen wil op te volgen , of zich vruchtdoos , indien hf 
soa onberaden wezen mogt , daartegen met een handvol 
slaven of berooide koppen , die zich aan zgne dienst verpand 
hebben, te verzetten. 

Jaarl^ks is de Vorst verpligt aan ieder dier hoofden een 
inkomen of liever eene schadeloosstelliDg uit te koeren van 
vigf katties goud, voor den geheelen afstand van alle in- 
komsten van het land , die zQ aan hem doen : hierin biy ft 
de tegenwoordige echter wel eens in gebreke en doet daar- 
door een reden te meer van ontevredenheid over hem ge- 
boren worden. De namen der huidige Pangaliema^s zgn: 

PangalUma Pozlibk en ToaofiAroe.LAvxABAK van de 
XXII Sagieê. 

Toemnkoe Smjjl Aiax en ToeanAroe Bbaba van de XXV 
Sagieê. 

Toe^nkoe Kola Maha en Toeankoe Atav van de 
XXVI Si^8i€9. 

Van deze allen hebben Pangaiiêma Poexizm , door zijne 
oude afkomst die nader blijken zal, en Toeankoe Kola 
Maba door zijne betrekkiug van Kali ieAtJtn , den mees- 
ten invloed. De laatste staat als een regtschapen man te 
boek. 

Buitendien is er te Atjtn nog een ambtenaar , die door 
den Sultan benoemd wordt , en door dezen belast is , m^t 
alles wat den handel en het heffen der inkomende . regten 



[408] 

Nirtft* U9 draagt den titel Tan Smbamdkaar. De iegea- 
woordige wardt Ha^'iê Jat genaamd» een Tertroawtliag 
Tan den Vortt, die Teel inTloed op kern IiaeA» nit dea 
aard sjjner betrekking het meeit met de Europeaaen y tk 
te Atjin Toet aan wal setten » in aanraking kemt «i sié 
▼riendelgk en miniaam Toordoet* U$ vi^rdi eTenwal nitl 
Teor opregt gehouden* In beter naam ttaat de oiide efge- 
wexen Sabandhaatf Seeh Sakak genaamd» die ecMer «f 
een wat heTige en dreigende aanmaning «ener gr^ote mm 
l^eldsy die de Sultan aan hem Tersehnldigd wat» deer éêgêü 
Tan die post is ontaet. 

De TTeegere reedi Termelda talrïikheid der AtjinesdM 
boTolking laat sieh ook daaniit afleiden , dat de XXII Sm- 
giêê alleen > Tan 20»000 tot 30,000 weerbare nuuinen f 
de been aonden knnnen brengen ^en de beide andere Sm^ 
giéê hoewel minder , echter ook tien duixenden; doek dit 
magt op een punt te Teraamelea is door de ongebaandheü 
der wegen , de moeijelijkheid Tan hié Torroer der loTons^ 
jniddelen oTor land of het Tolslagem gebrek aan Taartni- 
gen, want zeemagt bestaat er niet en Juuideiiyiraawea 
s^n er in OTOnredigheid weinig , bgaa gékeA onmogaV^k. 

Intusschen zoude hierdoor Vaxsituk, in z^ne rmabe- 
«ehriJTiog Tan ladie (I), |;een ongelijk hebbeo, als hy zegt, 
dat de Sultan Tan Atjin des noods eene magt Tan 40,000 
of 60,000 weerbare mannen bg een kan brengen. Eene Ter^ 
gissing moet er OTenwel in dat Terhaal plaats hebben ef 
tijden en omstandigheden magtig Toranderd z$b, in het- 
geen hij Terhaald Tan de 100 tot 200 Taartnigen met 
stukken en draaibassen gewapend en de duizend 



(i) Zie Valentijn, Oud en Nieuw Oost-Im^e, dL F.^ bod i, 
Madz, 5. 



14W1 

0li£yii«ii , welk« d« Vi^rit in diea Igd moH béselM bèb- 
b0ii. Wêl sijn er soo als reédi gezegd it yele dier wape- 
aen » doek geene dier dieren meer te Atjin aanwezig : 
ht% beataan derzelve is, om zoo te zeggen, de Atjinezen een 
raadsel geworden , en den laatsten tammen olifant , die in 
ket bezit was van den Sultan, beeft Pangattema Poxlibm 
naar z^n Terbljjf in de binnenlanden medegenomen, omdat 
er te Aljin geen zorg geooeg voor gedragen en bet dier 
gebeel verwaarloosd werd. Oorlogs^yaartuigen zgn er niet 
meer; ook geene praauwen die er toe ingerigt zgn; en bet 
eenige , dat men als zoodanig zoude kunnen aanmerken , 
is bet, door den Sultan aan den Vorst van Paroenon ont- 
nemen scbip de Bagidna (eigenlijk bark Anna)^ waarover 
nader gesproken zal worden en hetwelk 14 stukken voert , 
op en neder kruist om de buldegiften (waêieh) der ouder- 
bèoiige boófden te oatrangen, en zich, door deszelfs roof- 
zuchtige handelingen langs de stranden , zeer berucht en 
gevreesd heeft gemaakt. 

Op dezelfde bladzijde van Valbhtijtz^s reis - beschr^ring 
Merboven aangehaald , maakt hij ook melding ran de Vor- 
sten die in zijnen tijd. geregeerd hebben, zonder op hun- 
ne afkomst neertekomen en alleen hunne groote rijkdom- 
men en prachtige' hofstoet vermeldende. Mogelijk heeft 
zulks te voren bestaan , en wi} mogen daaraan niet twij- 
felen , daar toch alles in de wereld aan verandering on- 
derhevig is, doch ook nu is dit alles verdwenen en de 
Vorst van Atjin kan thans betrekkelijk , voor een der 
érmsten in de Indische gewesten gehouden worden. Zijne 
iironing is , wel is waar , door eenen muur omringd , doch 
deze is zoo vervallen en op vele plaatsen zoo ingestort, 
dat bij den ingang overal toelaat. Slechts drie of vier me- 
ialen stukken van 4 of 6 pond kaliber zijn op goede affui- 



(470J 

ttn gelagen » terwgl de oyerigen , die grooter i^n en tiék 
op den muur bevinden , b^na in den grond begraven I^« 
gen. In tiede van EÜveren platen op de denren, zoo ab 
VaIiBVTijv tchrgft » is het hiiis of paleis , indien men bei 
zoo noemen wil » half ingevallen en ontbloot van adappén. 
De vronweljke l^fwaebt 9 het groot aantal echte vronvea 
en bijwijven en de ter harer bewaking bestemde gesnedenes^ 
s|jn ook niet meer te vinden* — De tegenwoordige Saltaa 
heeft slechts drie vroawen en een zoontje en z^n gev<^ 
bestaat uit een aantal slaven en een hoop amfioenschniverv, 
die hem altgd omringen en allen op zgne kosten ieren* 

Volgens het volksverhaal te A{;in , zoude de tegeirwoor- 
dige Sultan de tiende wezen van zijn geslacht. De oude 
overlevering zegt dat een Arabier , Sech Jukal Alak ge- 
naamd , hun stamvader is. Voor de invoering van het Is- 
lamismus was het Atjinesche volk het geloof der Bra« 
minen toegedaan. Jukal Alak heeft het met gewM 
daarvan afgebragt en de nieuwe leer ingeprent, waario 
hij 9 volgens die overlevering, door den Groeten Heer van 
Turk^y op zgn verzoek, met eenig geschut zonde zijn 
ondersteund en waaruit dan ook , te Atjtn, het geloof ge- 
boren is , dat het immer in eenige , zelfs ondergescbikte , 
betrekking tot Konêtaritinopel staat, ofschoon het te 
betwijfelen valt , of den magtigen Sultan van dat rgk wel 
het bestaan eens lands, Atjin genaamd, bekend is. De 
toenmalige Braminsche Vorst van Atjin 9 woonachtig te 
Passtr , mede de nieuwe Godsdienst aannemende , wis 
bijzonder met Sech Jüxal Alak ingenomen, nam hem aan 
tot zoon, en benoemde hem, met voorbijgang zgner eigene 
kinderen , tot zijnen opvolger. 

Wanneer tegenwoordig de Vorst komt te overlijden, 
volgt zijn mannelijk oir uit het eerste bedde hem op en 



[471 J 

als dit niet meer in leven is , dan geensins , zoo als Vi- 
LMMtijw zegiy het rrouwelgke , maar dat liiner manBeli|ke 
kinderen bij bijirgren Terwêkt, welke door de ses hierbo^- 
ven yermelde PangMema^t daartoe het gesehiktete geoor- . 
deeld wordt. Het dnnrt dan wel een of twee jaren » eer sij 
tot die verkiezing overgaan , om het gedrag dier kihdereif 
goed en grondig te leeren kennen , en daaruit eene waar**^ 
dige en voor het laad gelukkige keni te doen. Men- segi 
dat z^y indien die keus hun moegelgk valt en zg daar om-' 
trent huiverig of verdeeld van gevoelens] zijn , zoo vele ea-* 
wa's (r^stvelden ) met de namen dier kinderen bésf empé* 
len » als er aanwezig zjn of op den troon aanspraak kun-^ 
nen maken , en dat zq deze vervolgens doen beplanten. -^ 
Diegene, op wiens ^loa de rgst het weligst opkomt, wordt 
toi Vorst verheven , daar dit , volgens hun gevoelen , een 
zeker bewijs is» dat zijne regering in vruchtbaarheid ew 
voorspoed zal uitblinken. - ' 

De oudste zonen der Pangaliema*^ of hoofden der Sa« 
gie9 volgen ook hunne vaders op. Rangaliema Poblisk is 
afkomaüg van een^ Afrikaan, die met Sech Jvmal Alam uit 
ZQü geboorteland mede overgekomen , een zijner voor«^ 
rechters en Poslizm genaamd was ; de oudste zoon van 
4it geslacht, hetwelk zich nog immer door gekroesd baai- 
en eene donkerder kleur van de overige Aijinezen onder- 
scheidt, neemt altgd dien naam aan. 

Saltan Mohamat Sjah , tegenwoordig Vorst van Atjin 
is klein van gestalte , mager , ziekelijk en overgegeven 
aan bet opium schuiven.-— Hij wordt voor goedig gehouden 
en inen ontzegt hem ook geen gezond oordeel, doch daar 
h^ geen vast karakter bezit, zoo beheerscht hem een hoop 
Tertrouwelingen , meestal , gelijk reeds gezegd is , amfioen^ 
schuivers en ander slecht gespuis , dat op zyne kosten le« 
ic. j. 2e. s. 31. 



xmiÈiefW i^»n s^nda iiiuiin gehroik nMtMade , }^em zooftw^ 
i/m^ )^m^4^1#a^ dat. |ii «if h 4e baai z^ner oni^rdanea ia 
riw^wale^ op dA« iiaJl»Iia^t,-^-HiijiMl OBgeTter 33 t<^i34 
jaar ^i wiv^ ^ be^ drjla^ br/ofd^ra^ evan ala Imi oiiedUe 
ljiadfW?en,,/?ffcfia|f«AH^»f 4»^f^'MAWiiW? atnaaprf;- 
i^a^ di^ll^Uiaii b^prt «i^«in ^Idan i^ ; maar de versta, 4ie 
QM(t, beau Tan ééa, ipWer ia^ ea ei^a oindaroefaeiid karakiar 
|iaiU,,,i/i, i^t d^a Si^0ndhaairHtt4fi0 J^iCf Z9n' Toor* 
QfMmiata rertrottifeling^ da ^ige^gk^ Voral , c^p wies aUei 
dvaaili an di^ de saken ka^irt ei| Yeodi », gaUjk b$ TerUaft» 
aai^dar Treea roor eenige tegengtr^mnuDg van daa rorstei» 
t$4a^ Ook b^ ia een aip£ioeaachoiTec en door de lieTolkiog 
ia bati g#beel aAei bamUd* 

Oa inkomataa dar roraieii bestaaa in. 6 ^Ci, iakoaiea^ 
4a regian vaa alla Traemda raariolgaDy, ta Ajfjt'in xalma ga* 
bareai if<Mr4enda; daar uitgaande scbapen woirdt niai baUaU 
an andere belastingen zijn er niet. -^ Da berolking aelra 
brengt dan Vorst niets op en Ae b^vaEverm^de hafing 
gaelt kam niat maar , dan 15»000 of 18,000 spaans^ 
matten 'ajaars, zoodmt z|jn inkomen zeer gering k, iudiea 
man de geldswaarde der katties goud, dia lug Jaarllyjui aam 
de boofdan der SagieM moet uiikeerea an ieder op 4W 
spaanscbe nmtten berekend worden , hienraa aftrekt , waar* 
doar da^n ook nood en geldgebrek kern soaa wel dwin- 
gen , wederregtelijk te handelen en kf » om eenigsina ia 
kannen bestaan , genoodzaakt is zalf handel ie dr^van , 
betgeen gewoonlijk door den Saèandhaar geacbiedi» -dia 
zyne beurs daarbij niet weinig spekt. De woêdeh (baUt- 
giftan) langs de stranden worden ander zgna broedera Ter- 
iee}4. Van Atjt» tot fapoeê bestaan d^elre ia eene 
lyüve spaansche mat roor ieder uitgevoerd w<H*denda pikol 
paper • en z^n ze Radja bniJiiK toegekend» dia eckler 



(4731 

mê% lAeer oUtrAogi , 4mi hêta de liimndkt^Ctoi w«l ^rpu 
«tBlm^ tervp.hem Ab niigt «Dtbr««kH ott hên U éwingas 

Mftli fiMMi p4r pil^ol terkr|gt« «% z«U» .r«»ds yeef 
m witlf im lièh lUt^ ge(p*éi4ea.^yaft jr«?0Ai Gigi&^^n 
\aJ^niê%P0iitMto<wk dl« MUegplA^ «er even al«.T#r-: 
dw MtMNd «ilf J^t Mb» taa 6 fCU ftgltn ]i«Maat, 4a«U! 
ar aladite.wmiiflr ptp«r méér «eptuü wordt, [tat ta^f^ 
Amku en vte 4air:t»i Ém dt grMMm rao iSi«t^ Mem-i 
té WÉm ketr A^iMioli* lüW ma d« o^fiffda iran tSun^atr^f 

^•^TOèr TM dm t4isMiP«érd%#ii 8«ltMi JosAir A&AK 
Bëxm gMMNttd , tdhiliii «ter fèiond oordeel en raiterkaT 
Mdilir daii dMo btioiM té ktbboii. MioUogonslaaiKla M4o 
^^>i^l<erlQ|f M Tlogt nn Tkr jaroa , door oaaas^onaaair 
iMMkn mei de Arie eMgiêê « wa«rato ])$ Toor bet eegeal^lik 
het hoofd niet kon htedei^^ ottteiaao « ténr$l hf naderhand 
deer d* Eogdeehanhenteld eü de nUmwe «ieh opf worpen 
hehhende Vorst» SAaunr AaAü raa Pee/etr Pin0ng ^ ▼«?«• 
drevMi verd» rerkreef de handel onder zï^ne regering en 
deer k^ne beeeherming eenen grooteren bloei, dan hi 
t4ft dhu venre inmer bereikt had. De ongeregeldhedetf 
der bev^oUung enderdrukte ,h$ nei geweld f waaruit ,dai| 
eok niaaehiea wel $ïne vele etribfoeliiigen met die hoefdea 
<$• Todrtge^roteH^^Ook 1» hei wel in te aien^.deihSi 
niet alt^d hel regi ep zim^, z|de xal gehad hebben , daar 
eigeiAelaog en eene overmatige audil toir greetheid • d# 
greetate driPteéren waren lytaer handelingen r ettr h»t dttft 
«iet Ie rerwonderen ie » dat bij. eene eealie t die wi^ ^Wt 
heei£den laat; Tert^^nwoordigen > Uder magt tegea^ die tmm 
den Vent opweegt^ botmngen moeaten eiptaan^ waa^UJI 
«en van beide bet onderepH ddf4e.^Hoe di« eek i$ ;r^ 

31». 



[474] 

k| oftdêrliield mei eau goed éoel eene geroeide landnigi, 
raa 300 of 400 Bongalesen on Mooron » onder bet bord 
Tan oenen Engoliolion renogaai en Arabieren , on fraar mm 
hfii hoofd togen s^nen iril opUef , sneldo die ungt Immi 
on Torwooitto on Torniddo aUof » aoodat do bevoOEi^g op 
het laatst gedwee en gebooraaaai ^^wd. Van dtti allet ii 
na nietf moor te alen en die kndaHtgt gokoei r&rimpêB. 
Ook bad 1^ een groot aantal aebopon ^ aèarran #Migo 
ten oorlog nilgenut waren en andere ten bandol -romn. 
Van dosen bestaat er geen mow;— alkn %in TorkooU 
en Torongelttkt, enAiJtn is weder tot dia ba^èH ran wil- 
lekenr en regeringlooAeid tomggokeerd , waaniit do on- 
Tormoeido pogingen ran dien Vorst, bot naanwei|ka oa 
sleebts roer korlen t^d hebben kunnon rerhoffen, on waar^ 
aan hi} honderd doisonden heeft te koste gel^d » £0 h^ 
echter Toor het meeste doel is soholdig gebloTon , on waar 
om a^no «dialdeiseherB nn nog sinten. 

Do ririor ran Atfin heeft drie nitwatoringon <d mon- 
dingen « hoewel, ieder dorzdre eenon eigenaard%en oor- 
sprong heeft en niet verre bevaarbaar is. De aoogenaam*» 
do grooto rivier, de middelsto en hoofdbeek mïjnde > ia 
kronkelend on op vele phmtsen roo ondiep , dat de sehr^ 
ver, t^dens s$ne opvaart naar de Gédong (idgemeono 
ontvaagplaats voor Europeanen ) , met do idoep gestadig 
m^est been en woder oversteken , oftohoon er b^ vlood 
water genoeg staats coo di^ tiott of twaalf koijangspiraatt- 
wendeaelvo binnéi Imnaen ioopen. De ingang ia mede on- 
diep en b$don minsten vHlnd door sterke brandingoninoe^ 
1^ , ^ aeUs «ovMuitjk ;-^W8ait het uit hot N. W. dan ia 
hot geheel •onmogd^k.-'Aan ié monding rogts ligt eono 
IMno r€4oi^ » van aarde opgeworpen , en mot een adap- 
pen dak gedokt, waarop zieh vier stukke geschut bevin- 



I4T6J 

' Dit U de eenige xlgtbare riursierkiiig.— De rivier is^ 
dan een htlf unr opvarene , begroeid mei Ntpa-boo- 
wmn «n ander yeUgewaa; dan beginnen de kampongM, die 
gtBMenlök elaebta bestaan» nit drie ef yier ompaggerd^ 
baisen » meepial deer het rele geboemte ennigtbaar en be- 
dekt; geede Toetpaden lehinen van de eene naar de an^ 
dere te leopen;-— de aehrf yer ie echter door den korten duur 
Tan «Qn verbiyf aan de wal en uit den aard der gelegen- 
heid , welke daartoe aanleiding gaQ, niet in staat geweest» 
om te beoordeelen , in hoe rerre de tegenwoordige 
toestand der stad Atjin eenige gelijkenis heeft met dien » 
welke op de plaat, in bovengemelde reisbeschriJTing van 
Valeftijv, is afgemaaid , maar twgfeU» naar hetgeen hi| 
heeft kannen sien » er* aan , of die gelijkenis nog wel 
bestaat 9 of missehlen ooit bestaan heeft.— «De woonplaats 
yan den gewezen Sabandhaar Sech Sal4m , waar hij 
nog een kort besoek h^eft afgelegd , was een ruim yier- 
kant met planken pmbeid , waarin zich z^n ^Terblijf, 
een heilig graf, een Moskee en eene woonplaats yoor man- 
nelijke weezen bevonden. De laatsten werden uit de voor 
hen ingezamelde aalmoezen onderhouden en in de gronden 
der Godsdienst onderwezen. — Dit is eene inrigting ^ die 
zelden bij andere Mahomedanen gevonden wordt en wel 
eenig nader onderzoek verdiend had, doch de tijd liet 
zulks niet toe. 

De regtsche vcreenlging of zgtak ran de Atjlnescbe rl- 
rler werdt genaamd de MaraêBa;—é^ liaksche de Gigie^- 
^n b^ide zijn aan dorzeïver montUngen bewoond , Ug^en 
eene goede zeemijl rau den hoofdtak verwj||derd , doch zjin 
als deze even ondiep ^ ja zelfs ondieper» 

De reede van Atjin is, wanneer de winden uit het N.. 
en N. N. W. waayen niet zeer veilig — de N. O. en O. 



I4f6l 

win4«n Ter«orAken gêdii hal vüaaH fmraar^ wnmt 4tti 
ig hel goêdé móenott en ligt men meetkl op den «treoai 
ès ender den wind. De Und iriiiden iMidieD tet O. «i 
£• Itreren, dodf de nab|iie(d*Taa 4ett wnl, Téitigé «^ppeii. 
- Op een dniteelié m^ ifttaad vha den y^ü, ^ éH H- 
denièii laehte grond , ii de MkerpkiAf Teer greHe «dM* 
pen; ligtere raartuigen , ali iehoeoere^ brücfcen ens., 
Inunen echter op eene ttlf Doltodie mgl én #p rgf ta<^ 
dbmett ten anker lijfgen. 

(Het vervolg hierna). 

W. L. KlTTMM. 



D€ Maim* 



Wi| hebben in een vorig Nnmmer ran dit Tfjdfchrlft ge- 
tracht te betogen , dat de planeten , die met ense aarde 
xich om de zon draaijen, en ons sonnestelsel uitmaken» 
Hgehamén 'zijn , die genoegzaam Tan dezelfde inrigtingen 
Toorzien als onze aarde , bestemd schenen y om door , met 
de aardbewoners genoegzaam gelijksoortige schepsels » be- 
woond te worden* 

Mén heeft hetzelfde Tan de Maan en de zoogenaamde 
seleniten willen beweren ^ en op dit hemeüigchaam , liet- 
welk door zijne grootere nabyheid Toor onze naTors^in- 
gen Teel toegankelijker schijnt , zelfs knnstgewroehten » 
bouwwerken en diergelijken Termeend te kannen onder- 
scheiden ^ om niet te spreken Tan dé fitbelachtige Torha- 
len/ welke men» eenigen tijd geleden»^ als de nienwtie 
ontdekkingen op dezen ' trabant , heeft trachten diè& Ie 
naken» en die^ hoe ongeloofelijk oo)k » nbgtans lifêr en 
d^ar bgval konden Tinden. ^' 

Voor eenige jaren Terkondigde «ie heer GmviTHvijzsv » 



l«73 

dit reel i^d tm moeste op «Mi ««êr mitwltêttt élldèni*èdk 
iran d# o]ppertrlaki« der Maan ^«fl betlewl» oni «k é«iié 
MÊkmm diwlffiik de ontdekking irao rmüngen en nitge^ 
■IrAle eireamTallaiien aldaar » 4Me volgens Jiem bew^seitf 
oplertf^yaagroote vorderingen der adeniten in de eira* 
tigle. 

Het Ji Mi^d > dat de Méam , t^ kare ineenieiykteke 
Mnle^p em de nar^, eM'Vednrig keteelfde halfrond toe^ 
draait ; ket natanr^jké gevolg daarvan li^ dal irg de een» 
kalft van kare eppervbkle «imaier ie aien kr^n ; tenfifl 
de andere, waaneer ay verHckt ie, alt^d veer ene «igt^ 
knar is. Digt bi} ket oenimtn van deae sigtbare kelft , 
ontdekte de Heer OmtytmrTM» veTsokijiisek, die kern te 
regdmaÜ^ i» verm» gvootie en inrigting voorkwamen» 
om deselve als liaiiinrlfke oneffenkeden van de oppervlakte 
te knmen beeekouweo^ en Me hy derkalven vermeen Ae veer 
ktfns%#wt)oehten te durven konden * en nltkeette véé kai« 
gedaante'» vebr nitf^trekle vestingilrerkeii aifittig. 

Dei» veronilerstriUng sekeen niet gekeel ven gi*end iAkU 
kUet / en werd «an^ Mtdere onder<dekingeii e^derwerpèm 
Frofeasor MAnnun , deelde n^ne waarnettlbgen daafoiii- 
ii%nt ewat aan ket inetitnut van Ftmtkk^^kiMAé^ efi kéèli 
in de kortelings door kem en eèn* ander' gekféi'de mtgege» 
'ven selenegmpkie deselve nader oiüwikkèid. Hg en^erïockt 
dat gedeelte > irmr alek de Vèreèdet^t^de Véitliki^en lAóee^ 
tétk bevinden » mei den groetéh iêfiMMi» ¥kil kei dbtér^ 
vaterkMi te B^fï^ , die eene fééal lehgM van mnirènl 14 
voet keeA, éii de voer#erpen h tet 6D0 maèl i met volkom 
me* dnldeiykkdftd tei^^Döi^. . . 

Ten gevolge van dit enderzèèk, ver4ciadrtdértfèerMiEn^ 
LÈa ,. dat de ^brilfiéatleii Van den Heer €hii/iTMTsiy ilïUft 
niftt dnn ke^welreekeen 'Vatt é^ néèf i¥gelèaill^ rfr^é^ 



im] 

n^ f gerangiehikl in parAleUe rigUng en mat tiaauw# rtl- 
legen tiit8eiiepbei4e. Waaneer het aeoonelicht sekulae ep 
dese heuvels teh^nt^ soodat daardoor de aehafbnv 'WÊm.de 
#ene reeks op de sQde ran de volgende of naast aaa^pt»- 
x^nde, omtrent half weg tosschen derselver .-tai^pan ea 
grondvlakte ralt , dan worden daardoor de onregelmatig" 
heden deaer grondvkktea bedekt /en hel g eii tél t^durl^ 
het afinsien rm regdmattge paralellen» versehansingea en 
grachten, Vatt eobter het Uoht in de vaUe^en , dan wer- 
den, de onregelMatigheden en beglen der grondvlaktal 
deaer heuvels velkoÉien .zigU>aar en duiddigk. 
, H^NBseer na wel is waar dese ie verre gedreven sp«e»- 
latiea van grond ontbloot a$n« bljjfl nagtaaahttt ander- 
^o#k jdjBf vraag , of de Mamm » even ae»: ab de overige 
plaaeten » bewoonbaar of bewoond ag 9 hierdotM* om&p^^ 
lost» Ah het aan de aarde naaste en wet haar in. mibvt . Vv 
sond«r verband staande hemelligehaani / verdirat hrtaelve 
evenwel .onaebgaondere opaaerkaaawheid , ie -meer 9 daar 
het. voor onae iMVorschlngen meer toegankelgk »- mi voor 
een onmiddelgk onderaoek door den telMkoop* luiihaar 
sehgnt.tWg wiUeu derhalYen beproeven, en door de ra* 
^aten ^onaer waarne«i{ngeii , en door de analogie , dte 
zaak io|) eenjge zekerheid te brengen^ 
i, O^ JKa^n JB een M van 1MH)0 Engeliohe. nglen in iit^ 
ineter, en dus omtrent 6,300 mglen in.^amv^ag*, Yerbeel- 
djen wii ons hare geheele nitgestrektheid^ verdeeld in 2,900 
^eden , dan zou een de;(er deelep., «nabQv dei middei^^ 
ééne mgl laii^ zyn; de lengte, yan een dieivdedbn, nabü 
den rand der sehgf, kan me^c. 4^ eeg# 1101 bedragen , 
v^ermits door de schuinsbeld d^r oppenrWcia tegen 4e ge- 
«gMÜP-t 4ft.aft*ll»4ert .naar,,vore4 verkopt wordM. Be 
wgdta^.van^-de . Maan f uitgedrukt in gedeeUea imi^ eenea 



1479] 

gmd, hedraagl omirent' 2,000 sekonden ; sooAat mi ge- 
éêêUdL. TMi de maaaickgf nabq het middenpuiii / een se-* 
kende tmi een graad groot » ' otereenkokht. liiei eeite' 019! 
Tttiiliare epperrkkie* / 

De groolete ^n bette Meskppeh nogtant » dier^nen tot 
kieiioe- kttai, laten ona:geene yoofwerpea aiei daiddyk* 
keid lèHkf «i^u* sigtiMüre' grootte niet meer da» eenè se* 
kende kedraagt , en diUurttit roigt , dat eentg Toónrerp , 
hetsg stad» resting of diergelgke., op de JKniii^ 00ne 
HMp dtKars doer in elke rlgting metende-, te klein is » om 
4oor een der thans bestaande teleske^ onderseheiden te 
-koüAen worden , en dat alsoo de krèeht deaer ihstrumen-» 
ien neg «fer Tedi greot«r werden moet, eer w^.hepeh 
dvirreü, door dèiekre onnaddel^k eenige s^érheid aaa-^ 
.gssnAe OQS vraagilnfc te yerkrjjgen* 

Bij oststaatems ran oamiddellkebew^sen, moeten wg 
^krhldven onze toei^logt weder tot de analogie nemen , en 
hier zal het jyanoeg wesen uitterotschen ; of dé Maan :die 
inrigtingen bezit , welke noodig zgn om aan dé behóef<* 
im hrer hewoniirs te.ToMoen.' Indiieii wij de phjrsisehe 
-hoedanigheden» die met de ligging en de bewegingen der 
JUaan m verband ataas ,; behéoriijk orèrwegende ,: vinden , 
dat zy even >ak de pléneten yan.id die gémakken..en:bt^ 
iH>eften' voorzien is,' die o4ze aarde tot eénzooaangeMam 
:verUgf nmken » wanneer wij o)p haar eene fnistohe én -gmi^ 
rigpe atnulai^er , wdken ,. vè^sdi en belder water ; seeén , 
j^isselettde' jaArgatijden en warmtebaden, tusseheupoo* 
.sen van nacht en dag^ vinden, dan kannen* wij niet 
éÉrseleA ie heslnjieÉ, dM eene dusdanige plaats tot woon- 
•verUgf , voor sehepsèlen, gel$k iaaa die welke de aarde 
bewegen, bediemd , en waafsohgal^k door de zulke ber 
we^nd hé • 



|4Wi 

Vfmrii de maan «anigen t$4 laiig » lelli door eon g6« 
wooa ioloiooof §ftde geBkgfa, dan staan wij g^etroffen ilotr 
di^a osvaréiideiiökmA aard d«r grenéo» «f ^ominakkeB nm 
lieht «n tohaduw op hare oppenrlakte. Dese m^fÈ aoo dii* 
delgk en bepaald t dai 99 mal ^reoio iiaaitirkeiiriglieü 
kaimeii geèehetii^^rerdeii» en ditt- een kaart , dia de Ter* 
loeninf dwaelfe opi sekei^ea l|d daarstelt, dat seifde f^ 
yigt met deaeüde naan^fcemrJgkeid en geiroHwMd ten d* 
len tyde mal opler^pen. > ' 

• Daar .de- maan in nwen en twinlig dagen en a<M htm» 
eenmaal em de^aar^o draait, seo'kan «if ook übMb een* 
maal in dézen. itijdaiok mt kareeigéne ae keer^i. Door 
deie.laatete benreguig negtans worden kare dagen en na^ 
ten . bepaald , en bet rolgt dne kieralt , d«t de afwieielln* 
gen van licht en duistenuii ap hare oppervlakte, mei toer 
poheapoosen plaats ' Tindon 9 omtrent Teertien miaal xoo 
gr-oot.nltbg ons. . D^ eeleniten tonden bg govolg dagen 
van drui. hónderd en iwintig nren » ,en einen soo lange 
nadden hebben, ^ . 

Hè tweede gerolgti^ekking die vr'^ uit de earerandMijlii* 
gedanaAe\TBn. de nmaosroppeprllJKte afleiden moeten » is 
diaiddatgeene wolken rondom 'haar awoTen, soo ala kf 
de:aa»de>ién de |danèien. plaaii ke^flf dew^t» b^aliBen 
■ralkeii aanwexig/ waren, daardoor de eppeniakte min ef 
me^ ;;kedeki en door dMracefareir gednrlge yeranderiif , ge- 
durige ^reffWieieling. van kliekt' en: «èhadwr irimile < 'vinAen 
nen^ ^veisohijn^elen. welke, wij .nimmer op ka»r ima ime nie e> 
. ..Buiten dati sqn de , omtrekken Iran üell'en eekadnv» 
welke Wij op im maam. waamemen^ aokei^ ew wil kfepaaU» 
etei van eene gedaantadie aiidi gecnainf met de nitwerki»- 
gebTün wolken lalit overeen brengen^ Hbt.idetTmiitann vvn 
wolken » bewijst of bet niet bestaan eener at 



[481] 

wftlM>Jn éét^hré ^Uk kanMB nwrwii^ hMrfno , of liet 
oÉtl>rek«ii TMi wai«r» wsaniit 4eiêh« ksrMi :oorg|prott|; 

so« 'lOt 'téBNi'^f iMvéi ^ -ito 'iÉiiaiMO|ip«rivUvl# ) '«01^ 

tromde*. Cehe-daaNranMim^tf de ^ftdde onÉl(j«]iir»k«ii6 tvkktv 
stil , 'éie ntimsÈtVik éé oppanrfokié dtt nlbttirstvoiii v^m>Io^ 
neii; Eü ia de diuid hcMeo teiimife '((edeeMn viw 46^ 
iniKiiit-oppetfTlftkte een «oe eCeu reorkeoM , 4Ai meft de« 
cefyé létngen t|d >^r sMèn heeft^aaogeiieft ; maar bmut 
nmté «onire: teléieopen Terbelerd- sgH gewerden » ia he^ 
öftbeirtAahbaré deker rftrewAertieinitgeé gebiekén ; en irf 
d*rreii'!iét^1isne-ïiiel^€lcerk'eid er reef hottdett, dal geea 
icfafjii Van- Water loegenaamd op ^ mèr«4 geirottdei» wordt; 
' l9 dé'ifiét aüliiÉMighéld 'raa water aan^ttomeiiy dan ii 
de'ntit iliiiilre£!^^d Tan wolken nég geen bewife yaa 
itonen ^brekènidélk - déMpkring. De waag of^ de méuin 
oTOii 9Sê de üarde eii overige planeteÉ > mei dat ireeor leder 
Aerefii^éilïplaiitent- léren onontbèeri^ke mediiim eenii 
dlulipA^iiid^^TOorsién ie; moei door andere |froeven beidial 
Hoorden."' ^ ' ' . 

* MTÉnifóer 'éA^TOorlrerp doér een doorMA^nelMl Ugehaan 
f^tiëü w<órdl,'4télweHË niet door effi^né parallel loopendè 
Vtftkten- ih^edefen'fe, «oo «Js d^e van een Teng«ter« mIu 
Tèlrtootti d9l Voorwerp zfeli veraekoven in vern »}k ligging^ 
en ^üneèr^dW doorieH^iendkeid' Van betHgeküattl «ieé yp6^ 
iki^id^l is' (lièiii^èlk %9 üèin béieittid l^clMNi bel geval; ia)l 
dkn iié^ méïji liet; VioértTèrp mindèfe^ keOèr dèèr keltf^lre:^ ^ 
Dëwlp 'gednrfg étérfeb' mm' TerttèMUonde greioite en 
beiderheid aditer dé "Mtoïr oMg^n ; -^ed^rende fcMrw 
loop aan het firmament» en dew^l de zon bi| de «eni^ 



terit^U/rlagêm .steh adiier hMur b«vijid(, babbea de as- 
ir—owea midi rtokMtte .oimlittiUghedeti .a)< md^dyen be- 
diend» om ktt yraagitiik aanfaande Imraatsoapliaer totèu- 
jamfctnidia brangeii* lfaiftde4MMiii,aaiMai daingtlr^jng, dti 
«Ml 4aHbr0^Mi^*Wr ^ die««aUtr :d(wm»lfa §emi$u war^ 
aiM^: iMMar doan TtrathpMtt. M«a Jiaaft ioi da» ^ad« 
atnnrea'MdaaafM».waiiMar at:daD>^ «M««aa<^ 
daadta ^ «|i iM^r ap >hal. oageablik yó^r «g door dii 1%« 
fbuaa rbadaki irerdea, daeh naCAe. ▼ernunderlng yan bal* 
darfcfid beeft juMi aan. dacalta^Ia^ w^amemaa. 
•. Waa. de nMjaM door aeaan dampkriag.omgOTan, 4*A,soa 
aaa d)>or:diiisalyeii gaalene p(er,,ui^ayaa Ui^fiAg geraki 
farsdiönau: kg aou.n^g aigtinar aïa-,, taprwj^ k$ verka- 
lök roods, aokiOTt 4e ijg^i^t vordwanoa Igt.Ëea natviuiïk 
gftirolg hior^ao aa,ude «öff » dat do,^ iïd» f adaraodo, ^elkaa 
oeoe lioF.doordo m^H»^ bo4akt an aOTitfUitar word^» kot- 
tOT/ a^uderzijn, daarb^i^l^ieM'dp jfian^^onon datapkriag 
keoA*. Da tgd ge^anda walken a^i8% 4^(Mr Vi Ugokaan 
dar PHmn l>e4eki^: ^^.^joiu^gtbaar. i^rordt ;(ireroii4«rataUt 
dal i dQ IfOUlge^oeiMa. gec^i^a ^dampki^Jabbf J luu jsal 
da.grsoaial^ aai^awif^jirjgll^ii b^r^kpi^d wordea,-ea kott 
dikwijls maa ook den zoo berekenden igd Torgeleken haaft 
«al.df^ t|d|[a4aireiidi «wi^k^: wecM^'k;^«^vi^ etor aditer 
db.miffjr toum^oIoa bigft» meii h^eft boidsn aU«d yalka* 
0um gfUik g^oa4enrJJier mt bfttft.niefi a%elaid > dal da 
ffe|toMfÉ€ii^ der.4iM«Mii.)..bft :4diim.4io v^k^lgk keataai^ 
Mor |1 ayn mooi » dal 4ft9rdoer .|[aa&a i^kkar^ iulw<;r- 
JciHg op don giaad: veii;oai4g0 ateff djk jinep 4^r. Jezalva 
ziel 9 wordt tew^gi gebragl;, -reene zig^|u*« «itvarkiag 
aauneglaBS.dAor dan dan^^ng,yer<^riïaaj|p|. wordaa» al 
mm0 da«elre.:€^ak d|M#endp&4<9W4er, digi» 4an die der 



[483] 

De aard - aimoÉpfaeer draagt eene k«lom rah Mtreuur 
raa omtrent 36 daimeii ; heeft - de maan werkel^k eene 
atmoipheer» dan in dendhre -xoo ligi, dat jbij niet het iér-» 
liftte gedeelte ran eenen dnini étrkmiis'koiom dragen kan^ 
Dé aüenroteaaictete Inehtpomp ieeehter naanwelf ka in ttaat 
^m étmetk dkudalugen graad Tan flheid tonder eenen ont* 
Tluig^ daarteatdleii; en eene jk>odaBige atmotpheer sondes 
wal aangaat alle > Tertehqnsels Tan het dieren en planten 
leven, een.iHiwiiifai sfn* ' 

De geateldheïd der maantoppenrlakte , voor soo verre 
v$ deaelre déor onze teleteopen hehhen leerén kennen^ 
It jnisi;aoo,lds Ifer^^die, bf een van In^ én water bénoéfd 
wereldligehaam^ verwachten moeten» Deie barre : planeet 
vertoent niela dan eene woeate dorre oppervlakte ^ alleed 
door haogê^berg^n en diepe ■pelenkaehtigo' valleden af^ 
gewias^. Ketenen van bergen en geïsoleerde heuvels si|nr 
over elk deel liarer oppervlakte verspreid ,■ en verheffei» 
hanne dreigende en steile wanden veelal tot de hoogte 
van vijf Bijlen. De nitges^rektkeid der gnmdvlaktè 
desér verhasl»nda hoogten is mot aiinder verwonderingba^ 
rend, dan hunna. hoogte. De dlam^er der grondvlakteor 
van sommigflr deser geïsoleerde heuvels , die vgf mijlen hoojg^ 
af n , bedraagt tusachen de vier - en • twintig en ze«-en«-r 
veertig m^len. 

Doch hetgeen aan de maans- oppervlakte ook hei laatste 
epoor vam analogiie met de aarde ontneemt» sgn de ver*-' 
basende cirkelvormige holten welke men overal op de-^ 
zelve ontwaart. Sommige deaer holten z$n vier myiea; 
diep» an veertig in diaaetetec groot. Hare randen zijn 
gewoonlijk door hooge walIeA omgeven. Dikwijls riget eem 
kegelberg tot eene eanmerkeltke. hoeigle» uü dèn- grond 
dezer donkere cirkelronde holten. Het toippnnt van ittti 



14841 

kigeli irordl zigtbaar^ wanneer d« zoBMttridtn omuddéEjk 
m da hêkie ittlkft. Dese inwendifti k«gdbergea iMbbtD 
MBliriifkn teae kiiiigT«lniiiga Tardkpiny an dan U^p^p* 
lyk Bm Aêh kvètar Vni eM.TvIkMó. o ; . . 
* Dt galïtalB afpenrklifte 4nT ouuul^. Mi;..«iiHrt#ii : dti 
yiitelbe deméhre IMiralk w) nn^iii'éÉi «ëne itmitaiM 
uil» «HyeitrtkAlMid >sii keffen en 'hélen, - wMu^ ét 
aHinililite tlreken êkr Alpmn vink ea/ tfEém wM^nma. fie 
keenehende rorm der geïsoleerde iaéan-'k«tf«& ier treifibudf 
Ttradte kame toppek'siek ki^nn doorgaaftMt^ eirkdroo# ef 
kekerromig reir t ee nen . De grend deier beker* ië^ o^ev 
kei dHgenMenpkA en ntn groeie iuigaelrei[Mie2d,<«wiVdêi^ 
telver middenpnit reekefl ziek een kleiner kegdvemnge 
ke«Vily g^k MM die> welke ziek mii^dei^ greiid der 
kelten in de Tlaktes rerkeffen, en waami» wjf iwNb ge-^ 
■preken kebben. Hel kekoeft naanweigkg gesegd te w«f^ 
éen, dd deze emlandig^ieden den TnlknnledMo eard lm 
deezeUe TolkmaeAdkeid kien^ reronderstellen. Zee zoodë 
de krater Tan den Vmêuwiug en de TulkaniMke glreken 
▼aa Pmy^dt^Dèmê ziok , ep geneegzamenr afirfnnl getien^ 
Tertoonen. ionv HknicxsK beefb, op dwuteetb duideM|k 
zigtbare maan-bergen , de zekere kenmerkea rvB, yv^kvrni 
■ebe ilralificatie waargenomen, door, hg achlereMiTolgeMie 
uitbarstingen, uitgeworpene stoffen daargesteld. Hg beweert 
eok diit , niettegenstaande bet tegenwoordig rolaUgen ge- 
brek aan alle spoor Tan water op onzen salellil, nogkM 
nifgesirekte streken daar gezien worden , die kei ToorÉie- 
men Tan aMuTialen grond kebben. 

De inrigting waardoor de TWsabiMende pküetam eene 
aaagenane afwisseling Ten jaargetifden oaderTlnden, if 
éan de Maam^ ontaegd, en bij gerolg Tindt men op kve 
eppèrTfakte niel d» minste Teiiaadering , die man aaa 



rerwisseling ran j«<urg#t|j4e]i soa kmmen ^Mchrjiv^iu 
Bgaldien daa 4e M(u^n ia woonpUuitg tw lejeadawiK 
x«iMi mogi w«seii, itm ,iii^«toii r^iü^ oioi fliht^l' andor^ 
org«n«a «a eigecuielMH^a (o#f<\niit fgn,; 4%D^dtew#U^e^ 
diortit- ea plaalear$k op, do «arde kMMlioriqBi|.,;%Oil^er:|kt<- 
moapheer kunnen de lelenlten nataurljk goocul o<to.mh»r 
kKida w«ifna sgn-^ Gelidd, hotiwiitk fllaMVioot #e».l«At* 
modiiwn k«n YiMNrigebragi ea ufoleid wor4o«r^ kaa #p 4# 
JfiniMi «iet plaaii kabl^ea; fpraak: «d gekoor «iiUeadarr 
kalve voor don «MMmlMwonar JouiMLoKNie h^dAaigbodea a|)i^ 
.6o«a aaunrUaauw fi^waanoot- iproid^ agoe vorane hlon d ê a 
tia^ oTor don selonU. uil. 0^ kom^l» b} ono im dit liolsr 
19k ^waad godoacht f voriooal bott oo» 8o«ili«r f êkê^ 
lif^ om oouvig swart 9, dooK goo» volkje, bodok) o£ otabatd» 
Eonxaam rolt de soa door dottoolv^i » o> iMdi to TOUr 
goèfa hare heldere stralen naar de barre en akelige woei- 
tgn y beneden haar ; er besiaat geène aimoaphoer , waardoor 
hare warmte rerzameld 9 gebonden of geleid kan worden ; 
ea daar nn^reeds op de toppen ran onae 4^#x eiiy^itiff « » 
de zonnestralen onvermogend x$n» het dierlïk- of plaor 
tenleyen te onderhouden , alleen uilhoofde der aldaiir. be^^ 
staande ^Iheid der lucht » hoeveel krachteloozer .mootei^ 
deaelven niet zgn » daar waar ia bet geheel gee» dampt 
kring bestaat. 

Daar wy aldus op alle planeten , op dezelfde w^'ze ,. en 
van denzelfden omvang, dezelfde inrigtingeu ontdekkea^ 
waardoor dezelve geschikt worden tot woonverl4$ven van 
wezens als wg zelve; terwijl wg » daarentegen, alle deae 
inrigtingen , zonder eenige uitzondering , aaa de Maan 
zien. ontbrehDiH, moeten. w$»'bg gebrek aandicekte be- 
wezen aangaande, dit vraagstuk , tot het besluit komen^ 
dat onze trabant een barre onbewoonde woestijo is» die 



toniêr tw^fel een bepatld , doch minder verheven doel 
itt de idiepiliBf ie Tenmlleii heefl , dan de aarde ea 
everige ylwutea : fai een 1roerd\ dsi bel een verlaten reU 
is» die «fnen aaaUen iep tt ie w$de wereldnimvie ver- 
IwA , aonder iet ferbl^f ran eeii% leveod wesen t^ kaa- 
nen ttrèkken» 

*^ Jmmmêrkimg. Deer de ihant vedvaldig; beliandelde 
iMreniie , • acai^aattde de sdogenaamde nebolaar bjpelheiii , 
irordi wettigt deer den t^d eeaig li^ ever liet wesen der 
Mmmu vertpreid. V^ènt dese ikeorie k liet niet geheel 
eawaaniebyuUjk , dat de Jlfeaa onder der jengiie producten 
der lehep^ng bekeert, en sieb thÉns nog io een dier pe- 
rioden kerer oatwikkdiag bevindt , waarin volgeae de 
nieuwe geologiseke •tellüigen » onse aarde verkeerd heeft , 
ahroreoi doM* levende ediepeelii bewoond te sija. 



Goenang SaUdi^ 

DH door drie toppen kennelijk gebergte verheft xich 
in bet Z, W. van Buitenzorg , welke [)laat8 zelve , op 
éene der vlakke ruggen van den Pangerango gebouvrd» 
oostwaarts van de kaite Tjilitóong en westwaarts van de 
kmlte Tjiiani begrensd wordt.— -In de zacht afloopende» 
rgk bebouwde 'en met welige bosschen doorgroeide val- 
leden y stroomen , tusschen en ^over rotstakken van lava en 
trach^ty de genoemde rivieren. De hoogte van Buitentorg 
boven zee bedraagt tusschen 8 of 900 voet en het wordt 
alleen door de rivier-vallei van Tjidani van het hoog- 
land gescheiden, hetwelk van hier af zich onIkiiddelQk en 
snel naar de hellingen des bergs verheft, en tot eene aan- 
merkel^ke hoogte met kleine bosschen van Truchtboomen, 
en ah lichtgroene strepen tusschen dezen zich uitstrekkende 



im] 



iaP^Vvi<»*il>»gwiHaB(ïda[iafaiida hDÉMih<jp>^:di# ÉK».i<en:iU#> 

4i^liti||^i^> Zï» :idpfMf^innTéradbèichM.^ dboiTfiU*^ «^|0e 

of ravgDCii van elkander gescheiden , steil ea'ipuiligliMi 

4(i^eflenlb.roW* ikoloM^ -tv^i^eèld t ftQ«rdwa«rts;on^iii« 

Xêd ndf«4 sfrilién {Sn/odk » sCl^ro^ ent.a^'iyHM ^^gnMvi) 

jiKet'huHift^iitéüien k^Ji|»(i4,lfiil# iiiMr iMoedn-Mlenfo 

«ilAHi seeineQ reHiM^ndefi (Uoaf ,: wmWb fkratonbehüge ope-> 

'lüng vm^.TaaLi ilbtVélts^f^ïsieli»: SMbder «legiaiirfodMadUii 

#^ii;ik¥ar4fB4é:4tepi«f>i6.ott4frkaBfteft« . Pi • rl N 

Deze kloof scheidt djSf| -clMiy.Mui il«w .kaai is'ilpa» 

iêtlem^iUpf^ M«lr «^agrii^d^ bogtaAAar héaeiaa r'Vw- 

naansvi '9iiA ms^Mt en meer eaSTfrlid8tr*iich:ep hét laaMa 

ia«iMd.rtvier. bed , w4ai»it d* ihc/t lyM^Met^^^twiéaM 

kamtir-^TèliHïkft kletae k)oT6n:l«o|>en » 'zoa.-als^opiallè tei^ 

ffêVmëgeé. mh Jai^tê^ ooklaUgs AeüSaiaA: «aar^baMdea; 

•pl§tea siïjfte Bjjden itt de lengte aft i^n *in , iMuiiie bkeadie 

daar- iweabergkoflunen begrensde «/r*'') 

04»tlimM^i« ▼ereenigi.dAiiStt/aJEr aiebiOtélJden) badgnfiMW» 

IvaérrsHi Aa libaglte top'^oÉidef :de«i baam Tan 'Fé^figevMtifê 

fbektottd 1». Tarwjl; de. beidaxberigaa hiel* / kao; hal MMjtéil 

l^aJ^kntaAig/m alkanidèr lioopte, Tèrmeat «ijfceèBiJaijdjia^ 

aielgk^ ▼lafc^AB'i* «ea aaehtéibogl «it^opend h#eglandt<f^ 

aan:'«a«r*TnuMbkar :«Maien!y heiade:ètt yienhiwMskowiitt^ 

rïlcia' lifttf el4a4 btdakt ; én tmeX f taiarali^eiiiSrie «ploé^nM 

kaiBip4f Df ar- of dori^et ' akLbenaid.**'*Maordiraai!bK>#ekdt:§e^ 

bS > jrWMM^er^ Tiakker» tarw9l:liei'af^d#aarta'i;;]«{ dii^ 

iah#0iii« :Tlakte van . &(aüjsiaealMt eladid^i .Da-tfrabMa 

loogie 'Tan dit hoogland scl^ijntaiiat : b«van -dh 190O 

je. J. 2e. 8. 32. 



[4t8l 



toést ^te kaè k««|^ÉMl «uw^M eb b«ftB £oMifii| ai 
«OubriPi^ «I iwg T«ri^BÉMor 4mi de k|Mi MMMfmép 
bergrsg iaiidiMi de tweeling Mfpan tbrmpi •m Ji«i4e^ 
fce^itteüdk^e^mdelfiMTeeiTerlHlI. Hel ie ^uMui 
4e leegi^e I m eJ tem Mg MieriÉnt iwee berge»» opkt^f^ 



üê-yPémmmgmrmimk Tjaormifê9 «eii de O. Z. O. hd^ 

mag^émhm^f weèuc^ ik geda^eade Vereelirideiie degeo iMk 

e^aeuM-veènleÉdageB déed^ligk ep eMeheegte vee 2111. 

MeÉ fliei mii Uer ImI ddkeone lieef^d iwre beef" 

«es alA» te veer iMlsek* de MUilgMl dMGedb*e,Ëi 

ddi eoiiweerie meer' ea' ieeer 'il' de lteeg;le Mbe , m 

«Mè deikiee/beeeAea ««dilei aittw 

' Oanddlékyk lehAar dea PmfÈftmgêf^kÊm Hf^iaie» eie 

4Me k^dé fa den bekf ^de b^iweÉtea f traUke la dea aaw* 

è«aeaiirak^kAaNNa«/e Itmmki^itmiip Himièm r iiUimgië' 

Mei Bib) beeteaa^ Bfeii iotat deve beeaea raedt ia de ver* 

ie JèÊmrhmm ^vMiéUig^ gi^, loo^Hr ^ * ^«««^ 

■ilaadé itaiBrtiiat, dk lieli ide veoÉMUlge sidha Teer dei 

deakergroenea adit^rgroad der boeMkea TeHbeaen.— 4i| 

Mrdèn be#ooitd (leer greolelMharéii vwm gri)ee 'myw(i ti w it 

afevy dyMdiee ag«ii'e)^^dli'elkea ö«i^eedliea *eM«e, 

li<d» ea Idigiadeeieid iaèeir Jieered , 'Irameer deeéa 

eiÉiié «traiea «p Inl' loefreHrel^èl wêéemélML 

giiaii <M>'dda6r ^e||te HgftiltowaeB diefwilw» «M^ 

leftg^eMiMBdead' («^dMi)i tfan gedfad% idnrier /iiM^L M 

iéè M diir 'Mee^ldeidBéB / eaidkir ea eaaMer 'e|^ tihaa— 

iTe^eèé fcerheeld -weê d e a » w^dattNb^ inea^^ieotftei'tMi 

i«« biêgtrtea hiéf^ l^fkeB, e* ehldèBHc^ i^lM wareli 

eé a ^ i eei e aa, iéi ie Cgaürl^eeiMkide dfsdM** eieiav 

gMB». «edareade dèa dég ^oeri bmi^ ikbhte na ei 



14»;] 

tBAft 4<Hir tol ^m<êm\ m %Ml'UiK«iidi^ hktir hmei^téèik 

AtnaMf 41* ik mMt tt^ ^i^éMi ^rni êtlk.g9nm rtuwgêè'^ 

i&#ft4 it gMB ^«oilHia^idklteaier) JM #ttlér 4#'ip6Q"tèÉ 
MH liMkievly'eM'iMi^iMMEblvrtiiA» wéif em 4ir fcoofliMiK 

MiMT MB trèej^ 4«MK ditNCi ^plMwAl» »ii«4«nMt« 9k 
UgêWm>%jfêli^lÊM irgit 4il>^fMlHU4|k 4ier» jifegl ii 
arme ape» Mdik ^Mi^ aHffiaM , 4al i9*jgfA#A Vër^ëlnNl 
MA tak <ot 4ik 4i|^«li%eai 2'iNiiir lii^«a' M «aehréeu- 
«rm» eÜBÉnder ^ *fèrèekÊgWi tot dü ükiMIjk '4a Ma 
af Midar «aar kaaadea vaü , 4ia daa éa^daa rvM$^f4^ 
laar -Ug^ndaa i^^t ^êfakt ^an ^mAmêm irarüé' ^^ 

Ha aaU 4a|aa ia êmm IMftüatoa ta^kibMi ^aadffaairaiN 
l^aa » ^elliétt 'aiNHid «la#%dba«laa iiü %i^ p lart ë n r $ k %tolatea 
Marairfa aMèl^al%^<lera|^<ii4a, üe Ik ottaièdéqk 
aadaraackt ea ^raW «4)a ^értotfaat n>awM naa ^ bègéyik 
ai$ iD idift bagta Taa IMober op wag» ém 4a tappaa 4ié 
èarga-ta'-kakltanaa. • . .: • - -> ' '• ^^i^'* '.^ 

SBar«9l aa «a li«era «tivkié ta«ekili S^én 4,6011 WfMa 
JbMTMiaAi 4a kiiMraatea4aiav^Ma«imtaaiAittr4aBakatNM 
aüertAa kiar^ aa^ daar ^aaa^ a wtt ti P iy aa ^^ k a fl w rdft l fc i i 
jS«i/MA«af a» «Aq$wiai« aaaa^ ftaf tui^ a ^^ üataato oaan 
ptf^aiiada : ma ^BÊtmmJé 4>aoaataa ,. k|tonilfl|i)fk AmugM 
mmkimmhiamm &%k , übtaiaet y arordaa aaar^^Hita aMÉ liaiQ(«# 
iiMbil^'4é'^kHMniAea uaer au ^aiieey ^fPiaaof I > ^aoadaf^ dal 
itaa^.^ter- yga dnlanfla. kaaa na ai r teai^ door* aan guaatar iftèal 
Éo«aB ^ aaéMTo: uiiaiaÉt.i VaH)ka «MHftab vm y w iw ia 
paodPOÉal^ Q^p^^mio M4^itMm Bê.^ ê» oaüiitfaté 04f^ 

32». 



f^I 



ji0t^0^^*kiikH0fip9m Jm $m 9iÊL t rJSêêèitk.i^f^mèi^i^s 
#lt:«tt^ mrif W lM(iiiitiiiMnirU^#«9^^ 

o|r Inmiift «iMMMBy mm. niku jf ri|ik« •omrjjtiA.eiirB^ i^ ^|«m 
lkv4|t«KtiW,teh«#t IMiiMl JMMvMf»)JP^ iniiiM kof- 

lüi bo4»tmt«|rJia|«^r2MM9tiAkfnSi^^ 



«laé#r 'gfeMch btfwrtwy T«ryte t l# » ^ n A » «l^knjkèiA> aiei^ 
aan hare takken roiHMdo» l è i t»Éi iap # a /^tg|i ># <> te i/ ttt «ggi 
héiii<'M«f¥iUé«l » 'üreili^ ifilliNÏMte ,-d4i^Uèi'^^k* lO^hgééM 

»*dèïé'bb«gêiéii. »^*-'-... ' •• ■•';>- ^- s^' ■;.•-•'*> ^v/ 

2|^^if«ffèii"aép'Éaai^bélMÉ^ iéédi»,tAdéjgtmtyêi' 
ién^id^ét^n ^>iv^i^ flÉ»i%r«iiSgérv eiï ili» tfytièm^M^. 

& a*^ bbTentte^'ill^kéfil tas ^to'«klM^ bttVbad. *''' H' ^-i 
^'Èr'wi^M^b^éé^><UÉ^f#ee4»^^ oj^'^^M^I^diÉi» 
déte; üé^ ió^ i^mërSg , fcdb Mal^ln^këb^' tet «^ 
bdscHl btfdékt a ,' lA^^d# M/bit v^iideite'^iHiKfA^^;^^ 

bèi(t«kt.^^ók |}^ ileM^aft'üteikté to}>|iëta ^«|É0ftMè«É^tflt> 

aard büfti lii tt é' i" «Ml^iotmii». iMHiiii klééPr'iMAe'éil»'^ 

«itb p»orMM»4o»laMglMtdv'bw«#r<)n^^ 

biXtë aaw^ <riiy^>«ii «l»d«rê«Éai«ttRdé(da»liHi'V«ri«||fi^ 



l«81 

m. /dj# op «Ml «elvtf ]>0ich*iiii4; h^ hÊmfiê Unriumi ». il^ 

INvioteii «iMT MÊTltaili kir* «ttvOi^ 
Ik kmm tfuMH o» oaii» iMMiftt dia Ini ritiMatndhaii 

i|ftir#|i4^ ^i44a iMBiofr 4#t Imhvü» i^ mI^ 4m immh' 
4ïg«i; h|iMlMl«nigf a >^mM T^ «k firof to naorddSkaklaaC 
reraeiiigl. Op da taganorar liggaada .s|^ -raii èm 
igb»of^ 4i« Uar upativii» aana |(9gfi|fAff «p taaid gf^ vfmt, 
0i|iil;wjy9r b|jm,oi|0Mil^o di^tepfa iim sciidar tenvh 
dirtpfi^n, ka» ^y nifa»» «pBjbcMit' V* W^ Tna apur nrUtC 
iiek>abliolfg #a itjlldt iyrtida ^luiii ti^l d«ii Mn» T^jim^ 
fi^ê gpii^apmdti lM|of^ dM^ df^ S^laM^Ji^A^, ndnAnr 1^m|^ 
4fMV fk dardft |t«« d^^ C^^fnaiigft ^'«^-^Tifaii dasaft 
IaaMa« ,iop.a«i r «traki da ruidi vm,fj|^;lioa|ila put 6lt 
SkM(i ^ m^ weatwMrda in ^ kQlit «U t>% «fimr^. 
aaling nu au d«a «f QlgA hpudord f^eMn «MnQ- Mar b«iMaB( 
diliMf* «iv^vaA soawadiir iQ dfi 4^aag^riMQda4 Ik ¥«%- 
4^ do^ni nMid en kwam, «a mi mak aMiiU aaa w<« doov 
lHi*ctaPl ^nilmAmk «ibaa#d <« kt^lmit atndalgk opf k«ti 
^ ff A pl ta piw* ¥W Aa C^4|if^#aii, d#t ^ama kkbie Ji||ec«pr^ 
dft iiaaiiw#lï)ui 39 of 30 Taai hraad^^ dodi 9. Z. waak** 
y&nm^M^vMm }^W%^nv^^9 r«iiat^d9U|rijUlUJ)« Fir^jr^ 
falyM ^s^ C4yi^^^ OAft op jfaapfo im de awrifl^ baq(aj» 
IMI /#iaQi a«i*wfi»rd b«kr) T^maMfiit.hiif^ ift dm ir?9m vaii, 
Wm Vifeljiki^ ll««Di^i lied^k 19a». a^ndir^amii»^ 
tnü t lwn hqfc> bofiwte da»r aalMillMeiKlt» kMppan'lM 
««ip^immge fcarm^tiiiread^ klaiir«ji^TiiU da «MMpMomiptK 
4i^>taiMiliilA de;akm]iiaii>dpr lamnȐ^n evk H tu tm m f m $fm^ 
U^iJKm , 4im alcb kiar 'm gMott m»eld(fcfpii»wilr.fcïlii>r ' 

'»fara»L^kf^ Atf «eii^^^gMdilik gaiifiifeta. hakba», daar 
dai^feaaiiklaa kaaokvaftp»^ vial «M» ïii^ mawie f mm(« ki 



(4ft3] 

bei oog, entanvfl ik dtia nui^t hmA»nwên .müée » onl* 
ilokie ik mhi emtea h%owÊMUm net ▼•rwMidéri»g d« namen 

REINWARDT. 

»B WILÜE. 

RE. (iilei mMr iMabMr) 
W» liowlte d«i 4id hdèvêm rè#fb lang vo^ mif datad top 
bMidoB bartiki. 

. J^jên oineii tweadaA i||Hn'«lond, (lioiieA aeaa vierkattia 
flwl dUMttkèa mimU, diap in ipHwadan , an 4Aldall|k 

MACLOT. 

KORTHALS. 

liDUSR. 

V, OORT. 
Jnl. 99, ItU. 
' BaktattdanèrgaataniaardaiirsaaieaBblg^andadankttialafl» 
UMurdoor dana nanian aan da varg|uikdi}klieid auUan ant*' 
r«ki KTfrdan , dMi sandan d^^va h^aaa waldra rèrgatan 
sfn^^^Op 4aft auMMB Tnn Kok9«ai.s groaidan raeds maii%^ 
mldi«a Paêén {Fssdmm KoHhahii n. g.)» en dia vaik 
EMinrABBS waa raadt ^ véor kat grootita gadealta , Tai^ 



D* kaogi» van désan^top ia , rolgana Reiévawm^ 
7172 fiogL Vaat.(^>t en volgens mijne iraarnaa|uigaki. 720ftii 
. lo M N. V. Vr. irerbaft «i^b èe TjinfOf , weVigt iata 
p4éAerihaa|; dan de ^a/ëi , en alaeUa daar eanan vafji 
dieper gelegan saar smallen kam , mat dezan zamanban^ 
gHad* In bei 0« 5^ ten N. aiat meii banadan sieb dan 
Smiah^ di^ ala aan amaUe ap TarfahiUenda pinalMn min ^af 
emer piietig of iJtcSrorinlg aiiii TarktffiHide kam , ^anr 
«anen Wfèttfm %9tp , 4en '^ilmdah , tn ba* «O. S^"" N« ^nk 



<♦>' ZieV€rto«dcliflfe»yiml?pt |tet»v.X?en9ots..^49 4rtl b¥tf> 



^or4(: d«, mama ?»ii heigabergie^.ioori eaoiaJÜMf Ta»»#aii# 
igiiog wekkende diepte» dooTgebr#k^ »^UiS welke sl^ 
alle toppen en kammen » met iii||lii#.i|tljltftb|jfia loodlUui^ 
neerdalende • wanden wpuwfie^nmu ;.;.., 
, Pe neordelyke of Inw/md^ fa#4.4M 4Si^M't^i% Juftt? 1»M 
gin ran deze kloof» die tusschen den Saiahêm Tjfitg^Êk$^ 
Ofa(r0nt^ eene «$1 >(£ngj bceed J^|a kab^-. 'JIIen'ii»Mi$.lMina 
kunnen, «^cgenui dat .Uer^ eeQ.ge^ali;a))nair.det'..li«iR^, 4«l* 
breekt of afgestort zij. Van hier loépt?diA2Uoof van Z. 
Z. W. naar N. N. O. benedenwaarttf j .^biti den geheelea 
kant des bergs in twee deelen» eersi.di^lièttedeiinaaawer 
wordende» en in een gewoon rivierbÊfl over^^de. Slechts 
op enkele plaatsen kan men den wild l)Q|pboeidèn rand soo 
T«ri(f f(Pa4et?eti,.;dal.itieo f hei: boveaste '§êéfiM9^'^^êmiJüèaf 
oy.«ipzieit:kaa*i .W^ie nogtans dlüselig.ui^^Ugm^^p.^tiekiteif 
b«Kl^k^n afirtmid». want de, sl$la» . iFeKb«iu*d^..£«lp4» jb««i 
dra^i ten, minstyki. 2000 ymitj. Nieitege«iiaaikd«{h]«fl[t#«fa#« 
jk 2$it'npgtaiis>de'wandeir.iBet.b«iehi be^ekisti»! «pifiaa 
gr^md, sboo verre) hete; enog dien bespieden ika»^' vm^lpvwmihU 
donkere eentoonige groen slechts beneden in de diepler4bier 
eeanyliobteiL streef ^a[ewi8sqld wordii Diivis'Mk»ffiviei^d 
^mAe^iïFJiépoêigi. - 4ie ; omtrimi ino h^t).i«iddeé;,i«éB^ 'dé 
Iclóofi fiiinvooReprongv. fleemt^ '^ien dé- rigi^'g'deihielfd («U- 
ll^vde^ aanideh néordier wmei rw' ien Saiul^ f^^^msrékSjm 

konitu) ' ' w - :,,..' . * ' '.X '. '. . '.'■•, •/'» 

i. ïlk;was ¥obrneiÉent}«midèn volgenden dag «ob ^de séata 
lygha.eninttdw^siélijke sgde d^ beiiga: aftadab^^-ooiiiei^ 
mtdfatBrai te bezoeken» Mèuti^h; reHgènil «hel^i a i gt e » ém 
ifaranen» ia déze omstreken iapfbeeiba^oleii^^iéMMurreeia 
Ueine ongesteldheid» welke ik reeds aedert eenige dagen 
geyéeldé en iüè ik» door de» bij het bèUfmmen d^ beifa* 



lUfoiigeïkraehiiwqMmiiii^ liacl gehoopt U oTerwiAnen^.Ttr^. 
«i^rde^iof f«eii'! vfcg ih«Ti|fe''kééris en nooilM&kie^iB^'M^ 
tel jbin|||^M»riiilu0:vBvt#e»èfi;^r^«. •wj.-./ .. ,/ 

^4)Hv?^0'«l9fii'dei^Dibiitiriéne gaping'^akttte^ nieeÉPt^^i 
nët TëBgMhiMg' '^lUi'<dellisYcHri^^eI^tJde> vr^beicl ,Méfu •mr 
«iftil)ekaul'iaensiib(^eii ioMMsekén) "vykeaiik^tfniigtiéelnw 
na mijn bezoek op dta> /birgV vm ^^enS «igtteii Mieéte^ 
aii*v;inf •' dk> nart :eeè. vii}> idisQliloge«4aéiiap;.:ii^,. de iOiMid 
KéreiBhei%n4it;^^ciieeiAaav|iBïjde|E> bhrg; \»eibdit» llMifku / «., kï 
^'lyln BMieipbèf v^fll.f^^' :iis«rhMlb d^^kche^ynmt {^tetiué Uêl 
iAi'gMelftoiiap rrjt» T^8éiiflidea^;«aiiui9viie(idei^ gy j ii eitiy» 
•Éi iiaft!«luu*i:9^«M9»ahte)t|b«geTaovi«aarrw9:di^tj^ 
^igéoaar : dern lai^dlioeTa) aftstrf||Uii*jittioteteü.^i. id^ itK\|pêlèdk 
«%i|p ilvah nag; e^ge ; Jieentiri ,w.iiiektans^ dé^iSa^tiifna èt^ 

tvi^eariwaimaB^i; .jnÉieai.Qiur vai7i%ei»i^t<t;.ipsavdeaDkiiai< 
■m Aa|fMluil€.i(Qèd iiyV4<^rI¥iefeo4^imtefigc^ ii«bll:c>4iijBi 
Mi^ittmiyk.Jlraed.kl jOp.éep.Uem lunnVotato^ydaMihl 
niet aeer diiniiiive of ^Inie.ptosagieci lMfalMkoii<4tiftiocav 
Itei.wy.ireVdén ontf'Brl^esei..- '» ^-.^^ *• j \ . ƒ. 'A* -)it><).ii;8 
. ••:liTén iiéil nitr jviiron wi| i«>I^4tm/iedi , rwaaf>jw| td«ÉiJt9>t 
Ari^Jfiénf.ei^etifair .vimi dié' laandi^.^lëni.en^^igeadseiiv^'^ 
iMt lOnti^^sDp ite^Qiraehtofliitt.yéadMH T«9«B^^«eB{wr»iMffit 
Uilen rw|0feziinÉéiyfe>jai(4vtfe oÊ^^seéB^T^MmpimiiieBitokkmA 
mêètiM rtegteuid i!9deadft^>Aoor.oe^d«r(|Kkiooaitt6:]iindioi|«^ 
die.< nlen;; aien:>. kiiB'«. langandeao bokenéoe/ T»felheil-bnrg 
-SyiAiiijMct'yièotïiwj inlifoeii KMmpmmj^ i .iraar ;dè i^ iUM^^ 
l9kor\4Hi:sifiler iiegiirti'ie Irord^ té pamed stegen aa ^Bfeg 
/mr.itW'ite J^'^aêitf ^aJHÜürd^ MifQ[?/kMl&.da;)èi|[4i^ 
(1lfttt^ lytMipi^ ^^ ^IfiinajIaétiBa^^fiflbibtfla,' «a^ siei^^^^am 
dat^ilttt) ie*: ttMTetratvomiiiugtlMdeoitQtiaÉn éi.jSr#{^«t«r» 
%#i konenrv en teen Verblijf ia .de >d%te boiaekia./fiaa êmk 




L4«] 

Smlmk Ai*i ^^^ MDganaMi §tkowhB wptd,. ié iioo4%a 

WS Tarioefden er daa ookjUl^ibn TélgoOiD ja«f||Mi;]Mi> 

niMnritÉfgl voor. oosoo U^ va» «i«i9in o pbvor d U . ib 
«Ml hiif oia hortnwÉiryobiorvilio» «olgéiit wolko 4êsa 
Hoolo^oüi iMOflO ftorft VM ITM TOti. 
. üJDoa volfiiidoa dag , «el holoafibralttii tsa doa a«org«M 
l^og^Tta w^.oao fto |>oand of^vng aaèr do.iS^foMf*»» di^ 
ia daa . bogiana aa ioi Oéaa aakor^ hooglé» ^Uor aleav 
laa^iligda Inaftflaiaaa» TOgt aaid laaga on ovar ofi^ dar. 
vasda ba^gtopfaa aahnii» aQoapaada fcaauaén ,. iat. la éa 
A^^am ffAniL IkiliaUiag taadaa wag vai aooaadit, 
4pi* w|.aaaiiird|kaoa4«aai;dta, dal wf q|«r da hoogta 
gipigaa , ktiw^. aogteiw, kaaaèar Jaagaaaa», fdaMa romêé 
Na ê&m Inmt f«dOai, ^^«0^ w^M hmkXlfUm Mff^tn^ 
mikcri daari^f eaiiatvMada.Syi^^MiM aiapér* b a id a o aaa 
4a iiattitig. daa AiMfcV ontaprioganda ,. aa ia 4a awi^fio 
Taa kiar* vkaQaoda rivipr TJigamem v«ilaada« Vaa Uap 
aUagart da weg siah langs daa to«| èm JSSgimiê4 doak 
aBüé Ipgpanda an . oaa shkaH folgaador, dia kiaf aü daa 
Tjigmmu aaar do katatgaiioaaide riviar gagniroa- k, mk 
aaa^aaaiga «oaaiOr aaér kaaadaa. . liggaaéi » o^aA grooi» 
tasaa téovload ,vaa iralar to liaaoigaa* Wf.vfadan» iala 
iMaga# dao'da oofcapraag vaa iaaila ar«Aa%*aé|dgolaiHaa 
!raai MadariNi'aaar oaa^ aar aas» «olgaMdgea apgadagm* 
ti«HW vi} d*i vaoda ^c» inaU aoadaa JcaaiMih^doari M P Oi »- 
g^» la gaf al oaaa Wn^jfidonul ^ai |pnA aktgl gaarardaa 
a^Mi Hiapilialai^iffJèpaaiEdaa JMMeroa^i^ anaaa 

'Mg^ éia 1èaa»,anafagiiiiA.aliapa.aa:aiaaïtiilgifp arérd»4a 
waak ^Waldaa iMraiktan. ai^ ima. m9ÊÊAe nAely «a daor 
^slaaaiaan de. ovavlilgftala Tan-r s^^ Im'^ 



{Wil 

tmmmdieii Aroii^^ fUt #ok Uer woegér aaMnarktllka 
tfOhiMidM itÜMrUAfta. haMaa i^hsif ff^rèjiMi; «tor 
bibWA «idiL' TTOl^ir iMirtder ivi^ ftov^UUb « wttra ilIèliwiH* 
Miktieai 4k» owttf ^wlkr ifévw b»s, kr ¥«He /MrkflÉgi 

Imb j4|b tarwtterA «ü orth^adaÉw fiorinÉlfw >|iitm*i ft*^ 
bad. Uk MiM «ilaiéhUi*. Uikévdtt <Mr|pM, «ifbren aof^ 
miifc.^f oMr VMiif ■kMT vu initeii Ims «^ VeÉgaaii»- 
Unr'il BMATsa UilMé Mg ••É vMtè «ÉMUMMMt vindli* 
WS fV!«nA«i Uér WatoftiIwhtefplaÉMtt* wiiwAiJw y w— rin 

«NUlr irior vator. »agteMi «èir «ni MMpé^tellkgritottÉTw 
sv»t<dMiir ]tol'J>l|lieB» aèfdtoi heAisie tonèêii yi4nMp> 
■Ulèlitt* OisM ing vmlir siild«i|}^ Ytirt^lfènito/ oifl»>^ 
«•eiteAi w« w^dffftneMiè tvteda-kéto^Éwttefltoptokts^'wenh 

ttanuiitiir voor een groot gedeelte regt opdtoaade, térwi^ 
ajtdfiivli^Meiiikr de MH^Valkli dar Éótots geitoei baêei^n 
l%Mii» dto aeaitttBogIhiiii tmBbcdfwHéeadéi. 0êÉe Wemeifr 
a4» SMder lt«9Uim«ékeM»in 

.AM«r# Mg ia' iRerkiogl wêè^ en téstoMrën^r «ril^t reedr 
bNgtfft tQA; liet fffwreld der ktetaettia ImMta' iegeawowr^f 
dii^ikftMÉ^ Qefe thtt Uhr 9»! >d« 'Mg^«iifdir«M^*<lèi!ge 
*Mi. weihdjilren .♦wt: dea- jtofaifoj èto* •verBly'nit^ l^éid^ 
A^ToiMM 8%éréke«d^ met 4ig» éa dli ^Mdi^badMclli/ 
Në^eèa darfMig dik, boaek éooivetriMieb tw z9hiv «to«*^ 
iaèiiF]iktoeiSk >Mlrr de-f rïEiet^ mégiÈoguë^^tMmSêifk^ 
Vum:yfm iM»gfi]|Éto0raiid«renNMtrgeli«|( Ar^ JmÊoé^ 
kaèft^ gevoelt zieb opfj^ogea en gelréAn deisr hel Ae^^ 



••iVflÉl^faïtfttiiÉa^^^rfÉifVÉ vMi(4ibM^«iirbiiuMiÉlidlfM 

Uf9»;^Nun«i«r^ilto|iifaMfct8é iëtM«f«é9«>of ftaiur)6«iw>lrgiiinid0Mt 

iétié9iflÊ^umf^W9rêlUw§méÊm ||#or toètMiioMii#|rt>#o Ta» 

«i«efW4%r:Tg|il41t'j0r«Mi «sar :éa qiilll9o«ai^«iiijti «fa-ek^ 

iirritf»é9«i>té^Ivtrmii(^jih»IiErac1rttima d^ mxf^-ouUAkï^ 

bMBMtiè^'* éaal «*mh Awrtaia -^ ^i i^mm**4uk. 'naorie^ak- 
fM4^(ft«r^Jl»9IMlM*aT^ iaaai .waa»t|||r4iè)r*li«0Vitiii kargli^ 

:.»MteiaÉ^«fc^:nMra^ ^m iaii4.3(y«Wf9iiioN|r^MiAfil|li^ 

•IMC «i^i i» y i<K» p fliiJibnÉi^||a9f«$^MBBibiKiiike4^^ 
liSyMikigtMHi 4« Malidfra variaadéliHii^Mfr iW «air lo^ 
M|ltoa*Ma^aH)fbAami ^ aM£«biiia^irfiUb-4Di«^ ; ^oU^ ïüd^fa^;'^ 

Mi^apAMH^Iiiiaa^afki knmJariliaiilr aèvÜacÉV'^w-ilMi* 

Mh.vi^i^ctiiiit rli9Aëa4i|pt»()inate(iikiiiiik<^-'aaÉiealfw^ 
ki|04«^p«ydiriiafoa|^o4»vtaB9.flMteii>BiMnl. ^ üfa^lidqirlp 
lRl>,iiMI f«iiltfiVd;'.a«4iawai9èa£ofeiUli 



[4m\\ 

mei een wUecUig beslaktdl, Waardev: 4e fekedb >rATÏer 
ann / mdUkn^bi.^ ) iuMm#ft Tirb^fi!» •^ienRÖl ]i#i >iriiier uil 
i«le rivier geMb«|>i Ae iH^viurftQke-iUiar .yefloepi.ine la^e 
temperatuvr Ta^MWiMfP d#f#r:QiitJir urJMtlurinïM^iiattfki» 
ipelwlvr^Te^iaML: ^, r«9M« Atp.^g^èiffiilto; Mifmt^ 
dagen en ook b^^ eog mm/jf^mOêüimm^én i^^rijif^ 
manm^ketVi^ UAf 4qi»i «H^ettNi» d9w«l. ketm»t^<ili</4e 
JkjifOme! borr^JLeadf pUipieii .en hi^i^*^ 4io lUeh i* 4ie TSJir 
Jsa2o%popf nUaprtan't 'i9i»^tal^#oiiev;;fT9( J|o«|^: wiNHHie 
gr»ad } aamrees. r Qn J||«rpMi«t9H[! jor. mOÊn^ ^: «frirtoa 
«l^v openiiiigeo: s^lio«dkHif^ if#«»^ -ia f#ttf j4ar*rife ttli «U* 
hf^ogsiea griadAyl^jtP. atV^r. ^fne. a»4«f# 198$ > «A i» (4o 
Sf9o\prejfhim^^ Vt iw ^^Mgmm^m* mmt mtf^iÊ» 
M iia^r li#irift l^M'relde » «eehiff a78t»olo 498. r^YiiJCHii 
4e banomeVrrbfoctf» W|»4sA44^;p#ftj»al| m^ftfl6^\PvS9fi 
k»aok6ii.);^ . ..;. • • > • r* > . . .'>^. ..* - 

. . »De dai|ipeit i($a^il%)^ lOver. 4e efi^iiMls«|i ji^i4#nï Wf^^r- 
spieipi» waarait j^S rwtr^kpmÊm^ awgt ik mf '^A^^w^lm^^ 
4»BTeriUkkeii. zieh oeNit(OP'4e he^ffi» iwil'^fMi* ▼f^^ oS^mf^f 
(loer de koi|de .atiaoapM«>*> ioi aigtbara >W(tlk^iH $e«pi|(f 
der fummralem bliJTen gedwenée koriea 4fl4 A^t^lWg^yr 
)u9g ; n^tig^ qm Ain . wed^r Mmet ' vin4e«iv4« kf%^^<f te 
ip^koA^ Mfi^ ka^^Mt^^^ aietvmwita.*f*#r iiprff^ë^Ni 4«9 
8H»t^:A0 tdipors|eea oé pgpeji ^Mtl w#U^>wa%.4^9 iWimtefr 
digon niooü^iêfir #le|9iiUBae)iii|eJi#i./4Mil^^ 
•9 Toorkoia€^ Tanbeldea a^a TelkoaMo 0eliik».( > ^ . * > 

mDo g«b^^.^P«i'i^b|Ble i»D:<d^rt&i»/aAiaAMir4r<»9^ 
kedekl a^t zm¥eLTkrietaUofi»rMr«i4at 4ie4elMi£ j^ï^^ 
B<^ad#r tno^ii^ kaa Terkrügettwovdea^Oiewetiugaai^li^^a^»- 
e^mpoaeerde roU$tiikkefir 4ie WÊmMmrenrAÊMrsh^ÊWfki^w. 
f^den nog rindt, agn eeakardO' awarie .ipafiijij|»'iiwr|ba* 
si^i gelgkende. De zwaToldamfeit liogia«a'Oi|U»iM»dfBj!en) 



^9rwtrm 4»ê ▼•rm üêm éU géilétttlt eebatl eiiftl , eü «w(- 
mmdeteu kot il #e»e «aeltlt vérwry fbtti>#, ftal^piMMige y iilMe 

JbfM «k ikifi «r «HiM': tel ü «Mfè iilèrk alvIniMtfdMib 
iiliterd»^ êtè ftkè sooditr téulif b^flimigMl hMuA hal «^ 

»ita in dit g^teÉül*' i^Mili be%bMid« ymui^triiig ii^èii 
mmai^ktmdg ^ttèêfMotk waardSg» daar %6l zonder de fl^ 
w|ülriliMi -f^or ^lii» o#g#<i t^ IwMtwi, m»egeHk %6 ge^ 
UéffM aftt M»r *^ M ^i»*» h^MMtkukUge geilieiite,lwi« 
w«lk 46 M W êmfêit ' ifcmfihgm trotseer»/ deor #Mié »M 
MdMrkiMHre tewtMag ; te eeaè ireel^ rttoeltllgè imMi ', 
#f dwr mwr di# wètfeiiig «lindM* gevorderd b, te eétt 
IvtWM pvilMliMMbiiga sdUbtondJgMir «dü ktuuMii verftiH 
dérd tr«rèNi. 1^ «flik bf «eltter heWeÉejk d«Knr^rdftd«ri&l%^ 
wendig bereUb gtheel g«decompmieerde stukken, dtelnweiH 
dig neg eenen kerdm^keni irnnï Iraeli^t' irerlemmfi.' De ire- 
geMie In den-emlrBk der* eel^ard is lieetfèer wecftteig, 
neu^nne tet g»ene Mdnerkemke keegto etthvOkeld. ¥^ 
)ugett Yele B^eioiené^öÈê^ net ^eehnette-'^rMte ' UbettHïtf 
M^«erem4M ene. 

»iiel i» ivnamdiyi^k' étt ke« onderaAfisekir '▼nnr lÉldl 
ven 1^ iet l|d een^- nienwen weg %ftiurt«eif itn èt enU 
epenlagMi ^en É|^Men Vit^kiü. ~ Wlf «agén eiMhuirfge béë^ 
Ésétt dSie eeivt kervMnigs vnièueli ettegeKomèn ten^n , tter^ 
w^l op andere jdaÉtiMi de^ iregefiOle ép^ -n&ekw téwea H 
bé^bmèn t éeèb i^ emmKrtg k n^otfft deite. tw w aèe i i il dling 
betenligé deer de fwidé evc^ntlgebriHide w^fi^urÊêi Men 
kin- lange ^ gcliê^ oppertkkte der e&Q^ar» keménf 
^toiélw teli$nt everal ds iMit trare gebnUkenv-^^ "M^Hmi^ 
gé ptelsen negtant «ekeen denelve- minder tait «n een 
üek ktm er g tnakkn lgk i a getle fcen werden: ep nnieren 




IM1| 

i» froftd wmr waim, i^ 4M dit nüi 4om* d» 



in d# êoV^Umm S428 ▼#•! b ii wii a deM iMMgie, 4to 
I Kt^l «n liQiii^lotdrtgi tw d« plaate m»r «g oat Im*- 

UirMi i^MAiSifMdMèiMita, dMkdêlalifiim 
%irltt#ii ottt nkts dManmii t« vtrUUeiu Dati 4p d«m «tp tM 
^4m Wrg /VVapwiw «m ctck nog BMtèM^- «f ftoiltiili*^ 
yiiütt 1^0v1mIm, éSm lÊÊêmM sMr^ o«d s|ft» «a tdl dM l|d 
^éimr BvmAS^dtontl afkwülig bftidiottird ir#rd»n» héWkiite 
d i wu dikte ^•or t my i y ga r 4M ftwem ♦ pg»1i »iid w i ttfbitlMwi 

Imü «Mt o»ii ft| de t i g g a i w> »rdlg» eefM«r« termlt wmtti 
téhyamk de fbnetiiii eener Mtorheiéi-klep vta den i^id^ 
tMtt» en li#?^Mgt den %Mitreek têgtn die trerMkücieriiflBè 
tce to it^ ^ plieii «aÉÉHi de irrikenett ^m* 

yVfêgm 3 uur ia dM aadèndddii; aMMairt toitea leftg 
iegt atfr , éie deei< eèi%% tmm<% rêgea** ea eaweersMlea 
fifalt iitèt fefae mi eiaiii i 'wefd^ ttgea i aiir tvwrea nf 
^R^«der Ie 4yi>«lii'ii5'> iraar vif aadenaiaid en», anckt^ver^ 
M)^ hMiea i ea vertelgwi dea Te%ettdea duf t^ifeatdèk 
taidda^ liis(|el|lHi êmèbr eeae «üMèie t»«igeatMd 'weder %| 
tNHMn yriêadel^kea geeOMr te l^od^ ieHigr kéuaea.** 

lliu ifièrre de- Mif tM ia|tfBawièadw <Sed«reada Ani 
%ifa w«lkèft tt^ 'la dea t^aêmngêr^hi^ lÊj^^Poi^êê f^ 
fceêl lAeMi deeK>rèj[t^ Ititén w^e >«ikca#lileaMto liet tmg»' 
némklm ea eaiéwoèkeii a^fber piantè* > ^^mhiijgi^Vêk 
%<ft ip^ é l ihgeh ^ %esdlieuff4agen 'et^9^de koHe eekêiaer*- 
it^adaa oltgefloadéi^^'HirAarïiata4a'geut «kb «ii#iHetteai4§ 
•ÉMta ¥érg^èl9k{a^a vna dil laad^ ki ttl igtt^ r^l^dj^ia èa 
•deelde » oMt ^v» ia ^ele* epa%l^a amfiten ^aegend ^ niaer 



15«1 

dê vijMteii ea prmeht , die sieli himc^'^m&PéÊtHm éB: pün 
^ta^M^t 4«ilir<«M«i;TviMteakir:derr4mpiMW ■■tiiiir^—a 

Jb4irM#rM4er #ii«Éiig46n)itnA«ik vëftrliaér Moi^éli^etaa- 
4Ma^att»'èa'«UUvki«i^)ib* keMidmonMii. Ik •xtt^odciwtl 
jMüWr t^rrSfMJfttf ^Imr »• 4«eh niii* wiBhuiii|^:M' v^fokalM 

ifriUkl'Nui U' T»H lNMd«gBMp«rk «verbliO. Dmt i^b JEif- 
j4#r>«- - Ml Ife/iAdifr OjH i • •» # i»0y Wier ««ur« iMMdMi Ii4«f ewto 
ÜifclLCHi onder 4m kei 't«A iaUeove rTmeUèa dreige» te 
telken; daer sieü d#-di»okeN eratUge'«(«fyriiA»M»,irier ' 
dik en donker loof (jbreSBed e&ieeki bf tei ijn gev^dder^i 
yerdealde fi^Hn Aer.ule^jii'ii #r#ii4el^^* wier t^kkea ;Qiei 
tttiffer groene peulen behMifen 1^ ; > kier, iri#i .aMn eene 
keofe «Mke i)tnt# Mtfefitutft^ MMi-eeft;ke ^rfeadW^ 
bM»' en pf^tO'kr«itiklei|rico deernendragead» Tnuldtottf» 
4iè»:M0 fK»ot « »b m»dd# I< i il i f e keMeeMn^net Icwte 
iMen'Mfi detnUi^f4ar^«tainiMlfifi«axiMm; gi nd»> ifce i 
tt«rMii4ft g^elewelrielMnde . M et wan n^ar^JBcAeifa- ^^^feei* 
jNlOü^ d#irikil l^iil^f hier .eljMi» Aisrti^ » en ginds fer- 
keffie» «Id^de rifike Avctf-en C^e«^Ai»nii t kemn -M* 
«fwrigf g^koeoilft» eei kiure ieppea^ittféo'^^mie keUcro 
Jn^ ;ie oi^iFre«ir^Q^;)tdooli|i kier on deer ie dtt'i>iMk{t!in 
TvneU^oomen' n%«krokeiVr ooiv ^m |ih«le 4e v«rg«Men 
i|M >luit «ebeiMd Jin^.Tiea.:eenea.JaYiM»'*dte sSnoAsinder 
Ifkfi, k^ClUdeBMi eene keg 'Tian C^sm Aruli^om n m \n\ % , en 
«Mtkïbftfekoeiriei » welks pfcengeb Ijgt en bevalKg, door kei 



2«cfatate wyu^e bew#g«&, I^m TonneA » e« in iioogle de- 
palnMii #fft ziiM. tirtYéo » krv9^ 4# liehtji^fietteTi^u^eiiUoaRi* 
van den Pisang , het donkergr^dA hiff en lUar vervioigW. 
AU* d<bi# heowctortdn jiatt>^ , w^ in m> i> g e w ^ti «iei fOên 
roodeMJiicli^ giMii mfiP>i)|iiwWicer4ai^4e(iinè>fe , ^ 4^ m. 
grooie mewffiMl^d « vm^ de^ awwièw wnr fioi^ T^er- 
IwA^ irei)iorfiéktr «eftiiMer: oeOen'aUvriidem.diÉi ii%iif«r 
aaBÉen.iairftlu '> - ' ' r' ' - ■ " 

Héd: gjfhiri aiidene giivoelli flieA.'ffickJ»^' eeu^n .ffOhooveiL 
iM^i^^mrUitÊêA ui . &iiM|fi# geeltadv wanneer' «109 onder ' 
«ItpeK M fMMBbeeweü MtteliiuieHi.i^é in voUm hteei^ 
staan , of lich in een stil beakenbQlil||e fp een nlotbiillk- - 
nmiwUijLit oe» iMiar liel^feJigciyft% yk^mdote Wt^plft. 
terwiji de, jg^bdtta Aitwiv iM^Mm ii^ AocdiüMtiUie iW^eft-^ 
zinkt. , . ... .* ,\ 

Wf* kqort m^ hiw-:?, ?^o*f|^ dt liakdM ediwerifig #r 
^o\ M)iVwr.d#..i^4?:#ft;bf9iMt<i,kl4iu«ff^ f 

pertnd» yfMiÊw:ffir4iffUk^\Umf^^ w^lM )^>KMt*bi»Miir ^ 

u^^^^m4^^ fteiwffiei^ 4lW*W»d^ ^n. beke«44'ei^<tfiVk#llAf- 
s^opc^êfi ^ .Mfen,, eftn;^^c^t Mgf V^q. Mbnfeuw$»i4«% Wkr 
M'fifH*efi4# too^M* 4MlilM «flbMff! v#fi##Tei^ei^^wfgeJMrtl'' ^ 

cka^tj^ok gfrwi kfii f^l9t.^;is: Mkkerff .«f -M MaSiK urn! 
ee^k b^ o( oft|(:#iHi:iM«i«^lli9>H(«4i*ifr) (ig<l^9> eene hr : 
^ft#liir;4ïe oiiM«i^iyf9ii^ftU^^oiig<^ iHt#ietr»k4 viteK zjfMhatr^ 

iri^^H M-AHêc.m^v.img9if him ogiloMeljikimdit iAotebi 

d^p^.4A&^l)4^, tofim^ ,Wa»<*.. . .:;. u^: ;*• no r>. /ü- ';!)h fioq 

T^ yfrge^:,lqii|l^.,9Hinr QafU5.bHige^iM|^j«B^ 
^ TOJTgeefy paar het Wakk^^^bu .yM« huisfCaarAt I^Mh»*iei 
Ie. j. 2«. s. 33. 



[5041 

kudden: liei geheeld Togelenheer it yerstomd, en allèeii 
het eeiitooni|[ geklap eens €aprimulgU8 laat zieh na en 
dan in den naeht Ternemen. 

Vreemd k de geheele wereld om ont, Treemdei boomea 
verheffen lieh boTen «ns» vrtfemde ttéMien tr^ffnoaa 
oor 9 vreemde eterren vonkelen aan het firmaitieiit, geen 
vertreawd weten i^ort of antwoordt 'eïit« Wee den armen 
die aich hier door de zucht van zijn geboortelaBd kat 
overmannen » zonder de bron van troost en genot ie 
kennen, die de studie der natopr ons «anbieifó i weldnr 
kw^nt en bezwijkt hg, en dartelend- en spottend «nizeaile 
palmen boven zgn graf. 

Maar laat mij tot m$n onderwerp temgkeeren , om in 
weinig woorden nog eene korte gesehiedenis van den S«- 
lak te geven. 

In den naeht Van den 4den en 5den JanuarQ 1609, Un 
half twee ure , had eene hevige uitbarsMng van dm SéimM- 
plaats. Te Baiairia » omtrent 40 palon ' iMands van den . 
voet des bergs, zag men in de Inèht geweldige-' blflueBs- 
stralen » getolgd door een gedmiscli ab van eenen vaii 
verren aanroHenden donderslag* Nog drie tUgen ken men 
tellen, even «b zware kanonschoten, diep in één boacb 
uitgedonderd , waarop èeÉe hev%e beweging , mei swm 
stoten en schuddingeti aanstonds volgde. Omtrent een half 
kwartöer duurde deke beving, en werd des morgimB ieii' 
half vier én v^f ul>e door nog twee nW^Ére^hokken gevolgd , ' 
die zich ook gedurende de volgende ^ègeÉ nog 'gevoelen' 
lieten, hoewel >eél Mnder dasi de eeMen. Dt iheestè 
htuÉen' of muren in '4» stad Bicita^a scheurden ; *r lep-- 
pen der gevels en daken storttiBn Ié, efnbdialven eengroet 
aatftal gekwetsten , verloren 28 menschen, door het geheel 
instorten van 21 woonhuizen en 20 pedakken , het leven! 




[605] 

Men goToelde dese Mhadding gelgki^dig ie Bantam , ea 
aan den ootUioek van SuwMira f en zeer hevig in de 
Lampongê. De grooie nenigte van sljk» modder en 
■aod» èb bij dese eruptie nitgewerpen werd^ vulde 
da rivieren seodanig» dal hun loop gestremd werd» en 
graeie ovenireeMi|igen ; plaata vonden. Eene der groottte 
daardoor vereernailile ongemakken , wat negtani de op< 
stopping van den mond der greote rivier. (*) 

Dese groote eruptie van 1690 , scheut niet op die streek 
Tan den berg plaats gevonden te hebben , waar thans de 
meergenoemde Djoerang TJiapoêê is. Daarvoor pleit ge- 
deeltelgk de rigting dier kloof en hare opening naar het 
noorden, dus iiaar dieatreek» waarheen die uitbarsting voor- 
namelgk gewerkt heeft, gedeeltelijk het krateraehtige voor- 
komen van dien kloof , en de vertooning van hare afge* 
scheurde en loodlgnige wanden. De aanwezigheid der Solfa^ 
tmra , aan de zuidelyke helling van den berg » kan niet 
als iegenbewgs gelden , dew^l het vulkanisme vuur , na 
sluiting der hoofdopeni^g en instocting van den bergtop , 
zich ligteljjk eenen weg langs de sgdelingsche spleten ^ 
die gedurende de uitbarsting ontstaan konden» zoeken kon. 
Bgna alle kloven in de lengte der afhellingen van den 
Smiak 9 beginnen onmiddemk aan den bovensten bergrand, 
waar zg diepe inscheuringen veroorzaken, tnsschen welke 
die bergkammen als toppen of takken verschgnen. Ifen zou 
daaruit kunnen afleiden , dat de Saiak vroeger veel hoo- 
ger en steiler was, en een^ kegelberg daarstelde, wiens top 
bg eene hevige uitbarsting instortte en verdween, (f) Wel- 



C) Zie Verh. van het Bat. Genoots. , dl. II , bladz. 55. 

(-1-) Vin bet instorten van bergtoppen, besuan genoeg voor* 
bee^en. Ik herinner slechts aan den Gcenong Ri/igit en Papanda' 



[8061 

iigt luid dtt «Ini^ h^ M^ onlvihMm '?ftii den Bjfüftwmg 
9}fi»po9i9 in d» «atattr^pte .vm» 16§9 'plaaift, door tei in^ 
•torioa tan- d« no^vdolfii^ h$tgkéü%^. o£ door |wi wtgr» 
•UiiBeroA Tin d^snii^ ^ ««^ 'FVÜigi ^or heié^ omrti»' 
digVMom giltktii%« Hei «raAriciHiiiMik» woogMè moiw 
kMmn dm hm^, mémrwlmiM 3qgp.tigo « ir oo » d ig aaaakn,^ 
hofibMi ^ gtlTMbt ia do— ▼h#ige i Ji rtw ▼»oHeilrtl»n4 > 



r 



■■■■o ■■" 




gi^n ke>bett, ep w^ar du» do b4>ymikQjefel ^irywif^raiid^d 

ƒ« )z5r ép //ïT/i , verder atn den Cóiptairazo , (In fet nooifden v»ti 
den Chimborazd)^ welke volgens Hümboldt in den nacht vtn 

/ia Oorspronkelijk profil. 
hi Tegenwoordig — . 
cc WeggesKngerd gedeelte. 



1507J 



gebleven is (b. V. Sindoro , Smiroe , Patoea en Tjermai) 
loopt dé krater rondom regtuit effen , en de lange kloven 
beginnen eerst diep beneden voor den dag te komen. 

Ik hond mi} overtuigd , dat de tegenwoordige DJoerang 
TJiapoeê de onde krater des bergs is. 

F. J. 



19 op 20 Juny 1(^8 (dos een htlf jatr vroeger dan de Salak) in* 
stortte. Vtn den berg jflUir dê los CoUanos vertelt Humboldt , dtt 
hy waarschynUjk eenmaal booger was dan de Chimborazo^ doch 
onder de regering van Ouainia Abomatra (in gedurende acht 
jaren voortdurende, lang aanhoudende, dag in nacht veranderde vul- 
kanische uitbarstingen) ineenstortte. Indedaad , zegt Hubiboldt , 
vertoont de top van dezen berg, niets dan ingezakte hoorns en 
takken, een beeld der verwoesthig, hetwelk ieder avond, wanneer 
by het ondergaan der zon , hare stralen zich aan de met ijs be- 
dekte bouwvallen breken , een allerprachtigst gezigt oplevert,